logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Hooverphonic

O’Death

Outside

Geschreven door

Al een paar jaar volgen we de muziek van O’Death uit Brooklyn NY. Ze kwamen in de belangstelling met een opvallende crossover van rauw rammelende rock’n’roll, country, punk en folk.
Vuilnisbakkenfolk! Een instrumentarium van ukelele, banjo, piano, viool, harmonica, drums en andere rammelende percussie zorgen hiervoor.  De zeemansliederen van vroeger zijn wat gematigder, want de helft van de songs klinken rustiger, maar onderhuids dringt het ruige, rauwe, losgeslagen potten en pannen gekletter door .
O’Death brengt nog steeds een boeiende afwisselende trip van The Pogues, Kaizers Orchestra, Mumford & Sons , Woody Guthrie en Fleet Foxes . Een goede vierde cd dus …

Dan Freeman and the Serious

I Lie a lot

Geschreven door

Eén van de meest veelbelovende nieuwe namen (die weliswaar pas op het eind van het jaar kwam piepen) was ongetwijfeld die van Dan Freeman and the serious. Dan Freeman is afkomstig van het eiland Tasmanië en besloot enkele jaren geleden over te steken naar Berlijn om er muziek te sturen. Hij ontmoette en sloot zich aan bij de band  The Serious en ruilde gelijk  zijn saxofoon  voor een piano.
Resultaat is ‘I Lie A Lot’, een veelbelovende en vooral briljante debuutplaat. Freeman is duidelijk een begenadigde singer/songwriter die de vergelijking met wijlen Jeff Buckley kan weerstaan.  De muziek van de band ademt op zijn beurt de adem van bands als Radiohead, Muse (in z’n beginjaren!) en Kashmir.  Er is ruimte voor heel wat pathos en grote gevoelens maar tegelijkertijd blijkt er ook plaats voor het nodige geëxperimenteer. ‘I Lie A Lot’ is verder een zeer herkenbare en toegankelijke plaat geworden met elf gevarieerde tracks.  Verschillende songs leggen de nadruk op de piano en zijn vrij rustig (zoals “You don’t Wanne Be” en “123”) terwijl een paar nummers lekker rocken (waaronder het titelnummer en “Fall Slow”). 
Wie fan is van bovengenoemde groepen , moet absoluut naar Dan Freeman beluisteren.  Het is bijgevolg zonneklaar dat deze groep de potentie heeft om heel groot te worden…
 

Crystal Antlers

Two-Way Mirror

Geschreven door

Het uit Long Beach, Californië, afkomstige Crystal Antlers kwam aandraven met een intens verschroeiende debuutplaat. Ruisende noiserock, bezwerende garagepunk van gierende gitaren, opzwepende drums, pompende baslijnen, heerlijk getikte ‘70’s synths/toetsen en feedbackgeraas, balancerend tussen melodie, tegendraadse ritmes en experiment. Het geheel was een weird opwindend goedje, beheerst door de praktisch onverstaanbare, schreeuwerige vocals en zegzang van Jonny Bell, die doet terugdenken aan de onderschatte Michael Gira in z’n jonge Swans jaren. Een ‘Fxx Up’ gevoel creëerden ze!
De opvolger van de cd en enkele EP’s klinkt gematigder: broeierige songs die nog kunnen bruisen van energie , maar meer afgerond zijn en een herkenbare (melodieuze) structuur hebben . de toetsen van van Ikey Owens (ex Mars Volta) intrigeren zoals de weirde psychedelicatunes  van  zZz , maar durven ook warmer te zijn. Ook de zang is meer beheerst geworden . Een logische stap dus .
Twee instrumentals zitten vervat in de elf songs . Opener “Jules’ story” en de titelsong zijn  snedig en kordaat, daarna overwint de broeierige intensiteit en finesse . Ze klinken op “Always afraid” en “Knee deep” zelfs zachter. Het mooi uitgesponnen “Dog days” besluit dan op spannende wijze de gevarieerde cd van een band, die breder muzikaal binnen de rockpsychedelica durft te gaan.

Gardens & Villa

Gardens & Villa

Geschreven door

Gardens & Villa is een debuterend bandje die het houdt op een stemmige mix van pop, folk, elektronica, new wave en psychedelica. Sfeervolle en broeierige indie/luistersong waarvan ook de stemmenpracht van het kwartet zich weet te onderscheiden . Inderdaad, ze leggen  een link naar de Fleet Foxes en Grizzly Bear ’s van deze tijd. De synths en piano durven af en toe wat meer door te klinken , wat zorgt voor een veelkleurig, ontroerend en hartverwarmend karakter (“Thorn castles”, “Spacetime”) . Ook de grooves en de krachtige tunes misstaan niet (“Star fire power” en “Neon dove”). Gardens & Villa lepelen de mosterd uit alle hoeken , wat uiteindelijk tien leuke,  sfeervolle songs oplevert .

Chapel Club

Palace

Geschreven door

Het Britse Chapel Club uit Londen heeft na enkele EP’s het debuut ‘Palace’ uit, vernoemd naar de repetitieruimte in St Luke’s Church. De groep refereert aan de ‘80s Britrock en wave van The Smiths, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, stoeien met de ‘90’s van Ride, Slowdive  en voegen er recentelijk Editors en White Lies aan toe. Shoewavepop lijkt de beste omschrijving.
De eerste songs “Depths”, “Surfacing” stuwen en kenmerken een borrelend gitaarspel. De aandacht verslapt dan wat met enkele sfeervolle , broeierige songs, die wat te groots en meeslepend klinken, om dan terug op te krikken met een “Blind”, “O maybe I” en “All eastern girls”. Het zijn nu net die singles die het sterkst zijn . Ze hebben een onderhuidse spanning, dramatiek en melancholie en worden gedragen door de ietwat theatrale zang van Lewis Bowman.
De helft van het materiaal is meer dan de moeite waard , maar spijtig genoeg kan het kwintet hiermee de hooggespannen verwachtingen niet helemaal inlossen .

Elder

Dead Roots Stirring

Geschreven door

‘Dead Roots Stirring’ is de tweede plaat van Elder, een stonerrocktrio uit het Amerikaanse Boston.  Naar verluidt was hun titelloze debuut uit 2008 al een degelijk album en was het duidelijk dat de drie Amerikanen heel wat in hun mars hadden.  Elder heeft waarschijnlijk sindsdien niet stilgezeten, want ‘Dead Roots Stirring’ is een dijk van een plaat.  Heel bijzonder is dat de formatie  een perfecte balans vindt tussen stevige en heavy gedeeltes en  tragere, melodieuze stukken.  Bovendien valt het op dat de drie muzikanten perfect met mekaar samenspelen en dat noch de gitaren, noch de bas en  drums de bovenhand hebben, de drie instrumenten zijn ongelooflijk mooi  in balans.
Elder tapt niet alleen uit het stonervaatje want ook  sludge en doom metal, psychedelische rock en af en toe wat grunge en punkinvloeden zijn op te merken in de indrukwekkende sound.
Slechts vijf nummers op de plaat maar de kortste track “III” klokt wel af op acht minuten en drieënveertig seconden.  Over de verschillende songs : opener “Gemini” is een absoluut topnummer en bestaat uit  lange, trage, psychedelische stukken die ons doen denken aan onze West-Vlaamse  trots Steak Number Eight (ook bij die band hoor je het vernuftige samenspel van de verschillende muzikanten) en heeft daarnaast met “I’m coming home/It’s been so long” een zeer eenvoudig maar doeltreffend refrein . “Dead Roots Stirring” is een enorm complexe en gestructureerde song met een hoofdrol voor gitarist Nick Disalvo en diens Hendrixiaanse solowerk.  “III” is bijna volledig instrumentaal en staat vol fraaie, psychedelische melodieën en had  niet misstaan op ‘And The Circus Leaves Town’ van de woestijnrockers van Kyuss. Op slottracks “The End” en “Knot” blijft Elder  dezelfde heerlijke riffs  rondstrooien en houdt zo probleemloos hetzelfde hoge niveau aan.  Opvallend is  de manier waarop die laatste twee tracks in mekaar lopen.
‘Dead Roots Stirring’ is zo een fraai werkstuk geworden waarbij de band verschillende muzikale grenzen overstijgt. Het zou zonde deze plaat links te laten liggen …

Wild Beasts

Smother

Geschreven door

Aanstekelijke doordachte popsongs … Intelligente pop  … Inderdaad,  de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming van de Wild Beasts uit Leeds  brengen een sensationele luistertrip van dromerig, broeierig, spannend materiaal . Een perfecte afstemming van het instrumentarium wat een meeslepende emotionaliteit biedt. De falsetzang van Thorpe is een bepalende factor binnen de sfeerschepping. Hij kan soms hoog uithalen en wordt net op tijd wordt opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat ervoor zorgt dat het net niet verglijdt in een theatraal aandoende sound. Lieflijke arty/ folkrootspop in een treffende formule. ‘Smother’ is een geslaagde plaat , die met “Reach a bit further” een hoogtepunt bereikt .

Kurt Vile

Smoke ring for my halo

Geschreven door

Kurt Vile maakte nog deel uit van The War On Drugs, in eerste instantie misschien niet direct veelzeggend , maar de band staat garant voor verfrissende indiefolk, met een flinke scheut psychedelica tunes, countryrock op z’n Green On Reds en ‘80s folkrock op z’n Waterboys .
De 31 jarige sing/songwriter komt met de derde cd ‘Smoke ring for my halo’  in de belangstelling. Hij brengt helden als Dylan en Springsteen naast Bruce Cockburn en Steve Wynn. Onderhuids horen we The Feelies, Dream Syndicate, Gutterball en Neil Young & The Crazy Horse.
We horen op de soloplaten songs  met een broeierige, dromerige sfeer, door het semi-akoestische gitaarspel en – getokkel; en ook dringt de lofi aanpak van een Sebadoh en Guided by Voices door  in sommige sobere, sfeervolle, ingehouden songs als opener “Baby’s arms”, “In my time” en de titelsong.
We zijn onder de indruk van de uitgewerkte en/of uitgesponnen “On tour” , “Society is my friend”, “Runner ups” en “Ghost town” die op hun beurt verslavend inwerken, met een link naar de Velvet Underground . “Puppet to the man” durft dan stevig te rocken .
Live durft hij met z’n Violators breder te gaan, aangevuld met sax .
Gitaarliefhebbers kunnen hun hartje laten smelten bij de sing/songwriterpop. Boeiend warm album alvast!

Pagina 349 van 460