logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Deadletter-2026...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

zondag 30 november 2008 01:00

‘Real life’ volgens Yael Naim

De 30 jarige Yael Naim kwam deze zomer in de belangstelling met het nummer “New soul”, die een hitnotering wegkaapte en als soundtrack voor een reclamespot werd gebruikt. Haar Frans-Israëlische achtergrond en afkomst van Sefardisch Joodse ouders is te horen op haar doorbraakalbum; een album die tot stand kwam met de percussionist/componist David Donatien. Haar Engelse, Franse en Hebreeuwse liedjes hebben een traditionele background en laveren tussen pop, folk en jazz met een lichte swing. Trouwens, ze begon ooit als soliste in het Israëlische Air Force Orchestra.

Na een ietwat onwennige start, was ze haar zenuwen de baas en ontpopte ze zich als een entertainster, die door haar lieflijke blik, verhaaltjes zn danspasjes het publiek moeiteloos inpalmde. De songs op akoestische gitaar en piano kregen kleur door toetsen, accordeon, soundscapes, zingende zaag en percussie. De songs wonnen aan intensiteit door haar heldere, zuivere zang en door de verschillende landstalen. En door in koor de nodige “ooohs” en “aaahs” te neuriën, de handclaps, de vingerknips, en het heupwiegen kon ze zelfs dat tikkeltje meer bieden aan haar intieme, romantische popsongs.
’Real life begins’ sprak ze stralend uit toen ze “New soul” inzette in het eerste deel van de set; we hadden dan al een paar intens broeierige, meeslepende songs gehoord als de sfeervolle opener “Paris”, “Far far”, “Too long” en haar interpretatie op Britney’s “Toxic”. Op “Why do we fall in love” en “Dire” waagde ze een danspasje en liet ze zich vocaal dragen door haar publiek, wat niet zo’n evidentie was in een Schouwburg; deze songs kregen een lichte groove mee, wat een welgekomen afwisseling was op de ingetogen nummers. Een manier van doen die refereerde aan de aanpak van Joan Wasser van Joan As Police Woman.

We hoorden een sympathiek kwartet, die een intense band smeedde met z’n publiek, wat ten volle benut werd in de bis met een ‘folkie kampvuur jam’ versie van haar grootste hit. Yael Naim kwam sterk voor de dag met haar herkenbare en toch eigen aanpak.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

vrijdag 28 november 2008 01:00

Wat een muzikale spanningsboog met Madensuyu

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

vrijdag 28 november 2008 01:00

Een heerlijk en hecht klinkend Wolf Parade

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 20 november 2008 01:00

Dear Science

TV On The Radio is toe aan hun derde plaat. Het kwintet verbaasde al met de voorgangers ‘Return to Cookie Mountain’ en ‘Desperate youth , Blood thirsty babes’. De groep onder de zangers Tunde Adebimpe / Kyp Malone en geluidsarchitect Dave Sitek brengt blanke en zwarte muziek samen in een muzikale rijkdom van pop, soul, funk, wave en jazz. Een warm aanstekelijk geluid waarbij ze zorgen voor een intrigerende broeierige spanning in de songs. Hun avantgarde van vroeger klinkt toegankelijker, maar is zeker geen pijnpunt op deze overigens puike plaat. Integendeel, ze blijven origineel uit de hoek komen en brengen met het ontroerende “Stork & owl”, de Xmas “Family tree”, het feestelijke “Lover’s day” en de krachtige “Halfway home”, “Shout me out” en “DLZ” opnieuw enkele unieke, ondefinieerbaar schone, crême de la crême songs uit. De leden van TV On The Radio worden omschreven als multiraciale vrije geesten. En terecht! De sprong naar het grote publiek kan en mag gebeuren …

donderdag 20 november 2008 01:00

A Hundred Million Suns

Het Ierse Snow Patrol, onder zanger/gitarist Gordon Lightbody en bassist/keyboards Mark McClelland, hebben al twee schitterende ontroerende gitaarpoprockplaten uitgebracht, ‘Final Straw’ (’03) en ‘Eyes Open’(’06). Een handvol songs stonden in de hitparade, waarbij “Chasing cars” en “Shut your eyes” in ons geheugen gegrift zijn. De heren van Snow Patrol zijn onopgemerkt tot supersterren uitgegroeid. De muzikale formule van hun toegankelijke pop met diepgang zetten ze verder op deze opvolger van sfeervolle, ingetogen en pittig gedreven opbouwende pop; enkele monsterhitjes in spé zijn “If there’s a rocket tie me to it”, “Take back the city” en “Please just take photos from my hand”, de frisse rockers van de plaat. Aanstekelijk en ingetogen klinken “Crack the shutters”, ”The golden floor”, “Set down your glass” en “The planets bend between us”. En tenslotte is het groots opgezette drieluik “The lightning strike” de kers op de taart. Het vat de muzikale geschiedenis van de band samen in zestien minuten afwisselende gitaarpop.
Snow Patrol heeft terug een zelfverzekerde plaat uit, maar wegens ‘te gewoon’ zullen zij de status van een U2 of Coldplay aan hen voorbij zien gaan.

donderdag 13 november 2008 01:00

A Mouthful

Een tof debuut is het plaatje ‘A Mouthful’, met maar liefst vijftien kernachtige, aanstekelijke en verleidelijke popsongs. Het Fins/Franse duo Olivia B (zangeres/gitariste/van Finse origine) en Dan Levy (zang/drummer/Fransman) komt sterk voor de dag met deze gevarieerde cd; sfeervol, ontroerend en hartverwarmend materiaal (“At last”, “Song for lovers”, “The bridge is broken” en “When was I last home?”)wordt afgewisseld met frisse, levendige en kleurrijke (door dromerige elektronica) pop, “On my shoulder” (wat een single!), “Stay just a little bit more”, “Searching gold”, “Aha” en het instrumentale “Coda”. Intrigerende duivelse elfjesmuziek dus, waarbij The Do nog een stap richting folk waagt op “Unissasi laulelet” of er een vleugje hiphop aan toevoegt, zoals op de groove op “Tammy” en de raps op “Queen dot kong”.
Het duo beweegt zich ergens tussen Fairground Attraction, Edi Brickell, The Cardigans, een toegankelijk Fiery Furnaces, Laïs en Eminem. De hemels breekbare stem van zangeres Olivia refereert aan Björk of Nina Persson en is duidelijk een meerwaarde aan dit overtuigend verslavend klinkend debuut.

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, tekent voor onevenwichtige live sets en platen. In de Hallen van Schaarbeek  waren ze toe aan de laatste show van 7 weken toeren. En Skinner wou een feestje bouwen. In de acts slaagde hij het publiek mee te krijgen, van handjeswuiven, zwaaien met één van je schoenen, de voorste rijen enkele teugjes brandy schenken tot aanporren om op de knieën te zitten en dan mee springen en –hotsen op de beats. Moeilijk was dat nu ook niet voor Skinner; de man liep heen en weer op het podium en ging in op elke prikkel van de eerste rijen en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Muzikaal was het optreden in de goed gevulde Hal er eentje van ups en downs. Er zit slijtage op de songs van The Streets …Hun broeierig geheel van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae, 2step en orkestraties leidt aan ideeënarmoede, wat we al hoorden op de laatste cd ‘Everything is borrowed’.Terecht liet hij weten nog 1 plaatje te maken.

The Streets kozen voor een meer safety aanpak, gedragen door de op elkaar afgestemde neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle stem van de tweede vocalist. De paar rommelige minpuntjes konden de pret en de fun op het podium en bij het publiek niet bedreven. Een uiterst genietbare “Everything is borrowed”, werd meteen gevolgd door een opzwepende “Don’t mug yourself” en “Push the things forward”, gelinkt aan Prodigy’s “Outta space”. In het sfeervolle, ingetogen middendeel misten enkele oudere songs, “Same old thing” en “Too musch brandy”, ritme en spanning, klonken erg chaotisch en in het spervuur aan raps vergiste Skinner zich van toonhoogte. Maar ze werden opgevangen door de standvastige tweede vocals en door schitterende versies van het Xmas getinte “The escapist” , ”It’s too late” en de gospels van “Never went to church”. Vanaf dan zat het snor. “Are you with me?”, haalde Skinner nog aan en hij ging met z’n Streets naar een toffe, overtuigende climax: het jazzy groovende “Edge of a cliff”, het uptempo “Weak become heroes” en de dreigende beats van “Blinded by the lights”, die op het eind een dansbare wending kreeg.
Na een uurtje leek de party plots over , maar de fijne bis breidde er nog een aangenaam staartje aan met het broeierige “Turn the page”, het intieme “Dry your eyes, mate”, dat luidkeels werd meegezongen, en de opwindende  nummers, “Heaven for the weather” en “Fit but you know it”, dat in ware Nirvana stijl werd beëindigd: Skinner met een filmcamera in de hand, gedragen door z’n fanshare, een gitaar zwieren op het podium, drums omver gooien en de pedaaleffects stevig ingedrukt houden. Probleemloos hebben ze hun party in de coulissen kunnen verder zetten.

Ondanks het rommelig aandoende middendeel, hadden we te maken met een goed uitgekiende, afwisselende playlist van fris aanstekelijk en sfeervol materiaal,die ervoor zorgde dat het laatste liedje van The Streets live nog niet is uitgezongen en dat de kaars van op de plaat nog niet volledig is uitgedoofd; maakt hij dan toch nog die ultieme opvolger van ‘Original pirate material’ uit 2004…?

King Lee is het funky pseudoniem van Enfant Pavé van de voorheen Franstalige hiphoptrots Starflam. Hij gaat alvast muzikaal minder breed dan z’n vroeger maatje Baloji. Ondanks de verwoede pogingen het publiek warm te krijgen voor hun energieke hiphopstyle, leek de Hal iets te groot gegrepen voor deze beginnende band.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

MGMT: omschreven als één van de doorbrekende bands van het jaar, wat juist is, met één van de debuten van het jaar, wat niet juist is … Het gezelschap rond het Amerikaanse duo Ben Goldwasser/Andrew Vanwyngaerden, heeft als credo ‘love , peace en geestesverruimende muziek’ en zien zichzelf als een band uit de toekomst die ‘70’s psychedelica speelt. Hun kleurrijke poppsychedelica klinkt melig, dromerig, lieflijk, onschuldig, hip …en hipper door de drie singles “Time to pretend”, “The electric feel” en het dansbaar stomende “Kids”, die de muzikale driehoek van pop, rock’n’roll en dancepsychedelica compleet maken. En hun visie van rock’n’roll wordt gelinkt met jong zijn, samenhorigheid, dartelende veulens, bloemetjes en bijtjes en vloeistofdia’s.
Management is muzikaal ergens te situeren tussen oudjes Pink Floyd, Pavlov’s Dog, Hawkwind, Bowie, The Doors en jongere bands als Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles.

Sinds hun debuut waren ze al drie keer te zien en hun live optredens vormen een bron ter discussie van goed – niet goed; kijk, in de AB Club en op Pukkelpop klonk het rommelig, slordig en lieten ze een gelaten indruk na. Betrokken en geconcentreerd speelden ze op Werchter een weldegelijke set van een klein uurtje. En na de clubconcerten in de Vooruit en in de l’Aéronef is het me nu duidelijk dat de band maar over een handvol ‘kwalitatief sterke’ nummers beschikt. We hoorden, naast de drie prachtsingles, intens broeierige versies van de “4th Dimensional transition”, die door de distortion pedaaleffects beklijfde en intrigeerde, het sfeervol poppy “The youth” en “Weekend wars” met een dromerig elektrodeuntje. De grootsheid van deze songs hielden ze niet vol, want “Pieces of what” en “The handshake” klonken flets en rommelig. Vullertjes noemen ze zoiets. De soort rockopera van meer dan een kwartier, die ze aan “Metanoia” gaven, klonk wisselend, deed de spanning dalen en werd matig onthaald; we hadden er het raden naar welke richting het uitging: psychedelicatrips, snedige gitaren, Doors toetsen, fuzz en “Bohemian rapsody” vocoder stemmetjes. Maar ze verbaasden dan met een gevarieerd krachtiger klinkende “Moon, birds & monsters”. En op het afsluitende, mooi uitgesponnen “Kids” kon het publiek dan eindelijk uit z’n dak gaan: heupwiegend, dansend en springend op die ene herkenningstune op toetsen, wat refereerde aan Sister Bliss op de Faithless’ songs “Insomnia”, “We come one” en “God is a DJ”. Op dit nummer ontplofte het … laaiend enthousiaste reacties …en was MGMT voor 1 keer dEUS …

De bis klonk niet onaardig en was boeiend qua songs: een ‘80’s rockend Jesus & Mary Chain/ BRMC gehalte op “Teenage lust” en een snedige “Future reflections” smaakten naar meer en zetten de lijn door van het overtuigende laatste half uur!
We raden alvast MGMT aan in die richting verder te gaan, waar zij allerlei stijlen samenbrachten tot een paar hechte psychedelicarocksongs, zoals we dat al hoorden van een Black Angels en Black Mountain. Mag dit een kritisch lerende tip zijn …

Uit dezelfde muzikale stal komt het uit Brooklyn, New York afkomstige A place to bury strangers. Het trio stelde ons gehoor danig op de proef met een oorverdovende repeterende ‘wall of’ noise, galm en rock’n’roll, refererend aan “Never Understand” van, opnieuw, Jesus & Mary Chain, ‘90’s Swervedriver en Sonic Youth: heen en weer zwierende, gierende gitaren, een laaghangende bas (remember Soundgarden ), ingedrukte pedaaleffects en feedbackgeraas, opzwepende drums en een ongezonde dosis stroboscoop.
’Total sonic annihalation’ omschrijven ze het zelf… Qua sound veelzeggend, want het was van’80’s Swans/Michael Gira geleden dat ik deze term nog uitsprak …

Beide bands benaderden de pijngrens van ons gehoor; de te scherpe, luide sound gaf een dagenlange oorsuis. Foei heren van de PA, kunnen we rekenen op een tegemoetkoming, aub?!

Organisatie: FLP, Lille ism Aéronef, Lille

Le Festival les Inrocks biedt een pak fijne, beloftevolle bands die de kans gretig nemen zich te profileren binnen enkele grootse steden in Frankrijk (Parijs, Nantes, Toulouse en Lille). Op elke locatie kon je een verscheidenheid van bands zien. Te Lille kon je op 13 november terecht voor The Ting Tings, Cajun Dance Party, Soko, Late of the pier en Black Kids in de l’Aéronef (zie livereview site fr) en op 14 november werden volgende bands geprogrammeerd in Le Splendid: The Wild Beasts, The Virgins, Friendly Fires en Foals.
Elke band gaf het beste van zichzelf, onderstreepte een ‘clubsfeer pur sang’ en kon rekenen op een sterke respons. Tav andere jaren kregen de groepen iets minder speelruimte, een (magere) vijfenveertig minuten …
Dag 2 werd uitgekozen in het oubollige, pittoreske Splendid.

The Wild Beasts is een jonge Britse band die al vier jaar samen zijn en onlangs het debuut ‘Limbo, Panto’ uitbrachten: dromerige, romantische indierock met een vleugje americana. Gevarieerd songmateriaal, dat live een intense spanning had, snedig en krachtiger klonk. Vooral de falset stem van pianist/gitarist Hayden Thorpe viel op, ergens tussen Jeff Buckley , Antony (van The Johnsons) en Rufus Wainwright. De zang van bassist Tom Flemming was rauwer en klonk minder nerveus en vervelend.
Het sympathieke kwartet speelde enkele puike songs, die de meest bizarre songtitels hadden, van een “Vigil for a fuddy duddy “ tot “Brave bulging buyoyant clairvoyant”.

Het Amerikaanse The Virgins uit New York hebben sinds juni hun titelloos debuut uit en plaatsten zich in de schijnwerpers met hun aanstekelijke single “Rich girls”, die live een frisse en groovy wending had meegekregen. Samen met “Private affair” waren dit de twee sterkste songs van het kwintet, die postpunk en indie mengden. De zang was onvast en te bleek. Toch hadden ze een sterke support van een enthousiaste jonge menigte vooraan.

We waren alvast te vinden voor de twee daaropvolgende bands: Friendly Fires en Foals die duidelijk overtuigden met hun frisse, avontuurlijke en boeiende sound. Twee talentvolle bands die op elkaar waren ingespeeld, hun songs een krachtige beat en groove voorzien en ze verrassende wendingen lieten ondergaan.

Als The Klaxons en The Rapture binnenkort godvergeten zijn, is alvast de opvolging verzekerd met geestesgenoot Friendly Fires. Ze passen binnen het plaatje van de ‘new rave’. Ze haalden de dynamiek aan van !!!, gooiden er een pompende beat tegenaan en zweepten de melodieus luchtige songs op door de dubbele percussie. Ze combineerden ‘70’s funk, ‘80’s Talking Heads en de electro van New Order. Een heerlijke set speelden ze, met vrolijk rockende “Jump in the pool” en “In the hospital”, en met groovende songs als “White diamond”, “On board” en “Strobe”. En “Ex lover” tenslotte klonk forser door gierende gitaren. Enkel “Skeleton boy” en de huidige single “Paris” klonken sfeervoller, door de zalvende beats en trance. Kortom, Friendly Fires is ‘hotte’ popdance voor de toekomst.

Het Britse Foals uit Oxford debuteerde in het voorjaar met het frisse, nerveuze en eigenzinnige‘Antidotes’. De band heeft al een ongelofelijke dosis live ervaring opgedaan. Foals nu was Foals niet meer van enkele maanden terug. Wat een energie en explosiviteit. Een hyperkinetische band, een uiterst originele set en een zanger die z’n gitaar pijnigde, heen en weer huppelde op het podium, op de boxen sprong en op de koop toe ronddoolde in het publiek.
De songs klonken heftiger, hadden felle uitbarstingen en bruisten van dynamiek: goochelende melodieën, strakke, hoekige riffs, een portie distortion, diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, zoals op een ”Olympic airways”, “Cassius”, “Red sock purgie” en “Electric boom”. Het uitgangsbord van de band, hun “Two steps Twice” werd mooi uitgesponnen en vormde de apotheose van de set. Het kwintet is te situeren binnen de ‘80’s van Talking Heads (opnieuw!) en Gang Of Four, het freakende CYHSY en !!!, de postrock van Mogwai, de maths van Battles en de postpunk van Bloc Party en Franz Ferdinand.
Een gesmaakt optreden, een band met potentieel en de gepaste afsluiter voor dit festival van de ontdekkingen.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Aéronef, Lille

vrijdag 14 november 2008 01:00

Meesterlijke Tricky Kid

Het Britse fenomeen Tricky is terug … en iedereen in het goed gevulde Hof ter Lo heeft het geweten, want de aparte songschrijver ontbond z’n duivels in een meer dan twee uur durende, stomende set. De ondoorgrondelijke mix van pop, blues, hiphop, r&b en drum’n bass, de dreigende geluidscollages en de tegendraadse ritmes (de zgn. triphopsound) kregen stevige rockinjecties, werden pittig gekruid en ondergedompeld in boeiende en intrigerende jams.
De intens broeierige spanning die binnen dit geluid past, kwam bij onze ‘Tricky Kid’ volledig tot ontlading. Een muzikale explosie! Z’n rauwe, half brabbelende rapstijl en de passionele fluisterstem van z’n verleidelijke vrouwelijke collega Veronika Coassolo gaven elan aan die unieke beklemmende, grimmige sfeersound en muzikale potpourri. Op het podium leek Tricky in contact met iets bovenaards; hij maakte allerlei bewegingen met z’n armen en maakte rondjes met z’n hoofd. Als het ware een psychoticus, die af te rekenen had met z’n eigen demonen. Tricky ging zelfs helemaal uit z’n dak, ondanks de beperktheid in het stappen, want hij zat met z’n been in verband.
Hij liet ons proeven van het recente ‘Knowle West Boy’ en putte naast enkele tracks van z’n debuut ‘Maxinquay’ (’95) uit z’n rijkelijk gevuld oeuvre.
Net als Portishead eerder dit jaar onderstreepte Tricky de muzikale evolutie van de triphop in een scherper, weerbarstig, voller meer ‘jumpend’ rockconcept. Een totale andere Tricky dan op Pukkelpop, maar het bevestigde nog maar eens z’n grillige persoonlijkheid en mans stemming …

Eigenlijk begon het allemaal redelijk basics, met de vertrouwde logge, monotone beats en rockende adrenalinestoten in een donker lichtdecor. Tricky sleepte ons eerst mee in dit ritme, maar gaf gaandeweg frisse, variërende wendingen. En de sfeer zat er goed in. We hoorden krachtige versies van “Excess”, “Black steel” , een snedig trippende “Puppy toy” en een donker dreigende “Past mistake”. “Where I’m from” en “Overcome” hielden nog even die spanning aan , maar vanaf het uitgesponnen “Girls” schoot Tricky met z’n band op scherp.
En toen iedereen op dreef kwam, hield Tricky er plots mee op, maar in de toegift (die btw meer dan een uur duurde!) hadden ze een metamorfose ondergaan. Tricky zette ons op het verkeerde been: het sfeervolle materiaal van op plaat kreeg een krachtig rockend concept, onverwachts avontuurlijke wendingen, gingen van zacht naar hard en werden lang uitgesponnen, omfloerst door strakke drumpartijen, een repeterende, diepe bas, een snedig gitaarloopje en hiphop/elektronicacollages; wat een apotheose, waarvan elke song z’n impact en emotie had, en één voor één een hoogtepunten waren. We noteerden: “Money greeding”, “Coalition”, “Cross to bear” en “Council estate”.
Alsof dit nog niet genoeg was, nodigde de toetsenist ons uit het podium te betreden; in een sober lichtdecor vatten ze een originele “Ace of spades” aan van Motörhead , en toen de roadie de drums hanteerde op “The money I fear”, speelde Tricy en de zijnen (met het publiek naast hun zij) een langgerekte jam, waarin we ergens een overgang hoorden naar “So slow”. “Overcome” mocht in het vertrouwde triphoplandschap de ronduit lekker klinkende, chaotisch gecontroleerde, opwindende en afwisselende set besluiten.

Net als geestesgenoten Portishead hield Tricky meesterlijk de kroon op zich binnen deze unieke stijl. Meesterlijk! Op handen gedragen en terecht enthousiaste reacties.

Organisatie: CC Luchtbal ism Trix, Antwerpen

Pagina 308 van 338