logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Guns N Roses
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 29 juli 2010 02:00

American Slang

Ware het niet dat ze zelf onvoorwaardelijke fans zijn, je zou zo stilaan toch gaan denken dat de heren van The Gaslight Anthem de eindeloze vergelijkingen met Bruce Springsteen kotsbeu zijn. Het werkt ons precies meer op de heupen dan henzelf, want zij vinden het helemaal niet erg, terwijl wij een acute aanval van diarree niet kunnen afhouden telkenmale als we de naam Springsteen horen vallen.
Kijk, de stem van zanger/gitarist Brian Fallon neigt inderdaad wel naar die van de vermeende all American hero, maar wat The Gaslight Anthem op de opvolger van het zeer aanstekelijke ‘The ‘59 sound’ presteert is wat ons betreft veel heter, energieker en soulvoller dan wat de ouwe zeurpiet al tientallen jaren weet te brengen. Kortom, dit hier rockt, Springsteen zwalpt. Had men de zogenaamde ‘Boss’ jaren geleden opgesloten met een handvol platen van The Clash en The Replacements en met een zwaar ontvlambare dosis buskruit in zijn reet, dan had ie misschien net zo opwindend geklonken als The Gaslight Anthem.
Om maar te zeggen, wij houden enorm van dit plaatje. Waarom? Omdat de 10 songs op ‘American Slang’ beresterk zijn. Allemaal nummers met een felle kop, een flinke staart, ijzersterke melodieën, potige riffs en met een refrein om U tegen te zeggen. Amerikaanse muziek met tempo, power en brains, gemaakt voor lange ritten op de snelweg, en een garantie voor enthousiaste zwetende concertzalen.
‘American slang’ is 34 minuten kolkend entertainment met tien kanjers van songs vol vuur en passie.
Dit is, samen met The Hold Steady en Drive by Truckers, één van die bands die voor een stevige nieuwe wind zorgen in de Amerikaanse pure roots-rock. En als we The Gaslight Anthem dan toch moeten vergelijken met een ouwe rocker, dan kunnen wij veel beter leven met Tom Petty. Op 14/11 in de AB ! U moest al weg zijn.

donderdag 29 juli 2010 02:00

Lux

Dissapears (Chicago, USA) staat voor zinderende gitaren die vertrekken vanuit Velvet Underground fuzz en zich richting shoegaze begeven. Onderweg passeren ze bij The Fall, Alan Vega, Ride en Wipers. Ze eindigen in een poel waar hedendaagse geestesgenoten als Wooden Shjips en A Place to Bury Strangers ook in woelen.
Meer underground dan mainstream dus, een geluid die scherp en noisy is, gitaren die stoten en grommen en vocals die ergens vanuit de verte er overheen roepen (denk aan Mark E Smith van The Fall).
In tegenstelling tot een hoop andere noise- en shoegazebands verdwaalt Disappears echter niet in ellenlange songs met oorverdovende uitbarstingen. Met amper tien songs van tussen de twee en vier minuten houden ze het vooral kort, bondig en punky, en na amper 29 minuutjes is het liedje al uit.
Een boeiende en meeslepende underground plaat.

Het programma van de Lokerse Feesten is wel meer op nostalgie gericht, vanavond was dit zeker het geval, er liepen nogal wat ouwe rockers met gezette bierbuiken rond. Kon ook moeilijk anders, met zo’n affiche.

Therapy? , nog steeds zeer geliefd in België, mocht de regenachtige avond openen in Lokeren. De band hun set klonk misschien bij momenten een beetje rommelig, maar bij de drie immer sympathieke heren valt dat best te pruimen. Hun sound heeft wat aan agressie moeten inboeten en is er wat meer fun in de plaats gekomen, maar de spontaniteit is onberoerd gebleven, en dat is wat hen populair houdt. Uiteraard moesten ze het hebben van de oudjes als daar zijn “Isolation”, een nog steeds fel en verbeten “Teethgrinder”, “Going nowhere”, “Die laughing” en natuurlijk “Diane” dat voor de gelegenheid een strak rockkleedje kreeg aangemeten.
Niks nieuws, niks verrassends, maar toch een blij weerzien met deze fijne gasten.

Mötley Crüe, wat moesten we daar in hemelsnaam van verwachten ? een over the top karikaturale Amerikaanse hard-rock band waarvan hun sex-, drugs- en rock’n’roll uitspattingen beruchter zijn dan hun muziek.
Wel, het viel reuze mee, tenminste voor wie zich een uurtje kon inleven in de wereld van kitscherige cliché matige hard-rock. En dat konden wij nu voor één keertje ook, zie. Het hoge stemmetje, de gierende gitaren, de hair metal meets New York Dolls looks, de stoere poses, de vlammenwerpers, het vuurwerk. Het ging er allemaal lekker in. De songs die voor ons Europeanen niet echt wereldschokkend zijn, werden hard en strak gespeeld en de totaalsound mocht er zijn. Meer dan geslaagd, dus.

Ontgoocheling van de avond waren de ouwe rockers van Golden Earring. Van een bende ervaren rotten hadden we toch wat meer verwacht, maar ze klonken alsof ze de laatste 15 jaar alleen nog maar comateus in leven werden gehouden (kan ook 25 jaar zijn). We kregen een fletse, routineuze set in de trend van ‘we willen nog wel, maar we kunnen echt niet meer’. Songs als “When the lady smiles” en “Twilight zone” werden al vroeg in de set half op automatische piloot na mekaar afgehaspeld en brachten geen greintje beroering teweeg. Het onvermijdelijke “Radar love”, dat de meubelen moest redden, werd ontsierd door een compleet overbodige drumsolo en had verder ook maar weinig power te bieden. In de bisronde probeerden ze het dan over een andere boeg te gooien door wat meer de rock’n’roll toer op te gaan, maar ook daarmee gingen ze de mist in. Eén ding werd ons klaar en duidelijk vanavond : Golden Earring is klaar voor het kerkhof.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

donderdag 22 juli 2010 02:00

Brothers

Telkenmale als we de nieuwe Black Keys een draaibeurt geven vinden we hem beter, en we vonden het van in het begin al een heel aardige plaat. Waar gaat dat eindigen ?
Na hun uitstapje met Danger Mouse op de voorganger ‘Attack and release’ zijn Dan Auerbach en Patrick Carney het terug meer bij de roots gaan zoeken, maar het hippe van de Danger Mouse periode hebben ze lekker voor zich gehouden, en net dat zorgt op ‘Brothers’ voor spitsvondigheid, passie en bruisende grooves.
Het duo heeft niet alleen de blues een nieuw elan gegeven, ook met soul en funk spelen ze een heerlijk spelletje. Vooral de intrede van een spits orgeltje doet het een en ander stomen op het tintelende “Tighten up” en het olijk wiegende “The only one”.  Auerbach stuwt bij momenten zijn vocalen richting falsetto en komt hier bijzonder goed mee weg. Over de hele plaat trouwens triomfeert de soulvolle stem van Auerbach, de man zingt beter dan ooit.
Deze keer mag er ook af en toe een basgitaar meedoen. De baslijn van het gloeiende “Sinister kid” zijn ze wel voor een stukje gaan lenen van “Little umbrellas” op Zappa’s ‘Hot Rats’ album, maar dat is dan het betere jatwerk, zeg maar, want eerder had dEUS ook al hetzelfde basloopje gepikt voor “W.C.S first draft” op hun debuut cd.
De vettige Black Keys, zoals we hen kennen van ‘Thickfreakness’, halen het smerigste van de blues naar boven op “She’s long gone” en het instrumentale “Black mud”. Iets verderop smijten ze zich in onvervalste soul met de prachtige plakkers “Too afraid to love” en “Never gonna give you up”. Het duo brengt ons van de ene verleiding in de andere, tonnen variatie maken deze plaat zo sterk.
The Black Keys weten op ‘Brothers’ als geen ander authentieke blues en soul in een hedendaags hip daglicht te plaatsen. Wie de band aan het werk gezien heeft op Rock Werchter weet waarover we het hebben. Voor de rest : herkansing in de AB op 15/11.

In tijden van overaanbod mag Rock Zottegem niet klagen. Hun tweedaags festival geraakte zonder problemen uitverkocht, en dit amper een weekend na Rock Werchter. En ook Zottegem kreeg de hitte cadeau. In de grote festivaltent zorgde dit uiteraard voor de nodige liters zweet die dan alweer gecompenseerd dienden te worden met liters bier. En van een heuse wolkbreuk bleven ze ginder op zaterdag evenmin gespaard. Het was dus een festivalletje met alles erop en eraan.
Ook de affiche was lekker gekruid met Belgisch jong geweld naast een paar legendarische namen als Iggy and The Stooges en PIL. Een geslaagde combinatie, zo bleek.

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010 – Open Up and Bleed

Das Pop, het bandje van de immer sympathieke Bent Van Looy, bleek na een geslaagde doortocht op Rock Werchter ook in Zottegem een publiekslieveling te zijn en bracht met hun frisse aanstekelijke pop een erg enthousiast publiek op de been.

The Charlatans zijn als overlevers van de Manchester scene (nu toch ook alweer zo een twintig jaar geleden) niet zo gekend bij het overwegend jonge publiek. Zij moesten dus keihard hun best doen om het volk voor zich te winnen. Waar ze bij momenten toch aardig in slaagden, uiteraard met een song als “The only one I know” die na al die jaren nog heel vitaal klinkt en hier een prima uitvoering mee kreeg, maar ook de rest kon ons bekoren. The Charlatans speelden strak en met de nodige drive. Soms werd het tempo wat gedrukt en verslapte de aandacht van het publiek wat, maar over het algemeen kunnen we hier toch van een puik optreden spreken met vooral een sterk en zinderend slot.

De organisatie van Rock Zottegem mag de handjes in elkaar wrijven. Zij hebben het meest legendarische Iggy and The Stooges concert uit de recente ‘Raw Power’ tournee te boek staan.
Iggy, die alweer als een ongelooflijke zot tekeer ging, dook tijdens de mokerslag “I wanna be your dog” met een kattesprong het publiek in, smakte met zijn smoel ergens tegen de reling aan en kwam met bebloed gezicht het podium terug op om er vervolgens nog een fellere lap op te geven, alsof zijn onzachte landing hem nog meer had opgejut. Enkele ogenblikken na zijn onfortuinlijke stunt kondigde hij de volgende song aan met ‘This is a song about blood’ en zetten The Stooges “Open up and bleed” in, het kon niet toepasselijker. Ze zullen het op Rock Zottegem niet snel vergeten, Iggy moest trouwens na de set voor enkele hechtingen even een ommetje maken langs het hospitaal. Rock’n’roll !!
Niet alleen daarom was dit optreden onvergetelijk. De ganse set had immers terug een brute orkaankracht. Iggy And The Stooges hadden ons tijdens dezelfde tour al eens overdonderd in Lille, april ll (check het verslag op deze site), maar in Zottegem was het, voor zover men dit mogelijk acht, nog straffer.
Op “Penetration” na werd de ganse ‘Raw Power’ plaat er als een splinterbom doorgejaagd, van de smerige oerblues van “I need somebody” en “Gimme danger” tot de vuile punk van “Your pretty face is going to hell”, “Raw Power”, “Search and destroy”, “Shake appeal” en “Death Trip”. James Williamson’s gitaar klonk even gortig en rauw als destijds, Mike Watt molesteerde als een halve gek zijn bass en Scott Asheton mepte zijn vellen aan flarden. De hete punksong “I got a right” blies het dak er af. Iggy haalde ook weer de uit het oog verloren platen ‘Kill City’ (“Beyond the law”, “Kill City”, “Night theme”) en ‘Metallic K.O.’ boven. Uit deze laatste was de ultra heftige rock’n’roll van “Cock in my pocket” fenomenaal en natuurlijk was “Open up and bleed” de song van de avond omwille van Iggy’s bebloed gezicht. Tijdens “Shake appeal” mochten naar goede gewoonte de fans met Iggy het podium op en ving een te opdringerige fan hierbij enkele rake klappen. Kwestie van het gewelddadige karakter van dit hete concert nog wat meer in de verf te zetten. Met hulde aan de security man die nogal flink doormepte en hiermee Iggy met succes afschermde.
Het explosieve feestje eindigde met een uitzinnig en spetterend “No Fun”, de tent ging helemaal plat.
Er is geschiedenis geschreven in Zottegem. Fuckin’ fantasisch !

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

donderdag 10 juni 2010 02:00

Wake up the nation

Weller, een klasbak van alle tijden en stijlen, heeft nog maar eens een puike plaat afgeleverd in de goeie ouwe traditie van wijlen The Jam, althans wat de duur van de nummers betreft, die zijn kort en spits. Niet dat we daarom het geluid van The Jam moeten verwachten -ook al mag bassist Bruxe Foxton een keertje meedoen op het fijne rockertje “Fast car, slow traffic”-, het is gewoon terug zo een typische Weller plaat die verschillende richtingen uit gaat maar nergens de weg kwijtraakt.
Veel variatie en verscheidenheid dus op dit album. Er is splijtende rock in “Moonshine”, knappe soul in “No tears left to cry” (waarin Weller wel heel dicht bij de betreurde Willy Deville aanleunt), onvervalste seventies funk in “Find the torch, burn the plans” (pure Curtis Mayfield), psychedelica in “7 & 3 is the strikers name” en stevige punkpop in “Two fat ladies”. In het buitenbeentje “Trees” zijn al die verschillende stijlen dan nog eens in één song gepropt, een mini rock-musical zeg maar (bij Pete Townshend op bezoek geweest, Paul ?).
Na de vette kluif die voorganger ’22 dreams’ toch wel was is dit alweer een boeiend en bruisend Weller album. Zo mag hij nog lang doorgaan.

donderdag 03 juni 2010 02:00

The City

De Antwerpse zwaar getatoeëerde rockers van The City komen met een pittig album op de proppen. We horen vooral Guns ‘n’ Roses, maar de meligheid van die band hebben ze gelukkig niet overgenomen. In plaats daarvan heeft The City wat rauwe punk opgenomen in hun sound, en dat levert knappe brokken punkrock op als “Hate to love you”  en “Ghostship”.
Echt origineel is het allemaal niet, maar de band produceert overtuigend een vettig en stomend hard rock geluid met een punky edge. Pretentieloze straight edge rock, zeg maar. Het klinkt alleszins lekker.

Check op www.myspace.com/thecity13 of
www.faktorecords.be

donderdag 27 mei 2010 02:00

Long lost son

Grant Moff Tarkin is dromerige Americana straight from our country. ‘Long lost son’ is reeds hun tweede album en baadt in een sfeer van desolate landschappen en verlaten moerassen. Fijne akoestische gitaren gaan over in soms venijnige elektrische stuiptrekkingen en de vocals van zangeres Julax geven alles een zweverig karakter. Voortdurend komen de Cowboy Junkies ons voor de geest, er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden.
De groep durft ook al eens uit te freaken in langere stukken als het bezwerende “Sabah”, beetje Black Mountain zelfs, en dat is een compliment.
Dit album is voorzien van knappe country, folk, rock en blues en gaat nergens de melige kant op. Hier zit muziek in.

Check op www.grantmofftarkin.be of www.myspace.com/grantmofftarkin

donderdag 27 mei 2010 02:00

Coexist

Wat in Nederland toch al min of meer een gevestigde waarde is moet in België nog helemaal ontdekt worden. Als het er in het geval van Ruben Hoeke ooit nog van komt, want bluesrock is in muziekminnend België immers even populair als krulbollen bij bodybuilders.
Talentvol gitarist Ruben Hoeke (33) heeft, als zoon van de in Nederland toch niet onbekende bluespianist Rob Hoeke (jammerlijk in ’99 overleden), de blues trouwens met de paplepel meegekregen. Vanaf zijn veertiende speelde hij al in bluesgroepjes en hij deelde het podium niet enkel met zijn vader, maar ook met een gitaargod als Jan Akkerman.
In 2006 maakte de Ruben Hoeke Band hun eerste cd ‘Sugar’, met medewerking van o.a. The Lau en, alweer hij, Jan Akkerman. In 2008 ontving Ruben Hoeke trouwens de onderscheiding ‘Nederlands Beste Gitarist’. Er zijn er die met een minder indrukwekkend cv door het leven moeten.

Tot zover de geschiedenisles, nu even de plaat.
Als u op voorhand de term bluesrock in de mond neemt, leggen wij altijd de nodige argwaan voor de dag, want geen genre waar de muziek meer verdrinkt in torenhoge clichés als dit. Bands die daar op een gezonde manier weten omheen te spartelen zijn diegenen die onze en dus ook uw aandacht verdienen. Ruben Hoeke Band is, in de meeste gevallen toch, er daar één van. Trouwens, naast bluesrock staat hier ook nog pop, rock, soul en vette boogie op, dit is dus geen eenzijdig plaatje.
De eerste track “A change is gonna come” stelt al meteen het een en ander duidelijk : afgelikte blues is dit niet, gitaren wringen zich in alle bochten, drums roffelen lekker door, er zit gezond venijn in dit ding. Met een gloeiend “Boogie music” wordt er stomend doorgevlamd, en ook “stranger” is hete blues.
Toch kent de groep geregeld een dipje met flauwe poprock als “Close my eyes” en een vermeende poging tot rockballad in “The last goodbye”. Ook het banale rockertje “Midnight man”, dat live misschien wel voor de nodige heupbewegingen zal zorgen, is op plaat een beetje goedkoop, zo eentje van dertien in een dozijn.
Maar verder, geen kwaad woord. Het felle “Walking in the rain” wordt, hoewel geen grootse song, rechtgehouden door prima gitaargeweld van Hoeke en “Backstreet rambler”, dat voorzien is van een onvervalste Stones riff, is een potige rocker.
Afsluiter “True love” is een bluesballad in de trant van Gary Moore’s “Still got the blues”, maar de song overschrijdt nergens de grens van de meligheid, ook al komt er een viool aan te pas. Kan nog net, zeggen wij dan.
Al bij al is dit een knap album dat zich onderscheidt door het fraaie soleerwerk van een heus gitaartalent zonder dat die vervalt in pakweg de fratsen van een Walter –kijk eens mama zonder handen- Trout.

Info op www.rubenhoeke.com en www.myspace.com/rubenhoeke 

woensdag 26 mei 2010 02:00

Dinosaur Jr - Geniale pokkeherrie

Dinosaur Jr is wat je kan noemen een legendarische band, zij introduceerden de gitaarsolo in rauwe punkrock en stonden hiermee zonder het zelf te beseffen aan de wieg van de grunge. Zij gingen destijds nog op tournee met Nirvana als support act (en ‘Nevermind’ was toen al uit !). De band van Jay Mascis en Lou Barlow was dus, om maar te zeggen, een zeer invloedrijke gitaargroep, ook al hebben zij nooit een massaal publiek bereikt. Een onmisbare cult groep, zeg maar. Als generatiegenoten van inmiddels toch wel grotere namen Pixies en Sonic Youth waren zij minstens even belangrijk voor de geschiedenis van de gitaarrock.
Alle drie deze bands zagen wij in het laatste jaar aan het werk en laat ons toe om even te vergelijken. SonicYouth speelde, ondanks een schitterende nieuwe plaat, op automatische piloot en haalde zelf zo de angel uit hun sound. De Pixies die er eerlijk voor uitkomen dat ze nog louter voor het geld live hun ding doen, hebben hoegenaamd geen stap vooruit gezet, maar we zagen ze wel zeer overtuigend hun ‘Doolittle’ uitvoeren.

Maar de band die toch wel het meest authentiek hun eigen oorspronkelijke sound benadert, en dat weten we nu wel zeker, is met voorsprong Dinosaur Jr. Dat hoort u op hun laatste twee geweldige reünie platen ‘Beyond’ uit 2007 en ‘Farm’ uit 2009, en ook in de AB was het duidelijk. Geen compromissen, slordig, pokkeluid, moddervet, vlijmscherpe en loeiende gitaarsolo’s met tonnen reverb en feedback. Kortom, weergaloos fantastisch.
Dat de vocals, mede door de aanwezigheid van een muur aan Marshall versterkers, naar de achtergrond werden verwezen, kon ons geen moer schelen, want het klonk geweldig. Dinosaur Jr ramde wild en onverstoorbaar door. Mascis, met lange grijze haren en gezonde bierbuik, had geen enkele aandacht voor het publiek, maar des te meer voor zijn gitaar waaruit hij de meest smerige riffs en splijtende solo’s wurmde. Hij is ongetwijfeld één van de meest indrukwekkende gitaristen die we ooit aan het werk zagen.
Lou Barlow richtte wel heel zelden enkele woordjes tot de zaal en ging dan vervolgens als een bezetene op zijn basgitaar tekeer. De opzet was ook opmerkelijk, de drum was mooi centraal opgesteld tussen Barlow en Mascis, niks op de achtergrond, eerder iets van “We maken met zijn drieën geniaal lawaai, we doen het dan ook op één lijn”, enkel bij The Jon Spencer Blues Explosion, niet toevallig ook zo een band met de ballen op de juiste plaats, hebben wij eerder zo een podiumopzet mogen meemaken.
Dinosaur’s drummer was trouwens een vervanger, want de oorspronkelijke drummer Murph werd om familiale redenen midden in de tour terug naar huis geroepen. Geen nood, want de manier waarop interim-drummer Kyle Spence op zijn trommels mepte was, laat ons zeggen, nogal indrukwekkend. Enig opzoekwerk leert ons dat de man niet aan zijn proefstuk toe was en eerder reeds met Dinosaur Jr de hort op ging, vandaar dus.

De totaalsound die Dinosaur Jr verwekte was vuil en hard, een wervelwind met punk spirit en ontspoorde Crazy Horse gitaren, en met de middelvinger omhoog. Er ging vanavond een oerkracht uit van deze muziek die we bij de passages van Pixies en Sonic Youth nooit mochten ervaren. Dit optreden van Dinosaur was geniale pokkeherrie met een air van “Jullie kunnen allemaal onze kloten  kussen, wij rammen onze songs er loeihard door, u beslist maar zelf wat u ervan vindt, ons probleem is het niet”. Zo klonk het twintig jaar geleden, zo klinkt het ook nu nog. Heerlijk, toch.
Eén van de beste ‘Fuck you’ optredens die we in jaren gezien hebben.

Let wel, van een ander zal u misschien horen dat dit een niet aan te horen brei was. Wij mochten het dan wel fantastisch vinden, de reacties waren voor het overige nogal gemengd.  Van ons een welgemeende ‘fuck you’ voor diegenen die vonden dat er te veel noise was. Als u niet van noise houdt, waarom ga je dan in hemelsnaam naar een concert van Dinosaur Jr ? Ga dan de volgende keer naar Coldplay kijken, en laat onze kop gerust.

Opwarmers van dienst, de indie rock band Built To Spill, hier nooit echt van de grond gekomen maar toch ook al bezig van in de jaren negentig, gingen een stuk minder fel tekeer. De band, met maar liefst drie gitaristen in de rangen, was nogal statisch (iemand had een tube lijm aan hun schoenen gekleefd, ze roerden echt voor geen meter) en de zanger was ook niet echt toonvast (en dat is nog zacht uitgedrukt, haal u een verkouden Neil Young voor de geest, of Grandaddy’s Jason Lytle met darmproblemen), maar de songs bloeiden vaak mooi open en haalden zowel Pavement als Crazy Horse referenties naar boven. Best wel interessant dus, maar we gaan nu ook niet in allerijl naar de platenboer hollen om hun volledige back-catalogue aan te schaffen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 92 van 113