logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

De vrolijke NYse bende Balkan Beat Box houdt van een feeststemming … maar eentje met een boodschap van ‘love, peace, understanding en unity’. Iets wat we al in het vaandel droegen door Michael Franti, trouwens één van de invloeden van dit bont allegaartje.

Balkan Beat Box is na drie jaar ‘back in town’, met de cd ‘Blue eyed black boy’ en de komende maanden zullen we opnieuw kunnen dansen op hun sound van beats & basses, melodieuze saxen en  opzwepende drums en percussie; een inventieve, explosieve en brede mengelmoes van Balkan, zigeuner/gypsy, rock, folk, fanfare, polka, Mediterrane klanken (Arabisch – Aziatisch) en hiphop, met uitlopers naar de klezmer en bhangra (N –Afrikaanse invloeden) . Kortom, een moeilijk te vatten stijl, die zorgt voor een broeierig sfeertje en verbroederingsfeestjes.
Ze toonden met hun ‘global grooves’ aan een geoliede feestmachine met diepgang te zijn. Af en toe bonden ze wat in, maar de power, de energie en de fiësta zorgden voor opwinding en een happy dansgevoel.
Het bonte gezelschap put kracht uit Taraf de Haïdouks, Mano Negra, Rachid Taha, Kocani Orkesatar, Asian Dub Foundation en Transglobal Underground (feat. Natacha Atlas) en plaatst zich naast een Shantel, Gogol Bordello en Goran Bregnovic.
De zomerse cocktail, de raps en de op Värttina leasing gezangen, sloegen aan bij het talrijke (jonge) publiek, die uitbundig reageerde. Kleur kreeg het partygehalte door de golvende bewegingen, de crowdsurfende jonge gasten en de V –vingers in de lucht.
De aanstekelijke, dansbare melodieën, de repeterende trancy ritmes, de Balkan fiësta, de afro ‘Leftfield’ klanken, de slangbezwerende instrumentale tussendoortjes en de raps vingen het mainstream middendeel meer dan goed op, zorgden voor variatie, dreven het tempo op en hitsten de menigte op, wat een schitterende finalereeks opleverde en de temperatuur deed stijgen.

Welke song het ook betrof, van “Move it”, “Marche dela vida”, “Gypsy queens” of de titelsong van de huidige cd, Balkan Beat Box speelde feestelijke knallers voor een wervelende livegig, zonder de Oost-Europese authenticiteit te verliezen. Op het einde kon iedereen mee het podium op!
Dat belooft voor de festivals, de komende zomer. Feestgedruis , maar eentje met inhoud!

Ook de Balkanworld en beats’n’pieces vòòr en na de show was mooi meegenomen, een ideale warming up om er de sfeer in te houden … de juiste beats’n’grooves dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille 

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

donderdag 08 april 2010 02:00

Under the cold street lights

Het Gentse Arid gaf in 2008 nieuw teken van leven met de cd ‘All things come in waves’. Na de succesvolle eerste twee platen ‘Little things of Venom’ (’99) en ‘All is quiet now’ (‘02) nam de band een break, maakte Jasper een solo uitstap, maar werd ook genekt en moest langdurig herstellen van toxoplasmose.
Ondanks het feit dat de vorige cd weinig nieuws onder de zon bracht en een goede afwisseling bood van poprock en ballads, gedragen door Jasper’s vocale capriolen, behielden ze de Vlaamse fans en wonnen zieltjes in Wallonië en Frankrijk. De band werd in ieders armen gesloten; het werd een happy return aan het muzikale front dus.
Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere verbaast nu toch wel met hun vierde plaat. ‘Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat hun derde cd een handig tussendoortje werd. Inderdaad het is een meesterlijke nieuwe plaat, een forse stap voorwaarts in hun oeuvre, zoals het al eerder moest zijn. De sound is steviger, venijniger, smeriger en grauwer, zonder aan melodie in te boeten; de songs hebben een onderhuidse spanning, zijn intens broeierig, slepend, gedreven en het ballad gehalte is tot een minimum herleid. Ook de toetsen krijgen een prominente rol en de dubbele zanglijnen betekenen een meerwaarde. Opener “Flood” zet meteen de nieuwe toon van Arid; “Come on”, “All that’s here is all that’s left” en “Custom gold” zijn snedige rockers. “Seven odd years” en “Mindless” zijn Aridsongs als vanouds. En op “Broken dancer” hoor je Arid in z’n meest alternatieve vorm. Variatie en veelzijdigheid troef dus, wat zorgt dat het een erg overtuigende cd is geworden.

donderdag 25 maart 2010 01:00

Brutally Honest

In 2008 kwam het garage rock’n’rollende Gentlemen Of Verona aandraven met een pittig gedreven titelloze debuutplaat. Ze leunden toen nauw aan de begindagen van Polly Harvey (plaats haar debuut ‘Dry’ er maar eens naast!), het rauwe The Kills, de ‘Fever to Tell’ van Karen O’s The Yeah Yeah Yeahs en het onvolprezen nineties ladybands L7 en Babes In Toyland. We hoorden ruwe melodieuze gitaarrock, spannende melodieën en een zangeres, Debby Termonia, die over een emotievolle, heldere stem beschikt en kan hijgen, zuchten en kreunen, wat de songs een meerwaarde bezorgde!
Het aanstekelijke geluid zetten ze duidelijk verder in de opvolger ‘Brutally honest’. Ze kregen belangvolle tips en er waren bijdrages van o.m. Frankie Saenen (The Scabs/The Kids), boegbeeld Willy Willy en Jesse Hoff, die de gitaarversterking een elektronische tint gaf. Een voller geluid dus, een broeierige intensiteit en balancerend tussen de rauwheid en een puur poprock geluid.
Het is een opwindend boeiende plaat geworden, die vooral Polly Harvey en Karen O door de mangel haalt; de rockende “Drivr” en “Jade” staan mooi naast het sfeervolle “Tape hiss” en het opbouwende “Wasted”. En tot slot haalt het kwintet alle invloeden en variaties uit de kast op “Goodbye”, die op verbluffende en overtuigende wijze de tweede cd besluit. Sterke plaat van de Limburgers …

Info op http://www.gentlemenofverona.com

donderdag 25 maart 2010 01:00

Raise cain

Het Limburgse Roadburg en The Galacticos zijn muzikale broertjes van elkaar in die zin dat twee leden deel uitmaken van beide bands, zanger Siegfried Smeets van Roadburg speelt toetsen bij The Galacticos en zanger Thibaut Vaninbroukx van The Galacticos speelt gitaar bij Roadburg. Beide groepen speelden de finale van de Humo’s Rock Rally in 2008, behaalden al een fijn prijzenpakket, waaronder de Limbomania wedstrijd en mochten al op Pukkelpop spelen. Mooie referenties alvast!
Roadburg is het donkere broertje van The Galacticos, want die Galacticos houden het eerder op fris, sprankelende, opwindende, leuke catchy poprock, luister maar eens naar de EP ‘Phone Home’ en de single “Humble crumble”. Roadburg stelt dromerige indiepop centraal, want we horen bezwerende, intrigerende gitaarpartijen, zweverige toetsen en warme, melancholische vocals. Het zijn radiovriendelijke poprockende nummers, waarvan “Turn the radio off” en “Instant flowers” al meteen in het oog springen. De groep gaat richting dynamiek op de eerste songs, laat de psychedelica doorklinken op “Plenty of peace left”, durft avontuurlijke wendingen aan op “A sonic journey” en kiest voor een dromerige aanpak op de afsluitende songs. Enthousiasme en tristesse zijn hier mooi in elkaar verweven en zorgen voor een afwisselend broeierige, sfeervolle puike songs
Btw even meegeven dat de binnenhoes, waar de leden in het water staan, veel mee geeft van Slint’s ‘Spiderland’, niet voor niks zijn de slepende melodielijnen als referentie voor hun debuut ‘Raise cain’.

Info op http://www.myspace.com/roadburg 

donderdag 08 april 2010 02:00

Fire like this

Het sympathieke man- meisje duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar) trekken de veters op de tweede cd ‘Fire like this’, opvolger van het schitterende debuut ‘Box of secrets’ (btw op 2 in m’n persoonlijke top in 2008!), nog strakker toe. Ze doen verder waar ze al goed in waren, nl. op speels, ongedwongen wijze uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs toveren. Het is aangenaam luisteren, genieten, dansen en springen op de snedig, gebalde riffs en opzwepende drums. Blood Red Shoes heeft hun nummers de energie, de hooks en power en de ritmes huppelen en dartelen om je heen, bouwen de song op en exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
De songs klinken wel iets breder en hebben meer diepgang; “When we wake” (glansrol voor Laura-May) en “Count me out” zijn sterke voorbeelden hiervan. We zijn alvast vol lof en bewondering van wat het duo uit de kas haalt met hun aanstekelijke songs; de eerste songs zijn al van een prima klasse, “Don’t ask”, “Light it up” en “It’s happening again”. En ook in het tweede deel van de cd houden ze het tempo hoog met hevige, vaardige en snelle nummers als “Heartsink”. Een full-on rockband heet zoiets. Enkel “Follow the lines” en ten dele “One more empty chair” vallen binnen de BRS dynamiek wat uit de boot. Maar niet getreurd, met het zeven minuten durende “Colours fade” besluiten ze en bieden ze een schitterende ‘closing final’, waarin live nog eens alle duivels worden ontbonden … een heerlijke wind feedbackgeraas waait over.
’Fire like this’ is opnieuw een prima plaatje met tien voltreffers. Jawel bij Blood Red Shoes kunnen gerust The Pretenders, Magnapop en The Breeders aan tafel schuiven voor een leuk rock’n’roll onderonsje …

donderdag 08 april 2010 02:00

It’s frightening

Het NYse White Rabbits verrast aangenaam met de tweede cd ‘It’s frightening’, opvolger van ‘Fort Nightly’. We zijn onder de indruk van de geraffineerde, fijne en frisse indierock van het sextet; de songs hebben stuwende, smaakvolle en dromerig relaxte ritmes. De cd bevat tien evenwichtige songs die leuke wendingen ondergaan en op die manier telkens boeiend en inspirerend klinken. De songs winnen per beluistering aan zeggingskracht. ‘It’s frightening’ werd trouwens geproduceerd door Spoonlid Britt Daniel.
Ze overtuigen meteen met “Percussion gun” en “Rudie fails”. Eigenlijk vinden we geen enkel zwak nummer terug, want één voor één zijn het broeierige composities, die soms wat krachtiger zijn en een fris tintelende indruk nalaten, waaronder “They done wrong/we done wrong”, “Right where they left” en “The lady vanishes”. “Company I keep”, “The salesman tramp life” en “Midnight and I” klinken intenser. “Leave it at the door” besluit op erg intieme wijze de leuke plaat. Tav geestesgenoten Yeasayer en Vampire Weekend hebben ze nog geen cultstatus ontwikkeld; ze laten het multiculturele achterwege en streven een eenvoudig verrassend popgevoel na.

Vorig jaar bundelde de charismatische zanger/gitarist/componist Stef Camil Carlens 15 jaar ZS samen in ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology. Drie concerten stonden in het teken van het overzicht, die het retrospectieve tweeluik voorstelden, aangevuld met Moondog Jr tracks, enkele bijzondere songs à la BandinaBox concerten en unreleased nummers. Dit jaar komt de band ZS op non-actief, want Stef Camil plande een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali en komt in deze periode op de proppen met een paar voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’. De inspiratie en opgedane ervaring kunnen een nieuwe wending betekenen voor de toekomst van Zita Swoon.

Van de broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret was hier niet echt sprake, maar de band kon wel moeiteloos overstappen van een warme, intieme en sfeervolle aanpak naar een donker dreigend, apocalyptisch alternatief kader, zoals we het al eens hoorden op de muziek van de stomme film ‘Sunrise’, ruim tien jaar terug. En betreffende‘Dancing with the Sound Hobbyist’ is ZS met deze dansvoorstelling niet aan zijn proefstuk toe, voordien was er reeds ‘Plage Tattoo/Circumstances’ in samenwerking met Les Ballets C de la B.
De ervaring van een ijzersterke livereputatie en het gevoelsmatig inspelen op het moment zelf vormden de waaghalzerij en waren de kunstgrepen van de samenwerking met Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansgezelschap Rosas. De choreografe coachte de twee zangereszusjes Gysel van ZS en Rosasdanser Simon Mayer.
De band zelf sleepte een hoop instrumenten op het podium en bracht hun materiaal dat anders niet direct paste binnen het gewone klassieke rockcircuit. De avond werd verdeeld in twee stukken waarbij de bandleden van ZS een bedwelmende, filmische muziek- en danstrip maakten. De danser vond zijn plekje tussen de bandleden. De (praktisch) nooit eerder gespeelde ZS composities ademden de sfeer van een ‘Big City’, gelinkt aan het Tom Waits oeuvre, de “Somebody up there likes you” van Simple Minds en de “Nights” van Morphine. Ook een gevoel van gelukzaligheid kwam bovendrijven, want ergens middenin de set hoorden we een dosis circuscarrousel en zigeuner/hoempapapop. Of een spaarzaam gespeelde, breekbare “In a lonely place”, “In a big city” en “Infinite down”, die de ingetogenheid benadrukten. Tot slot was er de notie van durf, experiment en gedrevenheid op z’n Einstürzende Neubauten; het staaltje percussiewerk, de plates, toeters, bellen, klokkenspel en de intiem en intense pianoloops waren hierin sprekend.

’Dancing with the Sound Hobbyist’ hield het midden tussen dans en muziek en vormde een meesterlijke dialoog tussen beweging en klank.

Organisatie: Cultuurcentrum Kortrijk
 

Admiraal Tom Van Laere blaast de eerste kaarsen uit, want de vierde cd ‘The honey & the knife’ tekent voor 10 jaar Admiral Freebee. Bij onze vriend staan stadsimpressies centraal en horen we grauwe, doorleefde, poppy, sfeervolle rock/americana/bluesrock.
Ook vanavond hield hij er net als op de laatste plaat tegenstellingen op na, want de sound ging van heerlijk opwindend, strak, stevig naar ingetogenheid, intimiteit, melancholie, en van beroering tot ontroering, onder z’n warme stem en verbeten expressieve zegzang.
We kunnen na de set maar besluiten dat de Admiraal op de huidige toer beschikt over een goed geoliede, puike begeleidingsband, die btw bestaat uit Bjorn Eriksson (was al bij den Admiraal tijdens de vorige tour en ontpopte zich als een belangrijke toegevoegde waarde), Flip Kowlier op bas (ooit was hij basmuzikant) en vrienden van het eerste uur Tim Coene (gitarist/toetsenist) en Jules Lemmens op drums.
Het alterego Admiral Freebee brengt Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samen en draagt de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards, Beck en Cave een warm hart toe.

De nieuwe plaat werd zo goed als helemaal voorgesteld, aangevuld met enkele fijne oudjes, zonder weliswaar over te stappen naar een ‘greatest of’. Ferme AF hits vielen vanavond uit de boot: “Rags’n’run”, “Ever present”, “Einstein brain”, “Oh darkness”, “Recipe for disaster”, “Coming of the knight”en “Perfect town”. Maar er waren nog voldoende van die pittig gekruide songs om te overtuigen.
Als backing vocaliste trok hij deze maal Karolien Van Ransbeeck aan die de fakkel overnam van Nina Babet, Sandrine en Nathalie Delcroix.
De Admiraal bende trok meteen de aandacht met de snedig rauwe retro van “Blues from a hypochondrial”. Het tweede nummer “Last song about you” klonk fel en stevig. In het popgroovende “Always on the run” zat een gevarieerde swing en toonde aan hoe gemotiveerd de heren wel waren door de meerstemmige zang in de refreinen, door het opboksende gitaarspel Van Laere – Eriksson en het opzwepende van de dubbele percussie. Het kwam live de melodie zeker ten goede.
De Admiraal bood ademruimte door enkele sfeervolle ballads: het intimistische “Look at what love has done” op piano en akoestische gitaar en een ingehouden slepende “The longing never stops”. We voelden een sfeer van ‘the city never sleeps’ aan door verdwaalde gitaargetokkel en mondharmonica.
Vanaf dan freewheelde de band graag in het materiaal. “My hippie ain’t hip” klonk anders door de 2 basses – 2 drums, in het mooi uitgesponnen oudje “Admiral for president” kreeg het publiek de ruimte het refrein te scanderen en klonk de stemvervorming van de resonantie door en “Bad year for rock’n’roll” vulde de rustige hymne aan z’n grootvader, “fools like us” aan. Kleurrijke songs werden het van verschillende impressies en belevingen, van stevig – zacht én van traag – slepend - stomend door de heerlijke opbouw, verrassende wendingen en de portie durf en avontuur. De nummers zaten mooi tussen de dromerige, zalvende pianoballad “Carry on” en de luchtige, zwierige en speelse pop van “All thru the night” en “Living in the weekend”. Hiermee onderstreepte Admiral Freebee het afwisselende sfeertimbre!
We hoorden een schitterende ‘closing final’ en een jam in “Get out of town” en “Hymns for demons/Home”, die ruig, smerig, grimmig als broos, breekbaar en gevoelig klonken. Op het eind ontspoorde de sound in een noisy gecontroleerd gefreak. Spijtig genoeg kwamen hier de backing vocals van Karolien onvoldoende door. Het intens meeslepende “The art of walking away” breidde er nog een leuk staartje aan met stomende Young/ Crazy Horse en Lou Reed riffs. Een gevoel creëerden ze van een miezerig, mistig nachtje in hometown Brussels…

En na deze bezwerende finalereeks floepten de lichten aan. Over & Out nu iedereen goed op dreef was gekomen … en dan zit je nét met dat hongergevoel van ‘nog iets meer’ … ‘dat iets meer’ kan er gerust nog komen met de komende clubtour. Duidelijk was dat we een gretig spelende band aan het werk zagen, die je gewoonweg moet gezien hebben!

Tom Van Laere heeft lovende woorden over Few Bits aka Karolien Van Ransbeeck. De frêle jonge dame had een fluwelen stem en speelde enkele dromerige, intieme nummers op akoestische gitaar. Ze moest nog wennen aan de grote zaal, maar bleef voldoende overeind om de aandacht te trekken. Een ruiker bloemen op het laatste nummer zal alvast een hart onder de riem zijn op de komende clubtour met Admiraal Freebee.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 01 april 2010 02:00

Love 2

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin, grijpen terug naar de sferen van hun debuut, ‘Moon safari’ van 12 jaar terug. De lichte koerswijziging die op de vorige cd ‘Pocket Symphony’ te horen was met Indiase invloeden en guestvocals, werd dus niet doorgezet. Ze zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen en mijmerende midnight summerdreams.
We horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid van een pak synths/toetsen, vervlogen gitaar- en basakkoorden en sober gehouden drums. Af en toe klinkt het duo iets krachtiger door de grooves & beats, waaronder “Night hunter” en “Eat my beat”. Naast het lekker chillende, loungy gevoel van de al of niet instrumentale songs, zijn er een paar songs (“So light is her football” en “Heaven’s light”) die meer richting pop zijn ingeslagen.
Air zijn meesters die de nummers aan de verbeelding overlaten; het zwoele, sensuele en sfeervolle geluid, de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien. In dit rijtje is “Tropical disease” de meest filmische song en door z’n uitgesponnen karakter klinkt het nummer dromerig als luchtig. En ook “Sing sang sung” kon op een plaat van Lambchop terechtkomen. De lichte variaties die Air in hun popelektronica aanbrengt, zorgt er opnieuw voor dat we een goed gevoel overhouden van hun lovedream recept!
Een droomwereld en een oase van rust creëren ze. ‘Enjoy’ is hun muzikale credo en na het beluisteren van de zesde cd kunnen we dit enkel en alleen maar beamen … de songs zijn de perfecte onthaasting!

Pagina 285 van 339