logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dimmu_borgir_01...
Shame
Johan Meurisse

Johan Meurisse

zondag 04 november 2007 00:00

Joss Stone made our night beautiful

Een avondje soulpop werd ingeleid door Something Sally, een kwartet van fijngevoelige poprock en soul. De groep heeft momenteel een EP uit en liet een duidelijk signaal na, dat we nog van hen zullen horen…

Het Britse soulwonder en mooi ogende jongedame Joss Stone speelde, een klein anderhalf uur lang, warme, sfeervolle, broeierige en freakende soulpop, onder haar helder overtuigende en hemels, zalvende pakkende stem; het is op zich een wonder, om op zo’n jonge leeftijd zo’n doorleefde stem te hebben.

Joss Stone, in witte avondjurk én op blote voeten, werd vergezeld door een mooi uitgedoste band, waaronder een blazersectie, toetsen, piano, en backing vocalisten, die haar aangename en frisse sound elan gaven, met een vleugje gospel, jazz en hiphop. Joss was een vriendelijke, goedlachse jonge dame, die gretig inging op de reacties van het publiek en onder de indruk was van de respons van haar heupwiegende fans. Haar decor van ‘Love & Music’ was soms één sterrenhemel of hartendiefjes. Leuk, ontspannend en romantisch. Black music door een jonge blanke dame met een gouden stem, die niet als een Amy Winehouse bezig was: koele en afstandelijk haar set afgaspelen, om dan nog maar niet te spreken over haar drank- en drugprobleem…
De klemtoon kwam op de recente derde cd ‘Introducing Joss Stone ‘. Bepaalde nummers van de cd werden uitgesponnen of kregen wat meer groove: opener “Girls”, they won’t believe it”, “Baby, baby, baby” en afsluiter “Tell me ‘bout it”. In de sfeervolle songs als “Music” en “Tell me what we’re gonna do now” bewees ze andermaal over welke gouden stem ze beschikte! Ouder werk was er met de subtiel uitgewerkte “Super duper love”, “Fell in love with a boy”, en een dansbare “You had me”, die swingend de set besloot ; De ‘OohOoh’ werden zachtjes door het publiek meegezongen.
In de bis speelde ze eerst een nieuwe song, dan gooide ze bloemetjes in het publiek en ze sloot definitief af  met “Right to be wrong” en een reprise van “Tell me what…do now”, gekoppeld aan Bob Marleys “No Woman No Cry”. Schitterend!

Joss Stone: ‘she made our night beautiful’ en …dit was recht evenredig
Lieftallige groeten,

Organisatie: Live Nation

donderdag 01 november 2007 00:00

Oblivion with bells

De nieuwe cd ‘Oblivion with bells’ van het Britse Underworld maakt de cirkel rond met hun opzienbarend doorbraakalbum ‘DubNoBassWithMyHeadMan’ uit (’94). Dit is niet geheel onverwacht, want de vorige cd ‘A hundred days off’’ ( ook al vijf jaar terug), greep al ten dele terug naar deze plaat.
Karl Hyde en Rick Smith hebben elf songs klaar, waaronder vier instrumentals als aangename ambient soundscapes: “To heal”, “Glam bucket”, “Cuddle bunny” en “Good morning cockerel”.
De acht songs intrigeren door de opbouwende trancegerichte beats, die af en toe forser klinken, een vleugje psychedelica, Indiase invloeden en dubby basses. Boeiend. Per beluistering winnen deze songs aan zeggingskracht: “Crocodile”, “Ring road” en “Boy, boy, boy”.
‘Oblivion with bells’ is een loungy plaat, heeft een sfeervol, dromerig karakter en leunt  weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, pop en retro acid, en wordt ondersteund door de uiterst beheerste vocoder vocals van Karl Hyde.
De cd wordt door verschillende mensen als flauw aanzien; toegegeven, door het uitblijven van verrassingen,  zal ‘Oblivion with bells’ geen nieuwe zielen winnen, toch is en blijft hun sound zalvend uniek!

donderdag 25 oktober 2007 01:00

Super Ready/Fragmenté

In 2006 verscheen van het Zwitserse trio al een mooi overzicht van hun twintigjarig oeuvre. The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Het Young Gods recept blijft uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler.
De songs hebben een dreigende, onheilspelende spanning, er zijn de slepende ritmes, de onverwachtse wendingen en er is een vleugje psychedelica.
Huiveringwekkend. Luister maar eens naar opener  “I’m the drug”, “C’est quoi c’est ça”, “El magnifico”, “Secret”, “Everywhere”, “Un point c’est tout” en de titelsong, die zomaar eventjes negen minuten duurt! Oosterse sitargeluidjes horen we op “Stay with us”  en het meest ingehouden klinken ze op “About time” en “The color code”. Een fijne afwisseling.
The Young Gods gaan scherp en inventief te werk. Uitgeblust zijn ze dus zeker nog niet! Integendeel, ze bewijzen nogmaals een gevestigde waarde te zijn.

donderdag 25 oktober 2007 01:00

Music Swop Shop

Het Australische Peeping Tom, niet te verwarren met Mike Pattons Peeping Tom!, heeft op hun tweede plaat ‘Music Swop Shop,  acht lange stukken van tracks klaar, die één lange trip vormen van ‘90’s stonerrock, als Kyuss, QOSA, Fu Manchu en The Masters Of Reality; ze geven deze sound elan door de ‘70’s retrorock van Jimi Hendrickx. Af en toe is er een blazerpartij, wat het geheel nog kleurrijker en aantrekkelijker doet klinken. Het kwartet speelt een meeslepende en energieke sound, die eigenlijk nog het nauwst aanleunt op het onvolprezen Mother Tongue. Verbazingwekkend…verbijsterend, met prachtige gitaar- en drumsoli; een goed geoliede band, die perfect op elkaar is afgestemd!
Maar ze hebben een ware slijtageslag geleverd voor dit tweede album door de onderlinge interne strijd over de muzikale koers. De lofbetuigingen ten spijt, is de band in Australië al begonnen aan z’n afscheidstournee.

donderdag 18 oktober 2007 02:00

Our love to admire

Het New Yorkse kwartet Interpol levert kwalitatief sterk materiaal af: de twee voorbije cd’s ‘Turn on the bright lights’ en ‘Antics’ bevatten eigentijds en beheerst venijnig gitaarwerk, doorspekt van donker broeierige ‘80’s waverock. ‘Our love to admire’ durft iets meer warm, aanstekelijk en fris te klinken, naast het melancholische, mistroostige karakter. Het scherp gitaargetokkel en de bariton zang van Paul Banks blijven huiveringwekkend in het muzikale landschap van Interpol, maar door de ietwat krachtiger aanpak zijn ze een meerwaarde en zorgen ze voor diversiteit: luister maar de single “The heinrich maneuver”, “Pioneer to the falls”, “Mammoth” en “Who do you think?”.
Interpol vergeet de weemoed van vroeger platenwerk niet op “The Scale”, “Pace is the trick”, “All fired up”, “Wrecking ball” en “The lighthouse” zijn de herfstsongs.
‘Our love to admire’ mag je alvast letterlijk nemen! Heerlijk derde plaat.

The Young Gods besloten het Riffs’n’Bips (mix van electro en rock) festival te Mons.
Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Organisatie: Riffs’n’Bips festival, Mons (in het kader van het Riffs'n'Bips festival)

De Scandinavische band, uit Zweden I’m From Barcelona, besloot het Radar festival te Tourcoing; door hun feestmuziek deden ze de naam van het festival alle eer aan. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (in het kader van het Radar Festival)

Voor de eerste keer maakte ik kennis met het Riffs’n’Bips festival, al aan de vierde editie toe, een happening met een mix van electro en rock, in de Lotto Expo te Mons.  In vroegere edities kwamen al Vive la Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe en Magnus langs. Een aangename en fijne ontdekking bij onze Franstalige vrienden!

Als start kon ik van het beloftevolle viertal The dIplomat, die naar Brussel zijn uitgeweken, nog enkele nummers meepikken: snedige gitaarrock’n’roll, een venijnige melodie en gretig spelplezier. Hun pas verschenen debuut lijkt me op die manier meer dan de moeite waard…

Piano Club uit Luik, gegroeid uit leden van Hollywood Porn Stars en Malibu Stacy, is één van de Waalse exponenten die in Vlaanderen van wal kunnen steken met hun grillige en subtiele gitaarpoprock, een vleugje ‘80’s synthi wave en elektronicableeps; het viertal was voor deze happening speciaal in het wit gekleed en speelden enkele aardige nummers als “Love machine”, “Walkin’ bigfoot”, “Girl on tv” en “Shine”. Net als bij The dIplomat is het uitkijken naar hun debuut.

Het Franse Punish Yourself (met een opmerkelijke corpulente gitariste!) was totaal andere koek: ze spelen een crossover van industrial, punkmetal en ‘digital’ hardcore (elektronische mitrailleursalvo’s/technopunk) ergens tussen Ministry, het oude NIN, Marilyn Manson en Atari Teenage Riot. Een apocalyptische, bloedstollende sound van een in fluor gebodypainted viertal. In een moordend tempo haalden ze ‘sex, death en destroy’ undergroundverhalen aan, vorm gegeven door zwart/wit projecties, een decor van skeletten, afgehakte hoofden,  en bandages van vrouwenlichamen.  Enkele gitaarrock’n’roll licks op z’n Poison Ivy’s (van The Cramps) en een dubbele percussie zorgden voor variatie. Op het eind kwam J-L Demeyer van Front 242  nog een nummer meezingen; de groep kon rekenen op een sterke respons en had een pak die-hard fans mee…Punish Yourself  is de wildcard voor een nieuwe soundtrack van een David Lynch film…

De menigte kon zomaar moeiteloos overstappen van de oorverdovende sound van Punish Yourself naar de electrokitschpop van Daan, die ferm werd gesmaakt. Hij en z’n band waren alvast mooi uitgedost in kostuums. Op z’n eigen unieke manier en houding is Daan een festivalbeest. Het was een niet te missen optreden, voor wie hem nog niet aan het werk zag. Hij bouwde z’n set zorgvuldig op: “The player” en “Victory” bouwden een finale reeks naar “Sweet designer drugs”, een intieme “1969” (op piano), “Promis U” en de dance klassieker “Housewife”, die de ganse zaal tot dansen bracht.

Het Zwitsere trio The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, zijn al ruim twintig jaar bezig. Samen met The Swans en Einstürzende Neubauten gaven ze de elektronica een bepalende push onder de stijl van ‘industrial’.
Hun combinatie van elektronica sounds, en –dwarrels en de dosis voorgeprogrammeerde gitaarexperimenten (en –noise), opgezweept door een begeesterende percussie, en ondersteund door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler, blijft een uniek gegeven. Af en toe integreerden ze ambient en technotrance. Trouwens, The Young Gods gaven twee jaar terug een fijn overzicht van hun muzikale carrière en bewezen dat ze totaal nog niet waren uitgeblust.
Met hun donkere dreigende, broeierige sound, slaagden ze er nog steeds in zich te kunnen meten tegenover de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands. Witte spotlights (inclusief een spot op het microstatief!) en stroboscoop gaven kleur; Onlangs verscheen de nieuwe cd ‘Super ready/Fragmente’, waaruit live gretig werd geplukt: op “El magnifico” kwamen de drums op het voorplan,  “C’est quoi c’est ça” leidde de middernachtmis in, “Un point, c’est tout” leek de soundtrack voor een nieuwe ‘The excorcist’ en met ‘Every where’ en ‘I’m the drug’ toonden ze aan hoe inventief en scherp ze kunnen klinken. “Kissing the sun” en “Envoyé” waren alvast twee niet te missen klassiekers, die op een sterke respons konden rekenen. Spijtig genoeg waren ze gelimiteerd qua tijd, wat hen beperkte nog meer muzikaal afwisselend materiaal voor te stellen.

Na deze optredens kwam de klemtoon op enkele DJ sets: Agoria feat. Peter Murphy (van Bauhaus), IamX en Cosy Mozzy: een pak nieuwe geïnteresseerden daagden op, wat me deed terugdenken aan de DJ sets op het Dourfestival.
Het Franse Agoria uit Lion hield met hun aanstekelijke, bruisende en groovende technoclubtrance gedurende een klein uur het dansende publiek in z’n greep; een vleugje psychedelica en electro waren een welgekomen verfrissing, naast de grauwe, donkere vocals van Peter Murphy in twee songs.
IamX en Cosy Mozzy besloten op overtuigende wijze de vierde editie van electro en rock event die op ruim 3000 belangstellenden kon rekenen.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

Het Radar Festival is een jaarlijks initiatief van Le Grand Mix Tourcoing, gedurende drie avonden, waarbij per avond een drie à vier bands worden voorgesteld. Op en rond het podium hangen enkele schermen. Tussen de bands kon je rustig verpozen in ‘The village’ voor een drankje, een theetje en een hapje; er was randanimatie in enkele caravans, die in een halve cirkel waren opgesteld. Trouwens, Le Grand Mix is momenteel tien jaar bezig…
We kozen voor het thema van Dag 2: Peace & Love & Flower Power; vier bands traden aan: This Is The Kit, Tender Forever, The Do en I’m From Barcelona

This Is The Kit
is een Britse singer/songschrijfster, die intieme, breekbare pop met een folky, bluesy ondertoon speelde, gedragen door haar overtuigende, pakkende vocals; ergens tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega en Joni Mitchell. Haar bloemetjesjurk bekrachtigde het gegeven van Peace & Love & Flower Power. Door ziekte van haar violist, was ze genoodzaakt alleen op te treden; innemende songs op elektrische of akoestische gitaar en op banjo.

De meest opmerkelijke solo artieste was de Française Tender Forever, die een langdurige stage in de VS er op zitten had; haar avontuur en ervaring zette ze om in een opmerkelijk livesetje op elektronica en gitaar. De multi-instrumentaliste startte schuchter, maar palmde gaandeweg het publiek in met haar bricollage van (neurotische ) elektronica soundscapes, gitaargetokkel, handgeklap en stemexperiment. Er was zelfs een vleugje freefolk door allerhande geluidjes. Ze animeerde het publiek ongelofelijk. Op het scherm  waren soms twee artiesten geprojecteerd, die samen met haar speelden, dansten of zongen.  Op het einde maquilleerde ze haar gezicht en trakteerde het publiek op een ‘Tender hardcore’ afsluiter. Een duik in het publiek maakte dat ze letterlijk op handen werd gedragen!

The Do, een Frans drietal, haalde hun muzikale roots uit Scandinavië: er kleefde een Finse vlag op hun instrumentarium, surplus de  ‘lookalike’ van de zangeres. Ze creëerden een warm melancholisch, dromerig en sfeervol poprockgeluid, ergens tussen The Cardigans, Mum, Blonde Redhead en de rits integere vrouwelijke singer/songwriters, die door de synthi, belletjes en tierlantijntjes rond het drumstel, en de hoge, hemelse en ijle zang zeggingskracht kregen.

En tenslotte trad een Scandinavische band aan,  uit Zweden I’m From Barcelona, die door hun feestmuziek de naam van het festival alle eer aandeden. Ze zorgden voor een Flaming Lips sfeertje door de talrijke ballonnen, confetti en snippers; “We’re From Barcelona” werd een instant (one hit?) klassieker, wat een heuse succesvolle tournee op de been bracht.  Net als bij The Polyphonic Spree was er sprake van een band van 14 man op het podium, die speelden, dansten en zongen, de ene wat meer geflipt dan de andere…Een zondagsmis kon niet beter worden geanimeerd. Na de Pavarotti/Freddie Mercury’s bombastische “Barcelona” opener, vatte het feestgedruis aan: de groepsleden sprongen als gekken in het rond en er was meteen een dansende massa op “Treehouse”. De zanger dook meteen het publiek in. Het was ons duidelijk: het geflipt allegaartje I’m From Barcelona trakteerde ons op een klein uurtje party time. De nummers logen er niet om: “Rec & Play”, een praktisch onherkenbare “Like a prayer” van Madonna, “Chicken pox” en “We’re From Barcelona”. Een hoogstaand tempo van feestvieren die snel voorbij was. “Jenny” en “Barcelona loves you” wakkerde in de bis een polonaise aan, waarbij iedereen op het podium werd uitgenodigd om te jumpen op een hard/breakcore remix van hun hit.

I’m From Barcelona is een prettig gestoord collectief die het publiek in goede stemming bracht en een fijn weekendje inzette…en ze waren geslaagd in hun opdracht!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 11 oktober 2007 02:00

Ge kun et

Het Antwerpse Maskesachine, drie dames (Barbara, Eva en Liesbet) en ene gast (Dajo), spelen zich al een paar jaar in de kijker met hun charmante, speelse, bruisende en frisse folkpop en hun duivelse engelenzang. ‘Folkhop a la capella’ omschrijven ze het zelf, waarbij ze op een uiterst gewaagd pad stappen voorbij Laïs en Värttina. Maskesmachine bewandelt zelfs de psychedelica/freefolk stijl van CocoRosie en Animal Collective. Een dosis avontuur. Om dan nog niet te spreken van hun teksten of …flarden teksten, waarbij zinnen, woorden, neologismen en klankassociaties aan elkaar worden verweven.
Muzikale gekte en een gevatte, absurde en onnozele tekstinhoud zorgen ervoor dat de opvolger van de EP ‘Plaktang’ (productie Tom Pintens) de full cd ‘Ge kun et’ (productie Pascal Deweze, met hulp van Mauro!) een intrigerende, boeiende plaat is geworden met onverwachtse  wendingen, donkere synths en bleeps, bevreemdende percussie, en een al of niet verloren gespeelde noot van  gitaargetokkel, harp, piano of blazer. Luister maar eens naar de opener “Yes nog 6”,  “T-shirt” of “Maskesmachine”; ze halen een worldsound aan op “Attack atab”, er is de swing op “Ons danske” en “Sorry, dan moogde nog is” of ze komen vervaarlijk in de buurt van CocoRosie met “Dancing deer”, “Lalala” en het lieflijke, sprookjesachtige “Nooit de moed opgeven”. “Nostalgie” en “The sky is blue and I love you” zijn de meeste poppy songs van de cd.
Prettig gestoord bandje, die weet met wat ze bezig zijn…

Pagina 334 van 348