logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_03
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 20 februari 2014 00:00

Eighteen Hours of Static

Big Ups bedient zich van het soort gruizige punk waar de bloedresten nog zijn blijven aanhangen. Rauw, rudimentair en zonder franjes, uit de school van Big Black, Shellac, Fugazi en Black Flag. Dit klinkt alsof iconen Steve Albini en Henry Rollins hier met hun ongewassen fikken hebben aangezeten.
De onstuimige songs zijn kurkdroog, frontaal en kwaad. Primaire riffs, striemende vocals en loden bassen heersen over de plaat. Eén en ander slaat geregeld over in briesende hardcore (“Grin” en “Disposer”) en maar heel zelden maakt de rauwe energie plaats voor een korte adempauze. Het Pixies-achtige “Wool” lijkt op het eerste zicht zo een rustpunt tot ook hier een meedogenloos eindoffensief wordt ingezet en de song uitmondt in een brok uitgespuwde agressie.
Amper een half uurtje (11 songs) hebben Big Ups hier nodig om een paar muren te slopen en hun ophitsende punkrock recht in ons gezicht te rammen, een pak slaag die we met graagte incasseren.

donderdag 13 februari 2014 00:00

Cheatahs

Geen idee van waar ze komen, maar de shoegaze bands blijven als paddestoelen uit de grond rijzen.
Jaren geleden waren bands als Ride, Swervedriver en My Bloody Valentine cultgroepen die zich wentelden in een interessant nieuw genre die weliswaar niet voor de mainstream bestemd was. Nu, een paar decennia later, blijken deze bands meer dan ooit pioniers te zijn en zijn ze verantwoordelijk voor een hele generatie nieuwe bands als Toy, Splashh, The History of Apple Pie, No Joy en een resem andere.
Het Engelse Cheatahs is de volgende in de rij en hun debuutplaat is een schot in de shoegaze roos. De groep bouwt verder op de fundamenten die door Ride en My Bloody Valentine zijn aangelegd en ze gieten er een gutsende Dinosaur Jr saus. Een aanpak die meermaals zijn vruchten afwerpt, want Cheatahs deelt hier een paar werkelijke mokerslagen uit met “Get Tight”, “The Swan”, “Cut the grass” en “Kenworth”, gloeiende songs die zich messcherp een weg banen doorheen een snijdende gitaarmuur. Achter die muur zitten echter ook vaak melancholische, dromerige en mooie songs verscholen, “Mission Creep” en “Fall” dragen een mistige schoonheid in zich.
Met dit debuut heeft Cheatahs al een klassieker in het genre beet, en ze zijn nog maar begonnen.
Het Nederlandse Best Kept Secret Festival (20 tot 22/06) heeft alvast deze beloftevolle band geboekt, en in combinatie met een hoop andere kleppers (Mogwai!, Babyshambles!, Pixies!, Interpol!, …) ziet het er daar nu al veelbelovend uit.

Aan explosiviteit geen gebrek vanavond, vooreerst raasden de onstuimige kerels van het Canadese Pup als een bezeten bende door de Charlatan. Het bleken vrienden te zijn van stadsgenoten Metz, beide bands komen uit Toronto. Qua gedrevenheid wisten ze dus de juiste makkers te kiezen. Qua sound waren er wel wat verschillen, daar waar Metz soms met Nirvana flirt, ging de felle post-hardcore van Pup wat meer naar Fugazi of Quicksand neigen. Maar even stuiterend en hectisch ?  jazeker !
De ruimte voor het podium was amper halfgevuld, maar dat weerhield dat lefgozertje van een zanger er niet van om met de nodige risico’s te gaan skydiven. Om maar te zeggen, energieke bende, die van Pup. En een verdomd strakke sound en dito songs. Een ontdekking.

Hadden we het enkele maanden geleden niet over het beste Belgische debuut van 2013 ? Yep, en daar was geen jota van overdreven. Het pittige plaatje ‘Suburban Guide to Springtide’ heeft sindsdien herhaaldelijk de weg gevonden naar onze cd lader en i-pod, en steeds blijft dat schijfje ons verbluffen. Ware het niet van die spelbrekers van Madensuyu, we spraken zelfs ook van het beste Belgische album van 2013. 
In de Gentse Charlatan, een ideaal gruizig kot voor deze in your face rock, bleek dat Psycho 44 probleemloos de energie van de plaat naar het podium kon vertalen. Meer nog, het viertal spuwde er zonder omkijken hun songs nog een stuk opwindender uit. Het vinnige combo raasde een uurtje lang lustig door.
Dit was een retestrak, hitsig en wild concertje van een stel jonge hongerige wolven die met een gretige punkspirit quasi hun ganse repertoire er door joegen.
Het klonk alsof die Black Flag T-Shirt er voor iets tussen zat, rauw, snedig en hard. En ook wel pokkenluid, Schauvliege heeft vooralsnog geen vat gekregen op de Charlatan. De prijsbeesten “All my demons have distortion” en “Dance, motherfucker, dance” werden tot het eind opgespaard om het boeltje extra te doen ontploffen en slaagden met glans in hun opzet.
De Charlatan was verre van volgelopen, maar de opgekomen fans zorgden voor het nodige zweet en enthousiasme om hier samen met een uiterst potent Psycho 44 een memorabel avondje van te maken.

Psycho 44 moet zowat het meest explosieve Belgische bandje zijn die er dezer dagen op onze podia te bewonderen valt. Moge dit een warme oproep zijn tot allerhande festivalorganisatoren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/psycho-44-16-02-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pup-16-02-2014/

organisatie: Democrazy, Gent

Het was aan het New Yorkse Dead Combo om de avond snerende rock in te zetten. Ingrediënten : een duo rockers van middelbare leeftijd, 2 gitaren en een drumcomputer bediend door een ruige frontman die een heuse dagtaak had aan het showen van zijn tattoo’s. De sound was scherp, vet en bij momenten very rock’n’roll, maar na een tijdje werd het zootje een beetje te eenzijdig om echt te blijven hangen.

Uit de Ierse hoofdstad Dublin kwam een ander duo overgewaaid, Kid Karate. Zij hadden een bijzonder interessante sound gesmeed ergens tussen White Stripes en de punkfunkers van Radio 4 en The Rapture. Frisse songs en een overtuigende zanger/gitarist wisten de zaal perfect op te hitsen. Een band om in de gaten te houden.

Twee deftige opwarmers dus, maar de hoofdschotel was van nog een ander kaliber.
We hebben de groep al meermaals aan het werk gezien, nog nooit werden we ontgoocheld, maar vanavond slaagde een zinderend BRMC erin om ons nog meer te overdonderen. Het trio stond op scherp, het ronkte en brieste, bassen en drums klonken hemels en duister tegelijkertijd, gutsende gitaren sneerden met branie en gevoel, er hing gewoon magie in de lucht. Ook de setlist was nagenoeg perfect in balans. Smerige gehaaste rockers “Rival”, “Hate the taste”, “White Palms”, “Conscience Killer” en een verpletterend “Six Barrel Shotgun” werden afgewisseld met vuile blues (“Ain’t no easy way”, een almachtig “Spread Your Love”) en zwevende kippenvelsongs (“Lose Yourself”).
Robert Levon Been ontpopte zich nogmaals tot de beste zanger van het combo, hij wist met zijn ingrijpende vocale uithalen de gretige songs nog meer diepgang en gevoel te geven.
De immer coole Peter Hayes vulde wel telkens knap aan maar wist natuurlijk het meest te overtuigen met zijn ziedend en bruisend gitaarwerk. Na nogal wat problemen bij het zoeken naar een nieuwe drummer, lijkt de groep nu toch met Leah Shapiro de ideale ruggesteun gevonden te hebben. Shapiro mepte het boeltje perfect bij elkaar en bleek het perfecte sluitstuk van een optimaal geolied trio.
Peter Hayes en Robert Levon Been zetten tot slot een bijzonder knappe akoestische bisronde in om vervolgens nog eens finaal te ontploffen met een uit al zijn voegen barstend “Whatever happened to my rock’n’roll”. Die geweldige lap onstuimige punkrock, die destijds voor BRMC de deuren opende, is uitgegroeid tot een absolute klassieker, het ultieme genadeschot bij hun uiterst opwindende live shows.

BRMC was vanavond groots en denderde als een TGV doorheen de Franse Aéronef.  De band komt deze maand nog drie keer naar België (De Kreun, Trix en Botanique) maar helaas is alles uitverkocht, U zal moeten wachten tot de festivals …

Organisatie: Aéronef, Lille

Het Engelse Traams is een aangename nieuwe naam in de wereld van de indie rock, met een fris maar soms donker gitaargeluid die we associëren met groepjes els Cloud Nothings, The Soft Pack en Parquet Courts. De grondbeginselen mag je gaan zoeken bij legendes als The Velvet Underground, Television en Wire.
Om de opzet van Madensuyu niet in de war te brengen had het trio leukweg vóór het podium hun boeltje opgezet. Ze speelden pokkenluid hun strakke songs recht voor onze neus. Op voorhand hadden we al kennis gemaakt met hun voortreffelijke debuutplaat ‘Grin’. De verslavende werking die daar van uit gaat mochten we vanavond ook ervaren in de live uitvoering van de stevig opborrelende songs, met als absolute favorieten “Head Roll” en “Klaus” waarop het telkens heerlijk uitfreaken was.

Madensuyu is een band die zich enorm in zijn schik voelt in de Belgische underground scene. Het Gentse duo heeft op zijn kousenvoeten zomaar eventjes met ‘Stabat Mater’ de beste Belgische plaat van 2013 afgeleverd, maar haast geen mens die dat doorhad, behalve wij dan.
Die typerende eigenheid, dwarsheid en geheimzinnigheid van hun ingrijpende songs wisten ze perfect over te brengen op het podium van De Kreun. De knarsende, dreigende gitaar van Stijn De Gezelle bevond zich meermaals in Sonic Youth land zonder daarbij aan persoonlijkheid in te boeten. Het bezwerende karakter die De Gezelle samen met drummer Pieterjan Vervondel uit die grimmige songs naar boven haalde deed ons ook denken aan de bezetenheid van Dave Eugene Edwards.
Het nieuwe album ‘Stabat Mater’ liep als rode draad door het concert, verschroeiend en teder tegelijkertijd (“Crucem”), of slaand en zalvend (“Days and a day”). Tussendoor mocht natuurlijk ook dat geweldige pièce de resistance “Fafafuckin’” niet ontbreken, dit is en blijft een moordsong. Als extraatje haalde Madensuyu op het eind nog eens “Papa Bear” uit de kast, hun grillige bijdrage uit die al even waanzinnige ‘Ex-Drummer’ film.

Madensuyu zorgde voor een spannend uur van de meest frontale indie-rock die je dezer dagen in ons land kan aantreffen.

Neem gerust een kijkje naar de pics 
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/madensuyu-traams-07-02-2014/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Kylesa - Subtiliteit en heaviness in evenwicht
Kylesa
Kreun
Kortrijk
2014-02-05
Sam De Rijcke

Metalbands met een vrouw in de rangen kom je niet zo vaak tegen, maar Bij Kylesa is zangeres en leadgitariste Laura Pleasants van absolute goudwaarde.

Metal is trouwens een te eng begrip om het geluid van Kylesa te omschrijven, en dat omdat vooral Laura Pleasants de groep regelmatig richting indie, post-rock of psychedelica stuwt. Uit de echo’s die ze uit haar gitaar en haar pedalen haalt komen bijvoorbeeld soms de indianenklanken van The Cult tevoorschijn.
Als zangeres scheert ze echter geen hoge toppen, en haar kompaan Philip Cope ook al niet. Daarom is bij Kylesa de zang wat naar de achtergrond gemixt en ligt de nadruk op een robuust, vol en pompend geluid dat gebouwd is op brute riffs en versterkt wordt door twee drummers. Power is het codewoord, maar er zit verduiveld wat muzikaal vernuft tussen. Kylesa laat zich niet verleiden tot overbodige uitweidingen en houdt de krachtdadige songs kort en efficiënt. Een resem welbedachte tempowisselingen zorgen echter voor de nodige subtiliteit en variatie. Kylesa baant zich zo met hun gevarieerde metal een weg tussen Baroness, Mastodon en Motorpsycho, allemaal bands die het genre naar een ander niveau getild hebben. Let wel, Kylesa is niet zomaar het kleine broertje want de band komt toch vooral met een eigen geluid over de eindstreep.
‘Ultraviolet’ is de nieuwe en alweer ijzersterke plaat maar de groep puurt hier amper vier tracks uit en besteedt daarnaast een pak aandacht aan de twee pronkstukken die eraan voorafgingen, ‘Static Tensions’ en ‘Spiral Shadow’. Het is dan ook met dit albumdrieluik dat Kylesa zich voorgoed op de wereldkaart van de robuuste rock heeft gezet, en live zorgt dit voor een absolute krachttoer.

Een geslaagde samenhang tussen heaviness en subtiliteit is niet iedereen gegeven, maar bij Kylesa blijkt het een handelsmerk.
Een band die zowel op Graspop, Roadburn als op Pukkelpop niet zou misstaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/kylesa-05-02-2014/
Organisatie: Kreun, Kortrijk

donderdag 09 januari 2014 02:00

Forever

Uit het koude Scandinavië komt de laatste tijd al even onderkoelde post punk aangewaaid. We hebben al het Deense weerbarstige en chaotische Iceage en het Finse verbluffende Beastmilk. Voeg daar maar het Zweedse Holograms bij. Ook deze jongens grijpen terug naar de jaren tachtig, maar dan naar de duistere en onheilspellende kanten ervan en niet naar de vergankelijke plastieken pop uit die periode. Meer Joy Division dan OMD dus, meer Suicide dan Pet Shop Boys, meer frontale zwartgalligheid dan oppervlakkig sentiment.
Anton Spetze’s stem hangt wat rond in de regionen waar Robert Smith vertoefde bij de eerste Cure platen, echoënde gitaartjes geven het geheel een gothic tintje en donkere synths zwemen naar The Horrors. Wij horen er zelfs onze eigenste eighties iconen Red Zebra in. Daar zullen die snotneuzen van Holograms waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebben, maar men hoeft zijn voorgangers niet altijd bij naam te kennen om er wel degelijk door beïnvloed te zijn.
Holograms is alweer een interessante nieuwe band binnen de huidige post-punk revival. Een Pukkelpop groepje.

donderdag 09 januari 2014 02:00

Bad Patterns

Dit punkrock bandje uit Alabama USA nemen we er graag bij, ook al produceren ze een geluid dat we al vaker gehoord hebben. Het is pretentieloze en uiterst viriele punkrock, gebouwd op de funderingen die The Ramones hebben aangelegd, met hier en daar een T-Rex tintje en gespeeld in een smerige garagerock modus. Een driftige sound die we ook herkennen bij gelijkaardige bandjes als Fidlar en Howler. Fris, aanstekelijk en bijzonder kwiek. Een rollercoaster met 11 potige stampers van song in amper een half uurtje, en dan gewoon nog eens op die play knop drukken en we zijn terug weg.

donderdag 09 januari 2014 02:00

If You Wait

‘If You Wait’ van London Grammer is als een pot yoghurt met een valse bodem, er zit wel iets in maar lang niet zoveel als je zou verwachten.
“Hey Now” is de veelbelovende opener, een mistige prachtsong die een mens boven de dampkring doet zweven. Maar daarna wordt het nergens meer zo goed. London Grammar kleeft het theatrale van Florence &The Machine aan de intieme aanpak van The XX. Soms vonkt dat, maar al even vaak botst het. Het resulteert in een pak songs die mettertijd te veel op mekaar beginnen te lijken en die bijgevolg de aandacht doen verslappen. Bovendien werkt het stemtimbre van Hannah Reid gestaag meer op de zenuwen dan op het gevoel. Het vrouwmens doet danig hard haar best om dramatiek in haar stem te leggen dat het op den duur een beetje pathetisch wordt.
Het is allemaal de schuld van de overschatte muze Florence Welch, die met haar hoogdravende kerkgezangen een hoop volgelingen en klonen in haar kielzog heeft gekregen.
Let op, hier is een publiek voor, maar ’t zijn wij niet.

donderdag 26 december 2013 01:00

Suburban Guide to Springtide

De vooruitgestuurde bom “All my demons have distortion” deed al het beste vermoeden voor dit plaatje. De jonge gitaarhonden trekken gewoon de strakke lijn door, dit plaatje brandt en gloeit lustig door. Ergens in het midden staat die andere buffelstoot van een single “Dance motherfucker dance” te pronken, maar de spankracht die Psycho 44 met die twee uppercuts teweegbrengt blijft quasi het ganse album aangehouden, en dat is een dijk van een prestatie. Ok, de heren neigen een paar keer wel heel sterk naar Queens Of The Stone Age (“Tender Model blues” en “In control”), maar er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden. Psycho 44 is er immers in geslaagd om een stel krachtige, efficiënte straight-to-the-point songs bij mekaar te spelen. Vurig, catchy, vlijmscherp, bij momenten lekker hard en altijd richting onderbuik. Belgisch debuut van het jaar.

Pagina 54 van 111