logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_04

The Black Box Revelation

Set Your Head On Fire

Geschreven door

Het gaat goed met de Belgische muziek. Het gaat heel goed met de Belgische muziek. We hebben er alweer een knoert van een live-band bij. Na de tweede plaats op Humo’s Rock Rally, een EP ‘Introducing The Black Box Revelation’ brengen Paternoster en Van Dijck een dijk van een plaat uit met ‘Set Your head On Fire’.
Deze Belgische Witte strepen weten je meteen naar de strot te grijpen: ze spelen juist maar de basis (drums en gitaar). Het resultaat klinkt als een kruising tussen de Stripes en de zwaar onderschatte Jon Spencer Blues Explosion. Hun muziek is niet bijster origineel, maar hun mix van vettige garagerock en blues wordt retestrak gespeeld. Ze mogen van mij gerust naast Triggerfinger staan.
Hun verdienstelijke poging om ons uit de sokken te slaan kan ik helaas niet echt geslaagd noemen, vanwege gebrek aan originaliteit. Dit talentvol bandje dreigt te vervagen in het overaanbod van dergelijke groepen die op ons afkomen.
We hebben al Wolfmother gehad, Arctic Monkeys, Yeah Yeah Yeah’s, The Datsuns , The Black Keys. U ziet wel, allemaal goed gezelschap, maar ze verdienen nochtans beter dan alleen maar hun voorprogramma te worden.
The Black Box Revelation = Vettige en retestrakke knipoog naar garagerock.
Songs:
I think I like you, Love In Your Head, Gravity Blues, Never Alone/Always Together, Stand Your Ground, Love, Love Is On My Mind, Set Your Head On Fire, Dollars Are Sweet, They Say, Beatbox Revelation pt.1, Cold Cold Hands, We Never Wondered Why, I Don't Want It, Misery Box.

Blue Cheer

What doesn’t kill you

Geschreven door

Blue Cheer, hardrockers uit de oertijd, lagen zonder het zelf te weten aan de wieg van de metal, grunge en vooral de stoner-rock. Grunge-iconen Nirvana, niet de eerste de beste,  hebben altijd luidop geroepen dat Blue Cheer één van hun favoriete bands waren.
Met ‘Vincebus Eruptum’ en ‘Outsideinside’ maakte Blue Cheer in 1968 twee legendarische platen vol zompige, zware en vuile blues en hard-rock. Op hun volgende platen ging het er al wat gepolijster aan toe waardoor deze albums niet bepaald als klassiekers de geschiedenis zijn ingegaan. Nu, maar liefst een veertigtal jaren later komt Blue Cheer aanzetten met ‘What doesn’t kill you’, een come-back album die er best mag zijn. De heren zijn ondertussen al 60 maar weten toch nog venijnig te rocken. Natuurlijk is het niet meer zo grensverleggend  als destijds. In tijden van black-metal, death-metal, grindcore en consoorten kan een rockband als Blue Cheer niet meer extreem zijn (anno 1970 was dat wel even anders), maar ook niet potsierlijk of belachelijk, dat is een feit.
Hun hardrock is op vandaag bij momenten nog altijd ruw en brutaal, de gevreesde FM rock of AOR rock (noem het zoals u wil) wordt volledig geschuwd (alhoewel, op de ballad “Young lions in paradise” komen ze gevaarlijk in de buurt maar de song blijft nog net overeind). De blues daarentegen zit er wel nog stevig ingebeiteld en de seventies zijn kennelijk ook nooit weggeweest.
Het is de betere biker-rock, niks origineels, wel lekker vettig. Stevig wegscheurende rockers als “Rollin’ them bones”, “I don’t know about it”, “Just a little bit” (zwaar en zompig als weleer), de vette blues “No Relief” en vooral de zware sleper “I’m gonna get to you” maken van ‘What doesn’t kill you’ een beresterk album. Het aanschaffen waard, maar niet zonder dat u eerst de essentiële platen ‘Vincebus Eruptum’ en ‘Outsideinside’ tot u genomen hebt. Zit u een beetje krap bij kas, dan is de sterke verzamelaar ‘Good times are so hard to find’ uit 1988 een aan te raden alternatief als kennismaking met het oude materiaal.

Three Headed Monster

Three Headed Monster

Geschreven door

Het Nederlandse Melissa Records heeft een neus voor fijne US power metal. Na Seventh Calling en Beyond Fallen, brengt ook de instrumentale US powermetalband 3HM zijn nieuwe plaat uit via dit label.
De heren van 3 Headed Monster besloten in 2001 om hun vriendschap tot een hoger niveau te tillen. De enige manier om dit nog te kunnen, was volgens hen het oprichten van een band. Met zijn vieren begonnen ze te repeteren onder de naam Baptismal By Fire. Later werd deze naam vervangen door 3 Headed Monster. Een naam die in hun ogen veel stoerder klinkt. Helaas doet deze naam, volgens mij volledig onterecht, denken aan heel wat powermetalclichés, waar 3HM absoluut niets mee te maken heeft.
Na enige tijd samen gespeeld te hebben, ontdekten ze namelijk, dat ze tot dan toe nog geen zanger hadden. Lang moesten ze er niet over nadenken, om te beseffen dat dit eigenlijk geen gemis was. Al snel werd besloten om de samenstelling van de band zo te houden, waardoor tot nog toe geen zanger aan bod kwam.
Bij het beluisteren van hun nieuwe release, kan ik ze absoluut geen ongelijk geven. Op geen enkel moment in de CD vormt het ontbreken van een zanger een gebrek. Integendeel, het zorgt er eerder voor dat de muzikale genialiteit van de band nog meer tot uiting komt. Het album varieert tussen power-metal en thrash, waarbij wervelende solo’s, strak drumwerk, een deftige ritmesectie, … ervoor zorgen dat de CD al op zijn einde loopt, nog voor je door hebt dat er geen zanger aan te pas is gekomen.

Allen-Lande

The Revenge

Geschreven door

Een vervolg op het schitterende ‘The Battle’ uit 2005 had ik eerlijk gezegd niet meer verwacht. Het debuut van de samenwerking tussen Russell Allen (Symphony X) en Jorn Lande (ex-Masterplan) scoorde toen erg goed in onze jaarlijstjes.
‘The Revenge’, de opvolger, ontstond opnieuw uit het meesterbrein van songschrijver en gitarist Magnus Karlsson. Zowel Allen als Lande waren onmiddellijk bereid om de ideeën van Karlsson in realiteit om te zetten. Het resultaat is opnieuw een erg sterke melodieuze power metalplaat. Wie ‘The Battle’ leuk vond zal ook aan deze nieuwe schijf erg veel plezier beleven. Qua sound is er niet erg veel veranderd. Hoewel het verrassingsaspect verdwenen is slagen de heren er toch terug in om ons gedurende twaalf songs mee te voeren in hun gepassioneerde metal escapades vol stevige gitaarriffs, mooie pianolijnen en vocale powertrips. Qua songwriting waren de songs op het debuut net iets sterker. De songs op ‘The Revenge’ zijn soms wat gecompliceerder en vragen wat meer luistermomenten. Persoonlijk verkies ik het stemgeluid van Lande boven dat van Allen. In de monsterballade ”Master Of Sorrow” laat Jorn nog eens horen dat hij tot de beste rockzangers van het ogenblik behoort. Echt interessant zijn de duetten die de heren aangaan. Deze duels zijn regelrechte vocale metal gevechten. Zo is de titeltrack “The Revenge” één van de vele hoogtepunten van het album. De plaat werd afgewerkt door mixwonder Dennis Ward, waardoor het eindresultaat qua sound de perfectie weet te benaderen. Een van de betere Frontiers releases van het jaar!

Dragons

Here are the roses

Geschreven door

De eerste onvermijdelijke reactie is de volgende: Godverdomme, die gasten hebben alles gejat van The Editors en Interpol. ’t Zal wel , maar hebben Editors en Interpol ook niet alles gepikt bij Joy Division en The Sound ? Yep, ook weer waar. Laten we dus gewoon stellen dat we Dragons kunnen bijplaatsen in het rijtje nieuwe bands die de mosterd met een vette pollepel zijn gaan halen in de eighties. De echo gitaren zijn dus van de partij, de donkere en diepe vocals ook, en bij Dragons wordt er ook nog een streep synths toegevoegd waardoor we met momenten wat Simple Minds toestanden krijgen, zoals in “Treasure”. Het is allemaal wel wat voller, harder en strakker dan de Simple Minds en de Messias trekjes blijven gelukkig ook achterwege.
Ze hebben dus geen nieuw geluid ontdekt en doen dingen die allemaal al wel eens eerder door anderen zijn voorgedaan, maar de songs zijn bijzonder sterk en dat is wat ons betreft de reden waarom Dragons niet moet onderdoen voor gasten als Interpol en Editors. De sterke openers van de plaat “Here are the roses” en “Conditions” bevestigen dat alleen maar. De synths en vocals op het heftige “Obedience” neigen wat naar de industrial tonen van Depeche Mode, maar dan beter. De gitaren van “Trust” zijn zomaar weggelopen uit een Cult song ten tijde van ‘Love’ (“Revolution” en consoorten, weet u nog wel).
U ziet het, ‘Here are the roses’ is echte de moeite waarde, maar iemand moet deze band dringend vanuit de schaduw van Interpol en Editors weghalen.

Hard-Fi

Once Upon A Time In The West

Geschreven door

Het Britse Hard-Fi onderscheidde zich vorig jaar met de debuutcd ‘Stars of CCTV’, waarbij vooral de singles “Hard to beat” en “Cash machine” hoog scoorden binnen de melodieuze postpunkpop.
Hard-Fi trok de lijn van hun zoektocht van de perfecte popsong door met de tweede cd, die subtiel, verfijnd en sfeervol in elkaar zit. Piano, keyboards en strijkerarrangementen geven kleur aan hun poprocksongs. Ze zijn knap in elkaar gestoken, waarbij een hardere noot uitblijft.
Archer en de zijnen kiezen resoluut voor een grootse doorbraak en kunnen erin slagen met meezingbare songs als “Suburban knights”; “Help me please”, “We need love” en “The king”. Intiemer klinken “I shall overcome”, “Tonight”, “Watch me fall apart” en “Can’t get along without you”.
Een afwisselend plaatje dus. Ook de hoesfoto springt in het oog: een simpele tekst ‘No Cover Art’.Mooie zet?!

Iron & Wine

The Shepherd’s Dog

Geschreven door

Iron & Wine is het muzikaal project van de bebaarde Amerikaanse singer/songwriter Sam Beam. De huidige aanpak is duidelijk breder dan op de vorige cd’s, die eerder ingetogen americana/folk ‘haardvuur’songs waren.
’The Shepherd’s Dog’ brengt artiest én band op het voorplan; luister maar eens naar “Pagan, Angel and a Borrowed car”, “Carousel”, “Innocent bones”, “Wolves”, “Boy with a coin”, “The devil never sleeps” en “Peace beneath the city”. Ze staan garant voor mooi afwisselend en kwalitatief sterk songmateriaal: fris, vaardig, dromerig, sfeervol, intiem pakkend of door de psychedelica klinkend als een indieband.
De sterkte van de cd ligt in de gemoedsrust, wat ervoor zorgt dat dit een uiterst aangename, genietbare cd is.

Pinback

Autumn of the Seraphs

Geschreven door

Het Amerikaanse Pinback, onder het onafscheidelijke duo Rob Crow (bas) en Zach Smith (keyboards), is aan de vierde cd toe. Pinback, gegroeid uit Three Mile Pilot midden de jaren ’90, introduceerde samen met Low de lofi en slowcore geluid. Platen als ‘(This is a) Pinback cd’ en ‘Blue Screen Life’ klonken overtuigend. ‘Autumn of the Seraphs’ behoudt dezelfde eenvoudige, doch complex aandoende aanpak van traag meeslepende, sfeervol dromerig overlappend gitaargetokkel en -akkoorden, keyboards en bezwerende percussie, onder die emotievolle samenzang: “From nothing to nowhere”, “Barnes”, “How we breathe”, “Blue harvest” en “Bouquet”. Doch de plaat onderscheidt zich op een handvol songs door krachtiger en meer popgericht te  zijn; de heren geven hun sound een nieuw elan door hun melodielijn en ritme: “Good to sea”, “Walters”, “Devil you know” en het afsluitende “Off by 50”.
De hoes van de cd toont afbeeldingen van een angstaanjagende onderwereld, omgekeerd evenredig met de sound. Het lijkt wel een niet te vatten muzikale grimmige droomwereld van de heren.

Pagina 439 van 460