logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Karma Hotel 2009: volgeboekt Karma Hotel alweer een voltreffer

De tweede editie van het Karma Hotel in het Casino Kursaal was een alweer een bruisende golf die uit de kuststad Oostende uitdeinde tot ver in het Belgische binnenland en waarop elf uur lang gesurfdancet werd door jong en iets ouder. Op een hapering bij Zombie Nation na was het dans- en rockwater van de zuiverste kwaliteit. En dat zullen de drieduizend muziekliefhebbers beaamd hebben.

De Jeugd van Tegenwoordig mocht de spits afbijten. Misschien een ondankbare beet en op zich niet lekker, maar de hap die Willie Wartaal, Vieze Fur, P. Fabergé en Bas Bron namen werd smakelijk gedeeld door een al half volgelopen main room. Om 19u al de handen op elkaar krijgen, het zijn maar ‘Hollandse hoeren’ die het kunnen.
En ze deden het. Constant. Zelf hadden ze er onwijs veel zin in, vonden het ‘kankergezellig’ en verloren er zelfs de tijd bij uit het oog. Amper veertig minuten kregen ze en met duidelijke tegenzin werden ze van het podium getrokken, niet zonder al meteen over de tijd te gaan met “Hollereer” als een soort bisnummer.
Simpel toch: een keyboard en drie micro’s. Zuinig, maar niet op hun taal, dat Amsterdamse trio. Ze geilden de Belgische jeugd van tegenwoordig (zo vroeg op de avond haast niet ouder dan twintig) met hun rappende woorden op, daagden ze voortdurend uit, overrompelden ze met beats, maar lieten hen ook delen in de sfeer van ‘een drankje links en een pil rechts’. ‘Hollandse hoeren met een hart van goud, betitelden ze zichzelf. En dat hart opent zich graag naar hun zuiderburen, zo blijkt steeds weer.
,Maak België trots’! galmde het de zaal in en onze eigenste jeugd wilde niet onderdoen voor hun naamgenoten van boven de Moerdijk. Met onder andere een lekker zomerse flamenco beat, wat later “De stofzuiger” en “Wopwopwop” spurtte de tijd onder hun heen- en weerschuifelende voeten voorbij. Ze hadden zelfs geen nood of tijd voor een “Watskebeurt”. Dat was misschien nog toepasselijk geweest, want plots was het dus over en out. Watskebeurt? Ewel, het Karma Hotel was meer dan opgewarmd.

Het is al bijna vijf jaar geleden, dat debuutalbum ‘Stop Talking ’ van Soldout, het Franstalige duo David en Charlotte. Maar ze zijn terug. Sterker, zwarter, breder en zelfs evenwichtiger durven we ‘Cuts’, hun tweede duivelskindje (mede ter wereld gebracht door Jason Boshoff van Basement Jaxx) noemen. De set die ze brachten was bijgevolg een vernieuwende, verrijkte en verrijpte electro-ervaring. Front 242 en The Neon Judgement mogen gerust zijn, het waardevol Belgisch vervolg is verzekerd. Het overwegend jonge volkje dat in Oostende de second stage verkoos boven The Hickey Underworld keek verrast zijn oren uit. En terecht.
Opgejaagde keyboarddeuntjes, versnellende drumritmes, bij momenten hijgerig-smachtend gezongen Frengels –Charlotte met de donkere zonnebril murmelt in een vette combinatie van Engels met Franse cheveux erop – en soms lichte, maar des te meer zwarte synthesisermuziek die de eighties klanken weer opzwepen en oppoetsen. Het klonk verdorie lekker.
Dat zangeres Charlotte niet de perfecte stembeheersing heeft, stoort niet eens. Wel integendeel, het smeert als het ware bewust een vette veeg lipstick boven de lippen. Er net iets over en toch juist niet kitscherig, want het is kwaliteit wat ze brengen.
Ook de act mag/mocht gezien worden. Knappe, doch sobere beelden achter het duo op een verder heel donker belicht podium. Soms met meeschreeuwende letters, zoals bij “Build it up, knock it down”. Of een zwart-witte live-projectie van Charlotte in eigenste actie.
”I don’t wanna have sex with you”, sneed diep naar binnen in. Bezwerend. ‘We are soldout’, wat een statement ! Of “I can’t wait”, ook al uit ‘Stop Talking’, simpel maar rechtuit. Geen dance pur sang, af en toe gewoon wat electrobeats en gitaren (jaja) – vooral daterend uit hun beginperiode - maar een eigen gezicht, een eigen geluid, een eigen belichaming. Ja, we hebben het voor Soldout. Uiterlijk simplistisch, maar met diepgang en performance. Te volgen. Zeker nu ze nog rijper geworden zijn.

Terwijl Sold Out op de second stage zwarte synthesiserklanken de zaal in joeg, mocht The Hickey Underworld hun eerste gitaarsnaar aanslaan op de main stage. De term ‘aanslag’ is beslist een voltrefferbenaming die voor geen enkele groep op Karma Hotel meer van toepassing was dan voor THU. Ok, dit was onze eerste live kennismaking met de ‘street gang’ van Younes Faltakh en misschien moeten we het nog eens proberen, maar door hun melodische single “Future Words” hadden we andere (betere?) verwachtingen.
Cd-gewijs – pas een maand uit trouwens hun titelloze debuut- zit het behoorlijk tot goed, al was het een tijd wachten (lees herbeluisteren) vooraleer de oester stilletjes opende en wat diepgang en oorbaarheid prijsgaf. De winnaars van de Rock  Rally anno 2006 sloegen hun set loeihard de zaal in en  de eerste rijen konden niet zien hoe achter hen de anderen zich (af en toe) wegdraaiden.
De stormgolven bleven tegen de Oostendse branding inklotsen, schuurden de niet zo vuurvaste zandkorrels snel achteruit en lieten een dampende betonvlakte achter. THU, de nieuwste hype in België? Tja, even wennen zeker. Ook voor het jonge Karmapubliek dat vooral gekomen was om te dansen. Al bewees het postpunk rock’n’roll van The Subways een uur later dat er wél laaiend enthousiasme van af kon voor gitaarriffs.
Rauw, schurend, veel geluid en weinig melodisch tussen de herrie, vonden wij, maar smaken verschillen. Wel een pluim: hun riffs, hun gitaarexpansies en de hese stem van Faltakh geven THU een eigen geluid. Smerige, vunzige en vuile energie, maar ook dàt kan mooi zijn. Herkenbaar in elk geval. En wie weet, was het niet van “Future Words” geweest, we hadden er anders tegenaan gekeken. We proberen het later nog wel eens, maar toch even laten bezinken.

De tweede band op de second stage was Madensuyu, één van de meest onderschatte bands als het op live performance aan komt, had een kenner mij verteld. Kritisch als we zijn stonden we dan ook effectief op de eerste rij toen Stijn De Gezelle (gitaar, keyboard en zang) en Pieterjan Vervondel (drums en zang) nog aan het soundchecken waren. En toen al viel op dat in hun kelen twee sterke en uiteenlopende stemmen huisden. Het zittende Gentse duo had een schijnrustige flair over zich, die hun eerste afrikadrumbeats helemaal wegsloegen.
Qua originaliteit zal Madensuyu (Turks voor bruisend, natuurlijk bronwater) veruit het hoogst gescoord hebben op het Oostendse indoorfestival. Hun muziek omschrijven heeft weinig zin, het is een eigenheid die vooral gebaseerd is op bijwijlen bezwerend ritme en dynamische tot overrompelende klanken en die laatste kunnen van allerlei aard zijn. Van gitaar en drums tot computertrucs en hun eigenste stemmen, al kwamen die nog te weinig tot hun recht.
Het tweetal, dat derde eindigde op Humo’s Rock Rally, bewijst live - net als The Kills en The White Stripes bijvoorbeeld - inderdaad dat twee muzikanten het volle geluid van een hele band kunnen maken en dragen. Nadeel op Karma Hotel was dat dat geluid afnam in sterkte en intensiteit naarmate je meer achterin de zaal trok. Om volop in de emotie van Madensuyu meegezogen te worden, moest je wel voorin staan.
Madensuyu is speciaal. Geen zware teksten, geen vaste muzikale lijn, geen diepgaande betekenis, wel klank en geluid met tempoversnellingen en vooral passie. Soms dansbaar, soms loeihard, maar altijd verrassend. ‘D is Done’ is hun nieuwe plaat, waarin je het magische onoplosbare raadsel van ‘wat is dit nu?’ ook niet kan verklaren. Niet proberen dus, gewoon luisteren.

Na het geweld van THU mocht op Karma Hotel het Engelse indie-rocktrio van The Subways de main stage op met een set die in broeierigheid het Antwerpse lawaai nog oversteeg. De ambiance zat er van noot één al meteen in en het jonge volkje voor hen had blijkbaar uitgekeken naar dat uurtje springen en schreeuwen op de postpunk zonder franjes.
Wie zich niet liet meesleuren en het een beetje van op afstand bekeek, doorzag echter al snel het show-concept van zanger en gitarist Billy Lunn in blote bovenbast . De simpele ‘Yeahs’ en ‘Ooohs’, het herhaaldelijke ‘Ostend go crazy’ en het gatlikkende ‘Belgium/Ostend you f***ing rock’ tussen zowat elke song door werkten op den duur zelfs irriterend. Het geloof in de waarde van zijn bindteksten (?) was meteen snel weggespoeld.
Maar het moet gezegd, de podiumbeesten (want ook bassiste Charlotte Cooper liet zich niet onbetuigd en steekt met haar schril stemmetje lekker af van Lunn) schieten rock‘n’roll met punkkogels de zaal in. Nummer als “Kalifornia”, “Young for Eternity”, “Mary” en “Holiday” rolden als een tsunami uit de zee het Oostendse Kursaal binnen. De energie van de groep muteerde de voorste rijen in hoog deinende golven die over alles en iedereen heen sloegen.  Veel onderscheid is er trouwens niet tussen de nummers onderling. Daarvoor ontbreekt het de groep aan variatie van muziek en muzikanten. Maar het publiek maalde er niet om, had een driekwartier vette fun en ging helemaal uit de bol. Als het aan hen gelegen had, mochten ze na hun afsluiter “Rock ’n’ roll Queen” nog eens herbeginnen. En het zouden pas de enkelingen geweest zijn die dan gehoord hadden dat ze opnieuw “Girls & Boys” en al de rest gespeeld hadden. En o ja, het watertje dat Lunn, Cooper en drummer Morgan parmantig dronken, miste ergens ook wat punkgehalte… Knipoog.

Guru’s Jazzmatazz, on the second stage, is na drie jaar opnieuw ‘on the road’. Inderdaad, het was van 2006 op FihP in Oudenaarde dat we de man en z’n crew nog aan het werk zagen. Guru maakte samen met DJ Premier deel uit van Gangstarr en gaf een verfrissende kijk op de hiphop, door een jazzy/soul/pop look. Op plaat klinkt de Jazzmatazz bende sfeervol, loungy en zwoel. Guru is aan de vierde reeks toe en was inspiratievol voor bands als The Fugees, Brand New Heavies, Us 3, Buckshot le Fonque en Blackalicious.
Onze Hip Hop Jazz Messengers klonken live heel aanstekelijk, broeierig en freaky. Een krachtige set dus, wat sterk werd geapprecieerd. Hij was vol lof over artiesten als Donald Byrd en John Coltrane en in de samples en scratches eerden ze Grandmaster Flash en Marrs. Samen met een tweede MC, DJ/scratcher, toetsenist en blazer maakten ze een compilatie van hun Jazzmatazz platen. De ‘Making noise’, ‘Keep on moving’ en ‘NY shit’ - bindteksten namen we er zonder problemen bij.

Ook een vol uur ‘speeltijd’ kregen Vive La Fête. En geen seconde daarvan verveelden Pinoo en co. Geen wonder, nomen est omen, de naam zegt het zelf: leve het feest en dat was het (alweer).
Sexy blonde vamp Els Pynoo, op de obligate high heels en een zwart pakje waar iedereen naar op moést kijken, zette met haar krolse gegil meteen de zaal in de fik na de klassieke intro van de Vier Jaargetijden. Dat de aankondiger even in de microproblemen zat ervoor was meteen vergeten.
Uit de synthesizer kitschpop rolden de voorbije tien jaar al voldoende hits om ook de minder ingewijden bijwijlen te laten meejoelen. Mommens en Pynoo haalden een strakke set boven, haast nog strakker dan het pakje van de front lady herself. Black & white en andere  contradicties met af en toe een uitschuiver naar The Cure (niet enkel muzikaal maar ook visueel on stage) of een Jesus Christ Superstar gitaargrapje.
De meezingers volgden elkaar vloeiend op en op “Maquillage” en “Ne Touche Pas” legde Pynoo nog een extra streepje diva-make-up op. De kreetjes van La Pynoo zijn trouwens zowat het waarmerk geworden van onze electrotrots, al zat ze bij de meer gezongen nummers af en toe wel even scheef.
Het einde kwam los van keyboards en het poppy imago en eindigde met vlammend gitaargeweld op ‘JC Superstar’ en het grappige melodietje van “Popcorn”. Het blijft een bont allegaartje dat intussen al wel al jaren bewijst dat een feest ook serieus kan zijn. En serieus fout is ook serieus, alle knipoogjes incluis.

Middernacht op Karma Hotel: tijd voor beats’n’pieces …
Een samensmelting tussen Starski & Tonic en Jeroen de Pessemier van Foxylane werd in 2006 The Subs. Sindsdien zijn er weinig Belgische zalen en festivals die ze nog niet aan hun lijstje hebben kunnen toevoegen. Om dan nog maar te zwijgen van hun uithuis avonturen. Enkele laptops, een paar synthesizers en een verschroeiende stem, dat zijn de wapens waarmee dit drietal ten oorlog trekt.
Het concept is gekend en dat merk je. De verrassing geraakt zoek en de ééntonigheid neemt gauw toe. De tijd dat "Kiss my Trance" een bom veroorzaakte op diverse radiostations en in menige zalen is nu ondertussen ook stilaan voorbij.De overdonderende manier waarop de videoclip voor "My Funk" is opgenomen is moeilijk te herkennen op het podium. Een bij wijlen irriterend gekrijs troeft het elektronisch talent van deze jonge muzikanten af. The Prodigy hoorden we zeggen. Goed vergelijkbaar alvast van in die prachtige beginjaren maar daarna met de tijd altijd moeten terugvallen op die vroegere successen. The Subs is nog
nauwelijks met vroeger te herkennen. Jammer, maar misschien een bewuste keuze …

Vorig jaar hadden we Tocadisco en Dada Lifa en nu hebben we Paul Kalkbrenner. Hij mag nu al als één van de DJ’s van 2009 genoemd worden. Eerlijk, wie had voordien al van gehoord van deze uit Berlijn afkomstige Duitser? Althans is deze getalenteerde DJ al jaren actief en verwierf naambekendheid van zijn releases. Maar dan heb je die ene single "Sky and sand" die de doorbraak forceerde naar het grote publiek.
De single leidde de set in en z’n dance kreeg een forse scheut electro en zalvende, trancy beats mee. Pompende technobeats bleven eerder uit. Op vrijdag 17 april staat hij geprogrammeerd in de Petrolclub waar we beslist op een andere manier zullen kijken wat onze DJ te bieden heeft.

Zombie Nation is al jaren een grote Duitse elektrofreak en is van dezelfde generatie als Kalkbrenner. Zombie Nation wordt achtervolgd door het feit dat hij een monsterhit scoorde maar het zelf nooit geweten heeft. De remix die wij kennen van "Kernkraft 400" is een wereldwijd succes maar origineel dus wel van Zombie Nation. Iedereen kent wel dit nummer, en zeker voetbalfans leggen de link met de ploeg uit Gent. En ook op ieder dance-event hoor je de bonkende beats wel eens van deze Duitser.
Maar, Zombie Nation is uiteraard meer dan zomaar één single. Door de jaren heen bouwde Florian Senfter een stevige live reputatie op waarbij hij geen schrik heeft om te experimenteren. Hij trakteerde op een stevige elektroparty en had zin voor avontuur met rock’n’roll en beats. De hapering in het begin verzwolg meteen na het aanhoren van deze freakende DJ …

Alex Gopher en Yamo mochten definitief de nacht besluiten van Karma voor de dansende menigte …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

The Subways

Uitgelaten Subways voor een dolenthousiast publiek

Geschreven door

Live recept van het Britse trio The Subways: energiek, bruisend, opwindend, krachtig, stevig en wilde bokkensprongen. De enthousiaste band gooide er maar liefst twintig songs tegenaan in anderhalf uur tijd! Zanger/Gitarist Billy Lunn, de bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan putten voor hun postpunk uit de ‘90’s traditie van Nirvana, Garbage en L7.

De songs van hun twee platen ‘Youg for Eternity’ en ‘All or Nothing’ injecteerden ze van een stevige geut Crazy Rock’n’Roll. Retestrak en fel! Lunn porde het publiek aan tot handclapping, het meezingen van refreinen en de obligate ‘Oohoohs’. Op het eind werd hij zelfs letterlijk op handen gedragen. “Kalifornia”, “Young for Eternity” en “Holiday” trokken meteen alle registers open. Af en toe lieten ze ruimte voor de broeierige intensiteit en opbouw, die achter hun songs schuilde o.a. bij “Obsessions”, “Mary” en “With you”. Voor de rest overdonderden ze ons in een hels tempo met hun gebalde sound. De soms onvaste vocals van Lunn deden er niet aan toe. Een avondje spelplezier en fun, waarbij ze de melodieuze subtiliteit niet het oog verloren.
En of dat ze het publiek bij de set betrokken ...: de refreinen van “Oh yeah” en “I wanna hear what you gotta say” werden luidkeels meegezongen en er was een ronkende bas, opzwepende drums en handclapping op het uitgesponnen “I won’t let you down”. De eerste rijen gingen uit hun dak en van een schuchtere skydive ging het al snel over tot een gewaagde stagedive.
De bis zetten ze sfeervol in met “Strawberry blonde”, maar het tempo werd steviger en feller. “Girls & Boys” en het onmisbare “Rock’n’roll queen”vatten de Subways samen als een brok dynamiet.

Wat een muzikale wervelwind van een hyperkinetische band voor een dolenthousiast publiek!

Het Limburgse The Rones openden vorig jaar de main stage op de laatste Pukkelpopdag. Het grote podium was door de dosis nervositeit en uiterste concentratie nog wat te hoog gegrepen. Maar nu acht maand later, zijn de groeipijnen voorbij, won hun retrostonerrock aan kracht en intensiteit en heeft het kwintet hun debuut uit. Live zijn ze duidelijk sterker geworden. Hard en meedogenloos klonken ze, ergens tussen QOSA en Cosmic Psychos. Hun slepende, rauwe grunge kreeg een bulldozergeluid mee. Soms had de PA man te fors aan de volumeknop gedraaid, wat een oorverdovende geluidsbrui teweegbracht. Maar The Rones mogen nu zeker terug op Pukkelpop! Btw de zanger had een fotocameraatje aan z’n voorhoofd bevestigd, en misschien dat je die opname op hun site kunt bewonderen ….

Organisatie: Het Depot, Leuven

Domino 2009: Venetian Snares en Squarepusher bouwen stomend en opwindend elektronica- feestje

Geschreven door

Een uitverkochte AB was gisteren getuige van indrukwekkende en intense liveshows van twee elektronica grootheden: Venetian Snares en Squarepusher.

Venetian Snares, het pseudoniem van de Canadees, Aaron Funk bewees waarom hij terecht de koning van de breakcore genoemd mag worden. De man die al sinds '94 actief is en talloze albums op zijn naam heeft (we zijn inmiddels de tel kwijtgeraakt), bracht een explosieve, brutale en knalharde set. De beats haalden krankzinnige snelheden en de decibels naderden de pijngrens. Het was bewonderend hoe hij de ultracomplexe en onnavolgbare (break/gabber)beats mengde met invloeden uit klassieke muziek, dub/reggae, rap, ambient en noise. Naar het einde, schakelde hij nog een versnelling hoger en kregen we pure speedcore voor de tanden. Dit was beslist niet voor gevoelige oortjes en sommige mensen keken dan ook verdwaasd op. Toch was dit best een memorabele performance en kijken we al uit naar de zijn volgende passage op Belgische bodem, nl. op het Dourfestival in juli. Don't miss it!!

Tom Jenkinson aka Squarepusher, die eind november nog te zien was in de Gentse Vooruit, ging nog een stapje verder. Centraal tijdens zijn bijna anderhalf uur durende optreden stond zijn fenomenale basvirtuositeit, waarmee hij toonde een uitzonderlijk muzikant te zijn die meer kan dan enkel aan knopjes te draaien. Bovendien werd hij voor een groot deel van het concert bijgestaan door een echte drummer die het tempo nog wat de hoogte in jaagde en zo zorgde voor een extra dosis adrenaline. Deze live-ervaring had veel weg van een rockshow en dit werd dan ook zichtbaar gewaardeerd door het uitzinnige publiek. Toch was het vooral de verdienste van Squarepusher dat het concert niet verzandde in een geluidsbrij of chaos. Hij mixte feilloos zijn fantastische basspel met elektronica, jazz, fusion, ambient en drum 'n' bass. Hij toonde dat experimentele dance-muziek zeker geen zielloze, kunstmatige en saaie aangelegenheid was en dat ze beslist bestaansrecht heeft in het huidige muzieklandschap. Much respect!!

Toch even meegeven dat we door het vroege aanvangsuur het optreden misten van Tim Exile, één van de nieuwe beloftes en aanstormende talenten van het befaamde Engelse Warp-label. Spijtig. Misschien krijgen we een herkansing tijdens één van de vele zomerfestivals.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

The Rifles

Great Escape

Geschreven door

Het jonge Britse bandje The Rifles haalde de mosterd bij The Jam, The Specials en Graham Coxon voor het prachtig catchy debuut ‘No love lost’, van twee jaar terug. Net als The Subways staan ze garant voor postpunk in de zin fris sprankelende, energieke en sfeervolle melodieuze poprock.
De tweede plaat ‘Great Escape’ is breder van opzet, laat meer ruimte voor enkele ingetogen nummers en is dus minder rechtlijnig en voortstuwend. Er is sprake van meer bombast door violen en blazers (“The general” en de titelsong) en neigt eerder naar een Oasis concept over te hellen . Op het afsluitende, sferische “For the meantime” haalt het kwartet door de vioolpartij inspiratie uit “Strawberry fields (forever)” van The Beatles.
We houden het graag bij het oude Rifles: “Science in violence”, “Fall to sorrow” en “Sometimes” of de frisse energie van “Winter calls”.
’Great Escape’ is een gevarieerd album, waar toekomst in zit, maar die fans van het eerste uur kunnen doen twijfelen!

Birdy Nam Nam

Manuel for successful rioting

Geschreven door

De Franse DJ crew Birdy Nam Nam zijn al jaren bezig in de Franse underground. Hun eerste volwaardige cd ‘Manuel for successful rioting’ kwam tot stand met de hulp van Yuksek en Justice. Hun DJ virtuositeit en ervaring van turntablists gooiden ze in een potpourri van electro, trance, house en beats. Ze gaan hun stevige broers Daft Punk , Cassius en Justice en onze Goose/Soulwax Nite Versions DJ’s achterna. Een fijn staaltje dance en een aangename kennismaking met dit beloftevol kwartet.

Dozer

Beyond Colossal

Geschreven door

Het Zweedse Dozer zijn al acht jaar bezig en weten ons nu pas met deze nieuwe plaat ‘Beyond Colossal’ te bereiken. Retrostonerrock, die put uit Black Sabbath traditie, de ‘90’s Kyuss, Soundgarden (‘Badmotorfinger’), de eerste van QOSA en de sound van het nog steeds actief zijnde Fu Manchu.
’Beyond Colossal’ bevat acht daverende songs, een slepende “Two coins for eyes” en een bezwerende ‘70’s psychedelica trip op het afsluitende “Bound for greatness”. Prima nostalgisch plaatje!

Domino 2009: wegdromen in het tijdloos labyrint van muziekmagiërs Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson

Geschreven door

De openingsavond van Domino editie 13 was er meteen eentje om in te kaderen! Met Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson schotelde de AB drie artiesten voor die volharden in eigenzinnig muzikale diepgang. Drie artiesten die, met hun composities op de grens van elektronica en klassiek, maar weinig gelukkige aanwezigen onberoerd liet.

Jon Hopkins was voor ons een nieuwe naam. Enig opzoekingswerk resulteerde in de bevinding dat de jonge Brit reeds een indrukwekkend palmares heeft bijeengesprokkeld. Hij was o.a. medeproducer van het jongste Coldplay-album ‘Viva La Vida’ en werkte ook al samen met Brian Eno en Massive Attack. Als getalenteerd pianist en componist maakt Hopkins vooral vernieuwende elektronische muziek. Hij kan beschouwd worden als één van de belangrijkste adepten van de nieuwe generatie binnen het prestigieuze label Warp Records. Jon Hopkins stelde in de AB zijn derde en nieuwste album ‘Insides’ voor dat in mei verschijnt.
We hoorden een fantastische mix van elektronica en klassieke elementen die zich ongegeneerd als een bloedzuiger tussen de oren nestelt. De muziek laat zich bijzonder moeilijk omschrijven: we houden het bij ambient doorspekt met synths en hoogdravende baslijnen die, samen met de lyriek van piano, zorgt voor een dromerige trance. We hoorden na onze snelcursus alvast volgende nummers de revue passeren: het neerslachtige en zilte nat oproepende “The Wider Sun”, de intrieste pianoballad “Small Memory”, “Light Through The Veins” dat zich langzaam ontrafeld op een parcours naar het hart, het door een zekere funk gedreven en gelaagde “Wire” en het voor ons intussen onmisbaar geworden “Vessel”. Het optreden van Jon Hopkins, met fantastisch ondersteunende visuals van Vince Collins, was een heel erg bijzondere ervaring en dito ontdekking!

De talentvolle Oostenrijker Christian Fennesz uit de klassieke muziekhoofdstad Wenen vergaarde onvoorziene roem met zijn mijlpaal ‘Endless Summer’, maar ook zijn platen ‘Venice’ en ‘Black Sea’ kregen de nodige lof. Fennesz is een laptop- en gitaarartiest en kan ondergebracht worden bij de Weense muzikale avant-garde. Hij werkte in het verleden nauw samen met artiesten als Jim O’Rourke, David Sylvian (die de vocalen verzorgt in het nummer “Transit”), Ryuichi Sakamoto, Sparklehorse en Mike Patton van Faith No More. Naar eigen zeggen is hedendaagse klassieke muziek à la Morton Feldman van grote invloed op zijn werk. Het optreden van Fennesz moest het niet hebben van de individuele nummers, maar veeleer van de sfeerscheppende eenheid. De individuele nummers doen dan wel aan melodieuze suggestie maar geven zich niet onmiddellijk prijs. Alleen geoefende oren ontdekken in de sfeerloze kilte langzamerhand de details en de schoonheid uit een muzikaal labyrint van ruis. Onvoorstelbaar welke gelaagde sound van gitaren Fennesz uit zijn schootcomputer haalde! De schijnbaar vanzelfsprekende sereniteit en kilte maakten plaats voor warme ruis en kalme, mooi uitgewerkte subtiliteit. Het optreden van Fennesz was donker en mysterieus, maar de muziek gaf blijk van een schijnbaar vertekende en gecompliceerde structuur. Knap!

De Ijslander Jóhann Jóhannsson is naast een bekend componist en producer ook een begenadigd muzikant. Naast oprichter van het met aftandse orgels dwepende ‘Apparat Organ Quartet’ is hij groepslid van het donkere elektronicagroep ‘Evil Madness’. Solo is Jóhann Jóhannsson ook al aan zijn 5e plaat toe. Zijn jongste plaat en meesterwerk ‘Fordlandia’ balanceert op een koord tussen elektronica en klassiek. Klassieke strijkers, piano, klarinet, elektronica en percussie vertellen zonder taal het verhaal van een mislukte utopie. Met emotionele diepgang schetst Jóhannsson het mooie maar tragische verhaal van Henry Ford. De beklijvende muziek van Jóhannsson glijdt subtiel als natuurzijden wattenstaafjes je oren binnen en streelt zacht de zintuigen door de traag ontluikende composities en de vanzelfsprekend aanvoelende slowmotion.
Wat we hoorden was cinema zonder veelzeggende beelden, sterk filmisch met een bijzonder hypnotiserend effect: tegelijkertijd intens, dromerig en vertederend maar ook een weerslag van volmaakte echtheid. Jóhannsson zocht maar weinig interactie met het publiek en was bijna perfectionistisch in de weer met knoppen, zijn piano of de laptop. Verder zorgden een strijkkwartet en een man achter de elektronica, ingehouden percussie en een rieten kralendoosje voor de muzikale omlijsting. Jóhannsson putte in zijn set vooral uit ‘Fordlandia’, ‘Englabörn’ en ‘IBM 1401, A User’s Manual’ waardoor er genoeg variatie was. We hoorden met zekerheid titeltrack “Fordlandia”, “Jói & Karen”, “The Sun’s Gone Dim and The Sky’s Turned Black”, “Sálfræðingur”, “The Rocket Builder”, “The Melodia (Guidelines for a Space Propulsion Device based on Heim's Quantum Theory)”, “Flugeldar” en de prachtige engelenstem van de ontroostbare computerstem in het naar de keel grijpende en afsluitende “Odi et Amo” (naar een gedicht van de Romeinse lyricus Catullus).
Enig minpuntje die we toch ervoeren was het feit dat er na elk nummer een stilte viel waardoor het ritme naar ons gevoel ietwat werd verstoord. Vooral bij de kortere melodia-stukjes vroegen we ons af waar dit dit heen moest. Op de plaat ‘Fordlandia’ zijn deze korte stukjes essentieel voor het consistente geheel van de plaat, maar live komt het een beetje vreemd over als er niks meer volgt behalve een daverend applaus.
 Soit, hierover vallen zou muggenzifterij zijn want Jóhann Jóhannsson gaf een subliem concert dat een heel erg diepe indruk maakte. Op 31 oktober is hij te gast in het concertgebouw van Brugge in het kader van ‘Music in Mind’ in een organisatie van Muziekcentrum Cactus.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Alela Diane

Alela Diane wakkert het kampvuur aan

Geschreven door

Uit Nevada City komt de 25 jarige Alela Diane. Ze maakt deel uit van de talentrijke vrouwelijke singer/songwriterstal van de Amerikaanse (free) folkscene, waarvan we o.m. Joanna Newson, Jana Hunter en de dames van Cocorosie kennen. En recent nog zetten jonge wolvinnen als Jessica Lea Mayfield, Jolie Holland en Marie Sioux die dromerige, weemoedige sound verder.
Haar indiefolk klinkt innemend, aanstekelijk en wordt sterk ondersteund door haar fluwelen, heldere, emotievolle vocals. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen. Ze komt zelfs aardig in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, toch één van de iconen voor al deze jonge vrouwen.

Alela Diane boekte vorig jaar redelijk wat succes met haar debuut ‘The pirate’s gospel’ en liet op de snel volgende tweede plaat ‘To be still’ een kleurrijker geheel horen. In de meeste songs werd ze sober en elegant begeleid door een heuse band en een backing vocaliste. Haar pa trad bij op akoestische gitaar, fiddle en banjo. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van de tweede plaat: “The alder trees”, “Every path”, “My brambles”, “Age old blue” en “White as diamond”, maar we waren het meest gecharmeerd van de intieme, ingetogen pracht van haar akoestisch gitaargetokkel en haar pakkende stem, waaronder “Third feet”, “The rifle”, “Clickity clack” en in de bis “Oh, my mama” (toevallig net allen uit haar debuut!), opgedragen aan haar moeder die ze enorm dankbaar is dat ze haar zo leerde zingen.
Een uitverkochte AB eerde de artieste en haar band, wat op het podium voor het nodige spelplezier zorgde. Ze durfde al eens het tempo verhogen, “The pirate’s gospel” of wat steviger klinken als op “Pigeon song” en de uitsmijter “Sister self”, waarbij ze het publiek moeiteloos kon overhalen tot handclapping en het meeneuriën van het refrein. Een heerlijk slot wat uitnodigde tot een rondedans.

De sympathieke Diane probeerde alvast de mensen dichter bij elkaar te brengen en liet het uiterst gezellig klinken met een gevarieerde set. De sterkste songs komen nog steeds van het debuut; ze klonken tav de ruimere aanpak van het nieuwe materiaal het meest gepassioneerd door hun gevoelig karakter. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Diane het best tot haar recht zou komen in een kleiner zaaltje …Hint: twee keer ABBox?

Support William Elliott Whitmore had meteen het publiek mee. De troubadour stuurde hoopvolle boodschappen de zaal in en zorgde voor ‘a good time feeling’. Hij ging gretig in op de reacties van de eerste rijen. Z’n altcountry/americana folkblues intrigeerde. Hij profileerde zich ergens tussen Seasick Steve en Calvin Russell en met z’n doorleefd grauwe stem meette hij zich met Waits en Cash. Iemand die we zeerzeker terug mogen verwachten …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Sonic City Festival 2009: zondag 5 april 2009

Op de zonnige 2e dag van Sonic City '09 startte de twee koppen tellende Oddateee (NY, USA), dat gedurende een half uur experimentele old school hiphop bracht, én met overtuiging. De met noise doordrongen beats klonken agressief, punchy en donker, terwijl een melodische saus van onder meer viool samples het geheel gemakkelijk te verteren maakte. Oddateee verheerlijkte zijn liefde voor hiphop en bracht dit met grote expressie in
sterk verhalende lyrics, die opgesmukt werden door een sfeervolle
gitaarpartij. Een lekkere start om de menu mee te beginnen!

Het kreunende schip keerde totaal van koers met Destructo Swarmbots, dat direct na het concert van Oddateee op het podium sprong, en klonk als kermend hout dat met een nonstop feedback door Mike Mare onder controle gehouden werd. De man stond in zijn eentje op het podium, ramde soms keihard de snaren af en leek bij momenten een eerder sfeervolle
plectrumtoets te hanteren terwijl de sound constant dezelfde eentonige zachte noise bleef. Maar wat hij vooral deed was een bijna half volle zaal naar buiten jagen.

Het Engelse Guapo bewees dat een ferme scheut psychedelica ook kan boeien om 16 uur. Dit kwartet opgericht in '94 bracht een sfeervolle en geslaagde mengeling van pyschedelica, Oosterse invloeden, art-rock, avantgarde, jazz en progressieve rock. Hun muziek had duidelijk roots in de seventies met referenties naar Pink Floyd, Magma, Ruins, Popul Vuh, King Crimson, Sun Ra en This Heat. Toch klonken deze instrumentale uitgesponnen 'stukken' beslist niet oubollig of achterhaald, ze ademden een mystieke en donkere sfeer uit die voldoende kwaliteiten hadden om de volle vijftig minuten te boeien. De spooky keyboardpartijen van Daniel O' Sullivan en het knappe gitaarwerk van Karvus Torabi (ex-Cardiacs) maakten het plaatje compleet. Wie houdt van eclectische en experimentele rock moet beslist hun platen 'Elixirs' en 'Black oni' in huis halen. Sterke performance van deze heren!

De Nederlander Bong-Ra (Jason Kohnen) is al sinds '96 actief met elektronische muziek. Zijn korte set kon ons niet geheel overtuigen, sommige delen waren nogal inspiratieloos, mak, routineus en monotoon. De mix van breakbeats, metal, noise, dub/reggae en jungle hebben wij al beter en overtuigender gezien (Squarepusher, Venetian Snares, Otto von Schirach...). De reactie van het publiek was dan ook maar mager; hier hadden we meer van verwacht.

Het trio Zu (Italië) brengt een moeilijk te definiëren genre dat best kan omschreven worden door een hele resem genres achter mekaar te zetten. Laat ons zeggen dat Vlaamse Schlagers en Gregoriaanse zang een van de weinigen zijn die er niet bijhoren. Deze ongelofelijk hard werkende band met een tour- en release tempo om U tegen te zeggen, klonk live even gedreven als hun ambitie. Massimo Pupillo bepaalde de algemene sound van de band met
zijn overstuurde en scherp agressief klinkend basgeluid, en klonk met drummer Jacopo Battaglia als een woeste Siamese ritmesectie dat mekaar naadloos aanvoelde. Derde lid van het experiment is Luca T Mai dat op zijn baritonsax speelde zoals weinigen hem dat vermoedelijk reeds voorgedaan hadden. De instrumentale songs die op het eerste zicht een pure chaos leken, waren goed afgemeten en met een gebalde kracht en timing subliem
gespeeld. Zu heeft bij deze zijn ijzersterke live reputatie nog maar eens op Sonic City moeiteloos bevestigd. Voor wie Zu tijdens hun ‘Carboniferous’ tour nog eens live aan het werk wil zien, moet zich op 24 april reppen naar de Nijdrop, waar ze samen met Kong (NL) het podium delen. Allen daarheen!

Het Engelse Action Beat zorgde voor een ferme en welgekomen adrenalinestoot. Het zevental bestaande uit vier gitaristen, één bassist en twee drummers bracht een explosieve en intense cocktail van noise, punk en no-wave, denk hierbij aan Sonic Youth, The Boredoms, Todd, Rhys Chatham en Glenn Branca. Wie op zoek was naar muzikale hoogstandjes, subtiele geluidjes of mooie melodietjes was aan het verkeerde adres, dit was noiserock zoals die hoort te klinken: vuil, vettig, snoeihard, uitbundig en zonder veel franjes! Soms moet dat niet meer zijn.

Met Small Silence (USA/EUR) haalde de Kreun een superband in een uiterst unieke formatie binnen. Small Silence is de afgeslankte versie van Original Silence zonder Thurston Moore (Sonic Youth) en Jim O'Rourke (The Thing), maar mét improvisatie goeroe, en oprichter van de band, Mats Gustafsson, drummer Paal Nilssen-Love (beiden van The Thing), gitarist
Terrie Ex (The Ex) en bassist Massimo Pupillo (Zu). Het was de eerste maal dat deze beperkte formatie live speelde, en dit omwille van het unieke concept van Sonic City. Wat je van dit allegaartje kon verwachten kregen we ook. Een groots agressief over-the-top freejazz/rock
improvisatie-kiekenkoterij waarbij de noise experten geen enkel scheef idee uit de weg gingen, klonk als een sprint met volle blaas. Gustafsson bediende zijn sax én boog zich over zijn analoge noise effecten, terwijl Pupillo zijn typische basstijl neerzette, geruggensteund door drummer Nilssen-Love, terwijl Terrie Ex als de huidige Da Vinci de meest verfrissende experimenten op zijn gitaar uitoefende. Een plank, handdoek, drumsticks of cimbaal als plectrum gebruiken, duck tape op zijn snaren plakken en de rol lekker uitrekken: het leken voor hem precies langverwachte speeltjes die hij recentelijk gekregen had. Het spreekt voor
zich dat het uitbundige publiek deze zeer levendige performance kon smaken. Small Silence is de naam, big noise de gedaante.

Afsluiter van dit avontuurlijke en gevarieerde festival waren de dronedoom-godfathers Earth. Hun unieke mix van drone-echo's, americana en country is nog steeds uit duizenden herkenbaar en ongeëvenaard. Deze cultband uit Seattle rond bandleider/gitarist Dylan Carlson serveerde ons uitsluitend materiaal van het vorig jaar verschenen meesterwerk ‘The bees made honey in the lions skull’. We herkenden prachtige versies van “Engine of ruin”, “Hung from the moon”, “Omens and portents” en het titelnummer. Steve Moore zorgde voor duistere en minimale Hammond-klanken en bij het exclusieve “Junkyard Priest” (enkel verkrijgbaar op LP) toverde hij wat noten uit zijn trombone. Er werd afgesloten met een nieuw nummer dat naadloos aansloot bij hun oeuvre en het machtige “Rise to glory”. De repetitieve en trage klanken van deze grootmeesters namen een groot deel van de aanwezigen mee op een kosmische trip. Jammer genoeg duurde die reis maar een uurtje. Dit mocht beslist wat langer duren.Een terechte headliner!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch vzw)

Circus Bulderdrang

Circus Bulderdrang is terug!

Geschreven door

Circus Bulderdrang is er na tien jaren van stilte terug. Een exclusieve reünie van het absurdistisch rariteitencabaret waar o.a Vitalski ( schrijver, dichter, stand-up comedian, …) en auteur Geert Beullens deel van uitmaken, hebben een show klaar waarvoor ze de mosterd haalden bij Jules Verne’s ‘Reis naar het middelpunt der aarde’. Niet iedereen van vroeger kan er nog bij zijn … IM de hilarische JMH Berckmans (cultschrijver, nachtraaf en verslaafd aan alkohol/sigaretten).
Maar het respect van het kwintet blijft. Deze Bulderboys bieden vier showgigs (telkens de eerste van de maand (1.2; 1.3; 5.4; 3.5)), btw op voorhand uitverkocht, om dan in oktober een megaspektakel op het podium te laten zien.
Hun reis vol zotte toeren is een absolute must om eens aan het werk te zien; we namen deel aan sessie drie, een gig vol waanzinnige voorstellingen, waarbij ze goochelden in sketches, tekstmateriaal, video-opnames, decor verbouwen, songs creëren en krankzinnige personages en creaturen. To do!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Sonic City Festival 2009: zaterdag 4 april 2009

Geschreven door

Sonic City is geïnspireerd op het ‘All Tomorrows Parties’ Festival en biedt een eigenzinnige kijk op het gedifferentieerde en rijke muzieklandschap. De tweedaagse happening biedt een gevarieerd avontuurlijk programma, een combinatie van enkele gevestigde waarden en aanstormend talent in de undergroundscène. Voor de organisatie van De Kreun is Sonic City een artistiek hoogtepunt.
Het festival vond voor het eerst plaats in het najaar van 2007. De opzet is dat een band het festival cureert. Bij de vorige editie waren dit Millionaire freaks Tim Vanhamel en Aldo Struyf. Met enig vrijblijvend uitstel kon Dälek, één van de meest gerespecteerde experimentele hiphoppers, de uitdaging aangaan. Een divers programma, wat succesvol werd onthaald door het publiek.
Btw de indie-rockers van Deerhoof nemen volgend jaar het curatorschap op zich …

Op zaterdag 4 april traden volgende bands op: Dälek, AmenRa, Candie Hank, Charles Hayward, 2nd Gen, Subtitle, Uniform en Zucchin Drive.
Op zondag 5 april konden we terecht voor Odatteee, Destructo Swarmbots, Guapo, Bong Ra, Zu, Action Beat, Small Silence en Earth

Dag 1 Sonic City: zaterdag 4 april 2009
De eerste drie bands lieten we over ons heen gaan, en sloten aan bij de cyber/industrial van het Britse trio 2nd Gen. Een aanstekelijk experimental stoorzendergeluid, waarachter intrinsieke schoonheid schuilde, door de waaier van elektronica, laptops, resonantie en ontstemde gitaarloops, wat deed denken aan Fxx Buttons. Maw een geheel van dronesoundscapes, noise, psychedelica, vette basses, neurotische sounds en industriële beats. Af en toe weerklonken grauwe screamo’s in de beste traditie van ‘80’s Swans Michael Gira.
Het publiek liet zich meeslepen in dit grotendeels instrumentaal bezwerend avant-gardistisch muzieklandschap, wat zorgde voor een uiterst overtuigend concert.

Charles Hayward is al van de jaren ’80 actief. Al ruim vijftien jaar is de man op gerespecteerde leeftijd solo actief. Een éénmansband op drums, die stoeit met elektronica en allerhande tierlantijntjes om zijn intense energieke drums een breder concept te bieden. De man heeft een indringende blik, wat zeggingskracht bood aan z’n dreunende spacey synths. Z’n declamerende brabbelende en onvaste zangstijl deed denken aan Gavin Friday, maar dan in de tijd van de Virgin Prunes. Hayward heeft al in het zaaltje in de jaren ‘80 langs geweest, toen het nog de Limelight heette. De magie van toen haalde hij aan in lang uitgesponnen songs van snedige drums, cimbaalgeroffel en mokerslagen, aangevuld met soms dreigende soundscapes.
Een overwegend donker, soms apocalyptisch geluid dat de kaart van de toegankelijkheid niet uit de weg ging. Hayward kreeg een sterke respons, en zoals het een waardige Brit beaamt, dankte hij z’n publek op een weledele, nobele wijze.

Eén van de alter ego’s van de Duister Patric Catani is Candie Hank. Deze jonge Beck lookalike was omgeven door een sliert elektronica. Op een videowall zagen we beelden van allerhande volumeknoppen, schuivers en fragmenten van zwart-wit weirde soms wansmakelijke science-fiction b- films uit de jaren stilletjes. Hij overweldigde met een wall van gabberhouse, hardcoretechno, ‘80’s Neue Deutsche Welle, trance en schlager, ergens tussen de terreur van Atari Teenage Tiot, T-Raumschmiere en Otto Von Schirach. De eerste rijen gingen maar al te graag uit hun dak op deze bonkende beats.

AmenRa, vaandeldragers van de postmetal/doom/sludge, is al toe aan hun vierde ‘Mass’ cd en beschikken over een trouwe fanbase. De groep was zowaar letterlijk sterven op dood, maar heeft zich waardig kunnen herpakken om er in te vliegen met een immens verpletterende sound, broeierig, donker, dreigend en … apocalyptisch; hard en zacht stonden in een continu spanningsveld. Een pikzwart duistere sound van diverse tempowisselingen, wat de ideale soundtrack leek voor de komende Kapellekensroute in de Mariamaand … een soort Vespers at Midnight onder volle maan op het uur van de weerwolf. Het roept beelden op van arachnofobia’s, tornado’s en tsunami’s. De strakke en krachtige gitaarstukken (dito soli), een log ronkende bas en het intense drumspel zijn afgestemd op de screams en cleane zang van Colin Vaneeckhout, die steeds met de rug naar het publiek stond en oogcontact hield met de drummer. Uit het recente album haalden ze o.a. “Silver needle, golden nail” en “Aorte, …”. Een klein uur lang hielden ze het publiek in hun greep in een donker decor van twee à drie witte spotlights en traag lopende projecties.

Tot slot mocht curator van dienst Dälek met z’n drieën optreden als headliner. Een bijzondere muzikale wereld van donkere hiphopsounds, trage, lome triphopbeats en noiserock onder de declamerende zegrap van Dälek himself. De drie heren Will Brooks (MC Dälek), Alap Momin (aka The Oktopus) en Hsi-Chang Linaka (aka Still) stelden in een verschroeiend tempo het nieuwe werk voor van ‘Gutter Tactics’: “Who medgar ever was …”, “No question”, “Armed with Krylon” en “We lost sight” bepaalden meteen die unieke sfeer in de songs en dompelden ons onder in dat broeierig spanningsveld, aangevuld met enkele classics van hun debuut ‘From filtry tongue of Gods & Griots’ (“Spiritual healing” en “Street diction”) en “Ever somber” uit ‘Abscence’. De titelsong van de recentste plaat besloot een eerste keer deze krachtige, intrigerende en boeiende set. Op “Atypical Stereotype” en “Classical homicide” in de bis werd het trio aangevuld met andere group members, die de songs nog wat meer dynamiek en intensiteit gaven. Ze besloten in een oorverdovende oase van noise en wahwah deze eerste Sonic City avond. Much respect for Dälek, die de hiphop een vernieuwend gezicht gaf …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch vzw)

Grandmaster Flash

Grandmaster Flash vs Diskobar Galaxie

Geschreven door

Grandmaster Flash heeft op het einde van de jaren zeventig zowat eigenhandig de hip hop uitgevonden toen hij als DJ breaks van disco nummers aan mekaar begon te mixen. Samen met The Furious Five is hij verantwoordelijk voor een aantal hiphop klassiekers zoals “The message”, “White Lines” en “Adventures of Grandmaster Flash on the wheels of steel”. Na meer dan 20 jaar is Grandmaster Flash terug met een nieuw album, ‘The Bridge: concept of a culture’, met daarop onder meer gastbijdragen van Q-Tip, KRS-One en Snoop Dogg.

Het Depot was uitverkocht deze avond en samen met het gemengde publiek waren we heel benieuwd naar wat we voorgeschoteld zouden krijgen. Met hip hop shows is het altijd afwachten, soms krijg je een wild feestje, soms gaat het om de hiphop skills, maar soms krijg je ook een Las Vegas playback show die meer om de merchandising en de zelfverheerlijking van de artiesten draait. Toen het voorprogramma ruw onderbroken werd en de volgende twintig minuten niks gebeurde, behalve het tonen van reclame boodschappen voor het nieuwe album, dachten we dat we begonnen waren aan een typische hiphop show van een arrogante artiest genre P. Diddy.
Dat hadden we gelukkig mis: Grandmaster Flash en zijn Master of Ceremony waren van plan vanavond de Belgische crowd te pleasen. Met Flash Gordon van Queen begon DJ Grandmaster Flash aan de set vanavond, en het publiek reageerde dolenthousiast. De MC jutte het publiek op met kreten als “Make some noise” en “Raise your hands in the air” en we waren vertrokken voor een gevarieerde DJ set van ruim anderhalf uur. Naast zijn eigen classics zoals “The Message” kwamen tal van hip hop classics voorbij, maar ook disco en funk nummers en zelfs “Apache” van The Incredible Bongo band. De echte hiphop heads zouden echter op hun honger blijven zitten, want het werd een echte eclectische DJ set. Zo waren we redelijk verbaasd toen achtereenvolgens Nirvana, Blur en The White Stripes passeerden, gevolgd door Daft Punk, “Put your hands up for Detroit” van Fedde LeGrand en nieuwe R&B hits. Sporadisch konden we een flard van een nieuw nummer van de plaat ontdekken.

Conclusie: we hebben ons echt geamuseerd, maar we maakten ons eigenlijk wel de bedenking dat de jongens van Diskobar Galaxie dit even goed kunnen. Grandmaster Flash bewees dat hij als vijftiger nog altijd vooral een steengoede party DJ is, en dat de hiphop skills toch vooral bij The Furious Five lagen, die vanavond niet aanwezig waren.

Organisatie: Het Depot, Leuven

The Experimental Tropic Blues Band

The Experimental Tropic Blues Band: Luikse furie!

Geschreven door

Hé, dat moet een eeuwigheid geleden zijn dat ik een Belgische groep binnen de acht dagen opnieuw ga bekijken. Maar voor deze Luikse furie mag je me altijd wakker maken (toch niet té bruusk wekken aub).

De mensen van Leffingeleuren hebben er een prachtige locatie bij. Het vernieuwde Zwerver-café (cap. tot 100 pers.) lijkt me bijzonder geschikt voor kleinere optredens: goeie klank, mooi podium en ook belangrijk: bier binnen handbereik. The Experimental Tropic Blues Band hadden de eer om als eerste het nieuwe podium te betreden en dat bleek een verdomd goeie keuze. Moeiteloos wisten ze het publiek voor zich te winnen met hun embryonale trash rock-'n-roll. Toegegeven : gitaarvirtuozen zijn het niet en hun Engels leek soms even gebrekkig als hun Nederlands.
Desondanks brachten ze een portie gloeiende rock-'n-roll waar men zijn vingers behoorlijk kon aan verbranden. Dit deed me vooral denken aan de beginperiode van de Jon Spencer Blues Explosion, met dit verschil dat er hier dan twee Jon Spencers op het podium stonden. Muzikaal stonden ze wat scherper dan vorige week in Gent waar het er een stuk chaotischer aan toeging.
Absoluut hoogtepunt was de André Williams cover "Pussy stank" waarin Boogie Snake enkele mensen liet meezingen (wat voor één keer eens niet vervelend was).
Terwijl Standard opnieuw sprankelend voetbal brengt zorgt dit opwindende trio ervoor dat Luik weer helemaal op de kaart staat. Houden zo!

US 3

US 3 nog steeds relevant in zijn genre!

Geschreven door

Het zwoele lenteweer had de studenten in Leuven naar de terrasjes gelokt, maar vanavond zouden we echter Het Depot induiken voor een concert van US 3. Er was vrij veel belangstelling voor deze Engelse Jazz rap band rond Geoff Wilkinson, wat wel verbaasde aangezien deze band haar populariteit toch vooral in het begin van de jaren negentig kende samen met andere Jazz rap groepen zoals Jazzmatazz., in navolging van de Engelse Acid Jazz scène die een paar jaar daarvoor opbloeide in Engeland.
De eerste twee platen van US 3, ‘Hand on the torch’ (1993) en ‘Broadway & 52nd’ (1996), waren opgebouwd rond samples uit de rijke Blue Note catalogus, waarvan “Cantaloup Island” van Herbie Hancock het bekendste is. Ondertussen zitten we al aan de zevende van US 3, hebben ze allang de Blue Note sample stal verlaten, en maken ze uitstapjes richting soul, funk; bossa nova en drum & bass.

US 3 was vanavond een achtkoppig gezelschap, twee jonge New Yorkse rappers, DJ First Rate, een trompettist (die verdacht veel op James May van Top Gear leek) en sax speler, een staande bas, keyboards en Geoff Wilkinson zelf.
Het optreden begon vrij mak, de eerste nummers bleven wat steken in de vroege jaren negentig en klonken wat stoffig.
Het was pas vanaf een fraai “I am thinking of your body” dat het concert goed op gang kwam. Vervolgens stal DJ First Rate de show met zijn scratch skills door zijn turntable als een volleerde Jimi Hendrix te behandelen: zo scratchte hij met de turntable op de rug; scratches met de tanden of de decks in brand steken kwam er niet aan te pas.
Herkenningsapplaus kwam er met “Cantaloop” en “I got it goin on”, waarin de rappers elkaar goed aanvulden. Daarnaast kregen we ook meer jazzy en soul nummers, en de gewone set sloot goed af met “You can’t hold me down”.
In de bis werden we nog getrakteerd op “Lazy Day”, zodat we met een smile Het Depot verlieten.

Een leuke set van ruim anderhalf uur waarin US 3 bewezen dat ze nog steeds relevant zijn in de eenentwintigste eeuw.

playlist: I let ‘em know, Got to make a livin, From the streets, The love of my life, I am thinking about your body, DJ First Rate scratch interlude, That’s how we do it, Gotta get out of here, Who got next?, Modern Fucking Jazz, Cantaloop, B-Boys, I got it goin on, Can I get it, Life love music, You cant hold me down, She’s with me
Bis: Lazy Day, Keep movin, Kick this

Organisatie: Het Depot, Leuven

Maxïmo Park

Maxïmo Park gaf de aftrap van hun nieuwe derde cd …

Geschreven door

De Britse band Maxïmo Park bracht een exclusief try-out concert, in afwachting van de release van hun binnenkort te verschijnen derde langspeler ‘Quicken the Heart’. De muziek met zijn prominente bas en keys is geënt op de post-rock van bands als The Cure of The Chameleons, maar waar generatiegenoten zoals The Editors of Appartment de Weltschertz van Joy Division evoqueren, mikt Maxïmo Park - net als bij Kaiser Chiefs - toch vooral op de heupen.
”Graffiti” en “Apply Some Pleasure”, de eerste en laatste songs van de set (beide uit het fantastische debuut ‘A Certain Trigger’) zijn de archetypes van de onweerstaanbare drive die de band neerzet.
De vele nieuwe songs lieten een iets grimmigere gitaarsound horen, maar de vocalen van de romantische dandy (sic) Paul Smith zijn nog steeds onmiskenbaar Maxïmo Park. Theatraal als steeds probeerde de frontman zijn band en het publiek bij de les te houden. Door het vele nieuwe werk was dit geen sinecure. Oudere songs als “Our Velocity” en “Books From Boxes” hielden er echter ruimschoots de sfeer in, en de band werd na afloop tot een grandiose bis verplicht. Dat belooft voor deze zomer.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Archive

Controlling Crowds

Geschreven door

Het uit Londen afkomstige Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is toe aan de zesde langspeelplaat. De cd ‘Lights’ met o.a. de single “Veins”, van twee jaar terug, gaf de uiteindelijke erkenning die de band verdiende. Archive heeft een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats en indierock; een aangrijpend, intrigerend concept en een spannend broeierig geluid. Radiohead, Jesus & Mary Chain, The God Machine, BRMC, Spacemen 3, Massive Attack, Portishead en Pink Floyd waren bands die ons voor de ogen flitsten toen we hun nieuw episch, avontuurlijk werkstuk ‘Controlling Crowds’ beluisterden, dat in drie stukken is onderverdeeld en ruim 78 minuten duurt.
Elke song grijpt bij het nekvel, luister maar eens naar de opener “Controlling Crowds” of de single “Bullets”. Nummers als “Razed to the ground” en “Funeral” lijken wel de ideale soundtrack voor een film noir. Kosten noch moeite werden gespaard, want we horen een klassiek orkest en een koor op “Whore” en “Chaos”. Ook in de zang durft men heen en weer te slingeren: van een hemels bezwerende zang op de meeste songs naar een rapzang op “Bastarddised ink”.
De band bezorgt ons nogal wat kippenvel en weet op elke song te boeien; we zijn danig onder de indruk, dat dit wel één van de platen van 2009 kan worden …

Deerhunter

Microcastle

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet uit Georgia, Atlanta, Deerhunter, wordt met deze nieuwe cd beloond voor het intense werk van de voorbije jaren. Hun snedige en meeslepende indierock (knipoog naar The Feelies van de jaren ’80), door de graatmagere zanger/gitarist Bradford Cox omschreven als ambient punk, klinkt aanstekelijk, broeierig, intens en door de toegevoegde synths kleurrijk en spannend. Alles is mooi gedoseerd in ritme, structuur en instrumentatie. Elf homogene, bezwerende en dromerige composities (de op soundscapes geënte korte opener “Cover me slowly”, niet meegerekend) gaan van zacht, ingetogen moeiteloos over in een steviger aanpak; in het eerste deel van de cd zijn dit “Never stops”, “Little kids” en de titelsong.
Na enkele sferische soms avontuurlijke tracks, start de band opnieuw met hun bezwerende, puike rocksongs, met het lange “Nothing ever happened” als hoogtepunt. Op de afsluiter “Twilight at Carbon Lake” durft men de pedaaleffects eens stevig indrukken. Op “Agoraphobia” komen zelfs blazers aan te pas.
Op ‘Microcastle’ is er voldoende variatie te horen; stof om te zeggen dat dit een erg consistente, overtuigende plaat is geworden. Mag de band terecht op meer belangstelling rekenen …

Razorlight

Slipway fires

Geschreven door

Het Britse Razorlight gaat van big naar bigger met de derde plaat ‘Slipway fires’. Muzikale noemer: toegankelijk gevarieerde poprock, soms aangevuld met piano, toetsen en strijkers. Het zijn songs die het moeten hebben van sentiment, melodieus, spannend, opbouwend en ingetogen. De commerciële potentie is groot , net als het ego van zanger Johnny Borrell. “Tabloid lover” en “You & the rest” zijn doorsnee popsongs, “Burberry blue eyes” heeft een sfeervolle opbouw en afsluiter “The house” is een snedige rocksong . Breder van opzet zijn “North London trash” en “Stinger” door piano en toetsen; “Nostage of love” is omfloerst door strijkers en met de ballad “Wire to wire” heeft de band een wereldhit op zak.Borrell mag nog spelen met z’n pose en imago, de groep heeft bereikt wat ze wou: bekender worden en een ruimer publiek aanspreken …

Barzin

Grace/Wastelands

Geschreven door

The Libertines worden vervangen door The geniale Babyshambles, Pete wordt Peter en gaat nu solo. Hij ruilt London in voor Parijs, waar hij niet gestoord door paparazzi en in alle ‘rust’ kan werken aan het meesterlijke Grace/Wastelands.
Ik ga er heel kort over zijn: met verbazend gemak en met de genialiteit van de eenvoud gaat onze voormalige junk en wandelend laboratorium zich naast de groten der aarde plaatsen: Lou Reed, Neil Young en Bob Dylan. Neen, ik overdrijf niet. Binnen veertig jaar zal met dezelfde gevleugelde woorden over Doherty worden gepraat. Punt.
Op Grace hoor je dus alleen maar uitschieters.
“Sweet By and By” is zijn ‘Goodnight ladies’, “Broken Love Song” laat E van Eels een deftig poepje ruiken, “Arcady” is nu al een sixties klassieker, en ga zo maar door.. Waanzin maakt plaats voor genialiteit.
Moet je dan Grace/Wastelands kopen? Drinkt een koe water?

Jason Mraz

Eén Jason maakt de lente wel

Geschreven door

Jason Mraz: America dweept met hem, Australië adoreert hem, maar Europa valt maar traagjes naar zijn voeten. Wie echter als neutrale toeschouwer-luisteraar (waren die er wel behalve ons?) op zijn gig was in Lille, moet zich gewoon leuk geamuseerd hebben. Poppy songs, schitterende muzikanten en een set die mee ‘schuifelde’ met de vogeltjes in de eerste lentedagen.

Jason who? Well, Mr A-Z. Mraz dus. Totaal onbekend is hij niet in onze contreien. In 2007 werd hij al opgevoerd in Werchter en daarvoor speelde hij al de grote zaal van de Amsterdamse Paradiso vol. Met zijn derde studio CD ‘We Sing. We Dance. We Steal Things’
trapte hij zelfs onze hitlijsten open met het speelse “I’m yours” waarin hij lekker ‘scat’, een woord dat zijn gelijke niet kent in het Nederlands maar kan omschreven worden als ‘met zijn stem als instrument spelen.’
Het is adembenemend te zien en vooral te horen welke klanken de man uit San Diego (USA) uit zijn strottenhoofd geperst krijgt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Zijn duet in Lille met de saxofonist zette de Zenith – zo mogelijk – nog meer in lichterlaaie.
Het moet gezegd, het fanpubliek van de Narcissus was er vooral één van jonge vrouwen (meisjes zelfs), die tijdens zijn performances in verre staat van seksuele ontbinding leken te raken. Of zijn de Franse mademoiselles nog iets ontvlambaarder dan de Belgische? Hij kreeg in elk geval de héle zaal en het dak bijna mee met de “Dynamo of Volition”.
Hoe dan ook, uit zijn laatste cd – een grappige mengeling van vrije energie met degelijke dosissen schoenblink – verving hij in de lichtgewicht jam “Live High” de beach guitars door nog meer zomerse beats.  Maar even goed ging het tropische sfeertje even liggen voor de R&B-song “Make It Mine”. En de man heeft ook een stemband of twee die neigen naar lekker soul.
Eindigen met een hit is altijd een vuile truc om je publiek minuten om een encore te laten joelen. En die bis-sessie begon met een schitterend instrumenteel vuurwerk van de blazers die er een pretty funky sfeertje in joegen. Daarna ging hij nog even intiem met “A beautiful mess” om er met “No stopping us” zijn band voor te stellen, kwistig de polaroid foto’s die hij terwijl nam, rondstrooiend. “You got it all” waren zijn slotakkoorden. En die kreeg hij van zijn publiek dankbaar terug.

Het lijkt allemaal zo gemakkelijk, hij bespeelt blijkbaar perfect de commerciële knopjes en het stoorde ons niet eens. De jonge God was de ideale gastheer van een privéfeestje waar je het gevoel krijgt dat je persoonlijk uitgenodigd was. Voor ons mag hij gerust naast Jack Johnson en John Mayer staan. Of misschien eens met zijn drietjes samen op een jamsessie voor wat zorgeloze fun en af en toe eens de gevoelige snaar van zijn gitaar en onze persoonlijkheid rakend. En daarna een pint aan den toog met ons, want intelligent, getalenteerd, vrolijk en zekerlijk relaxed is Mister  A-Z.  Of nog liever op een terrasje. Als hij de lente meebrengt.

Neem gerust een kijkje naar de foto's onder live foto's + deze van in de AB, Brussel

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Arsenal

Arsenal: Oooh zo geliefd!

Geschreven door

Als we even terug kijken in ons muzikaal kalendertje is Arsenal wel de band die we al het meest aan het werk zagen. Op een klein festivalletje, een grote wei of in een gezellige zaal, overal zorgde deze band al voor een apart gevoel. Je wist wat je te wachten stond en toch wil je er altijd opnieuw bij zijn. Raar misschien, maar Arsenal lijkt de juiste microbe in m’n venen.

Bij Arsenal is het meer dan duidelijk dat muziek cultuur is. Een geluid dat internationaal klinkt, ietwat afro/Brasil/pop. Met deze basis en een handvol exotische gastmuzikanten trok Arsenal nog een laatste keer naar de Belgische concertzalen om een zomers voorjaar in te luiden. Afsluiter van hun ‘Lotuk’ tournee was het intieme kader van de Gentse Vooruit. Al snel gaf zangeres Leonie Gysel haar visitekaartje af door haar hemels zangwerk bij het nummer "Switch". De handen gingen voor de eerste maal heen en weer bij "Shu qi ni de tou fa" dat gebracht werd door de Chinees Chi Zang. "Longee" en "Lotuk" gingen erin als zoete broodjes, de zaal ontplofte. Alles wat het duo Gysel - Roan ook maar zei of deed, het werd op applaus onthaald.
Een man die ook op applaus kon rekenen, in mindere mate weliswaar, was Mike Ladd; hij verzorgde samen met Balthazar al het voorprogramma. Mike Ladd, een gerespecteerd hiphopproducer joeg het tempo de hoogte in bij "Turn me Loose".
Tot tweemaal toe konden we heen en weer wiegen op het aanstekelijke "Estupendo". Tijd dan voor Baloji, de vroegere frontman van Starflam, die "Personne ne bouge" naar een immens hoger niveau tilde. Tussendoor was er een gepaste intimiteit om dan te komen waar het zowat mee begon bij het grote publiek, "Mr. Doorman" en "A volta". Dat zijn de nummer die we eerst linkten aan deze band. Als kers op de taart kregen we nog "The Coming" gepresenteerd door de enige echte halve Gentenaar Gabriel Rios. Met een stukje "Don't you want me" van Felix zette John Roan zijn glansprestatie als zanger en entertainer nog kracht bij.
Nog eens "A Volta" en we hadden dan al bijna 90 minuten dans-en luistergenot achter de rug.

Arsenal, warme band van exotische vibes en pop met een vleugje hiphop en house.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit Gent

Pagina 461 van 498