logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Kreator - 25/03...
CD Reviews

Arno

Santeboutique

Geschreven door

Opnieuw John Parish als producer was een berekende zet voor Arno. De Brit had al degelijk werk geleverd op ‘Human Incognito’ uit 2015. Net als bij Thou, PJ Harvey en Giant Sand eerder in zijn carrière kan Parish het beste uit een artiest of band halen zonder ze in de richting van hits te duwen. Op ‘Human Incognito’ stonden geen hits, zelfs nauwelijks singles die naam waardig. Dat schept vertrouwen bij een artiest. Ook voor ‘Santeboutique’ had Parish met misschien maar weinig moeite Arno makkelijk naar hits kunnen duwen. “Oostende Bonsoir” had met een iets luchtiger toon en iets meer drive een tweede “Les Filles Du Bord De Mer” kunnen zijn, maar Parish houdt het bij bedeesde blues met een ondertoon van grijs chagrijn. Hintjens houdt van de stad en de zee, maar ergens wringt het toch ook, misschien omdat de erkenning van Oostende voor ‘le plus beau’ zo laat kwam. Als “Oostende Bonsoir” alsnog een hit wordt, is het meer te danken aan het respect van de fans dan aan de greep van de producer op Arno.
Zo ook zou de vrolijke gekte van “Les Saucisses De Maurice” zeker nog iets meer grinta kunnen verdragen en was het makkelijk geweest om de TC Matic-track “They Are Coming” helemaal in dat hoekige retro-vakje te stoppen, maar Parish blijft netjes op de achtergrond. Arno krijgt de vrije hand in zijn lyrics en andere capriolen, maar het is de band die terecht in de spotlights gezet wordt door de producer door heel knap te spelen met de mix. Daarin toont de ploeg achter het fenomeen Arno dat evenwicht heel belangrijk is in de speeltuin van Arno.  Hij klonk nog nooit zo modern als op titeltrack “Santeboutique” en toch is het Arno met een hoofdletter en zelfs in het vet.
De eerste helft van ‘Santeboutique’ is de spannendste, met uitblinkers als “They Are Coming”, “Santeboutique”, “Les Saucisses De Maurice” en “Oostende Bonsoir”. Op de tweede helft liggen de parels veel minder voor het oprapen. “Ca Chante” hint ook nog wel naar TC Matic, maar kan niet overtuigen. “Lady Alcohol” is een gemiste kans. We hadden veel meer verwacht dan een reeks triviale algemeenheden als Arno zijn relatie met de fles uit de doeken doet. De band probeert muzikaal nog de meubels te redden, maar slaagt maar half.  Het bij momenten valse gebrom van Arno op “Court-Circuit Dans Mon Esprit” had een trage, breekbare en openbarende song moeten worden, maar vele fans zullen alleen plaatsvervangende schaamte voelen. ‘Save Me’ zingt Arno op die track, maar producer noch band gooien de reddingsboei. De donkere rock van “Tjip Tjip C’est Fini” maakt al iets goed, zeker met die episch-rockende finale, terwijl afsluiter “Flashback Blues” dat handvol mindere tracks meteen doet vergeten.  Met Arno op mondharmonica zit het meestal goed en bovendien maakt hij zich hier nog eens ouderwets boos op een bedje van zijn typische Eurorockblues. 
‘Santeboutique’ leert dat Arno nog niet met pensioen moet. Niet alles wat hij aanraakt is goud, maar dit album bevat meer songs die we ons binnen 10 jaar nog zullen herinneren dan ‘Human Incognito’. 

Wigbert Van Lierde

Wij Twee

Geschreven door

Wigbert Van Lierde is een artiest die ondanks zijn jaren dienst teveel onderschat is geweest. Nochtans heeft de man ondertussen klassiekers uitgebracht zoals “Ebbenhout Blues” en verleende hij zijn diensten aan Jo Lemaire, Axelle Red en Paul Michiels of maakte hij deel uit van gelegenheidsgroepen als Zakformaat XL - met Kris De Bruyne en Patrick Riguelle. Wigbert debuteerde solo met een prachtige plaat 'Ticket in de Nachtkastla', een parel van een Nederlandstalige aan kleinkunst gelinkte schijf die we iedere liefhebber van dat genre ten stelligste kunnen aanraden.
Met 'Wij Twee' brengt de man zijn ondertussen zesde plaat op de markt. Het is wederom een prachtig pareltje geworden, waarvan elke kleinkunst liefhebber prompt een oorgasme krijgt.
Vergelijk het met regendruppels die van een raam naar beneden glijden: je kunt niet voorspellen op welk punt ze onderaan zullen uitkomen. De muziek zoekt haar eigen weg. Wat eerst eenvoudig lijkt, kan plotseling complex worden omdat je op een groove, kleur of intensiteit botst die de song nodig heeft”, zegt Wigbert er zelf over. Die omschrijving klopt volledig.
Dat blijkt al uit die eerste song “Duinen”, een prachtige, eenvoudige song waarbij Wigbert de gevoelige snaar raakt. Iets wat ons trouwens doorheen de gehele plaat zal opvallen. Geen grote woorden, maar een warme aankleding die een gemoedsrust doet neerdalen over je hart, waardoor je een glimlach niet kunt onderdrukken. Voor de arrangementen kreeg hij de hulp van Vik Van Gyseghem (Tamino, Tristan), Domien Cnockaert (Mondingo en Hooverphonic) en Charlotte Jacobs (Seiren). Die vormen wellicht een grote meerwaarde aan het geheel, maar het is toch die warme uitstraling van Wigbert zelf dat ons het meest over de streep trekt.
Een lijn die hij verder doortrekt op songs als “Wij Twee”, “De Donkerste Nacht” - een lekker rockende song die op de dansspieren werkt. Of de daaropvolgende “Het Grote Gelijk” en “Altijd Beter”. Allemaal pareltjes die de stelling: '’schitteren in eenvoud’ meer dan eens in de verf zetten. Wigbert maakt van eenvoud iets magisch moois, dat je hart raakt en je ziel tot rust en kalmte brengt zoals weinigen dat hem hebben voorgedaan. “Het Kan Niet Langer Zo”, “Huilen Naar De Maan”, ''Tennis” en “Johanna/Joey” zijn dan songs uit zijn debuutplaat, die hij op een even gedreven wijze terug heruitbrengt als toen. Het geeft maar aan wat voor een uniek talent Wigbert was en nog steeds is.
Er klinkt weemoed uit de stem van Wigbert Van Lierde op zijn nieuwste schijf 'Wij Twee', maar nergens klinkt deze plaat depressief of doet ze pijn aan je hart. Eerder doet Wigbert een deugddoend gemoedsrust over jou neerdalen, binnen een zeer intens mooie en eenvoudige omkadering raakt hij een zeer gevoelige snaar. Net zoals alleen grote kleinkunsttovenaars dat kunnen
, tovert hij een glimlach op je lippen terwijl je een traan wegpinkt, wegzinkende in de zetel genietende van zoveel schoonheid dat op jou afkomt. Wigbert is een artiest die door zijn jaren dienst eigenlijk een topartiest zou moeten zijn, die overal hoge toppen scoort en volle zalen uitverkoopt. Het is hem gegund.
Maar zeer stiekem voelen we op deze plaat dat hij zich zeer comfortabel voelt in zijn wereld, waar hij zich voortbeweegt als een gelukkig vis in het water. Het optimisme waarmee Wigbert doorheen deze parel van een plaat, door de tranen van verdriet heen kijkt,  naar een grauwe wereld. Hij doet de zon schijnen in het meest donkere hart.

John Ghost

Airships Are Organisms

Geschreven door

John Ghost is een instrumentale jazzformatie uit Gent, bestaande uit Jo De Geest (elektrische gitaar, loops), Rob Banken (altsax, fluit, basklarinet), Wim Segers (vibrafoon, marimba, glockenspiel en percussie), Karel Cuelenaere (Fender Rhodes, buffetpiano, synths), Lieven Van Pée (basgitaar en “bowed guitar”) en Elias Devoldere (drums, marimba en ‘prepared glockenspiel’). Eén voor één muzikanten die binnen en buiten de grenzen van jazz hun sporen ruimschoots hebben verdiend. Debuutplaat ‘For A Year They Slept’ is ondertussen uitgegroeid tot een blijvertje. Met 'Airships Are Organisms' verlegt John Ghost ook weer meerdere grenzen waar geen grenzen zijn en doet die op de koop toe vervagen.
Eigenlijk is daarom de band het stempel 'jazz' opdrukken hen tekort doen. Want al vanaf het fijne “Deconstructing Hymns”, een pareltje van circa dertien minuten, voel je dat deze band uiteenlopende muziekstijlen perfect met elkaar verbindt door tot in het oneindige daarmee te improviseren. De band brengt op zijn tweede album ook zeer filmische muziek, je zou zo een retrofilmpje willen bekijken met deze bijzonder aanstekelijke muziek als 'Airships and Organisms' op de achtergrond. Het voortdurend experimenteren met geluiden zorgt er trouwens voor dat John Ghost jazz en aanverwanten letterlijk tot kunst verheft en daar mee wegkomt. De warme klanken bij “Disfunctional Rabbits: The Disfunction” en “Disfunctional Rabbits: The Rabbits” doen je wegdromen naar zeer verre oorden. Weer valt ons op hoe visueel de songs klinken, met de ogen gesloten wanen we ons al in een cinema. Ook uit “The Fallen Colony” en “Time//Traveler” blijkt nogmaals uit wat voor enkele uitzonderlijk getalenteerde muzikanten John Ghost bestaat. Virtuozen die eigenlijk, dankzij hun andere projecten, niets meer hoeven te bewijzen maar zich in dit project ten volle uitleven. Het zorgt voor een indrukwekkend kleuren palet, dat zowel de jazz- als rockfan zou moeten bekoren. Muzikanten die voortdurend buiten hun comfortzone treden, dat is hoe we de band eveneens zouden kunnen omschrijven. Dat wordt nog maar eens in de verf gezet bij het acht minuten lange “Drones For A Sunken Mothership”. Waar wederom die zeer filmische aankleding in het oog springt.
John Ghost haalt alles uit de kast om definitief zijn stempel te drukken op het jazzgebeuren, door net buiten die lijnen van jazz op avontuur te trekken en je een schijf aan te bieden die je vol bewondering doet kijken als een kind dat voor het eerst een regenboog ziet verschijnen. Zo eenvoudig, zo magisch maar vooral zo wondermooi.

Blues/Jazz
Airships Are Organisms
John Ghost
 

Behind Bars

Free At Last

Geschreven door

Ken je als metal- of hardcoreliefhebber het gevoel dat je voelt opborrelen om alles rondom jou plat te walsen tijdens het beluisteren van uw muziek? Die adrenaline die door je aders stroomt, telkens een razende riff of drumgeroffel ervoor zorgt dat je hersenpan wordt ingeslagen, waarna een vocale inbreng ervoor zorgt dat elk heilig huisje wordt omver gestampt? Nee, niet gewoon geduwd. Nu, dat is het soort gevoel dat wij moeten hebben bij het beluisteren van deze muziekstijl. En dat is wat een band als Behind Bars, ontstaan in 2015, ons voorschotelt. In 2018 stonden ze op Wacken Open Air in Duitsland en kregen ze eindelijk de erkenning die ze al lang verdienen. Ook wij waren danig onder de indruk van hun aantreden op Frietrock (Oud-Turnhout) . Het verslag kunt u hier nog eens nalezen (http://www.musiczine.net/nl/festivalreviews/item/75609-frietrock-2019-wie-het-kleine-niet-eert-is-het-grote-niet-waard.html )
De band brengt een nieuwe schijf op de markt: 'Free At Last'. En zet daarop die ingenomen stelling nogmaals in de verf. “Full of Hate” is al een eerste uppercut, recht in je gezicht, waardoor je prompt tegen de vloertegels wordt gekeild. En dan zijn we nog maar aan de start van deze straffe plaat gekomen. Na “Taken” is er ook plaats voor twee songs “No More Lies” en “Six Feet Deep” live vanop Wacken Open Air 2018. Waar de band bewijst vooral live zich voort te bewegen als een losgeslagen meute bloedhonden die bloed hebben geroken en niet meer ophouden tot als rondom zich is platgereden.
Behind Bars heeft ondertussen zeer veel ervaring opgedaan om de aanhoorder doorheen te schudden. Dat komt ook terug op de daarop volgende songs als “Forgotten”, “Losing Ground” tot “No Way Out”. Het is de rode draad op de volledige schijf. Uiteraard is dit de grote verdienste van een samensmelting van verschillende elementen. Zoals gitaar/baslijnen die dieper snijden dan een vlammend zwaard. Of een drummer die zijn drumvellen zodanig hard vermorzelt dat dat aanvoelt als mokerslagen op je hersenpan. Echter is het de vocale inbreng van zanger Seth Vanleene die zodanig verschroeiend klinkt dat je uiteindelijk tot waanzin wordt gedreven.
Die energieke aanpak op het podium, waardoor we letterlijk werden omver geblazen, het keert eveneens over de hele lijn terug op deze plaat. En dat is toch zeer opmerkelijk. Want naar onze ervaring komt metal/hardcore op torenhoog niveau nog het best tot zijn recht eens het op een podium wordt gebracht. Uiteraard is dat bij Behind Bars eveneens het geval. Maar met 'Free At Last' bezorgt de band ons datzelfde gevoel in de onderbuik dat we voelen als de band dus podia onveilig maakt. Met als gevolg? Ook de huisraad in onze woonkamer moet eraan geloven, dankzij het voortdurend uitdelen van verschroeiende mokerslagen die door onze strot worden geramd. Puurder dan dit kan omver duwen van heilige huisjes niet klinken.
Tracklist: Full Of Hate; Taken; No More Lies (Live at Wacken Open Air 2018); Six Feet Deep (Live at Wacken open Air 2018); Forgotten; Losing Ground; Hypocrisy; No Way Out; Never Back Down; Punishment; Castles of Gold; Predator

K@

Sexy Motherfokker EP

Geschreven door

K@ ofwel Katrien Van Tichelen is een Antwerpse singer-songwriter, gitariste en pianiste die toch al een paar jaartjes door muziekland trekt om haar muziek aan de man/vrouw te brengen. Katrien is iemand die zeer eigenzinnig te werk gaat en zich dus niet laat vastpinnen op een genre of de weg laat dicteren. Dat siert haar. Op 22 september kwam een EP op de markt, 'Sexy Motherfokker', die alle aspecten van deze bijzonder veelzijdige artiesten uit de doeken doet.
Het catchy “Sexy Motherfokker” is zo een song die je prompt meezingt, door de aanstekelijke wijze waarop het wordt naar voor gebracht. Maar daar houdt het niet mee op. Katrien kan ook gevoelige snaren raken door haar zeer veelzijdige stembereik. Zoals bij het wondermooi “Helping Never Really Helps” blijkt. Terwijl ze op “Solve It Bitch” haar punkkant laat zien, kan ze dus ook teder en gevoelig je hart diep raken. Zulke vrouwen daar houden wij van. Ze laat zich goed bijstaan door Geet Vanbever (gitaar) en Luc Waegeman (bas/drum) op deze EP, maar vooral trekt Katrien alle aandacht door haar bijzondere veelzijdige uitstraling naar zichzelf toe. En zo hoort het ook. De remixen van die aanstekelijke song 'Sexy Motherfokker' zijn een fijne toevoeging, niets meer en minder.
Vooral blijft ons echter bij dat K@ een muzikante en zangeres is die met haar stem en uitstraling zowel gevoelige snaren kan raken, als door een lekker punkattitude net ervoor zorgt dat menig heilige huisjes sneuvelen. We houden niet van vergelijkingen maar enige sterke vrouwelijke zangeres die ooit binnen die muziekwereld hetzelfde heeft gedaan, en daarmee weg kwam of nog steeds komt halen we ons prompt voor de geest.
K@ is vooral een eigenzinnige artieste die een visitekaartje aflevert waaruit blijkt dat ze van enorm veel markten thuis is, en duidelijk haar eigen gang gaat zonder opkijken. Het voortdurend schipperen tussen ruw, rauw en enorm breekbaar trekt ons op deze EP nog het meest over de streep. Katrien Van Tichelen is dan ook een singer-songwriter om in het oog te houden naar de toekomst toe. Op basis van deze gevarieerde en aanstekelijke EP voorspellen we haar dan ook een gouden, eigenzinnige toekomst. Zeker weten.

Riah

Autumnalia

Geschreven door

De uit Italië afkomstige postrockband Riah werd opgericht in 2015. De band combineert de zwaardere postmetal met dromerige atmosferen, die je vaak terugvindt in pure postrock. In 2018 begon de band aan het debuut 'Autumnalia' te werken. Riah zegt er het volgende over: "Our music starts with the idea that autumn is not the ghost of death that crawls on summer's path, but it's the very chance to re-start, to die and to rise as a new being, a new spirit, a new mind.” en ook '' a mixture of beauty and brutality".
Dit laatste blijkt al uit die prachtige, negen minuten lange “Melancholia”. De titel is trouwens het juiste woord om de song te omschrijven, je wordt er prompt melancholisch van. De band verstaat inderdaad de kunst om rauwe, verschroeiende riffs te brengen die aanvoelen als botte bijlen die je lijf doorklieven. Ze combineren die met intens mooie en intieme rustmomenten waardoor je onder hypnose gebracht, zen wordt, om daarna weer een oorverdovende mokerslag uit te delen, die aanvoelt alsof je hersenpan wordt doormidden gekliefd. Net dat in golvende bewegingen je een gevarieerd aanbod bieden tussen uiteenlopende emoties, is niet alleen de rode draad op de schijf. Het trekt ons het meest over de streep.
Vervormde melodieën, optrekken van geluidsmuren en voldoende intense rustpunten om te verpozen treffen we ook aan op “Dastin” een kortere song, die de voorbode vormt voor “Il Sogno Del Buio” waar die vrij emotionele en zeer persoonlijke muziek wordt uitgekleed en ontleed tot je ook als aanhoorder jezelf voelt wegdrijven naar die bijzonder veelzijdige wereld van Riah. Pijn en vreugde liggen altijd nauw verbonden, ook in de muziek. Dat laatste zet de band verder in de verf op zeer lange kleppers als “Luce” en “Taedium Imperat”. Telkens kleppers van rond de negen minuten lang en toch voelt het aan alsof die maar enkele seconden duren. Net doordat Riah door middel van zoveel tempowisselingen je aangenaam weet te verrassen en daardoor bij de les houdt.
Uniek zijn in het genre is bijna onmogelijk. Meestal worden zulke bands vergeleken met grote voorbeelden. Ook bij Riah horen we een streep Russian Circles  passeren of komen bands als Cults Of Luna ons voor de geest.
Hoe typisch binnen het genre dit debuut ook mag zijn, we worden op ruwe wijze doorheen geschud maar door de zachtmoedige stukken voelen we ook een intensieve, lichtjes dreigende ondertoon neerdalen die de rust in ons bange hart telkens doet terugkeren. Echter is Riah vooral een typische postrockparel die op zodanig hoogstaand niveau staat te soloren dat ze niet moeten onderdoen voor die grote namen, integendeel. Net door een zo gevarieerd pareltje aan te bieden, met vele golvende bewegingen en tempo wisselingen daaraan toegevoegd zal de internationale erkenning, die ze zeker verdienen, niet lang op zich laten wachten.

Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Stig Sjøstrøm

Hustle & Flow

Geschreven door

Wat gebeurt er als je uitzonderlijk getalenteerde meesters in hun vak samen brengt? Dan ontstaat er een magie waarbij alle mogelijke grenzen worden overschreden.. Vidar Busk (gitaar, vocals), Daniel Eriksen (gitaar, vocals) en Stig Sjostrom (drums, percussie),  een trio doorwinterde topmuzikanten brengt met ‘Hustle & Flow’ een heel knap debuut uit waarop blues wordt uigekleed, ontleed en in een nieuwe verpakking gestopt alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Bovendien kruidt de band deze aanpak met de nodige rock-'n-roll waardoor niet alleen ons blues- maar ook ons rockhart wordt geraakt.
Dat deze muzikanten al heel wat blueswatertjes hebben doorzwommen merken we reeds bij de eerste song “Six Strings Down”, een song die langzaam op gang komt, maar openbloeit tot een climax die aan je ribben kleeft. Blues zoals blues moet klinken dus. Rauw en energiek wordt perfect verbonden met gezapig de gevoelige bluessnaar raken.
Elk van de artiesten binnen dit project leven leeft zich duidelijk volledig uit op deze schijf. Improviseren met het genre, dat is wat we te horen krijgen bij songs als “Oh Mama” waar plots ook wordt geflirt met pure rock-'n-roll, waardoor de band dus weer een andere grens aftast en verlegt. De ene keer rauw en gedreven, de andere keer zachtjes, erg bluesy en soulvol de gevoelige snaar raken is de rode draad doorheen deze volledige schijf. Luister maar naar het zeer aanstekelijke “Drive On” of “I Love You” - een pakkend mooi liefdeslied.  En hoor de magie die blues zo bijzonder maakt letterlijk uit de boxen loeien.
Vidar, Daniel en Stig spelen geen blues, ze leven die muziekstijl en doen de luisteraar weg weifelen naar die andere bluesoorden waar het steeds fijn vertoeven is. Telkens gebruikt dit trio elk aspect uit die blues tot in het oneindige, en voegt dat dus emoties aan toe en potjes rock-'n-roll.
De perfectie wordt over de gehele lijn overschreden op deze knappe schijf. De vocale capaciteiten mogen dan Hemels zijn, we horen dus vooral topmuzikanten bezig die blues zodanig intensief op je boterham smeren, dat je er nooit genoeg van krijgt. Afgesloten wordt met een zeer mooie instrumentale vorm van “Drive On” waaruit nog maar eens de virtuositeit van de muzikanten in deze band blijkt.
Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Sjostrom brengen met 'Hustle & Flow' de perfecte bluesplaat uit, kruiden die met voldoende rock'n'roll-tinten en gieten daar een soulvolle saus over. Zodat het goedje smaakt naar meer van dit. Je voelt de neiging dan ook opkomen deze bijzondere parel meerdere keren te beluisteren. Zo aanstekelijk raakt dit trio je op verschillende uiteenlopende plaatsen in je blueshart. Machtig!

Blues/Roots/Jazz

Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Sjostrom
 

Strung Out

Songs Of Armor And Devotion

Geschreven door

‘Songs Of Armor And Devotion’ is een sterk album van de Amerikaanse punkband Strung Out, maar ook op de toppen van hun kunnen blijft het moeilijk om door te breken naar een groter publiek, zoals het hun generatie- en genregenoten van Green Day of Blink 182 wel lukte. Net als op eerder werk van deze band is het nieuwe album ‘Songs Of Armor And Devotion’ een moeilijk evenwicht tussen de rauwe, snelle punkrock uit de onderbuik en de doordachte, meer fijngevoelige momenten.
Je merkt het al aan de songtitels. “Ulysses”, “Politics Of Sleep” en “Strange Notes” zijn niet wat de doorsnee punkrockfan verwacht aan te treffen op een album. Het tegengewicht komt van “Bloody Knuckles”, “Rebels And Saints”, “Daggers” en “White Girls”. De tweespalt geldt niet enkel voor de lyrics. Ook in de muziek springt het van smoothe, afgelikte Californiapunk naar gesofisticeerde emotioneel geladen rock. En toch klinkt alles als één geheel en weet de band een heel herkenbaar geluid neer te zetten.
Het mooist of het best klinkt Strung Out op die tracks die zowel muzikaal als in de lyrics in het midden van de weegschaal staan: “Under The Western Sky” en “Disappearing City”. Een nieuwe parel aan de kroon van Strung Out, voor wie de moeite wil nemen om ze te ontdekken. , voor wie de moeite wil nemen om ze te ontdekken.

Pauwel De Meyer

Waves -single-

Geschreven door

Soms gaat het niet gewoon een beetje mis, maar goed mis. Daar kan Pauwel (vroeger Pauwel De Meyer) van meespreken. Op een bepaald moment verloor hij voor de zoveelste keer zijn job en werd hij in zijn familie geconfronteerd met een ernstige ziekte. Maandenlang kon hij die ‘bad trip’ niet van zich af schudden. Om niet bij de treurwilgen ingedeeld te worden, wil hij het songmateriaal uit die periode liever niet uitbrengen. Of misschien toch eentje: de single “Waves”.
“Waves” dobbert op een wel heel kalme, zonnige zee en dat is het werk van de Amerikaanse pianist Aaron Embry (Elliott Smith, Edward Sharpe). Het pianospel roept herinneringen op aan singles van The Sands en is samen met de klarinet van Joachim Verbeke meer dan voldoende tegengewicht voor de toch wel zwartgallige lyrics van Pauwel. Verdriet in een snoeppapiertje gewikkeld zoals ook Nomden dat recent nog deed.
Deze “Waves” is heel breekbaar en heeft toch de schittering van een

Waves -single-
Pauwel
Starman Records

The Monochrome Set

Fabula Mendax

Geschreven door

De Britse postpunkband The Monochrome Set heeft met ‘Fabula Mendax’ een conceptalbum rond de geschriften uit de vijftiende eeuw van Armande de Pange. Dat zou een medestander van Jeanne d’Arc moeten zijn, maar hierover biedt opzoekingswerk op internet geen uitsluitsel. Het kan net zo goed een verzinsel zijn van songschrijver Bid, maar dan komt hij toch uit bij een heel raak gekozen invalshoek.
Het album is verdeeld in een eerste, donkere helft (‘Umbra’) en een tweede die meer pop en rock omvat. In zijn beste momenten klinkt Bid als Morrissey, maar hij heeft dan weer niet diens talent om je met één halve zin van je sokken te blazen.
Openingstrack “Rest, Unquiet Spirit” en “My Little Reliquary”doen qua sound wat denken aan “Golden Brown” van The Stranglers, akoestiche postpunk met een hoofdrol voor Bid. Vandaar gaat het naar akoestische pop op “Throw It Out The Window” en klagerige retro-croonerpop op “Eux Tous” (niet in het Frans zoals de songtitel laat vermoeden, maar gewoon in het Engels. Eigenlijk “All Of Them” dus).  “Darkly Sly” is één van de meest mysterieuze nummers op dit album. Het begint donker en dreigend, licht Oosters, en rekt die vibe tot ver voorbij de intro.
Het tweede deel (‘Lux’) start met “Summer Of The Demon” wat het  midden houdt tussen chanson, een murderballad en iets van Roy Orbison. De vocale uithalen van Bid lopen over van drama en pathos, maar hij komt er nog net mee weg. Het warrige “I Can’t Sleep”  drijft op een ritme dat van Vaya Con Dios had kunnen komen en inhoudelijk haalt Bid dat niveau zelfs niet. Zoals wel vaker zit het echte goud op het einde van de ader. Op “Come To Me, Oh, My Beautiful” en “Sliding Icicle” toont The Monochrome Set dat ze als een band kunnen samenwerken. Als Bid even wat ruimte laat aan zijn band en zelf wat op de achtergrond blijft, levert dat toptracks op.  Het tegendeel bewijst Bid nog eens op “La Chanson De La Pucelle”.
Niet elke voorzet wordt op ‘Fabula Mendax’ ook binnengekopt, maar voor fans van Morrissey en Marc Almond zit hier best wel wat earcandy in.

Pagina 118 van 394