logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_10

De Delvers

Onder de Vloer -single-

Geschreven door

De Delvers hebben het in hun tweede single, uit hun binnenkort te verschijnen album ‘Hart in Neonlicht’, over mensen die niet voldoen aan de eisen van de huidige prestatiemaatschappij. Het is een feit dat onze huidige maatschappij met zijn talloze eisen, druk en regeltjes nogal wat mensen achterlaten of uitsluiten. Mensen die nochtans ook hun steentje kunnen bijdragen op hun eigen manier en waardevol voor de samenleving zijn. Ook mensen, die om allerlei redenen, afwijken van de norm worden heden ten dage enorm geviseerd.
Dit alles werd gegoten in een mooie tekst en wordt begeleid door leuk gitaarspel, bas, synths en attractief drumwerk. Rene Hulshbosch van Struggler komt naar het einde toe vocaal ook nog even meedoen.

Onder de Vloer -single-
De Delvers (feat. Rene Hulshbosch)

Hun video: https://www.youtube.com/watch?v=Nb2X8IPE_VI

Goudi

Oostende

Geschreven door

Goudi, dat is Pierre Goudesone van de vroegere newwaveband Flesh and Fell. Vandaag klinkt Goudesone’s stem opvallend als die van die andere bekende Brusselse Oostendenaar, wijlen Arno, en dat speelt hij graag voluit uit, met parlando en fluisterend zingen in soms wel heel sappig Oostends.
Muzikaal tapt Goudi wel uit een ander vat dan Arno, hoewel er ook overeenkomsten zijn: er wordt al eens teruggegrepen naar elementen uit de blues (op “M’en Liefde Nodig”) en naar het hitsige van Serge Gainsbourg (op “Muzik Min Keure”).  Le Plus Beau wordt zelfs in de eregalerij van Goudi gezet tussen (onder meer) Permeke, Jacky Ickx en Brel in “Belgica”.
Soms wordt de geinige parlando van Goudi geserveerd op een bedje van broeierige, urban synthpop, met vaak nog steeds een bluesy gitaarlick als toetje. Het is een formule die werkt. Soms kabbelt dit album achteloos-aangenaam voorbij en dan ontdek je als bij toeval nieuwe stukjes die je intrigeren of bijblijven. ‘Oostende’ ontdek je – net als de stad – niet in één wandeling. Elke luisterbeurt is een nieuwe ontdekkingstocht.
Toptracks zijn het walsende “T’is Wat Het Is” (met enkele goed gemikte blazers), “Alles Kan Wachten” (met een stukje rap erbij), “In Us Hoofd” en “Oender Min Vel”.

‘Oostende’ is een album dat zich niet snel laat doorgronden. Un train peut en cacher un autre, zeggen ze in het Frans en dat gaat ook op voor Goudi op dit album: telkens je denkt dat je hem en zijn album helemaal doorgrond hebt, volgt er een nieuwe openbaring. Zo een album kunnen maken, dat is slechts weinigen gegeven.

Little Kim

Moederland

Geschreven door

‘Moederland’ is het solo-debuutalbum van Kimberley Claeys, die muzikaal al heel wat rondzwervingen achter de rug heeft. Misschien kent u haar van Little Kim & The Alley Apple 3, als de huidige zangeres van Kadril of van haar samenwerkingen met Guido Belcanto, maar dat is eigenlijk nog maar het begin van een lange lijst.

‘Moederland’ is Little Kim’s solo-debuut en daarop biedt ze zowel country, americana (Belgicana) als folk en het betere levenslied, op Nederlandstalige teksten van Guido Belcanto, Lieven Tavernier en Bruno Deneckere. Dat zou een heel heterogeen album kunnen opgeleverd hebben, maar ‘Moederland’ is als een grote tafel met food-to-share dat door slechts één kok bereid is en die kok is Kim zelf. Ze kreeg hulp van een absoluut dream team, niet alleen als leveranciers van songs maar ook nog eens bij de muzikanten, maar het is zij die aan alle composities een eigen draai heeft gegeven. De songs werden haar op het lijf geschreven en zij ging daar nog eens next level in door zich helemaal in elk personage in te leven bij de opnames.

De songschrijvers putten uit eigen werk en maakten vertalingen en herinterpretaties van klassiekers. Die komen van Bob Dylan, Jack Clement (die songs leverde aan onder meer Johnny Cash), Gillian Welch, Nathalie Merchant en Daniël Norgren.
Opnieuw heel divers, maar het levert een reeks parels op die tot de top van de Nederlandse canon zouden moeten behoren. “Neem Maar Mee, (Vuilnisman)” lijkt op het eerste gehoor een lichtvoetig niemendalletje, maar heeft een tweede laag die gaat over het loslaten van oude dromen en verlangens. Titeltrack “Moederland”, over de Eerste Wereldoorlog maar dan vanuit het standpunt van een moeder, kan inzake intensiteit wedijveren met Vermandere’s “Altijd Iemand’s Vader, Altijd Iemand’s Kind”. “Een Jongen Die Ik Heb Gekend” en “Ik Denk Dat De Dingen Zo Gaan” dragen tekstueel onmiskenbaar de stempel van Guido Belcanto en tonen waar hij de absolute meester in is: nonchalant en openhartig: oeverloos liefdesverdriet in een schoon papierke met een grote roze strik errond. “De Tweede Kus” herinnert er ons nog eens aan dat we Bruno Deneckere misschien wat te vaak miskennen als songschrijver.
Niets dan lof dus voor Little Kim en haar debuut. Of misschien een paar kleine opmerkingen. De twaalf songs van ‘Moederland’ zijn haar op het lijf geschreven, maar ik mis er op dit solo-debuut eentje waarin ze voluit haar hele vocale range showt. En als je Belcanto kruist met country en americana, moet je misschien voluit voor het tranerige durven gaan in de vocalen. In country wordt een gebroken hart nog rauw en bloedend op het bord geserveerd.

Great things come to those who wait. Little Kim heeft misschien lang gewacht voor haar solo-debuut, maar ‘Moederland’ bewijst dat geduld altijd beloond wordt.

A Slice of Life

Tabula Rasa

Geschreven door

‘Tabula Rasa’ is het tweede full album van de Belgische postpunkband A Slice Of Life, met een overvloed aan referenties naar de donkere jaren ’80. Het genre waarin deze band grossiert, kan je behalve als postpunk ook nog omschrijven als gothic rock of new wave. Welke term u ook verkiest, onthou vooral dat A Slice Of Life met ‘Tabula Rasa’ een meesterwerkje heeft afgeleverd dat ons landje nog maar eens aan de kop van het postpunk-peloton zet.

“Seven Days” deed als vooruitgeschoven single reeds het beste vermoeden voor dit album. Niet alle tracks halen vlot dat niveau, maar ‘Tabula Rasa’ heeft ook geen missers of vullers. “Matterhorn” is een sterke, dansbare track. “Goodbye” en “Fortress Of Solitide” zijn licht tergende slepers zoals the Cure die op zijn jongste albums al eens durft te zetten. Nog meer referenties naar dan de jonge versie van the Cure in de intro van “Cavern”. “Anywhere But Home” heeft een ijzersterke finale. Misschien een beetje klassiek en voorspelbaar in de opbouw, maar wel goed en met passie gebracht.
In postpunk kies je als band voor ofwel onderkoelde en eentonige vocalen of voor net veel passie en emotie. Tracks als “Run For Cover” toont dat Dirk Vreys de juiste keuze heeft gemaakt. Geweldige track, geweldige lyrics (‘people go when friendships die’ is zo uit het leven gegrepen en herkenbaar).
“What Doesn’t Kill Me” heeft wat leuke verrassinkjes in de muziek, maar nog niet op het niveau van een Whispering Sons.
Sterke intro’s hebben ze wel bij A Slice Of Life. Die van “In Your Shoes” is er ook boenk op. Kort daarna lost deze track niet alle verwachtingen in en lijkt die wat te gaan doodbloeden, maar dan herpakken ze zich en zwelt de windhoos van gelaagde gothic rock alsnog aan.
Op het afsluitende “Animal Instinct” duwen Vreys & co het gaspedaal nog wat dieper in en krijgt Emmanuel Schaeverbeke op keys eens de hoofdrol. Dansbaar en catchy met twee voeten vooruit.

‘Tabula Rasa’ is een heel gevarieerd en sterk album waar elke fan van postpunk (of hoe je het ook wil noemen) plezier zal aan beleven.

Beuk

Allerlaatste Keer -single-

Geschreven door

De Brugse hardrockers van BEUK slaan nog eens onverbiddelijk toe. Er komt van hen een nieuwe EP aan en daarvan kregen we al het snedige “Woord Voor Woord” als single op ons bord.
Bij “Woord Voor Woord” waren we blij dat BEUK eindelijk het ‘brave’ van zich afgeschud had. Dat blijkt hier opnieuw, met in de tekst onder meer een rolletje voor een ‘vochtige Vera’.
De nieuwe single heeft in de lyrics – in tegenstelling tot Vera - misschien iets minder ‘diepgang’, maar het is wel een knaller van een party-anthem en dat had BEUK nog niet in het repertoire.
Live wordt dit waarschijnlijk de track waarmee op het einde van de set een bisnummer wordt afgedwongen.

De lyric video is een compilatie van beelden van  hun concert op Alcatraz Open Air eerder deze zomer.
https://www.youtube.com/watch?v=-_XIQHbeoiM

Sovjet War

Psychopuppets

Geschreven door

Sovjet War is een Leuvense postpunkband die al even aan een comeback bezig is. De bandnaam is dus niet ingegeven door de fratsen van Vladimir Poetin, eerder door één van zijn voorgangers. Sovjet War begon in 1979 als The Sovjets en hun grootste wapenfeiten in hun ‘eerste leven’ waren een concert als support van Red Zebra en enkele opmerkelijke en een leuke single (“It Became A Problem/Guns For Fun”). Hun comeback werd deels gedwarsboomd door corona, maar zopas stonden ze in het Depot in Leuven als support van the Stranglers.
Sinds enkele jaren werken ze aan een comeback en al dat harde werk wordt nu beloond met een vinylalbum (hun eerste!). Die heeft niet een A- of B-kant, meer één kant ‘new’ en de andere ‘old’.

De nieuwe is interessant, met een mix van postpunk (new wave) en punk. In de begindagen van de postpunk waren de grenzen van de genres niet zo duidelijk. Dat hoorden en horen we ook bij de Definitivos, de Kortrijkse band met een vergelijkbare levensloop.
De opnamekwaliteit van het gedeelte ‘new’ is niet altijd helemaal top, maar zo klonk deze band ook in zijn begindagen en dat geeft een zekere c harme aan de muziek. Het zijn allemaal toptracks: het dreigende van “The Killer”, het meezingbare refrein op “The Fall”, de tastbare doom  en gloom op “Ruins”, het heerlijke Engelse accentje in “Deaf Death Story”, de punky (UK Subs)-vibe op “All Systems Go”, … Die laatste track stond reeds op een EP van 2018. Het mooiste geschenk aan de fans is misschien wel de 2021-versie van “The Nuthouse”, de track waarmee ze in 1983 op de verzamelaar ‘No Big Business 2’ stonden.

De geluidskwaliteit neemt een duik op de ‘old’-kant van ‘Psychopuppets’.  Van drie songs krijgen we de demo-versie (“Full Control”, “State Police” en “Commercial Business”) en van vier andere krijgen we de live-versie (opgenomen in de Lido in Leuven in 1983). Van die live-opnames bestaat al een album dat in 2005 op CD werd uitgebracht. Leuk voor de oude fans en als document voor de geschiedenis, deze old-kant, maar voor de veel grotere groep van postpunkliefhebbers die Sovjet War nog moeten ontdekken, was het waarschijnlijk interessanter geweest om de originele opnames erbij te zetten. Dat kan natuurlijk nog op een volgende release.

Met ‘Psychopuppets’ claimt Sovjet War terecht zijn plaats in de Belgische new wave-geschiedenis en laat deze Leuvense band horen dat ze nog steeds alive and kicking zijn.

Op 25 november staat Sovjet War in de B52 in Eernegem, samen met de Definitivos en Dead High Wire.

momoyo

Gaps In Time

Geschreven door

‘Gaps in time’ is het debuutalbum van de Gentse band momoyo. De titel verwijst voor de band naar momenten die buiten de tijd vallen en die je helpen om vanop een afstand naar jezelf te kijken. Elk nummer gaat over een ogenblik waarop je door de snelheid van het leven breekt en tot volmaakte stilstand komt.

Over hun debuut-EP ‘momoyo’ waren wij in 2020 al zeer te spreken en dat is deze keer niet anders. In de lyrics lijkt het allemaal wat ernstiger dan in 2020. Het nieuwe album verkent de versplintering die gepaard gaat met ouder worden en gaat over de liefde, uiteraard, maar ook over ziekte, kunst, klimaat, bewijsdrang, teleurstelling en transformatie. In de droefnis snijdt dit album dieper en tegelijk is dit ook het meest dansbare dat momoyo tot dusver maakte.

Dat dansbare en de soms heel catchy refreintjes maken het verschil met de EP. Muzikaal gaat ‘Gaps In Time’ breder en dieper. Zijn gebleven: de broeierige, loungy triphop met vage referenties aan Portishead en Massive Attack en bij momenten moet ik denken aan de baanbrekende art-pop van die andere Gentse band, Thou. Mooie referenties zijn dat en momoyo zet die compromisloos in het hier en nu en voegt daar nog een paar dimensies aan toe: diepgang in de muziek en in de lyrics.
“Mouth”, “Bones” en “Hands” zijn de sterke singles van dit album, maar mijn favoriet is toch de ontwapenende openingstrack “Shut”.
Dat België te klein zou zijn voor momoyo stond in de sterren geschreven. De Britse tournee die ze volgende maand ondernemen voor ‘Gaps In Time’ is misschien nog maar het begin van een veel groter verhaal.

Arno

Opex

Geschreven door

Heel wat fans keken reikhalzend uit naar ‘Opex’, het postume album van Arno. Opgenomen terwijl de man met de zeis al mee in de studio stond. Het is een mooi afscheid geworden, maar dan ‘schoon’ op zijn Arno’s, met af en toe een middelvinger, een paar vloeken en een knipoog naar alle vrouwelijk schoon dat langskomt.

“La Vérité” en “Take Me Back” zetten de toon op ‘Opex’. Arno’s zang is dun en fluisterachtig, prevelend, maar gezien de omstandigheden is dat uiteraard geen probleem. Op “Take Me Back” is de hunkering naar de liefde bijna tastbaar.
“I Can’t Dance” is als Tjens Couter-nummer een eresaluut naar Paul Decoutere, zijn eerste muzikale compagnon de route, die Arno al zat op te wachten in het hiernamaals. Mooi, maar ergens hadden we voor dit album een beetje gerekend op een reünie met Jean-Marie Aerts of Serge Feys. Zelfs met de eindhalte in zicht blijft Le Plus Beau stronteigenwijs zijn zin doen.
“Honnête” lijkt op het eerste zicht een banale, vulgaire ode aan een dame die vakkundig op Arno’s ‘trompet’ kon spelen, maar dan merk je in de lyrics zinnetjes als ‘j’ai vu mon destin, dans tes yeux’ en dan interpreteer je die hele song toch weer anders.
“La Paloma” had Arno al eens onder handen genomen als Charles et les Lulus, een album waar heel wat Arno-fans hun neus voor ophaalden. Voor die ondankbaarheid worden ze hier gestraft met een “Paloma Adieu” met ook nog eens Mireille Mathieu zelf erbij. Ondanks het grote respect voor beiden, zullen velen het met mij eens zijn dat objectief gezien dit de minste track is van het album. Het is een beetje alsof Arno moet gedacht ‘ik zal ze daar nog eens goed liggen hebben’. Een opgestoken middelvinger vanuit het graf.

‘Opex’ is een familie-album geworden, met een ode aan Arno’s grootvader (op “Mon Gran-Père”) en voorts nog de saxofoon van zijn broer en de programming van zijn zoon. Op “Boulettes” blijkt dat we met z’n allen Arno’s kl*ten kunnen kussen zolang we niet iedereen als onze gelijke behandelen.  “One Night” (With You) kennen de meesten in de versie van Elvis. Arno zet deze klassieker volledig naar zijn hand, samen met gitarist Bruno Fevery die er een bombastische, ruige, rammelende retro-feel aan geeft.
Op “Court-Circuit Dans Mon Esprit” komt pianist Sofiane Pamart nog eens langs. Hij tilde Arno’s album ‘Vivre’ al naar een hoog niveau en hier doet hij dat nog eens over. De pianobegeleiding is sober en in de lyrics is Arno ontwapenend eerlijk: ‘maintenant je paie mes conneries du passé’. 
Op “I’m Not Gonna Whistle” toont Arno Magritte-gewijs als afsluiter nog eens zijn talent op mondharmonica.

‘Opex’ is een mooi afscheid geworden. Adieu, godverdomme!

Pagina 58 van 460