logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Twin Shadow, The Crookes en Holy Ghost!

Esben & The Witch (Orangerie), een trio uit Brighton, zette live alle registers op , waardoor het traag slepende , beklemmende songmateriaal binnen de etherische gothic pop, nogal fors overstelpt werd met overstuurd gitaargeweld, elektronica-effects en noise. Het trio overdonderde het publiek. De vocals waaiden over de sound heen.
Ze prikkelden alvast met “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides”. Dolenthousiast gingen ze te werk. Live waren ze nauwelijks herkenbaar, maar de suspense van de plaat behielden ze live.

De hype rond het Brooklynse Twin Shadow (Orangerie) van eind vorig jaar was duidelijk nog niet uitgewerkt op Les Nuits Botanique, getuige daarvan het bosje schoon vrouwvolk dat rond zanger George Lewis Jr. samentroepte in de cafetaria vóór het optreden. De gelijkenis met de jonge Lionel Richie, inclusief borsthaar, was frappant en het Khadhaffi hoofddekseltje dat op zijn weelderige donkere haardos als gegoten zat vermenigvuldigde zijn ‘cool factor’ moeiteloos met vijf. Qua présence een 10 op 10 dus, maar wij waren wel voor de muziek gekomen.
Live klonk dat alleszins een pak gespierder dan op het debuutalbum ‘Forget’, al bleef het typerende subtiele synth geluid gelukkig wel overeind. “Castles in the Snow”, “When We’re Dancing”, “Tyrant Destroyed” en “Yellow Balloon” waren allen doordrenkt met 80’s invloeden van de betere soort. Denk vooral aan Roxy Music en David Bowie, maar ook aan Talk Talk en de rusteloze gitaarrifs van Talking Heads. En blies daar niet even de filmsounds door van Giorgi Moroder en Flash Gordon…?!
Dat het geheel echter niet beter was dan de som van deze delen had vooral te maken met het feit dat Twin Shadow momenteel net niet voldoende kwaliteitnummers in huis heeft om een gans optreden te blijven boeien. Al rechtvaardigde dit optreden de groep wel een status om te blijven volgen.

Over naar de ingetogen pracht van Nive Nielsen & The Dear Children (GS). Nielsen komt uit Groenland, en kon naast haar eigen meegebrachte band op enkele aertiesten van hier rekenen, waaronder Tom Pintens. Ingetogen pracht die durfde crescendo te gaan en subtiele melodieën en sounds door een breed instrumentarium van piano, toetsen, contrabas, steelpedal, zingende zaag, blazers en ukulele. Sferisch warme pop en een ijskoude bries …

The Crookes (Rotonde): veelbelovend Brits bandje die melodieus toegankelijke, frisse, sprankelende en dromerige popsongs bracht in de beste Britse traditie, ergens tussen The Smiths, Morrissey, The Housemartins, The LA’s en Aztec Camera. Rinkelpop, energiek en bruisend; een dynamisch optreden  van een super enthousiast kwartet!

Tijdens hun eerste optreden op Belgische bodem bleken de New Yorkers van Holy Ghost! (Orangerie) al op zeer jonge leeftijd de kneepjes van de betere dansmuziek in de vingers te hebben. “Do It Again” en “It’s not Over“ hebben de potentie om ook nonkels en tantes op de dansvloer te krijgen, en zijn dat niet de beste dansnummers? Zo moet New Order geklonken hebben mochten ze niet vanuit het kille Manchester maar vanuit exotischer oorden opereren. Na verloop van tijd begonnen de trage, repetitieve beats en positieve vibes steeds meer verslavend te werken en stond vrijwel niemand in de zaal nog langer stil, en dat voor een late zondagavond waarop de volgende werkdag al begint te wenken! Afgaande op dit geslaagde optreden heeft Holy Ghost! de potentie om niet alleen de dansvloer maar ook de hitlijsten te bestormen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Zita Swoon

Zita Swoon (Group) - Zieta Soon!

Geschreven door

 

Ok, laat ons eerlijk zijn: Ik heb al altijd moeite gehad met voor-zichzelf-ontwerpende-kleren-en-soepjurk-dragende-de getormenteerde-ziel-uithangende-zie-me-alternatief-en-exentriek-zijn-zielen zoals Stef Kamiel er een is. Tuurlijk had ik het weer bij het verkeerde eind. The Lady en ik hebben dus een avondje kunnen genieten van puur vakmanschap. Met zijn Burkinese vrienden bracht Zita een overheerlijke mix tussen blues, Beefheart en Afrikaanse muziek. Wie dus kwam voor de Moondog en Zita klassiekers was er aan voor de moeite.

Met een minimaal decor en belichting waanden we ons ergens in ‘de Congo’. Kamiel en co begonnen euh..Kamielfoo: Ingetogen, minimalistisch en begeesterend. De toon werd alras gezet, zeker toen, na de baladist – Afrikaans voor xylofonist -, ook de zangeres Awa Démé op ons werd losgelaten. Carlens laat op een subtiele, sublieme en weergaloze wijze Afrikaanse muziek in zijn muziek binnensluipen.
De Stef vult alles heerlijk aan met Engelse en soms Franse teksten en brengt ietwat verlegen en ingetogen zijn bindteksten. Door de zo pure en perfect geperform-de begeesterende muziek heen worden thema’s zoals armoede, migratie, hypocriete vleierij, vuur en water, het obligate protest tegen het kappen van bomen, verkeerde vriendschappen en zo verder aangekaart. Na het vierde nummer begint onze Stef zowaar een heus gebed aan te heffen! Vreemd genoeg komt hij ook hiermee weg. Het ritme varieert van ingetogen, opzwepend, dansend ot zelfs stormachtig. dEUS- en Beefheartinvloeden zijn uiteraard niet ver te zoeken.
Alles eindigt in een apotheose waar het speelplezier duidelijk merkbaar is. De eeuwig klagerige Stef konden we zowaar zien glimlachen, de overigens meer dan schitterende band speelt met de vingers en de neus en de bewogen drumster doet wat Mo Tucker een dikke veertig jaar bij The Velvet ook deed: rechtopstaand drummen.
De bis bestaat uit een baladistische Mamadou solo en een Awa zangsolootje, om dan retestrak op tijd ons nog eens te tracteren op de nu al typische stampende en gelaagd opgebouwde Afrikaans-West-Europees-Blues-Amerikaanse en andere ritmes. Of laat ze ons gewoon Zita Swoon noemen. Ze hebben een eigen genre bedacht en zouden niet misstaan op de Sfinxen, Dranouters en Cactussen die ons landje rijk is.

Op muzikaal vlak valt er op dit hartverwarmend concert absoluut niets aan te merken. Maar laten we dat Sting-gewijs de wereld willen verbeteren en ons een geweten schoppen achterwege laten. Toch: maximaal aantal sterren.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 –Grant Lee Buffalo - Heerlijke nineties nostalgie
Een aangenaam weerzien met dit fijne trio. Hoewel niet heel de wereld zat te wachten op een reünie van Grant Lee Buffalo vonden wij dat we dit hoegenaamd niet mochten missen. De band werd in de nineties de hemel in geprezen door de critici, maar de echte erkenning bleef uit. Vier prachtplaten hebben ze tussen ’93 en ’96 in elkaar gebokst. In die tijd stond de band zelfs twee keer op Torhout Werchter (’94 en ’96) maar echt rijk zijn ze er nooit van geworden en kort daarna was het liedje al uit. Frontman Grant Lee Philips ging de solotour op en heeft ondertussen al zes bescheiden juweeltjes gemaakt die weliswaar ook zonder veel poeha aan de wereld zijn voorbijgegaan.

Nineties nostalgie was vanavond de essentie. Philips liet zijn solowerk volledig achterwege en concentreerde zich volledig op vooral de eerste twee GLB platen ‘Fuzzy’ uit ’93 en ‘Mighty Joe Moon’ uit 94’.
Een horde trouwe fans waren afgezakt naar het Koninklijk Circus en die mochten met zijn allen netjes gaan zitten. Hadden we niet echt verwacht bij deze band, maar goed, zo konden we ons volkomen op de muziek concentreren. En die was meteen een schot in de roos. Kleppers als “The shining Hour” en het machtige “Jupiter and teardrop” zaten al heel vroeg in de set, waarmee het vuur er al goed in zat. Het trio had er duidelijk zin in en genoot van ieder moment. Dit was geen fake, het speelplezier was echt en gemeend
Philips, die nog steeds met een prachtige stem gezegend is, ging bij vlagen nogal tekeer op zijn gitaar, maar haalde er evengoed subtiele klanken uit op juweeltjes als “Mockingbirds”, “Demon called deception” en “Honey don’t think”. Als vreemde eend in de bijt zat het ingetogen opbouwende “Betlehem Steel” (samen met “Homespun” het enige nummer uit ‘Copperopolis’) mooi in het midden.
De bedrijvige bassist en multi instrumentalist Paul Kimble ging hiervoor even achter de toetsen zitten en bracht zo wat extra dramatiek in de set. Ook drummer Joey Peters genoot van elk moment en haalde om de haverklap zijn fototoestel boven om het enthousiaste publiek en de fijne locatie te vereeuwigen voor zijn fotocollectie, altijd leuk voor de kleinkinderen.
Vooral de overgang van rustig naar fel zat vanavond op de juiste plaats. Zo scheurde een verbeten “America snoring” de boel volledig open na een reeks ingehouden prachtsongs als “Sing along”, “Drag” en “It’s the life”. Die energiestoot werd meteen gevolgd door een werkelijk fenomenaal “Fuzzy”, een song waarvan we al lang wisten dat het een 18 karaats pareltje was, maar zo mooi als vanavond hadden we hem nog nooit ervaren.
Daarna was de bisronde ook om van te smullen met bronstige gitaren in een furieus en almachtig “Grace” gevolgd door een gedreven “Homespun”. Daarna werd er nog even subliem gas teruggenomen met het wondermooie “The hook” en het ultieme kippenvelmoment “You just have to be crazy”. Met de finale genadestoot “Lone star song” werd de elektriciteit weer volop ingeplugd, een geweldig en scheurend einde van een werkelijk schitterend optreden.

Minpuntje ? Wij vonden het gewoon doodjammer dat “Dixie drugstore” nergens te bespeuren was, de enige song trouwens van ’Fuzzy’ die de avond niet heeft gehaald. Ook de voortreffelijke vierde plaat ‘Jubilee’ werd straal genegeerd, maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat Paul Kimble destijds voor de opnames van die plaat al het hazenpad had gekozen.

Setlist : The shining hour – Wish you well – Jupiter and teardrop – Demon called deception – Lady Godiva and me – Soft wolf tread – Stars n’ stripes – Betlehem steel – Honey don’t think – Mockingbirds – Happiness – Sing along – Drag – It’s the life – America snoring – Fuzzy
Bis : Grace – Homespun – The hook – You just have to be crazy – Lone star song

Organisatie: Botanique, Brussel, (ikv Les Nuits Bota)

Dan Melchior Und Das Menace

Dan Melchior und Das Menace - Zompig en bizar

Geschreven door

Verdomd, moeten we de Pit's niet op onze blote knieën danken omdat ze dit soort miskende artiesten ook in België een kans op het podium geven? Ik denk van wel, jammer dan ook van de magere opkomst. Dit zal wel niet meteen muziek zijn voor zalen van 2000 man, maar het mochten er toch wel wat meer zijn dan de 25 die er nu waren.
Toen de grootste opstoten van euforie wat bezonken waren begon ik alweer te foeteren omdat ik niet in staat was de groep een tweede keer te gaan zien, zonder daarvoor naar het andere eind van Duitsland te moeten reizen. Want dit was één van die zeldzame optredens die in je hoofd blijft rondspoken en waarvan je nooit echt weet welke richting de muzikanten nu echt uit wilden.

Geboren in Londen en na wat collaboraties met Billy Childish en Holly Golightly vertrok Dan Melchior naar New York om uiteindelijk in Durnham, North Carolina te belanden. De man heeft reeds een indrukwekkend lange reeks platen op zijn actief waarvan de meeste al lang niet meer te verkrijgen zijn. Nu zijn vrouw Letha Rodman hersteld is van kanker kon het echtpaar weer de baan op, wat hen leidde naar de festivals SXSW (Austin) en Primavera Sound (Barcelona). Tussendoor stond dus ook de Pit's op het tourschema. Naast Letha op gitaar werd Melchior ook geruggensteund door de inderhaast (speelden voor deze tour welgeteld één keer samen) opgetrommelde Tony Allman op toetsen en Mat Bisaro op drums, die u respectievelijk zou kunnen kennen van de obscure groepjes El Jesus de Magico en Guinee Worms.
Zoals verwacht kon worden brachten ze vooral nummers uit Melchior's laatste lp ‘Assemblage blues’, die niet bijster lovend werd onthaald in de pers. Maar dat laatste was er niet aan te horen in de Pit's. Lange, onthaaste nummers waarin Melchior zich als gitarist profileerde. Het gebrek aan een basgitaar werd opgevangen door de spaarzame spookachtige bromtonen die Allman produceerde. De sound klonk lekker zompig met veel repetitieve elementen en had soms iets weg van '68 Comeback. Dit terwijl die vettige sneer van Melchior me deed denken aan weirdo Evan Johns. De band had blijkbaar te weinig gerepeteerd want de voorraad songs raakte net iets te snel op.

Terwijl de drummer al volop aan het afbreken was besloot Melchior toch nog iets te proberen wat maar niet echt van de grond raakte. Na een echtelijke discussie stapte Letha dan maar het podium af en volgde uiteindelijk toch nog een nummer, maar veel meer dan een (leuke) jam werd het niet meer.
Foutloos was het zeker niet geweest, toch zijn het dit soort bizarre optredens die me te been houden.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Perfume Genius en Wild Beasts
Perfume Genius aka Mike Hadreas debuteerde vorig jaar met ‘Learning’, een plaat aangrijpende, rakende, kwetsbare songs op piano, live gevat en gepast aangevuld met keys, strijkeraandoende partijen en soundcapes. De fragiele, voorzichtige stempracht van Hadreas werd aangevuld door tweede man Alan Wyffels.

Een uur lang hielden ze de aandacht close en slaagden ze erin de zaal muisstil te krijgen; het muzikale leed en de traumatische verwerkingen zijn gebaad in een donker, melancholisch sfeertje. Vol respect stond men tegenover deze twee die een rits ingehouden songs speelden, vooral nieuw materiaal, die eerder nog onafgewerkte schetsen waren, gezien ze eerder abrupt stopten. Soms kon Hadreas hoog uithalen op z’n Antony’s of op z’n This Mortal Coils. In z’n totaliteit had dit z’n charme!
En toch scheen een sprankeltje hoop door; de verlegen, overgevoelige jonge gast doorprikte dit regelmatig, gezien hij tussenin graag wel eens giechelde, grapte en het publiek bedankte voor het warme onthaal.
De twee pareltjes “Lookout lookout” en de titelong “Learning”, - ergens middenin de set toen beiden aan dezelfde piano plaats namen, en elkaar aanvulden op zang -, zorgden voor variatie, intensiteit en diepgang. Toegegeven, het zijn termen die eigenlijk wel de ganse set op z’n plaats waren door de sterke ontroering. Solo kwam hij terug en overtuigde nog door een ingenomen, intieme “Never did”.

De muzikale worstelingen terzijde gelaten, leverde de jonge beloftevolle sing/songschrijver moeiteloos een sobere set af, een donker wolkendek op deze zomerse avond.

We moesten even aanpassen om ons te concentreren op de tweede gig van de avond, The Wild Beasts. De belangvolle indieband klinkt op de recente derde cd ‘Smother’ subtieler, intenser, sensueler en persoonlijker. De songs zijn met finesse uitgewerkt, hebben verrassende wendingen en stralen een lichte dreiging en mysterie uit zonder hun melodieuze gevoeligheid te verliezen; op die manier worden ze live sterk gebracht.
Fraaie, heerlijke, warme (opbouwende) songs, waarin een grotere rol is weggelegd voor toetsen en elektronica en die bepaald worden door de zangmelodieën van het duo Thorpe – Fleming, dromerig, verleidelijk, eigenzinnig en intelligent.
De fijne set had een ongehoorde finale van minutieus uitgewerkte gitaarmotiefjes en synthmelodieën, die door elkaar kronkelden en door de opvallende stukjes percussie je verder in hun muzikale leefwereld trokken. Jawel, langzaam maar zeker pakten ze je compleet in!

De Wild Beasts klinken als gevaarlijke wolven in schaapskleren. Een niet te missen buitenbeentje met een overtuigende muzikale boodschap!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota) 

Lady Linn & Her Magnificent 7

Overtuigende Lady Linn & Her Magnificent 7

Geschreven door

Na een stilte en uitstapjes met Red D en Howie & Linn stond Lien De Greef aka Lady Linn met een gloednieuw album onder de arm in de Handelsbeurs, Gent. Samen met Her Magnificent Seven kwam ze ‘No Goodbye At All’ voorstellen. Die nieuwe plaat is in tegenstelling tot haar debuutalbum ‘Here We Go Again’ een popplaat geworden, waar ze vroeger de kaart trok voor wat meer swingjazz.

Dat de cd-voorstelling van Lady Linn & Her Magnificent Seven heel wat volk lokte, resulteerde in een uitverkochte Handelsbeurs en zorgde ervoor dat de verwachtingen hoog gespannen waren.
Openen deed de Gentse met “Anything For You” een nummer waar de zangeres beloofde alles te willen doen voor haar geliefde. Met Her Magnificent Seven had ze een zeer sterke band aan haar zijde die regelmatig alle aandacht naar zich toetrok, zo hadden wij soms het gevoel meer naar The Magnificent Seven & Lady Linn te kijken.
Een zeer mooi en ontroerend moment kregen we met “Always Shine”, een nummer die ze op de piano speelde en opdroeg aan haar grootvader. Geheel onverwachts bracht Lady Linn “Katie On A Mission” van Katie B enkel omdat ze dat nummer graag hoort; het dubstep nummer viel aardig in de smaak bij een neuriënd publiek.
“No Goodbye At All Of Good Morning” zorgde voor een rustig moment in de tot nu toe erg swingende set, tijdens dit nummer werd Lady Linn bijgestaan door Pablo een Braziliaanse Gentenaar die het nummer begeleide op akoestische gitaar.
Vóór de bisronde werd ingezet kregen we nog de huidige single “Cry Baby”, die het de afgelopen weken niet zo slecht in de hitlijsten doet en aardig wat airplay oplevert. Tijdens de bisronde kregen we een zeer opmerkelijke versie van “Good Morning” te horen, een nummer dat ze voor de gelegenheid in een a cappella kleedje gestoken had, viel erg in de smaak. Als laatste toemaatje speelden ze de ‘instant klassieker’ ” I’Don’t Wanna Dance”, die op het eind volledig overgelaten werd aan een zeer enthousiast publiek die zonder probleem het nummer verder zong.
Ondertussen kwam de volledige groep vooraan op het podium staan om een buiging te maken om zo een einde te breien aan een geslaagd optreden.

Een optreden waaruit bleek dat Lady Linn & Her Magnificent Seven nog meer naar elkaar toegegroeid zijn en zelfzekerder op het podium staan. Met ‘No Goodbye At All’ leverden ze een zeer sterke en gevarieerde plaat af die genoeg in huis heeft om hier en daar wat potten te breken. Hopelijk kunnen ze met deze plaat een doorbraak forceren in het buitenland, het is ze van harte gegund!

Playlist:
1. Anything For You 2. Good Old Sunday Blues 3. Over 4. Little Bird 5. That’s Alright 6. Always Shine 7. Nina 8. Didn’t Know What To Say 9. Love Affair 10. Here We Go Again 11. Cool Down 12. Katie On A Mission 13. No Goodbye At All Of Good Morning 14. Cry Baby 15. First Snow
Bis: Love Song – Good Morning – I Don’t Wanna Dance

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - alle zalen – Third Eye Foundation Night, Dark-Dark-Dark en Intergalactic Lovers

Tonight’s the night’ voor de doorwinterde elektronica liefheffer want er was de Third Eye Foundation Night, waarbij de vier artiesten eerst elk hun ding deden om tot slot een schitterende laptop/soundscape/klankenspectrum finale los te laten in de Orangerie. Verder kon je in de Bota terecht voor gitaarrock in de Chapiteau met o.m. Pigeon Detectives en één van de opkomende Belgische talenten, Intergalactic Lovers. Maar het addertje onder het gras, was het beloftevolle Amerikaanse Dark Dark Dark in de Grand Salon …

Goed op elkaar zijn ze ingespeeld, dit niet te onderschatten Amerikaans bandje Dark Dark Dark (GS). Het kwintet, een beetje uit alle uithoeken van de VS, zorgt voor dramatiek en speelsheid in de songs bepaald door de warme stem van de imposante Nona Marie Invie. Met een instrumentarium van piano, accordeon, akoestische en elektrische gitaar, een ingehouden drumpartij en soms mooi aangevuld met hobo, trompet, wordt sober en krachtiger een cabaresk sfeertje gecreëerd van het kwintet, dat neigt naar het vroegere Dresden Dolls. Melancholie en tristesse sijpelen door bij deze Amerikanen …

Een mooie toekomst is ook weggelegd voor het O-Vlaamse Intergalactic Lovers (Chapiteau). Bij ons in Vlaanderen hoeven ze zich niet meer te bewijzen. Het debuut ‘Greetings & Salutations' leverde al twee puike singles op nl “Fade away” en “Delay”… Eerder hadden ze al het O-Vlaams rockconcours en de Beloften op hun naam geschreven.
Onze Franstalige vrienden moeten wel nog wat overtuigd worden , vandaar dat de programmatie tijdens Les Nuits Bota mooi meegenomen was. Het kwartet brengt broeierige, vernuftig in elkaar gestoken poprock, met een toegankelijk en grillig, donker randje, ondersteund van synthloops en een emotievolle zang van Lara Chadraoui (Libanese roots), die live terecht referenties oproept van Feist en Cat Power. “She wolf” en “Howl” onderstreepten de gelaagde gitaarpop, “Drive” een spannende opbouw en “Bruises” was de gedroomde popsong, die elan kreeg door steelpedal en Lisa's zang. De twee singles ontbraken niet. Deze band stond er, kon op aardig wat belangstelling rekenen en werd alvast goed onthaald. De festivalzomer lacht hen toe …

We proefden even de frisse, catchy en luchtige electropop van het jonge beloftevolle Canadese Young Empires (Chapiteau), die opzwepende punkfunk ritmes van een Friendly Fires toevoegt en een zang die refereerde aan Andy McCluskey van OMD.

De postpunk van The Pigeon Detectives (Chapiteau), die na drie jaar terug zijn, trokken fel van leer met hun broeierige, strakke, bruisende rock. Toch niet steeds overtuigend, daarvoor zijn de songs een beetje teveel van hetzelfde, maar ze zijn nog steeds een groep die er live staat en een 70’s Clash attitude uitstraalden …

Een speciale avond was het in de Orangerie om de release van het vijfde album van The Third Eye Foundation te vieren, het project van Matt Elliott, die in ’96 debuteerde na Flyer Saucer Attack en samen met Coldcut aardig wat laptops op de livegigs toevoegt. Na het gekende ‘Little Lost Soul’, tien jaar geleden verschenen, en  vijf jaar na de laatste release  komt Matt Elliott met ‘The Dark’ terug, een plaat waar hij al zijn talenten bij elkaar heeft geschraapt, en wordt bijgestaan door Chris Cole (Manyfingers), Chris Adams (Bracken / Hood) en Chapelier Fou.
Bijna anderhalf uur werden we ondergedompeld in een web van abstracte elektronica, (laptop/soundscape/ambient), klankenspectrum, stoorzendergeluidjes en electro, aangevuld met een dwarrelende gitaar, cello en viool. Het kwartet liet veel aan de verbeelding over, maar klonk door de mistige sounds soms pittig, onheilspellend, dreigend en spooky. Deze elektronicatechneuten gingen op die manier minder zalvend dan een Boards of Canada te werk en klonken minder toegankelijk dan de huidige Mouse On Mars.

Eerder speelde elk bandlid een soloset: Elliott zelf beperkte zich grotendeels tot een akoestische set en wat sounds, Manyfingers aka Chris Cole stoeide met geluiden en bleek achterna meest bezig met experimentjes. Hij haalde allerlei filmorkestraties aan in dit grillig elektronicaweb en bood avontuurlijke wendingen. Gepassioneerd en gedreven was hij bezig en voegde er soms nog een drumpartijtje en een cello aan toe.
Bracken hield van sferische soundscapes in de traditie van de Boards of Canada en Future Sound Of London, maar hij is met z’n tijd mee en voegde er dubstep/drum’n’bass aan toe en met een donker Ed Rush & Optical kantje ...

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Kurt Vile

Kurt Vile & The Violators: lo-fi met high impact

Geschreven door

Op weg naar de fel begeerde status van ‘the next big thing’ in muziekland kan je als m/v met talent tegenwoordig maar beter over de juiste muzikale referenties beschikken. De nieuwe Amerikaanse lo-fi held Kurt Vile heeft wat dat betreft weinig reden tot klagen. Zo maakte niemand minder dan Sonic Youth’s Kim Gordon er ooit geen geheim van dat Vile’s vorige album ‘Childish Prodigy’ tot één van haar grootste ‘guilty pleasures’ van de afgelopen jaren is uitgegroeid. Verder kan de 31-jarige singer-songwriter uit Philadelphia ook rekenen op de goedkeurende blikken van andere respectabele anciens zoals Dinosaur Jr. opperhoofd J. Mascis, die op zijn beurt zijn poulain voorstelde aan huisproducer John Agnello om de opnames van Vile’s jongste opus ‘Smoke Ring For My Halo’ in de juiste banen te leiden. Het gerespecteerde Amerikaanse indielabel Matador heeft er met Kurt Vile dus langzaam maar zeker een artistiek goudhaantje van formaat bij dat ook op de Europese clubpodia potten kan breken.
Na de Botanique een dag eerder deed de Amerikaan afgelopen woensdag ook het Gentse muziekcafé De Charlatan aardig vollopen in kader van Democrazy’s niet te versmaden concertreeks ‘The Big Next’.

Voor wie Vile enkel kent van de ietwat krakkemikkige en soms uiterst breekbare songpareltjes op diens laatste album moest bij aanvang van de set toch onverwacht snel de oordopjes bovenhalen. Een duidelijk goed gemutste Vile en zijn drie muzikale metgezellen, The Violators, gooiden zich met een koppel oude nummers vol overgave in een strijd die qua intensiteit, decibels en grungy podiumact bijna onvermijdelijk refereerde naar Neil Young & Crazy Horse. De feedback en psychedelische effectjes tijdens “Monkey” konden nog ietwat verhullen dat Vile over allesbehalve indrukwekkende stembanden beschikt, maar eens de nieuwere songs werden geserveerd bleek deze beperking eerder een charmante troef. Zo is “Jesus Fever” wat ons betreft één van de songs van het jaar, in de Charlatan werd het nummer heerlijk slordig opgediend. Tijdens “On Tour” en “Ghost Town” klonk Vile dan weer als het nasale neefje van Sonic Youth’s Thurston Moore en Lou Reed: schijnbaar ééntonig en weinig geïnteresseerd om de juiste noten te halen, maar hierdoor juist heel intrigerend.
Net als elke nieuwe belofte wordt ook Vile een grote muzikale toekomst voorspeld. Met de nodige zin voor patriottische overdrijving zien sommige recensenten in de jonge Amerikaan zelfs de Springsteen van zijn generatie. Wat ons betreft een onzinnige vergelijking, maar Vile anticipeert de plotse aandacht op zijn eigen manier door doodleuk nu en dan een cover van The Boss in zijn set op te nemen. Bijna onherkenbaar, maar we vermoeden dat Vile afgelopen woensdag koos voor een heel eigen interpretatie van Springsteen’s “Downbound Train”.  En wie weet wordt Vile binnenkort zelf wel niet vereerd met een cover van één van diens eigen songs; als wij mogen kiezen mag iemand zich wel eens wagen aan “Society Is My Friend”, het absolute prijsbeest uit ‘Smoke Ring For My Halo’ dat in de Charlatan extra kleur kreeg door de spooky begeleiding van The Violators.
Voor het afsluitende “Freak Train” gooide de groep ineens alle remmen los: drummer Mike Zanghi ging in rechtstreeks duel met een strakke ritmebox terwijl de Violators bassist zich net niet vergreep aan een saxofoon. Dit alles resulteerde in een kakafonie van free jazz en krautrock die de temperatuur in de zo al hete Charlatan prompt nog wat verder de hoogte in joeg. The Violators mochten hierna wat verkoeling zoeken in de kleedkamers, maar een nog steeds enthousiaste Vile strompelde op zijn eentje terug het podium op om met een breekbaar “Runner Ups” de set in spreekwoordelijke schoonheid af te ronden.  

Nu reeds lijkt vast te staan dat Kurt Vile zal uitgroeien tot één van de belangrijkste en meest productieve alt.troubadours van zijn generatie, alleen rijst nog de vraag of dit onmiskenbare talent ooit de mainstream wil of zal bereiken. Chokri en Eppo zorgen straks alvast voor een duwtje in de rug, want wie er afgelopen week niet bij was krijgt straks een niet te missen herkansing in een gezellig clubtentje op de weide van Pukkelpop.

En ja, waarom zouden Kurt Vile & The Violators ineens ook niet hun huidig voorprogramma meebrengen naar Kiewit? Het Californische gezelschap Spindrift zou er met haar lang uitgesponnen psychedelica zeker niet misstaan bij valavond. Denk aan Black Mountain op een dieet van Ennio Morricone filmscores en Hawkwind jams, en je komt aardig in de buurt van het kaleidoscopische geluid van dit vijftal.
Chokri & Eppo, are you receiving me?

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Animal Collective - Weerbarstige set van Animal Collective

Animal Collective is de overtreffende trap van bands zoals Yeasayer en MGMT: elektronica gemengd met psychedelica, maar in tegenstelling tot die andere bands neemt bij A.C. het experiment het voortouw op de melodie. Weinig kans dat er een remix van Animal Collective op een DeMax verzamelaar terecht komt. Hun laatste album, ‘Merriweather Post Pavillion’, was een langgerekte, vloeibare LSD-trip, en het was wellicht op basis van de reputatie van dat album, dat het Koninklijk Circus vanavond aardig volgelopen was.

Animal Collective houdt er van om in het halfduister te spelen, met op de achtergrond psychedelische projecties, en dit was ook vanavond het geval. Ze hebben ook de reputatie om live vooral nieuwe nummers te spelen, en dit was ook zo in het Koninklijk Circus. Na het psychedelische “Merriweather Post Pavillion”, is de band duidelijk op zoek naar een nieuw geluid: de elektronica was minder prominent vanavond, gitaren, keyboards en drums vormden de basis van de nieuwe nummers, zodat je een geluid kreeg dat dichter bij Battles zat dan bij pakweg MGMT.
Avey Tare, ofte David  Portner nam de meeste zanglijnen voor zijn rekening, maar zijn stem kon mij maar matig charmeren: hij klonk ruw en bijwijlen schreeuwerig. In een aantal nummers nam drummer Josh Dib de zang over, en toen schoot het niveau direct omhoog: hij heeft een ijle stem, die gewoon veel beter bij de muziek past, en het psychedelisch effect nog versterkt.
In een aantal nummers  kon Animal Collective het publiek op een trip meevoeren, maar soms had je ook het gevoel dat je net iets teveel gedronken had: de zaal draaide rond, en het draaien wou niet stoppen en je wou dat het ophield. Het experiment staat duidelijk voorop bij deze band, ze zingen wel in het Engels, maar het klinkt als een exotische taal, en ook in de muziek zitten er af en toe wel wereldmuziek-invloeden, al zal je deze band natuurlijk nooit op Couleur Cafe zien staan.

Heel even kreeg Animal Collective de zaal volledig mee, in het op een Braziliaanse beat gebouwde “Brothersport”, dat heel erg aan Buscemi deed denken, en tegen het einde van de set in “Summertime Clothes”, waarbij de zang aan Vampire Weekend deed denken. De bis was dan weer volledig experimenteel, zodat we toch met een ietwat onbevredigd gevoel naar huis gingen.

Animal Collective is zo een band die een straat vooruit loopt op negentig procent van zijn publiek, en ik vrees dat ik bij die negentig procent zit.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Toen Sophia Knapp in een lang en licht doorschijnend roze gewaad het podium betrad dachten we dat we het foutste van die avond wel achter de rug hadden. Maar dat was buiten haar muziek gerekend. Bedeesd begon de jongedame op de snaren te tokkelen, enkel begeleid door een voorgeprogrammeerde muziekdoos waaruit een mengeling van overstuurde en holle eighties synthesizer geluiden weerklonken die zelfs aan Vangelis refereerden.
We houden het op ‘Eighties folk, een genre dat wat ons betreft niet echt verder moet geëxploreerd worden.  Met een mengeling van compassie en lichte afschuw kon het publiek voor het eerst kennis maken met de live (?) uitvoering haar onlangs verschenen ‘Nothing To Lose’ debuutplaat. Dat de jongedame naar het einde toe toch nog wat bijval oogstte was vooral te danken aan haar niet onaardige stem, die ergens aan Nina Persson van The Cardigans deed denken.
We raden Sophia echter aan om haar muziekdoosje dringend in te ruilen voor een begeleidingsband met ballen, wil ze voor de rest van haar muzikale carrière niet als een fout curiosum geboekstaafd staan.

Een stormachtig onthaal viel dan weer te beurt aan Bill Callahan, de eigenzinnige Amerikaan die al meer dan 20 jaar aan een panoramische muzikale weg timmert, lange tijd onder het ‘Smog’ pseudoniem, maar sinds enkele jaren ook in eigen naam. Voor de gelegenheid uitgedost in een kraakwit kostuum en begeleid door twee, weliswaar uitmuntende, muzikanten (elektrische gitaar en drums) solliciteerde Bill Callahan met zijn vrolijk deprimerende songs anderhalf uur lang uitdrukkelijk naar de titel ‘beste optreden Les Nuits Botanique 2011(?)’.
Vast staat dat de aanwezigen die avond getuige waren van een nagenoeg perfect concert dat nog lang zal blijven nazinderen. Zo bleef de emotionele intensiteit op nummers als “Riding For The Feeling” en “Too Many Birds “ niet boven de hoofden van het publiek cirkelen, nee, ze vloog rechtstreeks naar de keel om ze vervolgens onverbiddelijk toe te knijpen. Een luid applaus na ieder nummer was de enige manier om weer even op adem te komen, voor heel even maar. “Baby’s Breath” van het nieuwe album ‘Apocalypse’ zinderde van de levenswijsheid op banjo en ‘The land of opportunity’, of wat er nog van overblijft, werd ongenadig op de korrel genomen tijdens “America”. Om vervolgens te bedaren met “Jim Cain”, nog zo een ingetogen meesterwerkje waarvan pakweg Stuart A. Staples van The Tindersticks wou dat hij het zelf eerder geschreven had.
Wat was er dan zo uitzonderlijk aan dit concert? Omdat Bill Callahan met zijn diepe baritonstem als onverbiddelijke scheidsrechter live demonstreerde dat eenvoudig en complex of luchtig en ernst niet noodzakelijk muzikale tegenpolen hoeven te zijn, maar in tegendeel, dat het ingrediënten zijn die gecombineerd een optreden ver boven zichzelf kunnen doen uitstijgen.  

Moge Bill Callahan zijn roes van uitmuntend songschrijverschap nog lang niet uitgewerkt zijn, en zeker niet alvorens een volgende Nuits Botanique.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Tripoli

Some hearts skip a beat

Geschreven door

Gelet op de actualiteit lijkt het misschien op gebrek aan goede smaak om je groep Tripoli te gaan noemen, maar deze Vlamingen zijn wel al bezig sinds 2003 toen alles daar nog vredig (nou ja) verliep. Net zoals in Libië is er op die paar jaar tijd het één en ander binnenin de groep gebeurd, zo verliet de eerste zangeres Femke De Beleyr de groep om te worden vervangen door Melissa Hanssen.
Te oordelen naar deze nieuwe EP, zou dat wel eens een ideale keuze kunnen geweest zijn, want ook al weten de jongens hoe ze een stevig indierocknummer in elkaar moeten knutselen, blijkt Melissa's stem toch het uithangsbord van deze Tripoli te zijn.
Op deze EP krijg je vijf nummers voorgeschoteld waarin het duidelijk wordt dat dit het soort mensen zijn die dwepen met de jaren '90 indiegeluiden en waarbij we groepen als Veruca Salt, Juliana Hatfield, Salad en zelfs Eden in het vizier hebben.
En met zo'n schoon gezelschap zul je ons niet gauw horen klagen. Een indiegroep die je beter uitcheckt als die bij je in de buurt komen.

Peter Murphy

Ninth

Geschreven door

 

Op een paar kleine hits na hebben de soloplaten van the gothfather nooit echt goed geboerd in Europa en daar zal het Amerikaans karakter van diens platen wel iets met te maken hebben.
Trouwens, op de bekende grafstem na, kan je ook moeilijk gaan beweren dat Murphy’s solowerk ook maar iets met gothic te maken heeft.
Nu goed, ‘Ninth’ is dus zoals de titel doet vermoeden Murphy’s negende solowerk en ook al dachten we bij opener “Velocity Bird” eventjes dat we per abuis een Iggy Pop-schijf in onze cdlader hadden gegooid is ‘Ninth’ een meer dan behoorlijke plaat geworden.
Zoals te verwachten viel is het ook een plaat met de nodige missers en treffers maar toch mogen nummers als “Seesaw Sway” of “I spit roses” tot het beste Murphy-materiaal sinds jaren gerekend worden.
Meer zelfs we zouden durven beweren dat ‘Ninth’ het sterkste is wat Murphy solo ooit gebracht heeft, ook al lijkt ‘Ninth’ bij wijlen meer op een betere David Bowie-plaat dan iets anders.
Fans van Murphy zullen blij zijn, maar de rest van de bevolking zal er (net als van die andere acht) er niet bepaald van wakker liggen.

Steve Kilbey & Martin Kennedy

White Magic

Geschreven door

Een van de mooiste stemmen uit de rockgeschiedenis moet ongetwijfeld die van Steve Kilbey zijn, frontman van The Church. Deze band mag dan wel dertig jaar lang albums hebben uitgebracht die tot het kruim van de indie/waverock behoren, toch zullen ze voor eeuwig en altijd (o zo ten onrechte) bekend staan voor die ene grote hit die "Under the milky way" was.
The Church ging zijn eigen weg verder en profileerde zich door de jaren meer en meer als een Americana-band die gezegend was met het Australisch desolaat geluid waar ook The Triffids een patent op hadden. Mensen worden echter ouder en zo ook Kilbey die zich de laatste jaren genoeg schijnt te nemen met de status van onbekend cultfenomeen.
Voor diens laatste cd zocht Kilbey de medewerking van op van ene Martin Kennedy, een man die ooit dertig jaar geleden als fan een optreden van The Church op zijn walkman stond op te nemen.
Het resultaat is zoals steeds een plaat geworden die gedomineerd wordt door Kilbey's prachtige stem en nummers die je op minimalistische singer-songwriterswijze wegvoeren naar een andere wereld waar dromen heersen.

Elliott

The Thrill Of…

Geschreven door

Wie voor de job van recensent kiest, ontdekt vaak veel moois maar jammer genoeg komen er soms ook releases op je afwaaien waarvan je hoopt dat je ze nooit zou gehoord hebben en jammer genoeg behoort Elliot tot deze laatste categorie.
Niet dat er kosten of moeite gespaard zijn voor dit debuut want deze cd werd zowaar in Belgrado opgenomen. En toch, ook al is Elliot niet gauw tevreden met zichzelf kun je moeilijk beweren dat hij een muzikaal genie is want je hoort zijn muzikale voorbeelden zo doorheen zijn nummers.
‘The thrill of...’ mag dan wel aangekondigd worden als een zomerse electropopalbum toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het vooral een amateuristische plaat geworden is.
Deze muzikant uit het Nederlandse Almere blijkt vooral geinspireerd te zijn door Michael Jackson en andere legendes uit de 70's en het is misschien daar waar het schoentje knelt.
Deze cd klinkt teveel als een hommagecd aan een geluid dat anno 2011 hopeloos gedateerd klinkt en als je daar nog eens een zwakke zang, kleuter-Engels en wankele composities aan toe voegt kunnen we niet meer dan besluiten dat dit een cd geworden is die op alle fronten gebuisd is. Absoluut te mijden dus.

Muzzled

Reborn

Geschreven door

De Stonerrockbands schijnen in Italië de laatste tijd als paddestoelen uit de grond te verrijzen.  Denk maar aan bands als The Small Jackets, OJM, Black Rainbows en The Shoes.  Nu is er ook de groep Muzzled die met ‘Reborn’ een eerste full album op de wereld loslaat.  Op dit plaatje doen deze Italianen hard hun best om zo swingend mogelijk te rocken.  13 nummers (waaronder de Stonescover “Gimme Shelter”) passeren in zo’n 45 minuten.
Muzzled lijkt in de verte wel wat op Monster Magnet maar blijkt jammer genoeg niet meer dan een zoveelste ‘woestijngroepje’ te zijn...
Wij hebben ons een paar keer door dit plaatje geworsteld maar echt veel gedenkwaardige momenten hebben we niet kunnen detecteren...
We vrezen dan ook dat er geen grote carriëre voor deze Italianen is weggelegd...

Women

Public strain

Geschreven door

Het titelloos debuutalbum van deze band is aan ons voorbij gegaan, maar de basis van hun lofinoisepop horen we terug op de opvolger van het kwartet door de gitaarriedels  en de onderhuidse noisy sound.
Psychedelische lofi rammelpoprock, sfeervol en dromerig , maar intrigerend door de repetitieve structuren en een zweverige zang. Het geheel klinkt iets gematigder en toegankelijker. Naar het eind toe op “Venice lockjaw” en “Eyesore”, klinkt de groep voor z’n doen melodieus, integer en emotievol!
In de eerste songs als “Can’t you see”, “Heat distraction” en “Narrow with the hall” klinkt er iets meer shoegaze, “Drag open” op z’n beurt kon zo van de hand van Sonic Youth zijn en  daarna houdt de band het vooral op hun uniek treffende stijl.
‘Public strain’ is alvast een aangename ontdekking van deze bijzonder goed gevonden groepsnaam en we kijken alvast uit wat ze verder in petto zullen hebben, want de volgende kan misschien wel raak zijn voor een groter publiek …

Duffy

Endlessly

Geschreven door

In 2008 had Duffy, uit Wales afkomstig een millionseller uit, ‘Rockferry’, die met singles als “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong een handvol aardig in soul gedrenkte popsongs uithad. Haar doorleefd, indringend en licht krakend stemgeluid gaf elan en kleur. Een ‘Waaaw’ gevoel dus en wat waren we toch onder de indruk van deze groovy, sensuele, zwoele soulpop met jazzy loops en orkestraties. De Motown pop en Dusty Springfield werd dichter bij de huidige revelatie ‘revival’ dames gebracht als Adele en Amy Winehouse.
De muzikale schoonheid vinden we eveneens terug op de opvolger, maar het raakt minder .  Opnieuw is er de afwisseling van sfeervolle ballads en ietwat luchtige pop, die van orkestratie kunnen doordrongen zijn. Maar de sound en haar stem zijn minder indringend. Deze keer kwamen The Roots op de proppen als begeleidingsband en stond Albert Hammond (papa van Jr Stroke – die ook al een pak hits op z’n naam heeft als “The air that I breathe”, “When I need you” en “To all the girls I’ve loved before”) in voor de productie.
“My boy”, “Well, well, well” en “Girl” hebben de meeste levendigheid, de andere rits nummers baden in uiterst ‘easy listening music’.
Een geslaagd album, dat wel, maar minder overtuigend dan het debuut.

Lento

Icon

Geschreven door

Sludge metal, post-metal, instrumentale doom, atmosferische  metal... het is niet zo evident om een naam te plakken op de muziek die we horen op ‘Icon’, de tweede schijf van de Italianen van Lento.
Het is ook niet iedereen gegeven om deze  veertig chaotische minuten zomaar  uit te zitten, een meer dan  geoefend oor is namelijk vereist. 
In tien relatief korte  nummers horen we een dreigende combinatie van loeiharde riffs en rustige, atmosferische passages. De  songs zijn overgoten met veel feedback, verschillende  effecten en een hele hoop  synths en dat zorgt voor een enorm dissonante en complexe lap muziek. Wie doorzet en dit plaatje diverse keren draait, hoort ondanks de vele zware riffs de verschillen en de originaliteit in de tien nummers.
Zo start opener  “Then” nogal somber en ambient waarna de stevige drums de perfecte overgang maken voor volgende nummer “Hymn”.  Die song start met een flinke  portie doommetal  waarna het tempo flink opgetrokken wordt om vervolgens terug in een dreigende, rustige atmosfeer te eindigen.
Andere tracks zijn dan weer directer en meer metalgetint  zoals “Limb” en “Still”.  Dan is er ook nog het opvallend rustige slotnummer “Admission”, een soort outro van zes minuten dat klinkt als één langgerekte droom.
Het is duidelijk dat  Lento hard gesleuteld heeft aan dit plaatje dat trouwens gratis te downloaden is op www.denovali.com/lento/ . 
Wie houdt van bands als Amen Ra, Pelican, Knut, Cult Of Luna of zelfs God Speed You Black Emperor moet zeker es naar ‘Icon’ luisteren en dan vooral volhouden, het loont zeker de moeite.

The Pattern Theory

The Pattern Theory

Geschreven door

The Pattern Theory ontstonden zo'n dikke 4 jaar geleden in thuishaven Leeds, maar ondertussen is deze groep door het vele toeren (en de nodige personeelswisselingen) getransformeerd tot een Berlijnse groep.
Het bleef wel zeer lang wachten op het debuutalbum wat men mooi wist te omzeilen door te stellen dat de groepsleden nu eenmaal te veel ideeën hadden.  Het is maar hoe je het weet te verpakken maar toch slaagden The Pattern Theory erin om met een mooi evenwichtig post-rockalbum voor de dag te komen.
Al gauw blijkt het geen toeval te zijn dat deze mensen in Duitsland vertoeven want de invloeden van bands als To Rocco Rot of Kreidler haal je er zo uit. Acht instrumentale nummers die beheerst worden door Tortoise-achtige gitaartjes met talrijke xylofoontjes op de achtergrond.  We hebben het inderdaad al eerder gehoord, maar het blijft wel mooi.

Gypsy Blood

Cold in the guestway

Geschreven door

Ooit was “Gypsy Blood” een prachtig nummer van het ondertussen vergeten Doll by Doll, maar misschien zal het in de toekomst wel geassocieerd worden met een groep uit Chicago die met ‘Cold in the guestway’ een meer dan fijn debuut weet af te leveren.
Een album dat trouwens uitgebracht werd op Sargent House en wie enigzins vertrouwd is met het indiewereldje, zal wel weten dat dit een label is dat garant staat voor kwaliteit.
Twaalf nummers lang word je ondergedompeld in een shoegaze lo-fi sfeer waarbij alles lekker vuil klinkt. De gitaren staan afgesteld naar heerlijke The Jesus & Mary Chain-normen ten tijde van ‘Psychocandy’ terwijl er een broeierig My Bloody Valentie-sfeertje rondom de composities hangt.
Wie hier een kant en klaar indieplaatje verwacht, zal meer dan bedrogen uitkomen want hoe rammeliger het klinkt des te beter, ook al houden deze heren uit Chicago ook wel van een pittige melodie.
Een plaat die waarschijnlijk de wereld niet zal doen veranderen maar in het rijtje van The Soft Moon en andere Rayographs-achtige dingen, zouden we zeggen : u bent wellekome!

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel
Vanavond was er variëteit troef in de verschillende Bota zalen. We hielden halt in de knus ingerichte Grand Salon voor Stranded Horse en Akron/Family en in de Orangerie stipten we de pianoballads aan van de klassiek geschoolde dames Alina Orlova en Agnes Obel. Een specifieke recensie krijg je van wat er in de Bota Rotonde geprogrammeerd stond.

Stranded Horse: een vleugje mystiek misstond niet bij het soloproject van Yann Tambour die deel uitmaakt van het postrock ensemble Encre. Op basis van de innemende (postrock) sounds hoorden we die wasem door het gitaargetokkel, de kora en zijn zacht nasale stem. Sober, emotievol materiaal, die tot z’n recht kwam in de intieme sfeer van de GS. Perfect dus!

Ook het NYse trio Akron/Family maakte hiervan dankbaar gebruik van om hun inventieve, bevreemdende freakfolk op charismatische wijze los te laten. Hun muziek is niet makkelijk te doorgronden, songs krijgen een jam, experimentele uitvoeringen, hebben verrassende wendingen en zijn live moeilijk te herkennen, én ergens tussenin hoor je de subtiliteit, de finesse en zijn schoonheid door een toegankelijke melodie, gevatte akkoorden en fabelachtige geluidjes. Ze zorgen voor een broeierige intensiteit en raken door een harmonieuze samenzang. Ze laten ruimte voor verbeelding en betrekken het publiek bij de nummers (door lichaambeweging, vingertics, …).
Hypnotiserend, sfeerschepping, lekker wegdromen en dan wakker schieten in de realiteit …Als en eigenbereide rockende, freefolkende band speelden ze, die met het recentste album ‘Akron/Family II - the cosmic birth and journey of Shinju TNT’ de lichtjes in de GS deden fonkelen …

Verstilde pracht hoorden we van Alina Orlova en Agnes Obel in de uitverkochte Orangerie.

Alina Orlova is actrice, schilder, fotografe en een sing/songwriter .Ze is op vele fronten actief, maar zorgt voor een begeesterede schoonheid op piano, indringend, sober, pakkend of door de huppelende ritmes sprookjesachtig, gezongen half in de eigen moedertaal als in het Engels.
Ook zijn ze doordrongen van klassiek, tango en cabaret. Haar hemels, indringende soms hoog uithalende vocals ondersteunden het emotievolle, beladen pianospel. Het publiek was in afwachting van Agnes Obel al aandachtig naar haar werk. Joanna Newson en An Pierlé konden al op de eerste rij staan.

En dat zouden ze zeker doen voor het materiaal van Agnes Obel. Het debuut van de Deense, ‘Philharmonics’ is een schot in de roos. België hangt aan de lippen van de jonge, beloftevolle talentvolle dame die sober, streng en met een vlechtenlook op plaat staat, maar live uitermate lief en sympathiek is. Na een uitverkochte Rotonde, AB Box en Bota zal het publiek ook op Gent Jazz Fest voor haar vallen … Iedereen in de uitverkochte Orangerie was muisstil en onderging de fijne, meeslepende, speelse pianomelodieën, onder haar heldere, expressieve stem. Ze werd bijgestaan door Ane Ostsee, die subtiel en snedig op haar cello speelde en de backing vocals verzorgde.
Ze stelde de songs van haar debuut voor, ingetogen en frisse elfenpop, die een dromerig, donker randje kon hebben en een lichte dreiging kon uitstralen; filmische instrumentals werden toegevoegd om de sfeerschepping te beklemtonen. Op die manier stonden de titelsong, “Beast”, “Just so” en het instrumentale “Louretto” moeiteloos naast elkaar. Op “Brother narrow” kwam even een akoestische gitaar boven. De ingetogen pracht van “Katie Cavel”, “Over the hill” en een pure versie van de gekende  single “Riverside” waren kwetsbaar en emotievol geladen.
Die muzikale verkenningstocht op piano en cello is mooi … Het nieuwe, lang uitgesponnen  “Fuel to fire?” ontroerde en gaf ons de kans lekker weg te dromen. “Close watch“ van John Cale kreeg een avontuurlijke draai. Hier keken Kate Bush en Tori Amos om de hoek en was het duo een excentriek kamerorkest.
Crescendo en krachtiger klonk het duo op de intens broeierige “Sons & daughters” en het afsluitende “On powdered ground”, zonder in te boeten aan fijngevoeligheid.
Ze werden heel erg warm onthaald, en genoten van het de bijval en het succes. Obel speelde tot ze écht geen songs meer had, solo of met de celliste , intiem, eenvoudig en treffend. Het succes is haar gegund en een ‘Waaaw’ - gevoel was hier op z’n plaats …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 408 van 498