logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Asian Dub Foundation

Asian Dub Foundation - Gedateerde cross-over doet de AB daveren

Geschreven door

Het publiek ligt anno 2011 niet meer wakker van de jaren ’90 want het zijn plots weer de jaren ’80 die toonaangevend zijn. Wie weet zal dit veranderen binnen een tiental jaartjes maar gisteren werd het gauw duidelijk dat de hoogdagen van Asian Dub Foundation voorbij zijn, ook al was de trouwe aanhang aanwezig.
Misschien zijn de mensen gewoon het cross-overgeluid wat moe geworden en dat zal deels te verklaren zijn doordat er gewoon een overaanbod in het genre was.
Zonder twijfel waren Asian Dub Foundation één van de meest originele in hun soort en dat is natuurlijk te verklaren door de Aziatische klanken want op Cornershop na was zoiets destijds nieuw en revolutionair.
Ondanks diverse personeelwisselingen bleven Asian Dub Foundation de nodige albums uitbrengen en in het kader van hun meest recente ‘A history of now’ bracht deze bende de Brusselse rocktempel een bezoekje.

Er zijn groepen die hun vuurwerkstokjes sparen tot de bisnummers maar in het geval van Asian Dub Foundation was het meteen prijs met opener “Bride of Punkara” waarbij meteen daarna met “Rise” de zaal helemaal ontplofte.  Naar aloude gewoonten deden ze dat met hun welgekende mix van Westerse crossovergeluiden en dansgeluiden van Aziatische origine.
De twee zangers (of zijn het nu rappers?) Al Rumjen en Aktarv8r die er sinds 2007 bijkwamen, deden er alles aan om het publiek op te dwepen en eens  “Target” en “London Eye”  door de boxen galmden, wist je dat ze in hun opzet geslaagd waren.
Wie Asian Dub Foundation zegt, heeft het natuurlijk ook over de nodige politieke boodschappen en bij “History of now” werd meteen steun gegeven aan de mensen die in het Midden-Oosten rebelleren tegen de heersende dictators.
Ook al was de opkomst een tegenvaller kon je dat niet merken aan de arme vloer van de AB want als er één groep is die een publiek massaal kan doen springen dan is het Asian Dub Foundation wel.
Na een uurtje verdween de groep van het podium om tot tweemaal terug te komen. Niet alleen besloten enkele fans om het podium te bekruipen maar kreeg extreem rechts ook nog eens op zijn donder tijdens “Rebel” , een boodschap die des te meer doordrong tijdens “Free Satpal Ram”.

De muziek die Asian Dub Foundation gisteren bracht was misschien bij momenten wat gedateerd want je kan moeilijk gaan beweren dat deze groep door de jaren heen veel evolutie heeft gekend maar we zagen wel een groep die zich ten volste gaf en die nieuwe goden een poepje liet ruiken als het op energie aankomt.
Een groep die te belangrijk is om zomaar uit de muziekgeschiedenis te wissen en dat begrepen de aanwezige fans van gisteren maar al te goed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel



Karma Hotel 2011: Muzikale zeebries van Pop en Dance

Voor de vierde keer konden we terecht in het Kursaal van Oostende voor een rijk gevulde en gevarieerde affiche van Karma Hotel. En geen stofwolk zoals vorig jaar kon de line-up door elkaar schudden …
Net als de voorbijgaande jaren is het aanbod erg gevarieerd, zo was er live muziek van zowel aanstormend talent als de al gevestigde waarden.
Ook stonden er heel wat DJ’s geprogrammeerd die heel wat verschillende muziekstijlen combineerden van electro, dubstep, drum&bass, pop, rock, reggae, hiphop, house, …
Kortom, hier viel veel te ontdekken…

De Bruggelingen Jason Dousselaere en Dijf Sanders die met “Miami” een supercatchy popsong uit hun mouw schudden, werden al vrij snel door StuBru opgepikt zodat Teddiedrum uitgroeide tot één van de hotste bands van het voorjaar. De heren die we nog kennen van The Violent Husbands gooien het nu over een totaal andere boeg. Waar ze vroeger meer een pop/rock groepje genoemd werden die het ook wel aandurfde om Nederlandstalige nummers te brengen, kiezen ze er nu voor dansbaarder materiaal te maken.
Een goed voorbeeld is hun single “Miami” dat zeer vrolijk en zomers klinkt. Hun set openden ze door een lange intro waarbij lustig met lasers gespeeld werd; ook viel hun drum met teddyberen onmiddellijk op. Gedurende heel hun optreden slaagden ze er in om met vrolijke popsongs de mensen te boeien en lieten ze zien dat ze heel wat in hun mars hadden. Teddiedrum houden we in het oog!

Voor de Aalsterse jongelui van Intergalactic Lovers gaat het tegenwoordig erg hard, nadat ze vorig jaar het Oost-Vlaams Rockconcours en De Beloften op hun naam schreven, namen ze ruim de tijd om een eerste album op te nemen. Uit dat album, ‘Greetings & Salutations’ stootte hun eerste single “Delay” meteen door naar de top van StuBru’s Afrekening. Voor hun optreden op Karma Hotel konden ze niet anders dan materiaal uit hun debuutalbum brengen. Ondanks het vroege uur en de niet altijd even goed gekende nieuwe nummers, konden ze toch al op aardig wat belangstelling rekenen.
De ietwat verlegen zangeres Lara Chedraoui boeide de menigte met haar warme, verleidelijke, scherpe stem waarbij het af en toe heerlijk wegdromen was. Een betoverende stem trouwens.
Hun erg sterk optreden sloten ze af met hun vorige single “Fade Away”, die net zoals hun huidige single “Delay” op het meeste gejuich kon rekenen.
Intergalactic Lovers is een steengoede band met erg goed op elkaar ingespeelde muzikanten; de zangeres staat nog iets of wat onwennig op het podium, maar ze heeft een meer dan fantastische stem, die haar ver zal brengen.

Niet veel bands met gitaren op Karma Hotel. Maar A Brand bracht het rockgehalte naar een hoger niveau. Netjes naast elkaar, in wit maatpak, met de drummer in het midden, stonden ze opgesteld. Melodieus strak, snedig, ruig en fris  gitaarwerk met elektronica en swingende drums zorgden voor spektakel. De leuke choreografie en danspasjes namen we er tijdens de gig graag bij. A Brand profileert zich meer en meer als een ‘best of’ met een handvol herkenbare songs. Hun grote hits zoals “ Time”, “Beauty booty killerqueen”, “Hammerhead”, “Riding your ghost” en het recente “The mud” ontbraken niet. Ze werden sterk onthaald; Handjes gingen in de lucht en refreinen werden moeiteloos meegezongen. Duidelijk was wel dat het nieuwe materiaal van ‘Future You’ minder aanstekelijk is en raakt, bijgevolg bleek het voor de volle zaal lichtjes onbekend. Handig was de vondst om een mix van “Yeah yeah yeah” en “Daft punk is playing in my house”  van LCD soundsystem tussenin te spelen.

Na het reggae feestje van Clinton Fearon  & Boogie Brown Band was het de beurt aan
Foreign Beggars
in de pittoreske Delvaux zaal. Met een DJ die dubstep draaide en de 2 MC’s zat de sfeer er al snel  in. De MC’s palmden hun publiek in door de opzwepende raps. Naast het eigen werk van o.m “Contact” werd de dubstep-hit van Chase and Status “Eastern Jam” en andere herkenbare tunes mooi in elkaar gemixt. Naar het einde toe klonken ze nog krachtiger en steviger en integreerden ze metaltunes en dubstep bassen om het publiek volledig in vervoering te brengen.

Dat The Subs de voorbije jaren uitgegroeid zijn tot één van de populairste Belgische live dance-acts werd vorig jaar nog maar eens duidelijk toen ze samen met de Partyharders de monsterhit “The Pope Of Dope” scoorden. Na het succes van debuutplaat ‘Subculture’ werkte het Gents trio aan een tweede plaat ‘Decontrol’ waarvan de eerste single “Face Of The Planet” meteen tot hotshot gebombardeerd werd op StuBru.
Na hun try-out in de Kreun en hun eerste grote concert in de AB, waren we uitermate benieuwd hoe ze hun nieuwe live show met nummers uit de recente plaat ten berde zouden brengen.
De Gentenaren kwamen op met een soort monnikscape over het hoofd. De kappen verdwenen echter zeer snel en dan merkten we op dat frontman Jeroen De Pessemier het driehoekige band logo in zwarte tape op zijn buik gekleefd had.
The Subs slaagden er wonderwel in om zeer goed te doseren en hun pompende beats steeds op te bouwen, dan stil te laten vallen om dan opnieuw alles uit de kast te halen. Op de eerste tonen van “Bang Bang Bang” klauterde Jeroen langs de lichtbrug naar boven om van daaruit het publiek aan te porren om luidkeels mee te brullen. De sfeer zat er toen volledig in en zette al enkele mensen aan tot het crowdsurfen. Tijdens “Fuck That Shit” dook frontman/entertainer Jeroen De Pessemier het publiek in om dan, op handen gedragen, het nummer af te werken. Met “The Pope Of Dope” als bisnummer kwam er een einde aan een meer dan vet feestje dat liet zien dat The Subs er terug klaar voor zijn!

Ook de 2MC’s en de DJ van
Buraka Som Sistema
gaven nog wat kleur aan het dance concept. Hun losgeslagen mix van reggae, dancehall, ragga, electro, drum’n’bass, house, trance, Brasil en Cariben klonk in de beperkte bezetting bijna even aanstekelijk, broeierig en opwindend als op Pukkelpop, twee jaar terug. In deze bezetting verzorgden ze ook nog een fijn Pias-nites feestje. Vanavond zetten ze het dansfeest verder na The Subs op de Mainstage. Het prachtig zangerig Portugees, de rapsalvo’s en het harde, pompende ritme, de beats en de onverwachtse wendingen werkten in op de dansspieren . Hun ‘kuduro’ stijl was geslaagd om het jonge volkje voor zich te winnen …

The Others
, een dj-duo mocht de échte dubstep liefhebber plezieren en gaf er zware basstunes op … de ideale overgang naar Netsky …

De nieuwe modetrend/hype van het afgelopen jaar is/was dubstep en drum&bass, met in de hoofdrol onze eigen Belgische Netsky. Deze jonge drum&bass producer en DJ bracht vorig jaar zijn eerste album uit waaruit single “Moving With You” regelrecht naar de top van menig hitparades stormde. Netsky joeg met zijn vette beats en groovie sound de temperatuur fors de hoogte in. Ook showde hij zijn draaikunsten en vermaakte hij de zaal met zijn unieke frisse sound, op een mengelmoes van drum&bass, dubstep en ‘liquid’ funk; hij zorgde ervoor dat heel de zaal loos kon gaan.

Netsky knipte het lint door om de afterparty nog meer gestalte te geven …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

James Leg

James Leg - Echt vuurwerk pas na de pauze

Geschreven door

Nadat de tour van de Soledad Brothers samen met James Leg jammerlijk niet door ging werd ter elfder ure nog een nieuwe Europese tour voor James Leg alleen in elkaar geflanst waarbij ons land over het hoofd werd gezien. Dan maar de grens over naar Kaffee 't Hof in Middelburg, een aangename kroeg waar de patron een goeie muzikale smaak heeft. Alleen moest je er wat tijd hebben want het optreden, dat uit twee delen bestond, begon pas rond 22u30.

James Leg (echte naam John Wesley Myers) is de zanger-pianist van de Black Diamond Heavies, één van de indrukwekkendste live-sensaties van de jongste jaren, die momenteel noodgedwongen onder eigen naam opereert nu zijn partner in crime, drummer Van Campbell, het wat rustiger aan wil doen na zijn huwelijk. Sinds het (voorlopige) verscheiden van de Black Diamond Heavies was de eeuwig tourende Myers al eens in Europa met Cut In The Hill Gang, maar dat was eerlijk gezegd toch een halve ontgoocheling. Er viel dus nog wat goed te maken en we waren dus benieuwd wat hij er met zijn nieuwe drummer en oude vriend, Andy Jet Jody, van zou bakken. "Gewoon Black Diamond Heavies met een andere drummer" had hij me na het optreden van Cut In The Hill Gang beloofd maar dat pakte toch enigszins anders uit.
Aanvankelijk kon James Leg het optreden in Middelburg met de beste wil van de wereld niet van de grond krijgen. Er waren wat problemen met de klank die niet meteen opgelost raakten maar dat was echt niet de enige reden. Op zijn nieuwe plaat ‘Solitary pleasure’ vaart Leg toch een wat andere koers en precies die meest afwijkende (i.v.m. Black Diamond Heavies) songs zaten in het eerste deel van de show. Nummers waarin het distortionpedaal met rust werd gelaten en zijn Fender Rhodes zowaar klonk als een New Orleans piano. Mogen "Nobody's fault" (kon zo geplukt zijn uit Tom Waits' ‘Closing time’, "No license (song for the caged bird) of "Whatever it takes" op plaat beslist overtuigend klinken, live vielen ze nogal slapjes uit en konden zeker niet beklijven.
Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik dit niet meteen terug moest zien, dat terwijl ik BDH minstens tien maal aan het werk zag en nog steeds naar meer snakte. Maar was het geen Nederlander die ooit zei "'t kan verkeren"? Met de gospelstamper "Georgia", dat klonk alsof ik het mijn hele leven al kende maar toch gewoon van de nieuwe plaat afkomstig is, sloeg het vuur uiteindelijk toch in de pan. Eindelijk hadden beide heren de juiste drive te pakken en net nu de stomende trein goed op de rails stond werd er een break ingelast en kwam de twijfel weer de kop op steken. Misten we dan toch die fantastische Van Campbell op drums?
Blijkbaar had James Leg onze gedachten gelezen want het tweede deel van de avond was van een compleet andere wereld. De ‘Fender Rhodes fingerfucker’ snauwde zich met die indrukwekkende growl van hem en druipend van het zweet als vanouds door zijn songs, hierbij zijn piano en basorgel voortdurend molesterend. Dit terwijl Andy Jody onze twijfels de deur uit mepte en één blok zinderende rock-n'-roll bleek. Heeft waarschijnlijk niet voor niets ooit bij Barrence Whitfield & The Savages gespeeld. Een groot zanger is hij niet maar de door hem gezongen cover, "Oh sweet nuthin' " van de Velvet Underground, was verdomd één van de hoogtepunten van de avond. En zo waren er nog bij de vleet : het onverslijtbare " Poor brown sugar", de Link Wray-cover " Fire and Brimstone" en "Drinking too much" waarbij James de daad bij het woord voegde en zijn whisky met een biertje doorspoelde.
Met een zelden geziene gretigheid raasde dit duo door die tweede set, geen seconde verslappend en o, zo fel contrasterend met het eerste deel van de avond. Je wou dat er nooit een einde aan kwam maar met een koppel bluessongs gebeurde het onvermijdelijke toch : het nog steeds hypnotiserende "Take a ride" van T-Model Ford en "Got my mojo workin' ", bekend van Muddy Waters en waarbij James zijn drummer op de proef stelde want dit hadden ze nog nooit eerder gespeeld.

Nog één keer kwamen ze terug om alles en iedereen (de Stones incluis) te verpletteren met een razende versie van "Jumpin' Jack Flash". Daarna konden we enkel naar adem happend de frisse buitenlucht opzoeken.
Achteraf vernam ik dat James Leg dit jaar opnieuw komt naar het Folks Blues Festival in Binic, Bretagne (eerste weekend van augustus, net als Left Lane Cruiser (!!!), Radio Moscow, Bloodshot Bill en Mark Porkchop Holder (in het prille begin derde lid van BDH).

Organisatie: Kaffee ’t Hof, Middelburg

Carl Barât

Carl Barât - Everybody can be a Libertine

Geschreven door

Het is woensdag  6/10/2010, ik zit te studeren achter mijn bureau en kan maar aan 1 ding denken: “Godverdomme, vandaag komt de CD van Carl Barât uit in België!”
Na een aantal vruchteloze pogingen om mij verder te verdiepen in mijn leerstof besloot ik toch maar richting CD-winkel te trekken en het album te gaan kopen.
De cover maakt het album, stel u ‘London Calling’ van The Clash voor met een andere cover, het zou hetzelfde niet zijn. Deze albumcover was gewoonweg lelijk, compleet in strijd met het fraaie artwork waar ex-compaan Peter Doherty mee kwam aanzetten bij zijn soloplaat. 
Ook het luisteren van de plaat was ondraaglijk, de nummers pasten helemaal niet in het Libertines-ethos en het was moeilijk om te geloven dat dit Carl Barât was.
Toen hij dan op 30 oktober naar de Botanique kwam, verkoos ik om mij van kop tot teen in het zwart te verkleden en de sfeer te gaan opsnuiven in Hasselt voor Sinner’s Day.

Een aantal maanden en luisterbeurten later raakte bekend dat hij weer naar Brussel kwam en deze keer twijfelde ik niet, Carl Barât is en blijft Carl Barât en hem 2 keer missen zou een schande zijn voor een Libertines-fan als ik. Helaas annuleerde hij het concert in ware Libertines-stijl en werd het verplaatst naar 15 april.

Voorprogramma van dienst was TBHB oftewel The Big Hat Band. Een mengeling tussen Schotten en Brusselaars, The Jam meets Buzzcocks, een fantastisch optreden. Ze pakten mij dan ook wel helemaal in toen ze zeiden: “The next song is delicated to Mick Jones.” Mick Jones! De punkheld! De Guitar Hero! Maar ook de producer van de 2 Libertines platen!

Toen moest Carlos komen, gelukkig moest ik niet al te zenuwachtig zijn of hij al dan niet zou komen, vrienden van mij hadden hem al gezien en gesproken. Maar tegen de verwachtingen in strompelde iemand op het podium… Wie hebben we daar? Kurt Cobain on stage! Euh, ik bedoel een langharige blonde kerel die als 2 druppels water op Ons Kurtje leek. Met een fles wijn in de hand kwam hij met de boodschap dat Barât hem gevraagd had wat songs te spelen. 5 nummers en weg he, Kurtje, het publiek snakt naar de ex-Libertine.
En zo geschiedde, na 5 nummers en een overdonderend applaus kwam de begeleidingsband en 20 seconden later Carl Barât himself op podium, waarop het publiek de controle verloor. “The Magus” en “Run With The Boys” (de 2 hoogtepunten van de CD) gevolgd door “The Man Who Would Be King”, het was een droomstart.
Vervolgens een rustmoment met het wondermooie “Carve My Name”. Want zo zag ik de nummers uit z’n soloplaat, als ideale rustmomenten in afwachting van nummers van The Dirty Pretty Things en vooral The Libertines. We werden verwend tot en met, “Up The Bracket” en “Death On The Stairs” van The Libs en “Deadwood” en het knallende “Bang Bang You’re Dead” van DPT.
Maar het verwenarrangement bleef maar duren, we kregen een bisronde die minstens even lang duurde als de set. Biggles fungeerde als wandelende Libertines jukebox! “France, Ballad of Grimaldi”, absoluut hoogtepunt “Music When The Lights Go out” en de kaakslagen “Time For Heroes” en “Don’t Look Back into the Sun” als laatste 2 nummers van de avond.

De interactie met het publiek was fenomenaal … ‘Everybody can be a Libertine’; platen signeren, bier geven aan dorstige fans, een Britse vlag aannemen, een scheut wijn drinken van een fan en discussiëren met mezelve of ik nu al dan niet op podium met hem “Don’t look back into the sun” mocht gaan zingen. “You look like Pete, but you probably can’t sing like him, so it won’t work out…”
Toch ging ik mijn kans en sprong ik het podium op, helaas werd ik weggehaald door de security. Wat een verschil met de early Libertines periode waar er meer publiek op dan voor het podium stond!
Nu ja, Carl wordt ook ouder en zoals hij het zelf zegt: “Ik kan niet blijven rond cruisen met een gestolen fiets met Pete op de bagagedrager…’

Het raakte ook bekend dat Carlos naar Les Ardentes komt, ik geef jullie alleen 1 gouden tip: Don’t you fuckin’ miss it! In een gesprek met een fan verklaarde Biggles trouwens ook dat “hij zeer graag op Pukkelpop wil spelen.” Chokri, boeken die Libertines!

Organisatie: Botanique, Brussel


Horse Feathers

Superieure folk van Horse Feathers

Geschreven door

Kill rock Stars is een indie label uit Portland,Oregon, met als bekendste artiesten Gossip en Elliott Smith. Horse Feathers is een van de juweeltjes op dit label, en werd bij ons opgepikt met hun vorige album ‘House with no home’. Voor fans van Bon Iver, Fleet Foxes of Decemberists is deze band zeker het ontdekken waard.

Vanavond stond dit viertal rond zanger Justin Ringle in de Nijdrop, het jeugdhuis uit Opwijk die dit voorjaar een heel sterke programmatie in elkaar gestoken heeft.
Horse Feathers is nog niet erg bekend in Europa, wat hen verplicht om een low budget tournee te ondernemen.Zo stonden ze de avond voordien in een huiskamer in Gent, en hadden ze een beperkt aantal instrumenten meegenomen. De Nijdrop had ook voor een intieme setting gezorgd, zodat het publiek aan tafeltjes het concert kon volgen, en je bijna van een aperitief concert kon spreken.
Justin Ringle is zowat de enige vaste man in Horse Feathers, terwijl Horse Feathers nog een drietal was ten tijde van 4House with no home’, heeft hij ondertussen alle andere bandleden vervangen en is de band nu uitgebreid tot een viertal voor de live uitvoering van het nieuwe album ‘Thistled Spring’.

Ringle nam vanavond de gitaar en banjo voor de rekening, terwijl Nathan Crockett viool, Catherine Odell cello en Sam Cooper de drums voor de rekening nam.
Het aandachtige publiek in de Nijdrop kreeg vanavond een bloemlezing uit de twee laatste albums, waarbij de wisselwerking tussen de strijkerssectie en de banjo of gitaar van Ringle vooral opvielen. Er was veel dynamiek in de nummers, van muisstil (waardoor het lawaai van de lokale band die boven in het repetitiekot iets tussen Nirvana en The Hickey Underworld aan het inoefenen was doorkwam), tot heel dynamisch.
Het hoogtepunt was wat mij betreft “Curse in the weeds” met het ietwat hese stemgeluid van Ringle dat perfect aansloot met de viool- en cellostukken die wel van de hand van  Johann Johannsson leken te komen en ook “Rude to rile” dat een nummer is dat Badly Drawn Boy in jaren niet meer geschreven heeft. De drummer verjaarde vandaag, dus kreeg hij en het publiek een “Happy Birthday” op zingende zaag.

Horse Feathers is een zo een van die kleine bands, waarvan iedereen die ze live aan het werk ziet, onmiddellijk fan is. Als je van folky americana houdt en van bands als Beirut, Bon Iver, Woven Hand of Fleet Foxes in het bijzonder, dan moet je ook deze Horse Feathers eens ontdekken, je zal niet ontgoocheld worden.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

The Young Gods

Cercueil – The Young Gods - Frans synthpoptalent ontmoet uitmuntende Zwitserse klasse

Geschreven door

Vorig jaar waren talrijke Sinners Day-bezoekers ervan overtuigd dat The Young Gods één van de hoogtepunten in de Ethias waren. Met zo een gedachte in het achterhoofd was het dan ook uitkijken naar de komst van de Zwitserse indusrockers die ons land tweemaal een bezoekje brachten, want daags na de Botanique stonden ze op de planken in Diksmuide.

Vooraleer het allemaal zover was mochten we eerst kennis maken met een trio uit Lille: Cercueil. Deze band begint in het gothwave-milieu aardig naam te maken en daar zal de stem van Penelope wel voor veel tussen zitten.
Het toeval wil namelijk dat zij met een stem gezegend is die als twee druppels water lijkt op die van Siouxsie. Beweren dat ze een kopie zouden zijn van dit gothinstituut zou echter meer dan oneerlijk zijn want ook al bezit hun geluid de typische staccatogitaartjes die in de jaren ’80 iedere waveplaat sierden, balanceren ze mooi tussen eigentijdse synthpop en donkere wave.
Het trio moet misschien nog leren dat je op een podium best wat beweegt maar voor de rest waren alle verwachtingen ruimschoots nagekomen.

De laatste cd van The Young Gods ligt ondertussen reeds enkele maanden in de winkel  te glunderen. De nieuwe plaat is weliswaar wat je noemt een groeier maar toch behoort ‘Everybody knows’ niet tot het sterkste van wat The Young Gods ooit gepresteerd hebben.
Niettemin blijft het steeds een verademing om de stem van Franz Treichler door je boxen te horen galmen en dat bleek gisteren ook nog maar eens het geval te zijn in de 4AD.
Meteen bij opener “Blooming” beseften we weliswaar dat Franz opgescheept zit met die vervelende grijze haren maar gelukkig bezit deze man nog steeds dezelfde betoverende stem als uit de tijden toen we met zijn allen naar de platenwinkel trokken om ‘L’eau rouge’ aan te schaffen.
Het eerste deel van het concert bestond grotendeels uit materiaal dat uit de nieuwe cd geplukt werd. Hierdoor kregen, mede door het overdonderend livegeluid, nummers als de uptempo-rocker “No man’s land” of het langzaam kabbelende “Mr. Sunshine” een extra dimensie die het op cd wat mist.
The Young Gods zijn niet voor niets vernoemd naar een nummer van Swans en anno 2011 staan zij nog steeds garant voor een hoge brok energie waarbij beukende gitaren de electronicaklanken van Alain Monod mooi weten te omhelzen en dit met Treichler als ideale dirigent.
Van de nieuwe tracks onthouden we vooral het ingetogen “Introducing” en “Tenter le grillage” die ons deed herinneren hoe beklijvend nummers als “Envoyé” ooit wel waren, dat trouwens later op de avond bovengehaald werd en zoals te verwachten op enthousiast gedans door het publiek onthaald werd.
Met een concert dat bijna de kaap van twee uur haalde, verwenden The Young Gods niet alleen hun fans door hun nog eens “Gasoline man” of meebruller “Skinflowers” uit de kast te halen maar ze bewezen ook dat hun geluid heeft weinig of niks aan decibels ingeboet had.
Een mens zou zelfs het woord ‘Memorabel’ durven prevelen!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Young Gods

The Young Gods – zinnenprikkelende goden van het alternatieve circuit

Geschreven door

Het Zwitsere The Young Gods (bandnaam gekozen naar een EP van hun helden Swans) zijn na meer dan een kwarteeuw nog steeds een buitenbeentje waarvan het aantal dungezaaid is in het muzikale landschap. Heden gaan ze als een viertal door het leven: naast Franz Treichler (zang, gitaar), Al Comet (toetsen) en Bernard Trontin (drums) is Vincent Hänni (gitaar en jaren creatieve sidekick) toegevoegd als vierde volwaardig lid. Roli Mosimann kan gezien worden als vijfde lid achter de schermen en tevens vaste producer.

The Young Gods zijn sinds hun debuut midden de jaren tachtig altijd een stapje voor geweest op de rest: ondergetekende vergeet nooit de opengesperde monden in het publiek bij hun doortocht in 1987 op het legendarische Futurama-festival in Deinze, waar Franz een meeuwendans deed tijdens “Je fais la mouette”. Door de jaren heen sloegen ze voortdurend nieuwe paden in. “Het voor zichzelf spannend blijven houden” is een motto dat de Zwitsers nauw aan het hart ligt. Ook op hun laatste album ‘Everybody Knows’ van eind 2010 nemen ze terug een nieuwe en spannende muzikale koerswijziging. Een mengeling van ingetogen elektronische en akoestische parels en uitbarstende mini-orkaantjes maken van dit laatste album terug een ontdekking voor het oor. Het was ook rond dit laatste album dat de tournee van 2011 werd opgebouwd en die op woensdagavond 13 april halt hield in de prachtige ‘Orangerie’-zaal in de Brusselse Botanique.

The Young Gods startten hun set met 4 songs uit hun laatste album: de duivelse intro “Sirius Business” (een kleine minuut synths on speed) dat moeiteloos overvloeide in het prachtig openbloeiende “Blooming” (een perfecte soundtrack voor een nieuwe film van David Lynch). “Tenter le grillage” zorgde voor de eerste bewegingen in de voorste rijen waar het publiek heupwiegend werd meegenomen op een mantra-esque trip met Franz Treichler’s hese stem als leidraad. Bij het opzwepende “No Man’s Land”(een song om op volume 11 af te spelen tijdens een nachtelijke autorit) was het hek volledig van de dam en stond de zaal in rep in roer. De vlam zat in de pan en met nummers als “Supersonic” uit hun ‘Second Nature’ van 2000 en “About Time” uit het ‘Super Ready / Defragmenté’ album van 2007 werd het er alleen maar heter op in de zaal.
Daarna werd terug overgeschakeld op waakvlam en volgde een ingetogen, vrolijk klinkend “Mister Sunshine”, een melancholisch en up-tempo “Miles Away” met trippy synths, een prachtig accoustisch gitaartje en een Spartaans ondersteunende ritmesessie. Deze laatste song klokte af na 10 minuten zonder één seconde verveling. De akoestische weg werd verder ingeslagen met “Introducing”, terug een meeslepend pareltje uit het laatste album. Na nog 2 songs uit het ‘Super Ready’ album (“Everythere” en “I’m the drug”) werd afgesloten met een kopstoot van jewelste: de mini-orkaan “Envoyé” uit hun titelloos debuutalbum uit 1987 – het publiek in extase achterlatend.
Een publiek dat meer wou en ook meer kreeg met een dubbele bisronde. Ronde 1 met magistrale versies van klassiekers “Skinflowers”, “Kissing the Sun” en “C’est quoi, c’est ça” en eindigend met het ingetogen “Two to Tango” van hun laatste album.
Ronde 2 met een ontvlambaar “Gasoline Man”, een bevriezend “Freeze” en een beklijvend “Once Again”.

Eens te meer maakten The Young Gods hun live-reputatie waar! Ondergetekende werd nog nooit ontgoocheld tijdens de meerdere concerten van deze ondertussen al wat oudere goden die hij mocht meemaken tijdens hun kwarteeuw carrière (of het moest vorig jaar op Hellfest geweest zijn, waar ze – buiten hun wil om – er na twee nummers de brui aan moesten geven wegens organisatorische stroomproblemen die niet tijdig opgelost geraakten). En ook woensdagavond stonden deze geniale Zwitsers terug de pannen van het dak te spelen in de Europese hoofdstad. Niet alleen het publiek genoot met volle teugen, maar ook op het podium niets dan lachende gezichten. En zo zou het altijd moeten zijn tijdens concerten. We wachten al vol ongeduld op hun volgende doortocht!

Organisatie: Botanique, Brussel

Yael Naïm

She was a boy

Geschreven door

De sing/songschrijfster Yael Naïm is een laatbloeier. Ze kwam in 2008 in de belangstelling met het nummer “New soul”, die meteen in de hitparades kwam en als track voor een reclamesport werd gebruikt. Het zorgde ervoor dat de beloftevolle songschrijfster niet in de vergetelheid geraakte.
Na haar titelloos debuut zijn we drie jaar later toe aan de opvolger, ‘She was a boy’. Haar rechterhand is multi-instrumentalist David Donatien. Hij helpt mee aan het variërende songmateriaal van de multi –culturele artieste die Naïm wel is .
Haar Frans-Israëlische achtergrond en de afkomst van Sefardisch Joodse ouders horen we steevast in het materiaal, luister maar eens naar “Man of another woman” op de nieuwe plaat. Dertien uiteenlopende (speelse) songs die gedragen worden door haar charmante accent. Sober, ingehouden (op akoestische gitaar/cello/piano) of breder met een grabbelton aan stijlen en instrumentarium als keys/blazers/strijkers; backing vocalistes ondersteunen soms … Souljazzy pop, rock en intieme pracht ... op die manier kan je van de licht huppelende ritmes van “Come home”, “Stupid goal”, naar de sfeervolle, dromerige “My dreams”, “I try hard” en “Puppet”; of van het cabareske “Go to the river” en de titelsong naar een ingetogen “Today” en de afsluitende reeks “If I lost the best thing” en “Game is over”.
Herkenbaar allemaal, melodieus en emotievol. Pop met de grote R van Romantiek !

tUnE-yArDs

Whokill

Geschreven door

De uit Oakland afkomstige zangeres Merrill Garbus houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. Ze is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, maar die tot de verbeelding spreekt, kleurrijk en ritmisch is. Ze zijn in een mooi lofi world concept gegoten.
De songs zitten ingenieus in elkaar, zijn intens broeierig, hebben een diepe basstune, ondergaan verrassende en avontuurlijke wendingen en worden gedragen door bedwelmende en variërende zangpartijen en percussie.
Eigenwijs, doordacht en treffend hoe de songs zijn. “Riotriot” en “Bizness”  hebben een voller en breder geluid; de world inslag is dan groter bij “Gangsta”; de andere, waaronder “My country”, “Doorstep” en “Woolywollygong”, moeten in hun sobere en wisselende aanpak in finesse niet onderdoen.
Excentrieke muziek, excentrieke plaat van een talentrijke dame

Adele

21

Geschreven door

De jonge Britse Adele bracht ons twee jaar terug in vervoering met het debuut ‘19’. ’21‘, de opvolger, gaat mee met de leeftijd van het talent en brengt opnieuw een plaat van elf indringende, bezwerende, opzwepende songs en majestueuze ballads, doorleefd en emotioneel geladen, opgebouwd rond de piano. Ze integreert het met soul, blues en gospel. Ze is een zangeres uit de duizenden die met haar vocale klasse (standvastige, welluidende stem), charme en extravertie het materiaal elan geeft. Straffe nummers, groots en meeslepend; ideale onthaastingsmuziek! Dromers en romantici zijn in hun sas op die sound.
Stem, piano en toetsen vormen de rode draad en daarop bouwt ze verder naar een volle, brede sound. “Rolling into deep”, “Rumour has it” en “Set fire to the rain” zijn opbouwende nummers en overtuigen enorm. Ook de ingehouden songs raken en zorgen voor kippenvel, o.m. de elegant sobere gespeelde “Turning tables”, “Take it all” en “Don’t you remember”; het afsluitende “Someone like you” is hartverscheurend. Doorleefde soulpop met een warme intensiteit is te horen op “I’ll be waiting”, “One & only” en “Love song”, de origineel aangepakte cover van The Cure.
Adele brengt veelzijdige treffende en gevoelige pop … songs met een knuffelgehalte en een eeuwigheidswaarde …

The Crookes

Chasing after ghosts

Geschreven door

The Crookes - Veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs brengt in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camzera.
We houden er wel van deze onthaastingsmuziek, die uiterst genietbaar, melig, sfeervol is en kan rocken. Ze zijn niet onweerstaanbaar hoor, maar het zijn gitaarliedjes pur sang, met een rinkelfactor. Drie minuten songs met een handvol singles “Godless girl”, “Bright young things”, “I remember moonlight” en “Bloodshot days”, die prima zijn; “Youth” en “City of lights” zijn moedig. Deze songs allemaal moeten de luisteraar over de streep krijgen en ervoor zorgen dat de band een doorbraak kan forceren. Lekker debuut dus!

Panic! at the Disco

Vices & Virtues

Geschreven door

De lente is volop in het land en dat zorgt er voor dat de doorsnee-burger een stuk opgewekter door het leven gaat… Extra fijn is het als je dat lentegevoel kan combineren met de complexloze, lekker rechttoe rechtaan muziek van een band als Panic! At The Disco...  Deze jongens hebben nochtans een verschrikkelijke periode achter de rug want van het oorspronkelijke viertal verlieten Ryan Ross en Jon Walker de band en zo bleven alleen nog zanger Brendon Urie en drummer Spencer Smith over.
Ondanks deze halvering koos men ervoor een nieuw album te maken en daarbij terug te keren naar de succesformule van hun eerste plaat. Dit betekent in concreto snelle gitaarrock met een wat theatrale en dramatische ondertoon. De meeste songs op dit album werden dan nog eens flink aangekleed met diverse instrumenten (xylophonen, piano, synths, strijkers) en met een aantal kinderkoortjes.
Op ‘Vices & Virtues’ horen we in totaal  tien fijne popsongs  met zeer catchy refreinen die in een rotvaart passeren.  De beste nummers zijn wat ons betreft opener en eerste single “The Ballad Of Mona Lisa” en  het meezingbare “Let’s Kill Tonight’ dat een duidelijk   gothic- en industrialrandje heeft.  Of Panic! At The Disco  met ‘Vices & Virtues’ het succes van hun eerste album gaan evenaren is twijfelachtig maar dat betekent niet dat dit geen fijn plaatje is dat perfect past bij de tijd van het jaar!

Defeater

Empty Days, Sleepless Nights

Geschreven door

Defeater is een band die niet stilzit.  In 2008 brachten ze hun eerste plaat ‘Travels’ uit, waarna eind 2009  het mini-album  ‘Lost Ground’ volgde.  Was hun eerste full cd een zeer gelaagde en  stevige hardcoreplaat die zijn schoonheid pas na vele luisterbeurten helemaal prijsgaf, dan was ‘Lost Ground’ een stuk melodieuzer en iets toegankelijker.  Het was meteen duidelijk dat de band met ‘Lost Ground’  goud in de handen had en het bracht Defeater dan ook geen windeieren.  Het aantal fans steeg zienderogen en de sfeer  op de eindeloze reeks shows in de States en Europa was overweldigend (check  eens de ontelbare you tube-filmpjes gepost door de fans).
We zijn begin 2011 en daar is Defeater al opnieuw met een tweede full album ‘Empty Days, Sleepless Nights’.  Veel bands zouden ongetwijfeld pogen een doorslagje te maken van ‘Lost Ground’  en een plaat te componeren waarvan  ze denken dat de fans die verwachten .   Dat is echter buiten Defeater gerekend want met dit derde album kiest het vijftal resoluut voor hun eigen koers!
Opvallend is dat de plaat eigenlijk uit twee delen bestaat:  ‘Empty Days’ bevat 10 stevige (en je zou kunnen zeggen typische ) Defeater-songs, ‘Sleepless Nights’   is daarentegen een combinatie van  vier akoestische (!) nummers .
Over het eerste deel van de plaat zijn wij alvast lyrisch!  Opener “Warm Blood Rush” is een van de beste songs die Defeater al gemaakt heeft. Zanger Derek start met de woorden “Dear God, what have you done?” waarna de overstuurde gitaren en de roffelende drums hun verpletterende  intrede maken en de toon zetten voor het eerste, waanzinnige  deel van deze plaat. Daarna volgt “Dear Father”, het nummer dat misschien wel het meest in de stijl van ‘Lost Ground’ ligt. In deze song hoor je de bijzondere wisselwerking tussen enerzijds de emotionele stem van zanger Derek en de al even intense achtergrondvocalen van gitarist Jay! Het derde nummer “Waves Crash, Clouds Roll” houdt er onder aanvoering van topdrummer Andy een hels tempo op na waarna het wondermooie “Empty Glass” volgt.  Cleane gitaren, machtig drumwerk, verschillende tempowisselingen, emotionele  vocalen en indrukwekkende teksten: het is duidelijk dat Defeater een patent heeft op songs met  deze  ingrediënten...
Ook de andere  nummers op het eerste deel van de plaat weten te bekoren: twee absolute uitschieters zijn nog “White Knuckles” (luister naar die gitaren van virtuoos Jay Maas) en het ongelooflijke “White Oak Doors”.  Dit laatste nummer bevat een zeer repetitieve opbouw waarbij zang en stevige drums mekaar aanvankelijk afwisselen tot het moment dat  de gitaren van Jay overnemen en zorgen voor een ongelooflijke finale...
 Na ongeveer zes minuten horen we plots complete stilte en dat is niet toevallig... Net als ‘Lost Ground’ en ‘Travels’  is ook dit tekstueel een conceptalbum en symboliseert de plotse stilte op “White Oak Doors” het moment dat het hoofdpersonage zich voor een razende trein gooit...

Vervolgens is het tijd voor ‘Sleepless Nights’, vier akoestische songs in het verlengde van een band als Bright Eyes.  Het is eigenlijk moeilijk te vatten dat dit allen Defeatersongs zijn die door dezelfde zanger ingezongen werden.  Het was trouwens  Derek Archambault die dit tweede deel van de plaat volledig componeerde! Wij gokken er in ieder geval op dat heel wat van z’n  songs gretig gedownload zullen worden via iTunes.

Onze slotconclusie is dat we in 2011 nog geen beter album hebben gehoord dan  ‘Empty Days, Sleepless Nights’ en het zal wel eens heel moeilijk kunnen worden om er nog eentje te vinden die beter is dan deze...

Richting Huiswaarts

Tot zover

Geschreven door

Geen mens die het ooit voor mogelijk hield maar in tijden dat alles digitaal lijkt te worden en op piepkleine mp3-spelers opgeslagen wordt, is er ook een muzikale stroming die besloot om terug de cassettes leven in te blazen.
Wie zich in de jaren '80 bezig hield met de underground moeten we wellicht niet overtuigen welke pareltjes destijds via tapelabels werden uitgebracht. Gevoed door nostalgie en de nodige anarchie brengen groepen terug tapes uit en Onderstroom Records is één van de labels die aan deze revival meewerkt.

Richting Huiswaarts is een groep rondom Gerard Herman die wel van een kort leven voorzien was want nog voor deze groep ooit een podium gezien had, waren zij al lang van deze aardbol verdwenen.
Om het nageslacht (en u) echter te dienen bracht Onderstroom een tape uit die gelimiteerd is op 100 exemplaren.
Deze Nederlandse postpunkwave geluiden zal éénieder associëren met het werk van Aroma Di Amore, ook al is er hier wat meer experiment aanwezig.
De teksten mogen dan wel in het Nederlands zijn, toch moet je veel moeite doen om door het post-punkkabaal er ook maar één woord van te verstaan.
Hetgeen we toch verstonden klonk even zwart als wat we in de eighties hoorden, en dat is geen verrassing want zelfs de journaalbeelden lijken ons terug te brengen naar die zwarte jaren ’80.
Tapes hadden steeds een bedenkelijke geluidskwaliteit en dat is hier niets anders maar het geeft je wel tenminste dat gevoel terug alsof je ergens in 1981 aan je tapedeck gekluisterd zit.
Voer voor echte liefhebbers van het spul dus, en tja...wat voor spul! Overheerlijk!

Budam

Man

Geschreven door

Wie een klein beetje globetrotter is zal beslist weten dat de Faeröereilanden een archipel is dat zich ergens tussen Schotland en Ijsland bevindt, maar slechts weinig mensen zullen ook maar één noemenswaardige artiest uit deze plaats kunnen opnoemen. Wie weet, brengt deze Budam daar in de toekomst verandering in.
De echte naam van deze mens luidt Bui Dam en deze jazzgitarist besloot op een mooie dag om naar het verre Cuba te trekken om aldaar de bekende Caribische ritmes aan te leren.
Jammer genoeg veranderde deze reis ook zijn leven want bij een verwonding aan diens pols was hij genoodzaakt om zijn instrument op een volledig andere manier te gaan bespelen.
Dit ongeluk veranderde Bui Dam’s levensvisie, zo besloot hij bijvoorbeeld om de wereld te gaan rondtrekken en zo zijn inspiratie op te doen.
Deze levenservaringen transformeerden hem tot een nieuw personage Budam.
Het debuutalbum ‘Stories about angels, demons, lovers and murderers’ werd zowat overal in undergroundkringen bejubeld waarbij sommige hem al snel als de nieuwe Tom Waits gingen beschouwen. Het werd een vergelijking die hem niet lang zinde want Budam moest vooral Budam zijn en met deze tweede cd ‘Man’ gooide hij het muzikaal meteen over een andere boeg.
De thematiek van de plaat werd opgedeeld in vier delen : religie, de natuur, de liefde en de dood. Simpeler kan niet maar het zijn wel meteen de vier elementen die het leven hier op aarde bepalen.
Wie door de lijntjes heen kan lezen heeft al gauw gemerkt dat het hier vooral gaat om luistermuziek.
Budam werkt bijna op minimale wijze waardoor je verplicht bent om naar de teksten te luisteren. Deze Budam kan zich bezwaarlijk een groot dichter noemen daarvoor is het net allemaal iets te simpel, maar geen mens die de levenswaarde ervan kan ontkennen.
Zo haalt hij bij "Elephant" alle cliches naar boven van de bekende tv en de daarbij behorende chips of is " The man who knows everything" de gebruikelijke uithaal naar de brainwashmacht die de media heeft.
Soms slaat Budam de bal wel aardig mis waarbij nummers als "Last song" op een geforceerde vingeroefening lijken maar toch is de eindbalans  eerder positief, ook al blinkt deze cd niet uit als het louter om originaliteit gaat.

Mastodon

Live at the Aragon

Geschreven door

Een van de beste metalplaten uit 2009 was ongetwijfeld ‘Crack The Skye’  van de Amerikanen van Mastodon.  Deze plaat was een indrukwekkende combinatie van progrock met metal en zorgde  voor een vernieuwende wind binnen de metalwereld. Slechts zeven nummers op deze plaat maar allen getuigden ze  van een ongeloofelijk complexiteit en techniciteit en een uitgesproken vakmanschap.
Hun  muzikale superioriteit hebben de heren van Mastodon nu vastgelegd op deze live cd en dvd. Het bewuste optreden vond plaats in 2009 in  ‘The Aragon’ in Chicago.  Mastodon deelde die avond trouwens de stage met illustere bands als Converge, High On Fire en Dethklok.
Op ‘Live At the Aragon’ horen we   integraal het album ‘Crack The Skye’ aangevuld met een aantal andere nummers zoals ”Aqua Dementhia”, “ Motheer Puncher” en ‘Where Strides The Behemoth”.  Er wordt afgesloten met “The Bit”, een cover van The Melvins.

Mastodon slaagt er in om de zeer complexe nummers live tot in de perfectie uit te voeren, een heuse prestatie als u het ons vraagt. Enig minpuntje zijn de vocalen op de tracks van ‘Crack The Skye’ die live   niet zo overtuigend klinken als op het studio-album.
Bij deze live cd en dvd zit verder nog ‘Crack the Skye: The Movie’, een vrij lange muziekvideo die tijdens de bewuste tournee in 2009 werd afgespeeld tijdens de optredens van Mastodon en is gebaseerd op het bewuste album.
De echte fans kunnen we dit album zeker aanraden want voor de prijs van een gewone cd krijg je immers heel wat in de plaats! Het blijft reikhalzend uitkijken naar  een nieuwe studioplaat....

James Blake

James Blake verrast positief

Geschreven door

In het danswereldje worden artiesten vaak op basis van een of twee nummers een godenstatus toegemeten. Trendwatchers en journalisten springen allen samen op dezelfde kar op zoek naar de nieuwste style en mode trends en de hypemachine schakelt automatisch in een hogere versnelling omdat iedereen mee wil zijn. Zo had enkele jaren geleden Tiga volgens sommigen het album van het millennium gemaakt. Een objectieve beluistering van de muziek, leidt dan heel dikwijls tot een serieuze bijstelling.
Bij James Blake zijn alle elementen voor zo een hype aanwezig: hij komt uit de juiste scene die iedereen hip moet vinden, hij is nog maar 23, en zijn cover van Feist “Limit to your love”, hapt zo gemakkelijk weg, dat ie zelfs voor oppervlakkige trendwatchers gesmaakt kan worden, wat al heel wat minder evident is voor de typische dubstep die hij als DJ draait, die vaak een stuk weerbastiger is.


Het debuut van Blake kon ons niet over de hele lijn overtuigen, een nummer of drie is ok, terwijl de rest van de plaat wat lijdt onder een teveel aan experimenteerdrift. We waren dus voorzichtig benieuwd wat Blake er live van terecht zou brengen.  Het hippe volkje had de Orangerie tot barsten toe gevuld vanavond, dit was duidelijk een van de events van het concertvoorjaar.
Blake had een gitarist en drummer meegebracht, maar de hoofdrol zou toch naar de man zijn stem en analoge synthesizer gaan: drums en gitaar kregen een volledige ondersteunende rol in de set en zouden heel beperkt hier en daar wat accentjes mogen toevoegen. Vanaf het eerste nummer, “Unluck”, werd het duidelijk dat Blake zijn stem als een instrument beschouwd: hij stuurt een zanglijn door zijn analoge synthesizer, en loopt en vervormt die zanglijn, terwijl hij er dan nog eens bovenop zingt. Zo kreeg je meteen een heel vervreemdend en spookachtig geluid, en zag je als het ware live de composities vorm nemen.
In sommige nummers gaat die instrumentale aanpak van zijn stem wellicht nog iets te ver, soms wou je dat hij het gewoon bij simpele goede songs zou houden, maar op zich kan je het een drieëntwintig jarige niet kwalijk nemen dat hij zijn composities nog alle kanten uitstuurt. James Blake zelf haat de vergelijking, maar qua aanpak heeft hij veel gemeen met de vroege experimentele Jamie Lidell, voor die neo-soul maakte.
Blake’s stem is goed, bijwijlen lijkt ze heel erg op die van Antony Hegarty, waardoor de tekstfragmenten haast automatisch een onvermoede diepgang krijgen, die ze eigenlijk objectief niet hebben. In “I never learnt to share” start Blake vanuit een tekstflard (“my brother and my sister they don’t speak to me, but I don’t blame them”, die hij dan als een mantra herhaalt en vervormt, waardoor een song over een kakkenestje onvermoede en onuitgesproken  extra betekenissen krijgt. Vanaf dit nummer begreep je plots veel beter hoe Blake zijn nummers opbouwt, en hoe zijn akoestische en beatloze nummers eigenlijk veel gemeen hebben met de dubstep composities die hij als producer en DJ uitbrengt.
De drummer en gitarist kregen een iets grotere rol in de volgende nummers, en schurkten aan tegen de akoestische dubstep van Mount Kimbie , dus zonder de loodzware bassen. Die bassen kregen we dan wel bij “Limit to your love”: broekspijpen begonnen te wapperen door de luchtverplaatsing, en de wanden van de Orangerie trilden en daverden: deze versie van Leslie Feist’s nummer transformeerde tot een echte dubreggae, met veel echos en effecten. The “Wilhelm Scream” sloot het optreden af in dezelfde lijn, zodat het publiek zich voor de eerste keer vanavond echt liet gaan.

Wij hadden vanavond een heel talentvolle artiest gezien, die nog volop aan het zoeken is en waarvan we in de komende jaren nog veel mogen verwachten. Een positieve verrassing dus, ondanks de hype die Blake op een voetstuk plaatst waar hij niet opgezet moet worden. Waarom ze de man deze zomer op de wei van Werchter geprogrammeerd hebben, is mij echter wel een compleet raadsel: hij zal er al even miscast staan als The Mars Volta of Mastodon een paar jaar geleden, een DJ set van Blake is wellicht nog de beste oplossing om de Marquee niet leeg te laten lopen.

Setlist:
Unluck, To care (like you), Give me my month, Tep and da logic, I never learnt to share, Lindisfarne, Klavierwerke, Limit to your love, The Wilhelm scream

Binnenkort in GrandMix, Tourcoing (26 april 2011)

Organisatie: Botanique, Brussel

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen

Geschreven door

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen
Domino 2011 - José González & The Göteborg String Theory

In februari van dit jaar bleven onze muziekgevoelige oren noodgedwongen verstoken van een gepland concert van het Zweedse Junip in De Kreun, Kortrijk. Deze groep bestaande uit het trio Tobias Winterkorn (keyboards), Elias Araya (drums) en José González (zang en gitaar) diende namelijk verstek te laten gaan voor haar Europese tour ingevolge oververmoeidheid bij González.

Gelukkig hebben de curatieve maatregelen hun uitwerking niet gemist en de reeks afgelastingen impliceerde geen afstel doch louter uitstel want intussen werd voor ons land Junip aan de affiche van het komende Brugse Cactusfestival toegevoegd en ook de AB liet zich niet onbetuigd want zij besloten om – de présence van de Japanse noisegod Merzbow in de Club eventjes buiten beschouwing gelaten - José González als afsluiter van de 15de en tevens allerlaatste editie van het Domino festival te laten fungeren. Als kers op de taart zou hij daarbij bijgestaan worden door het ensemble The Göteborg String Theory.

Om de avond passend in te leiden, werd het publiek afgelopen dinsdag getrakteerd op de vertoning van ‘The Extraordinary Life Of José González’, een mooie documentaire in een regie van Mikel Cee Karlsson en Frederik Egerstrand die gebruik makend van videodagboeken, animaties en studio-, thuis- en concertopnames een inkijk biedt in het leven, werk en denken van de mens/artiest González. Treffend was te zien hoe groot en confronterend het contrast is tussen de extase en drukte van optredens tegenover het veelal  eenzame bestaan van een muzikant die twijfelend en vol verwondering op zoek blijft gaan naar de nodige creativiteit.

Ook eenzaam en alleen maar dan op de planken van de AB, verscheen daarna Little Scream of het alter ego van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Laurel Sprengelmeyer. Met een zopas uitgebracht eerste album genaamd ‘The Golden Record’ op haar actief en een gitaar onder de arm bracht ze een korte set die slingerde tussen nerveuze en uitbundige rock (“Cannon”) en intieme luisterliedjes (het folkgetinte “The Heron And The Fox”). Daarbij bleek de muziek van Sprengelmeyer thuis te horen in het lijstje vrouwelijke artiesten als daar zijn Lisa Germano, Joan Wasser, Leslie Feist, St. Vincent en PJ Harvey.
Tijdens de opnames van de plaat kon Sprengelmeyer rekenen op de medewerking van leden van onder meer Thee Silver Mount Zion, Stars, Arcade Fire alsook van The National en in de AB misten we vooral tijdens de zachtere nummers deze omkadering. Tevens ging de vaart er geregeld uit doordat er ter plaatse heel wat gegoocheld en geknutseld (en soms ook gestunteld) werd bij het vinden van de juiste akkoorden, het toevoegen van vocale effecten en het in de maat ritmisch voetstampen.
Veel werd dan weer goedgemaakt door het ontwapende die uitging van de attitude van Sprengelmeyer én van het feit dat zij bleek te beschikken over heel wat zelfrelativerende humor. Zo stelde ze haar metgezel Casio SK1, een polyfonische synthesizer die één luttele sample in het geheugen kan opslaan en die in het jargon ook wel eens als de ‘arme man sampler’ door het leven gaat, voor als ‘the smallest band of the World’. Het al talrijk aanwezige publiek dat duidelijk het zachtgevooisde van de muziek van González doortrok in haar respons kon dit alles wel appreciëren en trakteerde (het optreden van) Little Scream op een uitbundig en ondersteunend applaus.

Een omgekeerde beweging qua podiumbezetting maakte José González. De in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Meer dan een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij niet nodig om zijn nummers te laten schitteren. Getuige zijn albums ‘Veneer’ (2003) en ‘In Our Nature’ (2007), de aanwezigheid op talrijke compilaties, alsook het succes dat hij – mede door een Sony reclamefilmpje - boekte met een totaal uitgeklede akoestische versie van “Heartbeats”, oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.

Momenteel laat González het solowerk even voor wat het is en doet enkele Europese zalen aan waarbij hij zich laat omringen en begeleiden door The Göteborg String Theory. Dit twintigkoppige ensemble wordt hoofdzakelijk gevormd door muzikanten uit de thuisbasis van González maar telt daarnaast ook nog Berlijners in de rangen.
Het concert in de AB ving met “Hints” wél aan zoals we van González gewoon zijn: solo uitgevoerd in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar. Bij “In Our Nature” kwamen er druppelsgewijs enkele groepsleden hem vervoegen om vervolgens vanaf “Far Away” volledig geruggensteund te worden door het voltallige ensemble.
Meteen vielen enkele kenmerken op die de rest van de avond het concert zouden typeren: lange filmische, opbouwende intro’s (wat zeker het zonet vermeldde “Far Away” een extra cachet gaf omdat dit nummer exclusief werd gemaakt voor het in 2010 uitgebrachte en fel bejubelde western videospel ‘Red Dead Redemption’) werden opgevolgd door subtiele instrumentale inkleuringen die allen vakkundig gedirigeerd werden door een enthousiaste Nackt (die ook samen met Ben Lauber and Nils Tegen instond voor de composities en arrangementen). En wat eigenlijk nog het belangrijkste was: bijna nimmer kwam de zang en het gitarenspel van González in de verdrukking maar versmolten deze mooi en passend als één geheel samen met de laagjes instrumentatie die er over gedrapeerd werden.
Hoe verder de set vorderde hoe meer het deels zittend publiek op het puntje van de stoelen ging plaatsnemen en hoe meer de eerste rijen rechtstaande aanwezigen mee opgezogen werden in de fraaie wisselwerkingen.
Bij ieder nummer vielen er diverse instrumenten te bespeuren die detaillistisch bepalend (xylofoon in combinatie met strijkers in “How Low” en dwarsfluit, klarinet en trompet tijdens de aan Jaga Jazzist en Tortoise aanverwante instrumentale intro tot “Broken Arrows”) of richtinggevend (een streepje electronica bij “Crosses”) waren, dan weer – in positieve zin weliswaar – hun weerbarstige aard boven haalden en het geheel een ietwat scherper randje meegaven (trompet bij “Down The Line”).
Hoogtepunten waren wat ons betreft terug te vinden tijdens uitvoeringen van “Abram” (met een fraaie mix van akoestische gitaar, percussie, cello, violen en bleeps) en “Cycling Trivialities” (waar de stemmen van de twee achtergrondzangeressen crescendo meegingen met de snaarinstrumenten).
De Kylie Minogue cover “Hand On Your Heart”  werd dan weer van een Stock, Aitken en Waterman luchtbelletje uit 1989 getransformeerd tot een sprankelend juweeltje, terwijl omgekeerd het bij Massive Attack uitgeleende “Teardrop” nu net door de toegevoegde extra’s aan impact diende in te boeten.
Als toegift kwam het solo uitgevoerde “Fold” aan bod om uiteindelijk af te sluiten met het onvermijdelijke “Heartbeats” waarbij The Göteborg String Theory voltallig maar qua klank spaarzaam González nog eens kwam vervoegen.
Veel bindteksten of interactieve momenten met het publiek vielen er niet aan te treffen maar dat hoefde ook niet. De muziek sprak voor zich en met heel wat symfonie tussen de oren en een euforie op het gelaat trokken de aanwezigen de deur van de AB en deze van het Dominofestival jaargang 15 achter zich dicht.

Jammer dat het meteen ook de allerlaatste editie ooit was. Eén troost: via deze keurig gestreken muzikale vertoning van José González en The Göteborg String Theory kan de formule in schoonheid definitief opgeborgen worden om later dit jaar plaats te maken voor andere projecten die – als we Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, mogen citeren – “op hun beurt weer zullen uitgroeien tot iets moois en mogelijk even groots”. Musiczine houdt zich nu al klaar.

Setlist: Hints, In Our Nature, Far Away, How Low, Crosses, The Nest, Abram, Hand On Your Heart, Göteborg String Theory Instrumental, Broken Arrows, Cycling Trivialities, Teardrop, Down The Line
Fold, Heartbeats

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)


Arsenal

Lokemo

Geschreven door

Het vierde album, van de tandem Hendrik Willemyns – John Roan, van Arsenal is er terug eentje om van te snoepen. Ze herdefiniëren hun geluid zonder de zomerse eigenheid te verliezen, en geven steeds verrassende wendingen. Hun warme zomerse, sfeervolle, aanstekelijke multi –culterele sound durft iets scherper, venijniger, dwingender en onheilspellender te zijn.
Ze deden (opnieuw) beroep op enkele gastzangers als Johnny Whitney (die z’n ervaring uit de hardcore/punk laat horen), die de songs “Glitter & Gold” en de titelsong een bepalende push geeft. Voor een donkere Arsenal tintje zorgt zangeres Mélanie Pain van Nouvelle Vague, die “Fear of heights” linkt aan The XX, door het spaarzame arrangement van meeslepende gitaarakkoorden en haar indringende stem … Ook het afsluitende “Sunn drumms” is meer dan moeite, met de hiphippers van Depotax, die het nummer doen huiveren en het een broeierige spanning bieden. Nieuw zijn de soundscapes tussen de nummers, die als rustpunten fungeren en de volgende song inleiden …
Natuurlijk graait de band moeiteloos in de bak van exotische, dromerige, dansbare pop, een mengelmoes van zwoele, opzwepende beats, Braziliaanse klanken en variërende zangpartijen die de Arsenal sound naar een hoger niveau tillen, “One day at the time”, “High venus” en de single “Melvin”.
Ze zullen live terug meer dan voldoende instaan voor opwindende live acts, zonnige cocktails, en kleuren je zomer. Prosit!

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen

Geschreven door

Domino 2011 – Battles - Battles kan vertrek charismatische frontman live niet opvangen
De zesde dag van het Domino festival koos volop voor het experiment en zette vanavond drie totaal verschillende artiesten op hetzelfde podium, waarbij de enige constante was dat alle drie een totaal uniek geluid ontwikkelen, dat met vrijwel geen enkele andere artiest te vergelijken valt.

Oneohtrix Point Never, aka Daniel Lopatin, is een laptop artiest, die naast video projecties, grossierde in drones, eclectische electronica and soundscapes, maar we zagen dit eerlijk gezegd al veel beter uitgevoerd door mannen zoals Pantha Du Prince of Four Tet.

Dan Deacon, een nerd met een veel te grote bril, speelt liever tussen de mensen dan op het podium, dus had hij zijn draaitafel maar op de vloer gezet, net voor het podium, zodat behalve de eerste twintig mensen, niemand meer zag dan de fluogroene schedel met discolampen die boven die tafel uitkwam. Dan Deacon speelde met het publiek, liet het aftellen van tien tot een, en wou dan meteen een feestje opstarten, wat gezien het vroege uur (acht uur ’s avonds), niet evident was. De man heeft een heel eigen soort dansgenre ontwikkeld, wat je nog het best kan omschrijven als volgt: geef Daniel Johnston de opdracht aan de slag te gaan  met “Go” van Moby, en programmeer enkel breakcore beats in de keyboards: we kregen kinderlijke, naieve stemmetjes, Oosterse gamelans en breakcore beats, qua attitude wel te vergelijken met Justice, maar dan zonder één enkel element van de vuile electro sound die we ondertussen meer dan beu gehoord zijn.
Dan Deacon liet de zaal een danswedstrijd houden, en tot onze grote verbazing, werd er rond halfnegen zowaar gecrowdsurfd in de AB Box. Het kwam echter niet tot een volledig dansfeestje, omdat de set er om negen uur al op zat, en we per slot van rekening ook nog maar maandagavond waren.

Nog voor de band op het podium kwam, wist je wie vanavond de hoofdact was: het iconische cymbaal stak zo een anderhalve meter boven het Tamadrumstel uit, en ook de batterij van keyboards en effectpedalen was zo van de hoes van ‘Mirrored’ naar het podium van de AB verplaatst.Toch waren er net een paar keyboards minder te zien: Tyondai Braxton, de zanger met de woeste haardos en de rare voornaam, besloot in 2010 Battles te verlaten om een solo-album uit te brengen.
Blijkbaar zit er een serieus haar in de boter, want Battles zou vanavond geen enkel nummer uit ‘Mirrored’ spelen, maar zijn volledige set opbouwen rond het nog in juni te verschijnen nieuwe album ‘Gloss Drop’.
Het wegvallen van de zanger, heeft Battles op die nog te verschijnen plaat opgevangen door gastzangers uit te nodigen, zoals Kazu Makino van Blonde Redhead, Matias Aguayo, de Chileense minimal artiest, of zelfs new wave veteraan Gary Numan. Die touren niet mee, dus werden die zangers op twee schermen achter de band geprojecteerd. Dit had natuurlijk als beperking dat de band in die nummers in het keurslijf van de videoprojecties moest spelen.
Nu heeft Battles nog meer dan genoeg instrumentale nummers waar het zich vol overtuiging in kan geven, maar dat was net het probleem vanavond: ok, John Stanier mepte er als vanouds op los, maar gitarist Dave Konopka  stond ofwel met zijn rug naar het publiek, of zat op de knieen bij zijn effectpedalen terwijl Ian Williams voortdurend aan knopjes draaide, waardoor je meer de indruk had dat je in een geluidslaboratorium naar drie gasten stond te kijken die rare geluidjes aan het zoeken waren, dan dat je naar een echte liveshow gekomen was.
Ook met de songs was er iets mis, moeilijke ritmes zaten er zeker in, maar je kon niet zeggen dat de nummers openbloeiden of dat ze subtiel evolueerden, op een of andere manier zaten er niet genoeg ideeen in de individuele nummers.
In het tweede deel van de set werd het beter, toen Ian Williams mee ging drummen, en het nummer naar het einde van de set, met Gary Numan op zang, was veruit het beste van de avond. Het applaus van het publiek was al bij al vrij lauw, en ook de bisronde kon niet echt overtuigen.

Misschien dat Battles zijn nieuwe nummers nog moet laten evolueren, maar toch lijkt het of de leemte die Tyondai Braxton liet, door Battles nog niet ingevuld is. Battles heeft blijkbaar besloten op hetzelfde pad verder te gaan zonder hem, maar dit lijkt een doodlopend straatje. Vers bloed en nieuwe ideeen lijken aangewezen: James Blake zou misschien een goeie match zijn …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)

Battles

Battles - Interessant nieuw materiaal

Geschreven door

Je moet het maar durven, welgeteld al één plaat hebben uitgebracht, het schitterende ‘Mirrored’ uit 2007, en daar dan geen noot van spelen.
Battles is zo een bandje die alle wetten met de voeten treedt, hun volledig instrumentale set is helemaal opgebouwd uit songs van de nog te verschijnen nieuwe plaat. Geen herkenningspunten dus, we moeten het doen met nagelnieuw materiaal.
Uiteraard zijn ook de nieuwe songs binnen het gekende geluidsconcept van Battles vervaardigd. Een hoop elektronica, iets meer dan vroeger misschien, vermengd met frisse gitaren en natuurlijk een opzwepende en pompende drum, nog steeds overduidelijk het handelsmerk van Battles.

Het trio heeft zo te merken de nodige tijd in de songs gestoken, en deze moeten ook nog wat groeien. Een Battles song zit namelijk vol met verborgen verleiders, het duurt een tijdje vooraleer we die allemaal ontdekken. In ieder geval speelt de band met volle overgave en laten ze hun nieuwe songs ruim open bloeien. Het trance gevoel die ze wel eens kunnen veroorzaken is niet verloren gegaan, zeker wanner hun songs een eigen weg mogen gaan naar een gloeiende climax toe, met de indrukwekkende afsluiter “Sundome” daarin als treffend bewijs.
Het wordt afwachten of de nieuwe plaat dezelfde begeestering zal teweegbrengen dan ‘Mirrored’, de tijd zal het uitwijzen. De live uitvoering bewijst in alle geval dat er weer een pak potentie en creativiteit in de songs vervat zit.
Battles is en blijft iets apart, en zeker op een podium.

Valse noot van de avond is het Amerikaanse voorprogramma Mi Ami, een elektro duo die we ons als één van de ergste verschrikkingen van het jaar zullen herinneren. Het duo prutst klungelig aan wat knoppen met de bedoeling een dansbare sound te bekomen, helaas komt er een hels irritant gebral uit. En als één van de twee begint te zingen is het helemaal naar de duvel, de man krijst als een Chinees dwergkonijn dat brutaal in de kont wordt genomen door een hitsige baviaan die met zijn op hol geslagen hormonen geen blijf meer weet. Het is echt niet om aan te horen en het publiek druipt dan ook massaal af. Ook de niet rokers gaan met plezier een half uurtje in de kille wind staan om verlost te zijn van dit ellendige gejengel.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 411 van 498