AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Iglu & Hartly

& Then Boom

Geschreven door

Iglu & Hartley: een niet alledaagse groepsnaam van een vijftal uit het zonnige Californië verbaast met aanstekelijke, vrolijke, ontspannende en een zwoel dromerige sound. Inderdaad, de groep maakt een zonnige cocktail van groovy, funkende en  trippende raprock, waarin we invloeden horen van Beach Boys, Beastie Boys, Eminem, Arsenal en ‘80’s synthpop.
Een consistent album trouwens, misschien een beetje veel van hetzelfde, maar goed in elkaar gestoken poppy songs, waarbij “In this city” en “Out there” zich weten te onderscheiden. De harmonieuze samenzang van de raps van Jarvis Anderson en Sam Martin geven elan. Volmondig ondersteunen we Iglu & Hartly als Surfer Boys met een hippie randje.

Judas Priest

Metal Gods Judas Priest are VERY alive!

Geschreven door

Na AC/DC, Metallica bracht de nieuwe lente nu ook het Priest Feast tot in ons land. Een feest niet voor watjes maar voor echte mannen met een goed stel oren!
Theoretisch kan je het pakket Testament, Megadeth & Judas Priest best homogeen noemen. De praktijk leert ons echter dat er ook binnen het metal genre aardig wat richtingen zijn die niet meteen compatibel zijn met elkaar. Ondergetekende mag dan een Judas Priest liefhebber zijn, van de opwarmbands Testament & Megadeth heb ik echt geen kaas gegeten!

Het feestje van onze ‘Metal Gods’ begon al om 19u00. Vorst zat op dat vroege uur al nokvol, al ging het hier over een Vorst Nationaal Club optreden waarbij de bovenste cirkel van de zaal ontoegankelijk bleef.
Eerst was het de beurt aan de Trash Metal sensatie uit San Francisco, Testament. Een band die in het verleden bijzonder veel formatiewissels kende en waarvan gitarist Eric Peterson & zanger Chuck Billy de enige getrouwe zijn sinds de oprichting in 1983. In 2008 bracht de band het album ‘The Formation Of Damnation’ uit en daar werd dan ook regelmatig naar gerefereerd. Testament ‘is not my cup of tea’ zodat ik wijselijk een echte beoordeling overlaat aan de echte kenners. Nee, in mijn testament zal deze band zeker niet voor komen. Maar de fans waren dolenthousiast met Testament’s komst want er werd volop geheadbangd, vuisten gingen in de lucht en met de regelmaat van de klok gingen enkele habitués tot crowdsurfen over. Wat mij opviel was dat de geluidsbalans sterk in het rood ging. Hier geen decibelbeperking maar wel ‘very loud & heavy’! Soms pijnlijk voor mijn ongeoefende oren.

Na Testament was het de beurt aan Dave Mustaine’s band Megadeth. Tijdens hun passage als headliner op het Schwung Festival van 2007 kon de band mij niet overtuigen en ook nu kon een uurtje Megadeth mij maar matig boeien. Mustaine richtte na twee jaar actief lid te zijn geweest van Metallica (hij werd ontslagen wegens excessief drank- en drugmisbruik) in 1983 Megadeth op. De band zou populairder worden dan Metallica maar ondertussen weten we dat dit alvast te hoog gegrepen was.
Fans heeft Megadeth nog steeds in grote getallen want ‘the crowd went crazy’! Sterke momenten waren er tijdens “Symphony Of Destruction”, “Holy Wars” en het mooie “A Tout Le Monde”. Voor de rest speelde de band te vaak in de automatische piloot modus.

Judas Priest bestaat ondertussen reeds meer dan 35 jaar. Priest wordt vaak aanzien als één van de grondleggers van de Heavy Metal en verkocht meer dan 35 miljoen albums! Ondertussen zijn de leden er echt niet jonger op geworden waardoor ik mij ernstig afvroeg wat Judas Priest anno 2009 nog kon betekenen. In 2004 kwam er een reünie toen Rob Halford opnieuw werd ingelijfd en Tim ‘Ripper’ Owens aan de deur werd gezet. Gelukkig maar, want de twee studioalbums die Owens met Judas Priest opnam beschouw ik als de minste platen uit hun ganse oeuvre. Sinds ‘Angel Of Retribution’ uit 2005 zit Priest terug op het juiste spoor en hun recentste dubbele conceptalbum ‘Nostradamus’ is één van de allerbeste metalplaten van 2008.
Onder oorverdovend gebrul werd de introtape “Dawn Of Creation” ingezet. Meteen viel de hoogbouw ‘on stage’ op, waardoor de sfeer uit de jaren ’80 helemaal terug was. Helemaal bovenaan zat drummer Scott Travis en op een ander platform verscheen Rob Halford (gekleed in een zilveren cape) om de opener “Prophecy” op ons los te laten. Het was een erg sterke, imposante en theatrale start. Jammer dat de set niet bestond uit meer ‘Nostradamus’ songs want ik hou wel van de vernieuwde symfonische Priest. Wel kregen we een soort ‘best of’ vol Priest klassiekers. “Metal Gods”, “Eat Me Alive”, “Between The Hammer And The Anvil”, “Breaking The Law” deden ons metalhart sinds lang weer bloeden.
Opmerkelijk was dat “Death” uit het nieuwe ‘Nostradamus’ zeer lauw werd ontvangen. Blijkbaar is niet iedereen even gek van de nieuwe symfonische aanpak. Rob Halford die aanvankelijk erg goed bij stem was, liet op het bloedmooie “Angel” horen dat hij niet alleen kan schreeuwen. Het werd het enige rustpunt van de ganse avond. Af en toe zong hij er wel eens ferm naast en ook de geluidstechnicus verdoezelde zo hier en daar een foutje met een overdaad aan echo. Bassist Ian Hill en de gitaartandem K.K.Downing & Glenn Tipton bleken de ‘tand des tijd’ wat beter te hebben verteerd want op hun heavy melodieuze gitaarspel viel niets aan te merken, behalve dat het goed was. Het showgedeelte bleef beperkt tot: schitterende backdrops, het neerpoten van enkele Priest vlagen, enkele voor senioren gemaakte decorstukken op maat van Mister Rob Halford, een mooie lichtshow, de gekke podiumwandelingetjes van Halford en de verplichte clichématige Priest motor act tijdens de Fleetwood Mac cover “The Green Manalishi”. Naar het einde toe kreeg Halford zijn stem het steeds moeilijker zodat er na slechts 100 minuten een einde kwam aan de set via een tweede encore ronde met “You’ve Got Another Thing Comin’”.

Het Priest Feast was duidelijk een voltreffer voor de doorwinterde metal liefhebber. De ouwe rotten in het vak kunnen het nog steeds (al spelen ze tegenwoordig wel een klasse lager) maar het respect voor deze band is nog steeds bijzonder groot.
The Metal Gods are VERY alive’!!
Setlist *Dawn Of Creation *Prophecy *Metal Gods *Eat Me Alive *Between The Hammer and The Anvil *Devils Child *Breaking The Law *Hell Patrol *Death *Dissident Agressor *Angel *The Hellion *Electric Eye *Rock Hard,Ride Free *Sinner *Painkiller
*Hell Bent For Leather *The Green Manalishi (With the 2 pronged Crown)
*You’ve Got Another Thing Comin’

Organisatie: Live Nation

Cut In The Hill Gang

Cut In The Hill Gang feat. Johnny ‘Soledad’ Walker: leven na de Soledad Brothers

Geschreven door

We hebben er (te) lang op moeten wachten maar bijna vier jaar na de split dook er nog eens een Soledad Brother op in België. Zanger-gitarist Johnny Walker kwam zijn nieuwe groep voorstellen in 't Manuscript, dat na The War On Drugs opnieuw met een fantastische groep kon uitpakken. De verwachtingen waren hooggespannen want de Soledad Brothers, die ik maar liefst tien keer aan het werk zag (en ik heb me nooit één seconde verveeld tijdens die optredens), waren een tijdlang één van de beste livebands die men op deze planeet kon vinden.

Rauwe blues hoeft geen bas, dat wisten mannen als Hound Dog Taylor al, en deze keer koos Walker resoluut voor twee gitaren en drums. Na een korte vingeroefening op de snaren werd de set geopend met de Diddley-Dixon klassieker "Diddy-wah-diddy", meteen gevolgd door opnieuw een cover : "Sugar never tasted so good" (te vinden op de eerste White Stripes-plaat) dat opgefleurd werd met een washboard. Maar daarna hoorden we vooral nieuwe nummers, de meeste stevig verankerd in zompige blues met veel slidegitaren. Maar de prangende vraag bleef natuurlijk: "Zijn ze even goed als de Soledad Brothers?". Het klonk in ieder geval toch anders. Die swingende souplesse van vroeger is er nu wel uit. De sound is wat harder en hoekiger en gitarist Brad Meinerding dreigde zich zelfs een paar keer vast te rijden in al te klassieke bluessolo's. Maar meestal liet hij zijn gitaar heerlijk laag brommen en klonk hij schitterend. Een bijzonder spaakzame Johnny Walker deed er alles aan om het publiek voor zich te winnen en daar slaagde hij uiteindelijk ook in. Hij maakte het zich wel niet erg makkelijk door slechts drie, en dan nog flink herwerkte, "Soledad"-songs te spelen. Iemand riep "Jon Spencer" maar wat we hoorden was toch veel beter en eerlijker dan wat die de laatste tijd uitspookt.

Hoewel we een stevig en gedreven optreden zagen waar weinig op aan te merken valt bleef er toch een zweem van heimwee naar de Soledad Brothers hangen. Misschien is het een kwestie van wennen en de kans bestaat dat we nog dit jaar de gelegenheid daarvoor krijgen want er zijn reeds plannen voor een nieuwe tour.

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

Pendragon

Pendragon brengt PURE music te Lille

Geschreven door

Vorig jaar in oktober hield de ‘Pure tour’ van Pendragon halt in Verviers. Wegens tijdsgebrek kon ik er toen niet bij zijn. Gelukkig kreeg ik nu een herkansing want de Britse neo-progressieve rockband maakte terug even de stap over de plas voor een optreden in Nederland en een gig in het Noord-Franse Lille.

Le Splendid zat al afgeladen vol toen het Franse Amartia mocht openen. De band heeft net een nieuw album uitgebracht met als titel ‘Delicately’. Uit deze nieuwe plaat werden ook de meeste songs gespeeld. Amartia staat voor een mix van progressieve rock, mainstream rock en metal. De frontzangeres is niet meteen een lust voor het oog maar een mooie stem heeft ze wel. Toch miste haar stem wat ‘power’ waardoor de mooiste momenten toch uit instrumentale hoek kwamen. Vooral de gitarist toverde enkele erg lekkere melodieuze solo’s uit zijn mouw. Bijgebleven zijn het sterke “Not A Detail” en het instrumentale “Hightech Human”. Amartia speelde een leuke set die door het chauvinistische Franse publiek erg werd gesmaakt. Persoonlijk vond ik het slechts bij momenten boven de middelmaat uit steken.

Erg lang moesten we niet wachten op Pendragon. Na een imposante, bombastische intro begroette Nick & Co ons met “Eraserhead”, niet meteen een van mijn songfavorieten.
Bovendien klonk in deze aanvangfase het geluid nergens naar en had de band duidelijk moeite om de juiste balans te vinden. Gelukkig sleepten de geluidsproblemen niet al te lang aan en hadden we tegen de ‘oldie’ “The Walls Of Babylon” al een deftiger geluid.
Helemaal op niveau zat de band pas toen de “Comatose” suite op ons werd afgevoerd. Een subliem werkstuk uit het nieuwe ‘Pure’ dat volgens Nick een allereerste keer live werd gebracht. Als zanger zijn de capaciteiten van frontman Nick Barett aardig beperkt. Hij is dan ook geen geweldig zangtalent. Dit is een barrière die ik bij elk Pendragon concert eerst moet proberen te overwinnen. Maar als je verder kijkt en je focust op Barett’s geweldige gitaarspel gaat de wondere wereld van Pendragon echt helemaal voor je open.
Pendragon bestaat ondertussen dertig jaar. Met ondermeer “The Mask” en “Queen Of Hearts” werd geput uit het rijke archief. De band had er duidelijk zin in want het spelplezier stroomde van het podium af. Bassist Pete Gee speelde erg strak en keyboardwizard Clive Nolan “Cool as always” speelde zich meerdere malen in de kijker. Toch was het vooral nieuwkomer Scott Higham die met zijn mokerslagen op de drums het Pendragon geluid extra schwung gaf. Een fenomenale drummer en duidelijk een aanwinst voor de band. Ook het nieuwe en sterke album ‘Pure’ werd aan het Franse publiek voorgesteld. Het ganse album haalde de setlist en zat mooi verweven tussen andere klassiekers zoals “Nostradamus” (de Stargazing song) en “The Voyager”.
“It’s Only Me” uit het nieuwe album sloot de reguliere speeltijd af. In deze laatste song liet Nick Barett nogmaals horen waarom hij tot de top behoort. De song bevat een sublieme, bloedstollende gitaarsolo die de vele Franse, Belgische en zelfs Engelse fans naar ‘Prog Heaven’ katapulteerde. Dit noemt men eindigen in schoonheid. Pendragon bleef echter terugkeren en deed dit met een song voor ‘the youngsters’: “Indigo”. Verfrissend, vernieuwend en hedendaags…Pendragon anno 2009!
Het lange epos “The Wishing Well” uit ‘Believe’ sloot dit fascinerende optreden af na ruim twee en een half uur!

Na het optreden schafte ik mij aan de verkoopstand de nieuwe DVD-CD box aan “Concerto Maximo”. Een absolute aanrader voor de fans en een schitterend overzicht van de bands carrière. Van mij mag Pendragon er nog eens dertig jaar bij doen!!
Setlist: *
Eraserhead *The Walls Of Babylon *Comatose *The Mask *Queen Of Hearts *The Freak Show *Breaking The Spell *Nostradamus *The Voyager *It’s Only Me *Indigo

*The Wishing Well
LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=-Ex3NklCKd4
Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=Up3Iw9tc7oM
Part 3
http://www.youtube.com/watch?v=PUliaNXfsR0

Organisatie: Verone Productions, Lille

Bart Peeters

Bart Peeters – De Hemel in het Klad

Geschreven door

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De bijna dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist.
Qua muziek ruilde hij Engelstalig werk voor het Nederlands. Hij is toe aan de derde cd in de reeks, na de vorige veroveringstocht ‘Slimmer dan de zanger’. ‘De Hemel in het Klad’ lijkt dit doodleuk te herhalen. Maw hij maakt z’n sterke reputatie als Vlaamse zanger meer dan waar. Samen met z’n lievelingsmuzikanten brengt hij opnieuw een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson, waarin een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop te horen zijn, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
Peeters geeft persoonlijke indrukken weer, neemt de samenleving onder de loep, geeft kwinkslagen en maakte er een luchtige en integere cocktail van in z’n bindteksten. Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is …

We waren opnieuw onder de indruk van een bijna drie uur durende show (korte pauze tussenin!), waar de klemtoon viel op het recente materiaal. We hoorden een boeiende afwisseling qua stijl en dynamiek. Iedereen had de songs sterk onder de knie, wat zorgde voor een uiterst geslaagd optreden.
We hoorden de kleurrijke wereldmuziek van “Het is niet wat het is” …, een mambo “Arbeidsongeschikt”, “Heist-aan-Zee” op z’n Ladysmith Black Mambazo, de zwierige aanpak op “Er is geen één zoals jij” en de jazzygroove van “Hoe doen die dat”.
… En inderdaad, uit wat hij toch allemaal energie put: “Andersom(zon)dag” was spelen met woorden en klanken, “Miere miere, mugge, mugge” liet een ‘Villa Politica’ Peeters horen en ook het caféetje om de hoek, “O California”, in z’n eigen gemeente Boechout, kreeg een song. “Zo van die zomerdagen”, “Ontdooi me” en “Voir un ami pleurer”, eerbetoon aan Jaques Brel, bracht ons tot de intieme kant van Bart in sfeervol, ingetogen en sober gehouden materiaal.
Peeters & Band wisten het publiek in hun greep te houden; het volksfeest en het meezinggehalte kon niet ontbreken in de show, want we werden aangepord tot handjeszwaaien en –klappen op de levendige songs “Leve de deejays” (persiflage op Indeep’s “Last night a dj saved my life”), “Messias” en “I’m into folk”. ”Slaapwals” en het kwetsbare “Sint-Franciscus” verhaal besloten een mooi, overtuigend concert.

Peeters kent als geen ander de klappen van de zweep … Hij is in vijf jaar tijd één van de ‘hotte’ Nederlandstalige artiesten geworden. Peeters & Band boden kwaliteit met een rits goede, afwisselende songs en onderhielden een nauwe band met het publiek. Wat legt deze man de lat toch hoog …

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Animal Collective

Animal Collective: eigenzinnig, nerveus, rommelig en aanstekelijk

Geschreven door

Cultband Animal Collective heeft al een pak platen uit , maar kwam pas écht in de belangstelling met het in 2006 verschenen ‘Feels, ‘Strawberry Jam’ in 2007 en het recente ‘Merriweather Post Pavilion’. Het NY-se trio klinkt toegankelijker binnen die muzikale spacecake van grillige freefolk, psychedelica en avantgarde. Ze nestelen zich ergens tussen Flaming Lips, Mercury Rev en ’60’s Beach Boys. Een prettig gestoord hypnotiserende, freakende danstrip, muzikale gekte, waarin ruimte is voor avontuur en improvisatie.

Live dompelden ze hun nummers onder in een dosis eigenzinnigheid en nervositeit. Ze kregen soms een pompende elektronische beat en ‘base’ mee. Een charmant klanktapijt van weirde trips onder een bevreemdend, harmonieus, hoger stemmenwerk door elkaar.
Op het podium hing een grote witte bol en was er een gamma van elektronica-apparatuur, sobere percussie, cimbalen en 6 versterkers, wat hun sound kleurrijk, bezwerend en opwindend maakte. Maw het trio zorgde voor een kakafonie van elektronisch vernuft, dat zowel hyperkinetisch, aanstekelijk als neurotisch, hectisch of subtiel sfeervol en dromerig klonk.
De meeslepende thrillers “Summertime clothes” en “My girls” klonken intenser door de beats’n’pieces en konden rekenen op een sterke respons. ”Daily routine” waande ons op de grote bidplaats te Mekka. Er waren de heerlijke lounge trips van “Also frightened” en “Fireworks”, die door hun jam een dosis experimenteerdrift hadden.
Het draaide ‘em om de klankkleur bij het trio, want live kenmerkten ze hun songs door dromerige subtiliteit en avontuur. Het grootse “Brother sport” op plaat klonk aanstekelijk, dreigend en vrolijk dansbaar tegelijkertijd en sloot ‘en verve’ na een klein anderhalf uur de set af.
Ze breidden er nog een bezwerende brij aan met “Banshee beat” en “Lion in a coma”, die op het eind voorzien was van een krachtige, groovy beat.

Animal Collective bracht een wereld van psychedelische klanken in een gezonde dosis rommeligheid en improvisatie; melodie, beats en onverwachtse wendingen in een hemels directe stemmenpracht. Maar hun elektronisch vernuft en kunde deden ook wisselende meningen opborrelen.

Pantha du Prince mocht de weirde psychedelica trip van Animal Collective inleiden. De Duitser groef in het verleden van de minimal van LFO en Pan Sonic en gaf aan z’n knisperende elektronica pulserende, krachtige beats en een toegankelijke, aanstekelijke, dansbare groove.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Starsailor

All the plans

Geschreven door

Het Britse Starsailor heeft met ‘All the plans’ een plaat uit, die het midden houdt van de vorige drie cd’s. Een verzameling van maar liefst 14 songs die wat uitbundiger, directer kunnen klinken of die bol staan van dramatiek door de semi-akoestische aanpak, toetsen en pianopartijen, gedragen door de gekwelde, emotievolle stem van de immer sympathieke zanger/gitarist/songschrijver James Walsch.
Starsailor doet waar ze goed in zijn. De groep eigent zich een plaatsje binnen de scène van Coldpaly, Elbow, Muse en Keane, draagt bands als het onvolprezen James en Ash diep in het hart en is inspiratievol voor jonge wolven als Air Traffic en Melee.
Starsailor verrast misschien niet echt, maar staat wel garant voor subtiele poprock en fraai gedragen ballads. Uit het rijke luistervoer halen we volgende nummers als vaandeldrager voor hun sfeervolle en goed opbouwende pop: “You never get what you deserve”, “Listen up”, “Darling be home soon”, “Tell me it’s not over” (wat een rockende single!) en de titelsong.

Juno Reactor

Gods and Monsters

Geschreven door

Juno Reactor bestaat onderhand vijftien jaar. Ze begonnen op het toch wel legendarisch Novamute-label, maar zijn nooit de underground ontstegen. Gezien hun psychedelische goa-trance van de eerste platen, nog sterk met het travellers-milieu geassocieerd, is dat ergens ook weinig verwonderlijk. Muziek voor ingewijden, in zekere zin. Mensen worden ouder en dan wordt hun muzikale horizon vaak wel breder. Dat hoor je duidelijk aan hun ondertussen toch alweer zevende plaat, die ‘Gods en Monsters’ heet. Daarop tappen ze uit een heleboel stijlvaatjes, van drum ’n bass over dub tot wat we maar ‘wereldmuziek’ zullen noemen. Ook het lijstje muzikanten dat een muzikale bijdrage tot de plaat levert is behoorlijk indrukwekkend, volgens de persinfo gaat het dus om goed volk als Ghetto Priest, Steve Stevens, Sugizo, Budgie en de Zuid-Afrikaanse Amampondo’s.
Ondertussen zijn ze stilistisch al ver afgedwaald van goa-trance en nog afgezien van een oordeel over dit of welk genre dan ook, dient worden gezegd dat ze daarbij een essentieel element van hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren, met name de opwinding. De songs die je op ‘Gods en Monsters’ te horen krijgt zijn vakkundig gemaakt en eten stilistisch van verschillende walletjes maar deze plaat klinkt nergens gevaarlijk, wat bij een underground-act zou moeten. Monsters ben ik nergens tegengekomen en als er al ergens goden rondwaren is het de gedegenereerde soort. Nochtans zijn er goede songs te horen op de plaat, zoals opener “Inca Steppa”, hoewel ook daar de vocals niet echt overtuigen, of “Las Vegas Future Past”. Soms zitten er te veel ideeën in één song en vaak pakt de mayonaise niet. Uiteindelijk is dit gewoon geen rave meer maar meditatieve muziek, die wat te weinig ballen heeft om echt indruk te maken. De ravers van weleer hebben zich blijkbaar teruggetrokken in de chillout-zaal, hebben de LSD voor een beschaafd gebruik van tetra-hydro-cannabinol ingeruild, zijn aan kinderen toe en onderhand vaak moe. Het besluit moet zijn dat deze plaat niet slecht is, maar dat dat voor een band met een reputatie als die van Juno Reactor wat minnetjes is.

 


 

U2

No line on the horizon

Geschreven door

Vier jaar na ‘How to dismantle an atomic bomb’ en een wereldtournee komt het Ierse U2 met nieuw werk aandraven. Al dertig jaar leveren zij rock met een grote ‘R’ af. Melodieus spannende, broeierige pop, snedige rock en ontroerende, hartverwarmende, sfeervolle songs blijven het handelsmerk van het kwartet. ‘No line on the horizon’ zet het eerlijke herkenbare rockgeluid van de vorige platen verder, maar laat af en toe het avontuurlijke karakter van ‘Achtung Baby’ en ‘Pop’ horen, maw U2 biedt een sound met dezelfde bestanddelen en probeert zichzelf te herontdekken. “Get on your boots” refereert naar de experimentjes van de eerder vernoemde platen. “Stand up comedy” en de titelsong laten een rockband ‘pur sang’ horen. De andere songs verrassen muzikaal niet echt, maar klinken uiterst sfeervol en zijn subtiel uitgewerkt; onderhuids horen we wat invloeden van hun verblijf in Marokko door de Oosters aandoende strijkers. Politiek, religie en love & peace zijn en blijven de vaste thema’s die Bono aanhaalt; “Cedars of Lebanon” , de intieme afsluiter, zorgt voor kippenvel.
U2 klinkt niet overweldigend op die nieuwe plaat, maar beantwoordt aan de ingewortelde voorwaarden van goed, prikkelend, consistent en aangrijpend.

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers

Geschreven door

Het uit NY afkomstige trio A Place To Bury Strangers grijpen terug naar de ‘90’s ‘Wall of Noise’ van My Bloody Valentine en Swervedriver, nemen elementen van de dreunende neurotische synthi van Suicide , de wave rock van J & Mary Chain en de noisepop van Sonic Youth. Een aanstekelijke mix waarbij de pedaaleffecten gretig worden ingedrukt en de fuzz, distortion, wahwah galm en noisegolven ons om de oren vliegen. De klemtoon komt op een stofzuigersound met enkele uitschieters: “Missing you”, “Don’t think lover”, “The falling sun”, “Another step away”, “My weakness”, “Ocean” en “Never going down”. En toch vinden we in hun ‘total sonic annihalation’ popmelodieën terug, zoals op “To fix the gash in your head”, “I know I’ll see you”, “Get on” en de single “Breathe”. Of zoals op het eind met het uiterst sfeervolle “Sunbeam”. Jesus & Mary Chain heeft na hun “Never understand” twintig jaar later z’n opvolger onder deze Bury Strangers.

Cheap Time

Cheap Time: meubelen gered tijdens de bisronde

Geschreven door

Wat gebrek aan ervaring en een kort voordien nog gewijzigde setlist zorgden ervoor dat de motor van The Tubs soms wat sputterde. Maar ondanks wat haperingen had dit Gentse viertal genoeg sterke nummers meegebracht om ons te overtuigen. Vuile rock-'n-roll met tentakels in de blues, country en soul die me meermaals deed denken aan het recentere werk van Jack Oblivian. Hier en daar moet er nog wat aan gesleuteld worden maar het potentieel is er. Deze jongens hebben de juiste attitude en een veel betere smaak dan de gemiddelde Studio Brussel-luisteraar, getuige hiervan hun cover van Nathaniel Mayer's "Village of love". En met hun zanger hebben ze werkelijk een oertalent in huis. Het zou dan ook bijzonder jammer zijn mochten ze na een paar maanden terug in de vergetelheid belanden.

Het verschil met de hoofdgroep, het trio rond Jeffrey Novak uit Tennessee, was groot. Cheap Time is een groep die er "staat", hun motor kende dan ook geen problemen. Hun debuut op ‘In The Red’, een label dat nog steeds tot de verbeelding spreekt gezien het volle huis, vond ik nochtans maar aan de middelmatige kant. Live viel het dus heel wat beter mee hoewel ik ook nu weer enkele songs veel te licht bevond. Vooral die paar nummers waarin de zanger zijn teksten als aftelrijmpjes debiteerde zou ik het liefst in de vuilnisemmer zien verdwijnen. Cheap Time zweert bij korte (garage)punksongs met glaminvloeden (er was dus niet alleen de fysieke gelijkenis van de bassist met Marc Bolan) die regelmatig ook (en helaas) het popzwerk opzoeken. Gelukkig was er ook nog plaats voor iets ruiger werk en tijdens de zeer uitgebreide bisronde was de pop er helemaal uit verdwenen en werd ik er zowaar nog wild van ook. Helemaal op het einde viel verdomd nog Hawkwind uit de kast en hoorden we nog een rammelversie van "Silver machine" en een gitaarjam, geïnspireerd op "Brainstorm". Plots leek het leven heel wat aangenamer...

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Franz Ferdinand

Gretige Franz Ferdinand zet l’Aéronef bijna in lichterlaaie

Geschreven door

Het is een ongeschreven wet in de muziekgeschiedenis: trends komen en gaan, de ene revival volgt de andere op, maar allen zijn ze van relatief korte duur en doorgaans overleven enkel de bands van het eerste uur. Pakweg vijf jaar terug waren de sympathieke Schotten van Franz Ferdinand bijna in hun eentje verantwoordelijk voor een hernieuwde interesse in de new wave en punkfunk van eind jaren ’70/begin jaren ’80. Na hun inmiddels klassieke titelloze debuut (’04) volgde al snel de fraaie doch minder bewierookte opvolger ‘You Could Have it so Much Better’ (’05). Terwijl volgelingen als Kaiser Chiefs en Bloc Party aan de lopende band nieuwe nummers brouwen blonk Franz Ferdinand de jongste jaren echter vooral uit in afwezigheid.
Onder hooggespannen verwachtingen verscheen dit voorjaar dan eindelijk de zogenaamde ‘moeilijke derde’: zou Franz Ferdinand definitief opteren voor een imago als feel-good singles band of werd dit het album van de radicale stijlverandering? Bij beluistering van ‘Tonight: Franz Ferdinand’ blijkt dat de waarheid ergens in het midden ligt: de groep heeft een arsenaal synths laten aanrukken wat hier en daar heeft geleid tot voorzichtig experiment, maar zoals voorheen blijven de songs catchy as hell. Het publiek lijkt de band alvast niet vergeten getuige de resem uitverkochte shows die de vier Glaswegians de jongste weken langs Europese steden afwerken. Afgelopen maandag stond Franz Ferdinand na jaren afwezigheid nog eens oog-in-oog met hun Franse fanlegioen in een tot de nok gevulde l’Aéronef.

De band mag dan al worden vereenzelvigd met de popwave scene uit de donkere 80ies, toch zijn muzikale zwaarmoedigheid en teksten-met-een-boodschap aan de Schotse meisjesidolen nooit echt besteed geweest. Franz Ferdinand is immers één van de weinige gitaarbands die het publiek kost wat kost aan het dansen wil krijgen, wat meteen ook lukte met de veilige opener “Do You Want To” en de huidige single “No You Girls”. Frontman Alex Kapranos en de zijnen hadden duidelijk zin in een stomend feestje waarbij nummers uit ‘Tonight: Franz Ferdinand’ in een verschroeiend hoog tempo werden afgewisseld met materiaal uit de eerste twee albums. De aanstekelijke mix van vrolijke gitaren en spaarzame synths tijdens de nieuwe nummers “Twilight Omens”, “Turn it on” en “Bite Hard” miste zijn effect niet: zonder dat de groep daar veel moeite moest voor doen werd het publiek spontaan meegesleurd door Franz Ferdinand’s heropgefriste groovy sound, en hier en daar spotten wij zelfs een eenzame skydiver.
Tussendoor werd gretig teruggegrepen naar ouder werk. Uit het vorige album herkenden we enkel “Walk Away” en “The Fallen”, maar het gros van de oudjes bleek afkomstig uit het titelloze debuut: “Auf Achse”, “The Dark of the Matinee”, “Take Me Out”, “40’” en “Michael”.
Zoals het elk geslaagd feestje past moet muziek primeren over woorden, en dat had de groep duidelijk goed begrepen. Kapranos & co bezondigden zich niet aan opjuttende taal of overbodige bindteksten, en konden hierdoor een strak tempo aanhouden doorheen de set. Elk feestje mag overigens ook al eens een buitensporigheid kennen; na een set van 12 puntige en meezingbare popsongs gooide de groep eensklaps het roer om tijdens “Lucid Dreams”. Dit nummer is met voorsprong het meest experimentele en atypische nummer uit de gehele Franz Ferdinand catalogus en mondde live uit in een minutenlange electrotrip waar Kapranos en gitarist McCarthy lekker loos konden gaan op een batterij analoge synths. Zowaar een mooie apotheose om een toen al geslaagde live come-back mee af te sluiten.
In de enige bisronde volgden nog het zeer hippe “Ulysses” en “What She Came For” uit het recente album en met het onvermijdelijke “This Fire” stak de groep l’Aéronef voor de laatste keer die avond in lichterlaaie.

Zou het dan toch geen toeval geweest zijn dat vlak na het aanfloepen van de zaallichten ook het brandalarm spontaan van zich deed horen? Kapranos sloot af met de sympathieke groet “We are Franz Ferdinand, vous êtes Lille!”. Hij, de groep en het publiek zijn bij deze gerustgesteld en gewaarschuwd: Franz Ferdinand is terug van weggeweest en dat zal menig festivalganger deze zomer geweten hebben!

Opwarmer van dienst was het Berlijnse trio Kissogramdat behoorlijk wat publieksrespons kond losweken dankzij hun catchy songs waar ritmische gitaren in duel gingen met analoge synths. Waar hebben we dat nog gehoord? Juist: zie hierboven. Franz Ferdinand had als voorprogramma een band geprogrammeerd wiens sound mooi aansloot bij hun eigen opgefriste geluid. Enkel tijdens de laatste nummers kon het jonge trio afstand nemen van Kapranos & co toen ze mooie dingen deden met Wagneriaanse symfo, Kraftwerk-on-speed en weerbarstige gitaren. Een band die we gerust nog wel eens willen terugzien; hoe ver ligt Berlijn trouwens verwijderd van Kiewit?

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun optreden in de AB, Brussel onder live foto's

Organisatie: FLP (ism Aéronef), Lille

White Lies

White Lies – Indrukwekkende belofte en dat is de gehele waarheid

Geschreven door

Het concert dat White Lies vorig jaar op Pukkelpop gaf, was voor ons zowat de eerste echte kennismaking met deze uit Londen afkomstige groep. Ja, enkele maanden voordien hadden  ze weliswaar hun opwachting gemaakt in het alom vermaarde BBC-programma ‘Later … With Jools Holland’, maar op het moment dat White Lies te Kiewit op het podium van de  Chateau verscheen, waren ze in de lage landen nog een nobele onbekende.
In het programmaboekje werd de groep aangekondigd als een trio dat graag de geesten van Echo & The Bunnymen en The Teardrop Explodes oproept en ze zouden dat niet slecht doen. Wel, ze deden het inderdaad verre van slecht, integendeel zelfs. Hun kernachtige, krachtige en melodieuze mix van rock, wave en postpunk die evenzeer aanleunt bij wijlen The Sound was één van de betere dingen die we tijdens onze driedaagse wandeling op de Limburgse weide te horen kregen.
Intussen gaat het vlot vooruit met de carrière van White Lies. Hun begin dit jaar verschenen debuutplaat ‘To Lose My Life’ wordt – volkomen terecht - alom bejubeld door de internationale muziekpers en hun concerten zijn stuk voor stuk in een mum van tijd uitverkocht. Ook hun passage in de Botanique afgelopen zaterdag maakte daar geen uitzondering op.

De immer zo sfeervolle Rotonde was namelijk afgeladen volgelopen voor deze nieuwe lievelingen van de (alternatieve) muziekwereld. Vele fans vroegen zich de voorbije weken ongetwijfeld af waarom niet uitgeweken werd naar een alternatieve locatie. Een zaal met een veelvoud aan capaciteit had White Lies namelijk óók zonder verpinken gevuld gekregen. Maar door de Rotonde als arena te behouden, creëerden de organisatoren natuurlijk een ideale voedingsbodem om dit concert bij te voegen aan de reeks artiesten die op de planken van de botanische tuin de basis legden voor een latere carrière en waar jaren later nog mijmerend aan terug gedacht kan worden.
De gelukkigen die er wel in geslaagd waren om tijdig een ticket te bemachtigen, zullen het zeker niet aan hun hart laten komen want ze kregen een fantastisch concert voorgeschoteld.
Harry McVeigh (zang/gitaar), Charles Cave (basgitaar en achtergrondzang) en Jack Lawrence-Brown (drums) die op het podium steeds bijgestaan worden door keyboardspeler Tommy Bowen (voordien de toetsen bespelend bij de concerten van Mumm-Ra), speelden een korte set van 45 minuten maar gingen daarbij voluit. Het zweet druppelde volop van hun lichamen en er werd voortdurend erg geconcentreerd en intensief gemusiceerd.
Van meet af aan bij de opener “Farewell To The Fairground” zat de sfeer en het ritme goed. Strak en harmonieus kwamen met uitzondering van “Nothing To Give” alle tracks van het debuutalbum aan bod.
Bindteksten bleven grotendeels achterwege. Harry McVeigh dankte enkele malen de toeschouwers, liet weten dat het een speciaal gevoel was voor de groep om in een leuke, intieme locatie als de Botanique te kunnen spelen maar we zijn er nog steeds niet uit of de ondertoon bewondering dan wel verwondering was. Ook de blik in zijn ogen schipperde geregeld tussen verlegenheid en zelfzekerheid.
Verder vertelde McVeigh met grote voldoening terug te blikken op het verblijf vorig jaar in België. De debuutplaat van White Lies werd namelijk gedeeltelijk in onze hoofdstad en deze van Engeland opgenomen. “Fifty On Our Foreheads”, waarbij een vergelijking met de klanken van Ultravox erg voor de hand ligt, werd dan ook opgedragen aan de Brusselse ICP studio’s.
McVeigh zong nog maar eens de ziel uit zijn lijf en Charles Cave ging uit de bol met zijn basgitaar.
Na “The Price Of Love” werd de set afgesloten met het onvermijdelijke “Death”, nu al een klassieker te noemen en een song die ons bij iedere beluistering een adrenalinestoot van jewelste bezorgt.
Er wordt bij White Lies veel aandacht besteed aan het imago en dit draait vooralsnog overduidelijk om de kleuren zwart en wit. De thema’s die bezongen worden, zijn niet altijd de meest opbeurende, de muziek klinkt zwart, de uitgekiende website en de mooie videoclips zijn al even donker van aard, evenals de outfits die gedragen worden. Ook op het podium wordt de belichting sober gehouden door het plaatsen van louter witte spots.

De toekomst daarentegen ziet er voor de groep echter niet donker en somber uit. Het tourschema wordt almaar uitgebreider en er is al een plaatsje op enkele internationaal gereputeerde festivals geboekt. Ook daar zullen ze zeker schitteren. Vooralsnog is er geen Belgisch luikje aan toegevoegd maar het zou verbazend zijn indien dit niet gebeurt.
Dat het de laatste maal was dat we White Lies in een kleine zaal aan het werk hebben gezien, lijkt al even waarschijnlijk.

Dezelfde superlatieven bovenhalen voor het voorprogramma, Haunts, eveneens afkomstig uit Londen, gaan we niet doen. Hun sound is een uitgebreid amalgaam van stijlen (rock, wave, postpunk, glam, gothic) en klinkt mede door de stem van zanger Kevin Banks nog donkerder dan deze van White Lies,. We hoorden enkele goede fragmenten maar door de doffe klank, verloor een heel stuk van de set aan impact.

Setlist Haunts: London’s Burning, Bomz II Drop, Underground, Grace (Is Home Late), Battle Of Britain, Love Is Blind, Black Eyed Girl, Live Fast Die Young

Setlist White Lies: Farewell To The Fairground, To Lose My Life, From The Stars, A Place To Hide, Unfinished Business, E.S.T., Fifty On Our Foreheads, The Price Of Love, Death

Organisatie: Botanique, Brussel

Novarock Kortrijk 2009 kan rekenen op ruim 2000 bezoekers

Novarock gaf definitief het startschot van de indoorfestivals. Het gebeuren te Kortrijk vond dit jaar voor de achtste keer plaats en bood ook nu weer een bonte mengelmoes van gevestigde waarden en opkomende bands. Ruim 2000 belangstellenden vonden de weg naar de Xpo te Kortrijk. Er werd zoals in het verleden ook teruggegrepen naar 2 podia, de Nova hall en de Rambla hall. In de Nova hall stonden de hoofdgroepen verzameld en in de Rambla hall stonden o.a. 4 groepen die meededen aan een soort rockrally waarvan Salvador als winnaar uit de bus kwam en volgend jaar het festival mag openen.

* Nova Hall
De belangstelling en de drive was er al meteen met de
18 jarige Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys). Zij is één van de beloftevolle artiesten, die bekend werd via de Grote Peter VDV-show en het nummer “Valerie” (oorspronkelijk van The Zutons en ook op de plaat van Mark Ronson terug te vinden). Ze heeft een doorleefde, indringende, emotievolle stem, waarbij ze zich met gemak meet met Erykah Badu, Joss Stone en Amy Winehouse. Een EP verscheen onlangs en de akoestische songs worden gedragen door haar gouden soulstem.
We zagen haar vorig jaar nog totaal onbekend de derde dag van FihP openen en daar bleek al dat ze geen podiumvrees had en overtuigend haar innemende gitaarnummers bracht. Naast een handvol cluboptredens solo gaf Novarock een primeur: Selah Sue & Band. Inderdaad,voor de eerste keer werd ze begeleid door drie andere leden aan haar zijde, die de songs alvast kleurrijker en in een breder concept plaatsten. Ze vatte nochtans haar set solo aan met een pakkende “Mommy”. Vanaf de huidige single “Black part love” kregen de nummers meer groove en klonken ze zelfs snedig en gedreven, “Raggamuffin”, “Famous” en de afsluitende “Reggae medley”. “Summer” werd uiterst sfeervol gehouden en met “Valerie” en “Fyah fyah” onderstreepte ze de hitpotentie! De toetsenist nam een prominente rol in. Puike set zo vroeg in de namiddag.

De 4-koppige band Lemon uit het Brugse is bij de meeste mensen wel gekend van hun debuut album ‘Magnetic’ ( waar de meeste nummers op de soundtrack van de serie 'Kinderen van De windt' terecht kwamen). De groep bracht typische poprock en stelde nummers uit de nieuwe plaat 'Endless Days' centraal. Ze openden zeer sterk met “Man In Control” en “Blind” . Na een aantal iets hevigere nummers was er ook plaats voor een zachtere noot, dit was met “Stay with me” geen enkel probleem, dit zorgde er voor dat er hier en daar spontaan enkele armen de lucht in gingen. Kortom Lemon was de ideale opwarmer voor het jong talent van Freaky age.

Wie Freaky Age niet kent moet afgelopen jaar wel op een andere planeet doorgebracht hebben, want de 4 jonge gasten uit Ternat barsten van het talent en sinds hun debuutsingle ‘Time is over” laten ze steeds meer van zich horen.
Ook het nummer “Where Do We Go Now” was een schot in de roos, en zorgde dat ze wekenlang in de bovenste regionen van menige hitlijsten vertoefden. Bij Freaky Age was het van het begin tot het einde blazen dat het een lieve lust was. Met nummers als “Every Morning Breaks Out” en “They Never Lie” lieten ze niemand onberoerd, na de bisronde was duidelijk dat weer enkele zieltjes gewonnen waren en dat het laatste woord over hen nog niet gezegd is.

Zita Swoon. Deze uit Antwerpen afkomstige formatie, die een fijnzinnige mix van pop,soul en funk speelde, zorgde voor iets meer rust al was dit zeer relatief te noemen.
Stef Kamil Carlens (ex-dEUS) en de zijnen slaagden er in om de menigte te laten bewegen, al was dit niet zo moeilijk met hun zeer dansbare ritmische muziek. Na het chill gevoel van Zita Swoon was het weer tijd voor pure rock.

Die kwam uit de gitaren van A Brand, de Antwerpse band die na ‘45rpm' en ‘Hammerhead’ aan hun derde album toe zijn. Die vers geboren spruit heeft de naam ‘Judas’ meegekregen.
Met nummers als “Hammerhead”, “Time”, “Beauty booty killerqueen” en “Riding your ghost” brachten ze onvervalste rock ’n roll op het scherpst van de snee. Dit werd zeer gesmaakt door het publiek dat enthousiast meedeed en op ging in de show. Ook hun nieuwe single “Mad love sweet love” werkte aanstekelijk.

Als we zeggen “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” dan zeggen we The Subs! The Subs bestaan uit Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. Als formatie zijn ze slechts enkele jaren actief, maar in die paar jaar hebben ze al de puike resultaten geboekt met optredens op spraakmakende festivals als Pukkelpop, Dour, 10 Days Off en Tomorrowland. Dit Gents trio was voor velen het hoogtepunt van de avond. Wat volkomen terecht was want vanaf de eerste tot de laatste minuut werd een energiestoot opgemeten tot ver buiten de Kortrijkse Expo. The Subs deden met hun mengeling van electro, electrohouse en techhouse de boel ontploffen! Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.

* Rambla hall
Naast de 4 groepen voor de rockrally stonden nog 4 beloftevolle groepen geprogrammeerd.
The Vault, een 5 koppige formatie uit Waregem, speelde een halve thuismatch en had z'n vaste supportersschare meegebracht. Nadat ze vorig jaar meededen aan de rockwedstrijd Hippodium en ze deze ook wonnen mochten ze zo Rock Waregem 2008 openen. Dit was meteen een stap in de goede richting voor meer naambekendheid en succes. The Vault bracht een zeer gevarieerde set met een mix van electro-rock/indie-rock.

Later op de avond mocht het Brusselse The Sedan Vault bewijzen waarom ze als grote belofte gecatalogeerd zijn. Hun nieuwe langspeler 'Vanguard' kreeg lovende recensies en ook hun liveset met een mix van rock,punk en electronica mocht gezien worden.

Naast het mooie aanbod aan groepen zorgde Novarock dit jaar ook voor heel wat randanimatie. Zo was er na het succes van vorig jaar opnieuw plaats voor de  'Silent Disco room', en werd het festivalgevoel aangewakkerd met een grasterras en kon men o.a. het spel 'Guitar hero' spelen. Kortom er was voor ieders wat wils! Een gesmaakte formule!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Novarock Kortrijk

The Dø

The Do: emotievolle, duivelse elfenpop

Geschreven door

Het Frans/Finse duo The Do intrigeerde vorig jaar met het verslavende plaatje ‘A mouthful’: hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop op plaat, live een trio die er van houdt de songs in een pittig, bedreven en breder concept te plaatsen. We zagen dit alvast toen ze op Pukkelpop een overtuigend, dynamisch sterk optreden gaven. En in zaal kwam het aspect show, jam en spelplezier en plus.
Op plaat maken we kennis met vijftien kernachtige songs, live stelden ze er twaalf voor, maar deden er anderhalf uur over. Ze werden mooi uitgediept, brachten talrijke variaties aan, kregen meer vaart of klonken levendig of intenser. In dit opzicht deden ze denken aan groepen als 65daysofstatic, Jason Molina’s Songs:Ohio en CocoRosie, die eveneens graag de songs injecteren met een dosis vurigheid en avontuur.
En het charismatische trio had de kalender bijgehouden …en gekeken … want het was Friday the 13th! De roadies, verkleed als een soort Halloweenfiguren, maakten talrijke pics van het publiek en van de band, en zorgden tussen de nummers in voor wat animo bij het aanbrengen van gitaar en het juist plaatsen van de microstatieven.

Zangeres Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) was gekleed in een fel gekleurde lappenbloes en beantwoordde met haar hemels breekbare, dromerige stem aan Bjork, Nina Persson (Cardigans)en Karin Dreijer Andersson (The Knife). De drummer Jose Joyette zat midden in een aluminium spiraal, waaraan talrijke cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen en tierlantijntjes hingen om de sound kleurrijker en subtieler te laten klinken, naast het bezwerende en opzwepende drumspel. Ook de Fransman Dan Levy speelde een voorname rol door een snedig basspel, xylofoon en toetsen. En op die manier was de formule van The Do compleet, met name emotievolle duivelse elfenpop!
Anderhalf uur hadden ze het publiek in hun greep, verbaasden en overdonderden met boeiende versies van “Playground hustle” en “At last”, opgezweept door drums, bezwerende toetsen, een diepe bas, elektronica en een fris gitaarspel, waarbij distortion/fuzz effecten niet werden geschuwd. Het sfeervolle, dromerige “Bridge is broken” ging over in een r&b/hiphop/ psychedelisch gedrenkt “Queens dot kong”, die op het eind stevig rockte. De behoorlijke snedige raps van Olivia droegen bij tot de indrukwekkende brei.
The Do had de songs héél goed onder de knie, want we bleven maar de wenkbrauwen fronsen: het ingetogen “Travel light” werd bepaald door subtiele toetsen en een sober gehouden percussie, het folky “Unissasi laulelet” kreeg kleur door de dubbele percussie, het gitaargetokkel en talrijke tierlantijntjes. Wat een elegante aanpak!
En het trio stevende naar een schitterende finalereeks van “On my shoulder”, “Tammie“en “Aha”, die verrassende, avontuurlijke tot soms explosieve wendingen kregen. Het enige nieuw nummer “Bohemian” klonk groovy en dansbaar door elektronica en zwierige, opzwepende drums.
De groep werd in de goed gevulde zaal sterk onthaald en in de bis kregen we een intieme “Smash ‘em all” te horen, waarbij de stemkwaliteiten van de vrolijke Olivia nogmaals onderstreept werden; en tot slot een Mary Poppings getint “Stay just a little bit more”, alsof Olivia op balletschoentjes over het podium bewoog. Ze slaagden er opnieuw in het publiek te betrekken, want iedereen mocht het refrein acapella meezingen.

We zagen in het KC alvast een trio die goed op elkaar is afgestemd en het publiek trakteerde op een totaalspektakel van muziek en show. Kortom, een band met een ijzersterke live reputatie, wat een verdiend vijfsterren optreden opleverde. The Do deed het alweer!

Support was het Brusselse duo Yoko Sound. Yoko had iets mee van een jongere Jane Birkin. Ze werd bijgestaan door haar producer Arker op elektronica. Zij kwamen hun debuut ‘Not my enemy’ voorstellen. We zagen hen al eens toen Tricky optrad in Hof Ter Lo. Een bevreemdende mix van elektronica, wave en trippop, ergens tussen het oude Hooverphonic en Portishead zou qua intimiteit beter tot zijn recht zijn gekomen in een kleiner zaaltje, en ging dus ietwat verloren in de KC.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Friendly Fires

De Danskotheek van Friendly Fires

Geschreven door

Het Britse kwartet Friendly Fires plaatste zich vorig jaar in de schijnwerpers met hun titelloos debuut en wist toen al aangenaam te verrassen op Les Nuits Bota en op Festival Les Inrocks. De groep brengt aanstekelijke popdance, werkt in op de dansspieren en put rijkelijk uit de eighties. Inderdaad, het kwartet grijpt gretig uit de freakende pool van Talking Heads, ABC, Gang Of Four, A Certain Ratio, Cabaret Voltaire en New Order alsook de ‘90’s Madchester scène van Happy Mondays.

Friendy Fires’ hotte popdance voor de toekomst heet new rave … Met gemak stonden ze naast andere opwindende bands als !!!, The Klaxons, Hot Chip en The Rapture. De sfeervolle songs “Skeleton boy” en “Paris” kregen een krachtiger beat en groove en werden lekker uitgesponnen door dubbele percussie. “White diamond”, “In the hospital” en “On board” ondergingen verrassende wendingen door meer funk en groove. Ze rockten er vrolijk op los met de openingssong “Jump in the pool” en “Strobe”. Op “Photobook” en het pompende “Ex lover” (in de bis!) werden de pedaaleffects stevig ingedrukt en werden we overweldigd door gierende gitaren. Maar net de vonk van een feestelijke danskotheek moest af en toe aangewakkerd worden in de pittoreske Rotonde, ondanks het enthousiasme en de sfeerrijke belichting. De zweverige zang van Ed MacFarlane waaide over de songs en qua présence op het podium leek hij onze Stijn wel met die sensuele danspassen en fraaie kontbewegingen.

We genoten van een heerlijk setje van een frisse band die definitief kan doorbreken en terecht een breder publiek mag bereiken.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Botanique, Brussel

Glasvegas

Glasvegas

Geschreven door

In het kielzog van het succesverhaal van The Editors zijn er nu hele nieuwe lichting nieuwe bands die zweren bij het geluid van de jaren tachtig. We denken niet in het minst aan White Lies, maar ook aan The Airborne Toxic Event en GlasVegas. Deze laatste komen uit Schotland en zijn heel even de nieuwste hype geweest bij de Britse pers. GlasVegas zoekt het op hun gelijknamige debuutplaat in een epische en grootse sound waarmee ze eerder lijken te mikken op grote concertzalen en stadions dan op het clubcircuit. Hun combinatie van sterke melodieën met heldere vocals doet ons wel eens aan The Sheila Divine denken. Ik weet niet of dit voor GlasVegas een compliment  is. Artistiek misschien wel, maar commercieel is het immers nooit iets geworden met de inmiddels ter ziele gegane Sheila Divine, goeie platen , dat wel, maar geen mens kocht ze.
Knappe songs als “Geraldine” en “It’s my own cheating heart” bewijzen dat er potentieel zit in Glasvegas maar het is toch vooral nog vechten om er bovenuit te steken in een wereld waar de ene nieuwe band steeds de andere komt verdringen. En met deze debuutplaat zal die strijd nog iets te moeilijk zijn. Lang niet alle songs zijn even goed, naar het einde toe van deze toch vrij korte plaat ging onze aandacht wat verslappen, en dat zou niet echt mogen bij een schijfje waar maar 10 nummers op staan. Toch is dit een groepje om in de gaten te houden, een tweede plaat zal meer klaarheid moeten brengen.

Ray LaMontagne

Gossip in the grain

Geschreven door

Ray LaMontagne, singer/songwriter/ freefolky/hippie lookalike met houthakkershemd, bracht al twee sobere platen uit, enkel begeleid op akoestische gitaar. Hij had een teruggetrokken bestaan op het platteland van Maine. Hij stond wat wereldvreemd in deze popwereld. De derde plaat ‘Gossip in the grain’ is er eentje van rijkelijk gevulde arrangementen en laat subtiele stijlelementen horen waarin we een gevarieerde aanpak horen van pop, folk, (freefolk), soul, jazz, funk, americana/country en ‘60’s hippe psychedelica. Enkel “Sarah” en “Winter birds” hebben mee van mans oude werk en het broeierige “Meg White” is een ode aan de drumster van de White Stripes.
Het is een erg boeiende plaat van 10+ 1 tracks, waarop geen enkele zwakke song te horen is! Samen met producer/multi-instrumentalist Ethan Johns vormt hij een twee-eenheid. Blazers, strijkers, steelpedal, soundscapes, allerhande geluidjes en dameskoortjes worden soms toegevoegd. Zijn doorleefde zang refereert aan één van de zangers van het Britse Gomez. Iron & Wine, Ryan Adams, Devandra Banhart en artiesten als Van Morrison en Jeff Buckley hebben er een interessant songschrijver bij …

White Lies

To lose my life

Geschreven door

Deze Londenaren sloegen eind 2007 het roer om met Fear Of Flying, doopten White Lies en speelden een donkerder geluid. Ze komen nu af met hun debuut ‘To lose my life’. De groep plaatst zich binnen de postpunk/waverock en voorziet hun meeslepend en bedreven materiaal van dramatiek. Ze stralen, ondanks het gebrek aan eigenheid, klasse uit. De songs zijn in een typical ‘80’s jasje gegoten van Joy Division, OMD, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, Chameleons en liggen in de markt van Editors en Interpol. De vocals van zanger/gitarist Harry McVeigh en de backing vocals van bassist Charles Cave hebben iets mee van Sam Endicott van het onvolprezen Bravery. De groep weet van begin tot einde te boeien (wat een start met “Death”, “A place to hide” en de titelsong en het dramatieke, puike besluit van “Nothing to give” en “The price of love”) en brengt voldoende varianten aan binnen dit kenmerkend geluid.

Lily Allen

It’s not me, it’s you

Geschreven door

Sinds haar debuut ‘Allright, still’ (06) kwam de Londense dame ook buiten haar muziek nogal veel in de persbladen. Interessante Paparazziverhalen van haar felgebektheid, drankmisbruik en party’s. Na het beluisteren van de opvolger ‘It’s not me, it’s you’ is het duidelijk dat ze haar ‘ei’ eens kwijt wou, in de zin van weergeven wie ze écht is, waar ze staat, maar niet altijd raad weet met zichzelf. Grote mond –klein hartje princiep… waarvan je wel weet dat er meer achter schuilt … oud - wijzer - beroemder?! …de tol van de roem.
Qua muziek is haar tweede plaat (net als de eerste trouwens!) opnieuw een frisse, aanstekelijke en sfeervolle mengeling van dromerige en groovy popnummers, met een vleugje soul, hiphop, reggae en dance. Bij een eerste beluistering bleek de plaat gewoontjes en niet écht bleek te verrassen, maar per luisterbeurt intrigeerden die poppy deuntjes en onderstreepten ze de muzikale variëteit onder haar emotievolle vocals. “Everyone’s at it”, “Not fair” en “Fuck you” zijn de meest uptempo nummers die inwerken op de dansspieren, maar ook de sfeervolle benadering van “Him”, “Never gonna happen” (wat een leuke carroussel!) en vooral de eerste single “The fear” overtuigen sterk.
Fijne pop van een dame die toch nog iets meer in petto heeft dan enkel in roddelbladen te verschijnen.

Omar Rodriguez-Lopez

Omar Rodriguez-Lopez geeft sterk improfeest onder de halfgoden

Geschreven door

Het Amerikaanse Zechs Marquise legde in de Botanique met hun progressieve jazz/rock improvisatie van de meet af aan de lat zeer hoog. De band uit El Paso/Texas speelde instrumentaal uitgesponnen songs, met de bijhorende tempowissels, gefundeerd op een stevige rockbasis en rijkelijk doorbloed met technische jazzinvloeden. Niet toevallig verzorgde ZM deze avond het voorprogramma. De band heeft zeer nauwe banden met The Mars Volta groep, met een drummer die Marcel Rodriguez-Lopez noemt, jongere broer is van Omar Rodriguez, en eveneens meespeelt als percussionist bij de The Mars Volta. ZM was dan ook overduidelijk doorspekt van de TMV invloeden, en zette hun 'Our Delicate Stranded Nightmare' uit 2008 op een overtuigende manier neer tijdens hun allereerste en korte tour in ons Europees continent. Een klasseband die de dynamiek in hun livetrip even hard deed knallen als de Vesuvius indertijd.

Omar Rodriguez-Lopez heeft weinig introductie nodig voor degenen die een beetje naamkennis hebben van de hedendaagse gitaarvirtuozen. Deze halfgod op gitaar, die dikke maatjes is met muzikaal zielsverwante John Fruciante (RHCP), bracht met zijn Quintet niemand minder dan de recentste The Mars Volta drummer Thomas Pridget, een knoert van een drumtalent uit de Amerikaanse gospel scene. Het kwintet werd voornamelijk door het basistrio gedragen - de twee toetsenisten, waaronder Marcel Rodriguez, bleven vrijwel constant op de achtergrond - en klonk als een improvisatiefeest van een buitenaards hoog niveau.
Het ontspannen gemak, het spelplezier en onverslapte focus waarmee het ORQ speelde was er om de lippen van af te likken. Complexe structuren waren naaldfijn uitgesponnen en werden nooit overstemd door onnodige moeilijkdoenerij. Geen enkele virtuoos, ook Omar Rodriguez niet, wierp zijn ego naar voor om in de spotlights te treden. De improvisatie primeerde.
Omar liet werk uit zijn zowel oud als nieuw oeuvre (maar liefst 11 soloplaten) op de talrijke TMV-fans los, en bracht als jonge kers op de taart een sympathiek tienermeisje uit Mexico City mee, die een 5-tal songs meezong, moeiteloos kon inpikken op de complexe structuren maar eerder schuchter en niet overtuigend presteerde.

Het scherp aandachtige publiek kreeg na een kleine twee uur meer dan waar voor hun geld, en als ZM de Vesuvius deed ontstomen, zorgde Omar Rodriguez voor de uitroeiing van de dinosaurussen tijdens het perm. Van mij mag Omar gerust deze zomer nog eens komen soleren op het Gentse Jazz festival!

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 462 van 498