logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_05
Suede 12-03-26
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

dinsdag 18 november 2014 00:00

Jack White - Ode aan de rock’n’roll



Jack White mag dan al een vergevorderd stadium van het rocksterrendom bereikt hebben, op een podium harkt hij nog altijd stevig door alsof hij in zijn eigen garage van jetje staat te geven. Wij zien er nog altijd het equivalent van Jon Spencer in, maar dan met wat meer gitaarvernuft (en een grotere bankrekening). Jack White is wel degelijk een gitaarheld, maar dan eentje die niet kiest voor allerlei technisch ingewikkelde solo’s, wel een held die met brio zijn gitaar laat gieren, janken, huilen en openrijten.

Wij herinneren ons nog klaar en duidelijk onze eerste kennismaking met dit talent, de legendarische doortocht van de jonge White Stripes in de AB Club in 2001. Jack White bleek nu 13 jaar later nog niets van die jeugdige gretigheid verloren te zijn. Integendeel, met zo een uitgebreid arsenaal aan prachtsongs en een stel gedreven muzikanten in de rug kon hij de teugels in Vorst nog veel rijkelijker loslaten.

De splijtende instrumental “High Ball Stepper” was de oerknal die de set opende, het was meteen duidelijk dat vuile rock’n’roll en ontvlambare blues vanavond de hoofdrol zouden opeisen. Daarnaast toch ook een behoorlijke scheut country, de ene keer sober en eerlijk (“Temporary Ground”), de andere keer geniaal ontspoord (“Wheep Themselves To Sleep” en een zeer fijne country versie van “Hotel Yorba”). Jack White groef ook gretig in zijn White Stripes catalogus met onder meer een schuimbekkend “Dead Leaves and The Dirty Ground” en met de gortige blues van “Cannon” en “I Fought Piranhas”.
White’s stem haalde geregeld het bereik van de jonge Robert Plant, in combinatie met dat heerlijke gitaargeweld waren de Led Zeppelin referenties dan ook niet uit de lucht gegrepen. White leek trouwens het soort gitarist die voortgaat op de ingevingen van het moment, een rocker die spontaniteit hoog in het vaandel draagt en zijn songs vaak als ruwe brokstukken aan elkaar lijmt met geïmproviseerde pattex (zo begrijpt u ook waarom wij in onze gedachten geregeld bij Jon Spencer aankomen). Hij maakte het op die manier zijn begeleidingsmuzikanten niet altijd even makkelijk, maar de ervaren rotten waren verdomd goed bij de les. Het klonk vanavond dan ook allemaal ongeremd, snedig en vooral rauw, en zo hebben wij de rock’n’roll nog altijd het liefst op onze boterham.

Dit avondje top rock’n’roll van de meest driftige soort kreeg een overrompelende bisronde met een bruisend “Icky Thump” (de zoveelst White Stripes klassieker), een denderend “Steady As She Goes” (het Raconteurs paradepaardje) en een alleraardigst duo uit de nieuwe plaat “Would You Fight For My Love” en “That Black Bat Licorice”. Natuurlijk mocht de uitbundige finale ”Seven Nation Army” niet ontbreken, het was dan ook uitermate fantastisch dat een rockgrootheid als Jack White zo een krachtige set kon afsluiten met iets wat inmiddels uitgegroeid is tot een internationale hymne. En het doet toch zoveel meer deugd om “Seven Nation Army” samen met the man himself in levende lijve te mogen meemaken dan ergens op een idiote voetbalmatch. By the way, hier een paar kilometer verder stonden diezelfde avond De Rode Duivels in een kil Koning Boudewijnstadion een zielloze vertoning te geven, wij wisten wel beter.

Jack White is een held…

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://jackwhiteiii.com/live-photos/ (@ David James Swanson)

Organisatie: Live Nation

Festival les inrocks 2014 - Palma Violets – Parquet Courts - The Orwells
Palma Violets speelt de rest naar huis

Bij The Orwells kon je gerust stellen dat hun gitaarrock live een pak meer rammelde dan op hun frisse debuutplaat ‘Disgraceland’. Of dat nu ook de bedoeling was is iets anders. De band, en dus ook de songs, waren duidelijk onder invloed van drank en eventuele andere substanties, bij momenten werd er tamelijk richtingloos gemusiceerd. Soms ging het wel de goede richting uit en ontsproot er een gloed van acute energie uit The Orwells, maar over ’t algemeen werd er iets te veel geknoeid met de eigen songs waardoor wij deze overigens talentrijke band met spijt in het hart naar de herkansingen moesten verwijzen. Naar verluidt hadden ze de dag voordien een betere indruk gemaakt in de Brusselse Botanique, de off day was dus misschien te wijten aan een kater ten gevolge van een nachtje stappen in Brussel. Let wel, er zat duidelijk iets in, het kwam er alleen maar bij momenten een beetje gekunsteld uit.

Er zat behoorlijk wat leven in Parquet Courts, één van de interessantste bands die tegenwoordig in het indie-circuit floreren. Ze hadden meteen onze aandacht vast met de geweldige opener “Ducking & Dodging”. Parquet Courts bleek een bandje te zijn met diverse gezichten, op hun meest felle momenten betraden ze resoluut het pad van de snedige indie-punk met “Sunbathing Animal” (Velvet Underground on speed), “Master Of My Craft” en “Light Up Gold II”, elders neigden ze dan weer naar het nonchalante vernuft van Television en de ongedwongen romantiek van The Modern Lovers (“Dear Ramona”). Misschien haalden ze net iets te vaak de vaart uit hun set om van een echt memorabel concertje te spreken, maar dit was alleszins een frisse performance met een stel bruisende songs die in bed gelegen hebben met Pavement, Feelies, Sonic Youth.DIIV en Traams.

Le Grand Mix stond pas helemaal in vuur en vlam met de frontale Britrock van Palma Violets. Yep, wij spreken hier liever van Britrock want het etiket Britpop is voor zo een geweldige groep eerder een affront (ter info, ook The Libertines, een bandje waar die van Palma Violets toch wel sterk naar geluisterd en gekeken hebben, sorteren wij ook graag bij Britrock).
Hier stond een band die rockte, brieste en gedurig ontplofte. Sorry voor de zeer verdienstelijke Parquet Courts, maar Palma Violets speelde met de vingers in de neus en dynamiet in de anus de twee vorige bands moeiteloos naar huis. De immer vitale songs zorgden in de frontzone voor een hartig moshpit-feestje, bommetjes als “Rattlesnake Highway”, “Best Of Friends”, “I Found Love” deden het kot uit al zijn voegen barsten. Palma Violets had ook wat vers materiaal meegebracht, een stel uiterst kwieke nieuwe songs deden ons het beste hopen voor de volgende plaat. De band ging er stijlvol uit met het anthem “14”, ondertussen uitgegroeid tot een heuse klassieker, een krachtig slot van een zeer dynamisch concertje. Eentje om in te kaderen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/les-inrocks-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing + Les Inrocks

 

donderdag 06 november 2014 00:00

Carnival Of Souls

Pere Ubu zou Pere Ubu niet zijn mochten zij geen zonderling, obscuur en afwijkend album gemaakt hebben. Dit is een band die al jaren in een eigen bevreemdend universum platen fabriceert, ver weg van de mainstream. Maar eenmaal een mens in dit buitenissige universum is binnengedrongen zijn er steeds opmerkelijke ontdekkingen te doen, het vergt alleen wat tijd.
Dit is eigenlijk een soort conceptplaat gebaseerd op de horrorprent ‘Carnival Of Souls’, een lowbudget movie uit 1962, doch het klinkt vooral als een typische Pere Ubu plaat, grillig, dwars, onconventioneel en bizar, maar dan met een grimmig filmisch karakter.
Passages als “Dr Faustus” en “Carnival” lijken zich af te spelen in donker steegje waar het gevaar onophoudelijk van achter de muren gluurt.
Pere Ubu weet de ganse plaat die beklemmende sfeer aan te houden, de ene keer ingetogen en sluimerend (“Irene”), de andere keer schril en briesend (“Golden Surf Pt 2”).
Rare snuiter David Thomas grijpt zijn volgelingen bij het nekvel met zijn doordringende stem en intrigerende vertelstijl in “Visions Of The Moon” en vooral in het kille en naargeestige “Brother Ray”, een desolaat en griezelig epos van 12 minuten die de plaat in een benauwende sfeer afsluit en een spoor van onbehagen achterlaat.
‘Carnival Of Souls’ is wederom een excentriek hoofdstuk in het ondoorgrondelijke oeuvre van Pere Ubu.

maandag 10 november 2014 00:00

Kasabian - Ophitsend feestje

Kasabian, groot in de UK, iets minder bij ons. In hun thuisland zijn ze steevast headliner van de grote festivals, hier kunnen ze Vorst Nationaal nog niet helemaal laten vollopen, zelfs al brengen ze een omvangrijk pak ladderzatte fans mee uit hun thuisstad Leicester.
Kasabian is een band die het in eigen land al tot stadionact heeft gebracht zonder daarbij al te veel toegevingen te doen qua sound, en dat stemt ons tevreden. Kortom, Kasabian is groot, maar blijft geloofwaardig. En vurig en explosief, zo blijkt wel degelijk vanavond. 

Eén van de grote sterktes, wat wij de vorige keer ook al merkten in Lille in 2012, is dat Kasabian geen opwarmingsronde behoeft, de groep schiet gelijk al met volle kracht enkele van hun scherpste pijlen af. Het opwindende “Bumblebee” is de bom van dienst die al meteen de party in gang zet. Met de hoogst energieke knallers die daarop volgen “Shoot The Runner”, “Underdog”, “Where Did all The Love Go” en “Days Are Forgotten” wordt maar al te duidelijk dat Kasabian als geen ander een menigte weet op te jutten. Nog maar 5 songs ver en het kot staat al helemaal op zijn kop.
Mocht u al uw twijfels gehad hebben bij het elektronisch getinte nieuwe materiaal op ’48:13’, u wordt meteen terechtgewezen. Het werkt, en hoe !  De pompende beats van “Clouds” en “Eez-eh” drijven de temperatuur nog flink wat graden naar omhoog. Helaas stijgt ook het alcoholgehalte van de Engelse fans evenredig mee en worden de idioten met de minuut irritanter. Maar goed, laten we dit er maar bij nemen, we zijn ook al wel eens zat geweest op een optreden, het is tenslotte rock’n’roll.
De stoom is er even af met het rustige en helaas ook melige “Thick As Thieves”, tijd voor de Engelsen om een nieuwe biervoorraad in te slaan. Stilte voor de storm, noemen ze dat dan, Kasabian schakelt hierop een paar tandjes hoger met een absoluut geweldige uppercut, het oudje “Club Foot”. Iedereen wordt zot, dat komt niet goed met die Britten, hier en daar worden al een paar rake klappen uitgedeeld. Yep, we zeiden het al, rock’n’roll.
Kasabian gaat onverstoord door met nog een stel opzwepende klassiekers “Re-Wired” en “Treat” dat zowaar uitmondt in een disco feestje. Dat disco tintje wordt verder nog eens in de verf gezet met een flard van de Donna Summer klepper “I Feel Love”, Kasabian komt er mee weg, dit is een waar dansfeestje.
De klepper “Vlad The Impaler” wordt gespaard voor de bisronde, “Get loose, get loose” is de boodschap, die is duidelijk overgekomen. Na een streepje “Praise You” van Fatboy Slim mag de klassieker van het eerst uur “L.S.F” het uitbundige feest met een knal afsluiten.

Een hitsige, rumoerige, wilde en opwindende avond, dankzij Kasabian en een hoop heetgebakerde fans. We zijn er toch weer heelhuids uitgekomen.

Organisatie: Live Nation

vrijdag 07 november 2014 00:00

Spoon - Spontane en efficiënte indie

Het Texaanse Spoon is typisch zo een indie-band die door de critici op handen wordt gedragen maar bij het grote publiek nauwelijks voet aan de grond krijgt. Hun laatste worp ‘They Want My Soul’, wederom zo een plaat die pas na enkele luisterbeurten zijn kwaliteiten prijsgeeft, wordt al evenmin met een overdaad aan aandacht overladen, dus de grote doorbraak is nog niet voor vandaag. De Gentse Vooruit is dan ook maar half vol gelopen, doch de aanwezigen zijn wel allemaal trouwe fans die met het kwaliteitsvolle oeuvre van Spoon goed vertrouwd zijn.

Hoewel de songs op plaat steevast de indruk wekken dat er lang is over nagedacht en dat weinig aan het toeval wordt overgelaten, komen ze er op het podium met een opvallend frisse spontaniteit uit. Spoon is heus geen bende bloedserieuze nerds die een arty farty sound pogen neer te zetten, dit is een fris klinkende band die gewoon een set lekkere rock- en indiesongs serveert. Er wordt al eens rommelig gemusiceerd en de songs worden ook vrij kort gehouden, maar net dat maakt ze uiterst efficiënt.
De bedrijvige frontman Britt Daniel is in de eerste plaats een entertainer die vooral zichzelf en zijn publiek wil amuseren, een sympathieke peer die om de haverklap een stel energieke krachtstoten uit zijn gitaar doet knallen. De rest van de band houdt er dezelfde betrachting op na, de fans plezieren met een hoop eerlijke en fantastisch klinkende indiesongs.
Uiteraard krijgen we een flinke greep uit ‘They Want My Soul’ met onder andere een aangenaam poppy “Do You”, een potig “Rent I Pay” en een lekker zwevend “Inside Out”, maar de band besteedt al evenveel aandacht aan hun chef d’ oeuvre ‘Ga Ga Ga Ga Ga’ uit 2007, een album die toch nog wel een paar treden hoger staat. Onder meer “Don’t Make Me A Target” is met zijn knarsende gitaartjes geweldig en de frisse keyboards in “The Ghost Of Your Linger” klinken hemels.
Spoon dwarrelt vlotjes en ongedwongen, maar tegelijkertijd ook strak en krachtig, doorheen hun toch wel schitterende songs. Anderhalf uur is in een wip voorbij, en dan weten we altijd dat het goed geweest is.

Deze performance en de publieke opkomst geven ons gelijk, Spoon wordt schandelijk onderschat.

Organisatie: Democrazy, Gent

Bill Frisell is een begenadigd en veelzijdig gitarist die voornamelijk in jazz middens wordt gesitueerd, hoewel hij al jaren met de regelmaat van de klok ettelijke albums maakt die vooral grensoverschrijdend zijn, een rijke variatie van jazz, blues, etnische muziek, ambient, avant-garde, rock, folk, pop,…

Ook in de Handelsbeurs had men op voorhand een beetje voorbarig het ‘jazz’ etiket bovengehaald ter aankondiging van Bill Frisell zijn komst naar Gent. Het volstond om de zaal te doen uitverkopen, maar met jazz had deze doortocht weinig te maken, hoogstens waren hier vanavond een paar jazzy kwinkslagen te merken die verweven waren met een gans arsenaal aan andere invloeden.
Frisell kwam hier met name zijn nieuwste album ‘Guitar In The Space Age’ voorstellen, een plaat waarop hij instrumentale interpretaties brengt van een stel gekende en minder gekende songs uit een rijk verleden. Op het album vloeien een hele hoop stijlen door mekaar, blues, jazz, surf, country en rock. In de handelsbeurs was het niet anders.
Wij hadden op voorhand ons huiswerk gemaakt en ‘Guitar In The Space Age’ aan enkele grondige luisterbeurten onderworpen. We troffen er uiteraard muzikale passie en klasse aan -het zou er nog aan mankeren- maar tegelijkertijd merkten we ook op dat alles toch een beetje te braaf en te vrijblijvend klonk, tegen de grens van de muzak aan zelfs. Muzikaal behang dus, weliswaar van onberispelijke kwaliteit en overgoten met liters technisch vernuft, maar toch : behang.
Bij de live uitvoeringen werd er gelukkig wat meer peper op de songs gestrooid, Link Wray’s klassieker “Rumble” kreeg een ronkende en stevige behandeling mee en The Kinks hun “Tired Of Waiting For You” kaapte hier de absolute hoofdrol weg. De lange song zette op subtiele wijze aan en brak dan volledig open in een stomend samenspel van een stel ervaren rotten die mekaar perfect aanvoelden, het leek even alsof Crazy Horse hier stond te spelen.
Bij Bill Frisell leek de virtuositeit uit de losse pols te komen, hij etaleerde zijn unieke gitaartalent zonder daarbij de vedette uit te hangen. Hij hoefde niet persé het laken volledig naar zich toe te trekken en gaf voldoende ademruimte aan het stel uitgesproken klasbakken waarmee hij zich liet omringen, met name een formidabele Greg Leisz op pedal steel en elektrische gitaar, Tony Scherr op bas en Kenny Wollesen op drums. Vooral bij de laatste twee was te merken dat ze met de jazz pollepel zijn opgevoed, het vloeide er uit alsof het niets was.
De ganse set door viel de virtuositeit van deze muzikanten op, het kwartet kon met sprekend gemak alle stijlen aan en speelde heel bedreven en bij momenten zeer begeesterend, en dat gaf een flinke meerwaarde aan de set. De live uitvoeringen van de songs stegen een flink stuk uit boven de soms te halfslachtige albumversies, de rock was feller, de ingetogen passages waren intiemer. Kortom, de soms te melige Shadows-sound van de plaat werd voldoende de kop ingedrukt en de bezieling was een stuk prominenter aanwezig. 
Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat deze band ons nog meer bij het nekvel had gegrepen mochten ze iets heviger buiten de lijntjes hebben gekleurd en iets frequenter het pad van de improvisatie hebben gekozen. Iets wat we bijvoorbeeld eerder in Gent bij Marc Ribot wel mochten vaststellen, ook zo een zogenaamde jazz gitarist, maar eentje die zijn demonen veel vaker en heviger de vrije loop geeft. Zowel Marc Ribot als Bill Frisell hebben trouwens al samengewerkt met de geflipte John Zorn, maar Ribot heeft de Zorn-gekte toch meer in zijn lijf zitten.

De term ‘clean’ kwam ons bij Bill Frisell net iets te vaak voor de geest om van een onvergetelijk concert te gewagen. Al bij al wel zeer onderhoudend en vakkundig.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 23 oktober 2014 01:00

Primitive And Deadly

Heavyness, duisternis en traagheid zijn altijd al de sleutelelementen geweest bij de doomrockers van Earth. Deze keer hebben ze daarin een paar geslaagde nuances gebracht.
Wat zeker ongewoon is voor Earth, op maar liefst drie van de vijf songs wordt zowaar gezongen, zij het niet door dartele duifjes. Zo komt de grofkorrelige Mark Lanegan zijn grafstem verlenen aan “There’s A Serpent Coming” en “Rooks Across The Gate”, zijn droefgeestige bariton zit die songs als gegoten en kleurt ze nog een stuk donkerder. Ook de illustere muze Rabia Shabeen Quazi van het verwante Rose Windows (check hun miskende meesterwerk ‘The Sun Dogs’) komt een beklemmende présence geven op het zwaarmoedige “From The Zodiac Light”, een slepend monster die elf minuten lang tegen de gure rotsen schuurt.
In de ronduit indrukwekkende  instrumental “Even Hell Has Its Heroes” drapeert gitarist Dylan Carlson minutenlang ijlende solo’s boven de logge riffs, het is niet minder dan geweldig, Earth wordt hier zowaar even Earthless.
‘Primitive and Deadly’ mag absoluut tot het beste werk gerekend van deze doomveteranen die na meer dan twintig jaar nog steeds weten te verbazen met hun vervaarlijke songs en hun sinistere sound.

Imelda May - Deze Ierse burlesque dame met een gouden stem en een voorliefde voor rockabilly en de fifties, had onze aandacht al gewekt met haar voortreffelijke laatste album ‘Tribal’. In de UK wordt ze onder meer door Jools Holland op handen gedragen, bij ons is de talentvolle lady nog een vrij onbekende naam. Toch was de AB aardig volgelopen en werd het een meer dan geslaagd en dynamisch retro avondje.

Hoewel de rockabilly uitspattingen gerust nog een stuk smeriger mochten van ons, was dit een bruisend en levendig concert. Het unieke zangtalent van deze sympathieke Ierse dame kwam er vlotjes uit zonder overdreven opschepperij. Het meest begeesterende vocale kippenvelmoment was met voorsprong de naar de hemel gezongen jazz van “Gypsy in Me” waar Imelda May in de buurt kwam van de haast ongenaakbare Billie Holiday.
Verder werd er overwegend gerockt vanavond en zat er flink wat vaart in de set met een handvol stevige rockers en rockabilly spetters als “Wild Woman”, “Five Good Men”, “Psycho”, “Mayhem” en een absoluut denderend “Johnny’s Got A Boom Boom”, allemaal pittige songs die sterk knipoogden naar Stray Cats en Paladins.
Imelda May liet zich begeleiden door een knappe en uiterst viriele band. De wonderlijk klinkende schuiftrompet passages van Dave Priseman bevielen ons enorm in het atmosferische en jazzy “Wicked Way” en in de swingjazz van “Inside Out”. Mede hoofdrolspeler was gitarist Darrel Higham, tevens Imelda’s echtgenoot, die zich meermaals liet opvallen met een stel heerlijke solo’s en surfgitaartjes. Misschien hadden wij graag stiekem nog iets meer motorolie in zijn instrument gekieperd om de sound nog wat vettiger te doen klinken, maar toch was het voortdurend genieten van de vloeiende rock’n’roll die gans de avond door de lucht zweefde.
Imelda May betrok haar publiek mee in het rock’n’roll feestje en liet de zaal een aardig potje meezingen in het swingende “It’s good to be Alive”, de stemming zat er stevig in, Imelda May had de AB helemaal in haar binnenzak.
De deerne had ook een paar verrassende covers in petto, Willie Dixon’s “Spoonful” bracht als smeulende nachtelijke bluessleper het tempo op adembenemende wijze een paar stappen terug en op het eind kregen “Bang, Bang, My baby shot me down” (Sonny & Cher)” en “Dreamin’” (Blondie) een uitmuntende en bloedmooie akoestische versie mee. De fluwelen stem van Imelda May werd bij die twee pareltjes enkel begeleid door de sobere ukelele van haar teergeliefde echtgenoot.
De volledige band werd er nog een laatste keer bijgehaald voor de ultieme flitsende rockabilly klepper “Right Amount of Wrong” die de set op de meest zinderende wijze afsloot.

Een zeer vitale doch misschien ietwat te cleane performance (mierenneukers als wij hebben altijd wat detailkritiek in huis), maar met het rock’n’roll hart op de juiste plaats en een stem die het achtervolgende peloton op minuten achterstand zet.
Als ze haar song “Wild Woman” nog iets letterlijker zou nemen en tussendoor ook nog even een concertje meepikt van pakweg The Jim Jones Revue of Jon Spencer, dan kan het vuur nog heviger oplaaien en zou het hek pas helemaal van de dam zijn. Moet kunnen.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 16 oktober 2014 01:00

Deep Fantasy

Tien gure en korte lappen indie- en punkgeweld met een furieuze dame (Mish Way)aan het roer, het doet denken aan Perfect Pussy maar bij White Lung zit er toch wat meer lijn en wat minder oeverloos geweld in. Dit gaat snel en hard, doch de songs blijven overeind tussen het brute gitaargeraas.
‘Deep Fantasy’ is een opwindend ritje op de punk rollercoaster van amper 25 minuutjes, u zal direct nog een keer willen.
U kan dit kwieke viertal (drie wilde vampen en één mannelijke gitarist) uit Vancouver live gaan aanschouwen in De Kreun op 18/11, als je het tempo maar kan bijhouden.

donderdag 16 oktober 2014 01:00

Avowed Slavery

Een klein jaartje na ‘Slave Vows’ heeft The Icarus Line nog een brandend vervolg gebreid aan dit verwoestende album. De grimmige lijn wordt verder doorgetrokken in deze EP met 5 hardvochtige, verzengende en zwaarmoedige songs. “Leeches and Seeds” is Nick Cave die zich in een Stooges furie stort, “Salem Slims” is ontspoorde Jon Spencer en de sinistere klomp onheil van 13 minuten “The Father/ The Priest” lijkt te zijn weggelopen uit het ijzingwekkende dubbelalbum ‘To Be Kind’ van Swans.
‘Avowed Slavery’ evenaart in alle opzichten het ongure niveau en de versmachtende sfeer van ‘Slave Vows’ en is dan ook een niet te missen addendum die het geheel nog een stuk indrukwekkender maakt. Totaalpakket aanschaffen, dus.

Pagina 47 van 111