logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Shame
Johnny Marr
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 27 maart 2008 02:00

Brace, Brace

Chikinki, een Brits viertal uit Bristol, wist twee jaar geleden met “Either radio” een aardig hitje te scoren. De nieuwe plaat laat een eenduidige indruk na en bevat weinig verrassingen binnen hun popelektronica geluid. De songs op ‘Brace, Brace’ muntten niet uit, en het lijkt er sterk op dat ze eerder een live band zijn, die z’n aanstekelijke sound en energie op het podium kwijt kan. Meevallers zijn: de stevige opener “Sunrise”, het orkestrale “You make it look easy”, het elektronicagestoei op “2 possible worlds” en het dromerige “Hello hello” …en daarmee zijn we rond betreffende ‘Brace Brace’.

donderdag 20 maart 2008 02:00

The golden age

We leerden een kleine twintig jaar terug de Californische band AMC, onder zanger/gitarist en singer/songwriter Mark Eitzel, kennen met ‘United Kingdom/California’. Eigenwijs baanden ze zich een weg binnen de weemoedige indie/americana pop, waarbij Eitzel over een inktzwarte pen beschikte. Latere albums als ‘Mercury’ leverde de band een cultstatus op.
Doch in ’95 liet Eitzel z’n AMC voor wat het was en ging op solopad. En kijk, in 2004 kwam hij met een nieuwe AMC plaat ‘Love songs for patriots’, samen met z’n vaste gitarist Vudi.
Eitzel verloor door de jaren niks van z’n tristesse, maar deze ‘The golden age’ laat toch een handvol lichtvoetige, zelfs luchtige songs horen. Hoop dringt zich op, naast een dosis melancholie en wanhoop. Luister maar eens “Decibels and little pills” en “I know that’s not really you”. Andere nummers als “One step ahead”, “The windows on the world en “On my way “ schuwen een vleugje gitaarnoise niet en klinken ietwat forser dan de doorsnee AMC song. Voor de rest horen we druilerige ‘on the road’ songs, die rustig voortkabbelen, een sfeervolle opbouw hebben, of donker, ingetogen zijn door een semi –akoestische aanpak, waaronder “All my love”, “The John Berchman Victory Choir” en de afsluitende track “The grand duchess of San Francisco”.
Onderhuids refereert de plaat aan de intieme kant van Prefab Sprout en Lemonheads. Maar door de gevarieerde sound en het toegankelijk karakter lukt het hen misschien wel deze keer een breder publiek aan te spreken …

donderdag 20 maart 2008 02:00

Seventh Tree

Zangeres Alison Goldfrapp en elektronicafreak Will Gregory grijpen met hun vierde plaat ‘Seventh Tree’ grotendeels terug naar het debuut ‘Felt mountain’ uit 2000. Doch de sound van de nieuwe cd is minder ijzig en koel, klinkt warm, sfeervol en dromerig en houdt het op pop, elektronica, folk en psychedelica, soms rijkelijk ondersteund door strijkers. Haar hemels, breekbare stem past ideaal in dit sprookjeskader. Weg is de sensueel zwoele, ‘80’s electro, funk en disco.
Goldfrapp evolueerde van ijskoningin naar een ondeugende sexy queen om nu als een soort ‘maagdelijke fee’ door het leven te gaan.
De stap naar die charmante romantiek is een bewuste keuze om niet te vervallen in de stijl van de twee vorige platen ‘Black cherry’ en ‘Supernature’.
De clip van deze frêle jonge dame in een witte jurk en dansende bomen lijkt alvast de muzikale droomwereld van de ‘Seventh Tree’, die een puik resultaat is door songs als “Clowns”, “Little bird”, “Happiness”, “A &E” en “Cologne cerrone Houdini”.

donderdag 20 maart 2008 02:00

A guide to love, loss & desperation

Het Britse trio The Wombats uit Liverpool baant zich een weg naar het succes met de aanstekelijke plaat ‘A guide to love, loss & desperation’. De band is te situeren binnen de postpunk. Het trio brengt op een onbevangen, naïeve wijze opzwepend vaardige, strakke gitaarpoprock. De plaat is in één ruk te beluisteren, door de eenvoudige melodie, dynamiek en meezingrefreintjes. De songs nestelen zich met gemak in je hersenen; huidige grootse bands als Franz Ferdinand en Kaiser Chiefs mogen er een puntje aan zuigen. “Kill the director”, “let’s dance to Joy Division” en “Backfire at the disco” zijn alvast drie potentiële hitsingles. Af en toe minderen ze vaart zoals op “Little miss pipedream” en “Here comes the anxiety”, doch door hun speelsheid hebben we te maken met een prima leuk, geniaal plaatje.

zaterdag 05 april 2008 03:00

De gekke live bende van Kaizers Orchestra

Kaizers Orchestra is back! De nieuwe vierde plaat ‘Maskineri’ klinkt tav de vorige plaat ‘Maestro’ dynamisch en zwierig. Het zeskoppig gezelschap uit Noorwegen, onder zanger Janove Ottesen, brengt een soort zigeunermuziek, een combinatie van pop en hoempapa met een Balkanswing, gespeeld dooreen niet voor de hand liggend instrumentarium naast de basis: contrabas, (kermis)orgel, twee olievaten, wielschijven en ander (afbraak)materiaal.

Live trekt de band de kaart van opwindend entertainment en klinken ze als een stoomtrein, waardoor het een ‘must’ is deze band aan het werk te zien als ze ergens optreden. Frontman Ottesen ontbindt live alle duivels, in tegenstelling tot z’n solowerk, dat uiterst ingetogen en intimistisch is.
De vroegere roadie in Elvis plunje bleef deze maal thuis, maar het drukte de pret niet. Aanstekelijk groovy materiaal met een puike opbouw, intrigerende orgelpartijen, snedig gitaarspel, een diepe repetitieve bas, een bedreven drumspel en een percussie op olievaten en wielschijven. Origineel, avontuurlijk, gewaagd en smaakvol.
In het eerste half uur stelden ze nieuw materiaal voor en was hun sound stevig gekruid met rock’n’roll, country en ‘70’s psychedelica: “Maskineri”, die de set opende, “9mm”, “Bastard sönn” en “Moment”.
De twee gitaristen en Ottesen sprongen soms op de vaten, maakten synchrone pasjes, gaven het showgehalte kleur en deden de temperatuur in de VK stijgen. Ruimte was er voor ouder werk: “Bon fra helvete” kreeg onverwachtse wendingen door de slagen op de olievaten en de stroboscoop effects. “Blitzregen baby” had een Russisch meezinggehalte en “Kontrol pa kontinentet” klonk fris, strak en bezwerend.
Kaizers Orchestra sprak op“KGB” en “Resistansen” de dansspieren aan. “Apokalyps meg” liet de rock’n’roll doorklinken en “Maestro”, ingeleid op accordeon, was een schitterende apotheose.
Door de sterke respons haalde Ottesen aan dat ’The Show not over yet was!”, “Sigöynerblod” en “Bak et halllelujah” hadden een polkaswing en gaven een Zorba gevoel.

Kaizers Orchestra was live een gekke bende , anderhalf uur lang feestelijke muziek, gecontroleerde chaos, wat door het publiek werd gewaardeerd!

Support was de sympathieke Canadese singer/songwriter Geoff Berner, die solo op accordeon  indruk maakte. De man hield vijftien minuten lang z’n publiek in de ban door het spelen met woorden en z’n maatschappijkritische teksten een leuke, humoristische wending te geven.

Organisatie: VK Sint-Jans Molenbeek

Jong charismatisch madammeke bracht in het najaar van 2007 een interessante debuut uit ‘Made of bricks’, waarbij ze meteen kon rekenen op een jonge horde vrouwelijke fans. Volgende zaken vielen op: haar intens pianospel, haar breekbare, zachte stem en haar praatzang. De jonge Melanie lookalike van de ‘60’s, stak Ani Difranco en Tori Amos naar de kroon. Haar jeugdige onbezonnen muziek laveert ergens tussen de new acoustic movement en de freefolk, en bezorgt relaxte, broeierige, zonnige popsongs.
Haar debuut verkoopt als een trein en met haar vierkoppige band waren de optredens op Pukkelpop en in de Bota een groots succes. Het verwonderde niet dat het concert in de Vooruit al een tijdje uitverkocht was.

Het jonge kwartet The Mystery Jets, goede vrienden van Nash, openden en speelden een goed half uur. Het Brits enthousiaste gezelschap beschikte over twee zangers en bracht een gezellig potje rammelende, dromerige indiepop en een vleugje ‘80’s electro, die na een tijdje z’n intenties verloor; de soms tegenstrijdige (samen)zang was mee verantwoordelijk. Trouwens, één van de zangers leek vervaarlijk op een jonge Blixa Bargeld. De band was een Thomas Dolby en Anthony & The Johnsons on speed. Goed, maar niks meer!

De set van Kate Nash werd ingeleid door de ‘60s Motown music van vrouwelijke artiesten. Diana Ross & The Supremes vormden de rode draad in de (te) lange soundcheck. Toen plots de neonlichten ‘Kate Nash’ toverden, kon het beginnen. En meteen sloeg het vuur in de pan met “Pumpkin soup”, een sterk groovy, dansbaar popnummer. Nash zette haar pianospel kracht bij door als een An Pierlé recht te veren. De vrolijke, swingende popsongs volgden elkaar in een sneltempo op : “Shit song”, “Stitching legging” en “We get on”, die telkens getrakteerd werden op een warm onthaal .
Toen ze de akoestisch gitaar omarmde, en de eerste tonen liet horen van het intieme “Birds”, reageerde het jonge publiek onverwachts uitgelaten. Ze was sterk onder de indruk! Een lach en traan naar het publiek maakte de song nog intenser en emotievoller. Trouwens, door haar onnavolgbare praatzang (soms wel een miauwzang) in dit nummer, refereerde ze sterk aan Difranco. Het publiek neuriede mee!
De gevarieerde aanpak hield aan : elektrisch en akoestisch gitaargetokkel op “Nicest things”, die ook op de nieuwe “Seagulls” en “Pick pocket” te horen was. Het semi –akoestisch werk prikkelde alvast voor de volgende plaat. “Paris” op z’n beurt overtuigde door de krachtige percussieslagen.
Een schitterende finalereeks speelden ze met het aanstekelijke “Skeleton song”, het opbouwende “Mariella” en de huidige singles “Mouthwash” en “Foundations”, die al bij de eerste pianotoets uitzinnig werden onthaald.
In afwachting van de bis vlogen papieren verzoekjes op het podium. Toen ze terugkwam, kregen de eerste rijen versnaperingen. Het benadrukte de feelgood/flowerpop van Nash en haar band. “Don’t you want to share the guilt” en “Merry happy” ondersteunden de frisse aanpak.

De eerste rijen waren vooral jonge meisjes die opkeken naar hun idool: zwart gemaskeerde ogen, lang krullend haar, een fleurig jurkje of t-shirt. Het leek erop dat Chrissie Hyndes van The Pretenders was herboren.
We hoorden een afwisselend boeiende en zwierige set, waarbij Nash zich ontpopte als een openhartige dame, met leuke, ontspannende, luchtige en innemende songs.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 29 maart 2008 02:00

Massive Clubdance met The Subs

We ondergingen een avondje ‘massive clubdance’ en konden outfreaken op de hipste Belgische muziek van The Subs, Bodyspasm en Plastic Operator in de bunker van de Nijdrop.

Het Gentse The Subs timmert al een tijdje aan de weg binnen de dancefloor; Starsky & Tonic (van de Culture Club) en Papillon van Foxylane zijn uitgegroeid tot de switch resident dj’s van StuBru, en slagen er definitief in door te breken met de instant club klassieker “Kiss my trance”.In de voetsporen van The Glimmers en 2 Many DJ’s haalden ze sterk uit naar de huidige trends van  Shameboy, Justice, Blackstrobe en Dada Life, zonder dat The Chemical Brothers over het hoofd konden worden gezien!
Een klein uur lang genoten we van hun opzwepende, neurotische (vervormde sounds), 80’s electro, trance, techno, housebeats en ‘chemical’ breakbeats, waarbij ze af en toe  samples van rock en wave klassiekers moeiteloos inpasten (Dire Straits, Nirvana, Fad Gadget, Human League, …). Songs als “Substracktion”, “Subs minimix”, “When the dogs bite”en “You make me spill!” zorgden voor talrijke zwevende handjes en werkten aanstekelijk op de dansspieren. “Kiss my trance”, in het midden van de set, was een absoluut hoogtepunt …Dance music for happy people!

Het Belgische Pieter van Dessel en de Canadees Mathieu Gendreau vormen samen Plastic Operator. Op hun elektronica-apparatuur speelden ze fijne dynamische muziek, verwerkten een vleugje psychedelica en klonken zelfs filmisch, onder een dromerige zang. Hun plaat ‘Different places’ van vorig jaar kan de doorbraak betekenen naar een breder dansminnend publiek!

En de after party kon worden ingezet met de broers Pieter en Sebastiaan Steeno van Bodyspasm, die onlangs de Brabantse editie Rockvonk in Het Depot te Leuven wonnen. Zij staan klaar om zich binnen de clubs te manifesteren met hun concept, waarin invloeden te horen waren van Aphex Twin, Justice, Digitalism en Simian Mobile Disco. Ze klonken heviger dan Plastic Operator en hun neurotisch pompende trance, grooves en beats overtuigden sterk! Eén van hun songs “Feel the beat” bleek het motto om de nacht in te zetten …

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Een goed bewaard geheim voor elke Vlaming is het Franse zigeunercollectief Les Ogres de Barback, die vorig jaar hun tienjarig bestaan vierden. Deze populaire broers en zussen Burguière uit Frankrijk worden sterk ontvangen in Brussel en Wallonië.
We leerden het kwartet vorig jaar kennen op het Dourfestival, die het publiek in feeststemming, maar ook in ontroering brachten met hun amalgaan aan stijlen.

Ze kwamen voor een triplette naar Brussel: in de Botanique, in het Théâtre 140 en in de AB, waar ze een twee en een half uur durende show opzetten van muziek en cabaret met een vleugje maatschappijkritiek.
Hun mix van zigeunerpop, folk, Balkan, hoempapa, kleinkunst en chanson brachten  ze met een ongelofelijk arsenaal aan instrumenten: naast gitaar, contrabas en drumkit, speelden ze op cello, klarinet, hobo, dwarsfluit, viool, accordeon, toetsen en blazers. De instrumenten hingen aan een stelling; boven aan de stelling was door kabels nog een deel percussie gebonden.
Les Ogres leunt aan Taraf de Haïdouks, Les Negresses Vertes, Think Of One en onze Vlaamse De Nieuwe Snaar. Een must om eens aan het werk te zien.

Het gemotiveerde, aangename kwartet speelde een gevarieerde set, waarbij ze rijkelijk grossierden in hun oeuvre en het recente ‘Du simple au Néant’ voorop stelden; Spil Fred stelde de songs voor met lappen tekst, die voor een (eenzame) Vlaming binnen dit publiek moeilijk te begrijpen was. Maar geen nood, we ondergingen met plezier hun emotievolle, innemende en aanstekelijke - op de dansspieren inwerkende -plattelandsmuziek, gaande van “Ma fille”, “Contes”, “Marée basse” naar “l’Arménienne”, “Jérome” tot “Les voyageurs”, “Grand-mère” en “Grosse tortue”.
Op een scherm zagen we folklore, natuurlandschappen en grauwe stadsbeelden, een perfecte soundtrack, refererend aan Moondog Jr’s ‘Sunrise’, en verbonden aan chansonniers als Brel en Piaf.
In de goed opgebouwde en afwisselende set kregen we na goed anderhalf uur een portie elektronica-experiment en trakteerden ze op een Ferre Grignard song.
In de lange bis bleef het kwartet van stijl en instrumenten wisselen, met songs als “Tequeno”, “Ni dieu” en “Monsier perdu…”, en eindigden ze als straattheater met poppen die een instrumentje bespeelden.

Originaliteit, spitsvondigheid, avontuur en variatie zijn woorden meer dan verdiend op hun plaats voor dit kwartet; een doorbraak is hen van harte gegund naar ons ‘plat pays’ Vlaanderen.

Organisatie: Ubu concerts

Twee beloftevolle bands Sweet Coffee en De La Vega, binnen de warme soulpop, serveerden het talrijk opgekomen publiek een zwoele, exotische Pasen, en deden even het winterweer van de avond vergeten.

Sweet Coffee debuteerde in 2004 en heeft totnutoe drie cd’s uit. De band nestelt zich een eigen weg tussen Sade, Everything but the Girl en De La Vega. De zomers sensuele popdance van het trio, onder de zang van de mooi ogende Raffaele Brescia, kan onvoldoende rekenen op airplay op de radio.
Live is het een heuse band (met zes!), elektronica-apparatuur, percussie, sax, klarinet en hobo, geruggensteund door de soulstem van Raffaele, een backing vocaliste en een rapper.
Ze speelden ongeveer een uurtje een uiterst genietbare, groovende set; de zalvende beats klonken af en toe krachtiger zoals op de sterke opener “Say hey yeah”, “Downtown”, “Friends” en “Keep on running”, die naadloos in elkaar overgingen. Doch Sweet Coffee liet het publiek opgaan en dromen in een seksueel prikkelende fantasiewereld door enkele sfeervolle loungy songs, “Ghost in your head” en “Lost in tears”. Postcoïtale muziek door de sensuele beats, een sax, een softe percussie en de zwoele vocals van de dames. Sweet Coffee flirtte met de stijlen jazz, soul, hiphop, house en funk. Op “What’s up with that” klonk de band directer door de raps van Mista. “Saxolude” liet een herboren Kelis horen en de opzwepende “New day”, “Memory lane” en “Perfect storm” waren een puike finale waarin ‘80’s disco/funk was verwerkt.

De La Vega debuteerde drie jaar terug met ‘Falling into place’. Hun broeierige, sfeervolle soulpop (met een jazzy tint) is op de langverwachte opvolger ‘The day after’ zowel op plaat als live directer geworden. De stem van Elke Bruyneel, die Lize Accoe vervangt, is beperkter en klinkt minder warm en doorleefd.
Het collectief klonk eenduidiger en speelde een aanstekelijke, snedige set, gaande van de rockende instrumentale opener “La derniere gitare”, naar “Once in a lifetime” en “On my mind”, tot het sfeervol, dromerige “Rescue me” en “Little clouds”. De toetsen, blazers en de dubbele percussie kwamen naar het eind meer op het voorplan met het freakende “Speedboy” en “Move on up”.
De La Vega bekoorde en speelde een afgewerkte set, doch de songs misten de vroegere sensualiteit, zoals op hun  afsluitende “Surely”, waarop de nacht kon worden ingezet met de ‘70’s soul, disco funk party!

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Twee beloftevolle bands Sweet Coffee en De La Vega, binnen de warme soulpop, serveerden het talrijk opgekomen publiek een zwoele, exotische Pasen, en deden even het winterweer van de avond vergeten.

Sweet Coffee debuteerde in 2004 en heeft totnutoe drie cd’s uit. De band nestelt zich een eigen weg tussen Sade, Everything but the Girl en De La Vega. De zomers sensuele popdance van het trio, onder de zang van de mooi ogende Raffaele Brescia, kan onvoldoende rekenen op airplay op de radio.
Live is het een heuse band (met zes!), elektronica-apparatuur, percussie, sax, klarinet en hobo, geruggensteund door de soulstem van Raffaele, een backing vocaliste en een rapper.
Ze speelden ongeveer een uurtje een uiterst genietbare, groovende set; de zalvende beats klonken af en toe krachtiger zoals op de sterke opener “Say hey yeah”, “Downtown”, “Friends” en “Keep on running”, die naadloos in elkaar overgingen. Doch Sweet Coffee liet het publiek opgaan en dromen in een seksueel prikkelende fantasiewereld door enkele sfeervolle loungy songs, “Ghost in your head” en “Lost in tears”. Postcoïtale muziek door de sensuele beats, een sax, een softe percussie en de zwoele vocals van de dames. Sweet Coffee flirtte met de stijlen jazz, soul, hiphop, house en funk. Op “What’s up with that” klonk de band directer door de raps van Mista. “Saxolude” liet een herboren Kelis horen en de opzwepende “New day”, “Memory lane” en “Perfect storm” waren een puike finale waarin ‘80’s disco/funk was verwerkt.

De La Vega debuteerde drie jaar terug met ‘Falling into place’. Hun broeierige, sfeervolle soulpop (met een jazzy tint) is op de langverwachte opvolger ‘The day after’ zowel op plaat als live directer geworden. De stem van Elke Bruyneel, die Lize Accoe vervangt, is beperkter en klinkt minder warm en doorleefd.
Het collectief klonk eenduidiger en speelde een aanstekelijke, snedige set, gaande van de rockende instrumentale opener “La derniere gitare”, naar “Once in a lifetime” en “On my mind”, tot het sfeervol, dromerige “Rescue me” en “Little clouds”. De toetsen, blazers en de dubbele percussie kwamen naar het eind meer op het voorplan met het freakende “Speedboy” en “Move on up”.
De La Vega bekoorde en speelde een afgewerkte set, doch de songs misten de vroegere sensualiteit, zoals op hun  afsluitende “Surely”, waarop de nacht kon worden ingezet met de ‘70’s soul, disco funk party!

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Pagina 329 van 348