logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

maandag 24 november 2008 01:00

Een stevig spanningsveld met Woven Hand

Er is een tijd geweest dat Dave Eugene Edwards er twee bands op nahield, maar nu is het toch wel duidelijk dat hij Sixteen Horsepower definitief de rug heeft toegekeerd om met WovenHand verder door het leven te gaan. Niet dat er zoveel verschil is in de sound en zeker in de spirit van deze twee bands, want het waren of zijn allebei overduidelijk de kindjes van Dave Eugene Edwards in al hun aspecten, donker, onheilspellend, bezwerend en doordrenkt van Amerikaanse zuiderse religie en gospel.

In de Kortrijkse schouwburg - met zijn perfecte klank - speelde WovenHand stevig, met steeds een dreigende onderhuidse spanning niet zelden refererend naar primitieve Indiaanse klanken. Alsof Nick Cave vanuit een Indianenreservaat zijn duivels kwam ontbinden. Edwards, zoals steeds gezeten op een barkruk, bespeelde zijn gitaar met overgave en deed zijn stem, al dan niet door de vibrafoon, meermaals preken en bloeden zoals alleen hij en Nick Cave dat kunnen. De band volgde sober en efficiënt en de songs ontaardden veelal in krachtige uitspattingen van emotie en spanning. De folky en rootsy geluiden van op Edwards zijn platen werden wat achterwege gelaten, in de plaats kwam een sterk en solide brouwsel van gloeiende en bezwerende gitaren die vochten met de hypnotiserende stem van Edwards.
Toch werd enkele keren met branie de gitaar door een mandoline vervangen en de man heeft ook één keer zijn trekzak bovengehaald, dan nog voor het enige Sixteen Horsepower nummer van de avond, de klassieker “American wheeze”.
Het zittend publiek bleef er in het begin van de avond aanvankelijk wat apathisch bij maar naar het einde van de set kwam de uitbundigheid meter wel eens in het rood te staan en Edwards bedankte dan ook  met een vlammend extra bis nummer nadat de lichten al helemaal aangefloept waren en iedereen al aanstalten had gemaakt om de zaal te verlaten. Eén van de betere concerten die we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk ism de Kreun, Kortrijk

Het nieuwste jonge Amerikaanse soultalent heet Eli ‘Paperboy’ Reed, is 24 jaar,  is zo wit als een albino konijn en klinkt zwart als een aangebrande kolenkelder.
Het jonge soultalent was reeds een beetje ontdekt bij pers en publiek in Amerika en Groot Brittannië, mocht al aantreden op Dour en laatst nog bij Jools Holland en zag alzo zijn nog prille carrière in een stroomversnelling overschakelen. De snaak is amper 24 jaar oud en hij heeft goed gesnuffeld in de oude soulplaten van moeder en vader.

De Charlatan in Gent was de allereerste kennismaking voor Eli ‘Paperboy’ Reed en zijn True Loves met een Belgisch podium, een heel kleintje dan nog wel. Met zijn zevenen stonden ze daar op een podium van om en bij de vier vierkante meter, niet echt comfortabel, wel lekker gezellig.
Eli ging met zijn band 40 jaar terug in de tijd (dus zo een zestien jaar voor ie geboren werd!) naar de sound van Otis Redding, James Brown en Sam Cooke, met geweldige soulmuziek verpakt in eigen songs die allemaal baadden in de geest van de sixties. Eli’s zangcapaciteiten kwamen in de buurt van die grote voorbeelden en de blazers en de ritmesectie deden de boel nog wat meer in de nostalgie drenken.
Ook al was de klank een beetje beperkt  – Eli Reed is inmiddels al heel wat grotere zalen en betere apparatuur gewend- de Gentse Charlatan leende zich als rokerige kroeg perfect voor de pure retro van deze jonge gasten en het geheel swingde dan ook bij momenten volop de pan uit.

Wij voorspellen die kerels een gouden toekomst en wie er hier bij was zou wel eens getuige kunnen zijn geweest van concertje die de geschiedenis zal ingaan als ‘legendarisch’ omwille van de allereerste Belgische acte de présence van een ster in wording.
Dit was immers pure soul, veel intakter en authentieker dan de commercieel verbouwde soulmuziek die zijn vrouwelijke collega’s als Duffy en Amy Winehouse plegen te brengen, en zij zijn wel wereldberoemd. Weinig waarschijnlijk of Eli ‘Paperboy’ Reed ook zo een sterrenstatus zal halen, hij heeft immers geen knoert van een drugverslaving en evenmin een grote mond. En … ook geen tetten!

Organisatie: Democrazy, Gent

dinsdag 18 november 2008 01:00

Gemengde gevoelens bij Sigur Ros

Je moet het maar doen als IJslandse groep die dan nog in de eigen moedertaal zingt en eigenzinnige platen maakt die nergens op de radio gedraaid worden (of ’t is in de late uurtjes bij Ayco Duyster) dan toch Vorst Nationaal uitverkopen. Hoed af.
Maar we zitten met enkele vragen en twijfels.
Waarom was Sigur Ros wel goed, maar niet fantastisch ? Was het de zaal of waren onze verwachtingen te hoog gespannen? Beiden, vrees ik.

In de volgelopen rocktempel Vorst Nationaal ging de intimiteit van Sigur Ros soms verloren in een onverhoopte geluidsbrij, waarbij we zeker hun laatste single “Inni Mer syngur”mogen rekenen, ook niet bepaald het sterkste nummer van die toch wel fantastische laatste plaat. Ook “Gobbledigook”, waarbij de confettikanonnen ontploften (afgekeken van The Flaming Lips, als je ’t ons vraagt) en waarbij de gasten van het voorprogramma een handje kwamen toesteken, was misschien wel leuk maar zeker geen goede song, ook al was het publiek uitzinnig. Bovendien werden enkele nummers iets te oppervlakkig en slordig afgehaspeld en was de sound bij momenten te scherp (vooral de keyboards mochten naar ons gevoel iets fijner afgesteld worden). Zonder het zelf te willen had de groep zo wat stoorzenders in hun set laten binnensluipen, wat ons er van weerhield om van een schitterend concert te spreken. Tevens liet Sigur Ros ons wat op onze honger zitten door enkele van hun mooiste songs niet te spelen. Maar tot zover het slechte nieuws.
Gelukkig waren er die avond ook nog heel wat sublieme momenten waarmee Jon Thor Birgisson met zijn ijle vocals die typische Sigur Ros sound naar hogere sferen stuurde. U mocht in Brussel gerust op de bovenste bol van het atomium gaan staan, de stem van Birgisson reikte toch nog hoger. Er was dus nog genoeg tijd om heerlijk weg te dromen bij die prachtige IJslandse atmosferische klanken. Pareltjes als “Fljotavik” en “Ny batteri” schitterden in al hun pracht. “Festival” en “Saeglopur” stevenden allebei af op een broeiende apotheose.
Echt groots was Sigur Ros in de bisnummers met de ingetogen schoonheid van “All alright” en de openbarstende finale met “Popplagid”, de beste song van de avond, op en top Sigur Ros, van heel intiem aanzwellend naar een bruisende en machtige brok van boven de 10 minuten, en deze keer zat het geluid wel goed.

Laten we dus maar spreken van een half geslaagd concert van een prachtgroep die een beetje genekt werd door een te opdringerig geluid. Volgende keer in de AB, en met strijkers !

Ook nog even dit. Opwarmer van de avond waren de ook al IJslandse For A Minor Reflection, te situeren in het wereldje van Mogwai, Godspeed You Black Emperor en Explosions In The Sky. Zowaar een voortreffelijk optreden van een band die weet hoe gezond lawaai te maken.

Organisatie: Live Nation

donderdag 13 november 2008 01:00

Elbow: magistraal

Dat Elbow frontman Guy Garvey een sympathieke peer is zullen we geweten hebben. Zelden gezien dat een zanger zijn eigen voorprogramma aankondigt en dan ook nog een nummertje komt meezingen. Verder was dat voorprogramma, met name de kirrende neo-folk hippie Jesca Hoop, niet echt te pruimen, maar dat was bijzaak, Guy Garvey had al de harten van zijn publiek gestolen nog voor ie aan zijn optreden was begonnen.

Van bij het eerste trompetgeschal in de fantastische opener “Starlings” voelden we al dat er magie in de lucht hing die avond en dat al hetgeen zou volgen wel eens van een ongehoorde pracht zou zijn. En wat bleek: Elbow was magistraal. Guy Garvey bracht zijn band naar eenzame hoogtes, hij zong de sterren van de hemel en bespeelde tussenin het publiek met zijn fijn gevoel voor humor. Het laatste album ‘The seldom seen kid’ stond centraal in deze set, de songs die al bijzonder sterk zijn op de plaat bloeiden hier volledig open en kregen vaak nog wat meer elan en elegantie dankzij de ingehuurde strijkers. In combinatie met de prachtstem van Garvey zorgde dit voor pareltjes van het puurste soort. Eigenlijk een onbegonnen werk om hier hoogtepunten uit te halen, de set was een opeenstapeling van kippenvelmomenten. Toch maar een poging: “New Born” was fenomenaal in opbouw en werkte zich naar een orgastische opbouw toe, “Grounds for divorce” greep ons dankzij enkele forse uithalen bij het nekvel , “Weather to fly” was bloedmooi, “The loneliness of a tower crane driver” was een 18 karaats diamant, “Leaders of the free world” was ronduit groots en “One day like this “ zette de zaal in vuur en vlam .

Elbow overtrof zichzelf in de AB. Wij waren al onder de indruk van hun vier fijne platen, maar met deze set hebben ze ons toch wel volledig overdonderd.

Organisatie: Live Nation

donderdag 06 november 2008 01:00

Living Colour, hard en virtuoos

We herinneren ons nog levendig de twee schitterende passages van Living Colour tijdens hun hoogdagen begin jaren negentig in de Brielpoort te Deinze (toen nog een voorname zaal in Belgisch rockland, nu zo goed als gedegradeerd tot ontmoetingsplaats voor gepensioneerde kaarterclubs). Zelfs  één maal brachten zij als support act Rage Against The Machine mee, een band die nadien veel groter zou worden, maar daarom niet beter, helemaal niet (ook niet mis, wel veel beperkter). Living Colour hun mix van funk en metal was toen helemaal in en zorgde voor onvergetelijke kolkende concerten.

Dinsdagavond in de Brusselse Botanique was het dus een aangenaam weerzien met deze sympathieke zwarte rockers en al meteen bleek dat de power immer aanwezig is en dat Living Colour op een podium nog steeds gloeiend heet is. Naarmate de jaren gevorderd zijn moeten we meer en meer constateren dat de heren stuk voor stuk verbluffende muzikanten zijn en dit kwamen ze in Brussel nog eens duidelijk in de verf zetten. De groep kwam in de Botanique verduiveld hard en snedig uit de hoek en er zat een behoorlijke dosis kennis en virtuositeit in de geniale chaos. Er werd geput uit de drie klassiekers ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’. Vooral de hardere songs daaruit werden met klasse en vuur vertolkt. Bassist Doug Wimbish, drummer William Callhoun en de wonderlijke gitarist Vernon Reid hebben er inmiddels allemaal enkele solo cd’s opzitten, platen die zich eerder situeren in jazzmilieus, funkmiddens en world music kringen, geen millionsellers dus, maar wel uitstapjes waar ze uitgebreid hun muzikale genialiteit konden bijschaven. Het was er aan te horen dinsdagavond, de veelal keiharde songs waren voorzien van een ongeziene virtuositeit. Even ging Living Colour toch een beetje te ver, de drumsolo van meer dan tien minuten getuigde inderdaad van pure klasse maar was er toch wel een beetje over, al is dit detailkritiek.
Naast de klasse van Reid, Wimbish en Callhoun was er ook nog eens de soulvolle stem van Cory Glover die er voor zorgde dat dit hier een uitmuntend concert was. Razende versies van “Elvis is dead”, “Type” , “This little pig”, “Pride” en “Time’s up” wisselden af met die zeldzame momenten waarin even wat gas werd teruggenomen als “Glamour boys” en “Bi”. Prijsbeesten als “Cult of personality” en “Love rears its ugly head” deden op het eind de boel helemaal ontploffen samen met een loeiharde interpretatie van The Clash hun “Should I stay or should I go”.
Tussen al die schitterende songs van indertijd heeft de band ons ook laten kennismaken met materiaal van een nieuw album dat er zit aan te komen en, het moet gezegd, dit klonk veelbelovend. De nieuwe songs waren minder snel en hevig maar hadden een welgeplaatste groove en konden ons meer dan bekoren.

Twee volle uren hebben de heren ons weten te overspoelen met hun felle mix van rock, metal, soul en funk. Het was in een flits voorbij, dit heb je dan met geweldige concerten.

Organisatie: Botanique, Brussel

Het moet niet altijd bij de groten zijn dat de reünies het mooie weer maken. Ook de minder bekende bands komen graag nog eens bijeen, en hier heeft het veel meer met speelplezier te maken dan met het grote geld, want het valt maar zeer te betwijfelen of een band als The Godfathers rijk zal worden met deze herrijzenis. De opkomst in Gent was trouwens ook heel bescheiden maar het waren wel echte fans die naar de Handelsbeurs waren afgezakt.
De meest succesvolle periode van deze band situeerde zich ronde eind jaren tachtig met drie kleppers van platen als ‘Hit by hit’, ‘Birth school work death’ en ‘More songs about love and hate’, daarna maakten ze nog een tweetal mindere platen en een live album en dan was het liedje al uit.

De set van deze avond was helemaal gevuld met songs uit deze drie eerste albums en het was om van te smullen. Net als hun songs zaten de bandleden strak in het pak. Het deed verschrikkelijk deugd om die knallende songs van weleer nog even levendig en puntig voor de dag te zien komen. Er werd al meteen begonnen met het prijsbeest “Birth school work death”, zo van ‘dit hebben we gehad, laat ons nu maar bewijzen dat de rest van de songs evenveel knallen als deze oerklassieker’. En dat was ook zo, er zat geen sleet op de formule, de songs kwamen krachtig op ons af, de psychedelische uitstapjes “Strangest Boy”, “When am I coming down” en “Those days are over” tussen de krachtige punky stroomstoten “Obsession”, “She gives me love” en “Cause I said so” en rockers als “STB”, “Can’t leave her alone” en de geweldige ode aan de Johnny Cash “Walking talking Johnny Cash blues”, hier bijzonder fel gespeeld. Een wervelend “Cold Turkey” was de uitzinnige afsluiter van een voortreffelijk optreden van deze immer sympathieke Britten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Motorpsycho gaat al mee van begin jaren negentig en heeft qua stijl al menige watertjes doorzwommen, van psychedelische hippie muziek tot de meest extreme Sonic Youth erupties. Op vandaag zit de band terug midden in de wereld van de uitfreakende gitaren. Hard, ruig, psychedelisch en lekker freaky zijn op heden de trefwoorden.

De band trok live de lijn door van de laatste twee platen ‘Black hole – black canvas’ en ‘Little lucid moments’, alhoewel ze van deze laatste niets speelden. Om het plaatje helemaal te doen passen hebben de heren ook hun haren en baarden laten groeien. Ze zien er uit als noeste neanderthalers en klinken ook zo. Lang uitgesponnen nummers, soms heel ver verwijderd van de albumversie, waar alle toeters en bellen uit gewist zijn en vervangen door felle gitaarklanken.
Om u maar een idee te geven, Motorpsycho speelde een set van 13 nummers in zo twee en een half uur. Wie een beetje kan rekenen weet al gauw hoelang een gemiddelde song duurt, zei daar iemand ‘70’s? Een unieke sound toch wel, als we een en ander een beetje proberen te situeren dan komen we ergens uit tussen Kyuss, The Doors, Sonic Youth, Black Mountain, Hawkwind en Blue Cheer. Elke song baande zichzelf een weg naar de apocalyps langsheen scheurende gitaren en een bloedstollende ritmesectie. Amper drie muzikanten zorgden voor deze fantastische sound.
Het deed deugd om nog eens een band te horen die er zich niets van aantrok dat lange gitaarsolo’s onhip zouden zijn. De heren van Motorpsycho maakten van hun optreden één lange trip die nog extra versterkt werd door de psychedelische kleurrijke visuals die op groot scherm achter de groep werden geprojecteerd, alsof ze in Andy Warhol’s factory stonden te spelen. En dat de heren niet echt voorzien waren van een begenadigde stem, daar stoorden we ons niet aan, de gitaar was hier de baas. Een werkelijk fenomenale kanjer van een optreden.

Organisatie: Het Depot, Leuven

zondag 23 januari 2022 10:29

Focus Level

Kan een groepsnaam ooit beter gekozen zijn ? Deze New Yorkers noemden hun band naar een plaat van wijlen John Lee Hooker en zitten er hier mee patat op. Eindeloze boogie in songs die zonder moeite de 10 minuten grens overschrijden. Lange lellen , prettig gestoorde jams voorzien van geschifte vocals, denk hierbij aan Captain Beefheart of aan een ontspoorde Mick Jagger. Wat dacht u hiervan : 10 songs, 80 minuten !! Moordend  slepende brokken als “Executive Focus” en “The mainley vibe”, hypnotische en bezwerende trips met kronkelende gitaren die steeds dieper in uw aderen sluipen. We hebben het de laatste tijd niet veel bands weten doen, met uitzondering van de geweldige Black Mountain dan, of Brightblack Morning Light misschien, maar dan beschouwen deze laatste toch wel als de light versie van Endless Boogie.
Opener “Smoking figs in the yard” is zowat de strafste dirty rocker die we dit jaar al gehoord hebben, de vuilste Stones die in een samenzwering met Captain Beefheart de duivel oproepen en de meest smerige gitaren die van geen wijken willen weten. Endles Boogie bedient zich verder van een soort desert boogie in “Gimme the awesome”, alsof Kyuss zich aan de blues waagt. Op “Steak rock” is een AC/DC riff in de koffiemolen blijven haperen en is dat uitgegroeid tot een sluimerende motherfucker van een song.
“Coming down the stair” is Status Quo op hun smerigst en in “Jammin’ with top dollar” wordt Canned Heat’s “fried hockey boogie” nog eens overgedaan maar dan onder invloed van een kilo spacecake en liters Jack Daniels. Wat er met ZZ Top zou gebeurd zijn als die samen met Captain Beefheart drie dagen aan een stuk onophoudelijk aan de drank, drugs en slechte wijven hadden gezeten hoort u op de 16 minuten-lange LSD trip “Low life”, waarin de groep klinkt alsof ze iets voorbij halverwege de song in slaap tuimelen en ondertussen de meest fantastische klanken uit hun gitaren blijven rollen.  De zanger  gorgelt, kreunt en gromt meer dan ie zingt, stel u min of meer een gedrogeerde brulkikker voor met een voorliefde voor dirty rock’n’roll en mean ass blues. De plaat eindigt met een vlammend  “Move back”, zowaar een song van minder dan drie minuten die rockt als de beesten (ratelslangen, pitbulls en hondsdolle bizons).
Geweldige plaat is dit, maar als u niet van lange uitgesponnen geschifte seventies rock en ontspoorde bluesjams houdt dan blijft u hier beter af. Wij daarentegen zijn er compleet zot van.

woensdag 08 oktober 2008 03:00

Justin Vernon vs Bon Iver: te onthouden

Met als bagage amper één plaat gaat Bon Iver op tournee. Een heel sobere, naakte en integere plaat. Benieuwd hoe Bon Iver of beter gezegd Justin Vernon deze op een podium zou brengen.

Vernon treedt echter met een heuse groep op waardoor de songs meer aangekleed zijn en een breder klanktapijt worden aangemeten, ze zijn ook heviger en uitzinniger dan op het album. Grote sterkte is nu juist dat deze formidabele songs hun integriteit met deze live aanpak geenszins verliezen. Ervaar het eerder als een meerwaarde dan een gebrek. Wat op het podium nog meer uitstraalt is die hemelse stem van Vernon die, in combinatie met zijn verfijnd gitaarspel, voor een mooie spanning zorgt. Ook de groep van Vernon past perfect in het plaatje, zalvend en smeulend de ene moment, gecontroleerd uitfreakend de andere keer, en alles steeds in dienst van Vernon’s knappe songs. Maar het ultieme kippenvelmoment is toch dat waar Vernon moederziel alleen het innig mooie “Stacks” akoestisch brengt, ijselijk stil is het in de zaal.

Bon Iver , een nieuwe naam. Absoluut te onthouden.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 02 oktober 2008 03:00

Only by the night

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Pagina 102 van 112