logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
giaa_kavka_zapp...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 07 januari 2010 01:00

Upper air

Het Amerikaanse Bowerbirds uit North Carolina, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, onder de tandem Phil Moore en Beth Tacular, ontdekten we in 2008 als support van Bon Iver. Meteen viel op dat dit een bandje was met potentieel. Hun folky americana ligt ergens tussen de freakfolk van Banhart/Newsom, de lofi van Mountain Goats en de pop van Lavender Diamond, maar had vooral iets mee van de americana/countryrock van Band Of Horses en South San Gabriel. We beluisterden dan hun debuut ‘Hymns for a dark horse’, dromerige herfstige muziek, die met regelmaat krachtiger klonk en kon rocken; de sfeervolle songs op hun beurt straalden gemoedsrust uit.
De tweede plaat ‘Upper air’ draait ‘em specifiek rond de tandem Moore – Tacular en is een uiterst sober gehouden plaat. Ze leunen op het akoestische gitaarspel van Moore, soms voorzien van de ritmische begeleiding van toetsen, viool, spaarzame drums en zwierige accordeon.
De charismatische band houdt het op dromerige folkpop op de tien nummers. Ze intrigeren net voldoende om te spreken van een rustig, gezellig, weemoedig plaatje, waarbij vooral de ‘bredere’ omlijsting van “House of diamonds”, “Teeth”, “Silver clouds” en “Chimes” het sterkst overtuigen, naast de ‘intimiti’ op plaat, die knus zijn, maar minder beklijven dan op hun debuut. Maar ze slagen er nog steeds in een optimaal thuisgevoel te creëren, en da’s het belangrijkste … 

woensdag 30 december 2009 01:00

Fantasies

Het Amerikaans/Canadese Metric plaatste zich in de spotlights met hun dynamische live optredens op Les Nuits Bota en Pukkelpop. Ze zijn al toe aan hun derde cd, die de definitieve doorbraak in Europa betekende. Terecht, want we horen een afwisselend fris sprankelend en innemend album van synthgitaarpop van melodieus fijne en uitgebalanceerde composities. We zijn onder de indruk van hun groovy, opzwepende en hun sfeervol rustige songs, onder de bedwelmenende, dromerige zang van de bevallige spring-in-‘t-veld Emily Haines.
Het is radiovriendelijke muziek met puike synthrockende singles “Help, I’m alive”, “Sick muse”, prikkelen met “Stadium glove” en “Dead disco” en sluiten moeiteloos aan met het ingetogener werk als “Twilight galaxy” en “Collect call”. Een beklijvende acoustic gitaar/pianoversion van “Help I’m alive” besluit op overtuigende wijze de cd!
Ze komen vervaarlijk in de buurt van The Yeah Yeah Yeahs, halen rockinvloeden aan van The Breeders, Juliana Hatfield en graaien graag in het synthbakje van Garbage, Veruca Salt, Echobelly, Lush, Elastica en zorgen voor een heropfrissen van de ‘70s pop van Blondie.

woensdag 30 december 2009 01:00

Imidiwan: Companions

De Touareg nomaden van Tinariwen zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren.
Tinariwen brak definitief door met de vorige plaat ‘Aman Iman’. Europa was onder de indruk van hun hypnotiserende retro/world/woestijnblues. Het zijn fascinerende songs die een sterke melodielijn hebben en je in een onweerstaanbare trance brengen door de bedwelmende klanken en ritmes. De gitaargrooves, de bluesy licks en worldpop laten je niet los en krijgen een zuiderse prikkel door de gevarieerde samenzang en de hoge vrouwenstemmen.
Invloedrijk zijn Jimi Hendrickx, Led Zeppelin, Robert Plant, Santana en geestesgenoten Ali Farka Touré en Nusrat Fateh Ali Khan. Ze eigenen zich terecht een plaatsje binnen de Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
Het is heerlijk luisteren naar hun pittige, aantrekkelijke en aanstekelijke songs als “Imidiwan afrik tendam”, “Lulla”, “Tenhert” en “Tahult”, de sfeervolle “Enseqi ehad didagh”, “Tamodjerazt assis” en de onheilspellende trance op de instrumentale afsluiter.
Tinariwen behouden hun roots en deden beroep op hun producer van het eerste uur. Ze zijn een toegankelijke band die het nomadenbestaan vertolken en hun medereizigers een hart onder de riem steken in de Sahara.

woensdag 30 december 2009 01:00

Wall of arms

Het kwintet uit Brighton, The Maccabees, verrast aangenaam met de tweede cd ‘Wall of arms’. Ze overtuigen met aanstekelijke, broeierige en snedige indiepoprock; de opbouwende songs beschikken over een boeiende melodielijn en zijn gelinkt aan de ‘80’s waverock. Onmiskenbaar is de invloed van Arcade Fire en de zang van Win Butler. Maar we horen ook in de zang van Orlando Weeks Finn Andrews van The Veils weer. Trouwens, The Maccabees deden beroep op Markus Dravs, die eerder al instond voor het materiaal van … jawel Arcade Fire.
De eerste songs “Love you better”, “One hand holding” en “Can you give” vormen de toon van de sterke plaat. Persoonlijk kapen “Young lions” en “No kind words” de hoofdprijs. De afsluitende sfeervolle “17 hands” en “Bag of bones” onderstrepen de klassepopindie. We kunnen enkel maar zeuren over de aartslelijke hoes …

woensdag 30 december 2009 01:00

Let’s change the world with music

’Let’s change the world with music’ …wat een droomtitel van een plaat. Niet verwonderlijk, de romantische songwriter Paddy McAloon van het Schotse Prefab Sprout zit hier achter. Hij intrigeerde midden de jaren ’80 met een paar puike platen dito singles. We plaatsen het even op een rijtje: doorbraak ‘Steve McQueen’ (’85): “Faron young” – “Appetite” – “When loves breaks down”; ‘From Langley Park to Memphis’: “King of rock’n’roll” – “Cars & girls” – “Hey Manhattan” en tot slot ‘Jordon: the comeback’ in ’90, één van de meest prestigieuze en perfect stilistische popplaten, minutieus uitgewerkte sprookjespop van het songschrijftalent, die zich probleemloos naast een John Lennon kon plaatsen.
Na deze meesterlijke plaat, hoorden we nog sporadisch van McAloon: in ’97 verscheen het bleke ‘Andromedia heights’, en de laatste jaren bracht hij solo nog een tweetal platen uit. Getergd van de muziekbusiness en geplaagd door partiële blind- en doofheid trok hij zich terug.
’Let’s change the world with music’ is een demoversie van een verkapt conceptalbum na ‘Jordon: the comeback’ die, ruim vijftien jaar later, ‘opgekalefaterd’ werd door Calum Malcolm. Ze werd toen na een handvol mislukte opnamesessies weg gekieperd. We horen restanten van hun meeslepende elegante, vakkundige, sfeervolle pop/soul/gospel. De eerste songs “Let there be music” en “Ride” hebben wat meer groove en drive, maar de daaropvolgende songs laten de fijnzinnig- en subtiliteit doorschemeren van heerlijke, ingetogen pop als “Music is a princess”, “Falling in love” en “Angel of love”. Een beetje zoals ‘The spirit of Eden’ van die andere befaamde perfectionistische songwriter, Mark Hollis van Talk Talk.

woensdag 23 december 2009 01:00

Further Complications

Britpop en Pulp zijn de eerste gedachten als het over muzikale duizendpoot Jarvis Cocker gaat. Een man van vele gezichten, die z’n rijkdom aan ideeën en stijlvarianten plaatst binnen uitbundige, aanstekelijke, broeierige en intieme songs . Momenteel staat Pulp op non-actief en hoorden we hem in enkele gastrolletjes op platen van o.a. Air en Marianne Faithfull. Opmerkelijk is de samenwerking met Steve Albini die de Cocker sound compacter en directer maakt. Eenvoudige, doeltreffende pop dus.
Hij brengt stomende en dynamische Britpopgekte in “Angela”, “Richard” en de titelsong, maar koppelt het aan enkele ingetogen  nummers als “Leftovers” en “Hold still”. Of je hoort een dromerige crooner “I never said I was deep”. Op het afsluitende uitgesponnen “You’re in my eyes” stort hij zich in de ‘70’s soul/disco, die de sfeer ademt van Rose Royce en Marvin Gaye. Het onderstreept mans veelzijdigheid op het tweede solo –album, drie jaar na ‘Jarvis’.

woensdag 23 december 2009 01:00

We’re on your side.

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Wat een guur winterweer moesten we trotseren om een avondje electroclashende bitchpunk van Peaches aka de Canadese Merrill Nisker te kunnen bijwonen. Twee supports had ze mee om op te warmen en onze gedachten op iets anders te zetten dan de toe gesneeuwde wegen …
Ze had het alvast door en wist anderhalf uur lang een ludieke geilshow op te zetten …

De inmiddels 40 jarige bitchqueen kwam in de belangstelling met de cd ‘Fatherfucker’ en haar duet met Iggy Pop “Kick it”. De electropunk werd breder op ‘Impeach my bushes’ door uitstapjes naar de wave, hiphop, r&b en trancy, opzwepende en pompende dansbeats. De sound werd toegankelijker en liet zelfs een meer emotievolle, kwetsbare kant horen op de laatst verschenen sfeervolle cd ‘I feel cream’. Peaches deed beroep op de electro – en knoppenfreaks Digitalism, Simian Mobile Disco en Soulwax en gaf de indruk ouder en wijzer te zijn op plaat.
Live is het nog steeds andere koek. Ze bleef van zich afbijten … afgeilen met een pittige, gedreven, seksueel prikkelende, fantasierijke show. Vettige basses, pompende synthbeats en aanstekelijke, vunzige refreintjes van ‘tits’, ‘dicks’ ‘fucks’, … vlogen om de oren. De spectaculaire show werd op poten gezet met lasereffects, rookgordijnen, de outfits en verkleedpartijen die een ‘Moulin Rouge’ voor ogen hielden, tot de verbeelding sprekende, uitdagende bewegingen, sensuele danspassen en tot slot lichtsabel - achtige instrumenten die het geheel kleur gaven. Het kwartet werd soms aangevuld met enkele schaars geklede danseressen.
Gehuld in een rookgordijn kwam ze op de catwalk … podium gewandeld in een speciaal kostuum, wat deed denken aan de kostuums van Fever Ray en Grace Jones. Op de eerste niet evidente dreigende donkere “Blade runner” en “Mud” werd ze al op handen gedragen; in de daaropvolgende nummers “Talk to me” en “Fxx like a billionaire” voegde ze de daad bij het woord, want ze stapte al wankelend letterlijk op haar publiek. Wat een nummertje voerde ze hier op! Samen met de tweede dame op synths en haar danseressen shakete ze haar ‘tits’ op “Shake your …”. Naast de show en electrobeats hoorden we een steeds krachtiger wordende gitaar en opzwepende drums. Ze deelde wespensteken uit, prikkelde en varieerde haar sound; ze stapte van de aanstekelijke electropop over naar de traag, slepende beats en van wave doordrenkte “I U She”, “Tombstone” en “More”, die een kruising waren van het oude Suicide, Fad Gadget en de Star Wars tunes. Na “Slippery dick”, waarbij ze showde met een levensgrote fluorescerende ‘dick’, kwam in het tweede deel van de set de rockbitch op het voorplan: eerst waren er “Boys wanna be her” en “You love it”; in de bis ontspoorde het in regelrechte electropunk dito attitude van korte, krachtige en snedige songs, “Rock it”, “Rock’n’roll” en “Set it off”, waarbij ze de eerste rijen vroeg hun t-shirts uit te doen of te zwieren met de beha’s. Intussen hadden we ook een paar lekker groovende songs gehoord als “Lose you” en de singles “I feel cream” en “Fuck the pain away”. Tot slot waren we onder de indruk van de lasers en die lightsabel instrumenten op de dreunende trance van “Operate” en “Take you on”. Dankjewel Peaches voor deze goed gevonden act!

De ophitsende uitgekiende show van de dame is alvast met de eindejaarsperiode in ons geheugen gegrift!

We werden voldoende opgewarmd door het Belgische Vermin Twins, een dj project van Lotte Vanhamel (zus van …) en Micha Volders (El Guapa Stuntteam). Geflipte electro/funk/industrial/hiphop ergens tussen Aphex Twin, Prince, Stijn en Leftfield. Zij zong en krijste, bewoog als een spook met een wit tafellaken, huppelde en danste als een bezetene over het podium. Hij leefde zich uit op z’n mengtafel, laptop en knoppen en vervormde z’n vocals. Een tweede MC kwam af en toe een handje toesteken. Ze verwerkten een tweetal covers, Michael Jackson/George Michael, in hun weirde elektronische sound, die op het eind uitmondde in een wild losgeslagen geluid.
We konden even op adem komen op Hawney Troof, een hyperkinetisch Amerikaans duracell konijn die een leuke one man show bracht in een naar Consolidated en Beastie Boys neigende sound. Allemaal om het publiek op te zwepen naar de closing final van Peaches.

Organisatie: Trix Antwerpen

donderdag 26 november 2009 01:00

Static Moves

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Menig muziekliefhebber fronst de wenkbrauwen als we zeggen dat de Nederlandse Nits al 35 jaar bezig zijn en al aan twintig cd’s toe zijn (voorheen The Nits). Deze Amsterdammers vonden elkaar terug in de bezetting van zanger/gitarist Henk Hofstede (stond al in voor heel wat projecten en bracht onlangs nog de Nederpop samen met Frank Boeijen en Henny Vrienten), drummer Rob Kloet en toetsenist Robert-Jan Stips. The Nits kennen het clubcircuit door en door, maar waren de laatste jaren meer te zien in de Culturele Centra.
Midden de jaren ‘80 brak deze charismatische band door met songs als “Nescio”, “Sketches of pain”, “In the dutch mountains”, “Adieu sweet bahnhof”, “The train” en “JOS days”. In hun sfeervolle, weemoedige pop horen we luchtigheid en eenvoud; hun bijdrages zijn elk op hun manier, Hofstede door z’n subtiel gitaarspel, Kloet met z’n variërende drumspel en Robert-Jan op toetsen en piano, die er behoorlijk wat geluidseffects aan toevoegt. De mooi uitgewerkte, fijnzinnige semi-akoestische composities hebben notie van durf en avontuur en zorgen voor een pastelkleurige herfst.

Hofstede zingt niet alleen, hij praat de avond aan elkaar en vertelt hoe sommige nummers tot stand zijn gekomen. Andere kondigt hij dan aan met een vleugje humor. In kader van de pas verschenen ‘Strawberry wood’ trok het trio terug op tournee. De Bota was maar een goede driekwart vol, en kreeg Nederlandstalige fans van middelbare leeftijd en een handvol Franstalige vrienden over de vloer. Gedurende de twee uur durende set kwam de klemtoon op de recentste plaat en blikten ze (even) terug op enkele belangvolle nummers van hun rijkelijk gevulde carrière. Ingehouden, met oog voor detail klonken de nieuwe “Havelka”, “Distance” en “The hours”. Een onvoorwaardelijk respect uitten ze voor Yasmine, die afgelopen zomer zich abrupt van het leven onttrok. Het eerste écht herkenbare nummer na een klein half uur, was het snedig opbouwende “Cars”. Het melancholisch klinkende nieuwe materiaal zat goed verdeeld binnen de set . een sober “Departure” en een ingetogen “Now” door Robert-Jan gezongen, gingen over in de verhaallijn van de vermoorde Theo Van Gogh in “The key shop”. “Nescio” bracht ons naar de psychedelische ’60’s en Nick Drake mocht een weekendje inspiratie opdoen in het huis van John Lennon in “Nick in the house of John”. Een forser klinkende country gaf charme aan de song.
Op die manier was het allemaal wel leuk en ontspannend en klonk de melancholie door: een dromerige “Jisp”, waarvan je de sneeuwvlokken letterlijk zag en voelde, en het aan Dylan / Cohen gelinkte “Tannenbaum” werden afgewisseld met de popgroove van “JOS days”, “Bad dreams” en “Flowers”. Na deze variatie kwam het trio even dichterbij op de rand van het podium, met een beperkt instrumentarium van gitaar/accordeon/handgeroffel en zonder versterking. “La petite robe noir”, die een mondje Frans had, - net als het zwierige “Adieu sweet bahnhof” in de bis, - en een stevig “No man’s land” besloten overtuigend de set. In de bis gingen ze van het innemende “Two times”, naar een meer krachtige en luchtige “In the dutch moutains” en “Adieu sweet bahnhof”, die beiden niet mochten ontbreken in de setlist!

Het was jaren geleden dat we zelf de Nits nog eens aan het werk zagen. Ze speelden beeldrijke songs via hun indrukken en teksten, brachten gevatte bindteksten en behielden dat relaxt gevoel van hun sound. Kortom, we hoorden artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 291 van 340