logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
Biohazard 8/8/2...

Kampfar

Heimgang

Geschreven door

De Noorse band Mock, opgericht door “Dolk” (zanger) wierp in 1994 de handdoek in de ring. Dolk besloot een nieuw project te starten en nodigde “Thomas” (gitaar) uit in zijn repetitieruimte om de gitaarlijnen van het nummer “Kampfar” in te spelen. Na wat jammen bleek de combinatie tussen de klassieke folkgeïnspireerde achtergrond van “Thomas” en de Black Metal interesses van “Dolk” (zanger) aan te slaan bij de band. Hierdoor besloot men verder te gaan onder de naam Kampfar en het pad van de Pagan Folk Metal te bewandelen. Later vervoegden drummer “II13” en bassist “Jon Bakker” de line-up. Tot op heden is deze ongewijzigd gebleven.

Folk Metal hoor je mij zeggen, waarschijnlijk beginnen een aantal onder jullie nu al te vrezen voor overactieve riedeltjes met violen en fluiten. Vrees niet de folkinvloeden beperken zich enkel tot het gitaarspel van Thomas, die op subtiele wijze zijn achtergrond weet te verwerken in de rauwe melodische Black Metal van Kampfar. Waar de gitaarlijnen toch eens wat vrolijker overkomen, worden ze meteen dichtgesnoerd door de smerige grunts van “Dolk”. Een voorbeeld hiervan vinden we terug in het prachtige “Dodens Vee”, waarmee men volgens mij de topper van dit album leverde.
Maar lang niet alle gitaarlijnen klinken even vrolijk. Op het nummer “Antvort” bijvoorbeeld krijgen we eerder wanhopig klinkende riffs voorgeschoteld, die doen denken aan het betere Doom-nummer maar dan wel op driedubbele snelheid gespeeld. Ook de perfect getimede drumpartijen zorgen voor een extra kracht in het nummer en variëren sterk naarmate het nummer vordert.
Met 4 langspelers en 2 EP’s in 14 jaar tijd is Kampfar absoluut niet de meest productieve band. Maar afgaand op de kwaliteit die het Noorse gezelschap levert, kunnen we vermoeden dat ze zeker niet stilzitten tussen twee albums. Kwaliteit primeert blijkbaar en zo hoort het! De ervaring druipt dan ook van dit album af. De nummers zitten sterk inéén, het album loopt over van de variatie en verfrissende ideeën en de productie staat als een huis. Positieve punten troef dus, terwijl er amper negatieve punten te bemerken zijn.
De echte Black Metal liefhebber zal deze plaat wellicht iets te melodisch vinden, maar de gewone Metal liefhebber die al eens graag het zwaardere genre verkent zonder naar het extreme te grijpen, zal met ‘Heimgang’ mooie tijden beleven.

Phoebe Killdeer

Weather’s coming

Geschreven door

Phoebe Killdeer was één van de twee zangeresjes van het Franse Nouvelle Vague. Op haar debuut, die btw werd geproduced door het meesterbrein van Nouvelle Vague, Marc Collin; weet de Australische zangeres/componiste met haar gevoelige stem te raken. Van eigenwijze covers van new wave klassiekers is er op haar debuut geen sprake. De songs zijn een mix van pop, jazz, blues en film noir soundscapes. Ze benadert ergens Waits, Cave, Feist, Joan As Police Woman en Twin Peaks in haar geluid en stem.
De songs klinken broeierig en dreigend (verraderlijk vrolijk!) op “Paranoia” (wat een huiveringwekkende opener), “He’s gone”, “Never tell a lie” en “Looking for a man”. Iets sfeervoller en dromerig zijn “Jack” en “Lilorice skies”. De donkere songs “Stuck inside” en “He’s late” worden bepaald door toetsen, cello, xylo en soundscapes. “How far” is de meest poppy song van de plaat. En op het eind horen we Killdeer op haar best, met een acapella “Somebody”.
Het zuchtende , kreunende meisje op de platen van Nouvelle Vague onderstreepte dat ze meer in haar mars had en ze deed dat met een geslaagde debuutplaat die qua songstructuur en stemkwaliteit hoog scoort.

Beck

Modern Guilt

Geschreven door

Beck Hansen brengt op het eerste zicht misschien geen wereldplaten meer uit als in het begin (‘Mellow gold’, ‘Odelay’, ‘Midnite vultures’), toch weet hij ons telkens te raken , ook al werden de twee vorige cd’s ‘Guero’ en ‘The information’ grotendeels links gelaten door het brede publiek.
Hij is en blijft een begenadigd songschrijver en performer. Vakmanschap en kunde! Het recente ‘Modern Guilt’ is een frisse, leuke ontwapende plaat, klinkt gevarieerd en staat garant voor popsongs, die een rauw tintje kunnen hebben ( “Soul of a man” en “Profanity prayers”) of hij combineert ze met folk, funk, soul, hiphop, dance en psychedelica. Luister maar eens “Orphans”, “Gamma ray”, “Walls” en de titelsong. “Replica” is de meest avontuurlijke song. Brian Burton aka Danger Mouse (van Gnarls Barley ) zorgde voor die formule toegankelijkheid vs heerlijke experimentjes. Overtuigende plaat.

Asian Dub Foundation

Punkara

Geschreven door

De Londens Pakastani Asian Dub Foundation grijpt met deze recente cd terug naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak terug meer door. Hun crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno klinkt aanstekelijk , groovy, dansbaar en opwindend. Ze houden een vinger aan de wonde van anti racisme, mensenrechten en de oorlog in Irak.
De combinatie bewustwording – muziek blijft iets unieks van dit gezelschap, dat al ruim dertien jaar bezig is. We horen een mooie afwisseling met strakke nummers als “Target practise”, “Burning fence”, “Ease up Caesar” en “Living under the radar”, die soms voorzien zijn van een krachtiger en gierende gitaarloop. Kleur krijgt de plaat door de zalvende Indiase etno beats en percussie op “Speed of light”, “Stop the bleeding” en de instrumentals “Soca” en de “Bride of Punkara”. Enkele de reprise van Iggy ’s “No Fun” is de misser van deze ‘Community’ band, die met ‘Punkara’ tekent voor een erg gevarieerde, kleurrijke plaat.

Tricky

Knowle West Boy

Geschreven door

De laatste cd van de grillige Tricky dateert al van 2003 ‘Vulnerable’, dat duister, beklemmend en broeierig klonk en waaraan de Italiaanse muze Constanza Francavila meewerkte. Tricky maakte in de jaren ’90 al furore onder Massive Attack en debuteerde in ‘95 met ‘Maxinquaye’. Samen met bands als Portishead stond hij aan de wieg van de triphopscene en gaf er eigen swing aan door donkere , dreigende geluidscollages, duistere elektronica en tegendraadse ritmes, in een ondoorgrondelijke mix van pop, blues, hiphop, r&b en drum’n’ bass, onder z’n half brabbelende rapstijl.
Met de jaren klinkt de sound wat lichter, luchtiger en directer. Het recente werkstuk ‘Knowle West Boy’ behoudt de link met z’n wonderbaarlijk debuut: “Puppy toy”, “Bacative”, “Joseph” en “Veronika”. Er zijn enkele sfeervolle songs - vooral op de tweede helft van de cd -, als “Past mistake”, “Cross to bear”, “Baligaga”, “Far away” en “School gates” en tenslotte horen we een tweetal snedige rockers: “C’mon baby” en “Slow”. “Council estate” is het meest avontuurlijke nummer, met een vleugje experiment en psychedelica.
Hij kon terug beroep doen op verschillende zangeressen, waaronder Veronika Coassolo, die er een verleidelijk tintje geven aan deze grimmige trippop. Producer was Bernard Butler trouwens.
’Knowle West Boy’ is een lekker klinkende, gevarieerde plaat, en misschien de welgemeende terugkeer binnen het popfront.

The Streets

Everything is borrowed

Geschreven door

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, is er na twee jaar opnieuw bij met een erg sfeervolle plaat. Skinner is het voorbije jaar in de boeken gedoken, las enkele grootse filosofen en hop, weg zijn z’n wildste verhalen en dagdagelijks gezeur over zaken. De mengelmoes van stijlen van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step zijn in een lager tempo en klinken lichter en toegankelijker. Er zijn minder orkestraties en neurotische beats. Enkele songs zijn uitmuntend (“Heaven for the weather”, “The way of the dodo”, “Never give in”, “The strongest person” en de titelsong), maar anderen, waaronder “The sherry end” missen nu écht de bocht om boeiend te kunnen klinken. Ideeënarmoede schuilt om de hoek. Het wordt maar best dat Skinner nog één plaat zal uitbrengen, vooraleer de muzikale kaars volledig uitgedoofd is.

Wovenhand

Ten Stones

Geschreven door

Al een hele poos zei de domineeszoon en religieus predikant Dave Eugene Edwards 16 Horsepower vaarwel en kwam voor de dag met het (nog meer) mystieke en mysterieuze Woven Hand, die een geheel brengt van americana, gospel, kerkmuziek, gothic en pop. De vorige cd klonk huiveringwekkend door de begeesterende gitaartokkels, de diepe bas, de bezwerende percussie, banjo, accordeon en toetsen. Een duistere sound, dat bij ‘Ten Stones’ iets minder het geval is.
Woven Hand rockt als 16 Horsepower van vroeger. De songs zijn directer, ondanks dat de onderhuidse spanning en de verbijsterende vocale voordrachten van Edwards behouden blijven; hij verloochent die gospelachtige kerkmuziek niet. ‘Ten Stones’ bevat dreigende rock met een beklemmende melodie, iets minder subtiel en donker dan vroeger. Het blijft een adembenemende en unieke overrompelende luisterervaring: “The beautiful axe”, “Not one stone”, “Cohawkin road” en “Kicking bird”. Variatie is er met het dromerige “Quiet nights of quiet stars” en het sfeervolle “Iron feather”. Edwards geeft op “White knuckle grip” een zwierige tint. De donkere soundscapes op “Kingdom of ice” en de huiveringwekkende outtro hebben dan terug iets apocalyptisch.
Hemel, aarde, hel en verdoemenis, je hebt ze allemaal samen op de zondagsmis van deze songschrijver Dave Eugene Edwards. Verbijsterend plaatje!

Oceans Of Sadness

The Arrogance Of Ignorance

Geschreven door

Het gebeurt heel zelden dat er in België een album wordt uitgebracht dat origineel en dan nog eens supergoed is ook. Zo’n momenten moeten we koesteren. Want Oceans Of Sadness, die al jaren aan de top van de Belgische Metalscene staat, heeft onlangs zo’n album uitgebracht. Dit met de titel ‘The Arrogance Of Ignorance’. Eenzijdige zielen hoeven al niet verder te lezen, want dit is een album met inhoud en diepgang.
Opener “Roulette” maakt ons meteen al duidelijk dat dit geen basic Metalplaat is. Na een jazz organ intro gaan we over van rust naar… tjah, Metal natuurlijk! Naast de gebruikelijke tempowisselingen krijgen we ook weer voldoende meezingelementen. ”Self-Fulfilling Prophecy” is zo’n nummer dat wat moet groeien. Maar na enkele luisterbeurten weet het me toch vast te grijpen met o.a. het refrein en enkele experimentele riffs die hand in hand gaan met het keyboard. “Subconscious” kan door gaan als de ‘single’ van het album(moest die er geweest zijn). Deze blijft lekker hangen. Ook hier krijgen we de eerste guest appearance op dit album, namelijk die van Annlouice Loegdlund, wiens passage voor een leuke aanvulling zorgt. Haar tweede zangstuk doet me zelf wat denken aan het oude werk van Nightwish.
”Some Things Seem So Easy” is een nummer van een heel ander kaliber. Dit is het meest complexe en afwisselende nummer van de plaat, wat toch al iets wil zeggen. Het is een sfeervolle reis doorheen zacht en hard, agressie en emotie. En zanger Tijs Vanneste bewijst dat hij het lang niet slecht zou doen als zanger van een Black Sabbath/Ozzy Osbourne coverband. Dit kan gerust tot één van de beste Oceans Of Sadness nummers gerekend worden. “The Weakest Link” is dan weer voor het grootste deel lekker up-tempo en tot mijn verbazing zitten er enkele polka invloeden in. Maar verwacht daarom nog geen Finntroll toestanden. Het is en blijft Oceans Of Sadness, dat doorheen de jaren toch een eigen sound en stijl heeft weten te verwerven. ”Between The Lines” start met een riff die me wat doet denken aan een nummer op Therion’s laatste album, “Gothic Kabbalah”. Ook komen er enkele Oosters klinkende lead guitar stukjes voorbij de revue. Volgende nummer is “In The End”. Wat een riff! Dit is gewoon een catchy nummer dat ook een gastbijdrage bevat van niemand minder dan Johan Liiva. Met “From Then On” komen we aan bij het zwakste, euh… ik bedoel minst goede nummer van de plaat. Allemaal wel heel sfeervol en zo, maar dit nummer is toch wat minder als je het vergelijkt met de andere nummers. Maar misschien is dit gewoon een nummer dat nog wat langer moet rijpen. “Failure” is een heavy nummer met o.a. roepkoorzang(ik weet niet hoe ik dit anders moet beschrijven) en een gezonde dosis Oceans Of Sadness om ons nog eens duidelijk te maken dat dit album gerust in de cd-speler mag blijven zitten. Helaas zijn we met “Hope” aan het einde gekomen van deze trektocht door het muzikale kunnen van Oceans Of Sadness. Een sfeervol pianostukje dat ideaal is als outtro vertelt ons dat het tijd is om weer naar nr. 1 te gaan.
Is er dan werkelijk geen punt van kritiek te bespeuren op dit album? Ik ben van mening dat dit hier niet het geval is. Met ‘Arrogance Of Ignorance’ heeft Oceans Of Sadness werkelijk zijn hoogtepunt bereikt. Het is in ieder geval al uitkijken naar de volgende plaat, laat ons hopen dat dit hoge niveau behouden zal blijven…

Pagina 431 van 468