logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...

Pukkelpop 2009: donderdag 20 augustus 2009

Pukkelpop 2009 … de cijfers spraken voor zich: niet alleen de temperatuur, maar ook het bezoekersaantal ging tijdens de driedaagse marathon fors de hoogte in. Zo waren er op donderdag 60000, op vrijdag 59000 en op zaterdag zelfs 61000 bezoekers. Een historische opkomst van 180000 festivalgangers.
Daar zat de ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’ iets tussen … de brede waaier van 8 verschillende podia en ruim 200 verschillende artiesten, dj’s en comedy, verspreid over de 3 dagen, om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen, was een sterk geslaagde formule … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden ervan bands te ontdekken en eens te proeven van de comedy. Het moeten dus niet altijd grootse namen zijn om een goed festival te hebben. De groepen leverden puike prestaties af. En nooit eerder telde Pukkelpop zo weinig annulaties van artiesten. Het toonde aan dat groepen meer dan ooit hun best doen om live te spelen.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie te Hasselt-Kiewit, het unieke paradijs voor muziekliefhebbers om het eerst de groepen van morgen te kunnen zien …
En Pukkelpop telde zelfs meer dan 60 verschillende nationaliteiten. Naast de trouwe bezoekers uit de Benelux, Frankrijk en Duitsland, waren ook UK, Spanje, Ierland en Italië sterk vertegenwoordigd. En opvallend dit jaar het grote aantal bezoekers uit Australië …
Wat een warm Pukkelpop …

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

Een overzicht van het parcours van de redactie

dag 1: donderdag 20 augustus 2009

Er viel veel te ontdekken op deze eerste dag: met Deftones, The Offspring en Faith No More op het hoofdpodium, en dan waren er nog Bon Iver, Dizzee Rascal, Beirut, Wilco, ‘de surprise act’ Them Crooked Vultures en My Bloody Valentine …

The Maccabees was de allereerste groep op de Mainstage die het muziekwalhalla, de traditionele en onofficiële afsluiter van de festivalzomer, mocht openen. De mannen uit Brighton waren daar zelf heel blij om. Ze brachten snedige, gezellige indiepop met wat wave/postpunk à la Editors. De gitaarafstemming zou zeker niet misstaan op een plaat van hen. Vocale begeleiding gebeurde door Orlando Weeks, die heel wat aan kan met zijn stem. Op het einde van het concert klonk de zanger bezorgd. Het was toen al warm, en het zou er niet op verbeteren.
“Wear sunscreen, because I would be terrified. Enjoy your festival!”, twee adviezen die we opgevolgd hebben.

Het Britse Baddies (Club) gaf de toon van strakke, opwindende rechttoe-rechtaan postpunk aan . We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en de twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. In september verschijnt hun debuut. Alsof het nog niet warm genoeg was, verbroederde de zanger op het eind met de eerste rijen!

Het Amerikaanse Vetiver (Chateau) past mooi binnen het plaatje van de free(freak)folk, maar geven hun sfeervol, dromerig en zeemzoeterig materiaal een aardige americana draai door steelpedal en slides, waardoor de Devandra Banhart (dito Joanna Newson) stijl mag gelinkt worden aan South San Gabriel van Will Johnson. De Dylanesque aanpak van het duo Andy Cabic/Sanders Trippe bood warme (letterlijk) ‘americana on the road’, die af en toe wat meer vaart had en krachtiger klonk. Het tweede deel van hun set nam de bocht naar pure ‘60’s rock’n’roll. Schuilde Absynthe Minded hier niet om de hoek …

Selah Sue (Club): De knappe Sanne Putseys stond er alleen op het podium, gewapend met een akoestische gitaar en één van de strafste stemmen (en dat op haar 20ste, chapeau!). Bij het betreden van het podium keek ze vol ongeloof naar de volgelopen tent en was zichtbaar verrast. Ze speelde beklijvende songs. Het was machtig goed, in alle eenvoud. Ook vroeg Selah Sue ons tijdens het concert allemaal te gaan zitten (“Dat werkte op Dour ook”), wat iedereen natuurlijk deed. Jammer dat de stomende set voor nog meer oververhitting zorgde…

The Juan Maclean speelde op de middag een straffe set in de Dancehall. Aanstekelijke, prikkelende dance onder een bezwerende man – vrouw zang  (Nancy Whang van LCD Soundsystem btw). Een schitterende finale hoorden we door de uitgesponnen single “Happy house”, met invloeden van de ‘80’s electro en punkfunk.

James Yuill (Chateau) was de pechvogel van de dag. Z’n technologische snufjes lieten het afweten , wat z’n folktronica herleidde tot z’n akoestische gitaar, met songs als “You always do” en “How could I love”. Hij voelde zich erg onwennig en excuseerde zich na bijna elk nummer. Hij kreeg begrip en een schouderklopje; het publiek verzoende zich zonder problemen met de ontwapende set van deze singer/songwriter. Hij speelde z’n single “This sweet love” zelfs twee keer.

Toman (Wablief) heeft een muzikale gedaantewisseling ondergaan. Live klonk het kwintet uiterst origineel en gewaagd. Postrock, avantgarde, psychedelica en sfeervolle toetsen, die neigden naar de huidige 65daysofstatic. Ook de zang neemt een meer prominente rol in en kon hevig en schreeuwend zijn. Puik werk, mannen!

Shantel  & The Bucovina Club Orkestar (Marquee) leverde een spetterend feestje af met hun ‘Disko Partizani’, een zigeuner/ Balkan/fanfare/polka pop sound: blazers, violen, accordeon, drums, veel beats en de sensuele danspassen van de twee vrouwen van het leuke gezelschap. Opzwepend en dansbaar klonk het allemaal, zonder de traditionele Oost-Europese authenticiteit te verliezen. Balkan Beat Box, Gogol Bordello en Think of One hebben er een concurrerend bandje bij …

De Brit Jon Hopkins zorgde voor het eerste bescheiden hoogtepunt in de gezellige Chateau-tent met zijn sfeervolle mix van ambient, IDM, techno en klassieke muziek. Hij serveerde vooral materiaal uit zijn derde en beste langspeler 'Insides'. We hoorden o.a. ”Vessel”, “Wire”, “A drifting up”, “The low places” en “Colour eye”. Het klonk zowel dromerig en bevreemdend als grillig en prikkelend. Een fraai staaltje vakmanschap van deze electronica-meester!

The Galacticos waren één van de eerste bands in de Wablief tent die het bordje volzet lieten plaatsen. Hun onschuldige, fris sprankelende ‘skool’rock van een Weezer/Rentals/Pavement gehalte ging erin als zoetenkoek. Charmant bruisende pop, met “Humble crumble” als hoogtepunt!

Een afgeladen volle Marquee kon de beloftevolle songwriterpop van Justin Vernon’s Bon Iver aan het werk zien. Hij zorgde met z’n strak spelende band voor kippenvel; een intens bezielde set door klassesongs als “For Emma, forever ago”, “Skinny love”, “Lump sun” en “The wolves (act I & II)” (wat een mooie samenzang!): een broeierige songopbouw, de instrumentatie van gitaren, dubbele percussie (soms nog aangevuld met trom!) en de zweverige, timide falsetto van Vernon gaven een meerwaarde aan het americana geluid. Het publiek droeg de band op handen. … en hoe Vernon de set kon variëren … de opener “Creatrure fear” eindigde in een fuzz moeras en afsluiter “For Emma” bezorgde ons de krop in de keel …

Rival Schools (The Shelter) bracht een matige en tamme performance. De band rond Walter Schreifels (ex-Quicksand) toonde weinig bezieling en speelvreugde in songs als “The switch”, “Good things”, “World invitational” en “Holding sand”. Ook de twee nieuwe tracks waren niet bijzonder. De nummers werden op automatische piloot afgehaspeld en klonken kleurloos. De mengeling van post-hardcore, punk, emo en indierock kon weinigen bekoren, enkel bij hun bekendste nummer “Used for glue” was er sprake van enige opflakkering. Een gemiste kans spijtig, hier hadden we meer van verwacht!

Port O’Brien op z’n beurt zorgde voor extatische momenten in de Chateau. Achter deze uit Bay Area, Californië afkomstige band, schuilt het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Puike indie/folkpop hoorden we met een vrolijke ondertoon. De volle instrumentatie en de meerstemmige zang boden een zwierig geheel. Ze waren ergens te situeren tussen de sfeervolle groove van Arcade Fire en Shearwater, de intimiteit van Bonnie ‘Prince’ Billy en Bon Iver en de rock tune van Pavement. Ze slaagden in hun muzikale opzet van uitbundige refreinen, meegezongen stemmenpracht en meestampers. Binnenkort zal er nieuw werk verschijnen …

De Main Stage verwelkomde Maxïmo Park, met z'n donkere teksten, en hun opzwepende, catchy muziek. We zagen, ondanks de hitte een heel fanatieke zanger. In de bindteksten liet hij blijken over een aardig mondje Frans. Misschien vergat iemand hem te vertellen dat de groep in Vlaanderen aan het spelen was? Hoogtepunt van het concert was “Apply Some Pressure”. Er waren zelfs moshpits te zien! De eerste helft van het concert was deftig, maar naar het einde toe verloren ze de greep op de aandacht.

Yuksek (Dancehall) liet op zich wachten … hij was ergens verloren gereden, zo luidde het en wie wachtte was eraan voor de moeite. Bekertjes vlogen in het rond als frustratie …

Dizzee Rascal (Dylan Mills) was één van de grootste publiekstrekkers op de eerste festivaldag, wat vooral te danken was aan de enorme hits “Bonkers” en “Dance wiv me”. De Marquee was veel te klein voor het Engelse hip-hop/grime-fenomeen. De felgebekte rapper werd live bijgestaan door een extra MC die het uitzinnige jonge publiek nog wat ophitste (voor zover dat nog nodig was) en een DJ die snoeiharde beats afvuurde. Toch was Dizzee zelf de ster van de show met zijn furieuze, agressieve rhymes en zijn ongenaakbare en feilloze flow. We hoorden knallers als “I luv U”, “Fix up, look sharp”, “Just a rascal”, “Stand up tall” en zijn nieuwe single “Holiday”. Bij “Bonkers” ging het dak van de tent er bijna af. Wat een feest! Volgend jaar op de Main Stage please!

Razorlight (Mainstage): Ze scoren momenteel niet zo geweldig met het nieuwe werk, en dat merkten we ook aan het publiek. De reacties op “Wire to Wire” verbleekten naast meezingers “America” en doorbraaksingle “In The Morning”. Muzikaal gezien is de band zeer goed. Ze spelen de songs heel strak. Maar het was allemaal wat langdradig bij momenten. Velen wisten niet wanneer een liedje eindigde of er een nieuw begon. Johnny Borrell (zanger) zag er ook uit alsof hij een borrel te veel had gedronken. Wallen om u tegen te zeggen.

De Oostenrijkse Soap & Skin (Anja Plasch) (Chateau) ontroerde… een intimistische set bepaald door haar intense pianospel en haar indringende, hemelse, soms hoog uithalende stem. Ze refereerde nauw aan Alison Shaw van The Cranes en Hope Sandoval (ex Mazzy Star). En dan kon het plots omslaan richting Bat For Lashes door de donker dreigende beats. Een aandachtig publiek droeg het bleke talent op handen. Wat een intensiteit van een uiterst sfeervol, haast spookachtig concert. Puik werk van deze nog maar negentien jarige jonge dame.

Wilco (Marquee) bood anderhalf uur aangenaam luisterplezier van doorleefde (alt) americana rootsrock. Het draaide ‘em rond sfeerschepping van deze goed op elkaar ingespeelde, talentrijke band van Jeff Tweedy. Op boeiende wijze leverden ze enkele magistrale songs af als “I’m trying to break your heart” (met een noise injectie), “Impossible Germany…”, “Sonny feeling”, “Jesus etc” en “I’m the man”. Ingrediënten: dromerig, broeierig, sfeervol materiaal, soli van een Crazy Horse gehalte en Tweedy’s zalvende emotievolle stem. Een krachtige “I’m a wheel” besloot overtuigend de set. We kijken uit naar hun concert in november, waarbij het recente ‘Wilco the album’ nog meer in de spotlights kan staan …

De Californische alternative metalband Deftones (Mainstage) heeft een zware periode achter de rug door het auto-ongeval waarin bassist Chi Cheng betrokken was en daardoor in coma belandde. Het nieuwe album 'Eros' is hierdoor voorlopig op de lange baan geschoven, wat vele fans betreuren. ‘Nieuwe’ bassist Sergio Vega (ex-Quicksand) zette een degelijke prestatie neer, net als zijn collega's. Vooral zanger Chino Moreno was in goede doen, zijn schreeuwende, kreunende en slepende vocalen kwamen goed uit de verf, wat vroeger nogal eens anders was. Het zwaartepunt van het optreden lag duidelijk op hun briljante meesterwerk 'White pony': we herkenden hieruit “Feiticeira”, “Elite”, “Korea”, “RX queen” en de hits en tevens afsluiters “Change (in the house of flies)” en “Back to school”. Verder passeerden de oudjes “My own summer” en “Nosebleed” de revue en de recentere songs “Hole in the earth” en “Beware the water” (allebei van 'Saturday night wrist'). Puike en intense show!

Het fel bejubelde Grizzly Bear (Club) kon live aan de verwachtingen beantwoorden. De dromerige, meerstemmige zang en songopbouw refereert aan Fleet Foxes, Animal Collective en Beach Boys. Grizzly Bear straalde magie uit door hun sfeervolle opbouwende -folky/americana/psychedelica/jazzy popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. Af en toe klonk hun zweverige rock krachtiger en haalden ze enkele experimentjes aan door harp en flute. Betoverend en ontroerend. De sterke single “Two weeks” zat middenin de set …. We zijn voorbereid op hun clubconcert in november!

Op de paar festivals die ze spelen, kondigen ze zich aan als ‘Surprise Act’: Them Crooked Vultures rond Josh Homme, Dave Grohl, John Paul Jones en Alain Johannes (een jonge Chriss Goss lookalike) (Marquee). Na de pletwals van Deftones en droompop van Grizzly Bear stipten we dit kwartet aan, die regelrecht tuimelden in de ‘70’s retrorock. Een terechte verwijzing naar Cream en
een potpourri van The Queens of The Stone Age, Masters of Reality, Kyuss en Led Zeppelin. Ze vuurden de ene na de andere snedige doorleefde rocker op ons af. Er werden enkele songtitels prijs gegeven: “Gunman”, “Nobody loves me”, “Warsaw”, “Scumbag blues” en “Daffodils”. Puur vakmanschap van deze veteranen. We kijken nu al reikhalzend uit naar hun debuutplaat 'Never deserved the future' die uitkomt in oktober! Misschien is hun opstart zoals enkele jaren terug van Eagles of death metal en wordt dit meer dan een uit de hand gelopen hobbyproject …

De Zweedse progmetalgoden van Opeth mochten The Shelter afsluiten op de eerste festivaldag en deden dat met virtuoze en complexe metal van de hoogste kwaliteit. Hun mengeling van progressieve rock, death metal, jazz, blues en folk werd hartelijk ontvangen. Er werd afgetrapt met het magistrale en recente “Heir apparent” en de publiekslieveling “Ghost of perdition”. Het werd meteen duidelijk dat dit een fantastisch concert ging worden, vooral zanger/gitarist Mikael Akerfeldt stal de show met zijn sublieme heldere vocalen in combinatie met death grunts en fantastisch gitaarwerk. Daarna werd het stuwende “The lotus eaters” en dynamische “Closure” gespeeld. Het perfect opgebouwde “Deliverance” passeerde ook de revue middels een geweldige versie. Jammer genoeg was het dan al tijd voor de afsluiter “Demon of the fall” waar alles uit de kast werd getrokken. Dit had zeker nog wat langer mogen duren! Dit was genieten van begin tot einde! Een bruisend en felgesmaakt optreden!

Zach Condon en de zijnen, die spelen in een band genaamd Beirut (Marquee). Ze begonnen een kwartiertje later te spelen, maar maakten dat goed door een kwartier langer te spelen dan de voorziene tijdstip. Voor wie ze niet kent: zigeunermuziek van het hoogste niveau. We beseffen wel dat dit geen spek is voor ieders bek, maar Beirut was fantastisch. Prachtig trompettengeschal (die meer domineren live dan op plaat), melodieuze percussie en een accordeon (helaas ietsje te stil afgesteld). “Postcard From Italy”, “The Shrew”, “Cherbourg”, “Scenic World”, “Mount Wroclai” en natuurlijk hitsingles “Nantes” en “A Sunday Smile” werden stuk voor stuk magnifiek gebracht. Ook hoorden we een onbekend nummer in de set. Zouden ze aan nieuw materiaal aan het werken zijn? Dat ze een kwartier langer speelden dan voorzien toonde wel waarop de toeschouwers aan het wachten waren. In de extra tijd liep de Marquee tent voor zowat de helft leeg, want op de Mainstage begon net op dat moment Faith No More.

Funkmetal-pioniers en alternatieve rockhelden Faith No More zorgde voor het absolute muzikale hoogtepunt als afsluiter op de Mainstage. De band rond superieure zanger Mike Patton kwam enkele maanden geleden terug samen voor een hele resem (festival)concerten in de originele bezetting: keyboardspeler Roddy Bottum, bassist Billy Gould en drummer Mike Bordin. Origineel gitarist Jim Martin had geen zin om mee te doen aan de reünie en werd vervangen door Jon Hudson die ook meespeelde op de laatste langspeler 'Album of the year'. Het vijftal was één van de grootste rockbands en smaakmakers van de jaren '90 met hun ongewone en inventieve mix van heavy metal, rock, pop, funk, prog, punk, jazz en soul.
Albums als 'The real thing', 'Angel dust' en 'King for a day' mogen niet ontbreken in de collectie van ieder zichzelf respecterende muziekliefhebber. Dit was dus een show waar velen naar uitgekeken hadden.
De heren waren in allemaal in een fraai maatpak gestoken en openden met het toepasselijke en soulfulle “Reunited” van Peaches en Herb, gevolgd door de eerste granietbommen “Land of sunshine” en “Caffeine”. Het jazzy “Evidence”, het heftige “Suprise! You're dead” en het knappe “Last cup of sorrow” vervolgden de set. De Commodores-cover “Easy” en de classics “Midlife crisis” en “Epic” ontbraken natuurlijk niet. Dit was voor velen jeugdsentiment. De ene climax volgde na de andere, wat dacht je van: “RV”, “The gentle art of making enemies”, ”King for a day” en “Ashes to ashes”. Dat Mike Patton geen doorsnee frontman is en graag zijn publiek entertaint, wisten we al, maar toen hij tijdens “Just a man” de frontstage indook om de hele resem VIP's en perslui uit te dagen om mee te zingen, was het feestje compleet. Vervolgens spuwde hij een ferme rochel op de hoofdcamera. Provocatie ten top van deze kwajongen! Het publiek lustte er wel pap van.
Tijdens de bisronde werden we getrakteerd op het bombastische “Chariots of fire” (Vangelis), het funky “Stripsearch” en het onweerstaanbare oudje “We care a lot”. Jammer genoeg geen “The real thing”, “From out of nowhere”, “Falling to pieces”, “Digging the grave” of één van de andere prijsnummers, zeer spijtig! Hier was extra speeltijd bijzonder welgekomen. Desalniettemin was dit een geniaal en overrompelend concert! Zeer indrukwekkend!

En nog een oudje: My Bloody Valentine, rond Kevin Shields en Bilinda Butcher (Marquee). Ze waren samen met Sonic Youth, Jesus & Mary Chain spraakmakend voor de ‘alternative’ pop/noise en shoegaze. Na bijna 18 jaar zijn ze terug bij elkaar voor een club-/festival tour. En Godzijdank werd Pukkelpop niet vergeten! Ze lieten de rustige, sfeervolle stukken links en kozen voor een loeiharde aanpak. De pedaal effects werden stevig ingedrukt en de PA schuivers stonden volledig open (btw ze beschikten over twee PA’s om iedereen te overdonderen). We hoorden een wall of sound, een geluidsbrui, al of niet ontspoord of ontregeld. Wat een razernij noisegolven en ontspoorde ritmes. Ze gingen door de pijngrens die me deed terugdenken aan Swans, God, Kyuss en Atari Teenage Riot. De huidige revival bands verbleekten bij deze drones. “I only said”, “When you sleep” en “Only shallow” hadden nog enigszins de factor herkenbaarheid, maar op het eind verdronken ze in hun ‘moeras-gaze’ waardoor we maar elementjes van “Soon”, “Feed me” en “Realise” - als concept – konden herkennen. Een noise inferno hoorde ik collega’s zeggen …
Pukkelpop besloot en verve dag 1 …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

 

Absynthe Minded

Absynthe Minded

Geschreven door

Al bij de vorige twee cd’s There is nothing’ en New day’ hadden we het erover dat het Gentse Absynthe Minded een volwassen indruk naliet. Hun broeierige diversiteit van pop, jazz, psychedelica, swing en balkan is mooi uitgewerkt in warme, sfeervolle en fris speelse popsongs, gedragen door Bert Ostyn’s emotievolle melancholische stem. Het smaakvol allegaartje zorgt opnieuw voor een uiterst gevarieerd boeiend album, dat duidelijk in het verlengde ligt van vorig werk. De jazzy Balkanesque aanpak van hun debuut ‘Acquired taste’ is tot een minimum herleid, maar toont de wortels van de bandleden nog aan, wat we horen op “Fortress Europe” en opener “If you don’t go, I don’t go”. Ze weten een breed publiek aan te spreken met de singles “Heaven knows” en “Envoi”; “Dead on my feet” en “Mercury” hebben een broeierige intensiteit. De piano/toetsen klinken duidelijk door op deze nummers, net als bij het intieme “Papillon”. Maar we vergeten de sfeermakers viool, contrabas en bezwerende drums niet, die net het totaalgeluid bepalen van Absynthe Minded. Het zorgt ervoor dat we hier kunnen spreken van een grootse band. Gewaagder gaat de band te werk op “Paramount” en “Multiple choice”.
Absynthe Minded kreeg al een verdiende erkenning met hun vroeger werk; de titelloze vierde onderstreept dit moeiteloos …

Faith No More

The Very Best Definitive Ultimate Greatest Hits Collection

Geschreven door

Faith No More onderneemt een reünie(festival)tour en in het kader daarvan verscheen een ‘greatest hits’ plaat. Er werd gretig geput uit albums als 'The real thing', 'Angel dust' en 'King for a day'. FNM bracht stevig rockend, poppy als avontuurlijk, creatief materiaal, een pittig gekruide, tijdloze mix waarin uitstapjes richting funk, metal, jazz, soul, punk en progrock te horen zijn. Niet voor niks worden ze omschreven als funkmetal pioniers.
De band draait rond de weirde superieure zanger/componist Mike Patton (die we kennen van een pak projecten Mr Bungle, Fantomas, Tomahawk, Peeping Tom). We vergeten de andere leden niet, die elk op hun manier een belangvolle bijdrage leverden tot dit epische geluid: keyboardspeler Roddy Bottum, bassist Billy Gould en drummer Mike Bordin. Origineel gitarist Jim Martin zien we niet tijdens de tour; hij had geen zin om mee te doen aan de reünie en werd vervangen door Jon Hudson die ook meespeelde op de laatste langspeler 'Album of the year'.
Cd 1 bevat de smaakvolle songs zoals we FNM het best kennen: van “The real thing”, “Epic”, “We care a lot” naar “Caffeine”, “R’n’r”, “Be aggressive”, “Midlife crises”, “A small victory” tot “Evidence”, “Ricochet”, “Ashes to ashes” en de melige Commodores cover “Easy”.
Fun en sarcasme met de nodige scherpte …
Cd 2 op z’n beurt zijn b-sides en rarities. We horen enkele snedige rockers als “Absolute zero” en “Light up and let go”, horen de psychedelica doorklinken op “New improved song”, er is het hoempapa absurdisme met “Das schutzenfest” en de cd sluit en verve af met de sfeervolle live “This guy’s in love with you”.
Kijk, de dubbelaar is een absolute aanrader voor wie wil kennismaken met deze invloedrijke band, voor de anderen die de platen van FNM in de kast hebben, is dit alvast een bont overzicht van hun indrukwekkende oeuvre.
Het zorgt voor jeugdsentiment en toont aan hoe bepalend zij wel waren voor de huidige rits math/prog/experimenterende rockbandjes …

Billy Talent

III

Geschreven door

De Canadese punkrockers van Billy Talent zijn niet erg origineel qua albumnamen. ‘III’ is het logische derde album van de band. Wie de plaat begint te beluisteren zal misschien opmerken dat ze wat softer klinken dan hun vorige albums. Op het eerste schreeuwde zanger Ben Kowalewicz nog zijn stembanden aan flarden, op ‘II’ was het al wat kalmer en meeslepender. Nu is het vooral qua zang meer zoals ‘II’, muzikaal neigen ze meer naar het debuut. Een evenwichtige mix van jong en oud, zo blijkt. De nummers “Devil On My Shoulder” en “Rusted From The Rain” klinken meer naar rock dan naar punk, maar vanaf het derde nummer “Saint Veronika” besloot de band duidelijk te veranderen naar punk, want vanaf dan gaat het beenhard. “Tears Into Wine”, “Pocketful of Dreams”, “The Dead Can’t Testify” en vooral ook “Turn Your Back” dat samen geschreven is met Anti-Flag. Ook hier enkele tragere nummers zoals het prachtige “White Sparrows” en “Diamond On A Landmine”. Wij hielden vooral van de gitaarriffen en de diepe basgitaar (enkele fantastische solo's voor beide instrumenten). Billy Talent brengt genoeg variatie in hun nummers zodat het geheel boeiend blijft. 11 goede nummers tellen we op deze plaat, maar absolute top zijn ze niet.

Arctic Monkeys

Humbug

Geschreven door

Hoe moeten we dit nu gaan interpreteren : ‘De moeilijke derde’ of  ‘een interessante nieuwe richting ?
Feit is dat de jachtige en flitsende sound van de eerste twee fantastische Arctic Monkeys platen grotendeels heeft moeten wijken voor een nieuw geluid, te omschrijven als weids, donkerder en meer gelaagd. Veel heeft natuurlijk te maken met de locatie van opname (Joshua Three USA, midden in de woestijn !) en uiteraard de producer (Josh Homme, the man himself). Neen, dit is geen stoner-rock plaat geworden, maar de Homme invloeden zijn wel degelijk aanwezig, vaak horen we raakpunten met Homme’s experimentele desert sessions cd’s, zo klinken de gitaren als iets wat uit de withete woestijn komt en niet uit een flashy Brits repetitiekot.
En, u voelde het misschien al komen, wij waren meer ingetogen met de oude dan met de nieuwe sound van deze nog steeds piepjonge knapen. Niet dat Josh Homme zijn best niet heeft gedaan, maar het is met de songs dat er iets schort. Die zijn, op enkele uitzonderingen na, wat te traag, te loom of te inspiratieloos. De uitzonderingen van dienst zijn opener “Crying lightning” en een zinderend “Pretty visitors” die de frisheid van de eerste platen perfect doet samenvallen met een paar typische Josh Homme- gitaren in een geslaagde tempowisseling. Ook “My propeller”, “Dangerous animals”, “Potion approaching” en het ingetogen “Cornerstone” zijn best straffe songs maar wat wij elders op de plaat vooral missen is snelheid, puntigheid en snedigheid, precies die dingen die de Arctic Monkeys tot op heden zo bijzonder maakten.
‘Humbug’ geeft ons de indruk dat er iets te veel aandacht is besteed aan de sound en te weinig aan de songs. Alleen de combinatie goede producer / goede songs kan voor vuurwerk zorgen. Als één van beiden mankeert, dan pruttelt de motor. Vraag het maar aan U2 en Coldplay die allebei voor hun laatste album met opperproducer Brian Eno in zee zijn gegaan maar wel een sof van een plaat afleverden. Doch, laat ons niet overdrijven, want deze ‘Humbug’ klinkt toch nog heel wat frisser dan de bombastische vehikels van deze twee voornoemde zogenaamde grote bands.
Misschien zijn Arctic Monkeys te ongeduldig en te vroeg met een nieuwe plaat op de proppen gekomen, met als gevolg een half geslaagd album die niet anders kan onthaald worden dan als een kleine ontgoocheling. Een moedige poging om anders te klinken, dat wel, maar ver beneden de huizenhoge verwachtingen. Vermeende muziekkenners zullen dit misschien een groeiplaat noemen, maar wij zullen toch steevast in ons cd rek blijven grijpen naar ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’, ‘Favourite worst nightmare’ en, ook niet te versmaden natuurlijk, The Last Shadow Puppets, waar Alex Turner ook iets anders uitprobeerde maar dan wel met een schitterend resultaat.
Goed geprobeerd, maar de volgende keer toch liever wat meer tempo en vuurwerk. Ze kunnen het.

Sinead O’Connor

Sinead O’Connor: inspiratiebron voor vele vrouwelijke singer/songwriters …

Geschreven door

Sinead O’Connor was in een spaarzame bezetting van een gitarist, Steven Cooney en multi-instrumentalist Kieran Kiely (piano/toetsen/flute/tweede gitaar) te zien in de prachtige locatie van het Rivierenhof. Het bordje ‘Sold out’ prijkte er aan het begin van het domein.
Het was de ideale plek om haar pakkend en beklijvend materiaal, onder haar helder hemelse, emotievolle zang, te horen. Ze grossierde in het oeuvre van haar succesvolle platen ‘The lion & the cobra’, ‘I do not want what I haven’t got’, ‘Universal mother’, ‘Faith & Courage’, in combinatie met een handvol nummers uit ‘Theology’ en een glimp van de  nieuwe cd die er dreigt aan te komen. De sfeervolle, ingetogen (religieus getinte) songs van ‘Theology’ uit 2007 is de muzikale leefwereld die de songschrijfster er na ‘Universal mother’ (’94) op nahoudt. Ze is door de jaren een goedgemutste dame die haar publiek dankbaar onthaalt. In het begin al excuseerde ze zich prompt voor haar verlegenheid; ze zou haar ogen dichtdoen om zich te kunnen concentreren op haar vocale capaciteiten.

We hoorden een onderhouden set. Na de dromerige openers “Jeremiah beautiful” en “Thief”, bezorgde Sinead haar fans meteen kippenvel: “The healing room”, begeleid door een sobere pianotoets en gitaargetokkel, een indringend, gospel neigende “Never get old” en tot slot “3 babies”, bepaald door een akoestische gitaar en haar huiveringwekkende stem. … Intieme pracht van maatschappijkritische songs in een spaarzame begeleiding…
Verder in de anderhalf uur durende set was er nog de intense schoonheid van “Solomon”, “Troy” en “Nothing compares to U”. Het was immens stil in het domein Rivierenhof … Haar folky roots onderstreepte ze door een bredere omlijsting in “Who so ever dwells”, “What doesn’t belong” en “Lambs’ book of life”. Eind het jaar verschijnt er nieuw werk. Het sfeervolle “Very far from home” , lichtte een tipje van de sluier en lag in de lijn van haar ‘Theology’ plaat. Het opbouwende “Thank you” uit ‘Universal Mother’ werd mooi uitgesponnen en besloot de set. Het publiek droeg Sinead O’Connor een warm hart toe.
In de bis bracht ze een acapella “Stretched on your grave”, “If you had a vineyard” en haar ‘favorite’ “33” . Ze behield ieders aandacht met haar politiek engagement en spiritualiteit; op hun plaats waren de woorden introspectie en emotionaliteit van deze grootse, talentrijke singer/songschrijfster. Samen met haar twee muzikanten werd ze sterk onthaald.

Haar hartverwarmende muziek is de inspiratiebron voor vele vrouwelijke songwriters. De Nederlandse Marike Jager is er zo eentje. Ook zij bracht sober materiaal, subtiel uitgewerkt door akoestische gitaar en toetsen. De vriendelijke, lieflijke dame was eerst wat onwennig op het podium, maar was al gauw haar zenuwen de baas. Breekbare, dromerige popsongs, waarin we uitstapjes hoorden naar jazz en bebop. Ze leverde een smaakvolle set af!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism met Arenberg, Antwerpen

FeestinhetPark 2009: zaterdag 15 augustus 2009

Dag drie van het Oudenaardse festival Fi:hP lokte aanzienlijk meer bezoekers. Het prachtige, warme weer en de grotere namen op de affiche zaten daar zeker voor iets tussen. De drie podia staan in tenten, en vandaag bewezen ze hun nut, namelijk verkoeling in de verzengende hitte.

De aftrap werd gegeven door Barbie Bangkok (Grand Mix). Ze werden aangekondigd als een groep die frisse, aanstekelijke Gentse pop brengt. Ze sloegen de nagel op de kop, maar ze vergaten het woord dansbaar te noemen. Dansbare nummers zoals “I Remember” en “Our Savior” hadden potentieel om wat beweging in de massa te brengen. Daar bleek het natuurlijk veel te warm voor. Ze speelden voor een bijna uitsluitend zittend publiek. Zoals vele andere Gentse popgroepen bezit ook Barbie Bangkok een scherper kantje. Voorbeeld daarvan was de puike afsluiter “Hot & Trendy”.

Pornorama is al even Gents als de Barbie Bangkok. Behoud de rauwe kantjes van Barbie Bangkok, injecteer dat met catchy gitaarriffs en je hebt een band zoals Pornorama. Ze speelden een stevige set in de Democrazy tent. De zanger vroeg wie er een cd wou hebben en gooide prompt een schijf van hun het publiek in. Pornorama was goed, maar wij keken al meer uit naar Lady Linn and her Magnificent Seven...

We waren blijkbaar niet de enige die (weeral een Gentse) artieste aan het werk wou zien. Er was een massale opkomst om Lady Linn aan het werk te zien. Daar waar Triggerfinger, toch wel de headliner van vrijdag, de tent niet kon laten vollopen, deed zij dat moeiteloos. Lady Linn and her Magnificent Seven brengen jazz nummers met enige ruimte voor wat improvisatie. Het moest voor de enige afkoeling zorgen, maar door de massale opkomst werd het paradoxaal genoeg broeierig warm in de Grand Mix tent. Na een instrumentale intro van de Magnificent Seven (vier blaasinstrumenten, een drummer, een pianist en een contrabasspeler) kwam de zangeres als een volleerde diva het podium opgewandeld in een knalrode jurk. Ze was zichtbaar blij met de aandacht die de groep kreeg van het publiek en was zichtbaar geëmotioneerd. Het kostte haar geen moeite om de toeschouwers onmiddellijk mee te kregen. De jazz werd bijzonder gesmaakt en zorgde voor enkele kippenvelmomenten. Hoogtepunt was de meezinger pur sang “I don’t wanna dance”. Na afloop van het concert liet ze weten dat ze het ‘superwijs’ vond. En wij vonden hetzelfde.

Na hun triomfantelijke doortocht op Dour enkele weken terug deed het Britse kwintet The Qemists (Democrazy Stage) hun sterke live-reputatie alle eer aan met een explosief en energiek optreden. De mix van drum 'n' bass, electronica, rock en hiphop sloeg goed aan bij het jonge publiek. Gitaar, bas, drums, keyboards, laptop en zangeres Jenna G en MC Dan Arnold vormden een opwindend en dansbaar geheel . Met bruisend materiaal als “On the run”, “Drop audio”, “Lost weekend” en “Stompbox” werd er een leuk maar bescheiden feestje gebouwd. Een knappe en intense show!

Reanno Gordon aka Busy Signal (Grand Mix) is de nieuwe rijzende ster aan het reggae/dancehall-front. Toch waren we niet echt onder de indruk van de live prestaties van de Jamaicaan. Oorzaak hiervan waren vooral de makke en inspiratieloze raps en riddims. We hadden de indruk dat de man maar één echte song had die hij tot vervelens toe bleef herhalen. Er zat weinig vuur en variatie in de performance en ook de muzikanten waren eerder ongeïnteresseerd en kleurloos. Dit was enkel voor de diehard reggae/ragga-fans. Een lichte teleurstelling dus.

Het Londense duo Autokratz (Democrazy Stage) serveerde ons een cocktail van electro, pop, house en techno. Hun sound klonk als een mengeling van Kraftwerk, Depeche Mode, Erasure, Daft Punk en Underworld. Het tweetal die op het hippe en toonaangevende Franse electronica-label Kitsuné zitten, zijn dit jaar bescheiden doorgebroken met hun album 'Down and out in Paris and London' . Live hoorden we catchy en aanstekelijke dance met popmelodieën en frisse grooves en beats.
Onderhoudend en uiterst genietbaar.

Sleutelfiguur van de Britse hiphop Roots Manuva (Grand Mix) kon ons maar matig overtuigen. Nochtans heeft de man een indrukwekkende discografie op zijn naam staan met hoogaardige werkstukken als “Run come save me”, “Awfully deep” en “Brand new second hand”. De potpourri van rap, reggae, dub en electronica klonk ongeïnspireerd en zoutloos in de halfvolle tent. De nummers werden op automatische piloot afgerafeld en ook de band had er duidelijk niet te veel zin in.
Een gemiste kans, spijtig! Hier hadden we meer van verwacht.

Nog voor The Subs aan hun set zouden beginnen was de Democrazy tent te klein voor het dolenthousiaste publiek. Nog voor er iemand voet op het podium zette was het al feest. Als vanouds gaven ze weer een set die een tikkeltje ‘over the top’ was, met hun trashelectro en lichteffecten die goed waren om epileptische aanvallen te krijgen. De show zelf was weer fantastisch en iedereen stond op en neer te springen vanaf er maar een beat in de mix werd gedraaid. Ze speelden alles live.

De Franse DJ en producer Mehdi toverde de Charlatan-tent om tot één grote danstempel. De populaire man is één van de uithangborden van het trendy en succesvolle Ed Banger-label samen met Mr. Oizo, Busy P en Justice. Hij schakelde moeiteloos over van pompende en opzwepende electro en techno naar funky en soulvolle hiphop. Dit was het perfecte materiaal voor de danslustigen onder ons!

De reünietoer van Lamb (Grand Mix) hield een tussenstop in Oudenaarde. Ze zijn er vijf jaar uitgeweest, maar Andrew Barlow, creatief brein van de twee, gaf mee dat het absoluut deugd doet om terug te zijn. De belangstelling voor de groep was groot, maar de triphop met invloeden uit de drum ’n bass, breakbeat en soul die ze brachten, onder begeleiding van de betoverende stem van Louise Rhodes leek voor velen toch een brug te ver en stonden verbaasd te kijken naar het schouwspel. Voor “Gabriel” maakten ze een uitzondering, wat luidkeels werd meegezongen. Toch wilden de meesten na afloop meer, maar Lamb kwam niet meer terug het podium op. Dit concert was zeer zeker een aaneenschakeling van hoogtepunten en zorgde ook voor koude rillingen. Fenomenaal!

Afsluiter van dag drie in de Grand Mix was Arsenal. Na dik tien minuten te laat te beginnen kampten ze ook nog eens met geluidsproblemen. Dat kwam de sfeer eventjes niet ten goede, maar dat werd al snel vergeten. Arsenal speelde een best-of set en werd met open armen ontvangen. “Lotuk”, ”Saudade”, “Longee”, “Mr. Doorman”, “The coming” en “Personne ne bouge” (jammer dat Baloji niet meer de groep vervoegt als ze dit spelen), ze passeerden allemaal de revue. “Estupendo” speelden ze zelfs tweemaal. Gewoon in de set en als tweede en laatste bisnummer. Veel dansende mensen hebben wij hier gezien. Dit is een groep die live zoveel sterker is dan op plaat, mede doordat het wereldmuziekaspect van op de platen naar de achtergrond wordt gedrongen en plaats maakt voor pop. Arsenal was een mooie afsluiter van een gevarieerde derde dag aan de Donkvijvers.

De electro(clash), techno en house van de Engelsman Riton (Charlatan) breidde een vervolg aan het dansfestijn. Zijn sound hield het midden tussen Tiga, Mylo, Digitalism, Soulwax en Erol Alkan. Hier was stilstaan niet aan de orde!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2009: vrijdag 14 augustus 2009

De veertiende editie van FeestinhetPark an de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zijn net als vorig jaar een groots succes geworden. Dit jaar kon de organisatie rekenen op een goede 31000 bezoekers. Op donderdag zakten reeds 7000 gegadigden af (gratis avond btw!). FihP plaatste zich dit jaar na en tussen de grootse kleppers Lokerse Feesten, Folkdranouter en Pukkelpop.
De kleinschaligheid en de gevarieerde affiche werden sterk ontvangen: van 
pop, alternatieve rock, reggae/ragga, postrock, funk, hiphop, drum 'n' bass en de huidige dancetrendsetters.
De muzikale smeltkroes, het sfeerrijke decor (zelfs met een klein strandje erbij!), de partysfeer, de ontspannen vibe, de gezellige, compacte tenten en het goede weer waren de troeven van deze succesvolste editie.


dag 2: vrijdag 14 augustus 2009

De tweede dag van FihP aan de Donkvijvers te Oudenaarde stond vooral in het teken van de rock’n’roll op het Grand Mix podium. Drive Like Maria, The Hickey Underworld, Danko Jones, The Wombats en Triggerfinger stonder er geprogrammeerd. Maar om de hoek van deze tent schuilden het sensuele Fagget Fairys en de aanstekelijke beats van Roni Size …

Drive Like Maria mocht de avond beginnen op de Grand Mix. Het was een snoeiharde start van het festival door het Nederlands-Belgisch trio. De muziek was gewoonweg heel goed. De belangstelling bleef nog wat uit, want iedereen lag nog wat te genieten in de zon op de heuvels rond de Donkvijvers. Het leek wel een beetje het uitgangspunt van deze festivaldag …

The Hickey Underworld (Grand Mix) zette een korte en stevige set neer. De mix van noiserock, indiepunk met een vleugje emo en pop werd goed ontvangen. Hun songs van hun felbejubelde debuut waren zowel snedig en explosief, als melodieus en toegankelijk. Met uppercuts als “Sick of boys”, “Zero hour”, “Blue world order” en hits als “Mystery bruise” en “Future words” had het grotendeels jonge publiek niet te klagen. Puike performance van dit Antwerpse kwartet.

Danko Jones (Grand Mix) weet z'n toeschouwers te entertainen, zoveel is zeker. Hij deed dat met no-nonsense rock 'n' roll: simpel, strak en luid maar o zo doeltreffend en onweerstaanbaar. We hoorden energieke en heftige adranalinebommen als “I want you”, “Play the blues”, en “Never too loud” in sneltempo voorbijdenderen. Het onvermijdelijke “First date”, “Mountain” en “Born a lion” passeerden ook de revue.  Dat de man het niet zo begrepen heeft op de dance-cultuur, bewees hij met een hilarische en amusante imitatie van de DJ’s. Hier was men op het juiste adres voor rauwe en pittige rock van de bovenste plank.

Op de Democrazy Stage stond intussen het beloftevolle Fagget Fairys, van twee Deense deernes, die samen koppel vormen. De twee lovers komen er openlijk voor uit dat ze holebi zijn en hielden zich niet in om een tongzoen te draaien tijdens het optreden. U kent ze natuurlijk van de radiohit “Feed The Horse” (en spontaan denken we er “njam njam” bij!)
… Een draaitafel en een MC, da’s Fagget Fairys. Het begin van de set was rustig en meer lounge. Ze haalden invloeden aan vanuit de dubstep en psychedelica (vooral de vocals door de echo-effects). Na een paar liedjes moest zangeres Elena Cosovic slechts drie woorden zeggen om het publiek wild te maken. Inderdaad, “Feed The Horse” werd ingeleid. Na hun hit veranderde de stijl richting dance, wat al snel verveelde. Naar het eind waren er nog enkele sterke momenten. Toen hun laatste nummer een geremixte versie van “Feed The Horse” bleek te zijn, bewezen ze dat ze voorlopig een ‘one trick pony’ zijn …

Terug naar het Grand Mix podium dus. The Wombats verwenden ons met een ijzersterke set, die op zijn beurt geen seconde verveelde. Een uitzinnig publiek droeg de bruisende, charismatische band op handen. Ze toonden aan dat ze meer dan het bekende “Let’s dance to Joy Division” in hun mars hadden. Het Britse trio brengt garage rock pur ‘Brit’ sang. Vergelijk ze met het onvolprezen 1990s. The Wombats kondigden aan dat er een nieuw album aankomt … we kregen al een heerlijk voorsmaakje. Benieuwd dus! Dit was zonder twijfel de revelatie van de avond, want ze leken de voorbije maanden even godvergeten …

Het excentrieke Britse duo Dan Le Sac en Scroobius Pip (Democrazy Stage) serveerde ons een frisse en originele smeltkroes van hip-hop, electronica, pop en spoken -word. De snedige en inventieve raps van David Meads en de pompende en gevarieerde beats van producer/dj Dan Stephens waren de perfecte ingrediënten voor een aangename en catchy set. Het was moeilijk stil te staan bij songs als “Thou shalt always kill”, “The beat that my heart skipped”, “Back from hell” en “Letter from God to man”. Een bruisend en felgesmaakt optreden van deze rare snuiters.

Triggerfinger sloot de rock’n’roll dag avond af. Zij vervingen Vive La Fête, door het feit dat Danny Mommens begin deze maand een motorongeluk had en enkele optredens noodgedwongen moest afzeggen. Ruben Block, zanger van Triggerfinger, kwam zelfs terug uit vakantie toen de organisatie vroeg om op FihP te spelen.
Triggerfinger is gekend voor z’n beenharde gigs. Ook deze keer gingen ze er terug stevig tegen aan. Ze behoren tot één van de beste rock’n’rollbands van ons landje! De groepsleden, netjes uitgedost in kostuum, waren topentertainers en stalen de show … rauwe gitaren, een diepe bass en een ‘double bass’ opzwepend drumstel … Ook de doorleefde stem van Ruben Block droeg bij tot het spektakel. Ze brachten een fantastisch concert, ondanks de paar langdradige stukken; de drumsolo’s en gitaarexperimentjes waren soms te eindeloos. Ook sommige intro’s werden onnodig uitgerokken. Na hun laatste nummer “On My Knees” kwam er nog een obligate bis …

Drum 'n' bass-pionier Roni Size (Democrazy Stage) stelden onze danspieren zwaar op de proef. De grootmeester werd live bijgestaan door een volledige band bestaande uit Reprazent-leden rapper MC Dynamite, zangeres Onallee, gitarist Pete Josef, bassist Si John, drummer Yuval Gabay (ex-Soul Coughing) en keyboardspeler D Product. De muzikanten vormden een solide machine die perfect op elkaar waren ingespeeld met de peetvader als kapitein en dirigent. De drum 'n' bass bevatte invloeden van soul, jazz, rap, dub en reggae die tot één mooi geheel werden samengebracht. Er werd vooral teruggegrepen naar de 'klassieke' albums 'New forms' en 'In the mode'. We hoorden opzwepende tracks als “Dirty beats”, “Digital”, “Snapshot” en “Railing”. Het feestje werd compleet met wereldnummers als “Brown paper bag”, “Heroes” en “Let's get in on”. Beslist een hoogtepunt te noemen.

Onze groene Dr. Lektroluv besloot in de Grand Mix tot in de vroege uurtjes . ‘njam njam’ voor de fans van de zware electro ...

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

FeestinhetPark 2009: zondag 16 augustus 2009

Geschreven door

De laatste festivaldag van FihP lokte zo'n 7000 mensen naar de Oudenaardse Donkvijvers. Er werd duidelijk geopteerd voor een ontspannen en gezellige familiale programmatie.De klemtoon kwam dus meer te liggen op echte 'luistermuziek': we hoorden de weemoedige en ingetogen slowcore/indierock van Sophia, de fragiele engelenvocalen van singer-songwriter Heather Nova, de gitzwarte en grimmige alternatieve country/americana van Woven Hand en de soul/blues/gospel van soullegende Solomon Burke die het festival mocht afsluiten in stijl.

Robin Propper-Sheppard, ook wel bekend onder zijn artiestennaam Sophia (Grand Mix) werd op het laatste moment opgeroepen om Soulsavers (feat. Mark Lanegan) te vervangen op FihP. Hij werd voor de gelegenheid bijgestaan door een strijkerkwintet, één celliste en één vocaliste. Het werd dus een kalm en sfeervol optreden waarin de weemoedige en ingetogen songs op het voorplan stonden. De mooie en aanzwellende vioolarrangementen zetten de melancholische songs nog eens extra in de verf zonder dat het stroperig of melig klonk.
Het hele gebeuren ademde de sfeer uit van een relaxed aperitiefconcert waar het goed vertoeven was. Ideaal om de laatste festivaldag op gang te trekken!

Heather Nova (Grand Mix) bracht een goed uitgebalanceerde set waarin intieme ballads werden afgewisseld met stevigere nummers. Haar breekbare stemgeluid kwam optimaal uit de verf en haar begeleidingsband was goed op elkaar ingespeeld. We herkenden hits als “Maybe an angel”, “Walk this world”, “Someone new” (origineel met de Zweden van Eskobar) en “London rain”. Maar ook minder bekend en recenter materiaal als “Ride”, “Welcome”, “River of life”, “Heart and shoulder” en “Virus of the mind”. Weinig verrassend, noch vernieuwend, gewoon een degelijk concert.  Niet meer, niet minder dan dat!

Ex-frontman van Sixteen Horsepower, David Eugene Edwards, doet het al enkele jaren onder de naam Woven Hand (Grand Mix). In Oudenaarde koos hij voor een festivalset waarin stevig gerockt werd. Toch bevatte de duistere 'doemrock' ook elementen van americana, folk en alternatieve country. Op het podium werd hij vakkundig vergezeld van bassist Pascale Humbert, de Belgische gitarist Peter Van Laerhoven en drummer Ordy Garrison. Samen serveerden ze ons een mooie dwarsdoorsnede uit hun inmiddels vijf langspelers. Een bevlogen en intense rockshow waarin de spanning onmiskenbaar was. We ondergingen een spirituele en bijna religieuze ervaring!

King of soul Solomon Burke (Grand Mix) sloot het festival af op zijn eigen unieke stijl. Gezeten op zijn grote, rode troon en bijgestaan door een twaalftal muzikanten, waaronder twee gitaristen, twee violistes, drie blazers en twee bevallige backing-vocalistes, zong hij de sterren van de hemel met een felgesmaakte mix van R&B, soul, gospel, blues en rock. Hij switchte moeiteloos van eigen werk als “Cry to me”, “Don't give up on me”, “Everybody needs somebody to love” (o.a. gecoverd door Wilson Pickett en The Rolling Stones) naar knappe covers van Brian Wilson (“Soul searching”), Ray Charles (“Georgia on my mind”), Tom Waits (“Diamond in your mind”) en Ike and Tina Turner (“Proud Mary”). Naar het einde van het optreden werden er tientallen mensen uitgenodigd op het podium om enkele danspasjes te zetten. Ook werden er rozen uitgedeeld aan het enthousiaste publiek.
Allemaal bijzonder entertainend en zo werd FihP op een uitbundige en fantastische wijze beëindigd. We kijken al uit naar de volgende editie! Don't miss it!

Organisatie: FeestinhetPark, Oudenaarde

Jazz Middelheim 2009: zondag 16 augustus 2009: Charlie Hayden & Kenny Barron, David Murray en Jason Moran

Geschreven door

Bert Joris had de eer om de laatste dag van Jazz Middelheim 2009 in te leiden. Het was niet de eerste keer dat de trompettist dit festival mocht opluisteren. Joris is de muzikant die al het vaakst op het podium in dit Antwerpse park verscheen - al meer dan twintig keer (het lijkt wel of niemand de tel nog heeft bijgehouden). Hij stond er al met verscheidene bezettingen. Dit keer had hij zijn kwartet mee, waarmee hij in 2007 de bejubelde CD Magone opnam. Deze CD kreeg in 2008 dan ook de Klara Muziekprijs.
Op deze zonnige zondagmiddag was meteen veel volk komen opdagen en dit zorgde voor een aangename sfeer in de tent. Toch stonden de vier muzikanten zeer relax op het podium en speelden ze no-nonsensejazz. Er werden composities gebracht uit hun laatste CD uit 2007, maar het kwartet durfde het evengoed aan nieuwe stukken te brengen. Dit geeft toch een extra dimensie aan een optreden. In een interview geeft Joris dan ook grif toe dat live optreden voor hem veel meer betekent dan het inblikken van een nieuwe CD. De toeschouwers waren er hem dan ook zeer dankbaar voor. De trompettist stond er uiteraard niet alleen voor: ook de andere muzikanten zetten hun beste beentje voor met aan de drums Dré Pallemaerts, aan de bas Philippe Aerts en aan de piano Dado Moroni. Het was duidelijk dat de muzikanten elkaar door en door kennen. Dit levert dan ook een heel natuurlijke speelstijl op die er tegelijk voor zorgt dat er voldoende ruimte is voor elk instrument. En als Joris zijn trompet inruilde voor zijn bugel was er nog net dat ietsje meer.
Na dit concert was de toon gezet en was iedereen zeer luisterbereid naar het vervolg van de dag.

Het was op voorhand moeilijk in te schatten wat pianist Jason Moran zou brengen. Een open instelling was dus nodig om deze muziek te kunnen smaken. Moran had als ondersteuning bassist Tarus Mateen en drummer Nasheet Waits meegebracht, maar ook diens vrouw Alicia Hall Moran was van de partij als vocaliste. Deze laatste is een klassiek geschoolde sopraan (eerder mezzosopraan?). Verder werd ook gitarist Bill Frisell uitgenodigd om deel te nemen aan wat komen zou. Een toch wel bijzondere bezetting van het podium, maar het werd meteen duidelijk dat de muzikanten elkaar wel konden vinden.
Deze muziek werd gecomponeerd naar aanleiding van een reizende tentoonstelling over quilts die worden gemaakt door de vrouwen van een Afro-Amerikaanse gemeenschap in Alabama. Het Philadelphia Museum of Arts had aan Moran gevraagd om bijhorende muziek te schrijven. Het onderwerp heeft dus een etnisch tintje, maar toch lieten Moran en zijn gezelschap zich niet verleiden om zich enkel te laten inspireren door deze etnische inslag. De klassiek geschoolde stem van mevrouw Hall Moran zorgde al voor een verrassend effect. Sacrale gezangen werden afgewisseld met voorgelezen tekstfragmenten (telkens door de verschillende muzikanten voorgedragen). Het moet wel gezegd dat het niet altijd duidelijk was wat precies de meerwaarde was van deze voordrachten. Wat ook wel jammer was, was dat Hall Moran in het begin niet altijd onmiddellijk in de micro zong en dat zo sommige delen
verloren gingen voor het publiek.
De muziek ging door zonder onderbrekingen, maar bleef toch boeien door afwisseling. Het was geen perfect ingeblikt concert. Het experiment ging voor op de samenhang, maar bleef zeer beluisterbaar. Dit resulteerde in muziek met een (bij tijden getormenteerde) ziel met enkele ruwe kantjes. Maar voor mij gaat dit toch boven smooth jazz die gemakkelijk binnenglijdt. Uitkijken naar het vervolg hierop dus.

Na het experiment volgde de zekerheid. Met Charlie Haden en Kenny Barron op het podium in duo was het voorspelbaar wat komen zou. De twee gevestigde waarden in de jazzwereld brachten immers samen al een CD uit in 1998 Night and the City. Voorspelbaarheid heeft in dit geval echter niks met saaiheid te maken. Dergelijke grootmeesters van de jazz hebben niet veel boodschap meer aan tierlantijntjes en showelementen en zijn in staat om een publiek in alle eenvoud te vermaken. Het werd dan ook opmerkelijk stil in de tent. Haden merkte achteraf in een interview dan ook op dat « it was really a great adience ». Dit is uiteraard niet de verdienste van het publiek, maar des te meer van beide muzikanten. De melodieuze, verstilde muziek zorgde voor een moment van ontspanning. Het was een tijd om even tot zichzelf te keren. Het samenspel van deze twee oude mannen miste zijn effect niet.

Bijna geen groter contrast denkbaar met wat daarop volgde. David Murray werd met zijn saxofoon op het podium geroepen, met in zijn zog het strijkersensemble deFilharmonie, een uitgebreide ritmesectie en nog vijf blazers op de koop toe. In het totaal dus zo’n man of twintig (waaronder veel vrouwen bij de strijkers). Bovendien is de stijl van Murray heel verschillend met zowel die van Haden als van Barron: een uitbundige, grillige saxofonist die graag de hogere regionen van zijn sax verkent. Murray bracht werk van één van zijn grote helden Nat King Cole en dit  en español . Murray zelf is de Spaanse taal duidelijk niet machtig, maar is wel in staat om NKC in pure Cubaanse stijl te brengen. Leuk entertainment, maar dan ook niet veel meer dan dat.
Na de muzikale hoogstandjes die op de laatste dag van Middelheim 2009 ten berde werden gebracht, is er veel op te merken op wat Murray in petto had. Maar soms is het goed om alle kritiek te laten varen en gewoon mee te gaan in het feestgedruis.

Organisatie: Jazz Middelheim

Pagina 868 van 966