logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Jessica Lea Mayfield

With blasphemy so heartfelt

Geschreven door

De jonge Jessica Lea Mayfield ontpopt zich als een talentrijke singer/songschrijfster op haar tweede plaat ‘With blasphemy so heartfelt’. Ze nestelt zich ergens in de roots van Edi Brickell, Cat Power en Joan as Police Woman en geeft de americana een fikse push met haar puur oprechte en eerlijk broos klinkende pop.
Dan Auerbach van The Black Keys was onder de indruk van haar verloren gewaand debuut ‘Attack & release’ en hield woord toen hij beloofde in te staan voor haar tweede plaat. Hij nam het overgrote deel van de instrumenten op zich als gitarist, organist, pianist en drummer, samen met haar broer Dave op akoestische bas.
Een handvol songs op de plaat, “Kiss me again”, “For today”, “The one that I love best” en “I can’t lie to you, love” (met een aan Neil Young refererend solopartijtje) klinken breder en voller. De ingetogen aanpak en de sobere, spaarzame begeleiding komt aan bod in de daaropvolgende songs.
’With blasphemy so heartfelt’ opent een glansrijke carrière van een talentrijke artieste, als componiste en zangeres.

Fever Ray

Fever Ray

Geschreven door

Fever Ray: het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, helft van het Zweedse The Knife, wisten hier door te breken met ‘Silent Shout’. Wie te vinden was voor de grillige, spannende, dreigende en koele elektronica en beats van The Knife, komt hier zeker ook aan z’n trekken, maar bij Fever Ray horen we een breder concept: een sfeervolle, warme, broeierige sound met Indiase invloeden van spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, gedragen door de hemelse, heldere en zuivere zang van Karen , die af en toe wat vervormd worden.
Fever Ray manifesteert zich ergens tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))). De soundscapes van “If I had a heart” en de instrumentaal afsluitende “Coconut” onderstrepen de ijzige mystiek. Het gaat dan van het onderkoelde met trage, lome beats “Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer toegankelijke benadering van “When I grow up”, “Now’s the only time I know” en” I’m not done”.
Fever Ray biedt huiveringwekkende songs en is live impressionant. Een sterke aanrader dus met een knipoog aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’, wat trouwens een belangrijke inspiratiebron was!).

Envy

De forse kracht van Envy

Geschreven door

De loeiharde sound waarmee Amenra ons bij het betreden van de Labozaal verwelkomde, contrasteerde sterk met de desolate stilte die maandagavond heerste in de binnenstad. De groep kende recentelijk allerhande tegenslagen waaruit ze blijkbaar toch voldoende kracht geput hebben om menigmaal meer indruk te maken dan de 50 betogers die de Leuvense politie zodanig de daver op het lijf joegen dat de grote middelen werden ingezet om een aanzienlijk deel van het stadscentrum te barricaderen. Kortrijks burgervader blijkt van plan om op korte termijn enkele extra gevangenissen te bouwen, we raden hem bij deze aan om deze vijf parochianen uit te nodigen wanneer de stevigheid van die nieuwe bouwsels getest moet worden.

De Japanners van Envy begonnen in 1997 als hardcore/punk-band maar evolueerden later richting het “screamo”-subgenre binnen hardcore om uiteindelijk meer melodische en sfeervolle elementen te incorporeren en zo de stempel ‘postcore’ te krijgen. De set in het STUK bestond maandag voornamelijk uit nummers van ‘Insomniac Doze’, de ‘Abyssal’-EP en de splits met Jesu en Thursday (hun 4 laatste releases).
Voorts brachten ze ook enkele oudere nummers uit ‘A dead sinking story’ en ‘All the footprints you've ever left and fear expecting ahead’. Tetsuya Fukagawa kwam vocaal wat schraal voor de dag, maar dat willen we hem niet euvel duiden want ook hij ‘smeet’ zich als een ware kamikaze zodat we moeiteloos een (spleet)oogje dichtknepen bij de nogal monotone zang.
De set werd afgesloten met “A warm room”, een songkeuze die ons inziens geen toeval was in de aardig verhitte Labozaal. Al wie niet vertrouwd is met de muziek van Envy, raden we trouwens aan om kennis te nemen middels dit prachtige slotnummer dat - als voldoende luid gespeeld! - kippenvel oplevert van hier tot in Tokyo. Wie maandag afwezig was, heeft dus reden om de aanwezigen te benijden.

Organisatie: Stuk, Leuven

D-Tuned Festival 2009: Zu, Kong: Geslaagde comeback van onze noorderburen Kong

Geschreven door

Het Belgische Swaks opende als trio de D-Tuned avond in de Nijdrop, speelde - hoofdzakelijk instrumentale - jaren '90 noise rock, en raakten de snaar van bands als Shellac en Butthole Surfers. Met hun dreigende en logge bassen, scherpe experimentele gitaarsound en bombastische Japanse Taiko-achtige drums hadden de repetitieve nummers de sfeer van een filmische soundtrack te pakken. In hun witte kokpakjes experimenteerde Swaks met een theremin en de nodige feedback, werden ze ondersteund door een geprojecteerde collage van oorlogs- en sprookjesbeelden, en konden we beschouwen dat hun geslaagde project 'af' was.

Hey Colossus uit de UK begon hun set met luide feedback en scream vocals. Wat daarna volgde was Kyuss-achtige stonerrock met een pompende wall of sound die klonk al was het Britse 'God' terug in het leven geroepen. De songs werden aaneensluitend gespeeld, de gitaristen wisselden de zanger af met scream vocals en vaak stonden de bandleden gezamelijk met hun smoel gefocused te kijken naar de drummer links in de hoek van het podium. Naar het einde toe klonk Hey Colossus soms even traag als Earth, voerde met een meer dan vijftien minuten durend epos het publiek in trance, en sluitten ze de set af met een climax waarbij je zo aan bands als Part Chimp en Helmet kon denken.

Het instrumentale trio Zu uit Italië is na talrijke passages (oa Sonic City/De Kreun, zie review 05/04) in ons landje al lang geen onbekende meer voor de liefhebbers van het genre. Het trio stelde tijdens hun ‘Carboniferous’- tour hun recentste gelijkenamige plaat (onder Ipecac '08)
voor, en deed dit, zoals gewoonlijk, op een excellente manier. Quasi de volledige plaat werd naaldfijn gespeeld met een dynamiek alsof ze hem ter plaatse opnieuw aan het opnemen waren. Het geluid zat perfect, en kleine details vielen perfect in balans met het geheel. De percussie die Luca op zijn baritonsax tijdens Chthonian bespeelde, de hondengeblaf-samples, het virtuoze bas flageolettenspel op het einde van het bisnummer “Ostia”, het zat allemaal als gegoten. De Zu mannen werden als helden onthaald en konden live zonder een Mike Patton en King Buzzo - die de plaat mee opfleuren - perfect de boel rechthouden. Een betere Europese opwarmer voor Kong kon men in dit concept niet vinden!

Na hun split in 2000 is Kong uit Nederland toe aan hun comeback, en wat voor één! En natuurlijk speelden ze in hun gekende live opzet waarbij de vier muzikanten elk in een hoek van de zaal opgesteld staan, om een zogenaamd quadrofonisch effect te bereiken! Drumster Mandy Hopman nam plaats op het podium, speelde agressief en gebald en had vanaf de eerste minuut alle vooroordelen over vrouwelijke drumsters weggemot. Tegenover haar stond de bassist, en het enige originele bandlid, Mark Drillich aan de andere kant van de zaal, achter de PA. Aan de zijkant stonden respectievelijk gitarist Tijs Keverkamp en David Kox. Aan de setlist te zien was het overduidelijk dat het Kong te doen was om de promotie van hun
nieuwe langspeler 'What It Seems Is What You Get' (2009). "Hartstikke sneu!" zou je kunnen denken, maar dit liet echter geen al te zware domper op het showgehalte na. In het begin van de show was het duidelijk dat het publiek een dergelijke opstelling niet gewoon was. De toeschouwers stonden wat onwennig rond te kijken, en leken precies gevangen te zitten in een van Francis Bacon zijn geschilderde kooien. De invloeden van industrial, noise en dub stonden in de hoofdzakelijk nieuwere nummers van hun set op de voorgrond. “Factorum Inconstantum”, “On The Contrary”, “Toa Of Eric” en “Last Hunt” volgde 'Wonderwood' uit Earminded ('96), en vanaf “M.O.N.” van hun doorbraakplaat Plegm ('92) zat de sfeer er goed in en stopte het  publiek niet meer met dansen tot aan de laatste knaller “Stockhouse”.
Op het einde van de avond/nacht konden we concluderen dat Kong na 20 jaar ons nog steeds aangenaam kon verrassen met een zeer geslaagde comeback, desondanks dat vooral het nieuwe werk centraal stond, en er slechts een viertal songs uit de oude doos afgestoft werden. De Nederlandse experimentele scène van welleer stond begin de jaren '90 ver boven het Belgische niveau, en het was dan ook met plezier dat we onze smaakpapillen na vele jaren van kroket garnaal uit de muur en patat oorlog terug konden dompelen in deze betere Hollandse keuken. Smaakt naar meer!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

Daan

CD voorstelling ‘Manhay’ Daan

Geschreven door

Daan trekt momenteel het clubcircuit rond om de vijfde, nieuwe cd ‘Manhay’ voor te stellen. De titel is vernoemd naar het Waalse dorpje waar Daan naar toe ging om inspiratie op te doen en om de songs uit te schrijven. De klemtoon kwam op z’n singer/songwriterschap. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. Hij deed beroep op z’n vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.
We hoorden al enkele trailers van de songs, die een terugkeer naar de essentie van de pure popsong deden vermoeden, en die sfeervolle toetsen en piano laten doorklinken. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed. Op de vooravond van de te verschijnen nieuwe plaat, waren we dus uiterst benieuwd hoe deze zouden klinken.

De voorstelling van de nieuwe cd werd ter harte genomen door Daan, want ze speelden al het nieuwe materiaal. Meteen trok onze James Dean lookalike in leren jekker en met een sigaret in de hand de aandacht met de aan REM gelinkte single “Exes”, een zwierig rockende popsong. De piano en toetsen hadden een zalvende werking op “Friendly fire”en “Beauty calls collect”. “Decisions” en “The great retriever” klonken uiterst intiem en waren geënt op Daan’s pianospel. Hij stapte over naar “Woods” en “Boots”, die een intens broeierige, meeslepende opbouw hadden, onder z’n doorleefde zang.
Hecht klinkend, compact songmateriaal was de eerste indruk van deze band, die al goed op elkaar ingespeeld was. En we onderstrepen het afwisselende en gevarieerde geluid: enkele nachtburgemeestersongs à la Arno, “Brand new truth” en “Bad boy”, een sfeervol “Your eyes” en het snedig rockende “Radio silence”. Naar het eind van de set hoorden we Daan’s ‘80’s aanstekelijke, dansbare synth classics: “The player”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”, die eerst mooi werd ingeleid op piano en Daans’s grauwe, rappende brabbelzang. Dan klonken de gitaren en drums meer door, wat een verbeten en krachtiger rocksound gaf. Ook “Crawling from the wreck”, de enige electrosong op ‘Manhay’, hielden ze doelbewust binnen dit genre.
Het broeierige “The stealing kind” en een niet te ontbreken hommage aan Johnny Cash besloten de ‘new face en sound’ van een Daan, die zich duidelijk heeft herbronnen en niet meer verder sleutelde en leuterde aan z’n onmiskenbare ‘80’s synthwave.

Wat de eindafrekening maakt van een minder vertrouwd geluid, een happy return naar het archief van ‘Profools’/’Brigde burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode.
‘Manhay’ is een te ontdekken plaatje en live zagen we een geoliede band, klaar voor het clubcircuit en de festivalpodia …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Hitch

Clair Obscur

Geschreven door

Met hun vijfde album ‘Clair obscur’ heeft het Belgische trio Hitch een opmerkelijke opname afgeleverd. Dit full album werd gemixt door niemand minder dan John Congleton (Explosions in the sky, Black Moutain, The paper Chase).
Met hun eigenzinnige en vlijmscherpe indie/ post-hardcore sound doen ze ongeveer al vijftien jaar hun eigen ding. Hun energieke live optredens zijn daar de beste bewijzen van.
Deze fijne underground band heeft al heel wat ervaring in de wereld, Europa, drie maal de States en Zuid-Afrika. Zij hebben onder andere voorprogramma’s gedaan van Girls Against Boys; Trams Am; At the Drive –In, Mudhoney en ga zo maar door.
Na de uitgave van hun vierde album in 2006, ‘We are electric’ welke was opgenomen live in Zagreb Kroatië, hebben ze ook nog recent een 7inch opgenomen met hun vrienden van Amenra bij de studio’s van Vlas Vegas. In juni 2008 hebben ze dan hun vijfde plaat opgenomen die nu in februari bij Vlas Vegas is uitgebracht. Dit gebeurde samen met Hein Devos (eigenlijk zo een beetje het vierde lid van de band) en het vakkundige producers werk van John Congleton. Voor de mastering van het album zorgde niemand minder dan Alan Douches (West West Side Music, o.a. Radiohead staat op zijn palmares).
Op het album ‘Claire obscure’ vertrok het gezelschap terug naar hun basis van invloeden van My Bloody Valentine; Jesus And The Mary Chain alsook de San Diego Golf van de jaren negentig bands als Drive Like Jehu; Swings Kids enz.
Het klinkt echter niet achterhaald, integendeel ik vind het alvast fris en puur. Bijvoorbeeld de vierde track op het album, ”Choking on air “ heeft de pure energie zoals post indie rock moet klinken: verrassend, energetisch en intiem tegelijkertijd.
Ook de grafiek van het album is prachtig het weerspiegelt gewoon de sfeer van het album. Puurheid; less is more! Deze werden verzorgd door de Franse graficus Knapfla.
Te koesteren plaatje….

Meer info over Hitch : http://www.myspace.com/hitchrocks  en hun label www.vlasvegas.be

Airport City Express

Away from weathering sun

Geschreven door

Airport City Express is een band ut Luik. Ze behaalden in 2007 al een finaleplaats van het Waalse Pure Demo; bij onze Franstalige vrienden is dit alvast een puik resultaat. Hun vijf indiepop songs refereren aan het te vroeg heen gegane Orange Black en Grandaddy door de psychedelica toets en Girls In Hawaii door de lichthese zang. De groep zweert trouw aan een lofi Pavement aanpak. Dromerige, broeierige, aanstekelijk en frisse pop, die intrigeert en overtuigt. Ze debuteerden op het Jaune Orange Records
Info op http://www.collectiefjauneorange.net

Bob Dylan

Bob Dylan: Grootmeester nadrukkelijk terug van nooit weggeweest

Geschreven door

Robert Allen Zimmerman, beter bekend onder de naam Bob Dylan, mag zonder twijfel tot de allergrootste en invloedrijkste zangerliedjesschrijvers uit de muziekgeschiedenis gerekend worden. Hij maakt reeds 50 jaar muziek, heeft intussen minimaal 800 nummers geschreven, gecomponeerd en op plaat gezet, ontving diverse onderscheidingen en is winnaar van onder meer diverse Grammy Awards en in 2000 van een Oscar voor beste liedje (het beeldje heeft hij trouwens steeds mee op tournee).
Ondanks zijn leeftijd van 67 is hij ook nu nog steeds niet uit de actualiteit weg te denken. Zo maakte hij in 2006 met ‘Modern Times’ een van de beste platen uit zijn carrière, verscheen in 2007 de biografische film ‘I’m Not There’ (in de Belgische bioscoopzalen te zien in 2008), gaf hij vorig jaar opnieuw inkijk in zijn archieven via het uitstekende ‘Tell Tale Signs: The Bootleg Series Vol. 8 – Rare And Unreleased 1989-2006’ en verschijnt volgende week uit bijna het niets zijn nieuwe album ‘Together Through Life’.

Ondertussen heeft hij ook al enkele jaren een fel gesmaakt wekelijkse radioprogramma ‘Theme Time Radio Hour’ op XM Satellite Radio. Iedere aflevering is opgebouwd rond een thema, wordt door Dylan zelf samengesteld en gepresenteerd en geeft blijk van zijn onmetelijke muziekkennis.
Ook wat het toeren betreft, laat Dylan zich niet onbetuigd. Hij vindt namelijk ook nog tijd en zin om jaarlijks ongeveer 100 optredens te doen waarbij per avond uit het immens grote repertorium steeds een andere setlist gekozen wordt. Elk concert is daarbij dus even uniek als onverwacht, mede omdat de nummers andere arrangementen aangemeten kunnen krijgen. Met andere woorden, met Dylan kan er niet alleen muziek beleefd en geademd worden. Dylan belichaamt gewoonweg muziek.
Als de grootmeester dan ook een concertdatum aankondigt, vindt er steeds een vorm van volksverhuizing plaats. Het uitverkochte concert van afgelopen woensdag in Vorst Nationaal vormde op deze regel geen uitzondering. Ook nu weer bleken heel wat mannen of vrouwen hun partner, ouders hun kinderen of grootouders hun kleinkinderen te hebben meegebracht in de hoop dat zij de adoratie voor deze artiest zouden overnemen of alleszins zouden begrijpen.
En toch moet gezegd dat het bijwonen van een optreden van Dylan intussen evenveel onzekerheden kan inhouden als het beleggen op de beurs. Soms is de toeschouwer aan de winnende hand maar hij kan evengoed met een leeg gevoel achterblijven. De stem van Dylan is bij momenten meer geneuzel dan dat er sprake is van zang en zijn humeur kan dermate wisselend van aard zijn en te wensen overlaten dat dit een negatieve weerslag heeft op de kwaliteit en de bezieling van zijn podiumprestaties.
Gelukkig bleven de toeschouwers afgelopen woensdag bespaard van dit alles tijdens zijn passage in Vorst Nationaal.  

Met “The Wicked Messenger” afkomstig van het album ‘John Wesley Harding’ uit 1967 en “It's All Over Now, Baby Blue” van ‘Bringing It All Back Home’ uit 1965 kon het nog alle kanten op met het concert. Maar wanneer Dylan hierna zijn gitaar omgordde en “Man In The Long Black Coat” van ‘Oh Mercy’ uit 1989 inzette, was dit het signaal dat alles wel eens goed kon zitten. Net zoals deze door Daniel Lanois geproduceerde plaat een nieuw elan aan de carrière van Dylan gaf, voorzag ook dit nummer het optreden van een positief duwtje in de rug.
Het zou trouwens de enige keer zijn dat Dylan de gitaar bespeelde. Bij de overige nummers nam hij plaats achter zijn Korg keyboard en liet hij de rest van het instrumentarium - met uitzondering van de zo kenmerkende mondharmonica natuurlijk - over aan zijn inmiddels vaste begeleidingsgroep die getooid in donkergrijs pak (Dylan had tevens een grotere hoed en geel hemd aan) sterk en vrij ontspannen stond te spelen. Het was mooi om zien hoe Dylan op meerdere momenten met de ogen dirigeerde en Stu Kimball (elektrische en akoestische gitaar), Denny Freeman (elektrische en akoestische (slide)gitaar), Tony Garnier (basgitaar en staande bas), George Receli (drums) en Donnie Herron (pedal en lap steelgitaar, elektrische mandoline, banjo en viool) van de nodige richtlijnen voorzag. Vooral met laatstgenoemde was het contact nauw en kon er bij beide heren af en toe zowaar een glimlach af.
De klemtoon lag vooral op het album ‘Highway 61 Revisited’ uit 1965, en dit met nummers als “Desolation Row” (voorzien van staande bas), “Highway 61 Revisited” (mooie steelgitaar, crescendo gaande gitaren en een mooie rustige bluesy outro), “Ballad Of A Thin Man” (met een orgelgeluid dat deed denken aan de versie van “The House Of The Rising Sun” door The Animals) en de klassieker “Like A Rolling Stone” (te neuzelend in het begin maar naar het einde toe beter). Maar ook de recentste plaat ‘Modern Times’ was – met succes want woensdag steevast aanleiding gevend tot een hoogtepunt – sterk vertegenwoordigd met drie nummers, zijnde “Ain’t Talking” (rustig tempo, viool en vergezeld van een klankkleur die perfect zou passen in het oeuvre van Nick Cave), “Thunder On The Mountain” (lekker swingende rockabilly) en het als een tweede bis gebrachte “Spirit On The Water” (jazzy mede door de staande bas).
Verder passeerden ook “Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again” (‘Blonde On Blonde’, 1966), de ode aan de gelijknamige blueszanger ‘Blind Willie Mc Tell’ (om onbegrijpelijke redenen niet de plaat ‘Infidels’ gehaald maar gelukkig opgevist via ‘The Bootleg Series Vol. 1-3) en “I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)” (‘Another Side Of Bob Dylan’, 1964) waarbij de mondharmonica een confrontatie met het ritme aanging, de revue.

Twee sterkere momenten noteerden we bij een rockende, van gitaarsolo’s en stevig drumwerk voorziene versie van ‘Honest With Me’ en een rustige ‘Sugar Baby’, allebei terug te vinden op ‘Love And Theft’ uit 2001.
Dylan trakteerde het publiek op drie toegiften waaronder een bij momenten rammelende en mompelende “All Along The Watchtower” (‘John Wesley Harding’, 1967). Het overbekende, helder gezongen en meer akoestische “Blowin' In The Wind” (‘The Freewheelin’ Bob Dylan’, 1963) deed deze keer dienst als afsluiter. Dylan verliet daarbij zijn vaste stek op het podium, trad naar voor om solo mondharmonica te spelen en wiegde tot erg uitbundig applaus van het publiek zelfs voorzichtig ritmisch met de heupen mee.

Na de groepsleden te hebben voorgesteld en het publiek te danken met de woorden ‘Thank You Friends’ (waarmee we meteen aangeven dat er ook ruimte werd vrijgemaakt om enkele woorden te spreken) verlieten Dylan en zijn begeleidingsgroep onder diepe buiging na twee uur het podium en trokken een figuurlijke streep onder de doortocht op Belgische bodem van de Never Ending Tour anno 2009.
Devote fans zullen na woensdag hopen dat de concertenreeks inderdaad nooit zal eindigen en vonden het concert in Vorst Nationaal ongetwijfeld uitstekend, nieuwkomers werden mede door de vrij goede zang van Dylan niet geconfronteerd met een onmogelijk hoge instapdrempel, terwijl de sceptici op basis van wat gepresenteerd werd in Vorst Nationaal, ook nu niet van hun mening zullen afwijken. Met andere woorden: Dylan heeft zijn doel bereikt door de gemoederen te blijven beroeren.
Wijzelf houden het op een blij weerzien met een eigenzinnige doch goedgeluimde Dylan en een concert variërend van bijzonder aardig tot erg goed.

Setlist:
The Wicked Messenger; It's All Over Now, Baby Blue; Man In The Long Black Coat; Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again; Blind Willie Mc Tell; Desolation Row; Honest With Me; Sugar Baby; Highway 61 Revisited; Ballad Of A Thin Man; I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met); Ain't Talking; Thunder On The Mountain; Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower; Spirit On The Water; Blowin' In The Wind

Organisatie: Live Nation

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy: een gezapig folkcountry/americana bandje!

Geschreven door

Palace, Palace Brothers, Bonnie ‘Prince’ Billy en Will Oldham, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z’n verhaal van levenservaringen en emoties prijs geeft in introvertie, ontroering en weemoed. Hij trad op met Matt Sweeney op het Cactusfestival (2005) en sloeg ons met verstomming toen hij solo, twee jaar terug, te zien was in Le Grand Mix (Tourcoing) en Ancienne Belgique; een intens pakkend, huiveringwekkend en magistraal solo-optreden was dat, waar hij z’n uitgebreide catalogus afgaspelde!
Bonnie ‘Prince’Billy houdt er de vaart in om cd’s uit te brengen. De melancholische americana bard/singer/songwriter verbaasde vorig jaar met de bredere en krachtiger aanpak op ‘Is this the sea’; hij liet zich begeleiden door het Schotse Harem Scarem. En ook op het recente ‘Beware’ klinkt het allemaal iets luchtiger, vrolijker en catchy; door de vioolpartijen, steelpedal, banjo en harmonium schemert de countryfolk wat meer door, onder z’n lichthese, zalvende zachte stem.

Vanavond was hij te zien met de band, die net instond voor de ‘Beware’ plaat, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, maar enkele bloedmooie songs van mans innemend, ingetogen werk werden niet vergeten.
We hoorden een gevarieerde set van ruim anderhalf uur binnen die folkcountry/americana: de gestileerde en krachtige rootsrock op “You don’t love me” (gelinkt aan Presley’s “Marie’s the name”), de folky poprock van “Strange from of life” en “After I made love to you” en het afsluitende broeierige “I am goodbye”, die samen met “Just to see my holly home (uit ‘Ease down the road’) één van de hoogtepunten vormde; ze stonden moeiteloos naast o.a. het adembenemende “Death to everyone” (uit ‘I see a darkness’) en het sfeervolle “Big friday”. Het was leuk om aan te zien hoe iedereen zich op het podium amuseerde: een enthousiast spelende band en een grapjes vertellende en licht dansende Oldham. Hij werd vocaal bijgestaan door violiste Cheyenne Mize, die met haar indringende, heldere Emmylou Harris stem een mooi aanwinst was en elan gaf op songs als “I don’t belong to anyone”, “Won’t ask again en “You won’t that picture” (uit ‘Lie down the light’). En ook Susanna was van weerwoord tijdens de bis in het intieme “Spite of ourselves”.

Bonnie ‘Prince’ Billy balanceerde van het singer/songwriterschap van Johnny Cash/Gram Parsons naar de aanpak van een gezapig folkcountry bandje … Een ‘Beware this only friend’- mentality …

Support was Susanna Wallumrod. Op piano liet ze haar sfeervolle songs spaarzaam begeleiden met een gitarist en een drummer. Ergens tussen Tori Amos en Joan As Police Women te situeren, waarbij haar heldere stem soms neigde naar een Loreena McKennitt gehalte. Mooi leek alvast de liefdesverklaring tussen Oldham en haar, toen Badfinger’s “I can’t live without you” werd ingezet …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

Franz Ferdinand

Tonight: Franz Ferdinand

Geschreven door

Het is een tijdje stil geweest rond het Schotse viertal Franz Ferdinand. In 2004 brachten ze hun titelloze debuutalbum uit waarmee ze de wereld veroverden en traden ze op als rookies op de grootste festivals. Ze bouwden een stevige live reputatie op. Amper een jaar later volgde hun tweede album ‘You could have it so much better… with Franz Ferdinand’. Voor hun derde album ‘Tonight: Franz Ferdinand’ namen ze ruim de tijd. Na hun laatste tournee lasten ze een pauze in en begonnen in 2007 met ‘Tonight…’ Benieuwd of het het wachten waard was.

We kunnen je alvast meegeven dat ze voor het grootste deel een andere weg hebben ingeslagen. Er zijn meer overheersende synthesizers te horen en de algemene sound is niet langer ‘alternative’ indie rock, maar valt eerder te klasseren onder poprock. Het tempo ligt ook iets lager. Dit alles bleek al uit de eerste single “Ulysses”. “No You Girl”, “Turn It On”, ”Bite Hard” en “What She Came For” zijn de enige vier liedjes die ons vaag deed terugdenken aan de vorige platen. “No You Girl” is de tweede single en is behoorlijk catchy, maar heeft niet het catchy niveau van “Take Me Out” en “The Dark Of The Matinée” van hun debuut of van “Do You Want To” van het tweede album … alle drie klassiekers, waarbij volledige festivalweiden spontaan op en neer begonnen te huppelen. “Turn It On” heeft de o zo typische gitaargeluiden van de groep weer. Op het einde van “What She Came For” bewijzen de Schotten dat ze nog steeds kunnen rocken als voordien, maar het is ook het enige nummer waar ze alles uit de kast halen. Een hoogtepunt op deze plaat is het fantastische “Lucid Dreams” dat kan vergeleken worden met het werk van Klaxons en LCD Soundsystem. De mooie, ingetogen afsluiter “Katherine Kiss Me” springt er uit met enkel een akoestische gitaar en de stem van zanger Alex Kapranos. De rest van de plaat overtuigt niet echt.
Franz Ferdinand doet een gewaagde zet en ze zullen hun fans niet volledig kunnen overtuigen, maar aan de andere kant kunnen ze ook een nieuw publiek aanspreken. Met “Lucid Dreams” kunnen er zeker nieuwe deuren geopend worden voor de mannen uit Glasgow.

Loney, dear

Vakkundige droompop van het Zweedse Loney, dear

Geschreven door

Vorig jaar maakten we kennis met het sympathieke Zweedse Loney, dear onder de charismatische, vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen. Invloedrijk zijn de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire, Sufjan Stevens en de americana stijl van Bonnie’ Prince’ Billy. De man beschikt over een hemelse en gevoelige stem, die de beelden van de tv serie ‘Mash’ oproept. Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt.
Die muzikale variatie hoorden we terug in de bijna anderhalf uur durende set, waarbij de groep putte uit hun drie cd’s ‘Sologne’, ‘Loney, noir’ en de pas verschenen ‘Dear John’; net als bij Deerhunter komt de frisse rock en de zalvende elektronica meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele, sprankelende melodielijn. De kwalitatieve schoonheid van de aanzwellende partijen en de prachtige samenzang konden nog goed doorklinken, zoals op hun vorig optreden tijdens Les Nuits Bota, ondanks het krachtiger geluid. “Titans” en “Everything turns to you” gaven die aanzet. Maar al snel droomden we weg op de uiterst genietbare “Under a silence sea”, ”Hard days 1, 2, 3, 4”, “Airport surrondings” en “Violent”. Op het intieme en sober gehouden “Meter marks ok” porde Svanängen het publiek aan met enkele obligate ‘Nanaahs’ … alsof we op de golvende zee vaarden… “Carrying a stone” werd zonder versterking ingezet, en bouwde langzaam op naar een schitterende apotheose. En met “I love you” was er de ultieme liefdesverklaring naar z’n dankbare publiek. De subtiliteit van hun melodieuze pop kwam naar voor in puike versies van “Summers” en “I am John”, die door toetsen en xylo een kleurrijk geheel gaven.

Vakkundig liet Loney, dear hun afwisselend materiaal in elkaar overgaan, wat ons doet besluiten dat ze het ideale recept klaar liggen hadden van sprankelende, frisse en tedere pop.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Barzin

Peter Doherty: gevoelige zijsprong op eigenzinnige levenswandel van een rockicoon (in wording)

Geschreven door

Enfant terrible Pete Doherty kwam de laatste jaren met de regelmaat van de klok en om uiteenlopende redenen op de voorpagina’s van de tabloids terecht. Zijn drugsverslaving en mislukte ontwenningskuren, gevangenisstraffen voor het bezit van illegale roesmiddelen, zijn klantenkaart bij het gerecht en een jojo-relatie met model Kate Moss: allemaal extra-muzikale problemen die zorgden voor een erg ongeloofwaardige reputatie als betrouwbare performer en een hoop geannuleerde Babyshambles-concerten. Vandaag gaat het klaarblijkelijk weer de goede kant op met hem: met ‘Grace/Wastelands’ bracht hij een prachtig solo-meesterwerk uit dat nu al meer dan een maand in onze cd-speler is blijven steken en ook de gewoonte om steevast concerten te annuleren lijkt voorlopig verleden tijd. De plaat geeft de gevoeligere kant van Doherty weer met veel aandacht voor de totaalsfeer en tekstuele rijkdom waarbij zijn stem volledig tot zijn recht komt. Grace/Wastelands is een bijzonder consistente plaat geworden, een plaat die alles in zich heeft om binnen afzienbare tijd tot een klassieker te worden aanzien. Ze toont Doherty op een volwassen manier: Pete is Peter geworden.

Exact een jaar geleden, op 20 april 2008, annuleerde Pete Doherty nog een concert in Lille. We waren dan ook meer dan tevreden dat we hem gisteren voor het eerst (lees: na een reeks teleurstellingen door geannuleerde optredens in het verleden) eindelijk eens aan het werk konden zien! Voor de opnames van de plaat had Doherty met Mik Whitnall, Drew McConnell en Adam Ficek van Babyshambles en Graham Coxon van Blur een mooie band rond zich verzameld. In het prachtige Théâtre Sébastopol in Lille deed hij het, op en wel heel erg indrukwekkende manier, echter solo.
Wie kwam om het solodebuut van Doherty live te aanhoren kwam, wat ‘Grace/Wastelands’ betreft, van een kale reis terug thuis. Met enkel het frisse “Arcady”, single “Last Of The English Roses” (met twee balletdanseresjes als aanvullende artistieke act) en “Salome” (een nummer over de dochter van Herodias die verantwoordelijk was voor de dood van Johannes De Doper) deed hij niet veel moeite om te putten uit ‘Grace/Wastelands’. Over dit feit waren we enigszins teleurgesteld. Bijzonder leuk was echter dat we als fan van wijlen (volgens geruchten binnenkort weer te verrijzen?) The Libertines op onze wenken werden bediend door Pete(r) met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte versies van “Can’t Stand Me Now”; “Music When The Lights Go Out”; “The Ha Ha Wall”; “The Man Who Would Be King” en “Up The Bracket”. Ook nummers van Babyshambles passeerden de revue: “Sticks & Stones”; “Killamangiro”; “Albion” en “Back from the Dead” vanop ‘Down in Albion’ en “There She Goes” en “Delivery” vanop ‘Shotter’s Nation’. Doherty putte dus ruim uit zijn bij het brede publiek bekende oeuvre. Daarnaast echter ook een aantal nummers die, behalve bij de echte fans, minder bekend zijn: o.a. “Don’t Look Back into the Sun”; “Conversation Diva”; “East of Eden”; “Darling Clementine” en “The Ballad of Grimaldi”.

Pete(r) Doherty bracht met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte nummers bijna anderhalf uur lang een bloemlezing van zijn oeuvre over The Libertines naar Babyshambles en zijn solowerk en terug. Hoewel het een knap concert was in een prachtige setting bleven we toch ietwat op onze honger zitten wat het repertoire van zijn solodebuut ‘Grace/Wastelands’ betreft. Voor de rest absoluut geen klagen want dit was vakmanschap van een rockicoon (in wording)! Binnenkort is Peter Doherty te gast op Polsslag in Hasselt en is hij te zien in de Bota ikv 5 jaar Pure FM.

Support van dienst was Roses Kings Castles, een zijproject van Babyshambles-drummer Adam Ficek. We hoorden breekbare songs die heel wat bijval genoten bij het opgekomen publiek. Een knappe opwarmer voor zijn frontman.

Organisaitie: Agauchedelalune, Lille (ikv Les Paradis Artificiels)

Saga

Rob Moratti Saga’s nieuwe ‘leading man’ voor de toekomst?

Geschreven door

Toen Saga eind 2006 afscheid nam van frontman Michael Sadler werd de toekomst voor deze Canadese progrockers plotseling erg onzeker. De indrukwekkende afscheidstour maakte duidelijk dat Sadler na zovele dienstjaren niet zomaar vlug vervangen kon worden. Heel even dacht de band er aan om definitief het bijltje er bij neer te leggen. Met ex-Final Frontier zanger Rob Moratti vond men de oplossing voor de toekomst…of toch niet? Ik was dan ook erg benieuwd hoe het nieuwe Saga live zou klinken en hoe de fans Rob als nieuwe frontman zouden verwelkomen. Al moest ik daarvoor wel rijden tot in het Nederlandse Uden, waar in de gezellige rockpub ‘De Pul’ het eerste Nederlandse optreden plaatsvond van het vernieuwde Saga. Dat die avond ook het heropgerichte It Bites op de planken stond maakte het nog veel interessanter.

De club zat goed vol toen het Engelse It Bites stipt op tijd mocht gaan opwarmen. Eind de jaren ’80 had de band een bescheiden pophitje met “Calling All The Heroes”. Deze song, tot het vorige jaar verschenen album ‘The Tall Ships’, het enige songmateriaal waar ik reeds mee vertrouwd was. Het nieuwe album is echter bijzonder sterk en weet zowel pop als progrock liefhebbers erg te bekoren. ‘The Tall Ships’ haalde zelfs mijn persoonlijke album top 10 van 2008, dus dat zegt al heel wat!
De oorspronkelijk zanger/gitarist Francis Dunnery is er niet meer bij. Huidige ‘leading man’ van It Bites is echter niemand minder dan Kino & Arena man John Mitchell. Als je hem hoort zingen moet je wel toegeven dat hij aardig in de buurt komt van het originele pakket. It Bites speelde een veel te korte set. Maar misschien komt dit vanwege de aaneenschakeling van sterke momenten waardoor de 45 toegewezen minuten zo vlug voorbij waren. Vanaf het pompy “Kiss Like Judas” zat het meteen goed. Een stevige ritmesectie (Bob Dalton (drums) & Dick Nolan (Bass)), een verrassend sterke goede keyboardinvulling (John Beck) en de meesterlijke, supermelodieuze gitaarpartijen en vocalen van John Mitchell. Vooral zijn vocale prestaties zijn voor verbetering vatbaar. Maar de man gaat steeds beter zingen, al ziet hij zichtbaar af wanneer hij de hogere tonen probeert te halen. Een supersterk optreden en vooral een warm gevoel om meer! Hopelijk kan ik deze ‘men in white’ binnenkort eens in een full-headlining show zien.

Na een korte break was het langverwachte moment eindelijk aangebroken. Saga opende met de titeltrack uit het net uitgebrachte album ‘The Human Condition’. Een heavy ‘instrumental’ waarin Rob Moratti slechts enkele woorden mag zingen. Met “The Flyer” kreeg het publiek pas echt goed te horen hoe Moratti klinkt. Vol zelfvertrouwen zette de Canadees een voortreffelijke maar iets te heavy versie neer van deze Saga klassieker. Er werd tijdens deze song ook nog angstig gezocht naar een goed geluidsevenwicht maar toen “Wind Him Up” werd aangekondigd zat alles juist. Moratti werd door het publiek hartelijk ontvangen waarvoor Moog synthesizerwonder Jim Gilmour ons uitdrukkelijk voor bedankte. Pas toen “Step Inside” uit het nieuwe album aan bod kwam werd het voor iedereen duidelijk dat Saga toch wel koos voor een drastische vernieuwde aanpak. Een echte melodische rocksong met ballen waarin de zo typerende progressieve Saga elementen nog slechts minimaal aanwezig zijn. Doch mij kan het wel erg bekoren maar ik kan mij wel inbeelden dat niet iedereen even gelukkig is met deze nieuwe stijl. Bovendien is het even wennen aan de expressievere podiumperformance van Moratti, die als nieuwe frontman toch een beetje een stijlbreuk is met de andere heren in de band.
Met Moratti koos Saga ook voor een totaal ander stemgeluid, wat ook al weer een ernstige aanpassing vraagt. Maar eenmaal je accepteert dat dit de toekomst is kan je pas echt genieten en dat gebeurde vooral tijdens de echte Saga klassiekers zoals: “Humble Stance”, “You’re Not Alone”, die sterk door Moratti werden ingezongen.
Tijdens de nieuwe songs kon de man mij minder overtuigen en bovendien maakte hij ook enkele pijnlijke schoonheidsfoutjes. “This was a new song from my new album” zei hij wat ongelukkig en op een bepaald moment kondigde hij ook de verkeerde song aan. Op zich allemaal niet zo erg, maar het brengt de twijfelaars natuurlijk erg in verwarring. “Scratching The Surface” werd nog eens gebracht zoals het origineel werd opgenomen (met Jim Gilmour in de hoofdrol) en dat was mooi meegenomen.
Niet alleen het publiek reageerde fel enthousiast, ook de band liet zien nog steeds heel veel spelplezier te hebben ‘on stage’. De mokerslagen van drummer Chris Sutherland en de competente, vaak maffe gitaaruitspattingen van Ian Chrichton sprongen het meest in het oog en oor. Tijdens de finale zat alles goed met een onvergetelijk sterk “Careful Were You Step” en de allerlaatste encore “On The Loose”.

Ondertussen heb ik op de vele muziekfora zowel positieve als uiterst negatieve reacties gelezen op het debuut van nieuwe zanger Rob Moratti. Het zou het jammer zijn als de vele Saga fans nu reeds zouden afhakken. Moratti is Michael Sadler niet, maar hij heeft ook niet de pretentie om deze echt te doen vergeten.
Saga is gewoon aan een totaal nieuw hoofdstuk begonnen. Of Moratti’s toekomst echt bij Saga ligt is echter een dubbeltje op zijn kant. Zonder twijfel is Moratti een schitterende zanger en uiterst charmante frontman maar of hij de juiste man is op de juiste plaats……ja, ook ik heb zo mijn twijfels.

Setlist It Bites *Kiss Like Judas *Oh My God *Yellow Christian *Plastic Dreamer *The Wind That Shakes The Barley *Ghosts
*Calling Out The Heroes

Setlist Saga *The Human Condition *The Flyer *Wind Him Up *You Were Right *Book Of Lies *Now Is Now *Step Inside *Humble Stance *Scratching The Surface *Crown Of Thorns *You Look Good To Me *Don’t Be Late *You’re Not Alone *Careful Were You Step *On The Loose.

Simply Red

Simply Red: afscheid met hits in stijlvolle geschenkverpakking

Geschreven door

Op het ogenblik dat het uit Manchester afkomstige postpunk groepje The Frantic Elevators in 1982 haar vierde single uitbracht onder de titel “Holding Back The Years”, hadden ze reeds alle steun van platenfirma’s verloren en besloten ze de 7” op eigen kosten en in eigen beheer uit te brengen. Toen ook dit nummer enkel lokaal wat ‘bekendheid’ genoot en commercieel niks te betekenen had, besloot wat later de toen 22-jarige zanger/gitarist Michael James (‘Mick’) Hucknall dat het welletjes was geweest en hij beter andere horizonten opzocht. Hij nam contact op met een andere manager, Elliot Rashman, en samen werkten ze aan een nieuw project. Er werden gepaste, vakkundige muzikanten ingeschakeld en onder de naam Simply Red (u mag eenmaal raden waarnaar dit een verwijzing is) werd in 1985 een eerste album ‘Picture Book’ uitgebracht. Met singles als “Money’s Too Tight (To Mention)”, “Come To My Aid” en een meer soulvolle herwerking van – jawel! – “Holding Back The Years” betekende dit voor de groep meteen een international succes. Nadien zouden de hits zich blijven opstapelen en gingen er inmiddels al miljoenen platen van Simply Red over de toonbank.
In 2010 zal het dan ook precies 25 jaar geleden zijn dat de debuutplaat werd uitgebracht en om dit heugelijke feit te vieren, werd niet alleen besloten een verzamelalbum onder de titel ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ uit te brengen maar hieraan ook een wereldtournee te koppelen die louter hitsingles zou brengen.

De fans waren natuurlijk in hun nopjes maar tegelijk werd de euforie ook getemperd. Mick Hucknall liet namelijk weten dat het hierbij om een zogenaamde ‘farewell tour’ gaat. Met andere woorden: Simply Red houdt op te bestaan en het zijn de allerlaatste concerten die de groep aldus zal brengen. Ingegeven door deze berichtgeving, lieten de fans nog minder dan niks aan het toeval over en was ook het aangekondigde concert in het Antwerpse Sportpaleis al maanden uitverkocht.
De groep kweet zich afgelopen zaterdag van haar taak en leverde een mooi en stijlvol afscheidscadeau af. Het publiek kreeg namelijk een dwarsdoorsnede van de volledige carrière van Simply Red met daarbij (nauwelijks of) geen vullers.
Het concert werd geopend met “It’s Only Love” en “A New Flame”, allebei uit het album ‘A New Flame’ (1989). En meteen was duidelijk dat Mick Hucknall gekleed in grijs pak en roze hemd, binnen ieders verwachting opnieuw uitstekend stond te zingen. Het was bij momenten imponerend te horen hoe gemakkelijk en soms wel op croonerachtige wijze hij met zijn soulvolle stem de nummers extra in de verf zette. Dit kwam onder meer tot uiting in vooral de ietwat rustigere passages zoals “For Your Babies” (‘Stars’, 1991), “You Make Me Feel Brand New” (‘Home’, 2003) (een nummer waarmee The Stylistics in 1974 een grote hit mee scoorden) en natuurlijk “Holding Back The Years” uit ‘Picture Book’ (1985).
Mick Hucknall werd tevens geruggensteund door zijn intussen vertrouwd geworden achtkoppige begeleidingsgroep bestaande uit Ian Kirkham (keyboards en saxofoon), Kenji Suzuki (gitaar), Dave Clayton (keyboards), Pete Lewinson (drums), Steve Lewinson (basgitaar), Kevin Robinson (trompet en fluit) en de twee achtergrondzangeressen Sarah Brown en Dee Johnson. Allen kunnen een goedgevuld cv voorleggen en hebben dus al heel wat ervaring. Dat was duidelijk ook te horen bijvoorbeeld bij een bijzonder sterk gebrachte “Jericho” (‘Picture Book’).
In de eerste helft van het concert noteerden we enkel twee enigszins ‘mindere’ momenten, namelijk de coverversies van “The Air That I Breathe” (‘Blue’, 1998), geschreven door Albert Hammond en Mike Hazlewood en vooral een groot succes voor The Hollies in 1974, alsook “Go Now”, oorspronkelijk uitgevoerd door Bessie Banks maar beter bekend in de versie van The Moody Blues en nu speciaal in het kader van het album ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ ook door Simply Red opgenomen en op plaat gezet. Niet dat beiden slecht vertolkt werden, zeker niet, maar gezien de uitgebreide keuze aan te spelen nummers, leek ons twee van deze covers net teveel, haalden ze te lang het tempo uit de set en werden ze tevens wat te afgelijnd gespeeld.
Via “Thrill Me” (‘Stars’) werd opnieuw voorzichtig een aanval op de heupen van de toeschouwers ingezet maar het was bij “Fake” (‘Home’) dat het publiek massaal opveerde en aan het dansen ging. En met swingende versies van “Come To My Arid” (‘Picture Book’), “The Right Thing” (‘Men And Women’, 1987) en “Sunrise” (‘Home’) met die overbekende sample van Hall & Oates’ “I Can’t Go For That (No Can Do)” er subtieler dan op plaat in verwerkt, bleven de stoeltjes nagenoeg allemaal onbezet. “Fairground” (‘Life’, 1995) dat voorzien werd van een exotisch sambaritme en mooie beats, deed de temperatuur in de zaal zelfs nog meer stijgen.
Hierna verdween de groep van het podium en trakteerde het publiek op twee bisrondes van telkens twee nummers. Daarbij kwamen vooreerst “Something Got Me Started” (‘Stars’) en het vanzelfsprekende “Money’s Too Tight (To Mention)” (‘Picture Book’), opnieuw een cover en deze keer van The Valentine Brothers, aan de beurt. Een tweede bisronde ving aan met “Stars” uit het gelijknamige album en er werd afgesloten met een massaal meegezongen versie van “If You Don’t Know Me By Now” uit ‘A New Flame’. Dit nummer is intussen zodanig vergroeid met Simply Red dat het velen doet vergeten dat het geschreven werd door Kenny Gamble en Leon Huff en in 1972 een hitnotering opleverde voor Harold Melvin & The Blue Notes.

Mick Hucknall sloot aldus met Simply Red een mooi hoofdstuk af. Hij kan zich nu richten op het verder uitbouwen van een solocarrière. Drastische omwentelingen hoeft dit niet noodzakelijk met zich mee te brengen. Wie bijvoorbeeld kijkt naar de muzikanten die hun medewerking hebben verleend aan het album dat hij vorig jaar onder eigen naam heeft uitgebracht, ‘Tribute To Bobby’ (een verzameling liedjes ter ere van blueszanger Bobby Bland), zal daar nagenoeg dezelfde namen zien opduiken die ook op het podium van het Sportpaleis stonden. Simply Red verdwijnt dus niet meteen en degenen die hieraan toch twijfelen, kunnen nog steeds het zekere voor het onzekere kiezen en zich op 4 juli 2009 richting Vorst Nationaal begeven alwaar Simply Red nog een tweede afscheidsconcert in België speelt.

Of daar ook het Belgische Sweet Coffee het voorprogramma zal verzorgen, is niet zeker. In ieder geval mochten ze dit wel doen in het Sportpaleis en de set die ze brachten, ging wisselend van sensueel naar dansbaar. Het klonk allemaal erg goed en coherent. Er werd niet alleen teruggeblikt op hun vorige platen maar werd ook een voorproefje verschaft op het nieuwe, in september te verschijnen album ‘Face To Face’. De vooruitgeschoven single “Tomorrow” die mede door de extra reggae en ragga van gastvocalist Monday heel nauw aanleunt bij Groove Armada, stelde Sweet Coffee als laatste nummer in de set aan het publiek voor. Dit belooft voor de komende (festival)zomermaanden!

Setlist Simply Red: It's Only Love, A New Flame, Your Mirror, Home, Jericho, For Your Babies, Holding Back The Years, You Make Me Feel Brand New, The Air That I Breathe, Go Now, Thrill Me, Fake, Come To My Aid, The Right Thing, Sunrise, Fairground
Something Got Me Started, Money's Too Tight (To Mention)
Stars, If You Don't Know Me By Now

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Live Nation

Paul Kalkbrenner

Energieke DJ gig van DJ Paul Kalkbrenner

Geschreven door

2009 WORDT het jaar van DJ Paul Kalkbrenner. Hij verzorgde de soundtrack en speelde een hoofdrol in de film ‘Berlin Calling’; de single "Sky and Sand" betekende de doorbraak en wordt nu zowat overal grijsgedraaid. Een reden te meer waarom deze sympathieke Duitser de laatste tijd zoveel in ons land vertoeft. Hij stond een weekje eerder op het podium van het Karma Hotel festival in Oostende waar hij de klemtoon legde op een trancy psychedelisch setje.
In de Petrolclub te Antwerpen was hij de perfecte DJ op de ideale locatie. Een goed gevulde zaal zag en voelde het bewijs dat deze DJ, na ruim tien jaar op de achtergrond te hebben gewerkt, momenteel bij de groten van de hedendaagse elektro-scène mag gerekend worden. Hij creëerde een uitzinnig danslandschap door z’n energieke live-set. Een aanstekelijke sound, die door de gepaste opbouw, inwerkte op de dansspieren en waarin plaats was voor emotie en romantiek.

Ben Klock is ook afkomstig uit Berlijn, collega en vriend van Kalkbrenner én resident DJ in ‘Berghain, de technotempel bij uitstek. Hij bracht een gedreven technoset, straight forward, met een knipoog naar de Amerikaanse dance-scene. Een ‘fantasmatische’ gig na Kalkbrenner.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

 

Slim Cessna

Slim Cessna’s Auto Club: Praise the Lord

Geschreven door

Het curriculum vitae van Kid Congo Powers ziet er zonder meer indrukwekkend uit. Lid geweest van The Gun Club en The Cramps, gitaar gespeeld op het absolute meesterwerk ‘The good son’ van Nick Cave en verder talloze andere collaboraties, o.m. met Divine Horsemen, Angels Of Light, Legendary Stardust Cowboy, The Knoxville Girls en Speedball Baby. En toch ziet de man er niet echt rock-'n-roll uit en leek hij eerder op een gesjeesde dichter met wat teveel tequila op. Met zijn Pink Monkey Birds bracht hij aangename rustig voortkabbelende rock waarin hij niet zelden de broeierige sfeer van het zuiden opzocht. Een echte zanger kan je hem bezwaarlijk noemen, meestal debiteerde hij zijn teksten, een beetje zoals André Williams dat doet. Het verleden werd niet uit de weg gegaan en we hoorden een wat mislukte interpretatie van "Sex beat" (The Gun Club) naast een dan weer zinderende ode aan Poison Ivy en The Cramps. Slecht was het zeker niet maar toch een beetje te tam om een zaal als de 4AD naar het kookpunt te brengen.

Er zat behoorlijk meer snee op Slim Cessna's Auto Club. Deze band uit Denver, Colorado kreeg vorig jaar met hun zesde (!) cd ‘Cipher’ (uit op Jello Biafra's Alternative Tentacles) onverwacht heel wat media aandacht. Het meesterwerk dat sommigen erin hoorden was het zeker niet maar de talloze goede liverecensies in de Amerikaanse pers (sommigen hadden het zelfs over de beste live act van Amerika) maakten me toch wel heel benieuwd. En op het podium klonk het inderdaad nog een stuk opzwepender. Alles draait rond het charismatische duo Slim Cessna en Jay Munly, twee lange bleke cowboys die zó de hoofdrollen in ‘Brokeback Mountain’ hadden kunnen krijgen. Met veel zin voor het theatrale bestookten ze ons met hilarische teksten waarin de heer regelmatig opdook. Maar in tegenstelling tot 16 Horsepower waarmee de groep regelmatig vergeleken wordt werd Jesus hier verre van serieus genomen. De rest van de Club bestond uit vier schitterende muzikanten (lap steel, staande bas, drums, gitaar/banjo) die connecties hebben met 16 Horsepower en Delta 72. Hun muziek laat zich nog het best omschrijven als americana met een flinke punkinjectie.
Heerlijk concertje maar onvergetelijk? Toch niet, daarvoor huppelde het net iets teveel en miste ik een beetje de ware spirit van de Amerikaanse folk.
.. En gans de avond stond bovendien wat in de schaduw van het net uitgelekte nieuws dat de Gories/Oblivians reünietour zijn weg nu toch zal vinden naar Diksmuide (op 13 juli) …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Micah P. Hinson

Micah P. Hinson: beloftevolle twintigers maken indruk

Geschreven door

Rijselaar Louis Aguilar opende de avond en kon als lokale belofte op aardig wat bijval rekenen bij het publiek. In het begin van de set weerklonken enige valse noten, een euvel dat nadien enkel nog opdook wanneer hij samen met de prettig gestoorde dame aan zijn zijde (een mengeling van Kate Pierson en Björk) vocaal moest optornen tegen de soms iets te luid afgestelde instrumenten. Verdienstelijk maar zeker niet onvergetelijk.

Hetgeen The Bony King of Nowhere nadien opvoerde, situeert zich duidelijk een klasse hoger. De vele optredens die Bram Vanparys en de zijnen recentelijk gaven, leidden ertoe dat deze groep nu al klinkt alsof ze jarenlang samen musiceren. Men is quasi perfect op elkaar ingespeeld en dus nu reeds - enkele weken na de debuutplaat - klaar om de hooggespannen verwachtingen ook live volledig in te lossen. Wat ook hoopvol stemt, is het feit dat ze een nieuw lied brachten dat heerlijk swingend klonk en menig danspasje ontlokte aan de muziekliefhebbers die vrijdagavond verzamelden in Le Grand Mix. Die ene song leverde het bewijs dat The Bony King of Nowhere niet gaat rusten op de vele lauweren die ze de voorbije weken toegespeeld kregen. Deze jongelingen zien in dat stilstaan achteruitgaan is en hetgeen ze nu op het podium brengen, doet ons al reikhalzend uitzien hoe ze muzikaal zullen evolueren.

Om tien voor elf was het dan de beurt aan Micah Paul Hinson, de hoofdact van de avond. Deze 28-jarige Texaan betrad het podium met zijn echtgenote aan de keyboards. De drummer was geen familie. Het is moeilijk om één noemer te plakken op de muziek die Hinson brengt: af en toe hangt hij de crooner uit, vaak zijn de country-invloeden prominent aanwezig, op andere momenten hoor je rauwe blues of barst hij los in schreeuwerige rock. Voorts riepen zijn gitaarspel en flair tijdens het optreden nu en dan echo’s op aan hetgeen Jeff Buckley liet registreren op ‘Live at Sin-é’.
Het 150-koppige publiek kon in het begin van de set genieten van bezielde versies van “You’re only lonely” en “Tell me it ain’t so”. Na een vijftal eigen nummers komt de croonende Elvis Presley in hem naar boven wanneer hij “Are you lonesome tonight” aanvatte. Slechts enkele noten ver liet hij dat plan echter varen om vervolgens “Suzanne” van Leonard Cohen te brengen. Blijkbaar had de platenfirma hem vorig jaar gevraagd om een cover-plaat op de markt te brengen, een voorstel dat (tot Hinsons grote frustratie) ingetrokken werd éénmaal ze het resultaat te horen kregen.
Misschien omdat de coverkeuze iets te divers (naast Presley en Cohen immers ook o.a. Leadbelly en John Denver) uitviel om aan de man te kunnen brengen?
Wat er ook van zij, de eigen nummers van Hinson waren sterk genoeg om op eigen benen te kunnen staan. Denk maar aan “Diggin’ a grave” (uit “Micah P. Hinson And The Opera Circuit”) en het beklijvende “When we embraced” (uit het recente Micah P. Hinson And The Red Empire Orchestra).
Na anderhalf uur sloot Hinson het optreden af met de John Denver-classic “This old guitar”, een keuze die bewees dat Hinsons liefde voor muziek hem nog meermaals op menig concertpodium zal doen belanden…iets wat wij volop toejuichen!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Razorlight

Overtuigende popband Razorlight

Geschreven door

Razorlight kwam met ‘Slipway Fires’ haar derde en tot nu toe meest toegankelijke plaat voorstellen in een uitverkochte AB. Opmerkelijk was dat het Brits-Zweedse viertal, dat voor de gelegenheid was aangevuld met een toetsenist, pas halverwege de set volop songs begon te plukken uit het nieuwe album. Met achtereenvolgens de nog steeds aan subtiliteit groeiende single “Wire To Wire” en het naar een climax opstuwende “Blood For Wild Blood” illustreerde Razorlight ook live de nieuwe koers die ze op ‘Slipway Fires’ inslaan: minder catchy gitaardeuntjes dan op het voorgaande titelloze album ‘Razorlight’, meer songs die opgebouwd zijn rond de vocalen van zanger Johnny Borrel. Geen slechte keuze als je weet dat deze charismatische frontman over een meer dan begenadigde stem beschikt.

Eerder had de groep al een verschroeiende start genomen met het aan The Police schatplichtige “Back To The Start”, het door de talrijk opgedaagde Britse jongedames extatisch onthaalde “In The Morning” en het naar een Libertines verleden ruikend “Stumble And Fall”. Wou Razorlight weerwraak nemen voor de soms als pathetisch en te gepolijste bekritiseerde sound van haar jongste worp? Nog vóór de eerste noot ingezet werd sloopte zanger Johnny Borrel de korte mouwtjes van zijn shirt nog verder op en deed hij meermaals tijdens de gebalde set denken aan de frontman van U2. Aan de jonge, energieke Bono ten tijde van ‘Under A Blood Red Sky’ welteverstaan, niet aan het pafferige mannetje met boxershirt dat we onlangs nog zagen opduiken op strandfoto’s in diverse kranten.
Door zijn denigrerende (ironische?) opmerkingen over het oeuvre van levende legende Bob Dylan was Johnny Borrel nog vóór zijn debuut al persona non grata bij een groot deel van de (vergrijzende) muziekjournalistiek. Met het solo ingezette “60 Thompson” en het heerlijke “Hostage Of Love” tijdens de bisronde bewees Razorlight evenwel opnieuw een uitstekend songschrijver in huis te hebben.
Toegegeven, nummers als “Burberry Blue Eyes” en “Tabloid Lover” klonken net als op de nieuwe plaat ook live te weinig geïnspireerd. Toch zat je na het concert jezelf af te vragen waarom de melodieuze popsongs van één van de betere hedendaagse groepen van over het Kanaal deze zomer geen prominente plaats gekregen hebben op de affiche van het beste festival ter wereld.

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 460 van 498