logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 09 april 2015 01:00

Muddy Wolf at Red Rocks

Joe Bonamassa is het soort bluesrock-gitarist die getrouwd is met zijn gitaar, er mee gaat slapen en waarschijnlijk ook gaat kakken. Zo eentje die graag zichzelf hoort spelen en zijn eigen solo’s uitermate fantastisch vindt. Op een Bonamassa optreden kan u tijdens één solo gerust op uw gemak een toiletbezoekje plegen én daarna een pintje gaan pakken in het café ernaast, u bent op tijd terug.
‘Muddy Wolf At Red Rocks’ moet zowat zijn elvendertigste live cd zijn en deze keer is het een eerbetoon aan de al lang overleden bluesgrootheden Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Wat moeten we daar nu mee ? Beide helden waren vermaard omwille van hun authenticiteit, Muddy Waters voor die bruisende combinatie van prachtig doorleefde bluessongs met die typisch wenende gitaar, en Howlin’ Wolf vooral omwille van zijn rauwe songs en die unieke stem waaraan hij zijn naam had te danken (zowel de rasperige kelen van Captain Beefheart, Tom Waits als die van Arno zijn schatplichtig aan de meester).
Qua stem moet Bonamassa sowieso onderdoen voor de twee blueslegendes, hij is een bleekscheet die de blues geleerd heeft op de gitaarschool en niet op de katoenplantages. Bij Waters en Wolf zat de blues onlosmakelijk ingebakken in hun lijf, bij Bonamassa komt die uit de boekjes.
Hij ontbeert dus een hoop talenten als het op de blues aankomt, en als hij die tracht te vervangen door een aan grootheidswaanzin lijdende elektrische gitaar, dan vinden wij dat nogal blasé. Dit live album wordt nog enigszins opgesmukt door een stel soulvolle blazers, maar als Bonamassa het voor de zoveelste keer niet kan laten om uitvoerig zijn gitaar te neuken, dan gaan wij regelmatig een toertje om de blok wandelen. Natuurlijk is het songmateriaal sterk, bijna alle songs zijn klassiekers, echte bluesstandards zeg maar, maar ze zijn al duizenden keren gecoverd.
Bonamassa geeft de songs wat extra bombast maar geen meerwaarde, hij gebruikt ze alleen maar om zijn eigen virtuoze kunstjes te etaleren en uit te vergroten. Of Muddy Waters en Howlin’ Wolf zich hiermee vereerd zouden voelen is maar zeer de vraag.
Maar goed, als u elektrische macho-bluesrock verkiest bovenop authentieke primaire blues, en u kickt bovendien op een overdaad aan narcistische gitaarsolo’s, dan is dit zeker uw ding.

donderdag 09 april 2015 01:00

Dying

Het wordt alsmaar moeilijker om zich nog te onderscheiden in het shoegaze genre nu al die nieuwe bandjes er bij komen, maar Spectres (Bristol, UK) steken er onmiddellijk boven uit, dat voel je, dat hoor je, dat ruik je, dat beleef je gewoon op ‘Dying’. De band heeft op hun vlijmscherpe debuut het gruizigste van Sonic Youth en het meest heftige van A Place To Bury Strangers bij mekaar gehaspeld en is daarmee aan de slag gegaan.
De gitaren scheuren geweldig, als Ride en Swervedriver in hun beste dagen, en de bassen dreunen bij wijlen heel angstig en diep door. Er wordt geregeld een noise barrière overschreden, maar net voor de kakafonie onhoudbaar dreigt te worden zetten ze telkens tijdig een handige stap terug.
Na opener “Drag”, anderhalve minuut  gedruis die lijkt te zijn opgenomen in het hartje van een staalfabriek, zet de shoegaze TGV aan met drie razende oplawaaien “Where Flies Sleep”, “The Sky Of All Places” en “Family”, om dan de remmen even dicht te gooien en hartig naast de sporen te rijden op de scheurende tonen van “This Purgatory”.  In het ontregelde “Mirror” gaat het ganse gevaarte terug aan de haal, en met  het verslavende “Blood In The Cups” komt men aan bij het absolute hoogtepunt van dit album, een dreun van een song die ankers vastpint in ons beenderstel, Swans zijn in de buurt.  Na nog wat brandende herrie op “Sink” en “Lump” gaan nog één keer alle registers open op het negen minuten durende “Sea Of Trees”, een rumoerig epos dat met bijtend zuur overgoten is en heel wat Sonic Youth extracten bevat.
Spectres is één van de revelaties van het jaar, dit hemels kabaal willen we wel eens live meemaken. Er zijn vooralsnog geen concerten gepland op het vasteland, maar we houden het nauw in de gaten.

donderdag 02 april 2015 01:00

Stepping Up

Mississippi Delta Blues uit Vlaanderen, het kan. Tiny Legs Tim deed het al in zijn eentje op zijn twee vorige platen, en hij doet het nu nog eens losjes over, deze keer omringd met  een stel puike muzikanten.
De sound is wat voller maar klinkt nog steeds behoorlijk authentiek, grote ijkpunten zijn alweer Muddy Waters, Jimmy Reed en Elmore James. Er komt deze keer ook wat grootstadsblues  en een snuifje country de kop opsteken, en dat zorgt voor een aangename wind doorheen de bluesreis die Tiny Legs Tim maakt op ‘Stepping Up’.
Wat authentieke blues betreft moet dit zowat het strafste zijn wat er in de Vlaamse velden te vinden valt, en het komt rechtstreeks vanuit de Gentse katoenplantages.

donderdag 02 april 2015 01:00

Alarm!

Op ‘Alarm’ klinkt Nordmann tegelijkertijd verfijnd, subtiel, wild, geschift, dwars en experimenteel. De band floreert van jazz via avant garde naar post-rock en weer terug. Zappa, Godspeed You Black Emperor, Marc Ribot, John Zorn, King Crimson, Portico Quartet en zelfs Enio Morricone komen geregeld om de hoek kijken. Of als je halve gek Warren Ellis bij Dirty Tree zijn viool zou vervangen door een sax dan kom je ook wel af en toe bij Nordmann uit.
Nordmann is nog altijd een jazzgroep, maar wel een grensverleggende, zo eentje die zonder schroom de heilige huisjes van het genre gretig omver schopt en voor dood achterlaat. Sowieso is dit geen voor de hand liggende muziek en is het iets voor geoefende oren, maar die van ons kunnen wel wat verdragen, dus dat zit wel goed. De prikkels komen immers van alle kanten, er beweegt veel op dit plaatje, er wordt grif buiten de lijntjes gekleurd en er komen heel wat gewiekste stoorzenders van achter het struikgewas gekropen.
‘Alarm !’ is een boeiend, avontuurlijk, complex en vernuftig album die heel wat muzikale inventiviteit herbergt zonder in opschepperij te verzanden. Wedden dat Thom Yorke meteen fan zou zijn, mocht hij dit horen?

donderdag 26 maart 2015 00:00

Lost And Found

Blues Pills, horen wij u al luidop denken. OK, er is iets van, maar Smoking General is iets minder heavy en is niet zo doortrokken van die moddervette zompige rock. Hoewel  zangeres Sarah, een kloeke madam met dito stembereik (natuurlijk nog geen Beth Ditto, die is in alle opzichten hors catégorie), hier een aardig muiltje staat te zingen, mocht het van ons nog net iets heviger. Giet nog een extra geut chilipeper in haar strot en je komt bij Lisa Kekaula van de geweldige Bellrays terecht, en dan kan het helemaal niet meer stuk.
Twee bandleden hebben een verleden in het stoner/hardrock combo Gootch, niet verwonderlijk dus dat Smoking General bij vlagen lekker door rockt en dat ‘Lost and Found’ een stel potige gitaarriffs en solo’s in huis heeft. Een set sterke songs ook zoals het stevig wegrollende “Pushing And Shoving”, de kloek rockende titelsong  en “One Bottle”, een knap rustpuntje die met succes de slijmbalvrees, die eigen is aan de zogenaamde rockballads, vakkundig weet te omzeilen.

U kan Smoking General boeken op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., en vraag The Bellrays als support act, …of misschien toch maar omgekeerd.

donderdag 26 maart 2015 00:00

Fantasy Empire

Het was verdomme een tijdje geleden dat we nog eens zo perplex van onze trompet werden geblazen. ‘Fantasy Empire’ van het Amerikaanse noise duo Lightning Bolt schudt ons volledige darmstelsel genadeloos door elkaar, vermorzelt hardvochtig onze testikels en pleegt een moordzuchtige staatsgreep op onze nietsvermoedende hersenkwabben. Dit is briljante teringherrie van het gemeenste soort en we zijn er vanaf de eerste splijtende seconden van de verpletterende opener “The Metal East” compleet ondersteboven van.
Lightning Bolt is een duo, maar ze schoppen zo veel keet dat je er een ganse terreurbende achter zou vermoeden.
Een bas/drum rock duo dan nog, maar denk nu niet aan Royal Blood, want deze verhouden zich tot Lightning Bolt als een ordinaire kruimeldief tot een bloeddorstige seriemoordenaar. Bassist Brian Gibson haalt de meest verschroeiende effecten en loops uit zijn instrument, als u zich ooit al eens afgevraagd heeft hoe een basgitaar zou klinken als die bloed ophoest, hier heb je het. Een arsenaal pedalen zorgt er trouwens voor dat de meest agressieve gitaarklanken uit dat ding worden gepuurd. 
Zet daarnaast een compleet krankzinnige drummer Brian Chippendale die het power-equivalent van dertig op hol geslagen bizons uit zijn drumstel mokert en dan ook nog eens een set ijzingwekkende vocals bedolven onder een vette laag feedback uit zijn strot ramt, dan mag je stellen dat de ultieme apocalyps wel zeer nabij is.
De razende vocals doen ons wel eens aan Zen Guerilla denken, de ontspoorde noise rock aan de meest extreme Ministry en de op hol geslagen jungle drums aan “Teethgrinder” van Therapy? Maar bovenal is dit een geweldige brok nietsontziende noise die zijn gelijke niet kent.
Eigenlijk moesten we ons ook een beetje schamen, deze band is immers al sedert begin deze eeuw actief in de sector van de muzikale terreur, ‘Fantasy Empire’ is namelijk al hun zevende bomaanslag, maar hun geniaal kabaal was tot op heden nog niet tot bij onze reeds fel geteisterde trommelvliezen geraakt. We hebben dus nog wat huiswerk te doen, snel hun backcatalogue checken.

donderdag 26 maart 2015 00:00

Did I Sleep And Miss The Border

Op zijn platen komt altijd weer de treurwilg in Tom McRae naar boven, maar van zijn live acts weten we dat de man nogal wat zelfrelativering aan de dag kan leggen en dat enige vorm van spitse humor hem niet vreemd is.
McRae verblijdde ons in 2000 al met zijn wondermooie titelloze debuut, tot op heden nog steeds één van onze geliefkoosde treurplaten. De jaren daarna bleef McRae mooie droefgeestige songs schrijven maar slaagde hij er nooit meer in om de intieme pracht van zijn onvolprezen debuut  te  evenaren. Wel kwam er af en toe kwam wat meer zonlicht van achter de horizon piepen, maar op de nieuwe ‘Did I Sleep And Miss The Border’ is de teneur alweer onder het vriespunt gezakt.
Het is een zwaarmoedige plaat geworden waarin maar weinig fleurige bloemetjes tussen de graszoden groeien. Qua lyrics en sfeerschepping is het weer eens  kommer en kwel, en die tristesse is zodanig in de muziek binnengedrongen dat de songs er te zwaar onder lijden. “Christmas Eve, 1943” is zo een mistroostige gospelsong die onder zoveel smart gebukt gaat dat we hier liefst in een wijde boog omheen lopen. Gelukkig is er elders nog wel wat muzikale pracht te beleven, opener “The High Life” is zo een typisch wondermooi  McRae pareltje en ook “The Dogs Never Sleep” is vervuld van een bekoorlijke schoonheid. Maar voor de rest ligt ‘Did I Sleep And Miss The Border’ te zwaar op de maag, het is allemaal wel fraai en schoon maar er zijn bitter weinig opklaringen aan de hemel, zelfs naar Tom McRae normen is dit een donkere plaat.
De arme man heeft het deze keer goed zitten, doe hem eens een plezier en laat een boeketje bloemen aan zijn deur bezorgen. Geen chrysanten, aub.
Bij ons komt Tom McRae dit album voorstellen op 16/05 in de kerk (jawel) van St Denijs Zwevegem. Geen idee wiens uitvaart dat moet worden.

 

donderdag 26 maart 2015 00:00

Night Of The Hunter

Rare jongen, die Aldo Struyf. Met zijn band Creature With The Atom Brain komt hij, een paar jaartjes na het ook al fameuze ‘The Birds Fly Low’, met een ambitieuze plaat opzetten, heeft hij kosten noch moeite gespaard, schoon volk als Tom Barman en Mark Lanegan uitgenodigd,  … en dan kondigt hij doodleuk aan dat dit een afscheidsplaat is en hier zelfs geen tournee op volgt.
Er staan 5 songs op die fijntjes in mekaar overvloeien, ze hebben geen titel meegekregen en ze vormen samen een bijzonder sterk geheel. Er wordt uit diverse vaatjes getapt, blazers en Spaanse gitaarriedels maken het mooie weer, oosterse tintjes zorgen voor een fijne flow, vloeiende rockgitaren dringen zich op vanuit de achtergrond, eighties synths zwemen richting krautrock en seventies orgeltjes zorgen voor een onweerstaanbare groove. Er is van alles te beleven en toch is dit één hecht pronkstuk. Een zweefplaat, als je ‘t ons vraagt, zo eentje waar je kan blijven in rondhangen.

donderdag 19 maart 2015 00:00

Calexico Point

Een stel jonge Belgen springt nu ook op de steeds voller lopende Krautrock-trein, bands als Monomyth, Follakzoid, Chris Forsyth & The Solar Motel Band en Camera achterna, en op zoek naar de achterliggende roots van Can, Neu! en ook wel een beetje Television. In de bio heeft het zestal het zelf over Pink Floyd en Sonic Youth, maar wij spreken nogal graag eens bio’s tegen. Pink Floyd is trouwens te ver gezocht, en voor Sonic Youth zit er te weinig gruis tussen de groeven (leg nog eens ‘Sister’ en ‘Evol’ op en u zal weten wat we bedoelen).
Wat we u wel kunnen vertellen is dat Statue’s tweede album ‘Calexico Point’ een bijzonder knap en volledig instrumentaal werkstukje geworden is waarin maar liefst vier gitaren het mooie weer maken zonder elkaar in de weg te lopen. Integendeel, ze worden in laagjes op mekaar gestapeld en blijven steeds verder prikkelen, de ene keer ingetogen, de andere keer hard en uitgelaten. Geen gezongen woord te bespeuren in de songs zelf, maar bij het kiezen van de songtitels hebben de jongens zich eens goed laten gaan, wat dacht u van “Go March Or Get Some Exercise”, “The Cricket and The Woodpecker” of “Rilatine For A Rabbit Syndrome”, trouwens een prachtig ding die onderweg guitig de gitaren laat aanwakkeren en dan eindigt in een rustig dwarrelend surfwatertje. Ook de afsluitende titelsong is een pareltje, hiervoor halen we met plezier de superlatieven boven die we ook veil hadden voor het betere werk van Mogwai, Explosions In The Sky en Crippled Black Phoenix.
Een bijzonder moedige keuze trouwens om volledig instrumentaal te gaan, want hiermee hebben ze meteen ook alle kans op een beetje airplay bij StuBru op de helling gezet. Fuck Stu Bru, hier is het de muzikale kracht en intensiteit die primeert, niet de zogenaamde coolness of hippe sound. Statue is tenminste nog eens een band met een volledig eigen smoel, en daar is het dikwijls ver naar zoeken in ons apenlandje.
‘Calexico Point’ is een avontuurlijk, boeiend en gelaagd album, en zo worden er veel te weinig gemaakt in onze contreien.
‘Calexico Point’ wordt voorgesteld onder meer op Fons Label Nights (27/03 MOD Hasellt), in Café Café Hasselt (16/04), Fatkat Antwerpen (18/04), De Living (10/05 Heist Op Den Berg) en Vk Molenbeek (22/05).

donderdag 19 maart 2015 00:00

Uptown And Back Again

The Baboons spelen rootsrock die lijkt te zijn ontgonnen in Amerikaanse zuiderse gronden. De sound leunt aan bij The Blasters, Dave Edmunds en The Paladins en de vijf heren hebben gezamenlijk een bundel Bo Diddley en Chuck Berry wortels verorbert. Als we dichter bij huis naar referentiepunten zoeken dan komen we algauw bij de onvermijdelijke Seatsniffers terecht. De blues dus, maar dan niet de katoenpluk- of Chicago versie, wel de meer swingende vertolking vermengd met country (“Devil Moon”, “Shade Of Blue”, “She’s Sweet”), een flinke scheut soul (“Rain”, “I’m Just A Fool To Care”), old school rock’n’roll (“Texas Sun”) en rockabilly (“Hard To Cool Down”, “No Way Out”). Niks origineels, maar het swingt lekker de pan uit, en daarmee zijn we meer dan tevreden.
Onder meer te bewonderen in Nijdrop Opwijk (27/03), Trix Antwerpen (18/04) & N9 Eeklo (12/06).

Pagina 44 van 111