logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
giaa_kavka_zapp...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 02 februari 2017 01:00

Hypopotomonstrosesquipedaliophobia

Het is ons een raadsel waarom men deze band steevast als noise-band catalogeert. Dit is immers geen hels lawaai maar een weloverwogen cocktail van geflipte hip-hop, eigenzinnige postpunk, binnenstebuiten gekeerde industrial, tegendraadse pop, verhakkelde funk en door de vleesmolen gedraaide triphop. Met hun boeiende en geïnspireerde sound is Hypochristmutreefuzz gewoon niet in één hokje te plaatsen, en dat is nu net de sterkte van deze plaat.
Bij de eerste tonen van “Finger” moeten wij al aan de geniale gekte van Les Claypool denken, terwijl de song dan iets verder middels een aanstekelijk aftands orgeltje richting Gruppo Sportivo afwijkt (voor wie zich deze geschifte Hollanders nog herinnert). Rapmuziek kan ons doorgaans aan onze witte reet roesten, maar hier geraken wij verdomd opgewonden van de dwarse hiphop van “Gums Smile Blood” en “Clammy Hands”, dit is Death Grips in een minder manisch periode, of Show Me The Body met pili pili in hun hol. In het ophitsende “Hypochondria” schuift Nine Inch Nails aan tafel met de jonge Red Hot Chilli Peppers, toen die tenminste nog dynamiet in hun testikels hadden, al dan niet in een sok verhuld. Ook de manier waarop het heftig groovende “One Trick Pony” tot ontploffing wordt gebracht is een hectisch opstootje die onze kop in vervoering brengt.
Wat een heerlijk driftig plaatje. Het kraakt, het botst, het klutst, het spettert, het bruist, het kriebelt en het jeukt, en vooral… het swingt als een extatische goudvis in een glas gin tonic !
Een springlevend album dat bol staat van verrassingen. Spastisch en hyperkinetisch, zeer zeker, maar dat is natuurlijk de bedoeling.

U mocht het ons op voorhand niet kwalijk nemen dat wij een beetje onze twijfels hadden. De nieuwe plaat ‘Oczy Mlody’ ging er nog niet echt goed in, te veel elektronica, te weinig geniale ingevingen. Eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat we ons huiswerk nog niet goed gemaakt hadden en er gewoon nog de tijd niet hadden voor genomen.
Laat ons stellen dat Flaming Lips op ‘Oczy Mlody’ hun onverzadigbare drang naar vernieuwing en herbronning deze keer wat dieper in de elektronica zijn gaan zoeken en iets minder richting het planetaire universum. Voor ons toch even wennen.

Toch wel eigenaardig, hoezeer Flaming Lips op hun platen steeds andere oorden opzoeken, live houden ze des te meer vast aan dezelfde formule. Maar dit hoeft uiteraard geen slecht nieuws te zijn, aan een succesformule hoef je niet te veel te sleutelen, hoogstens wat nuances aanbrengen.
Al sinds jaar en dag beginnen ze hun set met het geweldige “Race For The Prize” dat naar goede gewoonte ook nu weer het festijn mocht inzetten, kwestie van er meteen de vaart in te brengen. Ballonnen en confetti vlogen  gelijk de lucht in, een felle kleurenorgie maakte zich meester van het podium en psychedelische lichtprojecties pleegden een aanval op onze oogkassen. De geweldige Wayne Coyne kwam ons nog maar eens bestoken met diezelfde trukendoos, maar ook nu weer gingen we probleemloos overstag.
Want wat volgde was een feestje zoals alleen die van Flaming Lips dat kunnen bouwen, knotsgek, fleurig, geschift en alles door een roze bril bekeken nadat men hier en daar zwaar aan de paddenstoelen heeft gezeten. Er stonden trouwens twee van die reuzenpaddenstoelen midden in de zaal, je zal het bij Metallica niet snel zien gebeuren.
Pracht, praal, fonkeling en een flinke dosis kitsch waren nooit veraf vanavond, maar bij Flaming Lips wordt dit altijd met een gezonde dosis humor en zelfrelativering ingekleed. In het nieuwe en prachtige “There Should Be Unicorns” liet Wayne Coyne zich op een levensgrote eenhoorn door de zaal voeren, één van die doldwaze capriolen die je alleen maar bij deze bende kan meemaken. Wayne Coyne had er wel het publiek mee aan zijn lippen hangen en de song zelf klonk fantastisch. Coyne kroonde zich nog maar eens tot God vanavond, maar dan wel een God van de buitenbeentjes, één die ze aanbidden op Mars en Pluto, oorden waar men onbegrensd aan de spacecake kan zitten.
De gong werd uitgerukt voor een pompend en stomend “Pompeii Am Götterdalmmerüng”, een song die herinnerde aan Pink Floyd van toen die nog zwaar aan de hallucinogenen zaten. “The Observer” was een juweeltje, onder een opblaasbare regenboog zorgde Wayne Coyne voor kippenvel op de gitaar, een subtiel en geniaal moment. Wat hierop volgde was zowaar nog adembenemender, het nieuwe “How??” was oogverblindend en grandioos, een fluwelen parel die in combinatie met de schitterende lichtprojecties uitmondde in één van de hoogtepunten van de avond.  
Ook de opgeblazen bol waarin Coyne zich al sinds jaar en dag over de hoofden van het publiek laat rollen werd nog eens bovengehaald, en dit op de tonen van David Bowie’s “Space Oddity”, een song die geboren leek om in deze interplanetaire set binnen te sluipen, een betere coverkeuze hadden we ons gewoon niet kunnen indenken.
Zowat bijna de ganse avond trok Coyne het laken naar zich toe, we zouden haast vergeten er nog een stelletje andere schitterende Flaming Lips op het podium stonden. Een band die onder al die felle lichten eerder onopvallend grossierde in geschifte psychedelica, gestoorde spacerock en bombast met een hoek af. Wat te denken van de werkelijk fenomenale gitaarsolo in “Feeling Yourself Disintegrate” ? Het was één van de maar liefst zes verrukkelijke songs uit ‘The Soft Bulletin’, het album dat The Flaming Lips in 1999 terug op de kaart zette. Voor de rest putte de groep naast drie nieuwe songs enkel nog uit ‘Yoshimi Battles The Pink Robot’ en ‘At War With The Mystics’. Een beetje jammer vonden wij het dat The Lips briljante albums als ‘Embryonic’ en ‘The Terror’ volledig links lieten liggen. Maar goed, sublieme vertolkingen van “The W.A.N.D.” en “A Spoonful Weighs A Ton” legden ons gewoon het zwijgen op. Het feest was zo ook al compleet.

Flaming Lips waren vanavond volledig hun eigen zelve, prettig gestoord, een gezonde janboel, een fel gekleurd totaalspektakel en vooral een geestverruimende verademing in deze barre Trump tijden.
Mocht de wereld er in het echt uitzien zoals The Flaming Lips die voorstellen in hun act, we zouden met zijn allen vrolijk huppelend door het leven dartelen. En ondertussen zwaar aan de bollen zitten, natuurlijk.
De Efteling voor volwassenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-flaming-lips-03-02-2017/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/georgia-3-2-2017/

Organisatie: De Roma, Antwerpen

donderdag 19 januari 2017 01:00

Spank EP

Opmerkelijke rockgroepen uit Zwitserland kan je makkelijk op één hand tellen, je mag zelfs een paar vingers mankeren. De enige band die wij ons zo direct voor de geest kunnen halen is The Young Gods, maar het is ook alweer jaren geleden dat die nog een teken van leven hebben gegeven, eerlijk gezegd vrezen wij zelfs dat ze morsdood zijn.
Er is echter beterschap op komst. Er komt nu bijvoorbeeld toch al een tijdje het puike bandje Peter Kernel van achter de bergen piepen, een duo die afgelopen december nog in de Brussels Botanique stond met hun landgenoten van Viruuunga als support Act.
Het is van het duo Viruuunga (neen, er scheelt niets aan ons toetsenbord, het wordt gewoon zo geschreven) dat er hier nu per postduif een EP’tje op onze desk is beland, en het dingetje is uw aandacht meer dan waard.
Twee heren en een ijverige drummachine houden ons klaarwakker met vijf avontuurlijke lappen gedreven rockmuziek. Viruuunga begeeft zich in 25 minuutjes op verschillende terreinen maar bewaart toch een boeiende eigen sound. Wij durven gerust beweren dat opener “Harry” een staaltje geslaagde hedendaagse krautrock is, dat “Catastrophe” een zinderende track is die zich kan meten met het betere werk van All them Witches, dat “Dissonant” sterk knipoogt naar Sonic Youth zonder daarbij op zijn bek te gaan en dat afsluiter “Going North” zich vrijblijvend bedient van eighties gitaartjes die bij Killing Joke zijn gaan solliciteren.
Het kan ook langzamer als het moet, het lange “Broken Glasses” sluipt tergend traag naar zijn prooi, maar doet dit met een constant aangehouden spanning dat we er draaierig van worden.
Zo zorgen vijf voltreffers voor een verduiveld sterk EP’ tje.
In hun concertplanning lezen wij dat de heren op 15/02 in Café Central te Brussel staan. Ze zijn maar met twee, dus je kan er nog wel bij.

vrijdag 16 december 2016 01:00

Clutch – Boenk er op!

Opwarmers van de avond : Valient Thorr. Leuk voor eventjes. Een band die we een beetje mogen beschouwen als een grap in de trend van Steel Panther, The Darkness of Airbourne, maar dan iets rauwer. Een handvol clichés op een hoopje gesmeten, langharig tuig, piepende gitaarsolo’s, wijdbeense rock’n’roll poses en een zanger gehuld in boksbotjes en bloot bovenlijf. De kerel, die ons een beetje deed denken aan Blaine Cartwright van Nashville Pussy, zong constant uit de maat maar zijn enthousiasme werkte enorm aanstekelijk.
Valient Thorr nam zichzelf niet al te serieus en was daarom best wel te pruimen.


Mocht u van Clutch nog nooit gehoord hebben, dan is dat nog zo abnormaal niet, wel des te jammer. De stevige Amerikaans band is al een dikke twintig jaar actief en heeft in die periode al een deftige hap krachtige rockplaten uit de grond gestampt, maar door de Europese media werden die allemaal straal genegeerd. Clutch bouwde hier toch gestaag een trouwe aanhang op, en dat is volledig te wijten aan hun formidabele live reputatie. Wie Clutch voor de eerste keer live heeft gezien schreeuwt het gewoon van de daken en brengt de volgende gegarandeerd keer een stel nieuwe gegadigden mee.
Clutch plukte vanavond royaal uit hun laatste twee voortreffelijke platen ‘Earth Rocker’ (2013) en ‘Psychic Warfare’ (2015). De band stak furieus van wal met daaruit een kwartet extreem potige hardrock-songs als “Cyborg Bette”, “Decapitation Blues”, “Crucial Velocity” en “Firebirds”. Songs die live stuk voor stuk nog heftiger, heter en kordater klonken dan de albumversies. Een moordende inloopronde was het, met de deur in huis vallen noemen ze dat.
Dat Clutch ook met glans uit een andere vaatje kon tappen ondervonden we toen zanger Neil Fallon een gitaar omgorde en daarmee de geweldige gortige blues ‘Gravel Road’ uit zijn mouw schudde. Ietwat verder zette Clutch dan de meest vette funk neer in “Struck Down” waarmee ze groovy as hell klonken. In “10001110101” kwamen ze met een heuse portie kwieke southern rock opzetten, inclusief een lekker seventies orgeltje. Al die songs ontpopten zich tot heuse publiekslievelingen, hier stond duidelijk een bende trouwe aanhangers in de zaal. Fans die ook nog eens volledig uit de bol gingen op de gloeiende rock van “The Mob Goes Wild”, “Earth Rocker”, “X Ray Vision” en “A Quick Death In Texas” dat bruiste als het vetste van Monster Magnet.

Anderhalf uur raasde Clutch lustig door, ze gunden ons maar weinig tijd om te ademen, laat staan om te gaan pissen. Hun meest bronstige bluespaard hadden ze bewaard tot op het laatste. In de ultieme kraker “Electric Worry/ One Eye Dollar” zette Clutch nog eens alle deuren en versterkers wagenwijd open en ging de zaal compleet overstag. “De beste bluessong die je ooit op een podium kan meemaken”, hadden we ons door een ingewijde laten vertellen, en wie zijn wij om dat te ontkennen?


Clutch ! Machtige band.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 01 december 2016 01:00

Dead To The World

Zo rauw als de gortdroge metal van het ongenaakbare ‘Meantime’ zal het nooit meer worden, maar dit is geen reden om de nieuwe Helmet links te laten liggen. De sound mag dan al een stuk cleaner en melodieuzer zijn, dit blijft een herkenbaar Helmet geluid met urgente gitaren en stevige songs. Page Hamilton schopt misschien niet meer zo wild om zich heen en hij klinkt bijlange niet zo kwaad als op ‘Meantime’, maar hij houdt de vinger aan de pols met straight forward vocalen en dito riffs.
Helmet is geëvolueerd naar een wat gevarieerder geluid met oog voor melodie, maar hun roots met felle alt-metal komen nog geregeld aan de oppervlakte piepen, getuige de forse openers “Life Or Death” en “I Love My Guru”. De nineties hangen nog serieus rond in dit album, songs als “Red Scare” en “Drunk In The Afternoon” doen met hun slepende en zware gitaren denken aan de betere grunge-klanken van Alice In Chains en Soundgarden.
Heel even doet Helmet ons schrikken, “Expect The World “ zet in als iets van Foo Fighters tot een logge gitaar komt binnenvallen en de song alsnog doet overhellen naar de goeie kant van de balans. “Look Alive” lijkt ons dan misschien wel iets te soft voor een band van hun kaliber, maar het gaat nu ook niet echt de dieperik in.
Eén keer maar slaan de heren de bal volledig mis, met name in de Elvis Costello cover “Green Shirt”, geen idee wat hiervan de bedoeling was, het is in ieder geval een merkwaardige en onbegrijpelijke  ommezwaai op een voor het overige behoorlijk sterke Helmet plaat.
‘Dead To The World’ is zeker geen ‘Meantime’, wel eentje die mag mee spurten voor de titel van beste tweede.
Helmet is dus duidelijk terug, en als u deze legendarische alt-metal iconen nog eens aan het werk wil zien krijgt u volgend jaar uitgebreid de kans. Ze doen ze maar liefst drie keer ons land aan, op 09/02 in De Casino (St Niklaas), op 07/03 in het Depot (Leuven) en op 08/03 in De Kreun (Kortrijk).

donderdag 17 november 2016 01:00

Physical Violence Is The Least Of My Priorities

Terwijl de meeste Belgische groepjes hardnekkig proberen de nieuwe Oscar & The Wolf te zijn in de hoop een beetje airplay te krijgen tussen al die andere rotzooi op Stru Bru, zijn er gelukkig nog anderen die wars van alle gangbare trends koppig hun eigen zin doen. Pieter-Paul Devos bestuurt zo zelfs twee van die eigenzinnige bands, het geweldige Raketkanon en het furieuze Kapitan Korsakov. Die eerste heeft hij even op stal gezet om met de tweede richting USA te trekken naar de studio van niemand minder dan Steve Albini.
Een naam als Albini staat natuurlijk altijd mooi te blinken op de hoes, maar er moet toch ook wat degelijk gerief in de bagage zitten wil men zo een producer op een treffelijke manier zijn ding laten doen. De Antwerpse egotripper Daan is destijds met zijn groepje Dead Man Ray voor het album ‘Cago’ ook naar ginder getrokken, maar zelfs wonderdokter Albini kon met de schamele prooi niks aanvangen. Geen songs, geen album, zo simpel is het, José Mourinho zal met SK Lierse ook geen Champions League spelen.
Nu goed, met Kapitan Korsakov loopt het nog zo geen vaart, dit is immers het soort band waar Albini wel weg mee weet. Toch valt het ons op dat ze zich deze keer wat hebben ingehouden, iets wat we de twee vorige platen indachtig niet meteen verwacht hadden.
Kapitan Korsakov kiest duidelijk voor veelzijdigheid en daardoor is de samenhang op dit album soms wat zoek. Opener “Caramelle” is een degelijke gitaarrocker, maar niet echt het soort song die we op deze noise goeroe’s zouden kleven. Een pianoballad als “Hearts To Hard” is al helemaal niet hetgeen waar wij bij een wildeman als Pieter-Paul Devos zitten op te wachten, de song is even overbodig als een kubus in een ballenbad. Ook “Midnight Gardens” is heel poppy voor hun doen, iets voorbij halfweg gaat de song dan toch in overdrive en komt een ruige gitaar de boel een beetje overhoop schudden maar het is te laat, misschien toch maar best die rockballads overlaten aan The Scorpions. Een ander buitenbeentje “Suicide Limp” flirt met de eighties en is zijn gitaartje gaan halen bij The Sound, maar deze komt dan wel aangenaam binnen.
Kapitan Korsakov is volgens echter nog altijd op zijn best wanneer het echt vuil mag klinken, en dat is zo op het weerbarstige “Rabid Ghawazi Shuffle” en het bloedende “Strobo Stripper”, meteen ook de twee absolute uitschieters. Ook de opgejaagde punkrocknoise van “Pussy Scars” kan ons wel bekoren. “Spitting Over The Edge” is een andere voltreffer, de riff komt uit het grote Pixies boek en de song heeft een geweldige drive in huis. De Albini stempel horen we dan weer  duidelijk in “Very Friendly Fire”, dat ding had zo op ‘In Utero’ gekund.
‘Physical Violence Is The Least Of My Priorities’ is een Korsakov plaat die een beetje te veel richtingen uitgaat, en niet altijd de juiste. Toch helt de balans over naar de goeie kant.

Eén man, één gitaar. De formule is poepsimpel, doch het is maar weinigen gegeven om op die manier een volle zaal een avond lang te kunnen animeren. De immer sympathieke Ier Luka Bloom is één van die zeldzame artiesten die dat kan, getuige een volle Roma die twee uur lang aan zijn lippen hing. Jonge gezichten hebben we hier niet gezien, Luka Bloom is niet het soort hippe vogel die met alle mogelijke middelen naar nieuwe fans hunkert, het ganse mediacircus kan hem gestolen worden. Hij zet gewoon telkenmale zijn allerbeste beentje voor om zijn trouwe aanhang te begeesteren. En altijd weer slaagt hij daar in met verve.

Gezien de Roma bovendien zijn geliefkoosde zaal in België is, deed Luka Bloom nog eens extra zijn best om er een onvergetelijke avond van te maken. Hij stak niet onder stoelen of banken dat hij weken had uitgekeken naar deze speciale avond, “I’m So excited about this evening that I even bought my own ticket” grapte Bloom als welgemikte openingsquote, de zaal at al uit zijn handen nog voor hij één noot had aangeslagen. Zijn typische humor fungeerde trouwens gans de avond als ideale bindmiddel voor de excellente songs. Luka Bloom manifesteerde zich wederom als een geboren storyteller, en dat dus niet alleen in de songs. En die songs waren talrijk in aantal en bloedmooi in uitvoering. Het publiek werd uitgebreid op zijn wenken bediend, quasi alles wat men wou horen passeerde de revue.
Bloom speelde al die prachtige liedjes met gevoel, passie en liters bezieling, alsof het de eerste keer was dat hij ze bracht, ook al waren enkelen onder hen al meer dan 25 jaar oud. Sommigen waren dan weer nog piepjong, Luka Bloom had namelijk een kersvers album ‘Frugalisto’ onder de arm, eentje die alweer een handvol pareltjes herbergt. Kleine liedjes die groot zijn in al hun eenvoud zoals “Frugalisto”, “January Blues”, “Warrior” en  vooral “Isabelle” dat hij vorig jaar speciaal geschreven had toen Vlaanderen hem uitnodigde om te komen spelen ter nagedachtenis van de slachtoffers van WOI. Die nieuwe pareltjes mochten mee schitteren tussen al die klassiekers uit Bloom’s omvangrijke repertoire en vertoefden daar in groots gezelschap.
Luka Bloom wisselde meezingmomenten af met echte kippenvelmomenten. De fans haalden hun beste zangkwaliteiten boven in “Fertile Rock”, “Sunny Sailor Boy”, “Rainbow Day” en “Don’t Be Afraid Of The Light That Shines Within You”, muisstil was het dan weer tijdens bloedmooie juweeltjes  als “Exploring The Blue”, “Make You Feel My Love”, “City Of Chicago”, “True Blue”, “The Man Is Alive” en het ultieme toemaatje op verzoek van een smekende toeschouwer “Black Is The Colour”.  

Via maar liefst 29 tracks wandelde Luka Bloom samen met ons doorheen zijn volledige carrière. Een setlist om in te lijsten, songs om verliefd op te worden, een gitaar om te strelen, een songwriter om te knuffelen.


Organisatie: De Roma, Antwerpen

donderdag 24 november 2016 02:00

Hardwired… To Self Destruct

Mocht u de laatste weken op Mars gewoond hebben of nu pas uit een diepe coma ontwaken, dan hebben wij nieuws voor u : Metallica heeft een nieuwe plaat uit. Omdat het zo lang geduurd heeft hebben ze er maar meteen een dubbelaar van gemaakt. Maar was dat wel een goed idee? Bij momenten is dit immers zeer straffe kost, elders hebben wij het dan weer moeilijk om een geeuw te onderdrukken.

De vooruitgestuurde tracks waren alvast hoopgevend, zowel “Hardwired”, “Atlas Rise” en “Moth Into The Flame” zijn opperste beste Metallica, snel, hard, strak en frontaal op uw bakkes.
“Now That We’re Dead” had dan weer niet misstaan op ‘The Black Album’ terwijl het gelaagde “Halo On Fire”, een geslaagd proefstuk van over de acht minuten, meer de melodieuze toer van ‘Load’ opgaat. Het is enige song die voorzichtig in de buurt van een ballad durft te komen.
Bij een hoop andere tracks hebben we dan weer moeite om onze aandacht vast te houden omdat die te veel op elkaar lijken en weinig pogingen ondernemen om er bovenuit te steken. Dingen als “Confusion”, “ManUNkind”, “Here Comes Revenge” en “Am I Savage?” barsten wel van de typische stoere Metallica-riffs die wijdbeens en met de vuisten in de lucht ten tonele gebracht worden, maar ze blijven niet echt aan de ribben kleven. Het is allemaal zeer degelijk beukwerk maar geen Metallica Grand Cru. Ook “Murder One”, een ode aan Lemmy, had wat ons betreft een stuk smeriger gemogen. Het is een mooi gebaar van Metallica dat ze hun grote voorbeelden eren, maar Lemmy verdient veel meer dan deze matige track, de videoclip is trouwens beter dan de song (moet u heus even checken, wij vermoeden trouwens dat de animators van Gorillaz hier achter zitten). Wij kunnen er ook niet aan doen, het is verdomme hun eigen schuld dat we hier nu zo zitten te kankeren, ze moesten de lat met hun eerste vijf platen maar zo hoog niet gelegd hebben.
Maar goed, Metallica maakt met een fenomenale afsluiter in één klap alles goed. De uppercut “Spit Out The Bone” is intenser, woester, sneller en harder dan alles wat hier aan voorafgaat, het is een knaller die teruggrijpt naar de woeste trashjaren van ‘Kill ‘Em All’, ‘Ride The Lightning’ en ‘Master Of Puppets’. Als ze deze splinterbom binnenkort live gaan opvoeren, dan schudden we gegarandeerd onze kop eraf.
Metallica zou Metallica niet zijn mochten ze voor de fans geen extraatje hebben voorzien. De extended version van deze plaat (zo heet dat dan, ‘t is een verkoopstruuk als een ander) is voorzien van een derde interessant schijfje, verdomd de moeite waard. Neem nu de furieuze bonustrack “Lords Of Summer” die stukken sterker voor de dag komt dan de middelmatige tracks op de reguliere cd. Ook best opmerkelijk is de negen minutenlange medley “Ronnie Rising Medley”, een knap eerbetoon aan dé metalzanger Ronnie James Dio. Een stem als die van Dio naar de kroon steken is niet bepaald een makkie, maar James Hetfield komt er aardig mee weg, en dat terwijl Kirk Hammett de beste Blackmore in zich naar boven haalt in een fenomenaal stukje “Kill The King”. Ze kennen hun klassiekers.
Nog meer goed nieuws, de tien live tracks (‘Live At Rasputin Music’) zijn ronduit verbluffend. Het is heus niet zomaar voer voor alleen de diehard fans, want dit zijn live opnames waarop Metallica in bloedvorm verkeert, en dit voor een wel heel select kransje gelukzakken. Metallica raast hier met een ongeziene verbetenheid en met de wilde furie van in hun beginjaren doorheen een stel klassiekers van het eerste uur als “Hit The Lights”, “The Four Horsemen”, “Jump In The Fire”, “Metal Militia”, “Ride The Lightning” en “Creeping Death”.  Ronduit geweldig.
Als afsluiter krijgen we nog een waanzinnige live-versie van “Hardwired”, zowaar nog twee versnellingen hoger dan de studio versie waarmee dit omvangrijk werkstuk is begonnen.

‘Hardwired… To Self Destruct’, het is een hele brok om door te bijten, maar het is bij momenten serieus de moeite.  Onze raad : koop alleszins de extended version. Geen halve werken.

donderdag 27 oktober 2016 03:00

Sand

Bert Dockx is een begenadigd songschrijver, een schitterende muzikant en vooral een uitmuntende gitarist, eentje die de fijngevoeligheid verkiest boven de decibels. Van de grootstadsblues van zijn geweldige band Flying Horseman kunnen wij maar niet genoeg krijgen maar deze keer kanaliseert hij zijn klasse via zijn andere geesteskind Dans Dans.
Met dit geheel instrumentale album trekt Dockx de onontgonnen natuur in en bewandelt hij diverse paadjes zonder echter de weg te verliezen. ‘Sand’ is een avontuurlijke trip waarin zijn gitaar hem via allerlei sierlijke beekjes naar een nog ongekende eindbestemming voert. Er stralen liters finesse, klasse en gevoel uit Dockx zijn gitaarspel, het is weids, fijnzinnig, filmisch en vooral jazzy, maar nergens pretentieus. Hij zit er ook niet om verlegen om af en toe een surfgitaartje boven te halen of eens heftig door te rocken. Wij durven hem met dit fantastische plaatje op één rij zetten met Chris Forsyth, Robert Fripp, Nels Cline en ja, zelfs Marc Ribot. Waarmee de goede verstaanders onder ons ook wel zullen weten dat dit een hele eer is maar natuurlijk geen garantie op commercieel succes, hoewel we het hem zouden gunnen.
Mooie plaat om ons de komende wintermaanden aan op te warmen.


Duitse rockbands kunnen ons doorgaans aan onze reet roesten, maar voor de zwaar bebaarde retro hardrock van Kadavar halen wij met plezier onze ouwe Ford Mustang uit de garage. U moet weten dat wij vanavond zelfs Black Mountain, die geprogrammeerd stonden in De Kreun, links hebben laten liggen, en dat wil verdomme wat zeggen.

Kadavar keert onbeschaamd terug naar de tijd van Led Zeppelin, Hawkwind en Black Sabbath, en ze doen het met zodanig veel allure, energie en power dat wij er duizelig van worden. Daar waar hun muzikale voorvaders in de jaren zeventig wel eens hun songs tot buitengewone proporties zouden hebben uitgerokken, houdt Kadavar het betrekkelijk bondig. Solo’s hoeven geen kwartier te duren, songs moeten niet persé naar Woodstock vertrekken om pas binnen een half uur zo stoned als een garnaal terug te keren. Bij Kadavar blijft de vlam constant in de pan omdat ze de songs steeds binnen een aanvaardbare tijdslimiet en een strak tempo houden. Het is hard maar nergens richtingloos, het is spacy maar het trekt niet eindeloos de ruimte in, het is psychedelisch maar draagt geen roze bril. Dit is back to the seventies, maar dan the seventies waar de drugs een ophitsend effect hebben in plaats van een rustgevend. Meer speed dan weed, meer uppers dan downers, meer MC5 dan Pink Floyd, meer Alice Cooper dan Syd Barrett.
Kadavar raast namelijk door met een ongeziene gedrevenheid, het beukt en zindert als een stoomtrein waar de kolen nooit snel genoeg op het vuur kunnen worden gegooid. Baarden en lange haardossen zwaaien lustig in het wild rond, gitaarsolo’s gieren door de atmosfeer, wah-wah pedalen hebben de tijd van hun leven. Centraal in de sound van Kadavar staan uiteraard de splijtende riffs en solo’s van frontman Christoph Lindemann, maar wij zijn evenzeer onder de indruk van de bijzonder fel tekeer gaande drummer Christop Bartelt, het Duitse equivalent van Animal.
De setlist is een mooie greep uit de drie ijzersterke studioplaten platen die ze tot nu toe bij mekaar hebben gerockt, met de nieuwe ‘Berlin’ als laatste wapenfeit. Hoogtepunten opnoemen is de andere songs oneer aan doen, alles is immers even krachtig, verbeten en doortastend. Wat we u echter niet willen onthouden is  de verrassende cover die ze er als knallende finale uit rammen, een snoeiharde versie van onze ultieme Beatles favoriet “Helter Skelter”, nog nooit hebben we die song zo briesend weten tekeergaan.

In anderhalf uur wekken drie Duitse holbewoners de neanderthaler-rock terug tot leven, en dat is een uiterst opwindende ervaring.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Pagina 31 van 111