Even voorstellen misschien, kan voor sommigen nuttig zijn : Marc Ribot is een briljant gitarist die, ver weg van de commerciële paden, zich vooral goed thuis voelt in jazzmiddens, maar daarnaast zich ook waagt aan klassieke muziek, bossanova (met Los Cubanos Postizos), avant-garde (al dan niet samen met mafketel John Zorn), onconventionele en ontspoorde rock (met Ceramic Dog) of soundtracks waarbij de film ontbreekt (‘Silent Movies’). Ook al heeft u nog nooit gehoord van Marc Ribot (u moest zich schamen), de kans is groot dat er een hoop platen in uw kast staan waar hij heeft op meegespeeld. De man wordt door de groten der aarde geregeld gevraagd om met hen de studio in te duiken (ondermeer Elvis Costello en David Sylvian), zo botst u steevast op Ribot’s uiterst herkenbare stijl op de beste platen van Tom Waits, waaronder ook diens laatste worp ‘Bad as me’.
In Gent kwam Ribot zijn nieuwste project ‘Really the blues’ voorstellen waarmee hij zich verdiepte in -u kon het al raden- de blues. En dit genre was eigenaardig genoeg tot op heden door Ribot ongeroerd gelaten. Ga al zijn platen er maar op na, u zal er weinig of geen blues op treffen. Bij een klasbak als Marc Ribot was van enige vorm van gebrek aan ervaring met het genre helemaal niets te merken, hij speelde de blues alsof ie dat al jaren deed, met pakken emotie, gulzigheid en passie.
Met drie zwarte rasmuzikanten op drums, bass en keyboards had hij ook voor een klassieke bezetting gekozen om de blues in volle glorie te bedrijven. De heren voelden de meester perfect aan en kregen zelf ook de tijd om hun eigen kunstjes op te voeren, vooral de straffe keyboardspeler Cooper-Moore ging geregeld een fel duel met Ribot aan.
Ribot’s benadering van de blues was wild, gedreven en passioneel. Hij gaf zijn eigen begeesterende interpretatie aan bluesstandards als “Serves your right to suffer”, “Stormy Monday” en “Wang dang doodle”, stokoude songs die met Ribot’s bloed en zweet werden geïnjecteerd en als hongerige hyena’s terug tot leven kwamen. Een begenadigd zanger is hij nooit geweest, maar de manier waarop hij het Oedipus verhaal omzette in een vlijmscherpe en bijtende bluessong was even duivels als indrukwekkend.
En dan die gitaar ! Amai ! Hoewel Ribot hier min of meer binnen de structuren van de blues bleef, was zijn hoekige en wilde gitaarstijl alom tegenwoordig. Hij deed zijn instrument janken, huilen, hakken, briesen, scheuren en bloeden, hij soleerde en improviseerde er op los en wist steeds de gevreesde clichés vakkundig op een creatieve manier te omzeilen. Zelden hebben wij iemand zo passioneel, geïnspireerd en tegelijkertijd virtuoos tekeer zien gaan op een gitaar. Hij had ook maar één exemplaar nodig, Ribot is niet dat type aanstellerige gitarist die voor elk nummer door zijn roadies een andere gitaar laat aanrukken omdat de volgende song dat zogezegd zou nodig hebben.
Ogenschijnlijk slordig zat hij vaak middenin de songs wat met partituren en pedalen te friemelen, maar eenmaal de gitaar aan het woord was stroomde de genialiteit er van af en was het voor ons volop genieten, hier konden we maar niet genoeg van krijgen.
Ribot presenteerde zich duidelijk als iemand wiens gitaar veel belangrijker is dan zijn imago,
dit had hij dus gemeen met het gros van de bluesmuzikanten, maar verder was dit optreden eigenlijk een belediging voor alle levende en dode bluesgitaristen (met uitzondering van Hendrix dan) want Ribot had zich nog maar net het genre toegeëigend en hij speelde al met de vingers in de neus iedereen naar huis.
Als opwarmer hadden de organisatoren de Tsjechische stemkunstenares Iva Bittova geprogrammeerd. Het ongetwijfeld sympathieke mens deed allerlei dingen met een viool en had inderdaad een immens stembereik die voor een normaal mens buitenaards was, maar als support act voor Marc Ribot was dit een miscasting van jewelste. Helemaal niet ons ding, maar wat voor de één irritant gemekker is, klinkt voor de ander als hemelse schoonheid. U dacht er het uwe van, wij waren vooral blij dat het maar een klein half uurtje duurde.
Organisatie: Vooruit Gent