logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 27 september 2012 02:00

Battle born

Dat The Killers het grote gebaar in hun muziek niet schuwen is geen geheim. De heren zijn niet vies van galmende stadionrock en konden hier op hun drie vorige platen bijzonder goed mee overweg zonder overdreven opgeblazen te klinken. Hun nieuwste worp is dan ook geen verrassing, er wordt op dezelfde weg doorgegaan, maar nu zijn ze soms wel een beetje te ver gegaan. De dollars lonken ietwat te veel om de hoek en The Killers flirten hier gestaag met de slijmbalgrens. Daar waar men ze vroeger noch verweet te veel als Springsteen te klinken, lijken ze nu bij momenten wel Elton John, en dat is wat ons betreft niet bepaald goed nieuws. Met de meligheid van “Here with me” en “The way it was” weten wij dan ook niet echt wat aan te vangen en ook met het eighties plastiek dat aan “Deadlines and commitments” kleeft hebben wij wat moeite.
Daarnaast hebben ze weer een handvol pakkende en catchy anthems bij mekaar geschreven als “Flesh and bone”, de single “Runaways”, “A matter of time”, “Rising tide”, “Battle born” en de plakker “Be still”, stuk voor stuk songs die gemaakt zijn voor de stadions en die daar gegarandeerd de massa in vervoering zullen brengen.
Dit is The Killers hun kandidatuur voor de grote festivals van volgend jaar, wees er maar zeker dat ze er zullen staan.

donderdag 27 september 2012 02:00

Portico Quartet

Neen, we zijn geen jazzpuristen en de wereld van de jazz zal altijd grotendeels onontgonnen gebied blijven voor ons, maar bandjes die vertrekken vanuit de jazz en er een hedendaags kleurenpallet aan toevoegen van zwevende beats, glooiende soundscapes en duistere elektronica kunnen we best smaken. The Cinematic Orchestra bijvoorbeeld, maar ook zeker deze jonge Engelse band Portico Quartet.
Hun derde titelloze langspeler is immers een pareltje van het zuiverste water. Een pareltje dat zich echter niet onmiddellijk blootgeeft, een mens moet een beetje moeite doen om doorheen de dwarsliggende bomen het bos te zien, maar dat is nu net wat de avontuurlijke muziek van Portico Quartet zo interessant maakt. De songs zijn soms lange sfeervolle tracks die traag ontluiken en dan steevast uitgroeien tot iets heel moois. Hoe meer u er naar luistert, hoe meer wonderlijke geheimpjes ze prijsgeven. Zo zijn de ruwe diamanten “Ruins”, “Spinner” en “Laker Boo” onze favorieten, maar wij vragen u met aandrang om de plaat in haar geheel te beluisteren, alsof het hier een film noir betreft waarin u zich moet laten meeslepen..
Portico Quartet wordt wel eens de Radiohead van de jazz genoemd en daar is wel iets van aan, al was het maar om hun experimenteerdrift en hun eigenzinnigheid aan te duiden, twee eigenschappen die altijd een pluspunt zijn voor boeiende niet alledaagse bandjes als deze.
Dit is een plaat waar het heerlijk wegdromen in is. U gaat best eens kijken en vooral luisteren in de AB Box op 05/12 en u zal begrijpen wat we bedoelen.

donderdag 27 september 2012 02:00

Silver Age

Sorry voor Mijnheer Dave Grohl, maar wij hebben op de afgelopen Pukkelpop meer genoten van de legendarische Bob Mould die het twintig jaar oude ‘Copper Blue’ van Sugar integraal kwam voorstellen. Het vonkte op het podium nog even gretig als destijds, alleen zag Mould er een dagje ouder uit (deze grondlegger van de Amerikaanse hardcore punk heeft dezer dagen meer de look van een gezette advocaat dan van het punkicoon die hij wel degelijk is). Na zijn uiterst potige vertolking van die klassieker kwam hij in Pukkelpop met een tweetal nieuwe songs op de proppen die even snedig klonken als ‘Copper Blue’ en die onze verwachtingen naar diens nieuwe plaat meteen de hoogte in stuwden.
Voila, hier is die plaat nu en het is een schot in de roos. De spirit die Mould wist neer te zetten op het podium van Pukkelpop heeft hij nu ook te pakken op deze krachtige ‘Silver Age’, meteen de beste plaat uit zijn reeds goed gevulde solocarrière. Het kan geen toeval zijn dat midden in de periode waarin Mould met het almachtige ‘Copper Blue’ rond de wereld toert, hij op hetzelfde moment een al even energiek nagelnieuw album uit zijn hoed tovert.  
Opener “Star Machine” is het ijzersterke begin en toont meteen waarvoor Mould nog steeds staat, een vurige ‘wall of sound’ met een stevige melodie erachter en een laag snijdende vocals er bovenop. Zonder tussenpauze beukt daarna de titelsong op hetzelfde tempo door. Pas vanaf track 5, de sleper “Steam of Hercules” mag de voet lichtjes van het gaspedaal, maar de decibelmeter blijft wel op koers.
‘Silver age’ stoomt zo lekker 10 songs lang door, het typische harmonieuze lawaai van Bob Mould heeft duidelijk niet aan kracht ingeboet. Als de man snedige punkrockers als “Keep believing” blijft maken, mag hij van ons nog enkele jaren doorgaan.
Copper Blue heeft na 20 jaar zijn waardige opvolger.

donderdag 13 september 2012 02:00

Oceania

Smashing Pumkins was in de jaren negentig een essentiële gitaargroep die drie fantastische platen maakte met als absolute hoogtepunt het onklopbare ‘Siamese Dream’ uit 1993. De band mocht in die tijd gerust in één adem genoemd worden met invloedrijke groepen als Nirvana en The Pixies. Daarna ging het wel heel snel bergaf, het donkere album ‘Adore’ kon er nog net mee door, maar hetgeen daarna kwam (‘Machina/ The Machines of God’ in 2000 en het niet te pruimen come back vehikel ‘Zeitgeist’ in 2007) was huilen met de pet op. Frontman Billy Corgan had het zot in zijn kop gekregen, hij gooide alle oorspronkelijke leden de deur uit en begon zodanig te zwijmelen over God en Krishna dat wij hem spontaan in een diepe kerker zouden gegooid hebben.
Sedertdien neemt niemand Billy Corgan nog serieus en zijn er ook nog weinigen die zitten te wachten op een nieuwe Pumpkins plaat. Met ‘Oceania’ is dat er nu toch van gekomen, hoewel, naast Corgan zelf zit er geen enkel origineel groepslid meer in de band en toch blijft de koppige zeurpiet hardnekkig vasthouden aan de groepsnaam. Maar goed, hij is de baas. Wat moeten we nu met ‘Oceania’? Toch eerst even grondig beluisteren voor we de hakbijl bovenhalen.
Tot onze verbazing zit het met openingstrack “Quasar” meteen goed, de song drijft op een jachtige groove die we sinds ‘Siamese Dream’ niet meer gehoord hebben, en dat is inmiddels al bijna 20 jaar geleden. Het kan haast niet anders dan dat het daarna terug naar af gaat, songs als “Panopticon” en “Violet Rays” kunnen inderdaad niet tippen aan de kracht van die binnenkomer, maar we gaan nu ook niet meteen onze skip toets indrukken. Vanaf het sullige synthesizer riedeltje van het melige “One diamond, one heart” begint het toch weer aardig naar ongepast melodrama te stinken en met de ballad “Pinwheels” wordt onze argwaan bevestigd. Dan toch die hakbijl ? Ja, dus, want de titelsong is een draak van negen minuten slechte progrock en ook van het stroperige “Pale Horse” gaan onze tenen krullen. En dan plots, als de moed ons al zwaar in de schoenen is gezakt, komt een lekker ouderwetse old school Pumkins song “The Chimera” (zoals ‘Gish’ en ‘Siamese Dream’ er vol van staan) de meubelen redden. Een tijdelijke opklaring, zo blijkt want daarna zakt de pudding terug in.

Niet zo slecht als ‘Zeitgeist’ dus, maar ‘Gish’ en ‘Siamese Dream’ zijn mijlenver uit de buurt.
‘Oceania’ is een plaat als een dementie patiënt, met een paar onverhoopte nuchtere momenten als heuse opflakkering, maar over ‘t algemeen is het brein een hopeloos gestoord zootje die niet meer normaal te krijgen is.  

Leffingeleuren 2012 – zaterdag 15 september 2012
Leffingeleuren 2012

Sorry voor de ongetwijfeld sympathieke, fleurige en mooie souldames als Nneka, Speech Debelle en Joss Stone, maar vandaag hebben wij resoluut de kaart van de gitaar getrokken waardoor wij noodgedwongen de passages van deze jonge deernes aan ons moesten laten voorbijgaan. Met pijn in het hart zouden we misschien kunnen zeggen, maar zo goed vinden we die dames nu ook weer niet (En geen nood de mooie pics spreken al boekdelen!).

Bij The Temper Trap stonden de gitaren weliswaar nog in veiligheidsmodus. Dit is het soort luchtige poprock die u ten allen tijde kan opzetten, ook als uw schoonmoeder en uw hippe oma op bezoek zijn. De Australiërs kleurden Snow Patrol-gewijs keurig binnen de lijntjes en deden hun best om vooral niemand tegen de borst te stuiten.

Eerste bom van de dag : Japandroids. Amai ! Een duo met verschroeiende punkrock songs en de gejaagdheid van een uitgehongerde hyena met hondsdolheid. Hard, rechtdoor en smerig. Dit is wat we noemen pal erop ! Wij moesten tijdens hun verwoestende set al eens aan The Gun Club denken tot ze tot ons groot genoegen ook nog eens Gun Club song “For the love of Ivy” inzetten. Geen idee of de jongens van The Black Box Revelation hier aanwezig waren, maar als ze deze wervelstorm gezien hebben zullen ze het toch wel een beetje benauwd gekregen hebben.

Terug naar de seventies, met het heerlijke Wolf People, jonge gasten die zweren bij oude muziek als Jethro Tull, Led Zeppelin, Ten Years After en Cream. De heren speelden een flinke greep uit hun weldra te verschijnen nieuwe plaat en het klonk veelbelovend. Dit was fijne, virtuoze en bij momenten psychedelische rock met glooiend en subliem gitaarwerk. De zanger was lichtjes verrast van zoveel positieve respons en kon zijn publiek niet genoeg bedanken. Maar het waren wij die hem moesten bedanken, want dit was misschien wel het sterkste muzikale staaltje van gans het festival.

Snel naar een volle tent waar The Black Box Revelation ons stond op te wachten. Nog zo een zekerheid, een mens weet wat zich te wachten staat maar wordt toch nog altijd met verstomming geslagen als hij dit gretige duo aan het werk ziet. Een beetje zoals bij Triggerfinger dus, maar hier met meer roll dan rock, minder luid maar vuiler. Het tweetal is inmiddels al zo goed op elkaar ingespeeld dat dit klinkt als een goed geoliede machine, wat daarom niet wil zeggen dat het een afgelikt boeltje is.
Het vuur zat er volop in, de tent stond nog maar eens op zijn kop en de moordende riffs van Paternoster vlogen in het rond. Wij wensen hen het allerbeste toe met die Amerikaanse tournee, het moet nu maar eens gaan lukken.

Nog maar eens een fameus kroegoptreden, waarom niet ? Café de Zwerver bleek de perfecte locatie voor de simpele rechttoe rechtaan garage rock van King Tuff, een Amerikaanse rocker die zopas een fijn plaatje gemaakt heeft (simpelweg ‘King Tuff’ genoemd, niet te moeilijk doen) en die daarmee zonder veel poespas het café deed kolken.

Als hoofdact in de tent had de organisatie niemand minder dan de bevallige Joss Stone weten te strikken. We hebben toch maar even de moeite gedaan om een glimp op te vangen van madam, maar zoals dat dikwijls met vedetten het geval is, kwam la Stone tien minuutjes te laat het podium opgewandeld, dus hebben we amper één nummertje meegepikt. Wat kunnen we dan zeggen ? schoon kind, prachtige soulstem, en nu snel naar de zaal.

En daar is ie, de tweede bom van de dag, een splinterbom deze keer, genaamd Future Of The Left. Een band die garant staat voor hyperkinetische, epileptische, opgejaagde, meedogenloze en ophitsende indie-punk rock die onze schedel genadeloos deed open splijten. Niet verwonderlijk dat deze band ontstaan is uit de overblijfselen van het al even kwade en opwindende Mc Lusky, waarvan hier dan ook nog een tweetal songs uit de kast werden gehaald. Er werd verder rijkelijk geput uit dat laatste fantastische album ‘The plot against common sense’, het soort plaat die u ook mag opzetten als uw oma en schoonmoeder op bezoek zijn, maar dan alleen maar als u die bitches zo gauw mogelijk uw kot uit wil.
Dit was zondermeer dit weekend het heetste optreden in Leffinge, waar zelfs kaalkoppen hun haren van recht kwamen. Geniale pokkeherrie.

Een goed bewaard Belgisch geheim als afsluiter van vandaag, Creature with the Atom Brain, niet zo een klinkende naam als die andere Belgische toppers die hier speelden, maar minstens even interessant, en een band met eigenlijk meer internationaal aanzien. Als je uw tweede plaat kan laten produceren door niemand minder dan de grote Chris Goss, en als je al begeleidingsband van Mark Lanegan op tournee kan, dan heeft dat wel wat meer te betekenen dan het zoveelste optreden in pakweg de parochiezaal van Poelkappelle.
De nieuwe plaat heet ‘The birds fly low’ en hetgeen we hieruit geserveerd kregen klonk uitermate verslavend. Hoewel we een breed spectrum van sound en stijlen kregen, zijn de stoner invloeden van Goss duidelijk nog aanwezig. De gitaren kwamen iedere song sterk opbouwend onder stoom en de songs groeiden zo telkenmale naar een driftige climax toe. Het voor de gelegenheid meegebrachte blazerstrio was volgens ons niet nodig geweest omdat die gasten niet echt iets konden toevoegen aan de vibrerende sound van Creature with the Atom Brain, maar voor de rest was dit naar onze mening een bijzonder boeiende en sterke prestatie. Aardige band, knap geluid.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/leffingeleuren-2012/

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

zaterdag 08 september 2012 02:00

Jack White - Gruizig, fel en verbeten

Naast een paar stokoude bluesplaten en de voltallige Led Zeppelin collectie heeft Jack White ongetwijfeld ook een arsenaal van Gun Club, Stooges, Dinosaur Jr.  en Jon Spencer platen in huis, getuige zijn onstuimige gitaarstijl. Om maar te zeggen, Jack White is Mark Knopfler niet. Mensen die vanavond klaagden dat de grootmeester niet echt zuiver en veel te wild speelde, die hebben het volgens ons niet goed begrepen.
Een eigenzinnige Jack White speelde onder zuinig blauw schemerlicht immers furieus, scherp, luid en inderdaad een beetje rommelig, maar zo is nu eenmaal rock’n’roll, zeker in zijn geval. En dat de klank aanvankelijk wat tegenzat, was niet zijn schuld maar dat van de geluidsman, hoewel wij er eigenlijk nauwelijks last van hadden want de rock’n’roll vibreerde al snel doorheen onze ledematen.

Het supertalent heeft dezer dagen de luxe om uit zowel zijn White Stripes, Raconteurs, Dead Weather en solo repertoire te putten, en daar maakte hij gretig gebruik van, ook al koos hij niet voor de meest voor de hand liggende nummers. White en zijn male band (de vrouwtjes mochten deze keer in het hotel blijven) floreerden van heftige blues (“Top yourself”) naar gruizige gitaarrock (“Sixteen saltlines”), roots folk (“Apple blossom”) en ongekuiste soul (“Wheep themselves to sleep”). Absolute toppers waren “Hello Operator” (nog van voor er ook maar iemand van The White Stripes gehoord had), de meedogenloze gortige blues “Ball and bsicuit”, de vlijmscherpe Dead Weather garagerocker “I cut like a Buffalo” en het heerlijk aanzwellende “Carolina Drama”.
Ook de bisronde mocht er zijn met het bijzonder aanstekelijke “Steady as she goes” en het vette “Freedom at 21”. Eindigen met “Seven Nation Army” was dan misschien een beetje te voorspelbaar, de song –noem het gerust een anthem- is een stuk erfgoed geworden en mag gewoon nooit in een Jack White set ontbreken. Bovendien klonk die ook vandaag sterk en verbeten en kon die alweer gelden als het enige juiste sluitstuk voor een uiterst fel Jack White concert.

U vond het te slordig ? Ga de volgende keer naar Coldplay zien. Wij daarentegen verkiezen nog altijd vuile rock’n’roll bovenop gesteriliseerde mainstream pop.

Organisatie: Live Nation

Brussels Summer Festival 2012 - Iggy and The Stooges + The Stranglers
Brussels Summer Festival 2012

Ook in Brussel zullen ze het geweten hebben. Met Iggy Pop, the godfather of punk, breekt altijd de hel los en is niets nog wat het geweest is. De songs van The Stooges mogen dan bijna 40 jaar oud zijn, en Iggy zelf 65, de intensiteit is energieker dan ooit. Vurige songs als ”Raw Power” en “Search & Destroy”, waar Iggy steevast zijn optredens mee begint,  zijn na al die jaren nog altijd explosiever dan een kilo dynamiet. Iggy mag dan al een ouwe zak zijn met het lijf van een gegrilde scampi, op vandaag kennen wij nog altijd geen enkele artiest of band die de oerkracht van The Stooges op een podium kan benaderen.
Wij hadden de band voor het laatst voor een tam Suikerrock publiek vorig jaar aan het werk gezien, maar nu zat er veel meer power, goesting, vuur en passie in de set van The Stooges. De groep speelde alweer de meest vuile rock’n’roll die een mens zich kan inbeelden, en dit mede dankzij een geweldige James Williamson (sorry, Ron Asheton, waar je ook mag zijn) wiens stijl op vandaag veel belangrijker is dan zijn imago (de man ziet eruit als de eerste de beste boekhouder maar hij speelt gitaar als een ontketende punker). Tussen de Stooges klassiekers uit die fantastische ‘Raw Power’ plaat spendeerden Iggy en James terecht weer de nodige aandacht  aan dat fantastische ‘Kill City’ album die zij destijds samen inblikten, een plaat die overigens met de prachtige heruitgave van vorig jaar pas volledig tot zijn recht kwam. 
Tevens kregen wij een primeur vanavond. The Stooges speelden niet alleen een verpulverend “Louie, Louie”,  maar ook  “The Passenger”  mocht in de bisronde passeren, en dat was best aangenaam, hoewel  het vreemd deed deze Iggy Pop song door The Stooges te horen vertolken, vooral als dit ten koste was van “I got a right” waar wij tevergeefs zaten op te wachten. Doch, we gaan niet mopperen want dit was een zinderend Stooges optreden, één van de beste die we al hebben meegemaakt, en dat wil wat zeggen.
Hoewel wij het eigenlijk al op voorhand wisten (wij zijn fan !) stonden we nog maar eens perplex van de grenzeloze onstuimigheid, het brio, het vuurwerk en de vitaliteit van deze bende. Wij kennen alle songs al lang van buiten en hebben Iggy nu al zo een slordige twintig keren aan het werk gezien, en toch hebben wij bij zijn optredens nog nooit een déja vu gevoel gehad en vinden wij telkenmale dat dit de beste live act is die een mens ooit te zien kan krijgen.  Vanavond is onze stelling nog maar eens bevestigd.  Iggy is the greatest.


Oh, ja, voor we het vergeten. Voor Iggy mochten ook The Stranglers hun ding doen, een band die destijds tegen wil en dank mee geklasseerd werd onder de term ‘punk’ terwijl ze eigenlijk meer mee hadden van The Doors dan van The Sex Pistols.
Hun set had zo zijn goede momenten, vooral tijdens klassiekers als “Peaches”,  “Hanging Around”, “No More Heroes” en hun onsterfelijke bewerking van “Walk on by”, maar evenzeer zakten ze door het ijs en dit vooral met een zeer zwakke vertolking van  “Golden Brown” en het nog steeds erbarmelijke “Always the sun”. The Stranglers waren goed voor een paar nostalgische momenten, maar ons echt omverblazen konden ze niet.


Organisatie: Brussels Summer Festival

Lokerse Feesten 2012 : DAG 07: Echo & The Bunnymen – Public Image Ltd – The Specials
Lokerse Feesten 2012

Een avondje Lokeren met drie bands die hun glorie periode beleefden in de eighties en die nu aan een tweede leven zijn begonnen, de één al wat meer geslaagd dan de ander, zo bleek.

Qua ongeïnteresseerde attitude is Ian McCulloch zowat het grote voorbeeld geweest voor die twee oenen van Oasis en nog een hoop andere Britse artiesten die denken dat coolness gelijk staat aan arrogantie. Typisch Brits zeker.
Feit was dat de frontman van Echo and The Bunnymen in Lokeren voor bijna geen meter roerde en meer sigaretten rookte dan dat hij songs speelde. Hij mocht zichzelf dan wel zeer cool vinden, wij merkten dat zijn apathische houding niet echt bevorderend was voor de energie van de set. Op de man zijn vocale prestaties viel echter niets aan te dingen en ook een handvol onsterfelijke songs kregen fraaie uitvoeringen mee zoals “Seven seas”, “The killing moon”, “The cutter” en een outstanding “All that jazz”. Maar de goede momenten werden te veel afgewisseld met ongeïnspireerde episodes waarbij de band op slaapstand stond te spelen. Te wisselvallig.

Dan had John Lydon er veel meer zin in. Na de miserabele circusvertoning met The Sex Pistols van enkele jaren geleden had hij in Lokeren ook wel wat goed te maken. En de set van Public Image Ltd was in alle opzichten het tegengestelde  van die schaamtelijke bedoening van de Pistols. Nu was er wel gedrevenheid, brio en creativiteit. Lydon was in supervorm en hield deze keer niet de gek met zijn publiek. Een schitterend “Albatross” was het begin van een uitmuntend PIL optreden en had al meteen een hoofdrol in huis voor gitarist Lu Edmonds die eigenlijk het hele optreden zou uitblinken. De man is met zijn gruizige baard en neanderthaler kapsel een lookalike van Warren Ellis, en ook qua begeestering waarmee hij zijn instrument bespeelt zit hij op dezelfde golflente van onze  Bad Seeds, Grinderman en Dirty Tree held. De spontaniteit en gretigheid van een herboren PIL heeft volgens ons veel te maken met het sterke nieuw album ‘This is Pil’ waaruit hier een drietal puike songs geplukt werden (“Deeper water”, “One drop” en “Out of the woods”) die moeiteloos de competitie met het oudere materiaal konden aangaan. Er zat een onweerstaanbare beat in klassiekers als  “This is not a lovesong”, “Death disco” en “Open up” en Lydon liet het publiek naarstig meedoen in een onvermijdelijk “Rise”.
Een PIL in bloedvorm was het beste wat we deze avond te zien kregen.

The Specials zagen hun optreden in Lokeren als generale repetitie voor de slotceremonie van de Olympics. Die repetitie mocht er van ons best wezen. Er werd al meteen afgetrapt met “Gansters”, het feestje was dus al snel begonnen. De jolige ska bende raasde door een set van maar liefst 22 nummers waaronder alle klassiekers (“Monkey man”, “Ghost town”, “A message to you,Rudy” , “Too much too young”,…) en het was gans de tijd dansen geblazen. Er zat nog geen sleet op dat authentieke en zeer aanstekelijke ska en reggae geluid met soms een punky randje en The Specials prikkelden alweer de dansspieren. De veer stond misschien niet altijd even gespannen (zo was dat strijkerstrio niet echt nodig) en halverwege viel het soms wat stil, maar een sterke eindspurt maakte alles weer goed.
Het tweede leven van The Specials lijkt dan ook een geslaagde operatie.

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.lokersefeesten.be

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren  

donderdag 02 augustus 2012 02:00

Slaughterhouse

Slaughterhouse  - Ty Segall Band
De zeer bedrijvige lo-fi garagerocker Ty Segall is met deze Slaughterhouse al aan zijn derde album toe in 2012.
Met de Ty Segall Band brengt hij een uiterst explosief goedje tot leven, een bruisende cocktail van vuile garage rock, nuggets psychedelica, ontspoorde rock’n’roll, vuige punk en gestoorde hard rock. Een wilde kruisbestuiving van Hawkwind, Sonics, Syd Barrett, Johnny Thunders, MC 5, Stooges en Black Sabbath. De gitaren zijn dikwijls bedolven onder een laag fuzz en distortion maar slaan geregeld ook aan het soleren als ware hier een bende harige hardrockers aan het werk.
U mag van ons headbangen op “Death” en pogoën op “Slaughterhouse” en “The bag I’m in”. Feit is dat er hier een handvol schitterende songs tussen al dat gitaargeweld zitten zoals het vunzig rockende “I bought my eyes”, het razende “Tell me whats inside your heart” en het sluipende “Wave goodbye”.
Enkel de 10 minuten durende aanval op uw trommelvliezen “Fuzz war” is beter over te slaan, tenzij u ‘Metal Machine Music’ een goede plaat vindt natuurlijk.
‘Slaughterhouse’ is smerig, wild, explosief, geschift en uitermate fantastisch.

donderdag 26 juli 2012 02:00

This is PIL

Ofschoon Johny Rotten met de Sex Pistols mijlpaal ‘Never Mind The Bollocks’ een onuitwisbare knoert van een stempel heeft gedrukt en de muziekwereld voorgoed heeft veranderd, kon hij toch altijd meer zijn artistieke ei kwijt bij PIL. De platen van PIL zijn bijlange niet allemaal even sterk, maar de originaliteit en het avontuurlijke die zich bij dit zootje ongeregeld manifesteerde was veruit veel interessanter dan de eenzijdigheid van de Pistols.
Bij de potsierlijke circusact die de herenigde Sex Pistols enkele jaren geleden opvoerden op de Lokerse Feesten kwam de vraag al bij ons op “zou hij nu niet beter PIL terug in het leven roepen in plaats van zich hier eindeloos belachelijk te maken met deze geforceerde bedoening ?”. Wij hadden gelijk, niet zo gek lang daarna ging hij terug met PIL de hort op en daar is deze voortreffelijke ‘This is PIL’ uitgegroeid, wederom een plaat die getuigt van een gezonde creatieve geest. Het ware nog beter geweest als de aangenaam geschifte Jah Wobble ook weer van de partij zou zijn, maar een mens kan niet alles willen.
Op opener “This is PIL” introduceert Lydon nog maar een keertje zijn band, “You are know entering a PIL zone” luidt het en het wakkert al meteen onze interesse aan naar hetgeen komen moet, en dat is bijzonder aardig. Post punk, reggae en funk smelten samen in een verslavend “One drop” en een punk vibe nestelt zich in een gejaagd “Terra-gate”. De hele plaat door blijft PIL de aandacht vasthouden met verrassende wendingen en sterke songs, wij bespeuren geen haperingen of zwakke momentjes. De gitaar van Lu Edmonds slorpt de nodige echo’s naar binnen en klinkt bij momenten scherp en funky. De diepe dub sounds die Scott Firth uit zijn basgitaar haalt zorgen er voor dat wij Jah Wobble nergens missen, en dat is een heuse verdienste. Rotten zelf, of Lydon zoals u wil, kan nog steeds met overtuiging tegen verschillende schenen schoppen, er schuilt nog altijd een rebel in hem en die kwaadheid uit zich in die typisch furieuze vocals.
Met venijnig dreigende lange nummers als “Fool” en “Out of the woods” begeeft PIL zich zelfs zonder schroom en moeite in het vaarwater van hun magnum opus ‘Metal Box’. Het resultaat mag er zijn.
De beste PIL in jaren.

Pagina 71 van 111