logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Gavin Friday - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Het Amerikaanse Warlocks van zanger/gitarist Bobby Hecksher, is al zo’n goede tien jaar bezig en zijn te situeren binnen de rock’n’roll/psychedelica, toen in de voetsporen van BRMC, The Music en Dandy Warhols; ze haalden de mosterd van de VU, Jesus & Mary Chain en legden een link met Ride en Monster Magnet. Een hypnotiserende, bedwelmende, galmende sound creëerden ze door de repeterende en opbouwende ritmes, soms gekenmerkt van gierende gitaren, fuzz en pedaaleffects. Ze blijven in de belangstelling, mede door de huidige rits Black Mountain, The Black Angels en Tame Impala.
Maar zoals bij vele bands ontwikkelde het uitgebreide combo met de jaren een gevoelige touch, wat hen gematigder en meer slepend en ingehouden deed klinken. Overdonderen met platen als ‘Rise & Fall’ en ‘Phoenix’ doen ze wel niet meer, maar nog steeds weet hun materiaal ons te raken. Onlangs verscheen ‘The mirror explodes’. De uit LA afkomstige band onderneemt nu een heuse world tour en houdt halt in de Grand Mix en de Bota (eind november).

Heel wat volk was opgedaagd om de doorwinterende spacerockende ratten aan het werk te zien, die lekker grossierden in hun heuse collectie. De set moest eerst wat op gang getrokken worden met “Red camera” en “Isolation”. De afwisseling van drie gitaren, synths en pedaaleffects werkten gaandeweg verslavend en aanstekelijk; het uitgesponnen “Shake the dope out” werd een hoogtepunt. Eerder genoten we van “Song for Nico”, een VU hymne en “Baby blue”. Publiek en band vonden elkaar en een ‘rolloverlaydown’ gevoel hadden we door een perfecte afstemming: de tempowisselingen en de aanzwellende, swingende ritmes in hun slepende, overwaaiende sound klonken overheerlijk, ondersteund van de zweverige vocals. Enkele nummers vloeiden op die manier in elkaar over.
Het aanstekelijke “Come save us” was een terechte afsluiter, kreeg middenin een avontuurlijke, alternatieve draai en werd op het eind in een poel van wah wah en pedaaleffects gedropt!
Het warme onthaal tijdens de nummers gaf de band een hart onder de riem; op vijf extra nummers trakteerden ze ons. In een juiste dosis ‘muzikale dope’ stelden ze o.m. onderbouwd en gevat “You make me wait”, “Starpower we need” en “Eyes saw …” voor. Op het podium zagen we binnen deze ‘wall of sound’ donkere schimmen die hun instrumenten deden afzien zonder zich te verliezen in oeverloze fuzz en distortion.

The Warlocks toonden hun tanden binnen de huidige retrostonerpsychedelica bands… Ze waren nog eventjes de grotere, wijzere broer en bewezen dat ze nog niet afgeschreven zijn …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 04 november 2010 01:00

The Hundred In The Hands

Eerder waren we sterk onder de indruk van de EP ‘This desert’ van het jonge duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY, die intrigeerden door elektronische stuiterpop vs indierock, geïnjecteerd door aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en ‘pop noir’ van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles en is samen met Lonelady en School of 7 bells de komende revelatie. Hun songs kregen een luchtige toon. De zes songs waren meer dan de moeite waard en deden veelbelovend uitkijken naar de full cd.
De nummers klinken gematigder, hebben een zalvende groove en fijnere subtiele basses. Het is en blijft heerlijke, lekkere, zweverige, sfeervolle electropop met een wavetoets, maar ze hebben een mindere krachtige beat. De songs overtuigen door de goede melodieuze opbouw maar ademen een sfeer van melancholische, mistroostige (trage) ‘80s new wave.
De nummers op de full cd liggen alllemaal wat in dezelfde lijn en zijn geleest op de openers “Young aren’t young”, “Lovesick (once again )” en “Killing it”. “Dressed in Dresden” en “Last city”, die op het eind van de plaat staan, zijn meer rock en klinken krachtiger. Het ingetogen ‘The beach’ besluit de cd, net alsof we op een zwoele zomeravond op een terrasje aan het strand rustig zaten te keuvelen.
Al bij al een goede full cd, maar fronst minder de wenkbrauwen en klinkt minder verkwikkend en beklijvend dan de EP … Afwachten hoe het verder evolueert …

Het NY se Liars manifesteert zich binnen de avantgarde scène en is binnen de middens een paradepaardje. Het eigenzinnig combo, intussen tot een kwintet uitgegroeid, haalt ritme en melodie door een mallemolen, schuwt een dosis alternatief en experiment niet en geeft de songstructuur een onverwachtse en verrassende, bizarre push … Een interessante, boeiende dolgedraaide boel met oog voor subtiliteit en finesse, gedragen door een bezwerende, hemelse, zoemende praatzang en screams. Hun stijlen van rock, wave, noise en psychedelica zijn vernuftig, gewaagd, avontuurlijk, tegendraads én gestoord! Hun (donkere, filmische) sound kan alle richtingen uitgaan en wordt bepaald door repetitieve drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica. Liars houdt (oude) vrienden als Swans, PIL, Gang of Four, A Certain Ratio, Einstürzende Neubauten, The Birthday Party, The Fall, Killing Joke en Sonic Youth hoog in het vaandel.

In hun uur durende set putten ze uit de cd’s ‘Drum’s not dead’, ‘Liars’ en het recent verschenen ‘Sisterworld’. Meteen werden we ondergedompeld in die unieke muzikale wereld door de trance van “Its all blooming now Mr Heart Attack” en de geschifte ritmes van “Scarecrows on a killing slant”. Af en toe konden we op adem komen en werd wat gas teruggenomen door de slepende en bezwerende tunes van songs als “No barrier fun” en “It fit when I was a kid”. Maar de huiveringwekkende sound van donker dreigende repetitieve ritmes, die plots explodeerde in krachtige, soms weirde noiserock overheerste, ondersteund van een acapella zang en galmzang; “I still can see an outside world” en vooral “Scissor” leken op een gitzwarte mis waar Sunn O)) om de hoek jaknikkend piepte. Het opbouwende “Houseclouds” verloor na enkele minuten z’n subtiliteit en op het afsluitende “Plastercats of everything” schemerden Indiase geluiden in hun moerassige poel van stijlen en wendingen door, en leek het erop dat ze een soort schreeuwtherapie voorstelden.

Kijk, dit was een op en top Liars gig, vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads, zonder de melodie en ritme uit het oog te verliezen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

vrijdag 05 november 2010 01:00

Tame Impala – Retro beeldrijk

Eerder waren we al onder de indruk van de jonge Aussies Tame Impala, die de 25ste Pukkelpopeditie als één van de openers elan gaven. Ze schoten als een komeet de lucht in met een debuut ‘Innerspeaker’ om U tegen te zeggen. In het Galacticastelstel brachten ze ons back in time van de late sixties, early seventies … retrostonerpsychedelica noemt zoiets …

De nummers werden lekker uitgesponnen, door de soli, effectbejag, galm, echo’s en stemvervorming. Het kwartet zocht muzikaal een weg door de hersenspinsels en aderen, speelde een aanstekelijke set en zorgde voor handclaps en een lichte schreeuw tussenin. Genieten doe je dus van die bezwerende retro - ingrediënten, die een leuke muziekquiz opleverden. Een poel aan invloeden passeerde de revue in de knappe, fijne psycherock, die verrassende en boeiende wendingen onderging door de slepende ritmes en de stevige groove, gekruid van overwaaiende, onstuimige gitaren. Ingehouden, gemoedelijk, krachtig en exploderend, met een rommelig, verdwaasd, dwarrelend kantje; een kleurrijk totaalgeluid, ingenieus, gedistingeerd en doordacht.
Leuk is het dat je tal van bands kunt oproepen, van Cream, Pink Floyd, Roky Erickson, Jimi Hendrix, Rare Earth, Pierre Henry, Hawkwind naar The Feelies, Stone Roses, Pale Saints, Ozric Tentacles, Soundgarden tot de huidige rits Black Mountain, Black Angels, MGMT en Midlake.
Leuk is de spacey trip van filmische, beeldrijke verhalen uit de ‘National Geograhic’ series, stoned weed vogels, golvende en zwevende dolfijnen en walvissen of de ‘neverending’ sneeuwlandschappen, bergpassen, vervroren meren van de Alaska documentaire ‘Ice car truckers’ …
En leuk was dat zo’n bandje kwam aantreden in het kleinste zaaltje van de Bota, tussen de gewelven waar band en publiek elkaar maar half zien, maar goed horen.
Tja, het heeft allemaal z’n charme … Dik bijeengepakt konden we een goed uur genieten van het muzikaal en beeldrijk spektakel. Toegegeven, niet elke song overtuigde even sterk, maar niks anders dan een glimlach op songs als “It is not meant to be”, die de boel op gang trok, al onmiddellijk gevolgd door de emotievol rammelende, voortkabbelende single “Solitude is bliss”; “Make up your mind” en “Alter ego” klonken intenser en hadden een forsere opbouw. “Expectations”, middenin de set ergens en op plaat ook al subliem, vormde hierin een hoogtepunt. Een dipje is er altijd wel … op weg naar de cover, “Remember me” van Blue Boy, naar het eind van de set geserveerd, verloren ze wel eens de draad door het gefreak, maar OK, het wordt dan net op tijd opgevangen. Hoed af voor het schitterend avontuurlijk, spacerockend kleedje aan het nummer, die ook op Pukkelpop de aandacht trok …
Tot slot kwamen ze imposant voor de dag met een langgerekte versie van “Half full of glass”, terug te vinden op een eerder verschenen EP, - stiekem achterna beluisterd én verdomd goed! Hier bundelden ze hun collectie favorieten in freakende retro, crazy ritmes, soms donker en loodzwaar, en wahwah pedaaleffects.

Tame Impala verbaasde zoals Black Angels en Black Mountain hen voordeden bij het eerste optreden. Alvast hebben ze het retro – inzicht en de muzikale kwaliteiten om een mooie toekomst uit te bouwen. De band verdient het!

De Engels zingende band uit Parijs rond Melody Prochet, My Bee’s Garden, opende gezapig de avond. We hoorden sfeervolle, dromerige zweefpop en ijle vocals die ons op wolken dreef. Met een knipoog naar Stereolab en Au Revoir Simone. Een déjeuner sur l’herbe en ietwat gemoedsrust lonkte … 

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Reservoirs

Het charismatische Fanfarlo, thuisbasis Londen, roots in Zweden, brengt smaakvolle, dromerige en fris speelse indiefolkpop. De plaat was al een tijdje uit en met de single “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” wist Simon Balthazar en zijn bende meer airplay te verkrijgen. En terecht, de groep balanceert ergens tussen Arcade Fire, de Zuiderse americana van Calexico en de Balkanpop van Beirut. Zonder ook maar over te hellen in bombast in een druk instrumentarium speelt het collectief hun beheerste en pakkende songs. Het geheel van violen, trompetten, accordeons, mandoline, zingende zaag en melodica’s zorgen voor een fijne sfeervolle opbouw. Een subtiel elegant geluid in het uitgekiende materiaal, dat elan en kleur geeft en een gevoel creëert tussen uitbundigheid en dramatiek. Balthazar is een fervente literatuur verslinder, houdt van markante historische figuren en heeft een voorliefde voor meren. Zijn zang hangt ergens tussen Finn Andrews van The Veils en Alec Ounsworth van CYHSY. Een heerlijk geluid dus, luister maar eens naar “I’m a pilot”, “Ghosts”, “Luna” en het lang uitgesponnen “Comets”; de tempowisselingen live brengt hen zelfs richting Mumford & Sons. Sterk debuut!

zondag 31 oktober 2010 02:00

Health - galmende terreurnoise

Na het concert van Health was het besluit … Muziek als fysieke loutering en beproeving opgevangen door een toffe locatie. Inderdaad, als je er de muziek van het LA afkomstige jonge Health op nahoudt, dan begeven we ons op het (gladde) ijs van de avantgarde scene die beweegt tussen de lijn van Swans, Fugazi, Liars en Wavves. Diverse lagen pop, lofi rock, punk, noise, shoegaze, surf, psychedelica en hardcore vloeien in elkaar over. In die overwaaiende rockende indie is er ruimte voor subtiliteit en finesse door knappe melodielijnen. Die aparte sound is omschreven als ‘nofi’ … experiment, creativiteit en melodie die bij Health omgeven wordt door hemels zweverige vocals.
De locatie dan: Péniche du Pianiste, een mooi gerestaureerde boot aan de muzikale oevers van … in Lille … én een podium, 5m2 … een nauw contact tussen band – publiek en het publiek onderling …
Een intense beleving van 50 minuten … overweldigende, overdonderende brouwsels van songs in een concert dat welgeteld even lang duurde als de rit naar de fijne locatie …

Het kwartet ging volledig op in de zwierig, ontstemd klinkende gitaren en goochelde aan de versterkers, knoppen en pedaaleffects. Over ons heen waaide een golf van distortion, fuzz en galmende stemvervorming, met als rode draad strakke, gortdroge drums en een opzwepend tromgeroffel. De bassist, met de lang wapperende haren, boog diverse keren over de rits effects heen en zwaaide met het ganse lichaam heen en weer … het beeld van een zeeziek man?! …
Het eerste kwartier was totally weird met songs als “In heat”, “Nice girls” en “Death +”; een ontketend kwartet dat een even ontketende, ontspoorde noisy sound bracht op het kleine podium; ze minderden even wat vaart, klonken ietwat gematigder en hadden oog voor de melodieuze ritmiek. Het zweverige geluid van “Die low”, het opbouwende “In violet” en het melodieus rockende “We are water” drongen door en we konden even op adem komen, daarna lieten ze het nog eens des duivels ontbinden en lekker ontaarden in noisy explosies, onverwachtse wendingen en een dosis experimenteerdrift. Met een bis van wegeteld 30 seconden …

Kortom, galmende terreurnoise die je verdwaasd achterliet … Kan Health je gezondheid schaden?!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Fest)

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Surfing the void

Het Londese Klaxons lag een drietal jaar terug aan de wieg van de nu-rave, elektronische dansmuziek met rock, het Britse antwoord en een uitloper van de Amerikaanse punkfunkstyle. Samen met bands als Hot Chip, Late of the pier, Does it offend you, yeah en Kasabian maakten ze een sterk debuut. Maar buiten Kasabian en Hot Chip zijn vele van die opkomende bandjes al bijna ten onder of ze moeten muzikale variaties brengen om het éven boeiend, fris, opwindend, aanstekelijk en dansbaar te houden.
‘Myths of the near future’ is gegrift in het geheugen met huppelende songs als “Golden skans”, “Magick” en “Two receivers”. Vóór deze plaat verscheen, hebben ze de vorige moeten schrappen als ‘te experimenteel’. De nieuwe plaat nam wel een andere wending aan … een fors krachtige gitaarsound met elektronica, die onderhuids kleur geeft aan het dynamisch rockende trio.Luister maar eens naar “Valley of the calm trees”, “Flashover” of de titelsong van de tweede cd. Minder nu rave, toeters en bellen , bezwerende zalvende en hitsende elektronica en popgehalte. Songs als “Echoes”, “The same space”, “Vanusla”, “Twin flames” en “Future memories” slaan de vroegere richting in.
Vier producers werkten aan de plaat, een beetje teveel van het goede om aan het opzienbarende debuut te tippen. De songs halen een goede middelmaat, maar beklijven en werken net onvoldoende en gevat op de dansspieren …

Arno mag dan al de zestig voorbij zijn, al dertig jaar intrigeert de nachtburgemeester en ongekroonde peetvader van de Belpop. Een nog niet versleten Arno verbaast de laatste tien jaar met enkele opmerkelijke platen als ‘Charles Ernest’, ‘French Bazaar’ en ‘Jus de Box’. Hij gooit de handdoek nog niet in de ring en verbaast opnieuw met de huidige cd ‘Brusseld’, die de samenhorigheid van ons landje bevordert en de Brusseleirs, Vlamingen en Walen een hart onder de riem geeft. Kunnen de heren en dames politici ‘Non’ en ‘Oui’ even aankloppen bij Arno aub, want geen enkele préformateur, ontmijner of bemiddelmaar slaagt erin mensen op zo’n spontane wijze bij elkaar te brengen  … en btw de Oostendse Brusselaar woont in de buurt.
De eerste clubtour houdt hem netjes in Brussel, verdeeld over het KVS, de Botanique, het Koninklijk Circus, de AB en de Vk* … de verschillende talen en culturen dicht bijeen. Na deze tour trekt hij de verschillende clubzalen over het ganse land rond en maakt een wip naar Frankrijk. Inderdaad, op het nieuwe ‘Brusseld’ solliciteert hij als de ambassadeur van Brussel (eigenlijk niet meer nodig zelfs!) en pleit hij gemoedelijk en humoristisch ‘in alle talen’ voor verdraagzaamheid, éénheid en een multi-culturele samenleving in een afwisselend aanstekelijk, fris, dynamisch, rauw en intiem, ingetogen geluid …!

In de twee uur durende set hoorden we TC Matic, Arno & The Subrovniks, Charles & The White Trash European Blues Connection …en Arno himself: de recente cd plaatst hij natuurlijk in de spotlights en hij grossiert in z’n rijkelijk gevulde oeuvre en haalt traditiegetrouw enkele onontbeerlijke classics aan, waarvan de ‘90s uitstapjes het meest opvielen.
Tja, muzikaal noteerden we hier een monsterscore, net als PSV tegen Feyenoord (10 – 0 ) … Allez, de toegevoegde titel ‘Allez Allez Circulez’ was hier meer dan ooit op z’n plaats: een pak mooie melodieuze songs, venijnige stampende rockers, enkele nachtkrakers, aanstekelijke kroegliederen en weemoedige, gevoelige ingetogen ballads, broeierig, intens, funky, doorleefd en bij het nekvel grijpend.
Arno en z’n rechterhand Serge Feys beschikken opnieuw over enkele klassemuzikanten, ondersteund door een kleurrijke, Zuiderse backing vocal van de bevallige Sabrina, met Marokkaanse roots, die de songs naar een hoger niveau kon tillen.
In welke landstaal ook, in ’t Ostends dialect, op z’n Bru-ssels, in ’t Frans of in ’t Duits, kon hij elke song, hoe emotievol, rauw en doorleefd, op luchtige wijze inleiden als een volleerd stand-up comedian en de nodige show aan verkopen, onmiskenbaar verbonden aan het huidig leefklimaat, verhalen aan de ‘Marolliense’ toog en gemoedelijke, rakende familiale kwesties over z’n moeder, grootmoeder en z’n tantes. Hij gooide er aardig wat anekdotes aan toe, deelde speldenprikjes uit en zong in het Engels, Frans en voegde er een Vlaams dialectsausje aan toe. Kortom, een Arno op z’n best, met een totaal geluid in z’n oud vertrouwde pose aan de micro of het zich neerploffen op z’n stoel zoals we al zagen op enkele plaathoezen.
De ‘GeBrusselde’ Belg kon niet beter openen als met het snedige “Brussels”, een ‘l’union fait la force’ in de drie landstalen. De kermiscarrousel van “Mademoiselle” volgde, bepaald door synths, toetsen en cymbalen. “God save the kiss” kreeg een warm Zuid-Europese pastel door de backing vocaliste. Ook het ingehouden “Elle pense quand elle danse”, gericht aan z’n verliefde zoon, klonk breder … van een sobere pianotune ging het naar een opbouwende rockversie. De spotlights vervaagden nu van het recente album en Arno grasduinde met een rauw ‘freakende’ “Meet the freaks”, een broeierige “See line woman” en een intiem sfeervolle “Lola”, die teruggreep naar een jaren ’20 - ’30 geluid en een specialleke was voor z’n grootmoeder.
En die muzikale afwisseling behield Arno met z’n band tot aan de classics: van de forse armslagen van “Ca monte/Monday” en “Black dog day”, de innemende zwier van “Danse danse Françoise” naar het spannende, opzwepende “Ratata” tot de smerige zaligheid van “Rock’em out” en “With you”. Een groots gespeelde, bezwerende “Watch at boy” vormde een hoogtepunt en integreerde verschillende stijlen; hij verwezenlijkte hier een trance-effect. Verder kreeg je de krop in de keel met de tristesse van “Quelqu’un a touché ma femme”, de Bob Marley cover “Get up, stand up” en het door merg en beende gaande, in de bis, “Les yeux de ma mère”. Allerheiligen glipte door …
En dan was er ruimte voor de Arno ‘classic trein’ met “Je veux nager” en een hoempapa accordeon meezingbare versie van “Oh lala”. Het lang uitgesponnen “Putain putain” werd nog krachtiger mee gezongen en besloot met het Belgische volkslied. Op een kermistune werden de groepsleden voorgesteld en bedankte hij Serge Feys nogmaals voor de 35 jaar dienst. Als zij elkaar niet goed zouden kennen … Leuk was hoe Adamo’s “Les files du bord de la mer” werd aangepakt door de lichte swing, de clowneske uitdrukkingen en de gevatte, pittige woordspelingen.

Arno is duidelijk op dreef, speelt tijdloze rock en is eigenlijk een soort ‘Fun Lovin’ Criminal’, die we hoorden toen we verdwaasd achtergelaten werden door Arno …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Radio Rain & Hard Luck Stories

Nona Mez is het alter ego van de Leuvenaar Geert Maris. Hij komt sterk voor de dag met de 2CD ‘Radio Rain & Hard Luck Stories’, dat op het label van Milow, Jonathan Vandenbroeck is verschenen. Sober ingehouden semi-akoestische songs gedragen door een fluwelen stemgeluid, af en toe ondersteund van bas, piano, toetsen, en drums. Het zijn eenvoudige, pakkende, ingetogen songs, die weten te raken. CD I klinkt misschien iets krachtiger dan CD 2. Ook de tweede stem van Milow op “Hard luck stories” of de emotievolle backing vocals van Juliet Coy op “Best out of three” en “Happy thoughts” bieden een meerwaarde aan het doeltreffende materiaal van Maris … grootse songs van de kleine dingen des levens. Subtiel uitgewerkte songs die ervoor zorgen dat de dubbelplaat erg overtuigend klinkt …

donderdag 07 oktober 2010 02:00

The Suburbs

Het uitgebreide Canadese collectief Arcade Fire, rond Win Butler & Régine Chassagne, heeft opnieuw een sterke plaat afgeleverd … de derde in rij trouwens na ‘The funeral’ in 2004, die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren, en ondanks de weinig vrolijke noot, speelsheid en uitbundigheid combineren met ingetogenheid en dramatiek. Die dramatiek kende een bombastische, orkestrale inslag op de in 2007 verschenen ‘Neon Bible’, die net als het debuut klasse songs bevatte. Het rijkelijke instrumentarium gaf kleur aan het theatrale album.
’The Suburbs’ is een meer directe plaat, die als rode draad het leven van een dertigjarige componist reflecteert, die een voorzichtige blik over de schouder werpt naar de weg die je hebt afgelegd en de doelen die je hebt vooropgesteld.
We horen een rijk, divers en uitgebalanceerd geluid die de zwaarmoedigheid en dramatiek van weleer goed heeft opgevangen.
Zestien nummers vinden we terug op het magnus opus van Arcade Fire, die net als op het debuut werkt met deelstukken. Broeierige songs die intrigeren door de puike, spannende opbouw hebben ( o.m. “Ready to start”, “We used to wait”, “Modern man”, “Rococo” en “Half light”), of krachtige rock kunnen bevatten (“Empty room” en “Month of May”). Af en toe gaat het collectief sfeervoller te werk en laten ze de toetsen wat meer doorklinken (“Half light I”, “Wasted hours”, “The Suburbs I & de outtro”).
De plaat is uiterst boeiend om in z’n geheel te beluisteren. Was de band voorheen met hun aparte sound eerder uitnodigend voor de kerkdienst, dan kunnen ze nu concertzalen, festivalweides en pleinen overrompelen met dit standvastig, consistent, evenwichtig poprockend album.

Pagina 277 van 337