logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Jon Spencer
CD Reviews

Hot Chip

One life stand

Geschreven door

Het Britse kwintet Hot Chip, onder de tandem Alexis Taylor en Joe Goddard, hebben al een handvol leuke singles uit hun vorige platen waaronder “And I was a boy from school”, “Over & over”, “Ready for the floor” en “Hold on”. Binnen hun dancepop/elektronica houden ze van variatie en originaliteit, waardoor invloeden te horen zijn van ‘70’s psychedelica, ‘80’s wave, drum’n’ bass, postpunk, dwarrelende geluidjes en bleeps. Misschien niet altijd even geslaagd, maar ingenieus, gewaagd en leuk. Hot Chip heeft al de nodige credits opgebouwd.
Al van op de vorige cd ‘Made in the dark’ hielden ze van een dromerige aanpak en sfeervolle, zalvende melodielijnen, een lijn die ze op de huidige cd verder zetten, zij het iets minder donker, maar relaxt en luchtig.
’One life stand’ valt op door de poppy koers en biedt linken met disco, soul, house en psychedelica. Het is een vernuftige, consistente plaat, zeemzoeterig, melancholiek en dansbaar en onderstreept het credo van ‘happiness is what we all want’!
Hot Chip vaart zo z’n eigen koers en dat maakt de band uniek binnen de dancepop. De band bouwt gestaag verder aan een compleet eigen universum. De afwisseling biedt een paar uitschieters als “Hand me down your love”, “I feel better”, “Brothers”, “Slush”, “We have love”, “Take it in” en natuurlijk de titelsong van de cd.

The Scene

Liefde op doorreis

Geschreven door

In 2007 kwam de Nederlandse The Scene, onder de tandem The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, terug samen. Ze brachten toen een soort doorstart album uit van vnl. herbewerkingen van bekende nummers en ondernamen een heuse club en festival tour. Drie jaar later krijgt hun Nederlandstalige pop nu z’n eerste volwaardig vervolg, ‘Liefde op doorreis’, binnen het vertrouwde recept van poprockers en ballads, onder de doorleefde, gevoelige, emotievolle stem van The Lau.
Krakers als in de begindagen horen we o.a. met “Mijn land”, “Atlanta” en “Straat” die een stuwende opbouw hebben. Maar de heren en de dame van The Scene zijn al een jaartje ouder en de intimiteit sijpelt door, wat een pak sfeervolle pop, fijnzinnig van aard en mooi uitgewerkt, oplevert. Ze krijgen kleur door piano en toetsen, waaronder “Vrouw”, “Breek de ban”, “Vier seizoenen” en “Paradijs”. De laatste twee songs, “Tijd” en “Sterven op de planken” (xtra track!) zijn bloedmooi, broos en breekbaar.
De teksten zijn opnieuw poëtisch, beeldend en surrealistisch, wat het geheel van de cd sterkt en ervoor zorgt dat we na achttien jaar spreken van ‘The Scene staat opnieuw op de planken’ en ze een harmonieus homogene eenheid vormen.

Megafaun

Gather, Form & Fly

Geschreven door
De bebaarde mountainhakkers van Megafaun van de broers Cook en Joe Westerlund zijn goede vrienden van Bon Iver. Zij bleven achter om in North Carolina te werken aan de eigen specifieke variant van de americana van de tweede plaat ‘Gather, Form & Fly’. Megafaun tuimelt naar de periode van Crosby, Still en Nash en The Band met hun sfeervolle, dromerige en ingetogen pop.
In de eerste helft van de plaat horen we een voller geluid en klinkt de instrumentatie van mandoline, banjo en viool door, aangevuld met  een bezwerende percussie, handclaps en de meerstemmige zang, toch wel het handelsmerk van het trio; “Kaufman’s ballad”, “The fade”, “The process” en “Solid ground” zijn mooie voorbeelden. Live geven ze de nummers een solide dosis schwung en pit en klinken ze intens broeierig en hitsig. Het zijn elegante, frisse uitvoeringen.
Het gevoel voor drama en intimiteit horen we dan in “Columns”, “The longest day” en de titelsong, misschien op zich niet steeds goede composities, maar wel songs die piekfijn zijn uitgewerkt en een doordachte subtiliteit hebben. Dat ze het experiment niet schuwen en houden van half instrumentale nummers is te horen aan “Impressions of the past” en “Darkest hour”. En ze sluiten en verve af met de finesse van “Tides” en “Guns”, een sfeervol opbouwende sterke song, die elan krijgt door de dreunende soundscapes.
Spannend plaatje die varianten biedt in die typische americana …
Toch even meegeven dat Megafaun past in het plaatje van de freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, C, S & Nash, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons.
Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Black Rebel Motorcycle Club

Beat the devil’s tattoo

Geschreven door

Na de shoegaze sound van hun eerste twee albums namen BRMC een drastische koerswijziging met het fantastische ‘Howl’, een rootsy en naakt album met wortels in de blues en country, en met een flinke scheut Dylan. Met hun vierde ‘Baby 81’ traden ze nadien terug in de voetsporen van de eerste albums. Na de lovende recensies voor de koersverandering op ‘Howl’ werd de terugkeer naar de vertrouwde sound met ‘Baby 81’dan ook op gemengde gevoelens onthaald,  wij waren alvast wel weer overtuigd dankzij sterke songs als “Weapon of choice”, “666 conducer” en “American X”.
Eind 2009 kwam BRMC nog op de proppen met een door ons fel gesmaakte live cd en dvd, waarop zij hun beste songs van de eerste vier platen op overtuigende wijze stuk voor stuk voorzien van een potige live uitvoering.
De nieuwe ‘Beat the devil’s tattoo’ is een bijzonder geslaagde best of both worlds. De diepgang en roots van ‘Howl’ gecombineerd met de noise en de donkere lagen van ‘B.RM.C’, ‘Take them on your own’ en ‘Baby 81’. De band speelt al zijn troeven uit en het resultaat mag er zijn.
Bij de opening, in de bezwerende titelsong, dwaalt duidelijk nog de geest van ‘Howl’ rond, alsook in de naakte ballads “Sweet feeling”, “The toll” en het aan de Beatles schatplichtige “Long way down”.
Verder komen BRMC verdomd smerig uit hun pijp. Zo wild en vettig als op “Conscience killer” en de gemene sleper “War machine” hebben we hen nog maar weinig gehoord. En wat te zeggen van het snerpende “River styx”, geweldige shoegazer-blues als het ware. De Velvet Underground sluimert dan weer in een gedreven en naar een bruisende climax toegroeiende “Evol”. Onheilspellende spanning huist in het scheurende “Aya”, de song breekt opent als de muil van een bloeddorstige boa constrictor. Het album eindigt met de flink uitgerokken track “Half state”, traag, dreigend en met sluipende gitaren uitmondend in een bijtende eruptie, terwijl de song en de melodie moeiteloos overeind blijven.
Het trio (met nieuwe drumster, gejat van The Raveonettes) heeft met deze ‘Beat the devil’s tattoo’ een kanjer van een plaat afgeleverd. Ze hebben het juiste evenwicht gevonden tussen noise, psychedelica, roots, melodie en ferme brokken van songs. Misschien wel hun beste tot op heden. …Op 14/05 in de Botanique. Be there !

Drive By Truckers

The big to-do

Geschreven door

Nogal een productieve bende, deze Drive By Truckers. ‘The big to-do’ is al hun elfde plaat in evenveel jaar en wij zijn de eerste om u te vertellen dat er bij hun nu al indrukwekkende back catalogue geen of weinig kaf tussen het koren zit. Hun voorlaatste studio album, het even fameuze als ambitieuze ‘Brighter than creation’s dark’ (19 songs, beste mensen !) dateert van 2008. Het jaar daarop kwamen ze aanzetten met ‘Fine Print’, een fijne collectie rarities en b-kantjes, en ook nog eens met een live album ‘Live from Austin Texas’. Tussendoor heeft frontman Patterson Hood leukweg het voortreffelijke solo album ‘Murdering Oscar’ ineengebokst. U merkt het, die gasten hebben niet stilgezeten.
Door zo’n productiviteit is, hoe kan het ook anders, de sound nu al redelijk vertrouwd geworden en wordt het dus aartsmoeilijk om nog verrassend uit de hoek te komen. En dat is ook zo op ‘The big to-do’, een album dat niet de geschiedenis zal ingaan als DBT’s beste (daarvoor moet je bij  ‘Southern rock opera’, ‘The dirty south’ of ‘Brighter than creation’s dark’ zijn), wel één waar nog maar eens beresterke songs op staan in goeie ouwe rock- en americana traditie. Neem nu het lekker voortdrijvende “The wig he made her wear” waar Patterson Hood in zijn typische vertelstijl doorheen floreert, of de denderende rock’n’roll song “Get downtown” waarbij men zich spontaan een ritje in een onvervalste fifties cadillac voorstelt met in de passagierszetel een wulpse dame met opgestoken kapsel die zin heeft in feesten en de aangename geneugtes die daar wel eens zouden kunnen op volgen. Voorts zijn er de stevige voortrollende classic rocksongs als “Drag the lake Charlie” en “After the scene dies”. Een aangenaam buitenbeentje is “You got another”, een scherpe ballad die gedragen wordt door de ijle stem van bassiste Shonna Tucker.
‘The big to-do’ is gewoon een fijne staalkaart van waar Drive By Truckers voor staan, niks meer, maar vooral ook niks minder.

Isbells

Isbells

Geschreven door

Het uit Leuven afkomstige Isbells is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes; ze debuteren met negen songs die stemmige pop bieden. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez. De single “As long as it takes” was in de donkere dagen de gedroomde kerst-, haard- en kampvuursong.
Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon; Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.
Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambeetics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’.
Het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klonk uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken. “Without a doubt” klinkt uiterst sfeervol, “Dreamer” en “Reunite” worden meer opengetrokken, spaarzaam en broos houden ze andere songs, “Maybe”, “Time is ticking” en “I’m coming home”. “B.B. Chevelle” besluit op intieme wijze de cd.
Isbells zorgt voor eenvoudig doeltreffende, straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Isbells: Vlaamse Band met Grootse Toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren! Knetterend haardvuurmuziek noemt zoiets …

Sweet Coffee

Face to Face

Geschreven door

Het kleurrijke charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, zijn al toe aan hun vierde cd, na ‘Memory lane’, ‘Perfect storm’ en ‘Naked city’. Op de platen horen we zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse. Op ‘Face to Face’ moesten ze verder zonder de mooi ogende zangeres Bibi Diabokua, die de klemtoon op haar gezinsleven legde. Hun zomerse sound werkt aanstekelijk op de dansspieren, is de helende cocktail bij stress en spanningen en roept beelden op van kuuroorden en Miami stranden. Hun sound is iets aparts en zorgt samen met de andere Belgische artiesten en bands Arsenal, Delavega, Buscemi en Sven Van Hees voor het zonnetje in huis. Sweet Coffee nestelde zich de voorbije jaren tussen een Everything but the girl, Sade en Axelle Red on beats door de broeierig dansbare groove en zalvende beats van jazz/funk/soul, latin, trippop en lounge; op de laatste cd komen ze in de buurt van Groove Armada en door de ganse rits guestvocalisten refereren ze aan Basement Jaxx en – opnieuw –Arsenal. De nauwe samenwerking geven de songs een eigen timbre door het stemgeluid en identiteit.
Er is sprake van verschillende sfeerscheppingen: van een bezwerende groove van “Where do we go” en “U-turn” gaat het naar “Survive”, Buscemi latindance tot de dromerige, broeierige “Beautiful people” en “See myself in you”, die ons volledig doen wegdromen. Een lounge oase creëren ze met het sfeervolle, ingehouden “Out of the death”, die door de strijkers beelden van een kamelentocht aan de Egyptische piramides of van ‘Kuifje in de woestijn’ oproepen. En je ziet zo glimlachende gezichten voor je op de relaxt voelende single “Daylight” en Maxi Jazz en Faithless flitsen even voorbij in schitterende versies van “Alone”, “Drops of rain” en “I don’t think so”. En tot slot deint de sound op de instrumentale titelsong. Een leuk vervolg horen we nog op de reggae/ragga/dancehall van de klassesong “Tomorrow”.
Sweet Coffee is een multi- culturele band die leuke, ontspannende groovende pop brengt, coherent en dansbaar.

Katzenjammer

Le Pop

Geschreven door

Een leuke bedoening lijkt het wel als je de plaat van de Noorse dames van Katzenjammer heb beluisterd … wat staat voor opgewekt kattengejank. De vier deernes brengen soorten folkmuziek (klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek, bluegrass) tot een onstuimige mix. Het geheel klinkt overwegend aanstekelijk, fris, zwierig onder hun stemmenpracht, maar we horen in een paar nummers de melancholie van af druipen: “Virginia Clemm” en “Wading in deeper” dompelen ons in een sfeer van weemoed, zijn een jaren ’30 vaudeville stijl of geven een cabaretier indruk.
Maar Katzenjammer brengt vooral huppelende songs door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, drums, balalaikabas, klokkenspel, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af.
Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen. Het is dansbaar genieten van hun materiaal: “A bar in A’dam” (dat overigens helemaal niet over A’dam gaat!), “Tea with cinnamon”, “Ain’t no thang” en de titelsong; en met “Hey ho on the devil’s bank”, “Play, my darling, play” en “To the sea” hebben ze aanstekelijke triggers om de lente in te halen …

Radio Moscow

Brain cycles

Geschreven door

Om Radio Moscow te situeren kunnen we zomaar eventjes 40 jaar terug in de tijd gaan, naar powertrio’s als The Jimi Hendrix Experience, Cream en Blue Cheer. Vettige rock geworteld in de blues, overvloedige gitaarsolo’s en heavy psychedelica met de Marshall versterkers op maximum volume. Volledig in de tijdsgeest van de late sixties horen we in “No good woman” zelfs een heuse drumsolo (Radio Moscow moet zowat de enige band zijn die dit op vandaag nog aandurft, doch we laten het volledig aan de luisteraar over of dit al dan niet een goed idee is).
Verder is dit een album naar ons hart. De riffs zijn stevig en splijtend, de groove en bij momenten ook de funk zitten goed in dit werkje genesteld en de krachtige songs staan flink met hun poten in de vunzige early seventies modder.
Misschien niet meer van deze tijd, maar wij kunnen in ieder geval dit plaatje wel smaken, want wij zitten er nooit om verlegen om al eens iets van The Free, Black Sabbath, Ten Years After, Grand Funk, Cactus of Hendrix in onze cd lader te schuiven. Vooral de geest van deze laatste is nadrukkelijk aanwezig op ‘Brain Cycles’. Zijn er dan geen raakpunten met het heden ? Toch wel, stel u The Black Keys voor mochten die hun gitaarsolo’s een ferm stuk uitvergroten. Maar goed, waar hebben The Black Keys de mosterd gehaald, dacht u ? Juist.
Zo retro als’t maar zijn kan, maar wel een ferme schijf.

Finntroll

Nifelvind

Geschreven door

Er zijn zo van die bands die al vanaf de eerste luisterbeurt een blijvende indruk hebben nagelaten en een speciaal plaatsje verdiend hebben in mijn Metalen hart. Zo'n band is Finntroll. Sinds het beluisteren van hun kraker ‘Jaktens Tid’ is mijn muzieksmaak nooit meer hetzelfde geweest. En nu, na een mcd en twee albums hebben ze eindelijk terug een nieuw album opgenomen met de titel ‘Nifelvind’.

En het is hun interessantste en afwisselendste album tot nu toe moet ik zeggen! Ze zijn duidelijk volwassen geworden. Alles is wat serieuzer, maar ook subtieler. Het zit hem nu vooral in de details, de muziek is niet meer zo makkelijk als in de tijden van Nättfodd om maar een album te noemen. Maar na enkele luisterbeurten merk je al snel de geniaalheid van deze nieuwe langspeler.
Na de verplichte intro beginnen we met “Solsagan”, het nummer waar ook een tamelijk ‘dirty’ videoclip voor werd gemaakt. Ja, het gitaarwerk is hier duidelijk meer naar voren geschoven, maar het is niettemin typisch Finntroll. Vooral het gezongen folky melodietje dan, dat overigens ook in de intro te vinden is.
”Den Frusna Munnen” is zo'n beetje het interessantste en experimenteelste nummer dat Finntroll ooit heeft gemaakt. Er komen een heleboel vreemde invloeden en melodieën naar voor die we niet gewoon zijn bij Finntroll, maar desondanks is het toch een nummer dat barst bij de band. “In Ett Norrskensdad” wordt voor het eerst een echte viool geïntroduceerd in de muziek van Finntroll maar een aanstekelijke en doorsnijdende melodie. Ook dit nummer vind ik geslaagd.
“I Trädens Sang” is terug een stuk agressiever en rechtdoor. Het ging gerust op hun vorige album kunnen gestaan hebben, ware het niet dat er een soort van andere sound heerst die wat doet denken aan hun debuutalbum.
Ja, ‘Midnattens Widunder’ is een album waar ik verder nog enkele keer aan herinnerd wordt bij het beluisteren van dit album. Dit door subtiele verwijzingen in melodieën en vooral bepaalde keyboardinstrumenten die ook veel gebruikt waren op dat album. ik kan deze beslissing alleen maar ferm toejuichen, want het komt de sfeer van de nieuwe nummers ten goede!
Verdere nummers hebben ook nog een eigen karakter. Na het geniale nummer “Tiden Utan Tid”, dat ferm naar ‘Midnattens Widunder’ verwijst, krijgen we een akoestisch nummer in de vorm van “Galgasang”. Een goede rustpauze want “Mot Skuggornas Värid” gaat er weer ferm tegen aan met een lekker ritme en bijhorend gitaarwerk.
Eén van de hoogtepunten van het album voor mij is “Under Bergets Rot”, een nummer dat al eerder op de myspace van Finntroll te beluisteren viel. Na “Fornfamnad”, een nummer met een pakkende hoofdmelodie en veel creepy geluidjes, komen we uiteindelijk bij het laatste nummer. “Drap” bevestigt nog eens mijn oordeel dat ‘Midnattens Widunder’ hier vaak om de hoek komt kijken, dit hoor je dan vooral bij het einde van het nummer.

De rit zit er op en ik ben heel erg tevreden. Finntroll heeft bewezen dat ze niet bang zijn van wat verandering en wat experimenteren, iets wat verder weinig voor komt in het genre Folk Metal en aanverwanten. Laat dit een les voor jullie zijn!

Pagina 348 van 402