logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Afghan Whigs
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 01 oktober 2009 03:00

Backspacer

Tot op heden hebben wij Pearl Jam er nog nooit op betrapt een mindere plaat te hebben gemaakt, laat staan een slechte. Ook ‘Backspacer’, hun negende studio-album in 18 jaar, is wat ons betreft alweer een voltreffer. Geen verrassingen, dat niet, daarvoor is Pearl Jam te veel hun eigenste zelf, en dat is maar goed ook. Wij kennen de band als een hecht groepje enthousiastelingen die willen rocken, en dat zonder franjes of opgepompte spektakels van live shows. Wie de groep heeft gezien bij hun laatste doortocht in het Sportpaleis weet waarover wij het hebben, een sobere podiumopstelling, geen pompeuze toestanden, gewoon rechtdoor muziek spelen. En zo klinkt ook deze ‘Backspacer’ die van bij het begin ontploft met vier korte gemene fistfuckers van rocksongs “Gonna see my friend”, “Got some”, “The fixer” en “Johnny Guitar” (ode aan Johnny Ramone ? of is het Johnny Thunders ?), allemaal snel, puntig en gloeiend heet. Kortom, vooruit met de geit.
Pas vanaf nummer 5, de onbeschaamd mooie ballad “Just breathe”, mag het gaspedaal wat worden ingehouden en laat Vedder zich van zijn meest intieme kant bewonderen. Ook in het bijzonder fraaie “Amongst the waves”, een typische Pearl Jam song ergens tussen ballad en rocker, treden de gedreven vocals van Vedder nadrukkelijk op de voorgrond. Een even knap “Unthought known” gaat quasi dezelfde weg op maar daarna wordt de stekker er terug ingeramd met  “Supersonic”, een uiterst potige rocker die even fel klinkt als zijn titel laat vermoeden. We krijgen vervolgens nog de goudeerlijke ballad “Speed of sound” en het met zijn lekkere drive naar The Who refererende “Force of nature” om uiteindelijk de opvallend korte plaat (na 36 minuten is het liedje al uit) af te sluiten met euh… “The End” (het zou inderdaad een beetje vreemd zijn moest de plaat ermee beginnen), weer zo een onvervalste mooie en tedere Eddie Vedder ballad.
Machtige rock met vuur en passie en ontdaan van alle overbodige snufjes of effectjes, ‘Backspacer’ heeft alles in zich wat Pearl Jam zo goed maakt. Maar kunnen we dat niet van bijna al hun albums zeggen ? Jawel, op huizenhoog niveau blijven presteren, noemen wij dat.
Daarom houden wij zo van Pearl Jam, jarenlang zonder veel show of overdreven media-aandacht de meest fantastische nieuwe plaatjes uitbrengen, dat in vergelijking met pakweg de omhooggevallen sterren van U2 die elke nieuwe plaat met veel toeters en bellen aankondigen maar eigenlijk al jaren losse flodders afvuren (ze mogen op vandaag dan al de meest indrukwekkende live act hebben, de laatste echt goeie U2 plaat ‘Zooropa’ dateert alweer van 1993, het jaar waarin ook “Vs.” verscheen, die tweede geweldige knaller van Pearl Jam maar hoegenaamd niet de laatste).
Vandaar, ‘Backspacer’ is beresterk, maar met minder zouden we niet content geweest zijn.

donderdag 24 september 2009 03:00

Together through life

De grootmeester trekt zich op ‘Together through life’ helemaal niets aan van de huidige nieuwe trends, wat vandaag in de muziekbusiness hip is zal hem worst wezen. Dit is een oerdegelijke plaat die zeer traditioneel en rootsy klinkt en die mooi aansluit bij de beresterke voorgangers ‘Modern Times’ (2006) en ‘Love and theft’ (2001), waar ze overigens niet moet voor onderdoen.
Dylan dompelt zich meermaals in de blues en doet dit meestal op een gezapige toon. Met zijn typische nasale stem schuifelt hij zich op zijn gemak doorheen de simpele maar sterke en goudeerlijke songs. De trekzak van David Hidalgo (u kent hem wel, die dikkerd van Los Lobos) is alom tegenwoordig en benadrukt nog wat meer het rootsy karakter van het album.
‘Together through life’ is misschien niet Dylan’s beste, maar wel een echte retro plaat met beide voeten in de rijke geschiedenis van de Amerikaanse muziek als country, folk, tex-mex, rock’n’roll en vooral de blues.
“It’s all good” luidt de laatste song, en hiermee heeft den Bob op een simpele en efficiënte manier zijn eigen plaatje besproken. Wij gaan het ding een plaatsje geven naast de laatste Ry Cooder ‘I, Flathead’, ook zo een roots album met de wortels op de juiste plaats.

Het zou Guy Forsyth zwaar onrecht aandoen om hem te omschrijven als een bluesmuzikant, want hij is veel meer dan dat.

In de Handelsbeurs bewijst hij een getalenteerd performer te zijn, een virtuoos gitarist, een fantastisch harmonica speler, een uitmuntend zanger en een verdraaid fijne entertainer. Verder ook nog nooit iemand gezien die zo’n mooie klanken haalt met een strijkstok uit een zaag (jawel, een zaag). Zijn muziek is diep geworteld in het Amerikaanse zuiden (de man is van Texas) maar treedt meermaals buiten de paden van de blues. Forsyth speelt ook rock, gospel, hillbilly, americana en New Orleans style jazz. Een mix van stijlen gegoten in verdomd sterke songs waarin Forsyth speels met alle instrumenten omspringt, en niet in het minst met zijn krachtige stem. Wat hij hier vocaal presteert is weinigen gegeven, hij zingt hoog, laag, soms loepzuiver en soms rauw als een regelrechte Tom Waits. Zijn bandleden, een verduiveld sterk roffelende drummer en een bassist die geregeld zijn basgitaar omruilt voor een heuse tuba, vullen hem perfect aan.
In de States speelt durft Guy Forsyth al eens op te treden met een grotere band achter zich, maar al die gasten meenemen op tournee kost geld. Sporadisch komt er in Gent dan ook een op voorhand opgenomen gitaarritme aan te pas. Forsyth kan wel met alle instrumenten bijzonder goed overweg, maar dit ook niet tegelijkertijd. Hij kan immers niet toveren, ook al heb je wel bij momenten zo de indruk.

De knappe set in De Gentse Handelsbeurs duurt langer dan twee uur, maar de sound is zo rijk en gevarieerd dat dit geen seconde tegensteekt. De twee uren zijn dan ook in een wip voorbij. Een wonderbaarlijk concert van een uiterst bedreven instrumentalist en een stel immer sympathieke kerels.
Om met een cliché te eindigen, de afwezigen hebben weer eens ongelijk, en dat zijn er heel wat want de opkomst vanavond in Gent is aan de magere kant. Dat is dan zowat de enige vermeldenswaardige negatieve noot van de avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 17 september 2009 03:00

Embrace

Deze beloftevolle nieuwe band uit San Francisco heeft op ‘Embrace’ een geluid gecreëerd die baadt in de psychedelica van eind jaren zestig en tegelijkertijd refereert naar de jaren 80 en 90 sound van pakweg Spiritualized en Spacemen 3. Ze hebben ook een zweem Americana in hun borrelende spacy cocktail verwerkt. De groep sluit hierbij aan bij geestesgenoten als Brightblack Morning Light, The Black Angels en Black Mountain, niet toevallig ook bands die bij The Velvet Underground, Pink Floyd (Syd Barret periode), Hawkwind, The Doors en zelfs Black Sabbath de mosterd gehaald hebben. Let wel, de groovy trip-rock van Sleepy Sun staat wel degelijk met beide voeten in het heden, dit is dus geen bestofte hippie plaat die van het nodige haar moet ontdaan worden. Het album schittert in al zijn variatie, het evolueert van psychedelica en mooie dromerige pop (“Golden Artifact”) naar furieuze rock en hier en daar een brok noise. De stem van Bret Constantino wordt geregeld bijgekleurd door de ijle zang van Rachel Williams en dat komt de atmosferische sound alleen maar ten goede.
‘Embrace’ opent ijzersterk met het lange “New Age” die nog het meest doet denken aan The Black Rebel Motorcycle Club. Beklijvend is “White Dove” waarin zware gitaren afwisselen met rustige momenten, halverwege wordt de song op regelrechte SonicYouth wijze opengescheurd om dan terug in een bedwelmende plooi te vallen. Verder is het genieten van “Snow Goddess”, waarin na een trage en mistige aanloop de gitaren tegen alle muren uiteenspatten, en van het bluesy “Sleepy Son” dat opent met een harmonica en sluimerende vocals die zich in de woestijn wanen, waarna de rust deftig wordt verstoord met een gemene Sabbath-riff (Tony Iommi is weer helemaal hip, beste mensen). Zo blijft de spanning gedurende gans het album aanhouden, via knappe songs die het ene moment inhouden en het andere moment volledig openbreken.
Dit begeesterend schijfje is sowieso één van de beste debuutplaten van het jaar. Benieuwd tot wat deze gasten nog allemaal in staat zijn.

donderdag 27 augustus 2009 03:00

King of jeans

Er bestaat nog zo iets als brutale hardcore met een gezonde dosis inhoud. Eerder kwam de Canadese band Fucked Up met dergelijke fijnzinnige herrie aanzetten op ‘The chemistry of common life’, hier doet Pissed Jeans uit Los Angeles het met een beukende portie lawaai nog eens met brio over. ‘King of jeans’ is hun tweede album na het al even waanzinnige ‘Hope for men’ (2007) en het beukt als een drilboor doorheen uw schedelpan.
Zanger Matt Korvette gaat vanaf de machtige en agressieve opener “False Jesi part 2” al tekeer als een halve gek, denk aan David Yow van The Jesus Lizard of aan een jonge Henry Rollins in zijn Black Flag periode. De band ramt er een heftige geluidsmuur van gitaren bovenop en straalt zo een primitieve oerkracht uit : hard, vet en to the point.
De overwegend korte tracks zijn niet zelden prettig gestoord en stormen aan een razend tempo recht door de muren, zo overtreedt “Human upskirt” alle mogelijke snelheids- en geluidsbeperkingen, die song is een hardcore splinterbom. Uitzonderingen, maar niet bepaald rustpunten, zijn de zware sleper “Request for masseuse” en vooral het meer dan 7 minuten durende “Spent” dat zich tergend traag en dreigend voortbeweegt in een duistere en onheilspellende omgeving ergens tussen Black Sabbath, Shellac en The Birthday Party.
Dit album is een rauwe lap punk, hardcore en oerrock en is een aanwinst voor elke fan van hierboven genoemde bands.

donderdag 20 augustus 2009 03:00

Humbug

Hoe moeten we dit nu gaan interpreteren : ‘De moeilijke derde’ of  ‘een interessante nieuwe richting ?
Feit is dat de jachtige en flitsende sound van de eerste twee fantastische Arctic Monkeys platen grotendeels heeft moeten wijken voor een nieuw geluid, te omschrijven als weids, donkerder en meer gelaagd. Veel heeft natuurlijk te maken met de locatie van opname (Joshua Three USA, midden in de woestijn !) en uiteraard de producer (Josh Homme, the man himself). Neen, dit is geen stoner-rock plaat geworden, maar de Homme invloeden zijn wel degelijk aanwezig, vaak horen we raakpunten met Homme’s experimentele desert sessions cd’s, zo klinken de gitaren als iets wat uit de withete woestijn komt en niet uit een flashy Brits repetitiekot.
En, u voelde het misschien al komen, wij waren meer ingetogen met de oude dan met de nieuwe sound van deze nog steeds piepjonge knapen. Niet dat Josh Homme zijn best niet heeft gedaan, maar het is met de songs dat er iets schort. Die zijn, op enkele uitzonderingen na, wat te traag, te loom of te inspiratieloos. De uitzonderingen van dienst zijn opener “Crying lightning” en een zinderend “Pretty visitors” die de frisheid van de eerste platen perfect doet samenvallen met een paar typische Josh Homme- gitaren in een geslaagde tempowisseling. Ook “My propeller”, “Dangerous animals”, “Potion approaching” en het ingetogen “Cornerstone” zijn best straffe songs maar wat wij elders op de plaat vooral missen is snelheid, puntigheid en snedigheid, precies die dingen die de Arctic Monkeys tot op heden zo bijzonder maakten.
‘Humbug’ geeft ons de indruk dat er iets te veel aandacht is besteed aan de sound en te weinig aan de songs. Alleen de combinatie goede producer / goede songs kan voor vuurwerk zorgen. Als één van beiden mankeert, dan pruttelt de motor. Vraag het maar aan U2 en Coldplay die allebei voor hun laatste album met opperproducer Brian Eno in zee zijn gegaan maar wel een sof van een plaat afleverden. Doch, laat ons niet overdrijven, want deze ‘Humbug’ klinkt toch nog heel wat frisser dan de bombastische vehikels van deze twee voornoemde zogenaamde grote bands.
Misschien zijn Arctic Monkeys te ongeduldig en te vroeg met een nieuwe plaat op de proppen gekomen, met als gevolg een half geslaagd album die niet anders kan onthaald worden dan als een kleine ontgoocheling. Een moedige poging om anders te klinken, dat wel, maar ver beneden de huizenhoge verwachtingen. Vermeende muziekkenners zullen dit misschien een groeiplaat noemen, maar wij zullen toch steevast in ons cd rek blijven grijpen naar ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’, ‘Favourite worst nightmare’ en, ook niet te versmaden natuurlijk, The Last Shadow Puppets, waar Alex Turner ook iets anders uitprobeerde maar dan wel met een schitterend resultaat.
Goed geprobeerd, maar de volgende keer toch liever wat meer tempo en vuurwerk. Ze kunnen het.

Met Ray Davies had men in Lokeren terug een grote naam geprogrammeerd. Toch kwam er, ondanks de ultieme stunt ‘1 ticket kopen is 1 gratis’, niet zoveel volk op af. Had men misschien The Kinks op de affiche kunnen zetten, dan had dit al heel wat aantrekkelijker geklonken. What’s in a name ? Davies had inderdaad The Kinks niet meegebracht (al had ie dat zeker zelf wel gewild, want de man is zo te horen zelf de grootste fan van zijn legendarische oorspronkelijke) maar wel een valies vol met Kinks songs. Back to the sixties dus, met aanstekelijke hits als ”Sunny afternoon”, “Tired of waiting for you”, “Dedicated follower of fashion” en natuurlijk de meester van alle meezingers “Lola”. Allemaal lekkere poppy nostalgie, maar dat was niet alles. Davies had achter zich een groep staan die ook een fel potje kon rocken, en dat deden ze ondermeer met de stomende knaller “20 th century man”, een bijzonder heftig “Low budget”, een uiterst krachtig “All day and all of the night” en het onvermijdelijke en immer fantastische “You really got me” dat op originele wijze werd ingezet met een onvervalste blues intro. Ray Davies zelf verkeerde in goede vorm en wist op een vermakelijke manier zijn publiek te entertainen. Hij refereerde meermaals naar zijn vroegere band zonder daarbij zijn huidige makkers te beledigen. De bandleden speelden strak, professioneel en met tonnen respect voor hun meester en diens onsterfelijke songs.
Een dijk van een optreden. En wij vragen ons nog altijd af waarom zo een grote naam de avond opent en niet afsluit.

Moet het nog gezegd, The Black Box Revelation is de beste Belgische live act van het moment. Punt. Ook in Lokeren was hun set retestrak, supercool en recht voor de raap. Rock’n’roll pur sang! Dit bezeten duo (die drummer al eens bezig gezien ?) mag van ons gerust de wereld veroveren en verpletteren. Jack White zou maar beter oppassen.

Om een avondje pure rock’n’roll te eindigen waren The Hives de juiste keuze. De kracht van dit bandje zit hem in de strakke sound,  in de korte compromisloze songs en vooral in de overtuigingskracht en podiumprésence van zanger Howlin’ Pelle Almqvist. Met zijn allen netjes in het wit gehuld speelden The Hives hun gebalde garage rock als een formule 1 bolide die geen behoefte heeft de pits in te rijden. Almqvist zelf wist wel raad met het publiek. Dit is het soort zanger die zijn fans danig weet op te zwepen en zo de sound van zijn band een belangrijke meerwaarde geeft, want wat deze gasten spelen is eigenlijk niks meer dan poepsimpele rock’n’roll, het is gewoon Howlin’ Pelle die telkens weer de lont aansteekt waardoor alles steeds even vurig blijft klinken. Dat is wat The Hives zo bijzonder maakt. Een leuk en entertainend slot van een geslaagd avondje rock’n’roll.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

dinsdag 04 augustus 2009 03:00

Lokerse Feesten 2009: DAG 4: Los Lobos

Op deze avond leek enkel Los Lobos ons de moeite waard om naar Lokeren af te zakken. De groep bracht een optreden zonder veel verassingen. Waarmee we bedoelen dat we geen nieuwe songs te horen kregen, wel een ‘greatest hits’ of, zoals u wil, een mooie samenvatting van alles wat deze band in jaren gepresteerd heeft, van furieuze rock tot tex-mex, latino en pure rock’n’roll, deels in het Engels en deels in feestelijk Spaans.

Het zijn bedreven muzikanten die er ook wel eens durven naast zitten, hebben we gemerkt. Het samenspel was, vooral in het begin van de set, soms een beetje zoek. Ook de te lange pauzes tussen de nummers haalden een beetje de vaart uit de set, maar voor de rest was het toch genieten van deze klasbakken.
De heren hebben ooit eens voor de lol de Richie Valens klassieker “La Bamba” op single gezet, scoorden daarmee prompt een wereldhit en weigerden nadien om de song nog live te spelen. Die koppigheid hebben ze laten varen en de song werd hier in het feestje opgenomen en was zowaar een hoogtepunt, ondermeer omwille van de straffe gitaarsolo. Ook die andere Richie Valens rocker “Come on let’s go” was van de partij en zette Lokeren in vuur en vlam, samen met sterke versies van “Don’t worry baby”, “Kiko and the lavender room”, “The neigborhood” en de schaamteloze smartlap “Volver, volver”.

Ondanks een paar slordigheidjes maakte Los Lobos er toch een mooi feest van met hun typische sound waarbij onze dansspieren enorm begonnen te jeuken en ook onze dorst danig toenam. Hebben we ruimschoots opgelost.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

donderdag 30 juli 2009 03:00

White lies for dark times

U mag het er gerust op nakijken op deze site. In september 2007, met de release van het zwakke ‘Lifeline’, schreven we nog : “We hopen van harte dat we de volgende recensie van Ben Harper eens mogen beginnen met ‘Ben Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt’ want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest” . En kijk, de man heeft onze gebeden aanhoord.
Ben Harper heeft zijn Innocent Criminals voor onbepaalde duur aan de kant gezet en hen vervangen door een bende veel ruigere wolven genaamd The Relentless 7. Dat is zowat het beste wat hij kon doen want de nieuwe band staat hier wild en gedreven te spelen, en wat nog beter nieuws i : zelf heeft Harper ook zijn Hendrix-demonen terug tot leven geroepen. Gevolg, een paar killers van songs waarvan we niet meer wisten dat hij het nog kon.
Harper heeft een kwak uiterst ontvlambare benzine in zijn gitaar getankt en er komt nu terug ronkende blues uit in “Number wit no name”, puntige powerpop in “Shimmer and shine” en brutale bluesrock in “Why must you always dress in black”. De verschroeiende riffs en scheurende slide-gitaren maken van “Keep it together” een hoogtepunt en de jungle beat en dito drums in het lekker rollende “Boots like these” zijn leentje buur gaan spelen bij Bo Diddley, wij beschouwen het nummer dan ook als Harper’s hulde aan de jammerlijk overleden meester.
Het zijn trouwens niet alleen de gitaren die dit album zo sterk maken, ook vocaal is Harper in zeer goeie doen en pompt hij liters soul in het groovy en funky “Lay there and hate me” dat verder voorzien is van een heerlijk riedelend pianodeuntje, allemaal very seventies. Ook op “Up to you know” staat hij prachtig te zingen, een song die opent met een gitaar die ons zowaar aan Tool doet denken en die zich verder ontplooit als iets waar rock en soul tot een perfect huwelijk samensmelten.
Uiteraard zijn ook de obligate ballads, waar Harper de laatste jaren een beetje te veel een patent op had, van de partij. Hier heten ze “Skin thin”, “The word suicide” en “Faithfully remain”. Ze mogen er zijn, maar geloof ons vrij, het zijn niet de beste momenten op deze plaat, ook al zorgen ze voor de nodige variatie.
Ben Harper heeft op een overtuigende en vooral rockende manier een antwoord gegeven op zijn eerder matige platen van de laatste jaren. En dat vooral met dank aan The Relentless 7. Moge deze samenwerking jaren standhouden.

Een massale opkomst voor de beste Belgische live band van het moment. De Boomtown-organisatie moest al zowat een uur voor het aantreden van The Black Box Revelation de ingang afsluiten wegens een overrompeling van volk. Kan ook moeilijk anders als je één van de heetste en populairste bands van het moment gratis laat aantreden, in het kader van de Gentse Feesten dan nog wel. En uiteraard waren die twee coole kikkers weer fantastisch, wild, luid en energiek. Het Boomtown publiek was natuurlijk weer helemaal verkocht dankzij de reeds gekende buffelstoten van songs uit hun geweldige debuut en de bruisende nieuwe rockers die daar tussenin werden gegooid. Veelbelovend voor de komende nieuwe CD.

Daarvoor hadden we al kunnen genieten van de zeer aanstekelijke en lekker rammelende poprock van de bijzonder sympathieke Galacticos, jonge gasten die zweren bij frisse en stekelige pop ergens tussen Pavement en Weezer in. De kereltjes trokken een blik prima songs open voorzien van okselfrisse orgelpartijtjes en een knetterend gitaartje. De energie die uit hun frontman sproot deed het geheel als een venijnig wervelwindje over Boomtown waaien. Fijn concertje. Wij wensen die gasten een mooie toekomst toe.

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

Pagina 99 van 113