logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...

Night Ranger

Hole In The Sun

Geschreven door

Negen jaar na ‘Seven’ is er eindelijk een nieuw Night Ranger album. Na maanden beluisteren blijf ik dit een lastig album vinden om te bespreken. Mijn verwachtingen waren immers erg hoog gespannen. Ik verwachtte een bom à la ‘7 Wishes’ (’85) of ‘Big Life’ (’87), zeker nu de band ook tekende bij Frontiers Records. Aanvankelijk bleek deze nieuweling een erg teleurstellende plaat maar na ettelijke luisterbeurten werd ik toch wat enthousiaster. Doch ‘Hole In The Sun’ verbleekt bij de klassieke Night Ranger albums maar los van elke vergelijking is dit toch een vrij aardig Melodic rockalbum. Net zoals Toto & Journey maakte de band voor Frontiers een vernieuwend, modern rockalbum, zonder dat de plaat echt als ‘killer’ kan gecatalogiseerd worden. De line-up voor dit album is deze van de reünie line-up van 1996 (Jack Blades, Brad Gillis, Jeff Watson & Kelly Keagy). Enkel keyboardspeler Alan Fitzgerald werd vervangen door Michael Lardie, die eerder bij Great White aan het werk was. Ondertussen werd ook deze vervangen door Pride Of Lions keyboardist Christian Cullen.
Op ‘Hole In The Sun’ staan 12 goede tot uitstekende melodic rocksongs die zeker het beluisteren waard zijn! Dat de band zich heeft vernieuwd is meteen duidelijk als je de heavy openingstrack: “Tell Your Vision” hoort. Enkel de ballade: “There Is Life” (dat opvallend veel gelijkenissen heeft met “Sister Christian”) doet nog aan het oude Night Ranger denken. De gitaartandem Watson/Gillis haalt af en toe enkele stevige riffs uit de kast. Dit is dan ook een echte gitaarplaat want er zijn erg weinig keyboards te horen. De meeste songs werden ingezongen door bassist Jack Blades maar ook drummer Kelly Keagy mag hier en daar een song zingen.
Conclusie: zeker geen slecht rockalbum, al is het wel even wennen aan de gemoderniseerde Night Ranger sound. Als je een grote fan was van het klassieke Night Ranger is het toch wel even wennen en daarom kan ik dan ook iedereen aanraden de plaat voor aanschaf toch even aan een luisterbeurt te onderwerpen. Vernieuwend klinkt Night Ranger in elk geval. Of alle fans de band hierin zullen volgen durf ik sterk te betwijfelen.

Oi Va Voi

Oi Va Voi

Geschreven door

Het Londense Oi Va Voi verraste in 2004 met de cd ‘Laughter through tears’. Een exotische cocktail van pop, wereldmuziek, hoempapa en Balkan, wat smaakvol werd ontvangen. De band beschikte toen over zangeres KT Tunstall en violiste Sophie Solomon.
De band heeft voor deze opvolger de twee verliezen voldoende kunnen opvangen en heeft een tweede sterke plaat klaar, die per beluistering z’n subtiliteit prijsgeeft. Met hulp van zangeres Alice McLaughlin, is de muzikale aanpak breder en sfeervoller; af en toe klinkt het Londens gezelschap zwierig, fleurig en fris, door zigeunerklanken, folklore en Balkanpop. “Yuri”, “Balkanit”, “Dry your eyes” en het korte “Spirit of Bulgaria” geven een kleurrijke sound. Een volstrekt unieke band die live duidelijk extraverter klinkt.

Zaphayael

Zaphayael

Geschreven door

Zaphayael is een éénmansproject, die naar eigen zeggen ‘Blazing Melodic Metal’ brengt. Een term die naar mijn bescheiden mening de lading zeker denkt. Viktor Walschaerts, het brein achter deze band, scharrelde voor de opnames twee gastmuzikanten bijéén, die hun instrumenten aardig weten te hanteren, namelijk Jonas Messiaen (Angor Pectoris, Ex-Dusk en Ex-Head-on) en Koen Torremans (Vinternatt).

Naast de muzikale prestaties, die deze drie heren brengen, is ook de productie die in eigen handen genomen werd, bijzonder goed. Helaas maakte men gebruik van een drumcomputer om de kosten te drukken. Net als bij andere groepen die hiervan gebruik maken, kreeg ik een onnatuurlijk gevoel, wat ook niet onlogisch is.
Toch is dit enige minpunt niets in vergelijking tot de rest van de muziek. Zaphayael brengt met deze demo donkere melodische ‘black metal’, van hoge kwaliteit. De 23 minuten durende demo, vloeit door de boksen als één goed doordacht geheel. De melodielijnen overheersen dit geheel, waarbij vooral de synthesizer-elementen een meerwaarde bieden.
De demo telt slechts drie nummers, maar elk nummer toont op een andere manier de pracht van het album aan. Dit zorgt voor heel wat variatie. “As the Day Fades Into Night” opent het album op een rustige melodieuze manier het album, om vervolgens voort te vloeien in overwegend razendsnelle “Zoerselbos”. Beide nummers zijn grotendeels instrumentaal, al komt in de opener van het album een mysterieus klinkende verhalende stem naar boven, gevolgd door occasionele screams. “My Paragon”, daarentegen, wordt de eerste twee minuten ondersteund door grunts. Doordat de muziek ervoor gemaakt lijkt en het grunten wordt beperkt tot een minimum, brengt het een mooie aanvullende variatie, zonder te gaan vervelen.

Gelukkig liet Viktor zijn plannen niet langer in de kast liggen en waren beide gastmuzikanten bereid hun bijdrage te leveren aan het geheel. Zaphayael levert hier namelijk een meer dan behoorlijk debuut af. Laat ons hopen dat er al gauw een vervolg wordt afgeleverd, van deze band wil ik zeker meer horen!

Scorpions

Humanity – Hour 1

Geschreven door

Deze sympathieke Duitsers uit Hannover komen drie jaar na 'Unbreakable' (2004) op de proppen met een nieuw album. Wie voorheen niet van de Scorpions hield zal ook nu weer niet gecharmeerd worden door 'Humanity - Hour 1'. De periode dat de Scorps het grote publiek nog konden bereiken ligt immers al een tijdje achter ons. Na het uitbrengen van enkele vrij zwakke albums eind vorige eeuw ('Pure Instinct' (1996) en 'Eye II Eye (1999) keerden zelfs vele die-hard fans de band definitief de rug toe. Na wat symfonische en akoestische uitstapjes sloeg de band keihard terug met het uitstekende 'Unbreakable' uit 2004.
Het uitbrengen van 'Humanity  Hour 1' gaat gelukkig niet gepaard met een drastische muzikale koersverandering. Er werd immers gevreesd dat de band hun sound opnieuw wou moderniseren. Gelukkig niet en daarom klinkt dit nieuwe album lekker vertrouwd en typisch Scorpions. Het titelnummer vormde de 'leading song' in Brussel, eind maart, tijdens de Europese feestelijkheden. 'Hour 1' is ook een beetje een conceptplaat geworden over de neergang van onze aardkloot. De songs zitten prima in elkaar. Heel wat leuke riffs en gitaarsolo's verblijden onze oren en de zang van Klaus Meine is nooit beter geweest. Ballads en Up-tempo rockers wisselen ook nu weer traditioneel elkaar af. Mede door de ijzersterke productie van Desmond Child (die ook backingsvocals leverde en meeschreef aan enkele songs) is dit één van de allerbeste Scorpions platen van de voorbije 15 jaar! Qua stijl en sound doet dit album me vooral denken aan het uitstekende 'Savage Amusement' uit 1988 en dat is een erg groot compliment. Deze Duitse veteranenploeg doet het nog steeds prima en blijkt nog steeds in staat om een stevig potje te rocken.

The Fiery Furnaces

Widow City

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben er zo een beetje hun handelsmerk van gemaakt om de luisteraar telkenmale op het verkeerde been te zetten. Elke song verandert evenveel van tempo als van melodie, een fijne pianoriedel wordt zonder omkijken plotsklaps omgezet in luide gitaren en het ritme wordt om de haverklap gewijzigd. Op de duur weet je niet meer in welke song je zit. Er staan er zestien op ‘Widow city’ maar het zijn er precies wel 56. Maar let wel, de formule die zij toepassen is uniek en geslaagd en met geen enkele andere band te vergelijken.
Het is een avontuurlijke klotsende cocktail ontsproten uit het creatieve brein van twee boeiende figuren,  broer en zus Matthew en Eleanor Friedberger. Ongetwijfeld moet hun kop overlopen van zotte ideeën  en geschifte gedachten. Wat er uit komt is van een ongeëvenaarde muzikale genialiteit en spitsvondigheid. U zal misschien compleet gek worden van al die tempowisselingen en plotwendingen, wij daarentegen vinden dit bijzonder knap en geestig.

DeVotchKa

How it ends

Geschreven door

Devotchka bracht de cd ‘How it ends’ al in 2004 uit in de VS en pas toen pas de sfeervolle titelsong voor de film ‘Everyhing is illuminated’ werd gebruikt, verkreeg het ensemble airplay in Europa. En zodus geschiedde, de plaat werd pas in 2007 in ons Europees vasteland uitgebracht .
Een niet alledaags instrumentarium van akoestische gitaar, accordeon, viool en bastuba  zorgt voor een afwisselend geluid van Balkan, zigeunermuziek, hoempapa, mariachi, americana en  sfeervolle pop.
‘How it ends’ is een gevarieerde plaat, bevat een vleugje cabaret en ligt ergens tussen Beirut, Arcade Fire en Dresden Dolls. We horen broeierig en innemend songmateriaal, die een aangename afwisseling vormen tav de aanstekelijke, zwierige zigeunerpopsongs als “The enemy guns”, “We’re leaving”, “Such a lovely thing”, “Viens avec moi” en het instrumentale “Lunnaya pogonka”.
’How it ends’ is de aanzet van een mooie toekomst voor deze beloftevolle band.

José Gonzales

In our nature

Geschreven door

De Zweed José Gonzalez verkreeg vorig jaar onverwachts wereldwijd succes met z’n ingetogen akoestische bewerking van “Hearbeats” , origineel van The Knife, en terug te vinden op het vorig jaar verschenen debuut ‘Veneer’. Melancholisch, breekbare pop bepaald door mans begeesterend gitaarspel en warm fluwelen stem.
Ook op deze nogal snel volgende nieuwe plaat ‘In our nature’ vinden we opnieuw een geslaagde cover “Teardrop” van Massive Attack. De tien songs - overwegend korte, kernachtige sfeervolle en intieme gitaarpopparels - zijn ontdaan van enige franjes en is ideaal candlelightvoer, weg van alle drukte en aandacht; prachtig klinkend gitaargetokkel van somber, weinig opbeurend, songmateriaal. Een donker randje is behouden.
Besluit: melodieus pakkende songs, die zich niet echt onderscheiden, maar het resultaat zijn van een talentrijk singer/songwriter.

Two Gallants

Two Gallants

Geschreven door

Op amper twee jaar tijd is dit al het derde schot in de roos van dit duo na het prachtige ‘What the toll tells’ en de al even mooie intimistische EP ‘Scenery of farewell’.
De formule is min of meer hetzelfde gebleven: splijtende en doorleefde  songs die tot op het bot gaan, een shuurpapieren stem en een snijdende mondharmonica. Dylan en Neil Young zijn wederom dicht in de buurt. Voor het grootste deel hebben Two Gallants op deze derde titelloze cd de lijn van ‘Scenery of farwell’ doorgetrokken, wat zich vertaalt in overwegend ingetogen en rustige nummers als het bloedmooie en desolate “Fly low carrion crow” en het prachtige “Trembling of the rose”. Als het er wat feller aan toe gaat dan hangt er een dreigende Bad Seeds- of Gun Club -wolk in de lucht (“My baby’s gone”).
Wat Two Gallants zo bijzonder maakt is dat ze hun songs niet te veel willen opsmukken, ze halen er  de angel niet uit. Met hun platen gaan ze dus zeker niet rijk worden maar ons kunnen ze er alleszins mee raken.

Pagina 443 van 462