logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Guns N Roses
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Les Nuits Botanique 2014 – Traams – Joycut – Hospitality –Uitstekende tripartite ! 
Les Nuits Botanique 2014

Een beetje sneu. Vandaag hadden wij al lang Les Nuits aangestipt in onze agenda omwille van The Julie Ruin, de huidige band van punklegende Kathleen Hanna, ex- liefje van Kurt Cobain, wilde frontdame van nineties culthelden Bikini Kill en full time feministe. De documentaire The Punk Singer schetste een prachtig portret van dit icoon en wij wilden haar maar al te graag aan het werk zien, temeer omdat het vorig jaar verschenen ‘Run Fast’ een lekker en verscheiden plaatje is. Vandaar dat het des te jammer was dat Kathleen Hanna ten gevolge haar strijd met de ziekte van Lyme op strikt doktersverzoek alle huidige concerten moest annuleren.

Om het leed wat te verzachten (of erger te maken, hangt er van af hoe je ’t bekijkt) had Amber Papini, het charmante zangeresje van Hospitality, een tot op de draad versleten Bikini Kill T-Shirt aangetrokken, een sympathiek gebaar als je ’t ons vraagt. Muzikaal zat Hospitality echter mijlen ver weg van de rauwe in-your-face punk van Bikini Kill. De band grossierde eerder in een fijne soort indie pop die, mede dankzij een handvol aardige gitaarsolo’s, best vermakelijk was maar toch iets te weinig scherpe randjes vertoonde. Onze gedachten dwaalden wat af naar Belly, Throwing Muses en The Breeders, hoewel deze laatste er op een podium dikwijls een (al dan niet bruisend) rommelpotje van maakten, wat je Hospitality dan weer niet kon aanwrijven. Een ietwat te nette sound misschien wel, maar wij onthouden een paar okselfrisse indie-songs als “Nightingale” en “I miss your bones” en we kunnen u toch, zonder verplichtingen weliswaar, het aangename album ‘Trouble’ aanbevelen.


De eigenlijke invallers voor The Julie Ruin waren voor ons nobele onbekenden, de Italianen van Joycut. De band bombardeerde zich meteen met hun trippy sound tot de verrassing van de avond. Ze brachten spacy post-rock met zowel seventies als eighties kleurtinten en vaak psychedelische uitstapjes, en zetten daar een groovy, doch niet opdringerige, beat onder. Naast een hoop opborrelende elektronica en een in echo gedrenkte gitaar was een prominente rol weggelegd voor heerlijk opzwepende drums en percussie. Wie referentiepunten zocht kwam uit bij een zweem Battles, een portie fluïde Pink Floyd, een scheut Jagwar Ma en zelfs een graantje Ozric Tentacles. Maar iets anders had ook gekund, want deze band kwam toch vooral met een eigen sound over de brug die ergens in de verre ruimte is ontstaan. Een set kosmische en zweverige videobeelden versterkten nog de sonische effecten van deze trip. Mocht u een flinke joint binnen bereik gehad hebben, u was waarschijnlijk een halt uurtje buiten uzelf zelf getreden. Wij deden het met een pintje.
Een heuse ontdekking, wij hebben prompt ter plaatse hun album ‘Pieces of us were left on the ground’ gekocht voor, ochére, 5 EURO.  Had u ook kunnen doen, maar u was er niet. Doch uw was de enige niet, we hebben de Orangerie zelden zo mager gevuld gezien als vanavond. De meeste aanwezigen op Les Nuits voelden zich aangetrokken door de mietjesfolk van Hercules & The Love Affair in de Chapiteaux, ’t zijn simpele geesten.


En dan was er nog Traams, een band waarvan wij al wisten dat het een pienter en scherp indierock- groepje was, we mochten hen eerder dit jaar al aanschouwen als support act van Madensuyu in de Kreun, we waren ten zeerste overtuigd dat we ginder maar meteen de sterke debuutplaat ‘Grin’ aanschaften (op vinyl dan nog wel, wij doen graag eens ouderwets).  Nu bleek dat dit prompte trio er zelfs nog is op vooruitgegaan, hun set in de Orangerie was nog beter, nog feller, nog gretiger. Twee dagen geleden hadden we hiernaast in de Chapiteaux de geweldige Cloud Nothings al gezien, bij Traams troffen we diezelfde bezieling en gedrevenheid aan. Traams is net als Cloud Nothings en Parquet Courts een groepje die in ware Steve Albini stijl de ramen aan diggelen slaat met scherpe, snedige gitaren en furieuze songs die ons doen herinneren aan Nirvana, Fugazi en Pavement.  Van ons kregen zij ook de prijs van meest energieke band van avond. Die gasten vlogen er in met de goesting van een losgelaten dekstier die in 30 dagen geen lekkere koe meer heeft gezien. Naast quasi de volledige debuutplaat trakteerde het vinnige trio ons ook op een drietal veelbelovende nieuwe songs waarbij de razend knappe afsluiter “Cissa” ons nu al ongeduldig doet hunkeren naar de volgende plaat.

Fantastische avond gehad, ook al baalden wij een beetje op voorhand door het afzeggen van The Julie Ruin. Maar zo kan een mens onverwachte nieuwe ontdekkingen doen, Joycut met name. Onthouden, die naam. En wij die dachten dat ze in Italië alleen maar getatoeëerde voetballers, gedrogeerde coureurs en corrupte politici hadden.

We wensen Kathleen Hanna veel beterschap en beloven dat we er de volgende keer weer zullen staan, nu zij nog.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/traams-20-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/joycut-20-05-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hospitality-20-05-2014/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2014)

donderdag 08 mei 2014 01:00

Refractory Obdurate

Met de vorige plaat ‘The Laughing Stalk’ en de bijbehorende tournee was al duidelijk dat de melancholische folk meer en meer plaats moest ruimen voor vaak snoeiharde rock. Tijdens de optredens bleven zowel barkruk, banjo als trekzak achter de coulissen en stond Dave Eugene Edwards iedere avond wijdbeens een portie withete rock te serveren.

Op het nieuwe album is de lijn gewoon doorgetrokken. Hoewel  Edwards zijn inspiratie nog steeds uit de bijbel haalt klinkt zijn onvermurwbare muziek duivelser dan ooit, op ‘Refractory Obdurate’ laat hij zijn band op de meest furieuze en helse manier losbarsten.  “Good Shepherd”, “Field of Hedon” en “Hiss” zijn striemende lappen rock, zo hard als dit hebben we Wovenhand nog nooit meegemaakt. Toch weet de groep nog altijd dat typische bezwerende en verslavende geluid dat hen nu al jaren kenmerkt te behouden, alleen staan de gitaren nu nog een stuk luider.
De bezieling en intensiteit van “Corsicana”, “Masonic Youth” en “Salome”, de organische woestijnklanken van “Obdurate Obscura” en de indringende onweerswolken boven “El-bow”, het is allemaal fraais die er voor zorgt dat ‘Refractory Obdurate” de heftigste, meest extatische en misschien ook wel gewoonweg de beste plaat is in het indrukwekkende oeuvre van Dave Eugene Edwards (en dat is inclusief de sublieme werkjes van Sixteen Horsepower).
Als bezeten lui als Dave Eugene Edwards (of onze andere favoriete zwartgallige rockpriester Nick Cave) de heilige schrift zo fervent en meedogenloos blijven prediken, dan willen wij elke zondag naar de mis gaan, ook al zijn we atheïst tot in de toppen van onze tenen.

donderdag 08 mei 2014 01:00

Amphetamine Ballads

Dit is bijtende garage rock uit Schotland met een maniakale zanger/gitarist (Dale Barclay) die zijn gevolg doorheen een groezelig garage/blues/punk moerasgebied sleurt. The Amazing Snakeheads prediken de blues zoals ook The Birthday Party, Beasts Of Burden, The Cramps of The Gun Club dat konden, gedreven door primaire oerinstincten en met een constante dreiging en bezetenheid.
De venijnige rocker “Here it comes again” is de snelste en meest frontale song van de plaat, elders klinken The Amazing Snakeheads vooral gloeiend, opborrelend, sluimerend en gebeten. “I’m a Vampire”, “Where is my knife” en “Flatlining” zijn doortrapte gifslangen die heel gericht naar hun prooi toe sluipen. Een verdwaalde sax is de onverwachte gast op een griezelig “Every guy wants to be her baby” , een song-noir die pas op het einde zijn duivels ontbindt.
Er huist een kwaadaardig beest in quasi elke song, de ene keer brult dat al wat vervaarlijker dan de ander maar ten allen tijde is het klaar om toe te slaan. Enkel in de laatste twee songs “Heading for heartbreak” en “Tiger by the tail” lijkt het monster wat in slaap gesust en is de nacht definitief ingetreden.
Giftig plaatje, sterk debuut. Op 22/05 op Les Nuits Botanique.

De compromisloze platen met de meest energieke garage-trash als ‘Extra Width’, ‘Orange’ en ‘Now I got worry’, waarop Jon Spencer de rock’n’roll uitbeende en terug opfokte, zullen altijd een vooraanstaand plaatsje bekleden in onze collectie, maar met ’Meat + Bone’ (12 gore lappen rock’n’roll aan een vleeshaak) waren we anno 2012 ook meer dan opgetogen. Wij zijn maar wat blij dat de heren elkaar na die sabbatperiode van 8 jaar hebben teruggevonden, hoewel Jon Spencer’s uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson ook niet te versmaden waren.

Jon Spencer is en blijft onze favoriete garagist en het doet deugd om na al die jaren te mogen vaststellen dat hij trouw is gebleven aan zijn rauwe, primitieve en uiterst intense garage rock.
Er is even een tijd geweest dat de band wat meer media aandacht kreeg en voor grotere zalen en zelfs op festivalpodia speelde. Maar hoe groot die podia ook waren, de drie primitieve rockers bleven steeds koppig op een ruimte van pakweg 3 vierkante meter de rock’n’roll uit hun tenen spelen. Die attitude is op vandaag ongeschonden gebleven. Fuck lichtshow, fuck videoprojecties, fuck bombast, just play rock’n’roll.
De Kreun is de gedroomde locatie voor dit potje vunzige en energieke herrie. Enige vorm van aankondiging of opgezwollen intromuziek is uit den boze, de heren komen droogweg het sober verlichte podium opgewandeld, pluggen de gitaren in en geven er een lap op.
Vanaf de eerste noot is het vuurwerk. Dit trio heeft immers iets magisch, alle drie zijn ze met het rock’n’roll virus besmet en als ze samen op een podium staan dan spettert en vonkt het langs alle kanten. Er huist nog steeds een vurige showman en entertainer in Jon Spencer, een licht ontvlambare bastaardzoon van Lux Interior, Keith Richards, Iggy Pop en Elvis. Maar hij overdrijft niet meer zo als vroeger, het Vegas gehalte is wat teruggeschroefd en Spencer spitst zich toe op de energieke en vettige muziek.
De schijnbaar argeloos spelende Judah Bauer voegt vette funklagen toe aan de meer trashy gitaarpartijen van Jon Spencer, met zijn tweetjes vormen ze een unieke gitaartandem waar magisch vuur uitspat.
Het lijkt slordig, maar het is subliem, en vooral spontaan, zoals bij Thurston Moore en Lee Ranaldo, ook twee iconen die meer schitteren in chemische reactie dan in technisch gitaarvernuft.
En dan is er nog Russell Simmins, die weergaloze drummer die zijn drumstel misschien wel in den Aldi heeft gekocht, maar er verrukkelijke rock’n’roll uit roffelt. De heren voelen elkaar perfect aan, één knik van Spencer volstaat om de anderen in brand te steken, alsof alles vanzelf gaat.
En dat is ook zo, nog maar zelden hebben wij een trio bezig gezien die zo hecht en onbezonnen de rock’n’roll bedrijft. Rock’n’roll is gewoon seks bij Jon Spencer Blues Explosion.
Een playlist trachten te volgen is onbegonnen werk, een JSBE concert is eigenlijk één lange medley uit hun repertoire, een aaneenschakeling van rudimentaire songs en splijtende riffs.  Terwijl u zich zit af te vragen welke track ze aan ’t spelen zijn , hebben ze al lang weer de smerige riff van een andere ingezet …
…Dat is nu net Jon Spencer Blues Explosion, het gaat supersnel, het knalt, het knettert en het briest, en geen mens die de score kan bijhouden, inclusief de heren zelf. Als je hen achteraf om een setlist zou vragen, dan weten ze ’t wellicht zelf niet. Het doet er ook niet toe, dit is rock’n’roll die recht van uit de onderbuik komt.

Wij zijn absoluut geen leek meer wat betreft concerten van JSBE en hebben ook niet de tel bijgehouden, maar een mens kan hier nooit genoeg van krijgen. Ook al is het verrassingseffect weg, dit bruisende trio blijft ons gewoon verbluffen. Volgende keer weer van de partij ? ’t Zal wel zijn!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-08-05-2014/
Organisatie: Kreun , Kortrijk

donderdag 01 mei 2014 01:00

Dances in dreams of the known unknown


Skull Defekts is een Zweedse dwarse band die al een viertal platen experimenteert met post-punk, industrial en no-wave. De band resideert in spannende weerbarstige rock met neigingen naar Birthday Party, Nine Inch Nails, Jesus Lizard, Girls Against Boys, Einsturzende Neubauten, Leather Nun en Virgin Prunes.
Geen hapklare brok dus, hoewel dit nieuwe album naar hun doen vrij toegankelijk is. De tegendraadse sound is in ietwat meer gestructureerde vormen gegoten, doch alles klinkt nog altijd begeesterd, donker en hypnotisch. Messcherpe en vaak in stukken gesneden gitaarriffs gaan de strijd aan met een dreigende industrial sound en grimmige jungle drums.
Dit levert een stel verbeten en bezwerende songs op. Opener “Pattern of Thoughts”  en het frontale “The known unknown” dragen een kille en verslavende groove met zich mee, het grillige “The Fable” drijft op knarsende gitaren die een rauwe riff verspreiden en tegelijkertijd stoorzender van dienst zijn en “King of Misinformation” staat stijf van de onderhuidse dreiging. In “Venom” varen de nijdige gitaartjes Beefheart-gewijs lekker tegen de stroom in en “Little Treasure” is Primal Scream die uit het vriesvak tracht te klauteren.
‘Dances in dreams of the known unknown’ is een weerbarstige plaat van een band die op een eigenzinnige en boeiende manier diverse paden verkent.

donderdag 01 mei 2014 01:00

Die Screaming


Die Screaming
Satan’s Satyrs

Met de vorige plaat ‘Wild Beyond Belief’ liet Satan’s Satyrs ons vorig jaar kennismaken met de meest gruizige, vunzige en gore metal die een mens aankan. Een soort garagerock versie van Electric Wizard die leek te zijn opgenomen in een gure kerker tientallen meters onder de bewoonde wereld.
Met opvolger ‘Die Screaming’ lijkt de groep nu toch een heuse studio te hebben ontdekt, de sound is een stuk helderder en de vocals komen niet langer uit een dwangbuis, maar de smerigheid is onaangetast gebleven.  Satan’s Satyrs blijft zich schuilhouden in de ranzige spelonken van de metal, oorden waar de ratten hun verderfelijke activiteiten uitvoeren onder de tonen van Black Sabbath, Melvins, Windhand en Kyuss.  De vunzige metal maakt nogal wat uitstapjes richting garage rock, een retro orgeltje geeft zo een vuile sixties toets mee aan opener “Thumper’s Theme” en laat de band vertoeven in een smerig kot waar ook Lords Of Altamont ten dans spelen. En mocht Ty Segall zich ooit aan een metal plaat wagen, dan zou er zo iets als “Show me your skull” kunnen uitkomen, een ongure lap fuzzrock.  Met het snelle “Black Souls” graaien ze zelfs gretig in de punkbakken en stoten daar op een portie Black Flag en Misfits restanten. Afsluiten doen ze dan weer in ware Sabbath-stijl met de slepende titeltrack, een lome en dreigende klomp onheil  die 12 minuten lang tegen onze hersenpan aanschurkt.
‘Die Screaming’ is minder gortig dan ‘Wild Beyond Belief’, maar nog altijd vuil genoeg om breed uit te smeren in de loopgraven van de cult-metal.

donderdag 17 april 2014 01:00

Going Back Home

Twee grootheden uit de rockgeschiedenis beleven hier de tijd van hun leven. Hoewel dit in het geval van de legendarische Dr. Feelgood gitarist Wilko Johnson een beetje een wrange nasmaak heeft. Wilko is terminale kankerpatiënt en heeft hooguit nog enkele maanden te leven. Hoog tijd dus dat de twee makkers hun belofte om samen iets ineen te brouwen nakwamen, want de tijd drong. 

‘Going Back Home’, ingeblikt in amper een weekje tijd, is daar het knappe resultaat van. Een onbevangen plaatje waar Daltrey er schijnbaar van geniet dat hij eindelijk eens van onder het juk van Pete Townshend is kunnen kruipen en waar Johnson een laatste keer zijn flitsende gitaarriedels op de wereld loslaat. Mogen wij u trouwens dringend verzoeken er eens de eerste vier Dr. Feelgood platen bij te nemen en te ontdekken wat voor een uitmuntend gitarist Wilko Johnson is, briljant in al zijn eenvoud. Simplisme is een stijl, Wilko Johnson is er een krak in. Meteen zal u ook te weten komen dat Daltrey geen Lee Brilleaux is (de al even legendarische Dr. Feelgood zanger die er rock’n’roll gewijs in 1994 op zijn 41 ste al de brui aan gaf) en Johnson geen Townshend (hoeven we u niet voor te stellen, meen ik). Net daarom is dit duo zo interessant en openen ze op hun gezapige leeftijd nieuwe deuren, al is dat helaas maar voor even.

Beiden zijn sterk op dreef, maar dit is duidelijk meer Feelgood dan Who. Het is echt wel Wilko’s plaat, waarop Daltrey zijn ongeschonden vocale talenten volledig ten dienst stelt van de legendarische gitarist en diens songs en als eerbetoon het onderste uit zijn lijf en stem haalt. Daltrey zingt bovendien met een aardige bluesgrol in zijn stem, hij hoeft niet zo nodig hoog te gaan als in de hoogdagen van The Who, deze verzameling simpele en efficiënte songs vraagt daar niet om.

Wilko Johnson haalt die typische driftige hakketak gitaartjes meermaals boven en laat zich nergens verleiden tot overbodige solo’s. Iets waar hij vroeger trouwens ook nooit echt kon op betrapt worden, u moet weten dat eind jaren zeventig de pub-rock van Dr. Feelgood ook in punkmiddens erg gesmaakt werd en met macho gitaarsolo’s moest je bij de punkers niet afkomen.

De spitsheid  van de jonge Dr. Feelgood huist ook in dit plaatje, de twee oudjes stralen een jeugdige spirit uit. Eenvoud, speelplezier en simpele maar gedreven rock’n’roll sieren ‘Going Back Home’. Een schaamteloze ballad als “Turned 21” kan er nog wel tussen, maar doorgaans zijn het compacte rockertjes, allemaal zorgvuldig uitgekozen door Wilko Johnson, (onder meer ook enkele tracks uit de grote Dr. Feelgood catalogus) die hier het mooie weer maken. Nergens wordt het grote gebaar gemaakt, pompeuze toestanden liggen mijlenver weg, hier wordt gewoon met merkbaar plezier een lekker eind doorgespeeld volgens de ongeschreven regels van de rock’n’roll. Duizenden hebben het hen al voorgedaan, maar als twee kerels van dit kaliber zich loos laten gaan, dan heeft het toch altijd dat tikkeltje meer.

Wilko Johnson’s laatste stempel is er eentje die er mag zijn.

Een waardig afscheid, we krijgen hier al de krop in de keel. Weldra kan hij zijn maatje Lee Brilleaux gaan vervoegen. Kunnen ze daar het ultieme rockgroepje oprichten met John Entwistle op bas en de compleet geschifte mafkees Keith Moon op drums.

donderdag 17 april 2014 01:00

Pup

Het Canadese PUP hebben wij in februari leren kennen in de hippe Gentse Charlatan, in het voorprogramma van het Limburgse explosieve bandje Psycho 44 nota bene.
Omdat wij daar danig onder de indruk waren van de snedige punkrock van PUP en de portie lef van hun hyperkinetische zangertje kochten wij maar meteen ter plaatse de debuutplaat, een hitsig dingetje die ook nadien moeiteloos onze aandacht kon blijven wekken.
Het album is nu ook officieel internationaal uitgebracht en hier en daar ontlokt het al een pak lovende reacties, PUP lijkt voorgoed vertrokken.
Op opener “Guilt Trip” klinkt PUP nog een beetje als Weezer die aan diverse kanten uit zijn voegen is gebarsten, maar algauw schakelen ze een tandje hoger. “Reservoir” en “Mabu” zijn briesende en venijnige beestjes die er een hitsig temp op nahouden. Ook “Lionheart” is een ophitsend hoogtepuntje, zo een lekker rollende song die recht naar de onderbuik mikt. Om nog maar te zwijgen over het gejaagde “Back against the wall”, een heethoofdige brok hondsdolheid die menig concertzaaltje in vuur en vlam zal zetten.
Het is niet al razernij, tussen de furieuze punkrock huizen er ook glasheldere melodieën in “Never Try” en “Cul-de-Sac”, knappe popsongs met een hoek af. Het wat tragere en slepende  “Yukon” is een kloeke gitaarrocksong die zowaar de vijfminutengrens overschrijdt en meteen het bewijs levert dat PUP nog veel meer in zijn mars heeft.

Met de ronkende debuutplaat ’Snapshot’ hadden we het al door, dit groepje gaat potten breken. Ook bij hun doortocht in de bombastbunker Vorst Nationaal, als support act van de tot goddelijke proporties verheven Arctic Monkeys, werd ons vermoeden bevestigd. Ware het niet dat de klankman in Vorst Nationaal altijd maar komt opdagen als de hoofdact begint, The Strypes zouden toen al Arctic Monkeys overklast hebben. Wij dachten in Vorst al luidop “Dit moet vonken geven in een kleine clubzaal”. En zie, gisteren gaven ze van jetje in de Bota, vandaag in de Grand Mix. Ons vermoeden is met glans bevestigd, twee dagen aan een stuk droop de rock’n’roll van de muren.

Nochtans zaten de jonge lefgozers nog niet eens in de luiers toen hun grote voorbeelden Chuck Berry, The Yardbirds, jonge Stones en Dr. Feelgood furore maakten met wilde en rebelse rock’n’roll. Ze zijn zelf opgegroeid met Arctic Monkeys en Black Keys maar de kwajongens hebben spelenderwijs wat gesnuisterd in opa’s platen en hebben daar stiekem papa’s albums van The Clash, The Sex Pistols en The Ramones in vermengd. Daaruit hebben ze dan een eigen gloeiende sound gepuurd, ouderwetse rock’n’roll die gebracht wordt met de bevlogenheid van de eerste twee platen van Arctic Monkeys.

Vanavond speelden The Strypes niet alleen rock’n’roll in zijn puurste vorm, ze waren het ook. Ze hadden de looks, de présence en de attitude. In combinatie met een geut onvermijdelijke Britse arrogantie was dat meer dan voldoende om de Grand Mix danig op te jutten.
Aan een verschroeiend tempo, en met een guitige punk injectie in het achterwerk, raasden ze doorheen hun volledige debuutplaat en vulden ze aan met een resem felle covers. Een gejaagde versie van “Concrete Jungle” (The Specials) was als aangename verrassing in de setlist gekropen, en het zangertje had voor de gelegenheid ook wat van die robotachtige ska danspasjes overgenomen . Een bruisend “Got love if you want it” (een old time classic) was een gutsend kookpotje waarin de bassist en full time Roger Daltrey lookalike (de jonge Daltrey wel te verstaan) compleet uit de bol ging en zijn moment van glorie beleefde met een zinderende mondharmonica partij. Ook de Nick Lowe klassieker “Heart of The City” ramde met de energie van een hondsdolle bizon op ons af. En om de alom aanwezige punkinvloeden extra in de verf te zetten mocht op het einde “Rockaway Beach” van The Ramones mee in de vuurlinie. Zo werden ouwe en minder ouwe rockers door deze vinnige lefgozertjes nieuw leven ingeblazen. Hoewel ze al eindeloos veel gecoverd zijn (o.a. “Louie Louie” was ook weer van de partij), nog maar zelden werden die songs met zoveel pit en intensiteit vertolkt als hier.

Maar denk nu niet dat The Strypes het alleen moesten hebben van een stel met peper overgoten covers, de vlegels hebben zelf ook al een pak kordate songs uit hun pen geschud en deze werden er met lef, passie en vuur uitgestampt. We werden duchtig de pas afgesneden door uiterst felle punk’n’rollers als “Perfect Storm”, “Mystery Man”, “Hometown Girls” en “Blue Collar Jane”, allemaal even gehaast en opwindend.  “Angel Eyes”, die als trage van de avond moest doorgaan, was de blues voorzien van een adrenalinespuit, Muddy Waters met Johnny Thunders & The Heartbreakers als begeleidingsband. 

Er staat nog maar één album op The Strypes hun teller en nu is daar ook nog een 4 track ep-tje (‘4 Track Mind’) bijgekomen. En toch raasden The Strypes anderhalf uur door waarin ze haast zonder stoppen (de pauze tussen de songs schatten we telkens op niet meer dan een kwartseconde) 23 songs door de full speed motor draaiden. Zei daar iemand Ramones ? (Alhoewel, die vlamden er een kloeke 50 songs door in die tijdspanne).

Dit was rock’n’roll in zijn meeste bloedstollende vorm.

Als ik naar Rock Werchter zou gaan op vrijdag 4 juli, dan zou ik wel weten waar ik moet staan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-strypes-23-04-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Het verheugt ons enorm om te mogen vaststellen dat de vuile garagerock helemaal terug is. Een band als The Wytches haalt zijn smerige tonen bij The Cramps, The Gun Club en The White Stripes en voegt daar een gulp scheurende Nirvana gitaren aan toe. In de Bota resulteerde dit in een extreem vettig potje garage-venijn waarbij de rock’n’roll in vette lagen van de randen afdroop.
Het bandje heeft nog niet eens een plaat uit maar staat bij ons nu al genoteerd als één van de revelaties van het jaar, samen met The Amazing Snakeheads, ook zo’n gore bende garagerockers die u best eens gaat checken tijdens Les Nuits Bota.

De nieuwe plaat van Blood Red Shoes is er alweer eentje om van te smullen. Het vurige duo heeft resoluut terug voor het vertrouwde geluid gekozen, wat zich heeft vertaald in een stel compacte en hitsige rocksongs. De plaat wordt misschien een klein beetje ontsierd door een enkele missertjes, maar deze werden wijselijk uit de setlist geweerd waardoor we een lekker stomend optreden kregen met nauwelijks tijd voor enige rustpuntjes.

De rauwe brok instrumentale garage rock van amper twee minuutjes “Welcome Home”, waarmee ook de nieuwe plaat inzet, was een binnenkomer van formaat. Het tempo zat direct op kruissnelheid en de zaal ging al meteen uit de bol op “I wish I was someone better” , “Don’t ask”, “Speech Coma” en “Everything all at once”. Ondanks een knoert van een kater bij Laura Mary Carter, ging het fervente duo aan een rotvaart door. Een drummer zo bedrijvig als Steven Ansell  hadden we ook nog maar zelden meegemaakt, de dynamiek die uit die kerel stroomde werd binnen de kortste keren naar de zaal overgezet en de Orangerie kookte meermaals over.
Blood Red Shoes bedankte het uitzinnige publiek met onder meer een schitterend “Cigarettes in the dark”, een nieuwe song met laat ons zeggen iets meer diepgang dan zijn spitse en hitsige broertjes en zusjes. Zo een heethoofdig broertje was bijvoorbeeld “An Animal”, een wel zeer aanstekelijk beestje die het kot op stelten zette, net als de klassieker “Light it up” en een onbesuisd “Colours Fade” waarbij Carter haar gitaar door de geluidsmuur loodste.
In de bisronde werd nog een tandje bij gestoken met een strak “The Perfect Mess”, een heavy “Red River” en de heetgebakerde ultieme punk-kopstoot “Je me Perds”.

Een fel concertje van een hevig duo.
Op 17 juli kan u Blood Red Shoes nog eens van jetje zien geven op het Dour Festival.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-wythches-18-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/blood-red-shoes-18-04-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 53 van 113