logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...

The Bees

A lovely gig - The Bees

Geschreven door

Voor wie van The Bees nog nooit gehoord heeft: dit zestal is afkomstig van Isle of Wight en afgaande op hun sixties, licht psychedelisch popgeluid is ook in dit deel van Groot-Brittannië nog steeds geen sproeistof opgewassen tegen de zaden die The Beatles er bijna vijftig jaar geleden kwistig in het rond strooiden. Al kwamen er gelukkig ook talrijke invloeden uit zowat alle windrichtingen van over de oceaan aangewaaid, wat het optreden die avond een uitgesproken zomers aanvoelen gaf (en de lente is pas begonnen!).

De voorbije jaren mochten The Bees zonder veel ophef figureren in het voorprogramma van o.a. Oasis, Madness en Paul Weller. Wat meer airplay op de radio hier is nochtans dringend gerechtvaardigd na de voorstelling van hun nieuwe album ‘Every Step’s A Yes’ in de Brusselse Botanique. Opener “Chicken Payback” was nog een stevige rocker om de boel wakker te schudden, maar al vlug schakelden The Bees over op meer dansbare stuff als het bijzonder funky “Got To Let Go” of het zwoele “Winter Rose”, dat een voorliefde verried voor de geestverruimende middelen waarin Bob Marley zich ooit verslikt heeft.
Al waren het uiteindelijk de hitsige, instrumentale acid jazz op “The Russian” en de blues op “Who Cares What The Question Is” die de lont echt aan het vuur staken.
Minpuntje was dat de groep door de veelvuldige (overvloedige?) afwisseling in stijlen en invloeden niet echt leek te beseffen welke muzikale richting ze precies wil inslaan. Maar zolang dat leuke, zomerse songs oplevert was er eigenlijk weinig reden tot klagen. “It has been a lovely gig”, zei zanger Paul Butler naar het einde van de set en dat was hoegenaamd niet gelogen. Op het moment dat The Bees hun laatste bisnummer “I Really Need Love” inzetten had het publiek deze groep al lang in hun hart gesloten.

Het is erg dat er zoveel Britse groepen gehyped worden nog voor een plaat in de winkel ligt. Maar dat The Bees na 4 platen nog steeds een nobele onbekende blijven in onze contreien is nog véél erger.


Organisatie: Botanique, Brussel

Adele

Adele – Emotievol Straf Concert

Geschreven door

Wat waren we onder de indruk van de 21 jarige Britse Adele die dinsdagavond probleemloos een nokvolle KC inpalmde met haar hartveroverende, traditionele pop. Het zijn indringende, bezwerende, opzwepende songs en majestueuze ballads, doorleefd en emotioneel geladen, opgebouwd rond de piano. Ze integreert het met soul, blues en gospel. Ze is een zangeres uit de duizenden, die met haar vocale klasse (standvastige, welluidende stem), charme en extravertie (grappige leuke madam, zoekt contact op) het materiaal elan geeft. Ze is een grote lady die met beide voeten op de grond blijft en zonder poeha en show zorgde ze voor een warm onderhouden concert. Straffe nummers, groots en meeslepend, door een even straf dankbaar publiek gedragen. Ideale onthaastingsmuziek! Dromers en romantici waren in hun sas op die sound.

Al meteen trok ze de aandacht op het ingetogen “Hometown glory”, dat ongelofelijk pakkend en overtuigend klonk. Stem, piano en toetsen vormden de rode draad; verderop hoorden we de sobere en elegante “Turning tables”, “Take it all”, “Don’t you remember”, “Make you feel my love” en een hartverscheurende “Someone like you”. Met haar band ging ze breder, voller maar bleef het instrumentarium ingehouden en kwam de klemtoon op een warme intensiteit, van “I’ll be waiting”, “Right as drain”, “One & only” en “Love song”, de origineel aangepakte cover van The Cure. Doorleefde soulpop waarbij de twee backing vocalistes ook enige ruimte kregen. “Steel driver” greep terug naar de countryblues en lekker droomden we weg op haar doorbraak single “Chasing pavements”. Ze ging steviger te werk met de opbouwende nummers “Rumour has it”, de huidige single “Set fire to the rain” en natuurlijk haar “Rolling into deep”, die iedereen in beweging bracht en na ongeveer anderhalf uur de prachtset besloot. Tekeningen, brieven en beertjes kreeg ze van de eerste rijen, wat het knuffelgehalte nog deed toenemen.

Op haar veelzijdige treffende en gevoelige pop blijven enkel mensen met een hart van steen onberoerd. Ze houdt het op zaalconcerten om haar songs optimaal te laten overkomen en zal nog niet meteen de stap wagen naar de festivals, zo te horen. We koesteren haar nog even in dit gedacht …

Organisatie: Live Nation

Robyn

Body Talk pt 1 – Body Talk pt 2

Geschreven door

1997: Piepjonge Zweedse blonde deerne van 18 jaar scoort een monsterhit “Show me love”, een freaky danspopdisco nummer.
Tien jaar later … vóór 2007 leek Robin Miriam Carllson wel van de aardbodem verdwenen; ze kon maar geen vervolg breien aan haar debuut. Dankzij de keuze in alle vrijheid muziek te willen maken op haar Konichiwa label, kwam ze opnieuw op het voorplan met haar vierde plaat, simpelweg ‘Robyn’ genaamd en de single “With every heartbeat”. Ze kreeg de waardering van bands als The Knife, Röyksopp en Basement Jaxx. Het bewandelen van een eigen pad leverde vruchten af … Op deze return profileerde Robyn zich ergens tussen Madonna, Roisin Murphy en de zangeressen Catherall/Sulley van The Human League. Niet verwonderlijk , want haar sound bood ‘80’s popdance, waarin electro, soul, funk en hiphop waren verwerkt.
Ze is bezig aan een drieluik waarvan ‘Body Talk pt 1’ & ‘pt 2’ uit zijn, 2x 30 minuten; aanstekelijke, briljante electropop en elektronicageflirt horen we, nauw verwant aan New Order – Erasure – G Moroder en het betere Goldfrapp. Een handvol singles zijn terug te vinden, “Dancing on my own”, “Indestructable”, “Hang with me” en “Call your girlfriend”. Op het eind van ‘pt2’ hebben we het bloedmelodieuze “Get myself together”, die het rijtje mooi besluit.
Gastbijdrages zijn er van Snoop Dogg  met het trancy hip/electro/poppende “U should have known better” en de trancy soundscapes van Röyksopp op “None of dem”.
Ook Santigold en M.I.A. kijken om de hoek op nummers als “Don’t fucking tell me what to do” en “Dancehall queen”.
Haar muzikale visie zorgt ervoor dat electro een krachtiger gehalte krijgt … Robyn, Pop … Electro … artieste die intrigeert …

The Matadors

Get down with The Matadors

Geschreven door

Een leuke vraag op een muziekkwis zou beslist deze kunnen zijn “Noem eens één Tsjechische groep uit de jaren ‘60” en kijk bij ons magazine zou u zelfs het
antwoord op deze onmogelijke vraag weten : The Matadors.
Natuurlijk hadden wij er eerder zelf nog nooit van gehoord maar Munster Records is zo’n label dat bijna op archeologische wijze naar de schatten uit het verleden graaft en waarbij ze dus deze Matadors te voorschijn toverden. Neen, het zijn geen Tsjechen die dwepen met stierendoders maar deze vetkuiven baseerden hun groepsnaam op het gelijknamig 60’s-orgeltje.
The Matadors ontstonden ergens in 1964 waarbij hun optredens in die tijd meestal in Duitsland doorgingen, maar eens zij twee jaar later terugtrokken naar hun geboortestad Praag werden zij ginder al gauw de Benjamins van de jeugd.
Naast heel wat losse opnames was er eigenlijk maar één plaat van deze heren uitgebracht en dan nog wel in 1968 toen deze groep eigenlijk op zijn laatste poten liep, maar deze cd biedt u doorheen deze 24 verloren tracks een mooi overzicht van wat deze groep destijds in hun sas had.
De meeste nummers hebben naast heerlijke fuzzy gitaren ook nog zo’n R&B-tintje waarbij je al gauw gaat denken aan groepen als Them of die beginjaren van The Kinks.
Op een paar Tsjechische tracks na is het merendeel van deze cd in het Engels gezongen. Weliswaar niet een alledaags feit voor onze Westerse oortjes maar beslist de moeite!

Mani Neumeier

Samurai Blues

Geschreven door

Samurai Blues - Mani Neumeier & Kawabata Makoto
De naam Mani Neumeier zegt u misschien niet al te veel maar deze mens mag het wel met trots uitschreeuwen dat hij de eerste Duitse muzikant die in Tokyo kan staan pronken met een wassen beeld.
Wat hem zo speciaal maakt? Wel, hij is zowel drummer als oprichter van Krautrockband Guru Guru en de Japanezen hebben nu eenmaal een boontje voor dit soort muziek, ook al blijven ze het nog steeds halsstarig Teutonische avant-garde rock noemen.
Neumeier zelf, stak ook zijn bewondering voor het land van de rijzende zon niet onder stoelen of banken en raakte zo bevriend met Kawabata Makoto, die op zijn beurt de oprichter is van psychedelica-legende Acid Mothers Temple.
De vriendschap gaf ook muzikale vonken en na een intense Amerikaanse toernee besloten deze twee om deze cd te gaan opnemen die uitgebracht is op Bureau B dat allicht bij onze trouwe lezers van de cdrubriek nu al een belletje zal doen rinkelen.
Het leuke aan deze psychedelische kakafonie is dat je naast de typische krautrockpatronen ook heel wat opdwepende ritmes uit de Aziatische keuken aangeboden krijgt, waarbij je eigenlijk een beetje aan de mannen van Archie Bronson Outfit begint te denken.
Ook al is de cover van deze cd allesbehalve uitnodigend, blijft deze “Damurai Blues” een must voor fans van Faust of Can: of dingen waar de Duitsers nu eens terecht kunnen over pochen.

The BellRays

Black Lightning

Geschreven door

Geen verrassingen op de nieuwe Bellrays. Alweer wordt kolkende garage-rock afgewisseld met onvervalste soul, steeds is het die ongelooflijke strot van Lisa Kekaula die voor de stomende kracht zorgt, de hete riffs van gitarist Tony Fate doen de rest.
“Black Lightning” en “On top” zijn opgehitste hete hangijzers van songs, “Sun comes down” is een klomp pure soul die zo uit de sixties lijkt weggelopen, “Anymore” is een schaamteloze rock ballad en harde rockers als “Living a lie” en “Power to burn” zijn dingen waarbij Guns’n’Roses groen worden van jaloezie.
‘Black Lightning’ barst van de power. Niks nieuws onder de zon, maar het beukt en swingt dat het geen naam heeft.

BeNe GeSSeRiT

Half Unreleased Madness

Geschreven door

Eerder hadden we het al over Human Flesh, een groep gevormd rondom de experimentele minimal synth-artiest Alain Neffe. Op hetzelfde Onderstroom Records-label (thuishaven voor de releases van alle vergeten, of onbetaalbare, pareltjes uit het Belgisch wave-verleden) verschijnt nu ook een lp van BeNe GeSSeRiT, en dat moet je dus zo schrijven!
Alain Neffe  (aka B. Ghola) vormde deze band samen met zijn vrouw Nadine Bal (Benedict G.) en hun minimal synth is er eentje die hangt tussen The Flying Lizzards en de vroegere Cabaret Voltaire.
Met zo’n beschrijving weet je meteen dat dit een eerder experimenteel werkje is die bol staat van analoge synthgeluiden die niet eens zo ver af staan van de dadaïstische benaderingen van Arbeid Adelt!
Let ook eens op de gekke titels als “Il faut souffrir pour être Belge”, “Il vino Italiano” of “Baiser d’amour”.
BeNe GeSSeRiT: voor mensen die dus eens gek willen doen!

Nas and Damien Jr Gong Marley

Nas + Marley - Gebalde vuisten voor Afrika

Geschreven door

‘Distant Relatives’ ofte ‘Verre verwanten’, zo heet het album dat Nas & Damian ‘Jr. Gong’ Marley – twee muziekiconen uit compleet verschillende genres – een jaar geleden in elkaar boksten. Vier zwarte, gebalde vuisten voor Afrika die de rest van de wereld een geweten (willen) schoppen. En een feestje bouwen. Een geslaagd feestje, zo bleek in de AB opnieuw na hun eerste passage eerder op Couleur Café.

Een rapper en een reggae-yeah-man samen op een podium. De twee kennen elkaar nog van het nummer Road To Zion, een aftastend samenwerkinsgproject voor Marleys ‘Welcome To Jamrock’. Wat toen ontsproot, kende een belevend vervolg. Ze legden de lijnen tussen hun muziek met als centrale context, het zwarte continent ‘, waar alles begon en alles naar terug gaat’. Ja, “Afrika must wake up” kan prekerig klinken, maar de variëteit en de kruisbestuiving van beide heren en hun muzikale entourage werken aanstekelijk en het loopt allemaal zoetjes binnen. De geschiedenis is hun bloedband, de muziek het infuus.
Dat de AB-directie voor het optreden in beide landstalen liet omroepen dat er niet mag gerookt worden, werd lacherig onthaald. Niet enkel omdat de ene helft van de crowd al ferm aan de wiet zat en de andere helft lekker passief mee ‘smoorde’, maar ook omdat de artiesten zelf het herkenbare geurtje zo fantastisch vonden en ook niet nalieten dat luidkeels te herhalen. Enjoy ! Fulljoy !
Het eenheidsalbum covert de gezichten van Nas en Marley in profiel en dat was ook de indrukwekkende achtergrond in de AB:  links Nas met haast dichtvallende ogen, rechts zoon-van-Bob en tussen hen in een lijnkaart van Afrika. Na een opwarmings-DJ-sessie en een rastafari publieksopwarmer schoof tien man de scène op voor voorwaar een vliegende start.
Twee uur lang werden we rondgedragen - in verschillende vaarten en snelheden – doorheen een wirwar van menswaardige projecten en demonstraties tegen armoede en bloedvergieten en oneerlijkheid. Bijwijlen in een rustig reggaetripje, maar even goed aan een uptempo met hier en daar verloren gitaargeweld. Een wereldreis naar en weg van de roots: via de Caraïben en Amerika naar Afrika en terug.
Nas en Marley wisselden elkaar af en vulden elkaar aan. Samen en apart, zowel letterlijk als figuurlijk. Damian had zijn nummers, Nas evenzeer, al muisde de andere in die gevallen zo geruisloos van het podium dat je hem niet eens miste. Zo mocht Damian – naast zijn kwartiertje reggae – ook papa’s “Exodus” alleen doen en schuifelde Nas er weer bij voor “Patience”. Maar toen Carmina Burana instak stond Nas dan weer alleen. En toch stonden ze er vooral samen. Als een duale eenheid met een zelfde doel: Afrika !En het sloeg aan. Het publiek genoot van de door ‘Godblessyall’ doorgeven noten.

De set was ook inhoudelijk in elkaar gestructureerd. Was Nas nog bezig over en met de streethop – met alle geweld van dien – dan kwam Damian hem schreeuwend aanvullen ‘Out in the street they call it’…waarop het publiek het uitjoelde: ‘murder! ‘.  Nas liet de AB jumpen op reggaenummers en voorzag hen van inhoud, Damian ging met zijn typische stem de hiphop doorspekken met reggaesfeer.  En vice versa. Verre verwanten? Dichte familie ja!

Setlist
1. As we enter 2. Tribal War 3. Nah Mean 4. Nas is like 5. Represent 6.
Hip Hop is Dead 7. Street Dreams 8. If I ruled the World 9. Leaders 10. Count your Blessing 11. Dispear 12. Promised Land 13. Mission 14. Move 15. Sabali 16. Strong will continue 17. Hate me now 18. Got yourself a gun 19. Made you look 20. Welcome to Jamrock 21. Road to Zion 22.Africa must wake up
Bis 23. One Mic 24 Could you be loved

Organisatie: Live Nation

The Low Anthem

The Low Anthem straalt gemoedsrust uit

Geschreven door

The Low Anthem uit Rhode Island overschaduwde zichzelf als een goed bewaard geheim. ‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. Hun passages in de AB en op Crossing Border zal de fan wellicht niet vergeten, en … hun optreden op Pukkelpop ook niet toen in de grote Marquee tent rock’n’beats binnendrongen van de andere kant van het terrein …
De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak neemt een voorname plaats in. De nieuwe plaat ‘Smart flesh’ verschijnt nogal vlug na het vorige materiaal, overtreft zijn voorganger niet, maar biedt ook veel klasse door het warme kamergehalte.

Na een uitbundig dagje Vlaamse kermis in de Ronde was het contrast toch erg groot met de zondagavond rust van The Low Anthem. De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is of ze houden het klassiek, eenvoudig en omarmen je letterlijk door een vierstemmige zang, dicht bij elkaar achter 1 microfoon; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
Een ‘close harmony’ dus, die een hoogtepunt bereikte op “This God dawn house”, toen in het tweede deel van de ingehouden song we naar elkaar mochten bellen, de speaker aanzetten en de stemmetjes en bleeps allerlei feedback opleverde. Spitsvondig en Sterk!
Eerder hadden we de schoonheid van de sobere “Ticket taker” en “Ghost human blues” die door de opstelling van akoestische gitaar, staande bas, klarinet en ander leuks de stemmenpracht beklemtoonde. “Sally, where did you get your liquor from“ en “To the ghosts who write history books” toonde de veelzijdigheid, finesse en subtiliteit van het kwartet aan en intrigeerde folk, 70’s retro en americana. De respons was enorm voor de band, die door de fans in het genre op handen wordt gedragen …
Toegegeven, niet alles intrigeerde zoals bij hun vorige concerten; ze klonken ietwat eenduidiger en gewoontjes, maar hun présence werkte bedwelmend en ademde gemoedsrust uit. Of de stemming was uitbundiger door krachtiger materiaal “They all you hippies” en “Boeing 737”. Met z’n vieren dicht bij elkaar maakten ze een puike indruk, van een Irish folksong (“Old triangle”), een aan ‘In the Pines – Triffids’ neigende, pakkende versie van “To Ohio”, “(Oh my God) Charlie Dawn” en een keur aan covers die toegevoegd werden, “Evangeline (Robbie Robertson) en “Bird on the wire” (Cohen). De band graaft graag in het verleden van sing/songwriters.

Vreemd genoeg hielden ze het bij een beperkte bisronde met de broeierige neofolky titelsong “Smart flesh”, titelsong van de nieuwe cd. Juist, we konden niet klagen, anderhalf uur lang.
Ze eigenden zich een uniek plaatsje in deze scène toe, bleven misschien nu wat ter plaatse trappelen, maar bezorgden ons nog steeds een bijzondere avond!

Ook de support The Head & The Heart klonk uiterst aangenaam, meeslepend en fijngevoelig. Dromerige en broeierige neofolky/indie, kleur gegeven door piano, toetsen, viool en een mooie samenzang sierden en overtuigden. Het intense materiaal van het sextet werd net als The Low Anthem steevast sterk onthaald.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

John Grant

John Grant: Gouden stem in hete AB Club

Geschreven door

Zaterdagnamiddag, drie uur, buiten is het vierentwintig graden, en de terrasjes rond de Beurs zitten bomvol met mensen die van de eerste echte lentedag genieten. Wij zijn echter opweg naar de donkere clubzaal van de Ancienne Belgique: net zoals onlangs by Kyuss, was de belangstelling voor het concert van John Grant zo groot, dat er een matinee-concert ingelast werd, dat ook op één, twee, drie uitverkocht was.

Tien jaar geleden, zou John Grant, toen leider van het indie-rock zestal The Czars, wellicht vol ongeloof gereageerd hebben moesten ze hem verteld hebben dat hij in 2011 voor volle zalen zou spelen.  Hoewel The Czars goeie kritieken kregen, hielden ze het in 2004 voor bekeken bij gebrek aan succes.

In 2010 was John Grant’s solo-debuut ‘Queen of Denmark’, opgenomen met de leden van Midlake, een van de sterkste platen van het voorjaar. Vorige zomer zagen we John Grant in de Handelsbeurs, tijdens het Boomtown festival. Toen viel de set wat tegen, door het overwicht van de drums, waardoor de stem van John Grant niet kon schitteren. We waren dus benieuwd naar de bezetting en de uitvoering in de AB-club.
Geen uitgebreide band deze keer, een vleugelpiano en een tweede keyboard speler konden al doen vermoeden dat het een intiem concert zou worden.

John Grant had er zin in, hij begon met zich te verontschuldigen bij het publiek omdat ze bij zo een lekker zomerweertje in een donkere, zwetigere club naar hem moesten komen luisteren, en zou tijdens het hele, anderhalf uur durende concert, voortdurend over zijn ervaringen vertellen.
Het eerste nummer, “You don’t have to”, was meteen al een staalkaart van hoe heerlijk John Grant’s teksten vloeken met de melodie: het nummer begint heel romantisch, maar bevat wel zinnetjes zoals: “Remember how we used to fuck all night long, neither do I because I always passed out”. Niet meteen een typische romantische heteroseksuele ballade dus, hoewel het nummer perfect op Radio Eén na de zondagsmis kan gedraaid worden, als je even niet op de teksten let. John Grant houdt er duidelijk van om de donkere, fucked up kant van zichzelf en anderen op te roepen, maar altijd met een sarcastisch gevoel voor humor, waarbij het duidelijk wordt dat hij zichzelf eigenlijk niet zo serieus neemt. Dat bleek nog meer toen hij een meisje op de voorste rij aanmaandde om even ziek en fucked up te zijn als hijzelf.
Grant groeide op in Michigan, en verhuisde op zijn elfde naar Denver, Colorado, waar hij door op de highschool altijd als een buitenstaander behandeld werd. Heimwee naar de vroege onschuld van de kindertijd in Michigan, en gevoelens van verwarring en vervreemding, ook door zijn homoseksualiteit, zijn dan ook de grote thema’s van John Grant’s nummers.
Van namiddag werden we heen en weer gevoerd tussen die twee uitersten:  onschuld en nostalgie in “Marz” , over de snoepwinkel uit zijn jeugd, “Fireflies “ , over vuurvliegjes en het lokale kerkhof, en “Little pink house” , een nummer van The Czars, over het huis van zijn grootmoeder, en vervreemding, angst en woede in “Sigourney Weaver”, (de Aliens die je ieder moment op de nek kunnen springen), “Drug” en “Silver plate club”.
Midden in de set werden de songs wat luchtiger qua melodie, met honky-tonk en ragtime elementen, in nummers zoals “ Chicken bones” en “ Jesus hates faggots”. Dit middenste deel van het concert bleef het minst aan de ribben plakken, deze nummers waren beter gediend met een volledige live bezetting met drums en gitaren. De eenvoudige piano arrangementen in deze nummers deden ons hier iets te veel aan de spreekwoordelijke pianist in de hotellobby denken.
Gelukkig schakelde John Grant voor het laatste deel van zijn anderhalf uur durende set terug over naar de fucked up lovesongs en melancholische ballads waar zijn gouden bariton het best tot zijn recht komt.

John Grant bleef meesterlijk controle houden, net als je dacht dat het toch iets te melig werd, zette hij je op het verkeerde been met een tekst als ‘I wanted to change the world, but i could not even change my underwear, and when the shit got really, really out of hand, i had it all the way up to my hairline”. Je tegelijkertijd ontroeren en sardonisch doen lachen, er zijn weinigen die het kunnen, maar John Grant doet het, en kreeg dan ook een staande ovatie van het oververhitte publiek.
Halfzes ’s namiddags, en de overgang van een zinderend concert naar een zonovergoten Anspachlaan was redelijk brutaal, maar we hadden geen spijt dat we de zaterdagnamiddag niet op een terrasje doorgebracht hadden.

Setlist You don’t have to , Sigourney Weaver, Where dreams go, Marz, Outer space, Chicken bones, Silver platter club, It’s easier, Jesus hates faggots, TC and honey bear, L.O.S., Drug, Queen of Denmark, Fireflies, Caramel, Little pink house

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 777 van 966