logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Epica - 18/01/2...

Tom McRae

Van ingetogen tot uitgelaten, altijd aangrijpend – Tom McRae

Geschreven door

Dat de muziek van Tom McRae meestal geassocieerd wordt met weemoed en duisternis weet hij zelf maar al te goed. Hij speelde hier ludiek op in door onbeschaamd grapjes te maken over zijn zwarte imago en zijn deprimerende liedjes. Dat hij veel meer in zijn mars heeft dan alleen maar droevige liedjes maken kwam hij vanavond duidelijk maken in Tourcoing. Het optreden blonk immers uit in afwisseling en variatie. De singer-songwriter had hiervoor een knappe selectie songs uitgeplozen. Een perfect samengestelde setlist, noemen wij dat.

Tom McRae wist heel intieme momenten sterk af te wisselen met meer bezwerende songs waarin zijn omvangrijke band (maar liefst met zijn vijven stonden ze hem bij) een knappe hoofdrol speelde. De band ging subtiel maar furieus tekeer in opzwepende tracks als “Me and Stenton”, “Please” en een verbluffend “Silent boulevard” waarin gitarist Brian Wright (die ook al met een akoestische set voor een gepast en fijn voorprogramma had gezorgd) zijn elektrische gitaar graag deed spetteren. Daarnaast kon de groep zich ook subliem inhouden in dienst van hemelsmooie songs als “Ghost of a shark” (uitmuntend), “American spirit” (prachtig met dat zalvend elektrisch gitaartje), “The summer of John Wayne” en  “Out of the walls” (pijnlijk mooi). Een paar keer deed Mc Rae het helemaal in zijn eentje met (voor ons althans) kippenvel als gevolg, zo opende hij trouwens het concert met een aangrijpend en integer “Alphabet of hurricanes”.
De bijzonder knappe nieuwe plaat ‘The alphabet of hurricanes’ (die overigens beter wordt bij elke beluistering) was terecht vertegenwoordigd met een zestal songs, en dan heeft hij er nog een paar van de betere achterwege gelaten (tevergeefs zaten wij te wachten op het fraaie “Won’t lie”). Uiteraard werd ook zijn onvolprezen debuutplaat uit 2000 niet ongemoeid gelaten met de 18 karaat diamantjes “End of the world news” en “A and B song”, en als absolute prijsbeest een uitgelaten “The boy with the bubblegun” helemaal op het einde. Opvallend ook dat McRae een viertal songs uit ‘Just like blood’ (2003) terug boven haalde. Tot op vandaag vonden wij dat zijn minste plaat maar we moeten die dringend eens opnieuw aanpakken want uit het oog verloren parels als “Walking 2 Hawai” en “Ghost of a shark” waren namelijk adembenemend en “Karaoke soul” en “Human remains” werden door de voortreffelijke groep met verve nieuw leven ingeblazen.

De vorige keer dat we Tom McRae in dezelfde zaal aan het werk zagen ging het er met zijn compacte begeleidingsband iets soberder aan toe. Nu was het geluid wat voller en rijker dankzij de uitmuntende muzikanten. Aan beide concerten zullen wij echter even mooie herinneringen overhouden.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Grand Mix, Tourcoing

Axelle Red

Axelle Red - ‘Coming Home’ 15 years - Acoustic Tour

Geschreven door

Axelle Red bundelde haar muzikale carrière samen in de huidige ‘Acoustic Tour’. Al ruim 15 jaar is de Belgische dame bezig met sfeervolle, indringende en lichtvoetige Franstalige pop, met een soulfunky groove; de laatste jaren is haar geluid breder door Engelstalige popsongs. Begin vorig jaar verscheen de dubbelaar ‘Sisters & Empathy’ (mmv o.a. Mauro/Barman/ Wigbert) die net de brug maakt tussen haar gekende Françoise stijl en het Engelstalige lied. Het toont aan dat ze een veelzijdige artieste is die het hart op de juiste plaats heeft, maatschappijkritisch is en opkomt tegen het onrecht (lees maar: de aanklacht tegen misbruikte vrouwen, kindermisbruik – en uitbuiting). Een houding en een zicht om U tegen te zeggen!
Ze schrijft goede songs die live mét begeleidingsband als sober duidelijk overeind blijven staan. En daar zitten haar muzikanten én zijzelf voor iets tussen. Vanavond was dit met akoestische en elektrische gitaar, piano, (contra)bas en een softe percussie. Ze levert door haar sensuele, breekbare stem een belangvolle bijdrage aan het materiaal.

Bijna twee uur lang dook ze in haar oeuvre. Ze vatte de set aan, in een spaarzame begeleiding, met enkele Engelstalige songs uit de recente 2CD, “Higher level”, “Mum tell your daughter”, “Don’t want to know” en “Sister”. Ze spuwde letterlijk de indrukken van haar af van de trips die ze maakte aan de andere kant van de wereld. Muzikaal hoorden we in deze songs referenties aan Jim Morrison, Janis Joplin en de Rolling Stones. Iets forser en krachtiger klonken “Présidente” en “A song called chip”. Om dan terug over te stappen naar een integere aanpak. Op z’n Ry Cooders speelden ze “Consolo pensarlo” bepaald door een intens gitaarspel.
De overstap naar het Franse lied was er o.a. met een ingehouden “Vendredi soir” en ze vatte het overzicht aan met een broeierige “Pas compliquer”, “La claque” en “Le monde tourne mal”, die lekker in het gehoor lagen door de lichte swing en de toevoeging van verschillende tunes, waaronder “Sweet home Alabama”. Regelmatig konden we zelfs wegdromen door de begeesterende soli.
Op “Rester femme” betrok ze het publiek, die het refrein zachtjes mee neuriede. Het besluitende “Sensualité” kreeg een portie sensualiteit door de broeierige opbouw, het huppelende gitaargetokkel en de handclaps. Ze kon reken op een warm onthaal van het rustige, genietende publiek, die de modale dertiger, veertiger betrof, en op die manier eens in Het Depot geraakte.
We hoorden nog een ruime bis en ze keerde zelfs twee keer terug op het podium; ze startte met een donker, dreigende trippoppende versie van “Je me fache”, die door de gitaarexperimentjes en pianoloops een alternatief trekje kreeg, en des te meer overtuigde. Ze reflecteerde naar haar studententijd in Leuven en bracht innemende en spannende songs als “Naïeve”, “Perdre un ami” en “Kennedy boulevard”, die verrassende wendingen hadden en wat meer uptempo durfden te klinken.

Een mooie muzikale rit ondernam ze met haar materiaal, spaarzaam of in een bredere omlijsting. Enkel begeleid van haar gitarist bracht ze nog een ingetogen “Je t’attends”, “Manhattan” en in het Nederlands gezongen, “Amsterdam”, door akoestische gitaar en haar stem uiterst breekbaar.
De sfeerschepping, de maatschappijkritische bril en het talent stonden alvast in de spotlights van de frêle Axelle Red en haar begeleidingsband. Ze grossierde in het rijkelijke oeuvre en hield eventjes halt bij de recente ‘Sisters & Empathy’. Op onze sympathie mag ze alvast de komende jaren blijven rekenen!

Organisatie: Depot, Leuven

The Bloody Beetroots

Sensatie met de Bloody Beetroots 'Death Crew 77 (Tour)'!

Geschreven door

Een volgepakt l’Aéronef stond nonchalant te keuvelen tot opeens de lichten doofden en de hel los brak... want The Bloody Beetroots waren ten tonele verschenen …

Wie dacht dat dit Italiaanse duo gewoon schijfjes en plaatjes gingen opleggen, kwam al snel bedrogen uit! Onder leiding van dj/producer Bob Cornelius Rifo op piano/bass en zang, Tommy Tea op synths en met versterking van Edward Grinch op drums werd een live band gecreëerd die deed denken aan Goose en Foxylane, maar ook invloeden van Daft Punk en Justice waren nooit veraf.
Het gemaskerde trio ging furieus van start en de zaal ging direct collectief uit de bol. De opzwepende mix van electro, punk, house, hip hop en rave werd verwoestend hard door de speakers geblazen, een immens dansbare wall of sound nam iedereen mee die het op z'n weg vond.
De diversiteit in de verschillende composities was indrukwekkend, de ene keer de eclectische synths een andere keer de diepe bass-lijnen, ieder nummer zat vol verrassingen en Rifo wierp zich op als de volksmenner bij uitstek. Rifo ook geschoold als klassiek pianist, leidde meerdere nummers ingetogen in via de piano om even later te laten losbarsten in een tornado van samples, beats en een bovenal dansbare sound. Ook zijn voorliefde voor punk en rockabilly droop er vanaf, dit was af te leiden uit z'n UK Subs vest en de hardcore/punk cover van Refused “New noise”. Toen midden in de set floorfiller “Cornelius” werd ingezet, ontplofte de zaal volledig, crowdsurfers werden gespot, het balkon daverde en de band denderde gewoon voort.
Er volgden nog een resem tracks uit hun vorig jaar bejubelde debuutschijf ‘Romborama’ waaruit vooral ”Butter” en “Warp 1.9” hier voor de nodige 'averij' zorgden. Op her en der een pianointro na bleef het tempo hoog liggen en was het tsunami effect na een uur lang gebeuk nog steeds niet uitgedoofd.
I
n de bisronde werden op de tonen van Bach en met steun van een violist voor de laatste keer alle registers opengetrokken, als dit de voorbode was van hun passage op Werchter dan zorgen ze daar best dat de Marqueetent goed vaststaat want deze Italo boys laten een storm van vernieling achter in de goede zin van het woord.

Organisatie: Aéronef, Lile

Kevin Coyne

I want my crown : The Anthology 1973-1980

Geschreven door

Wij zijn nu al een tijdje zoet met met ‘I want my crown : The anthology 1973-1980’, het ultieme overzicht van het eerste decennium van Kevin Coyne’s carrière, verzameld in 4 CD’s oftewel 76 tracks, alstublieft. Bijna allemaal eigen materiaal trouwens, een zeldzame cover van John Lee Hooker niet nagelaten.
Het is een beetje met het schaamrood op de wangen dat wij deze compilatie tot ons nemen, de man heeft immers in 2004 op 60 jarige leeftijd al het loodje gelegd, en wij vinden het nu doodjammer dat we de muziek van deze zwaar onderschatte singer/songwriter niet tijdens zijn leven van naderbij verkend hebben. Het miskend genie Coyne is overigens nooit echt een bestseller geweest, hij is helemaal niet rijk geworden van zijn muziek en, niet te vergeten, van zijn kunst (de man was tevens een fervent dichter en kunstschilder en maakte niet zelden zijn eigen hoesontwerpen). Zijn rijkdom zat duidelijk in zijn werk, niet in zijn portefeuille.
Ook leuk om weten : Kevin Coyne werd ooit gevraagd om de plaats in te nemen van de morsdode Jim Morrison bij The Doors. Hij bedankte vriendelijk, zijn uitleg achteraf : “I didn’t like the leather trousers” .
Tot op heden vond je enkel ‘Marjory Razorblade’ in onze cd collectie, een meesterwerk uit ’73 met daarop zijn enige hit “Marlene” (uiteraard hier ook van de partij), wij schamen ons nog geen klein beetje. De welgekomen nieuwe compilatie is dus onze kans (en ook de uwe) om, helaas postuum, nog één en ander goed te maken. En voor die enkele fans die alles al hadden (bestaan ze echt ?): cd nr 4 bestaat voornamelijk uit onuitgegeven en zeer energieke live opnames waarin Coyne de blues en de rock’n’roll naarstig bedrijft, dus ook zij mogen dit werk aanschaffen.
We ontdekken op ‘I want my crown’ het ene na het andere pareltje. En we gaan die pareltjes niet verklappen zie, want wij vinden dat u ze nu maar zelf eens moet opsporen. U zal daarvoor beloond worden met een rijkdom aan songs, ruwe diamantjes waarvan u niet wist dat ze bestonden.
Kevin Coyne’s roots liggen duidelijk in de blues, maar hij weet ook raad met pure rock’n’roll, glamrock, soul, folk, jazz en zelfs een verdwaalde streep oerpunk. Hij doet dat allemaal op zijn eigen manier en vaak ook in boeiende vertelstijl, met die typische scherpe stem die zich ergens schuil houdt tussen Screamin’ Jay Hawkins, Captain Beefheart, David Thomas (Pere Ubu), Ozzy Osbourne en een verkouden berggeit. Een unieke stem dus die vaak doordrongen is van felle emoties en rauwe agressie (en helaas ook van de drank, Coyne mocht zichzelf na jarenlang geflirt met allerhande soorten vochtige substanties een heuse alcoholist noemen). Drankorgel of niet, hij kan als geen ander volledig opgaan in zijn grillige, rauwe en vaak naakte songs (denk bij wijze van voorbeeld aan jonge zot Joe Cocker die met de nodige spasmen zichzelf destijds in Woodstock een weg baande doorheen “With a little help from my friends”). Coyne liet zich ook steeds omringen door talentrijke muzikanten, onder wie ene Andy Summers die in een later leven bij het bescheiden groepje The Police zijn heil ging zoeken en daarbij een decadent meervoud verdiende van zijn oorspronkelijke karige loontje. Maar hoe goed die muzikanten ook klinken, in quasi alle songs is het Kevin Coyne zelf die de aandacht naar zich toe trekt en de rest mee op sleeptouw neemt in zijn eigen unieke universum.
‘I want my crown’ is een mooie staalkaart van de veelzijdigheid van Kevin Coyne’s muziek, variërend van primitieve rock’n’roll naar mooie intimiteit tot soms experimentele gekte. Een prachtig overzicht van een bewogen carrière ver weg van de glitter en glamour.
Dit is nota bene nog maar een overzicht tot 1980, daarna heeft ie nog zo een vijftiental platen gemaakt. Werk aan de winkel.

Customs

Enter The Characters

Geschreven door

Customs bestormde vorige zomer de hitlijsten als Attila de Hun met het nummer “Rex”. De band was tot daarvoor nagenoeg onbekend, en tot onze grote vreugde bleek het dan ook nog eens om een Belgische band uit het Leuvense te gaan. Customs is ontstaan uit het ter ziele gegane Larsson die nooit echt een doorbraak heeft kunnen forceren.
De stijl van het album ‘Enter The Characters’ is simpelweg als wave/postpunk uit te drukken. Interpol en Editors zijn nooit ver weg bij het beluisteren van het album. Zo klinkt de stem van zanger Kristof Uittebroek als twee druppels water op die van Paul Banks (Interpol). Het grootste verschil met die andere is dat ze beduidend minder somber zijn, zowel in teksten als in muziek.
”Rex” is niet de enige reden waarom dit album de moeite waard is. Tweede single “Justine” staat als een huis, net zoals andere strakke en catchy songs als onze persoonlijke favoriet “Shut Up Narcissus”, “Tonight We All Stand Out”, “We Are Ghosts” en “The Matador”.
Echt vernieuwend is Customs niet, maar ze zetten wel een puike prestatie neer met elf klinkende songs. Helemaal niet slecht en zeker eentje om in het oog te houden.

Sivert Høyem

Moon landing

Geschreven door

Met Madrugada zal het nu wel echt gedaan zijn. Na het plotse overlijden van gitarist Robert Buras toerde de band nog even met een vervanger om de knappe plaat ‘Madrugada’ van 2008 te promoten, maar daarna viel het doek definitief over de band.
Zanger Sivert Hoyem startte hierop een nieuwe band en zette de teller terug op nul. Hij had eerder al twee solo platen gemaakt, doch deze bleken geen onvergetelijke werkstukjes te zijn, zeer zeker niet in vergelijking met de voortreffelijke albums van Madrugada. De huidige nieuwe plaat komt toch al wat beter voor de dag, het is er eentje waarop Sivert Hoyem duidelijk ander horizonten opzoekt, zodanig dat hij niet eeuwig blijft opgescheept zitten met het Madrugada spook. Van bij de eerste noten van de fraaie opener “Belorado” zou je denken dat je naar The Who aan het luisteren bent, alsof Hoyem er meteen paal en perk wil aan stellen dat hij wel eens wat anders wil. Dingen als “Lost at sea” en “Empty house” neigen naar REM en de geest van Jim Morrison waart rond in ”Shadows high Meseta”, mede dankzij een steeds heter wordende gitaarrif één van de hoogtepunten van deze plaat. Nog een favoriet is de knappe sleper “Sister sonic blue” waarin de duistere sporen van Hoyem’s oorspronkelijke band wel terug opduiken.
De algemene teneur op ‘Moon landing’ is opgewekter, minder donker en de sound gaat meer richting classic poprock. Toch is het nog altijd heel herkenbaar en dat heeft natuurlijk alles te maken met die warme melancholische stem, Hoyem’s belangrijkste troef, zo blijkt ook nu weer.

Retribution Gospel Choir

2

Geschreven door

Retribution Gospel Choir …Voor wie houdt van het rauwe materiaal van Low! Het trio onder het koppel Sparhawk – Parker eerden op hun laatste plaat The Beatles & The Stones en ook op dit project van spil Alan Sparhawk hoor je die invloeden terug, lekker gekruid met soli partijen op z’n Crazy Horse want niet voor niks staan er hier fraai uitgesmeerde gitaarstukken, luister maar naar de intens bezwerende rock van “Poor man’s daughter” en “Electric guitar”, twee hoogtepunten van de tweede plaat van Sparhawks Retribution Gospel Choir.
Het is lekker genieten van de opbouwende, boeiende songs binnen de indie, american rootsrock en ‘70’s retro, die naast Sparhawk bestaat uit Steve Garrington – bas en Eric Pollard – drums.
Het rockende trio is alvast op hun fijne frisse rock heel sterk op elkaar ingespeeld en ook het vleugje elektronica dat al eens bij Low werd gebruikt, horen we hier terug op het trip-poppende “Bless us all” …
dankuwel we gaan in vrede, ‘Urbi et Orbi’ want Retribution Gospel Choir onderscheidt zich duidelijk van het donkere Low en is méér dan zomaar een tussendoortje van Sparhawk. 

Los Campesinos!

Romance Is Boring

Geschreven door

Het energieke septet Los Campesions uit Wales hebben na intensieve cd releases en livetours wat meer tijd genomen om aan een plaat te werken. Op anderhalf jaar tijd hoesten ze maar liefst twee full cd’s en EP’s op. ‘Romance is Boring’ volgt eigenlijk eerder het prima debuut ‘Hold on now, Youngster’ op, want ‘We are beautiful, We are doomed’, ‘Sticking fingers into sockets’ en ‘Extended’ mogen eerder als EP’s worden gecatalogeerd binnen het Los Campesinos concept.
De groep deed deels afstand van hun korte, kernachtige songs die een bruisende cocktail bevatten van een fris sprankelende sound van zwierige gitaarpop, indiefolk en punk en volgepropt zaten met verrassende en onverwachtse wendingen. Ze hebben handig de voorspelbaarheid kunnen opvangen door de songs meer diepgang te geven en ze gelaagder te doen klinken, wat de cd aangenaam en  afwisselend maakte. Op die manier is er sprake van het gekende patroon van dynamiek en zwier, en durven ze anderzijds meer broeierig, aanstekelijk en opbouwend te zijn. Ze klinken uitermate gevarieerd en geven songstructuur en boeiende wendingen, zonder hun eigen geluid van ‘feel good music’ te verliezen. Jeugdig enthousiasme versus rijpheid en volwassenheid. De twee - zang van Gareth en Harriet biedt kleur en elan.
Geniet van de 13 nummers en de twee tussendoortjes, want ze staan garant voor een fijn avondje luister- en dansplezier. Of hoe je romantiek kan interpreteren op Los Campesinos-wijze …

Air

Love 2

Geschreven door

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin, grijpen terug naar de sferen van hun debuut, ‘Moon safari’ van 12 jaar terug. De lichte koerswijziging die op de vorige cd ‘Pocket Symphony’ te horen was met Indiase invloeden en guestvocals, werd dus niet doorgezet. Ze zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen en mijmerende midnight summerdreams.
We horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid van een pak synths/toetsen, vervlogen gitaar- en basakkoorden en sober gehouden drums. Af en toe klinkt het duo iets krachtiger door de grooves & beats, waaronder “Night hunter” en “Eat my beat”. Naast het lekker chillende, loungy gevoel van de al of niet instrumentale songs, zijn er een paar songs (“So light is her football” en “Heaven’s light”) die meer richting pop zijn ingeslagen.
Air zijn meesters die de nummers aan de verbeelding overlaten; het zwoele, sensuele en sfeervolle geluid, de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien. In dit rijtje is “Tropical disease” de meest filmische song en door z’n uitgesponnen karakter klinkt het nummer dromerig als luchtig. En ook “Sing sang sung” kon op een plaat van Lambchop terechtkomen. De lichte variaties die Air in hun popelektronica aanbrengt, zorgt er opnieuw voor dat we een goed gevoel overhouden van hun lovedream recept!
Een droomwereld en een oase van rust creëren ze. ‘Enjoy’ is hun muzikale credo en na het beluisteren van de zesde cd kunnen we dit enkel en alleen maar beamen … de songs zijn de perfecte onthaasting!

Second Base

Manifesto

Geschreven door

Voor wie houdt  van een flinke dosis melodieuze punkrock zit met Second Base meer dan gebeiteld. Dit trio uit Aarschot komt  op de proppen met ‘Manifesto’, na ‘The Risk to Lose it All’ uit 2006 hun tweede full album. Deze mannen timmeren al bijna een decennium aan de weg en stonden in die tijd bijna 300 keer op de planken.  Ze tourden in zowat alle uithoeken van Europa met punkgrootheden als Ignite, Strike Anywhere, Satanic Surfers, Less Than Jake en Guttermouth. Second Base is op ‘Manifesto’ niet over een nacht ijs gegaan want meer dan anderhalf jaar staken ze in de voorbereiding van de cd. De plaat werd opgenomen in Dé Studio en het waren Dirk Miers (bekend voor z’n werk met PN en Janez Detd) en Filip De Bot (Exit on the Lift, Xink!) die achter de knoppen zaten. Second Base had voor het opnemen van de plaat contact met het prestigieuze punk label Fond Of Life. De baas van dit label maakte de groep heel wat beloftes die hij nadien allemaal vakkundig in de vuilbak kieperde. Second Base nam daardoor maar zelf het heft in handen en richtte het label Thanks but no Thanks records op en bracht meteen ‘Manifesto’ uit.
Over naar de muziek zelf en die is meer dan de moeite waard: de band start akoestisch met “It’s been the Worst months” waarin zanger Stijn Debondtridder duidelijk laat uitschijnen niet meteen de leukste tijd in zijn leven achter de rug te hebben. Het akoestische gedeelte is niet echt overtuigend, maar gelukkig schiet het nummer na ongeveer twee minuten echt uit de startblokken en horen we de band op volle snelheid. Het openingsnummer wordt meteen gevolgd door “Alive and Well”, misschien wel het beste nummer op deze schijf: een catchy up tempo nummer met heerlijke, schreeuwerige vocalen, energiek drumwerk en vooral een prachtige outro. Na “Anchor”, een dijk van een punksong volgt “Talk! Talk! Jump!, een nummer met een zeer meezingbaar refrein dat live ongetwijfeld hoge ogen zal gooien en dat qua opbouw en  zang sterk refereert naar The Sedan Vault. Niet alleen vocaal doet Second Base bij momenten aan hun collega’s uit Sterrebeek denken want ook aan hun sound worden door het gebruik van een oude Korg speciale geluidjes toegevoegd : luister maar naar nummers als “Ghosts” en “Everybody knows”.
Het is duidelijk dat Second Base bestaat uit drie rasmuzikanten. Bovendien wordt het hoge niveau zowat de hele plaat aangehouden : het volledig akoestische “Confused Eyes” kan  mits de nodige airplay  zeker tot een hit uitgroeien, bij “Deathrap” kun je na een paar keer beluisteren  niet anders dan luid meezingen en “Hang in There” behoort nu al tot een van ondergetekendes favoriete punksongs. Ook een opvallend nummer is “Brick Wall Views”, een cover van The Lawrence Arms, volgens Second Base zelf een van hun grootste invloeden op deze plaat. Het is duidelijk: Second Base heeft met ‘Manifesto’ alles om definitief door te stoten tot de hoogste punkregionen!

Pagina 839 van 966