logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Ora Cogan
CD Reviews

The Great Bertholinis

Gradual unfolding of a conscious mind part 3

Geschreven door

Een naam als The Great Bertholinis doet je weliswaar meer aan één of andere trapeze-ensemble denken uit een circus maar eens je het schijfje in de cdspeler belandt, hoor je dat het niet alleen de groepsnaam is die zich in feeststemming bevindt.
Dit debuut van dit Duits-Hongaars ensemble richt zich op intelligente indiepop dat deels als Eels of zelfs Coldplay klinkt, alleen doen ze het een tikkeltje anders.
Trompetten, banjos, glockenspiel, een saxofoon en zelfs een fietsbel geven deze muziek een carnavalesk elan dat je wel eens durft tegen te komen in de films van Emir Kusturica.
De kern van deze cd blijft zonder enige twijfel gitaarpop maar net als hun collega’s van over de Noordzee (en dan hebben we het over Los Campesinos!) maken ze er bij The Great Bertholinis een vrolijke boel van waar geen plaats is voor azijnpissers.
Een meesterwerk is deze cd weliswaar niet maar wie indiepop eens wil zien vanuit een ander perspectief vindt bij deze Bertholinis zeker zijn gading.
 

Lesbian Bed Death

Designed by the Devil – Powered by the Dead

Geschreven door

Vooraleer we dit plaatje in onze handen kregen, wisten we eerlijk gezegd niks af over het bestaan van deze band. Bovendien konden we met een groepsnaam als Lesbian Bed Death niet meteen inschatten wat te verwachten, maar na een eerste luisterbeurt zijn we toch aangenaam verrast.
LBD combineert invloeden uit verschillende hoeken en maakt een mix van gothic, metal, horrorpunk, glam en ouderwetse hardrock. Pluspunt is de zeer krachtige stem van zangeres Luci4 die ondersteund wordt door vier (mannelijke) muzikanten.  De verschillende nummers zijn een voor een zeer afwisselend maar alles klinkt  toch vrij coherent. Nummers als “Mr Nastyime” en “Catholic Sex Kitten” starten met wat pianomuziek om vervolgens te ontaarden in heerlijke punksongs. “Moonlight” en “No Tears Please” tonen dan weer een donker kantje en verraden het potentieel van Lesbian Bed Death. Het beste nummer voor ons was “Bela Lugosi’s back”, een heavy knaller van zeven minuten doorspekt met een flinke dosis gothic. Wie een boontje heeft voor bands als Misfits, Murderdolls, Type O Negative en Alice Cooper zorgt ervoor dat hij deze band zo snel mogelijk ontdekt! 

Male Bonding

Nothing Hurts

Geschreven door

Britse Indie rock met een scherp punkrandje en met een gebeurlijke brok stevige shoegaze in verwerkt. Denk Thermals en A Place To Bury Strangers samen op een Formule 1 circuit. Het gaat razend snel en soms loeihard, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Zo kweekt men goede song, beste mensen ‘T is poepsimpel als het lukt. En hier lukt het.
Wij hebben een zwak voor dit soort kwaaie rock die er met een onbegrensde gedrevenheid wordt doorgeramd terwijl men toch nog steeds het bos door de bomen blijft zien. Die van Male Bonding kunnen er behoorlijk weg mee, zij razen opgehitst doorheen buffelstoten als “Pumpkin”, “Year’s not long” en “All things this way”, allemaal oplawaaien van amper twee minuutjes rechtstreeks gemunt op onze schaamstreek.
Als het tempo een tandje naar beneden gaat (niet zo vaak op dit album, maar toch) komen er ook al interessante songs aan de oppervlakte (“Pirate key”, “Franklin”, “Worse to come”), iets meer diepgang, beetje complexer en steeds met dezelfde verbetenheid.
Verbluffend plaatje.

Los Lobos

Tin Can Trust

Geschreven door

Verwacht geen flagrante stijlbreuk, want dit nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Vintage Los Lobos dus, maar wel hoogstaand. Hoewel de klasbakken hier nergens naast de door henzelf geijkte paden treden, ontwijken ze met glans de automatische piloot en staan ze op scherp, alsof het een bende jonge gedreven snuiters waren die nog volop de wereld moeten veroveren.
De gitaren van David Hidalgo en Cesar Rosas zijn overal fris en snedig en de solo’s zijn uit een grand cru vaatje getapt. Het duo zingt dan ook nog eens de songs naar eenzame hoogtes.
Het alom gekende geluid vertaalt zich naast de onvermijdelijke latino fuifjes (“Yo Canto”, “Mujer Ingrata”) in een paar puike bluessongs (“Do the murray” , “27 Spanishes” en het geweldige ”West L.A. fadeaway”) en enkele ingetogen pareltjes (“Jupiter on the moon”, “All my bridges burning”).
‘Tin Can Trust’ is Los Lobos in topvorm.

Pig Iron

Blues + Power = Destiny

Geschreven door

Hoes en titel doen vermoeden dat we hier met zware en zompige biker-bluesrock zouden te doen hebben, maar volgens ons neigt dit eerder naar classic hard rock met hier en daar een knipoogje richting grunge en met weliswaar een bluesrandje -vooral wanneer zanger Johny Ogle een harmonica uit zijn mouw tovert- maar toch te proper opgekuist om van een vettige bluesrock plaat te spreken. Ogle zijn stem doet overigens aardig aan Ian Astbury (The Cult) denken en, hoewel dit een Britse band is, het album klinkt in zijn geheel nogal Amerikaans. Niet slecht, maar we hebben het allemaal wel al eens eerder gehoord. Te onthouden songs zijn een stuwend “Golden”, die ergens tussen Alice In Chains en Wolfmother hangt, en de naarstig rockende afsluiter “Death Rattle”.
Een behoorlijke plaat dus die bij momenten stevig uit de hoek komt, met flink en potig gitaarwerk, maar met al bij al te weinig eigen smoelwerk om het peloton te kunnen los rijden.

Saint Jude

Diary of a soul fiend

Geschreven door

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Drums Are For Parades

Master

Geschreven door

Vuist in de lucht – Trillingen over het lichaam – Ogen dicht - Hoofdschudden … Huiver alvast maar op de full cd ‘Master’, die de EP ‘Articificial sacrificial darkness in the temple of the damned’ opvolgt van het Gentse trio Drums are for parades. Een energiek apocalyptisch geluid, donker, dreigend, rauw en snoeihard, waarin ruimte is voor intrigerende melodieuze stukken, flarden klassieke muziek en saxofoonstukken.
Het noisecollectief klinkt inderdaad wel gelaagder en verfijnder en gaat iets breder te werk tussen de zware gitaren en psychedelica. Zwaar en hard blijft het weliswaar om hun kwaadheid, frustratie en agitatie te uiten; een opgefokte, gejaagde frisse sound die diverse tempowisselingen ondergaat. Centraal staan de gortdroge drums, de diep dreunende basses en spannende (soms elektronische aandoende) gitaarriffs, soms ondersteund door een vervaarlijke zang en screamo’s.
Het trio grijpt terug naar Black Sabbath, refereert aan de metal van Channel Zero en Mastodon en verankert met de ‘90s van Helmet en Therapy?.
Ze vermorzelen stoner, noise, crossover en diverse hard- en grindcore sounds door de molen. Ze worden op handen gedragen door Chris Goss, en een samenwerking zit in het verschiet. Intussen deed Howie Weinberg z’n best om het DAFP geluid zo goed mogelijk te ‘masteren’. Een dik OK resultaat, luister maar eens naar songs als “The law”, “I’m not who you think we are”, “Boy was in the death room” en “Opium den idiot check”! Dan weet U waarom we de plaat in die eerste zin schreven …

Wolf Parade

Expo 86

Geschreven door

Een erg goed op elkaar ingespeelde band en een sing/songschrijverduo ‘pur sang’ zijn Spencer Kruger en Dan Boeckner. Na de platen ‘Apologies to the Queen Mary (‘05) en ‘At Mount Zoomer (‘08) staat Wolf Parade opnieuw garant voor compacte, potige, directe, maar ook emotievol gevoelige, sfeervolle, dromerige ‘alternative’ indierock; de puike afwisseling van krachtig snedig en intens broeierig materiaal, de intrigerende opbouw, de heerlijke tempowisselingen, en de afwisselende vocals en vloeiende samenzang, zorgen voor een boeiende, overtuigende plaat. Aangelegd met een psychedelische synthtoets is het allemaal wel toegankelijk en past alles wel perfect in elkaar. Ze worden in één adem genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill, Arcade Fire en halen ‘70s Television invloeden aan.
De eerste songs “Cloud shadow on the mountain”, “Palm road” en “What did my lover say” zijn ongelofelijk sterk door het gejaagde ritme. Dan zakt het tempo wat en zoekt de band in de nummers wat hun eigen weg; Er best mee weg is het uitgesponnen, avontuurlijke, meeslepende “In the direction of the moon”. Songs als “Little golden age”, “Ghost pressure” en “Yulia”, door Boeckner geschreven, zijn grootser en breder van opzet. Ze zijn minder emotievol en hangen minder aan de ribben dan het fors krachtige, energieke materiaal. Maar al de ingrediënten samen horen we nog eens op het schitterend uitgewerkte “Pobody’s perfect”.
Wolf Parade laat ruimte voor de instrumentatie en houdt de subtiliteit onder controle. Sterke plaat!

Fanfarlo

Reservoirs

Geschreven door

Het charismatische Fanfarlo, thuisbasis Londen, roots in Zweden, brengt smaakvolle, dromerige en fris speelse indiefolkpop. De plaat was al een tijdje uit en met de single “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” wist Simon Balthazar en zijn bende meer airplay te verkrijgen. En terecht, de groep balanceert ergens tussen Arcade Fire, de Zuiderse americana van Calexico en de Balkanpop van Beirut. Zonder ook maar over te hellen in bombast in een druk instrumentarium speelt het collectief hun beheerste en pakkende songs. Het geheel van violen, trompetten, accordeons, mandoline, zingende zaag en melodica’s zorgen voor een fijne sfeervolle opbouw. Een subtiel elegant geluid in het uitgekiende materiaal, dat elan en kleur geeft en een gevoel creëert tussen uitbundigheid en dramatiek. Balthazar is een fervente literatuur verslinder, houdt van markante historische figuren en heeft een voorliefde voor meren. Zijn zang hangt ergens tussen Finn Andrews van The Veils en Alec Ounsworth van CYHSY. Een heerlijk geluid dus, luister maar eens naar “I’m a pilot”, “Ghosts”, “Luna” en het lang uitgesponnen “Comets”; de tempowisselingen live brengt hen zelfs richting Mumford & Sons. Sterk debuut!

The Capstan Shafts

Revelation skirts

Geschreven door

Zo’n elf jaar geleden besloot de Amerikaan Dean Wells om in navolging van zijn idolen Guided By Voices om zelf de gitaar ter hand te nemen en muziek te componeren. Op zich is dat niet zo’n wereldschokkend feit want het aantal uitgebrachte cd’s in eigen beheer zijn ondertussen ontelbaar geworden. De ene blijft muziek voor zijn buur of kat maken, terwijl er ook bij zijn die uit het net gevist worden zoals deze Dean bijvoorbeeld.
Hij werd meteen opgepikt door één van de betere indielabels, Rainbow Quartz, en hij zorgde er al gauw voor dat het eenmansproject een volwaardige band werd.  ‘Revelation skirts’ is het resultaat van dit alles en ook al is zijn Amerikaanse collegerock niet slecht, valt het ook niet echt op en verdwijnt het zo met de grijze massa. Aangenaam plaatje dat wel, maar we kunnen er zo honderden bedenken!

Pagina 331 van 402