logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_04

dEUS

dEUS bewijst dat ze tot de wereldtop behoren in Vorst

Geschreven door

Geachte B.S.,  Je bent ongetwijfeld mijn favoriete recensent en heb steeds genoten van uw vlotte pen en uw kritische maar ook objectieve oren. Altijd een referentie voor mij geweest. Helaas kan ik maar niet begrijpen waarom je dEUS in de Lotto zo teleurstellend vond. In Vorst waren Tom en Co (wat mij betreft Mauro en Co) duidelijk in de vorm van hun leven, zodat ik mij  nauwelijks kan voorstellen dat deze goden de dag voorheen een slappe vertoning gehad hebben in hun thuishaven.

Zowat alles uit het overigens heel goed onthaalde ‘Keep you close’ (platina) werd gespeeld en kon zonder veel moeite naast hun klassiekers staan. Vanuit de ruwe donkere dEUS-kelders borrelde een retestrakke, gedreven en vooral goed gespeelde set op die door het publiek zéér enthousiast werd onthaald. Het geluid is inderdaad beter dan wat van de Lotto Arena gewoon zijn. Mauro stond daar als een volleerde professional gezellig zijn duivels te ontbinden met zijn typische ‘coolness’, als was het dat hij net een onderonsje had met Nick Cave. Zijn subliem gitaarspel werd dan nog eens geruggesteund door een dijk van een percussie. Zijne Nimmer Last Van Bescheidenheid Hebbende Tom Barman liet met plezier even de aandacht aan Zijne Niet direct Spraakwatervallige Mauro.
De magie bereikte al dra een eerste hoogtepunt met een beklijvende versie van “The architect”. In een sober maar efficiënt gordijn- en lichtdecor stormde de groep ‘rustig’ verder met een gevarieerde set en maakte ondergetekende en zowat heel het publiek redelijk knetter met een joekel van een “Instant street” (Mauro again!) De outtro mocht wel langer geduurd hebben. Nog een paar rake mokerslagen en/of uppercuts met “If you don’t get wat you want”, “Darks sets in’ en “Ghost” en het feest kon niet meer stuk.

Ok, “Sister dew” ontgoochelde even, maar de goddelijke duivels wisten zich ogenblikkelijk te herpakken. Twee heuse bisrondes met onder andere een fantastische “Suds and Soda” en “Sun ra” werd iedereen tevreden naar huis gestuurd, ook al had dEUS “Roses” niet gespeeld. 

Organisatie: Live Nation

Urbanus

Urbanus Zelf – Urbanus voor Jong en Oud

Geschreven door

Urbanus Zelf – Urbanus voor Jong en Oud
Bijna 40 jaar geleden startte het succesverhaal van Urbanus. Zoals dat wel eens kan gebeuren in de commerciële sector, werd Urbanus ontdekt via een humorfestival. In de beginjaren resulteerde dat in opdrachten op tv en op diverse podia waar hij zijn eerste liedjes en komische sketches bracht. Hij had een gat in de markt op gebied van deze ‘comedy’. Al snel genoot Urbanus bekendheid, zelf tot bij onze Noorderburen. Later volgde nog de films en de strips rond de figuur van Urbanus. Hij werd een grote Meneer op dit vlak. En als je dan die reputatie hebt opgebouwd, dan willen de mensen je – wel weer eens - aan het werk zien.

Die kans kregen we dus  in het Antwerpse Sportpaleis. ‘Urbanus Zelf’, hij verwees er maar al te graag naar, dat hij – opnieuw - alles Zelf moest doen … Een allegaartje zoals je het wel van Urbanus kon verwachten, een greep uit het rijke repertoire van Urbanus. De meest grappige sketches werden afgewisseld met de welgekende muzikale hits. Er werd grondig gebruik gemaakt van verschillende attributen zoals zijn zelf gemaakt draaimolentje en zijn gezellig hoerenkotje.
Het werd een show waar over nagedacht was met af een toe een link naar de actualiteit. Een
show die ook ruimte liet voor improvisatie.
De manier waarop Urbanus iets brengt is uniek. Laat je iemand anders dezelfde show opvoeren, dan kijkt men eerder verbaasd, maar bij Urbanus  gaat iedereen plat. Hij is een komiek , rad van tong , en goochelt met onze taal, een talent van een peetvader in ons cultureel landschap. Betreffende de comedy bracht hij leven in de brouwerij en ondanks het feit dat hij zich de voorbije jaren op het achterplan hield, wou hij nog eens een  push plaatsen in z’n rijkelijk gevulde carrière .
Een familieshow waarbij de oudere garde met nostalgie kon terugkijken  naar hun (jeugd) idool en de jongere generatie, die hem kent door de strips en door een heruitzending van één van zijn succesfilms op tv,  eens kon proeven en kon graaien naar inspiratie. Ook in het muzikale luik van o.m. “Poesje stoei”, “Madammen met nen bontjas”, “Bakske vol met stro”, … bracht hij de beide generaties samen  . Gezamenlijk kon men lachen en genieten

Urbanus zorgde voor een twee en een half uur durende show met glans. De toekomst van de Vlaamse komiek is al lang verzekerd maar de ‘oude rot’ in het vak deed de jongere en nieuwe wel eens blozen.

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Glimps showcasefestival 2011 – dag 1 - vrijdag 16 december 2011

Geschreven door

Glimps showcasefestival 2011 – dag 1 - vrijdag 16 december 2011
Het showcasefestival Glimps is een gloednieuw internationaal muziek festival dat uit de grond werd gestampt om professionelen uit de muzieksector in Vlaanderen en heel Europa samen te brengen om kennis te maken met pop- en rocktalent uit het Europese vasteland. Zo doende dat er heel wat boekers, managers, platenbazen en programmatoren aanwezig waren op de 9 verschillende locaties verspreid in de Gentse binnenstad. Niet tegenstaande dat men zich toespitst op de muziekindustrie waren alle muziekliefhebbers en of mensen die eens iets nieuws willen ontdekken van harte welkom op dit 2 daags muziekevenement waar 51 bands te bewonderen vielen.

De Gentse singer-songwriter Bram Vanparys mocht met zijn The Bony King Of Nowhere zaal Miry openen. De jonge singer-songwriter die al op Pukkelpop, Dranouter en Feest in het Park mocht staan, bekende dat hij niet graag showcases geeft, al vonden wij dat zijn intieme luistermuziek best paste in de rustieke concertzaal Miry. Een half uurtje is dan wel kort maar het was een half uur intensiteit en intimiteit. Bram liet zich voor het grootste deel van de nummers bijstaan door een erg sterke band. Ook bracht hij solo een paar nummers, die kippenvel bezorgde. Het solomateriaal in combinatie met ijzersterke songs met band boden variatie. Ideale band om de avond rustig op gang te trappen dus …

Op hetzelfde elan kregen we een klein uurtje later de prachtige Sarah Ferri . De jonge Gentse deerne liet ons een voorsmaakje horen uit het debuut album ‘Ferritales’ dat ze op 10 februari voorstelt in de Balzaal, Vooruit. De voormalige winnares van de Jonge Wolven pakte de zaal meteen in met haar zwoele stem. De 6-koppige band vulde het podium en betoverde de zaal met swingende jazz songs. De nummers die deze jonge dame ten berde brengt , sleurt je mee in haar rijke fantasie. Kortom een klasse dame waar we zeker en vast nog gaan van horen…

We lieten de Miry achter ons en trokken naar (het oord des verderf) de Charlatan voor het iets ruigere werk. In een stampvol café was Diego al aan zijn set begonnen. Diego is in Slovakije één van de populairste underground indie-rockbands momenteel. Ooit hadden ze de eer om te mogen openen voor Editors. Vanavond speelden ze voor het eerst in België en waren ze van plan niet onopgemerkt ons land te verlaten. De kerels trokken stevig van leer en vuurden het ene nummer na het andere af en hapten af en toe even adem. Stevige melodieuze gitaarlijnen, een kurk droge drum en een goede stem, meer heeft men niet nodig,  zou men denken, maar de elektrische viool die ze in hun nummers lieten samenvloeien, betekende een hele verademing en was een meerwaarde. Diego kon ons niet volledig bekoren maar ergens geloven we dat deze band heel wat potentieel heeft .

Na een half uur in het volgepropte café trokken we naar het zaaltje achteraan de Charlatan, daar was Wallace Vanborn bezig. De drie stonerrockers uit het Gentse hadden er enorm veel zin in en produceerden vanaf hun eerste gitaaraanslagen een indrukwekkende ‘wall of sound’. Een half uur lang brachten ze heerlijke rauwe rock en deden ze de zaal op zijn grondvesten daveren! Wallace Vanborn imponeerde met een verschroeiende set, én net als je dacht dat ze op hun top zaten, staken ze nog een tandje bij. Hun set hadden ze prima in elkaar gezet en qua opbouw was er weinig op aan te merken, ze bespeelden het publiek die het duidelijk naar hun zin had. Wallace Vanborn liet een verpletterende indruk achter!

Voor de laatste band van de eerste avond trokken we naar de Video; daar stonden de vijf knotsgekke leden van Concrete Knives. We werden door onze Franse vrienden ondergedompeld in een bad vol heerlijke zomerse indie-rock-pop. De erg toegankelijke popsongs werden opgefleurd door aanstekelijke zanglijnen. De Video liep in een mum van tijd vol en de eigenaar voelde zich genoodzaakt om een bordje volzet aan de deur te hangen. Iedereen die nog net binnengeraakte prees zich gelukkig en feestte mee met deze Concrete Knives, die  op deze manier de eerste dag van GLIMPS in schoonheid afsloot.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/glimps-showcasefestival/

Organisatie: GlimpsGent (ism met diverse organisaties)

Cascadeur

Cascadeur - Subtiel stuntwerk

Geschreven door

Cascadeur betreft het mysterieuze personage vertolkt door Alexandre Longo. Waar wij Dr. Lektroluv hebben, vragen onze zuiderburen zich al een drietal jaren af welk gezicht er schuilgaat onder het masker of de helm waarmee deze muzikale duizendpoot permanent zijn gelaat bedekt.

In de Botanique betrad hij het podium in witte overal en dito helm om als een spacy versie van Wim Mertens dromerig pianospel en ijle oerklanken te produceren. Eens zijn vingers en stem aldus opgewarmd waren, kreeg Cascadeur voor het eerst enkele handen op elkaar dankzij de basloop uit “Highway 01”. Direct daarna werd het optreden echter enkele minuten stilgelegd wegens technische storingen. Blijkbaar was er een probleem met de oortjes onder zijn helm en uiteraard diende hij daarbij het podium te verlaten want de kans dat hij ooit zijn helm af zal zetten op het podium is gewoonweg onbestaande.
De show werd terug op gang getrokken met “Into the wild”, een nummer dat begint met Neil Young-achtige vocalen om na verloop van tijd een Scala-achtig intermezzo te krijgen alvorens af te sluiten met een jazzy brok xylofoon. Het daaropvolgende “Walker” werd dan weer gelardeerd met allerlei elektronica-effecten. Het was dus na een twintigtal minuten al duidelijk dat Cascadeur zich niet tot één kunstje beperkt.
De helm werd vervolgens vervangen door het masker dat hij voor de rest van de avond op zou houden. Gelukkig was het winter in Brussel dus al te hoog zal de temperatuur niet opgelopen zijn, althans dat hopen we voor hem (niet dat we medelijden hebben want wie speciaal wil doen moet daar dan ook maar de consequenties van dragen, nietwaar?).
Het subtiele “Meaning” demonstreerde dat deze showman ook kan uitblinken in sobere songs. Het meer poppy “Waiting” bleek catchy genoeg om een deel van het publiek tot laid-back achtergrondkoor om te vormen. Tijdens “Glam” had Cascadeur zijn publiek voor het eerst echt mee. Sommigen waagden zich zowaar aan een danspasje. Zelf bleven we stokstijf staan maar dit vooral omdat we toch wel wat onder de indruk waren van de zang die klonk alsof Jeff Buckley uit de doden herrezen was.
Terwijl alle reeds gebrachte liedjes afkomstig zijn van de onterecht onder de radar gebleven debuutplaat (‘The Human Octopus’) gooide de sympathieke Fransman er in de helft van de set twee oudere nummers tussen. Het duidelijk onder de invloed van de meer elektronische versie van Radiohead ontstane “Stuntman” zou Cascadeur in 2008 geperst hebben op een zelf geproduceerde edoch eigenlijk niet gedistribueerde plaat, met wat geluk zal het echter terug te vinden zijn op zijn volgende CD.
Een ander oud nummer, “The Odyssey”, prijkt op een compilatie die Les Inrockuptibles in 2008 verspreidde. Vanaf dat moment werd Cascadeur naar eigen zeggen van de ene dag op de andere de grote ster die hij nu - vol ironie - beweert te zijn.
In de Botanique werd duidelijk dat die plotse roem begrijpelijk is want “The Odyssey” is een nummer dat qua stijl en kwaliteit niet zou misstaan op ‘All is dream’ van Mercury Rev. Na een intimistisch “The End” kregen we een volgende hoogtepunt met “Road Movie”, een door een stuwend ritme voortgedreven knaller die hopelijk ook een stekje vindt op zijn volgende plaat. Het vrij eenvoudige maar o zo mooie “Memories” deed ons nog verder wegdromen alvorens weer met beide voeten op aarde gebracht te worden tijdens de wat teleurstellende techno-achtige afsluiter.

In de bisronde nam Cascadeur de akoestische gitaar ter hand om samen met David Bartholomé, frontman van de Waalse groep Sharko, het mooie weer te maken. Tijdens die bisronde liet de humorist in Cascadeur alle remmen los, wat er voor zorgde dat Bartholomé last kreeg van de slappe lach. Het afscheidswalsje getiteld “ByeBye” bleek uiteindelijk toch niet het absolute orgelpunt want Cascadeur kwam nog één keer terug om er met “Your shadow” voor te zorgen dat alle nummers uit ‘The Human Octopus’ aan bod gekomen waren. Dankbaar hoorde het publiek (dat in grote mate bestond uit dertigers en veertigers) hem verdwijnen met de woorden “I disappear, I’ll be your shadow”. Zelf zijn we eveneens van plan om de man van nabij te volgen. We zijn immers vrij optimistisch dat deze kerel nog veel muzikale stunten zal uithalen.

Organisatie: Botanique, Brussel

My Morning Jacket

Circuital

Geschreven door

My Morning Jacket is live een fantastische beleving en die ervaring proberen ze steevast op de laatste platen te zetten. Ze is dan ook opgenomen in hun hometown Kentucky . Jim James en de zijnen My Morning Jacket tekenen voor schoonheid, pracht en intensiteit binnen een indie/alt.americana concept , wat betekent dat we een tiental pittige , broeierige, bezwerende en ingetogen, sfeervolle songs met een retro/psychedelisch randje en met een melancholische inslag horen, gedragen door de warme, zalvende, hemelse, indringende vocals van de zanger/componist James.
De retrorock ligt hen hierin als gegoten en maakt de songs op de plaat sterk . Puur vakmanschap dus! Ze hebben een geduldige opbouw; “Victory dance” en de titelsong zijn al meteen twee boeiende tracks.
Op het eind met “Slow slow tunje” en “Movin’ away” neemt het gezelschap wat vaart en ritme terug , maar is het genieten van de sfeervolle aanpak.
Op ‘Circuital’ is een ouderwets klinkende MMJ aan het woord  en zonder meer overtuigt!

Wilco

The whole love

Geschreven door

Als we spreken over Wilco , dan maken we onmiddellijk de link met de sing/songschrijver Jeff Tweedy en het Muzikaal Vakmanschap van z’n band door de knap opgebouwde rootsrock/alt.country.  Aanstekelijke, broeierige  rockers, sfeervol dromerig materiaal en ingehouden, intieme (semi-akoestische) songs met een folky inslag . Veelzijdig binnen het genre . Rootsliedjes die van gitaarerupties kunnen worden vergeven .
Ze vallen met “Art of almost” met de deur in huis , een overrompelende, lange song die de instrumenten laat spreken; dan volgen een tiental songs met een gewone, gemiddelde tijdsduur , die de Wilco variatie onderstreept om dan met het eenvoudige, uitgesponnen repetitieve folky “One sunday morning” te besluiten .
Subtiel uitgewerkt materiaal is en blijft het handelsmerk van de Amerikaanse rootspopband , een band die boeit, vernieuwt en zich nestelt in z’n oud vertrouwde stijl … Maw op ‘The whole love’ vind je ‘Fantas-matische’ Wilco muziek .

O’Death

Outside

Geschreven door

Al een paar jaar volgen we de muziek van O’Death uit Brooklyn NY. Ze kwamen in de belangstelling met een opvallende crossover van rauw rammelende rock’n’roll, country, punk en folk.
Vuilnisbakkenfolk! Een instrumentarium van ukelele, banjo, piano, viool, harmonica, drums en andere rammelende percussie zorgen hiervoor.  De zeemansliederen van vroeger zijn wat gematigder, want de helft van de songs klinken rustiger, maar onderhuids dringt het ruige, rauwe, losgeslagen potten en pannen gekletter door .
O’Death brengt nog steeds een boeiende afwisselende trip van The Pogues, Kaizers Orchestra, Mumford & Sons , Woody Guthrie en Fleet Foxes . Een goede vierde cd dus …

Dan Freeman and the Serious

I Lie a lot

Geschreven door

Eén van de meest veelbelovende nieuwe namen (die weliswaar pas op het eind van het jaar kwam piepen) was ongetwijfeld die van Dan Freeman and the serious. Dan Freeman is afkomstig van het eiland Tasmanië en besloot enkele jaren geleden over te steken naar Berlijn om er muziek te sturen. Hij ontmoette en sloot zich aan bij de band  The Serious en ruilde gelijk  zijn saxofoon  voor een piano.
Resultaat is ‘I Lie A Lot’, een veelbelovende en vooral briljante debuutplaat. Freeman is duidelijk een begenadigde singer/songwriter die de vergelijking met wijlen Jeff Buckley kan weerstaan.  De muziek van de band ademt op zijn beurt de adem van bands als Radiohead, Muse (in z’n beginjaren!) en Kashmir.  Er is ruimte voor heel wat pathos en grote gevoelens maar tegelijkertijd blijkt er ook plaats voor het nodige geëxperimenteer. ‘I Lie A Lot’ is verder een zeer herkenbare en toegankelijke plaat geworden met elf gevarieerde tracks.  Verschillende songs leggen de nadruk op de piano en zijn vrij rustig (zoals “You don’t Wanne Be” en “123”) terwijl een paar nummers lekker rocken (waaronder het titelnummer en “Fall Slow”). 
Wie fan is van bovengenoemde groepen , moet absoluut naar Dan Freeman beluisteren.  Het is bijgevolg zonneklaar dat deze groep de potentie heeft om heel groot te worden…
 

F.O.D.

Dance To This

Geschreven door

Hoera!  Vlaanderen is opnieuw een fijne punkrockband rijker!  F.O.D bestaat uit vier heren uit de provincie Antwerpen die duidelijk  een voorliefde hebben voor rockbands als Green Day, Lagwagon, Descendents, Blink 182  en andere Bad Religions. 

Drie jaar geleden begon F.O.D. als een hobbyproject met als doel het volledig naspelen van ‘Dookie’, het doorbraakalbum van de multimiljonairs van Green Day.  Al snel begon men ook met het schrijven van eigen nummers en met de steun van het fijne Thanks But No Thanks Records is er nu ‘Dance To This’. 
Op dit mini-album passeren zeven snedige tracks de revue die samen afklokken op ongeveer een kwartier. De nummers zijn fris, catchy, uiterst melodieus en lekker uptempo en smeken om live gespeeld te worden. 
Originaliteit lijkt misschien niet de grootste betrachting van F.O.D  maar dit stoort  ons geen seconde. De band  is niet zomaar een  flauw afkooksel   maar komt  daarentegen  heel dicht in de buurt  van grote voorbeelden als NoFX en vooral Lagwagon.
Het lijkt ons dat ‘Dance To This’ een zeer mooi visitekaartje is en vooral een opstap naar een hele rits optredens! Voor meer info surf je best naar de facebookpagina van F.O.D (http://www.facebook.com/#!/fodbook).

INXS

INXS - Resem hits met een nieuw gezicht

Geschreven door

Opgericht in 1977 zou de Australische formatie 'The Farriss Brothers' onder de naam 'INXS' niet enkel uitgroeien tot een van de best verkopende groepen van hun land (de teller staat  wereldwijd op 35 miljoen verkochte albums) maar tevens hun stempel drukken op de muzikale jaren '80 en '90. Vooral met albums als 'Kick' (1987) en 'X' (1990) en de daaruit voortvloeiende succesrijke singles als “New Sensation”, “Never Tear Us Apart”, “Devil Inside”, “Need You Tonight”, “Suicide Blonde”, “Disappear”, “By My Side” en “Bitter Tears”  was INXS steevast in de hogere regionen van de hitlijsten terug te vinden.

Dat INXS anno 2011 niet in een uitverkocht Vorst Nationaal of Antwerpse Sportpaleis maar wel in een - overigens niet volgelopen - Gentse Vooruit geprogrammeerd stond, is in de eerste plaats te wijten aan de wanhoopdaad van zanger en liedjesschrijver Michael Hutchence. Hij besloot namelijk in 1997 letterlijk zijn broeksriem wat aan te spannen maar deed dit zo kordaat dat hij het leven erbij liet in een hotelkamer in Sydney. Betrof het zelfmoord dan wel een uit de hand gelopen seksueel experimentje (zijn appetijt op dat vlak was niet gering en bij twijfel mag u zich steeds wenden tot Helena Christensen, Kylie Minogue of Paula Yates om er slechts een paar te noemen)? De meningen over de ware toedracht zijn nog steeds verdeeld.
Feit is dat de groep dit plotse verlies nooit meer te boven zou komen. Men heeft nadien geprobeerd om gastzangers in te schakelen als daar zijn Terence Trent D'Arby, Jon Stevens of de winnaar van de speciaal op maat van INXS gemaakte CBS TV show 'Rock Star' JD Fortune (zie ook 'Switch', het in 2005 uitgebrachte elfde studioalbum van INXS), maar deze samenwerkingsverbanden bleken allemaal van korte duur te zijn en bovendien niet zo succesvol als ten tijde van Hutchence. Verwonderlijk is dit niet want Hutchence had looks, présence en zangkwaliteiten op overschot en zijn charisma en aantrekkingskracht zorgden voor een ongelofelijke marketing en verkoopwaarde.

Maar deze sterkte betekent doorgaans ook meteen de zwakte. Neem een dergelijk bepalend boegbeeld weg en de etalage van een groep ziet er voor velen al meteen heel wat minder aantrekkelijk uit. Het verleden heeft ook aangetoond dat het inschakelen van nieuwe zangers in die situaties enkel tot ontgoochelende resultaten leidt. Zie maar naar Queen die na het overlijden van Freddie Mercury beroep deed op de nochtans erg goede zanger Paul Rodgers (ex-Bad Company) of The Doors die Brett Scallions, Miljenko Matijevic of Ian Astbury (wiens poging evenwel bij uitzondering erg verdienstelijk genoemd mag worden) probeerden te slijten als de nieuwe Jim Morrison. De fans van het eerste uur haalden hun schouders op of erger, draaiden hun rug om. 
… Maar INXS blijft proberen. Sinds september werd op hun officiële website aangekondigd dat met de Noord-Ierse Ciaran Gribbin (a.k.a. Joe Echo) een nieuwe zanger werd gevonden. Gribbin die ook al zijn sporen heeft verdiend bij onder meer Snow Patrol, Paul Oakenfold en Madonna ('Celebration'), Groove Armada of Paul McCartney, zou de groep vergezellen op het Zuid-Amerikaanse en Europese deel van de tour. Gent kreeg daarbij de eer om als afsluiter te zorgen vooraleer INXS zich down under terugtrekt om te werken aan nieuw materiaal. Want inderdaad, Andrew Farriss, één van de drie broers binnen de groep en zowat het creatieve hart van INXS, heeft er een dermate goed gevoel bij dat er grootse plannen gesmeed worden. Men waagt zich zelfs aan lange termijnplanning.
Of dit laatste ook bewaarheid wordt, moet nog afgewacht worden maar Gribbin gaf in de Vooruit het beste van zichzelf. Hij benutte alle kansen om het publiek voor zich te winnen. Handjes schudden, lieve bindteksten, foto's nemen, setlists aan enkele fans uitdelen, zich omheen de  microfoonstandaard kronkelen of tijdens “Original Sin” totaal onverwacht op de balkons van de concertzaal verschijnen en daar het nummer in te zetten, het was allemaal aanwezig.
Maar hoe intens de inspanningen ook waren en hoe begenadigd hij als zanger ook is, de magie die er bij momenten op concerten ten tijde van Hutchence in de lucht hing, kon hij er niet mee terugbrengen. 
Was dit concertavondje INXS dan overbodig te noemen en te herleiden tot een niemendalletje? Dat zeker ook niet. Daarvoor is het songmateriaal te sterk, de muzikanten te ervaren en de gedrevenheid duidelijk nog voldoende aanwezig om INXS anno 2011 te beschouwen als een liveband die zichzelf op een anachronistische wijze staat te plagiëren.   
Bovendien had Gribbin het - en het leek ons inziens zelfs nog oprecht ook - handig aan boord gelegd om af en toe aan de toeschouwers duidelijk te maken niet de betrachting te hebben de reïncarnatie te willen zijn van Hutchence maar integendeel, zich als een overgelukkig, dartel doch nederig jong veulen te voelen die het als een eer beschouwde om met zijn muzikale helden te mogen samenspelen. Kwestie van de laagdrempelige aanleiding tot kritiek alvast handig weg te werken.
Een kritische noot kon er zeker geplaatst worden bij de uitvoering van “Beautiful Girl” waarbij de zang van Gribbin niet goed paste bij het nummer. Hoewel mooi gestart via een door Andrew Farriss bespeelde akoestische gitaar, gingen Tim Farris (elektrische gitaar) en Gary Gary Beers (basgitaar) er een krachtmeting van maken waarbij het lieflijke van het nummer compleet in de vernieling werd gespeeld.
Maar als we de vergelijkingspunten qua vocalen buiten beschouwing laten, waren er toch nog diverse hoogtepunten te beleven. 
Zo blijft “Listen Like Thieves” nog steeds een fantastisch nummer en behoeft “Suicide Blonde” als herkenningsfactor niet meer dan de intro via mondharmonica. Ook mooi om nog eens “Kiss The Dirt (Falling Down The Mountain)” terug te horen waarbij de keyboard van Andrew Farriss mooi correspondeerde met het stevige, simpele maar zo accurate gitaarrifje van Kirk Pengilly. Ook bij “Bitter Tears” bleek elke - hoe sober ook - gitaaraanslag het dragende element te zijn waarbij de piano bespeeld door Andrew Farriss, een mooie aanvulling vormde
“Original Sin” diende ook op het podium nog niks van zijn kracht in te boeten mede door de sterke gitaarpartij van Tim Farriss en de kordate drumslagen van zijn broer Jon. En een uitgesponnen, ritmisch “Devil Inside” deed de titel absoluut alle eer aan door het fraaie, spanning oproepend gitaarwerk van Pengilly, Tim Farriss en Beers. Ook “New Sensation” bleek nog steeds even energiek te zijn via onder meer het aan Nile Rodgers verwante gitaarrifje van Pengilly en bij “Never Tear Us Apart” mocht laatstgenoemde nog maar eens tonen hoe effectief zijn saxofoongeluid is geweest voor de klankkeur binnen INXS.
Meer ingetogen was het nieuwe “Tiny Summer” en eveneens veel rustiger en niet gespeend van enige nostalgie, was de versie van “Don’t Change” waarbij Gribbin het podium verliet om dit vrij te maken voor de originele leden van The Farriss Brothers/INXS. Daarbij konden we ons niet van de indruk ontdoen dat het gemis van Hutchence na al die jaren nog steeds op de gezichten te lezen stond.
Bij de toegiften hoorden een instrumentaal “Drum Opera” (het openingsnummers van de vorig jaar verschenen tribute-plaat 'Original Sin') bespeeld door de drie broers Farriss, een funky “What You Need” waarbij de groepsleden wat met elkaar liepen te dollen (Tim Farriss liep zelfs met een motorhelm op) en uiteindelijk - intussen uitgegroeid tot hét afsluitende nummer bij concerten van INXS - een meer uptempo versie van “Don’t Change”, uitgevoerd door de voltallige bezetting.
Wat INXS afgelopen maandag in de Vooruit liet horen, riep dubbele gevoelens op. Enerzijds viel er niks af te dingen aan het spelplezier dat uitging van de groepsleden die intussen bijna 34 jaar samen zijn (vooral Pengilly liet zich niet onbetuigd) en dit werkte aanstekelijk op het erg enthousiaste publiek. Ook aan hits was geen gebrek en de individuele klasse van het songmateriaal bleef overeind. Zeker als men dan nog bedenkt dat al even boeiende singles als “This Time”, “Baby Don’t Cry”, “The Gift”, “Taste It” of hun debuut 7" Just Keep Walking” uit 1980 in het zomerse Australië waren achtergebleven.

Maar aan de andere kant is het met een nieuwe zanger in de rangen - de titel van de tournee 'Now Playing' (Like You Have Never Seen Them Before) is dus allesbehalve misplaatst -   altijd wennen. Voor degenen die nog te jong waren om halfweg de jaren '80 tot '90 een concert mee te pikken, was het aldus een uitgelezen kans om INXS eens live aan het werk te zien (in een gezellige zaal). Fans van het eerste uur daarentegen zullen blijven hunkeren naar de periode Hutchence. Of om het met een tekstfragment van Bram Vermeulen uit te drukken: "Het is een wedstrijd die niemand winnen kan". Ook een zanger als Gribbin niet. 

Setlist :
Communication, Mystify, Heaven Sent, Suicide Blonde, Disappear, Not Enough Time, By My Side, Listen Like Thieves, Beautiful Girl, Tiny Summer, Kiss The Dirt (Falling Down The Mountain), Bitter Tears, Don't Lose Your Head, Elegantly Wasted, Don't Change (excl. Ciaran Gribbin), Original Sin, Devil Inside, Need You Tonight, New Sensation, Never Tear Us Apart
Drum Opera, What You Need, Don’t Change

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/inxs-12-12-2011/

Organisatie: Live Nation


Pagina 740 van 966