logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_02
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Het minste wat je kan zeggen van het Canadese GYBE is dat het een ongewone en eigenzinnige cultband is. De groep heeft nog maar een drietal platen op hun actief (nevenprojecten even buiten beschouwing gelaten), allemaal instrumentale en weinig hapklare brokken met dikwijls onuitspreekbare album- en songtitels en met nummers die zonder veel moeite de 20 minuten grens overschrijden. Niet gemaakt voor de radio, dus. Maar wel voor de geoefende oren van een schare selectieve muziekfans. Genoeg fans trouwens om het Koninklijk Circus te vullen, en dat is merkwaardig voor een band die nooit in de media komt en die als de dood is voor elke vorm van commercialiteit.

Net voor de set van GYBE wordt in de zaal een eentonige drone door de boxen gewurmd die na een klein half uur door de band langzaamaan wordt omgebouwd tot een soort van introgenaamd “Hope drone”. Op het scherm achter de band wordt voorturend het woord ‘Hope’ geprojecteerd, terwijl in alle tegenstrijdigheid de groep eigenlijk een apocalyptisch geluid voortbrengt die eerder onheil dan hoop voorspelt.
Daarna begint GYBE aan hun laat ons zeggen reguliere set van maar liefst twee en een half uur met amper acht songs. Heerlijk verstilde momenten worden omgezet in soms bijtende noise, van zacht naar hard en weer terug. Het meer dan indrukwekkende geluid wordt gecreëerd door 3 gitaristen, 2 drummers, 2 bassisten en een violiste. Het bij momenten ijzig stille publiek ondergaat de lange trip en geniet van de beklemmende en bloedmooie introverte stukken afgewisseld met splijtende uitbarstingen. De sound is van een ongehoorde pracht en zorgt voor tamelijk wat extatische momenten. Nogal wat adembenemend nieuw werk wordt vanavond gespeeld, wat ons doet hopen dat daar nu toch wel eens een nieuwe plaat moet van komen, want het is toch alweer jaren geleden dat het hemels mooie ‘Yanqui U.XO’ aan de wereld werd toevertrouwd.
Het wordt wel eens post-rock genoemd, een term waarbij we soms niet weten wat we er ons moeten bij voorstellen want ook voor geestesgenoten als Mogwai en Explosions In The Sky lijkt dit vakje ons te beperkt.
Voor ons speelt GYBE gewoon heerlijk tegendraadse, eigenzinnige en vaak onaards mooie muziek ver weg van hitparades en blitse muziekzenders. En dat mag en moet ook zo blijven.
Genieten, dat is het.
En kom nu maar op met die nieuwe plaat.

Binnen enkele weken doen ze dit uitmuntende staaltje nog eens over in de 4AD in Diksmuide, maar u zal de organisatoren moeten omkopen wil u er nog bij zijn, want het concert is al maanden uitverkocht.

Organisatie: Botanique, Brussel

zaterdag 15 januari 2011 01:00

Wolf People – De Woodstock vibe!

Het is meer dan duidelijk dat de jonge Britten van Wolf People zijn gaan grasduinen in de hippie platen van hun ouders.
Hetgeen zij op een podium brengen refereert schaamteloos naar Cream, Traffic, Jethro Tull, Ten Years After en Hendrix. De betere en soms bluesgetinte sixties en seventies-rock zeg maar, met knappe songs als het bluesy “Castle keep” en “Tiny Circles”. Tevens absorberen zij een soort van Keltische folk-rock in hun sound (“Silbury Sands”), een beetje zoals Midlake ook doet. Dus er zijn ook nog raakpunten met hedendaagse bands, maar dan ook weer die bands die nogal retro klinken zoals Dungen en Tame Impala.
Sterkte van Wolf People zijn de twee gitaristen die mooie en flitsende gitaarduels aangaan en die daarbij de macho poses volledig achterwege laten. Geen hardrockers dus. Zanger/gitarist Jack Sharp heeft een aangenaam zweverige stem en de live sound is lekker retro.
De songs worden naar goeie ouwe seventies tradities al eens opengetrokken maar er wordt nergens overdreven. De Woodstock vibe hangt als het ware in de lucht maar de ellenlange LSD trips zijn gelukkig achtergebleven, waardoor het ganse concert fris en boeiend blijft en we hier kunnen spreken van een uiterst genietbaar en beloftevol nieuw bandje.
De nog jonge band heeft reeds een handvol verduiveld knappe songs in hun valies en kunnen die wat ons betreft ook komende zomer gaan uitpakken op de betere festivals. Chokri zal het wel al weten.

Organisatie, Trix Antwerpen

donderdag 13 januari 2011 01:00

Personal life

De kwade lo-fi rock met een punky edge van de eerste twee albums is voorgoed verdwenen bij The Thermals. Maar de sterkte van de band is gebleven, namelijk het schrijven van simpele en spontane rock songs zonder veel franjes. Ook de schrik voor producers lijkt weggeëbd, er is deze keer al wat meer tijd in de studio doorgebracht en het moet niet allemaal zo nodig woest en ongeschoren klinken.
Fans van het eerste uur zullen dus een beetje moeten wennen en ook wij vinden soms dat The Thermals hier toch iets meer uit de bocht zouden mogen vliegen, maar achter het wat opgekuiste geluid schuilen er toch een handvol eerlijke en frisse indie-rock songs.
Ook als The Thermals zich inhouden maken ze immers knappe ongecompliceerde muziek. Naar goede gewoonte houden ze het ook dit keer kort met een tiental tracks in een half uurtje. Meer is te veel, dat snappen zij als geen ander en zo kan dit fijne trio ons steeds blijven boeien.
Alweer een geslaagd Thermals schijfje dus, ook al is de woede van weleer een eind weg.

donderdag 13 januari 2011 01:00

Black Masses

De doom-metal van Electric Wizard kunnen we nog best omschrijven als een bijtende psychedelische trip met zware gitaren, meer heavy dan metal eigenlijk. De heren doen het al langer dan vandaag, met als magnum opus de ruwe bolster ‘Dopethrone’ uit 2000, een zware brok hypnotiserend hels lawaai.
Ook ‘Black Masses’ is alweer onheilspellend, log, zwaar en giftig. Vertrekpunt is nog steeds de oer-metal van Black Sabbath, maar de heavyness wordt tot een hogere dimensie verheven. Vuile, luide en trage riffs en bezwerende vocals zorgen voor een hels en vol geluid, scheurende solo’s doen de rest.

Electric Wizard weten een beklemmende sfeer op te bouwen via extreme killers van songs, het tergend trage “Satyr X” is een brok bijtend zuur van tien minuten, “Venus in Furs” (niks te maken met de VU) is een pot smerige noise, “Scorpio Curse” is een moordende bulldozer.
Afsluiter “Crypt of Drugula” is sprekend voor de beangstigende sound van Electric Wizard, het is een losbarstend onweer met niet te voorzien gevolgen.
Te bewonderen in de Trix op 07/03 en komende zomer op Graspop, ongetwijfeld achter een schimmig rookgordijn, en pokkeluid !

donderdag 06 januari 2011 01:00

The Shine

Tony Joe White is zowat in zijn eentje verantwoordelijk voor de term swamp blues, een genre die hij ook op deze nieuweling met verve vertolkt.
De songs op ‘The shine’ zijn nogal basic, ze sluipen traag en geniepig voorbij gestuwd door de diepe bariton van White en zijn immer zalvende gitaar en mondharmonica.
Ook al zijn de verhalen die TJ white hier vertelt niet de meest opwekkende, de sound van de plaat is warm en relaxed. Dat is niet alleen de verdienste van White zelf, maar ook van zijn puike begeleidingsband die hier elke noot op het juiste moment en de juiste plaats spelen. Dit levert pareltjes op als “Ain’t doing nobody no good” en “Season man”. White kan het ook volledig in zijn eentje op “Roll train roll”, folk-blues in al zijn puurheid.
Enkel op “Strange night” wordt er wat meer gas gegeven en kunnen we spreken van een voorzichtige rocker. Verder is ‘The shine’ een heerlijk verstild en rustig voorbijglijdend werkstukje die de rust in huis brengt, en dat mag ook al eens.

Tony Joe White speelt op 22/02 in Het Depot te Leuven en op 04/03 in Cactus Brugge, ‘t is maar dat u het weet.

donderdag 06 januari 2011 01:00

In the dark

The Whigs worden in de media gelanceerd als zijnde de nieuwe stadionrock sensatie. Beetje eigenaardig, een nieuw Amerikaans groepje dat het gammele repetitiehok nog niet is ontgroeid al de stempel stadionrock meegeven. Misschien heeft het wat te maken met hun présences als support act van de ook al vermeende stadionrockers Kings Of Leon.
Er zitten al wat U2 echootjes op de gitaren en The Foo Fighters komen er ook wel aan te pas, maar wij zouden het bandje even goed een plaatsje kunnen geven tussen Britse namen als Futureheads en Franz Ferdinand, zij het wat minder getalenteerd. Dus met de term stadionrock gaan we maar voorzichtig zijn. Het is trouwens ook geen compliment als je ’t ons vraagt, U2 is men ook pas stadionrock beginnen noemen van zodra ze mindere platen begonnen te maken. En ook die Kings Of Leon referenties zijn niet echt een opsteker gezien het bedenkelijke niveau van hun laatste werkstukje ‘Come around sundown’.
The Whigs rocken op ‘In the dark’ bij momenten aardig door en hebben met “Kill me Carolyne” en het aanstekelijke “Black Lotus” een paar knappe songs in huis, maar op het eind komen ze toch niet echt met een eigen smoel uit dit album. Het is het soort groepje dat je de komende festivalzomer ergens in de vroege namiddag zal kunnen aanschouwen en waarvan u zich ’s avonds zal afvragen hoe ze nu ook al weer klonken.
Laten we hen het voordeel van de twijfel geven.

donderdag 06 januari 2011 01:00

Living Proof

Oude bluesrat Buddy Guy, één van de weinige survivors van de zwarte bluesmuzikanten van de eerste generatie, maakt op de gezegende leeftijd van 74 een verduiveld gemeen bluesplaatje. Het lijkt er op dat hij met ouder worden alsmaar krachtiger uit de hoek komt. Op ‘Living Proof’ spettert zijn elektrische gitaar feller dan ooit en vliegen de snedige solos overal in het rond. Ook op zijn stem zit er hoegenaamd nog geen sleet, de man klinkt kwaad, rauw en soulvol.
Buddy Guy staat op zowat alle songs verdomd stevig te rocken, wij kunnen binnen het genre geen artiest bedenken die dit beter zou doen. Daarom vinden wij het doodjammer dat hij het toch nodig achtte om enkele gasten uit te nodigen, want de songs met gastmuzikanten BB King (“Stay around a little longer”, wat wij Buddy Guy trouwens meer toewensen dan BB King) en Carlos Santana (“Where the blues begins”) zijn net de minste van het album. Maar voor de rest, allemaal krachtige en pittige powerblues met een flinke scheut soul en sporadisch een vette streep funk.
Dat oudjes nog venijnige plaatjes kunnen maken, zeggen wij u. Albumtitel meer dan gerechtvaardigd.

donderdag 30 december 2010 01:00

Olympia

Een wulpse Kate Mosh op de cover, het zal wel bij Bryan Ferry zijn gentleman imago horen, maar ons is het vooral toch om de muziek te doen. Na de recente reeks geslaagde Roxy Music reünie concerten hadden wij eigenlijk stiekem gehoopt op een nieuwe Roxy Music plaat, en dan nog liefst eentje in de trend van de eerste vijf legendarische albums uit de jaren zeventig. Maar goed, we krijgen hier dan toch de zoveelste Ferry solo plaat op onze schoot geworpen, we zullen het daar maar mee doen. Wetende dat geen van zijn solo albums echt legendarisch is zullen we onze verwachtingen dan ook maar niet te hoog stellen.
Hoewel er toch wat medewerking is van originele Roxy leden Brian Eno, Phil Manzanera en Andy Mc Kay is er hier geen spoor van de grillige en furieuze rock van de eerste Roxy platen. Wat primeert is de verfijnde, geraffineerde en zwoele typische Ferry stijl die we ook kennen van het latere Roxy werk (vanaf Manifesto uit 1979). Alles is haarfijn uitgebalanceerd, het klinkt overal zeer glad en gestileerd, en is bijgevolg dus ook totaal ongevaarlijk. Zowel uw lief , uw poedel als uw oma zullen deze muziek wel weten te pruimen, maar niemand zal er een uitbundige ‘Wow !” uitproesten.

Het moet gezegd, de elegante aanpak doet het soms ook goed, zoals op de soulvolle opener “You can dance”, op de knappe ballad “Me oh my” en op het heerlijke “Reason or rhyme” die dankzij stijlvol voorbijglijdende gitaren veruit de sterkste song van de plaat is.
Verder kunnen we een geeuw echt niet onderdrukken bij stroperige kost als “Alphaville”  en “Heartache by numbers”, liedjes die in het kapsalon niet zouden misstaan maar bij ons moet u er niet mee afkomen.
En het kan nog erger. De stuntelige poging om iets met dance en elektronica te doen in “Shameless” is een complete afgang en Fery’s abominabele versie van de anders zo mooie Tim Buckley klassieker “Song to the siren”(helemaal onsterfelijk gemaakt door This Mortal Coil) is zo slijmerig dat onze tenen er zodanig gaan van krullen dat wij een bezoek aan de dokter niet langer kunnen uitstellen willen we die krengen terug op hun plaats krijgen. Ook afsluiter “Tender is the night” is een ongelooflijke stinker waar liters stroop aan hangen.
Zo kabbelen alle songs gewoon ongestoord verder. Ze mogen dan al gracieus klinken, ze weken helemaal niets los, of ’t is een pak ergernis.

Bryan Ferry’s nieuwste cd is dus al even glad gestreken als zijn kostuums. U mag het ding met de feestdagen gerust op uw salontafel laten liggen, maar wij zouden er maar al te graag onze gretig bijtende Jack Russel op afsturen om het schijfje vakkundig aan flarden te rijten. Zij naam is Iggy, zijn lievelingssong is “I wanna be your dog”, zijn motto is “Lust for life” (al geeft hij daar een heel eigen en tamelijk agressieve interpretatie aan) en hij bijt met plezier volledige stukken uit dure Versace kostuums. Geen fan van Bryan Ferry dus.

donderdag 30 december 2010 01:00

Skit It Allt

Dungen’s nieuwste album ‘Skit I Allt’ (vraag ons vooral niet wat het wil zeggen) is goed nieuws voor liefhebbers van de Zappa meesterwerkjes ‘Hot Rats’ en ‘The Grand Wazoo’, voor freaks die  een flinke streep Hendrix in hun kast hebben staan, of voor jonge gasten die Tame Impala een fantastisch groepje vinden. Met zijn allen mogen ze dit album aanschaffen om, al dan niet in het gezelschap van een schoon mokkel en een joekel van een joint, eens goed bij weg te zweven. Dit ding is echter zo psychedelisch als een vliegende roze olifant na het verorberen van een tiental LSD cocktails.
In tegenstelling tot de grote voorbeelden van begin jaren 70 houdt Dungen het bij vrij korte tracks, maar qua sound zouden we hen in een rokerige seventies jazz kroeg situeren waar de meest vreemde figuren aan de bar zitten en waar vroege Pink Floyd, Can, Traffic, The Doors, The Mothers Of Invention en zatte Jethro Tull in de juke box zitten. 
Gelieve u niet te storen aan het rare taaltje, dit zijn immers Zweden die in hun moedertaal zingen. U klaagt toch ook niet als u geen jota begrijpt van waarover het onaards mooie Sigur Ros het heeft.
Lekker geflipt plaatje. … Oh, ja. We weten toch wat de albumtitel wil zeggen, we hebben het opgezocht : “Fuck it all !”. De deugnieten.

donderdag 30 december 2010 01:00

The World is Yours

Je kan er uw huis op verwedden dat Lemmy ieder optreden begint met de legendarische woorden “We are Motorhead and we play rock’n’roll”. Vervolgens geeft de band er een ferme lap op en krijgen de fans precies datgene waarvoor ze gekomen zijn, vuile en luide rock’n’roll.
Ook dit nieuwe album is zo voorspelbaar als de volgende aflevering van FC De Kampioenen. Luid, simpel, hard en steeds rechtdoor (ballads zijn taboe), met de steeds meer naar whisky ruikende gortige strot van Lemmy op het voorplan. Je kan de plaat onderling inwisselen met zijn twee voorgangers ‘Motorizer’ en ‘Kiss of death’, geen kat die het zal merken. Het niveau van hardrock mijlpalen als ‘Overkill’, ‘Bomber’ en ‘Ace of Spades’ zal wel nooit meer gehaald worden, maar het rock’n’roll- en drankgehalte blijven ongeroerd.
Is dit dan een goeie plaat ? Tuurlijk is het een goeie plaat. Dit is Motorhead !

Pagina 85 van 112