logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
dEUS - 19/03/20...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 06 november 2008 01:00

Smoke

White Williams is de band rondom Joe Williams uit Cleveland. Als jonge snaak ooit begonnen als drummer, stoeide hij intussen met computer, laptop en toetsen, wat hem uiteindelijk bracht tot de huidige indiepop.
We horen op het debuut frisse en dromerige pop, aanstekelijke melodietjes, sfeervolle, zalvende dansbare beats, dwarrelende geluidjes en experimentjes, met een vleugje nostalgie. Williams brengt bands als Hot Chip, Vampire Weekend, The Rapture en The Klaxons samen met een retro T-Rex. Leuke nostalgie met eigentijdse ritmes dus.
Hij heeft met z’n band een leuk en prettig in het gehoor liggend debuut uit. “Headlines”, “In the club”, “The shadow “en “Route to Palm” zijn veelbelovende poppy songs, die Williams de kans moeten bieden door te breken!

donderdag 06 november 2008 01:00

Life Processes

Het Britse I Forward Russia trad een paar jaar terug in de voetsporen van Bloc Party met hun arty postpunk: strakke en scherpe gitaren, een groovend pompend (electro)beatje en de hoge vocals van Tom Woodhead. Het kwartet onderstreept een gevarieerde,  avontuurlijke aanpak, brengt onverwachtse wendingen aan en beschikt over een ideeënrijkdom met een poppy ondertoon. Maar de band verkreeg maar een matige respons op hun debuut en live optredens.
De tweede cd ‘Life Processes’ bevat opnieuw die muzikale creativiteit van postpunk, Britpop en synthi. In het eerste deel klinkt de elektronica door met songs als  “Welcome to the moment (the rest of your life)”, “We are grey matter” en “A prospector can dream”. Vervolgens is er sprake van een dynamisch rockend kwartet en zijn ze eerder een opwindende en optimistische versie van I LikeTrains, zoals op “Don’t reinvent what you don’t understand” en “Gravity & heat”. Op het afsluitende “Spanish Triangles” benaderen ze het best deze band en Elbow door de slepende melodie, het gitaarspel en de meerkorige zang. “Some buildings” en “Breaking standing” op hun beurt zijn opbouwend en geven een fris, sprankelende indruk. Op het intieme “Fosbury in discontent” was het net alsof Amanda Palmer van The Dresden Dolls op piano langskwam.
”Life Processes” is een overtuigende plaat en mag hopelijk de weg vrijmaken voor het succes waar I Forward Russia recht op heeft.

We maakten onlangs kennis met de onvolprezen Amerikaanse band Shearwater uit Texas. Shame on me, want ze hebben al vijf platen pareltjes van songs afgeleverd en bewegen zich binnen de alternatieve indiefolk/americana. Will Sheff en zanger/componist Jonathan Meiburg, spil van Shearwater, zaten in Okkervil River (die trouwens vorige week in ons land waren) en kwamen de nieuwe plaat ‘Rook’ eventjes in de spotlights plaatsen. Eventjes? Inderdaad, het merendeel van die plaat kwam aan bod en ze speelden een ultrakorte, gevarieerde set van kleurrijke ontroerende, ingetogen songs.
De teksten van Shearwater zijn doorspekt van natuurbeelden, want Meiburg is behalve muzikant ook nog vogeldeskundige. (btw Shearwater staat voor stormvogel!).
Een uitgebreid instrumentarium hadden ze meegebracht voor een sfeerscheppend geluid, want naast gitaar, bas en drums , kregen nummers kleur door toetsen, piano, xylo, banjo en trompet. En ze hadden strijkstokken mee, die ze over hun instrumenten en over een speciaal metalen kop lieten schuren.
De set zat vernuftig in elkaar: de intieme opener “On the death of the waters” op piano, onder de helder, indringende hoge vocals van Meiburg (denk aan Jeff Buckley en Bon Iver), het subtiele en sfeervolle “Leviathan, bound” spaarzaam begeleid op cello, xylo, piano en een soort speciaal houten plaat met staafjes en het broeierige “The snow leopard”, die werd ingeleid door de soundscapes van “South col”, had een intense opbouw en klonk gaandeweg krachtiger.
De drummer nam een glansrol in op het sfeervol, dromerige “Home life”. En tenslotte werden we meegezogen door het stevig rockende “Century eyes”. Meiburg zong alsof z’n leven er van af ging. De band werd warm onthaald door een bijna volle Rotonde. “Lost boys”, één van de sterkste songs op die nieuwe plaat, ontbrak niet.

Shearwater slaagde in hun trektocht doorheen het tot de verbeelding sprekend herfstig decor. Maar de trip was te kort, veel te kort, om van al die kleine elementen te genieten en te proeven die op ons afkwamen. Shame on them!

Het uit Seattle afkomstige trio The Dead Science aka Baby Dee, een Morrissey/Isaak lookalike, overdonderde met z’n twee kompanen door een potje rauwe, zompige bluesrock te spelen. Songs die van hard naar zacht gingen, onverwachtse wendingen hadden en uptempo konden klinken. Een intrigerende sound vol dwarrelende kronkels en stemveranderingen (= ‘Antony Hegarty (van The Johnsons) sitting on a vibrator stem’) waarbij de band verwant was aan het oude Cave’s ‘The firstborn is dead’, G Love, Spain en het onvolprezen Lift to Experience. Naast eigen materiaal hoorden we een schitterende versie van Terence Trent D’Arby’s “Sign your name”. Ergens las ik dat de band galoppeerde in onvervalste cowboystijl in een muzikale prairie. Inderdaad, met deze is dit beeld bevestigd van het beloftevolle The Dead Science.

Organisatie: Botanique, Brussel

vrijdag 07 november 2008 01:00

In de voetsporen van haar grote folkdames

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 30 oktober 2008 01:00

Punkara

De Londens Pakastani Asian Dub Foundation grijpt met deze recente cd terug naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak terug meer door. Hun crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno klinkt aanstekelijk , groovy, dansbaar en opwindend. Ze houden een vinger aan de wonde van anti racisme, mensenrechten en de oorlog in Irak.
De combinatie bewustwording – muziek blijft iets unieks van dit gezelschap, dat al ruim dertien jaar bezig is. We horen een mooie afwisseling met strakke nummers als “Target practise”, “Burning fence”, “Ease up Caesar” en “Living under the radar”, die soms voorzien zijn van een krachtiger en gierende gitaarloop. Kleur krijgt de plaat door de zalvende Indiase etno beats en percussie op “Speed of light”, “Stop the bleeding” en de instrumentals “Soca” en de “Bride of Punkara”. Enkele de reprise van Iggy ’s “No Fun” is de misser van deze ‘Community’ band, die met ‘Punkara’ tekent voor een erg gevarieerde, kleurrijke plaat.

’For the consciousness of the nation’ is één van de zinsnedes gegrift in m’n geheugen. Het is afkomstig van de Londense Pakistani Asian Dub Foundation die medio de jaren ’90 sterk voor de dag kwamen met hun politiek geladen geëngageerde teksten (anti racisme en mensenrechten!) en hun gebalde, opwindende en dansbare crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno. Samen met Nitin Sawhney, Talvin Singh, Transglobal Underground, Cornershop, Loop,Guru , Senser en Natacha Atlas waren zij de smaakmakers van deze Indiase scene.

De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak op de vorige platen, terug meer door op het recente ‘Punkara’, die teruggrijpt naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). Bizar genoeg wordt de plaat door de Vlaamse media links gelaten. Samen met de twee MC’s, de ruimte voor instrumentals en de combinatie bewustwording –muziek, bezorgden ze ons een fijn en gezellig avondje dansplezier en ‘music with brains’! Elk van de leden kreeg ruimte om ‘hun ding’ te kunnen doen, wat net de sterkte is van dit worldcollectief.

Al een paar weken was het concert ‘sold out’; de band wordt alvast door onze Franstalige vrienden sterk ontvangen. De trancy soundscapes van “Bride of Punkara” was de aanzet van de bijna twee uur durende set. Het kwintet balanceerde tussen de strakke sound van songs als “Take back the power”, “Living under the radar”, “Target practise” en “Burning fence”, die voorzien waren van krachtige soms gierende gitaarloops en een diepe bas, en de ‘old school’ van “Riddim’”, “Rise to the challenge” en “Speed of light”, die kleur hadden door etno, zalvende beats en een intrigerende percussie.
Hun ongedwongen enthousiasme werd sterk geapprecieerd. Ze betrokken aanhoudend hun fans bij de nummers, die zich maar al te graag lieten gaan op die zalvende worldsound, hun rockaanpak en hun stevige beats.
De percussionist kwam in de schijnwerpers op de instrumentals “SOCA”en “Taa deem”, hun eerste ooit verschenen nummer. “Fly over” was samen met het afsluitende “Oil” de singalong, en op “Super Power” klonk men als het Indiase Public Enemy. In de bis speelden ze een schitterende versie van “Buzzin’”, die een sterke opbouw had en doordrongen was van trance.
En tenslotte kon ”Fortress Europa” niet ontbreken, de aanklacht tegen het VB en een oproep naar gelijk(waardig)heid. Het waanzinnige publiek kon de band nog overhalen om hun “Rebel warrior” in een aangepaste muzikale outfit te spelen; de ganse massa stond te springen op deze instant klassieker!

Kijk, Asian Dun Foundation tekende voor een energiek en dynamisch concert, waarin de band hun roots voor etno behoudt. Hun ‘Community Music’ heeft een rechtvaardig plaatsje in ons hart …

Organisatie: Botanique, Brussel

 

woensdag 29 oktober 2008 01:00

Keane: warm onthaald en geslaagde comeback

Het Engelse Keane uit Kent beet na een troosteloze periode terug sterk van zich af met een hartverwarmende set, de steun van het publiek en een boodschap van hoop, liefde en vertrouwen. Ze waren onder de indruk van de respons. Een geslaagde comeback en aftrap van hun wereldtournee!

Als trio braken ze door met het debuut ‘Hopes & Fears’, melodieuze poprock met aanstekelijke refreinen, te situeren binnen de muzikale noemer van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Partrol en Starsailor. De sound wordt bepaald door het intense en bedreven pianospel van Tim Rice-Oxley en de helder melancholische stem van Tom Chaplin. Met hun ontroerend en dromerig materiaal verkregen ze meteen een wereldstatus. Maar na het tweede meeslepende ‘Under the iron sea’ stond de band bijna op springen door de wisselende gigs, deels veroorzaakt door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Chaplin. De frisse, bezielde optredens en het sympathieke imago verdwenen als sneeuw in de zon.
Op de onlangs verschenen derde cd ‘Perfect symmetry’ horen we een herboren band en zanger. De band zwoer de pianoballads deels af en naast Rice-Oxley, Hughes en Chaplin, beschikt Keane over een vierde vaste lid, bassist Jesse Quin. Hun subtiele pop kreeg een breder concept door een krachtiger rocklijn, en soms zijn ze eerder een synthband door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps. Een louterende, zalvende plaat, ook al zijn niet alle songs even boeiend en toegankelijk door de mindere opbouw.
Keane zorgde voor een overtuigende performance door de (betere) nieuwe songs mooi in te passen in de gekende romantische songs. De gevarieerde aanpak had impact op het van alle leeftijden publiek. Maar meer fans zullen ze wel niet winnen!
Onze verbazing was groot toen Chaplin meteen de gitaar omarde, en met “The lovers are losing in” het concert op gang trok; op het rockende “Again & again” en “Pretending that you’re alone” namen de bassist en hijzelf een prominente rol in. Hoogtepunt vormde “Bend & break” hierin, die Chaplin alleen aanvatte op akoestische gitaar en werd gedragen door z’n rakende stem. Trouwens, het viel op hoe sterk Chaplin bij stem was en wat voor een uitstekend zanger hij wel kan zijn. De dramatische tics van vroeger liet hij achterwege.
De respons was groot op het emotievolle materiaal van de twee vorige cd’s: de hapklare pop van het dromerige en broeierige “Everybody’s changing”, “Nothing in my way”, “Somewhere only we know , “This is the last time” en “Crystal ball” stemden ze perfect af op de titelsong van “Perfect symmetry” en de  ‘woohwooh’ meezinger “Spiralling”. Zelfs het avontuurlijke op ‘80’s synthi gebaseerde “You haven’t told me anything” (bepaald door elektronica, beats, bleeps en een trom) bleef overeind en klonk gestoffeerd en bevallig.
Ze voorzagen net als bij Coldplay een ‘unplugged’ moment, waaronder een sobere “Try again”. Het intieme “Love is the end” kon na anderhalf uur de set besluiten. Een pakkend sfeervolle “Atlantic” vatte de bis aan, het opbouwende “Isn’t it any wonder” klonk verschroeiend en tenslotte stuurde de emotievolle ballad “Bedshaped” ons tevreden richting huiswaarts!

Het Gentse Barbie Bangkok, rond zanger Tom Goethals en drummer Laurens Smagghe, mocht op de laatste knip de avond openen. In 2004 haalden ze de finale van Humo’s Rock Rally (toen The Van Jets wonnen btw!). Na de EP ‘Oh My God’ verscheen onlangs hun debuut ‘People & Geometry’. Hun catchy popsongs klonken snedig en de single “New Delhi” ondersteunde de frisse, relaxte aanpak!

Organisatie: Live Nation

dinsdag 21 oktober 2008 03:00

Een magistraal The Last Shadow Puppets

We waren al onder de indruk van de samenwerking tussen de twee muzikale jeugdvrienden Miles Kane (The Rascals) en Alex Turner (Arctic Monkeys), onder The Last Shadow Puppets
Er is er totaal geen sprake van postpunk, want we horen zwierige en subtiel uitgewerkte georkestreerde ‘60’s pop. The Walker Brothers en The Beatles waren invloedrijk voor hun debuut ‘The age of the understatement’.
Een al lang op voorhand uitverkocht Koninklijk Circus was dan ook het uitgekozen plekje om het kwintet aan het werk te zien. Achter een flinterdun zwart gordijn stond een symfonisch orkest opgesteld; de dirigent maande z’n orkestleden aan in een rood/blauwe gloed. De ingenieus gevarieerde, dromerige popcomposities kregen kleur, warmte en diepte. Songs die het zang –en compositorisch talent van het duo onderstreepten en pasten in een nieuwe ‘007’-film of in een moderne spaghetti western van onder het stof zittende cowboys, huppelende paarden, whiskey en ‘red beans’.

Van een ‘fxx British Oasis mentality’ was er geen sprake, ze drukten de eerste rijen jonge meisjes aan het hart, wat het gegil nog deed toenemen. Als een volleerd McCartney- Harrison duo trokken Turner –Kane meteen de aandacht met “In my room” en  hun eerste impressionante single en titelsong van de cd “The age of the understatement”. Het semi-akoestische gitaarspel, de toetsen en de bezwerende soms krachtige drums waren in harmonie enerzijds met de strijker- en blazersectie, anderzijds met de afwisselende vocals of de perfect op elkaar afgestemde zang. De blazers leidden “Calm like you” in en door de zalvende strijkers kreeg het nummer duidelijk een bombastisch tintje; “Black plant” klonk binnen deze muzikale noemer wat gewaagder.
We zagen een lachbekkende Kane en een nonchalante Turner, die weliswaar in een wansmakelijk Engels dialect hun stijlvolle, flitsende songs aan elkaar praatten. Anderhalf uur lang intrigeerde dit grappende duo het publiek. In een wervelwind speelden ze een poppy “Only the truth”, een steviger klinkend “Separate & ever deadly” en een sfeervol bombastisch “My mistakes were made for you”; wat ze mooi afwisselden met enkele opmerkelijke covers: het sensueel zwoele “Paris Summer” (van Nancy Sinatra /Lee Hazelwood) met de zangeres van de support Ipso Facto, een rauw gespeelde “She’s so heavy” van The Beatles’ “Abbey Road” en Leonard Cohen’s “Memories” (die net dezelfde avond voor een tweede concert optrad in Vorst Nationaal!) in de bis. En de dreigende b- kantjes “Gas danse” en “Hang the cyst” bevestigden het talent van het duo.
De magistraal ongedwongen speelsheid besloten ze overtuigend met een handvol fijnzinnige songs: “The heat of the morning”, “Time has come again” en “The meeting place”, die telkens een zwierige flirt meekregen. En tenslotte kreeg het afsluitende “Standing next to me” krachtige “oohs” en “aahs” mee.

The Last Shadow Puppets liet de festivalzomer in ons landje totaal links, maar sloegen met verstomming door een bikkelhard in te lijsten clubconcert.

Het vrouwelijke kwartet Ipso Facto had veel mee van Ladytron door hun ‘80’s sound, de zwart gehulde avondkledij en koele image. Hun bezwerende rockende wavetrip had een donker dreigende ondertoon, maar klonk achterhaald en kon maar matig boeien!

Organisatie: Live Nation

donderdag 16 oktober 2008 03:00

Chemical Cords

Het Britse Stereolab brengt al 15 jaar lang een vertrouwde psychedelische poptrip, onder de onderkoelde zang van Laetita Sadier. Sadier blijft een productief beestje, want de naast de band is ze nog bezig met een eigen project Monade.
We horen doorsnee dromerig, repetitief opbouwende songs bepaald door elektronica, piano, bleeps en strijkerpartijen, een zweverige zang en “Oohaahs” in de backing vocals, zoals op “Neon beanbag”, “One finger symphony”, “Self portrait with electric brain” en “Daisy click clack”. Een aangenaam tussendoortje is het instrumentaal krachtige “Pop molecule”. En op “Valley hi!” en “Silver sands” heeft een poppy geluid de bovenhand. De elektronica soundscapes en de in het Franse gezongen nummers van Sadier dompelen ons onder in een typisch ‘50’s Franse film sfeertje.
Binnen de indie/popelektronica weet deze band door de jaren nog steeds varianten aan te brengen, waardoor Stereolab z’n aanstekelijk fris karakter behoudt.

zaterdag 18 oktober 2008 03:00

Hartverwarmende The Cranes

Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison. Ze debuteerden op een Belgisch podium tijdens het toen fel gesmaakte Futuramafestival in de Brielpoort te Deinze. Een mooie toekomst was hen weggelegd, want ze speelden voor uitverkochte clubs met de platen ‘Forever’ en ‘Loved’, medio de jaren ‘90. De sound klonk breder en krachtiger, maar behield de donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van instrument en stem.. Na ‘Population’ uit ‘97 verloren we deze onwennig aanvoelende broer –zus band wat uit het oog.

Onlangs verscheen hun titelloze nieuwe plaat, waarbij het sprookjesachtige geluid niet verloren ging, maar wat achterhaald en minder beklijvend klonk. En toch zagen we anderhalf uur lang een goed spelende band, die in de eerste vijf nummers werd geconfronteerd met technische problemen: de bas dreunde en de stem van Alison ging totaal de mist in. Een teneur voor songs als de dromerige waverockers  “Clear” en “Jewel”, en de sfeervolle - met elektronica soundscapes nota bene - “Vanishing point” en “Future song”. Vanaf “Worlds” zat alles goed; de lieflijke intens broeierige nummers “Wires”, “High & low” en “Sunrise” kwamen goed uit de verf.
Broer/zus Shaw en hun band genoten van de respons. De bassist en de gitarist hadden het duidelijk ook naar hun zin en zochten het gepaste evenwicht met de elektronica en het subtiele of het meer uptempo werk: van het intieme “Far away”/ “Collecting stones” (stem –pianotune) tot het snedige “Adrift”, wat hoogtepunten waren in de set.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis: van het ingetogen, sober gehouden “Here comes the snow” naar de lome , slepende beats van “Flute song” tot het rockende “Everywhere” (doorbraak van de groep in ’93 trouwens!) en het repetitief opbouwende “Paris & Rome”. In het akoestisch toongezette “Tangled Up” werd de elfjeszang van Alison onderstreept en in een golf van een galmende gitaarsound besloten ze en verve.

Geen verbazingwekkende set, maar voor wie wou weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, waren The Cranes geen onaardige band waar het zaadje ontkiemde…

Support was Cecilia: Eyes, die ons onderdompelden in een hallucinerende postrock trip: boeiend, fris en aanstekelijk door de opbouw en de tempowisselingen, van traag, slepend naar een meer krachtige aanpak en distortion. Beloftevol bandje die geestesgenoten naar de kroon stak …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Pagina 158 van 180