logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
dEUS - 19/03/20...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 18 november 2010 01:00

Black Country Communion

Wij hebben een hemelse schrik van supergroepen, vooral wanneer deze zich op het bedenkelijke terrein van Amerikaans getinte hard-rock en AOR bevinden. U herinnert zich misschien nog levendig het gedrocht Chickenfoot, ook zo een supergroep die een plaat maakte waar al een laag schimmel op stond nog voor ze werd uitgebracht (die laag is nu enkel maar aangedikt). Ver uit de buurt blijven was hier de absolute boodschap, want de stank was niet te harden.
Black Country Communion is ook weer zo een onding, een groep met allemaal mannen van de “kijk eens mama, zonder handen” school. De band bestaat uit zanger/bassist Glenn Hughes (Deep Purple van de zeventiende generatie), drummer Jason Bonham (zoon van zijn vader), keyboard speler Derek Sherinian (Dream Theater) en gitaarpoeper eerste klas Joe Bonamassa.
Het is Bonamassa die het grootste part van de nummers geschreven heeft en dat is er aan te horen. Hij vertrekt in Honolulu, speelt een solo, trekt door de ganse VS, doorkruist Canada, komt aan in Alaska en is nog steeds dezelfde solo aan het spelen. Zo iets.
Op zijn eigen platen komt er nog wat blues bij kijken, maar hier is dat quasi volledig achterwege gelaten en vervangen door typisch Amerikaans macho rock waarin de uitvoerders over hun instrumenten en vooral over elkaar struikelen. Ze zijn de hoge cliché hard-rock stemmetjes en vervelende muzikale intermezzo’s ook niet vergeten, want ze weten dat daar een publiek voor is in de States. In Europa zal het al wat minder storm lopen. Toch misschien eens proberen in Duitsland, want daar zijn er nog altijd wat schaamteloze figuren die zomaar in het openbaar een plaat van The Scorpions durven te kopen.
U bent liefhebber ? Neem uw luchtgitaar en ga vooral uw gang (opletten voor kramp in de vingers) maar laat ons met rust.

woensdag 17 november 2010 01:00

M.I.A. - Vrouw met ballen hitst Trix op

Als vrouwen al ballen zouden hebben, dan is M.I.A. toch wel van een serieus klokkenspel voorzien. Haar stijl, attitude en muziek is een welgemeende ‘fuck you’ naar marketinggestuurde plastieken poppen als Lady Gaga, Beyoncé of Rihanna (zet uw tv op TMF of MTV en vul naar believen het lijstje verder aan). Qua rebellie, boosheid en ‘fuck you’ gehalte is er maar één madam die een beetje in M.I.A. haar buurt komt en dat is Peaches, maar dat is dan weer een zodanig manwijf dat we een sterk vermoeden hebben dat ze wel echte ballen heeft …

Het concertje van M.I.A. kon je op zijn minst ophitsend noemen. De beats en raps mistten hun doel niet, ze waren luid, explosief en messcherp. De algemene teneur was nogal militant en pompend. Een drum, een knallende beatbox (met samples van onder andere scheurende racewagens en luid knallende geweerschoten) en een paar onstuimige dansers in combat outfit waren de perfecte begeleiding voor de snauwende en knarsende raps van M.I.A.
Een uiterst agressieve song als “Born Free”, gebouwd op die beukende Suicide sample uit “Ghost rider”, was een regelrechte aanval richting onderbuik. Die knaller (en nog steeds onze favoriet) zat trouwens vroeg in de set, maar het explosieve en bitsige sfeertje werd nadien wel sterk aangehouden met opjuttende dance tracks als “Story to be told”, “Bamboo Banga” en “Boyz”… tot een stroompanne roet in het eten kwam gooien.
Doodjammer en de nachtmerrie van iedere band of artiest, maar iedereen heeft er vroeg of laat wel mee te maken. Bij M.I.A kwam die technische panne dan nog net op het moment dat de dame (met knalgele pruik nota bene) haar publiek al danig had opgejut en er een gloeiend temperatuurtje in de zaal hing. Balen is dat.
Maar kom, na de veel te lange onderbreking hitste M.I.A. de gemoederen alweer op en bij “Paper planes” (voortdrijvend op het prachtige Clash nummer “Straight to Hell”) gingen de poppen alweer aan het dansen en kookte het potje algauw weer over.
Helaas was het kort daarop al gedaan. Veel te kort dus. Ook daarom hadden wij de indruk dat het op de Lokerse Feesten misschien allemaal iets beter en heter was, maar daar had dan ook niemand de stekker uitgetrokken. Is de Kreun in Kortrijk gewaarschuwd volgende week?!

Desalniettemin toch weer een stomend potje dance, rap en jungle van het betere soort.

Organisatie: Trix, Antwerpen

De AB werd in gang gereden met de poppunkertjes van Sharks, zo een groepje van dertien in een dozijn. Piepjonge kereltjes die helemaal nog niet rijp waren voor een concerttempel als de AB. Hun geslaagde cover van de onsterfelijke Clash klassieker “I fougth the law” was het enige vermeldenswaardige momentje.

Een stuk beter was de doortocht van Chuck Ragan, in een vorig leven nog frontman van emo-punkers Hot Water Music. Het bleek een goedgemutste struise kerel te zijn met een doorleefde, rauwe en naar Springsteen neigende stem. Hij vertolkte, vergezeld van een naarstige violist, op akoestische gitaar zijn songs met veel bezieling en kon op nogal wat respons van het publiek rekenen.
Wij wensen de man nog een glorieuze toekomst, maar een beetje meer variatie in de songs zou hier wel op zijn plaats zijn. De chuck mocht later trouwens met The Gaslight Anthem nog een potje komen meespelen en zingen, hij bleek een vertrouwde makker te zijn.

The Gaslight Anthem stond vanavond garant voor een aardig staaltje powerrock met de spirit van The Clash, de passie van The Replacements en de schwung van -we kunnen er echt niet omheen- Bruce Springsteen. Er zijn immers te veel raakpunten (die stem, die gedrevenheid) om The Boss niet te vermelden, maar laat toch duidelijk zijn dat The Gaslight Anthem niet zomaar een bandje zijn die hun grote voorbeelden naspelen, ze hebben wel degelijk een eigen geluid ontwikkeld, en wat voor één.

Je voelde en hoorde dat de heren een punk verleden hebben, en daar hebben ze de juiste drive aan overgehouden. Songs als “1930”, “Stay lucky” en “The backseat” waren er het levende bewijs van, dingen die zonder omkijken rechtdoor stormden en niet te veel omwegen opzochten.
De kracht van The Gaslight Anthem zit hem trouwens in de puntigheid van de steeds kort gehouden efficiënte rocksongs die met zijn allen sterk op hun poten staan. Maar liefst 24 nummers kregen we voorgeschoteld in anderhalf uurtje. Geen ruimte voor solo’s of onnodige muzikale opschepperij dus. Heel even nam frontman en uiterst sympathieke peer Brian Fallon de tijd om de zaal toe te spreken, maar voor de rest gaf de groep er zonder veel commentaar een geweldige lap op met gebalde rocksongs voorzien van ijzersterke melodieën, zoals de uiterste knappe en goudeerlijke “Diamond church street choir”, “The Queen of lower Chelsea” en “Miles Davis and the cool”, om er maar een paar te noemen.
Eigenlijk zat het vuur er al van bij de aanvang goed in, maar toch bleek de band naarmate de set vorderde meer en meer onder stoom te komen en ontmondde het hele optreden in een heuse climax. De jonge wolven speelden met een ongedwongen drive en passie en zonder enig zweempje van arrogantie. En om te tonen dat er ook een portie soul door hun bloedvaten stroomt, brachten ze een knappe eigen versie van de onverslijtbare Wilson Pickett kraker “In the midnight hour”.
Trouwens een bijzonder goede inval van Fallon om zonder het podium te verlaten al meteen de bisronde aan te vangen. “Laten we hier gewoon blijven staan en die overbodige pauze overslaan, zo kunnen we meer songs spelen”, zei Fallon. Groot gelijk had ie en daarop zette The Gaslight Anthem al van ver de eindspurt in met een splijtende demarrage met pure Philip Gilbert allures. Het dak ging er af met de gloeiende knalpotten “Great expectations” en “The ’59 sound” (hebben ze elders al een paar keer met nonkel Springsteen hemzelve tot een spetterend vuurtje uitgebouwd) en het almachtige “American slang”. Dan werd er heel eventjes gas teruggenomen met een mooi “Here’s looking at you, kid” om vervolgens finaal te ontploffen met de felle punkrocker “The backseat”.

Kijk, The Gaslight Anthem was nu een groepje volledig naar ons hart …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 11 november 2010 01:00

Headstrong

Qua metal valt er in ons  landje maar heel weinig te beleven. Het is veelzeggend als de reanimatie van Channel Zero zowat het belangrijkste metal feit is van het laatste jaar.
Het is aan bands als Trafficjam om daar verandering in te brengen. Zelf noemen ze hun muziek ‘ alternative hardness’, het kind moet een naam hebben. Wij horen vooral stampende metal die dicht aanleunt bij Machine Head, maar dan met een hoop samples, keyboards en synths tussen gewrongen. De ene keer zijn die keyboards een meerwaarde, elders zitten ze dan weer hevig in de weg.
Het geheel klinkt best wel stevig en er staan handenvol snedige en harde riffs op dit album, maar onvergetelijke songs hebben we niet ontdekt. Wel een potige sound.

Info op http://www.trafficjam.be

donderdag 11 november 2010 01:00

Well Hunger

Het debuutalbum van het Gentse Kapitan Korsakow is niet echt geschikt -en we drukken ons nog zeer voorzichtig uit- om op een zondagmorgen zachtjes te ontwaken. Uw ochtendlijke boterkoek zou wel eens in uw keel kunnen blijven steken, want dit is een hardnekkige brok noise waarbij een gezonde mens meermaals naar adem moet happen.
Voor zij die iets van Mc Lusky in hun platenkast staan hebben, dit is misschien iets voor u. Voor alle anderen, eerst uw oren oefenen ! Dit is hoegenaamd geen toegankelijke pop, op de radio zal je dit niet horen.
De gitaren piepen, kraken, scheuren en knarsen dat het een lust is.
Enkele rake neurotische kopstoten als “Sinksleeping” (stonerrock in een bad salpeterzuur), “Wild smile” (Nirvana op zijn vuilst), “Cozy bleeders” (Black Sabbath en Killing Joke samen in de kelders van Cockerill-sambre) razen door uw brein, hard, schreeuwerig, gemeen en tamelijk verschroeiend. Onze favoriet is “The looder”, de meest gruizige stoner die we in jaren gehoord hebben.
Afsluitstuk “Sheep dip” -we spreken van stuk omdat je dit bezwaarlijk een song kan noemen- is een klomp herrie van 48 minuten (u leest het goed, 48 !) vol met gestoorde noise en totaal ontspoorde gitaren. Als u dat ding volledig kan uitzitten, krijgt u van ons een fles vodka. In één keer uitdrinken en ontdek op die manier de ware betekenis van het Korsakow syndroom. Moet u beslist eens proberen.

Info op http://www.myspace.com/kapiteinkorsakov

donderdag 11 november 2010 01:00

Little trouble kids

Een duo, nog maar eens. Koppeltje uit Gent, vrouwtje drumt en zingt, mannetje speelt gitaar en zingt. We gaan u niet meer lastigvallen met de voor de hand liggende vergelijkingen met u weet wel wie.
Lo fi, zegt u ? Ze doen het in een gammel repetitiehok, Thomas Werbrouck’s gitaar is niet altijd even zuiver gestemd en Eline Adam zou naar verluidt geen echt drumstel beroeren maar wel een simpele houten kist (nee, geen Dash ton, klinkt nochtans wel zo) die ze met flamencoschoenen bewerkt. Lo fi it is.
Het is meer indie dan blues en het rammelt nogal, zullen we het maar voor het gemak garage-indie noemen. Het heeft wel iets, een soort primitieve energie bijvoorbeeld die we ook kennen van prille Pixies. In de beste gevallen komen daar een paar spetterende songs uit (“Cool kids”, “90’s dream”, “She made me”) maar daartegenover staat dat bepaalde tracks gebouwd zijn op een paar halve ideeën en wat krakkemikkige akkoorden waardoor ze te mager uitvallen, hoewel ze spontaan en sympathiek klinken.
Leuk debuut, maar om er in dit genre boven uit te steken zal er toch nog wat meer vet in de soep mogen.

Info op http://www.myspace.com/bostonteapartytheband

donderdag 04 november 2010 01:00

Before today

Een plaat die doordrongen is van seventies geluiden en eighties kitsch, zo te horen opgenomen met bedenkelijke apparatuur (alsof u dat ouwe cassette recordertje nog eens heeft bovengehaald), rollebollend van disco naar rock, pop, soft rock, easy listening en glam. En toch, bij momenten wonderlijk, omdat hier een sfeertje gecreëerd wordt van een bruisend stadsleven vergeven van allerlei vreemde figuren en onvoorziene kronkelingen.
Zappa en Bowie worden voor de voeten gelopen door de meest kitscherige synths, galmende gitaartjes wroeten zich een weg doorheen onwaarschijnlijke combinaties van new wave, funk en old school disco.
De refreinen zijn dikwijls kitscherig, maar steeds bijzonder aanstekelijk. Dit uit zich in heerlijke prikkelende songs als “Bright lit blue skies”, “Fright night”, “Round and round” en “Beverly kills”.
Plots komt er een venijnige hard rock gitaar “Butt-house Blondie” inzetten, een nummer die gemarineerd is in de seventies, en met afsluiter “Revolution’s a lie” bevinden we ons eensklaps in de post punk wereld van Wire, PIL en Joy Division.
Dit is een album dat overloopt van de ideeën en toch niet over zijn eigen voeten struikelt. Ariel Pink stuurt zijn songs alle richtingen uit en pikt onderweg de fijnste muzikale kwinkslagen en vondsten op.
Er broeit iets ongewoons in dat geschifte brein van Ariel Pink en ‘Before today’ is daar de uiterst boeiende neerslag van.
Dit blinkt uit in originaliteit en vindingrijkheid.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Nothing Hurts

Britse Indie rock met een scherp punkrandje en met een gebeurlijke brok stevige shoegaze in verwerkt. Denk Thermals en A Place To Bury Strangers samen op een Formule 1 circuit. Het gaat razend snel en soms loeihard, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Zo kweekt men goede song, beste mensen ‘T is poepsimpel als het lukt. En hier lukt het.
Wij hebben een zwak voor dit soort kwaaie rock die er met een onbegrensde gedrevenheid wordt doorgeramd terwijl men toch nog steeds het bos door de bomen blijft zien. Die van Male Bonding kunnen er behoorlijk weg mee, zij razen opgehitst doorheen buffelstoten als “Pumpkin”, “Year’s not long” en “All things this way”, allemaal oplawaaien van amper twee minuutjes rechtstreeks gemunt op onze schaamstreek.
Als het tempo een tandje naar beneden gaat (niet zo vaak op dit album, maar toch) komen er ook al interessante songs aan de oppervlakte (“Pirate key”, “Franklin”, “Worse to come”), iets meer diepgang, beetje complexer en steeds met dezelfde verbetenheid.
Verbluffend plaatje.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Tin Can Trust

Verwacht geen flagrante stijlbreuk, want dit nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Vintage Los Lobos dus, maar wel hoogstaand. Hoewel de klasbakken hier nergens naast de door henzelf geijkte paden treden, ontwijken ze met glans de automatische piloot en staan ze op scherp, alsof het een bende jonge gedreven snuiters waren die nog volop de wereld moeten veroveren.
De gitaren van David Hidalgo en Cesar Rosas zijn overal fris en snedig en de solo’s zijn uit een grand cru vaatje getapt. Het duo zingt dan ook nog eens de songs naar eenzame hoogtes.
Het alom gekende geluid vertaalt zich naast de onvermijdelijke latino fuifjes (“Yo Canto”, “Mujer Ingrata”) in een paar puike bluessongs (“Do the murray” , “27 Spanishes” en het geweldige ”West L.A. fadeaway”) en enkele ingetogen pareltjes (“Jupiter on the moon”, “All my bridges burning”).
‘Tin Can Trust’ is Los Lobos in topvorm.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Blues + Power = Destiny

Hoes en titel doen vermoeden dat we hier met zware en zompige biker-bluesrock zouden te doen hebben, maar volgens ons neigt dit eerder naar classic hard rock met hier en daar een knipoogje richting grunge en met weliswaar een bluesrandje -vooral wanneer zanger Johny Ogle een harmonica uit zijn mouw tovert- maar toch te proper opgekuist om van een vettige bluesrock plaat te spreken. Ogle zijn stem doet overigens aardig aan Ian Astbury (The Cult) denken en, hoewel dit een Britse band is, het album klinkt in zijn geheel nogal Amerikaans. Niet slecht, maar we hebben het allemaal wel al eens eerder gehoord. Te onthouden songs zijn een stuwend “Golden”, die ergens tussen Alice In Chains en Wolfmother hangt, en de naarstig rockende afsluiter “Death Rattle”.
Een behoorlijke plaat dus die bij momenten stevig uit de hoek komt, met flink en potig gitaarwerk, maar met al bij al te weinig eigen smoelwerk om het peloton te kunnen los rijden.

Pagina 87 van 112