logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Guns N Roses
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 25 maart 2010 01:00

Magic Chairs

Uit Denemarken hebben we al een paar poppsychedelica pareltjes mogen horen van Efterklang. Het uitgebreide ensemble brengt indringende, dromerige, sfeervol opbouwende, sprookjesachtige pop op stijlvolle wijze samen. Een zalvend geluid door brede piano-, strijkerpartijen en blazers, naast de standaardinstrumentaties en akoestische gitaren. De zang van Casper Clausen en de backing vocals dwarrelen er overheen. De bredere etalage staat moeiteloos naast hun indie aanpak.
Efterklang grossiert tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en de Grizzly Bear adepts.
Tien songs die uiterst genietbaar zijn en binnen de lijn van mooimakerij liggen. Puik werk dus van de Denen.

donderdag 18 maart 2010 01:00

One life stand

Het Britse kwintet Hot Chip, onder de tandem Alexis Taylor en Joe Goddard, hebben al een handvol leuke singles uit hun vorige platen waaronder “And I was a boy from school”, “Over & over”, “Ready for the floor” en “Hold on”. Binnen hun dancepop/elektronica houden ze van variatie en originaliteit, waardoor invloeden te horen zijn van ‘70’s psychedelica, ‘80’s wave, drum’n’ bass, postpunk, dwarrelende geluidjes en bleeps. Misschien niet altijd even geslaagd, maar ingenieus, gewaagd en leuk. Hot Chip heeft al de nodige credits opgebouwd.
Al van op de vorige cd ‘Made in the dark’ hielden ze van een dromerige aanpak en sfeervolle, zalvende melodielijnen, een lijn die ze op de huidige cd verder zetten, zij het iets minder donker, maar relaxt en luchtig.
’One life stand’ valt op door de poppy koers en biedt linken met disco, soul, house en psychedelica. Het is een vernuftige, consistente plaat, zeemzoeterig, melancholiek en dansbaar en onderstreept het credo van ‘happiness is what we all want’!
Hot Chip vaart zo z’n eigen koers en dat maakt de band uniek binnen de dancepop. De band bouwt gestaag verder aan een compleet eigen universum. De afwisseling biedt een paar uitschieters als “Hand me down your love”, “I feel better”, “Brothers”, “Slush”, “We have love”, “Take it in” en natuurlijk de titelsong van de cd.

Why? … Een apart bandje toch wel, het Amerikaanse gezelschap van de broers Wolf uit Oakland, California. Ze zijn al een kleine vijf jaar bezig en krijgen met de huidige vierde cd ‘Eskimo Snow’ voet aan de grond. Intussen zijn ze uitgegroeid tot een kwintet. Een terechte, verdiende doorbraak, want het weirde gezelschap zorgt voor een avontuurlijke, creatieve aanpak van hun leuke, hypnotiserende, bezwerende, intens opbouwende indie/rootspop/americana, die onderhuids Pink Floyd en Grandaddy psychedelica verraadt. Ze zijn niet in een hokje te duwen, die er alternative hiphop, folk en garagerock aan toevoegen. Door hun instrumenten geven ze de songs verrassende wendingen, allerlei geluidjes en bleeps, zorgen voor een kleurrijk palet en balanceren tussen doordachte subtiliteit en georchestreerde chaos.

We werden een goed uur ondergedompeld in die mysterieuze muzikale leefwereld van de Wolf broers. En de neurotische zegrap, beatbox en spastische bewegingen van Yoni maakte het nog specialer. De songs van de recente ‘Eskimo Snow’ sprongen al meteen in het oog “These hands”, “January twenty something” en “Against me”. Een opgefokte, ijsberende zanger op z’n Mark E Everett gaspelde en reeg de dwarrelende, broeierige, dromerige en sfeervolle songs aaneen. Hij leek de tussenpersoon tussen hemel en aarde, die de boodschappen van bovenaf moest meedelen aan het aardse publiek.
Uitzinnige partijen hoorden we, en sommige songs klonken op het gevoel af, lofi en gaven de indruk dat ze abrupt afgebroken werden, maar niemand die er zich aan stoorde, integendeel, het behoorde tot het Why?- concept, die een schitterende finalereeks klaarstoomde met “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback”, “Eskimo Snow” en “Gemini (birthday song)”. Het oudere materiaal van (vooral) de vorige cd ‘Alopecia’, “Good friday”, “Song of the sad assassin”, “A sky for shoeing horses under” en “By torpedo or Crohn’s” onderstreepten de aanzwellende toegankelijke opbouw, maar ook de niet-van-deze-wereld groove. Tot slot konden we niet omheen de verpletterende mokerslagen, het aanstekelijk gegoochel op drums en de sounds van “These few presidents” en “The vowels pt2” die ‘en honneur’ en overtuigend de set beëindigden. Jaknikkend moeten we besluiten dat They Might Be Giants uit de nineties een belangrijke referentie waren qua huppelende ritmes, muzikale kronkels en rapzang.

Ook de support I might be wrong intrigeerde …genoemd naar een album van Radiohead. Het kwintet met zangeres Lisa von Billerbeck is toe aan de tweede cd ‘Circle the yes’. De band uit Berlijn integreert invloeden van hun grote voorbeeld, maar haalt elementen Notwist en Lali Puna aan; sfeervolle zweverige indiedroompop onder een licht klaaglijke, zacht zalvende vrouwstem. Net als bij Why? stonden de bassist en de gitarist op de tweede rij op het podium, en ook hier kwam de klemtoon op de toetsen/piano/synths/drums en de zangstijl. We hoorden broeierige songs, die een betoverende melodie en boeiende opbouw hadden. Zij kregen de kans zich te profileren, want ze speelden een ruime set en kregen een warm onthaal. Chique wat de jonge band presteerde en een ontdekking waard. De bedeesde zangeres namen we er bij .

Tot slot was er nog ruimte voor werk van de eigen Why?-stal van één van de broertjes Wolf. Inderdaad, drummer Josiah Wolf kan naast drums ook gitaar spelen en zingen; begin 2010 bracht hij ‘The trailer & the truck’ uit; hij deed het met enkele in Mississippi gedrenkte akoestische ‘desertblues’ songs, die sober, ingetogen en spaarzaal begeleid werden, gedragen door opvallende goede vocals. Hij ontpopte zich als een multi-instrumentalist. U weze gewaarschuwd van het diverse en afwisselende werk van de Wolf-brothers …

Organisatie: Botanique, Brussel

woensdag 17 maart 2010 01:00

Live Nation concert: Kasabian

KASABIAN
ANCIENNE BELGIQUE, BRUSSEL
MAANDAG 31 MEI 2010 – 20u
Welcome back Kasabian! Want sinds hun passage in een uitverkochte ABBox november 2007 ging het snel voor de band rond zanger Tom Meighan en gitarist Sergio Pizzorno. Met hun derde studio album ‘West Ryder Pauper Lunatic Asylum’ en de daarbij horende hitsingle ‘Fire’ plaatst de band zich definitief in de Champions League van Britse rockbands die in hun thuisland moeiteloos stadions vullen. Een album vol rock noir dat 12 songs lang weet te bekoren en dat de perfecte soundtrack lijkt bij een in Frankrijk gedraaide Tarantino film. ‘West Ryder …’  is ondertussen bijna een jaar oud en het stond 2 weken op 1 in de Britse charts; leverde hen (alweer) een podiumplaats op het gerenommeerde Glastonbury festival op; werd genomineerd voor de Mercury Prize en was Best Album op de Q Magazine Awards. Nadien werd Kasabian ook nog Best Group op de Brit Awards 2010 en kaapte ‘West Ryder …’ nog Best Album weg op de NME Awards. Die ijzersterke reputatie zullen ze dus nogmaals waarmaken op 31 mei in de Ancienne Belgique.
Info & tickets :
Ticketprijs: 22 euro (excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 (0,5 euro per minuut. prijs incl btw )  – www.proximusgoformusic.be
Artistinfo :
Website: www.kasabian.co.uk ; www.myspace.com/kasabian
Record company: SONY MUSIC
Album: “ West Ryder Pauper Lunatic Asylum ”

INFO http://www.livenation.be

De vier Noorse deernes uit Oslo, Katzenjammer en de organisatie van Folkdranouter hebben een mooi pact gesloten. Drie keer op 1 jaar tijd wordt de leuke, vrouwelijke bende gecontacteerd! Katzenjammer debuteerde met een wonderlijk frisse, sprankelende en pakkende plaat ‘Le Pop’ en bepaalde vorig jaar mee de feestvreugde op het Festival.
Hun zaalconcert zorgde voor een eerste lenteprik en eind april kunnen ze nog de zandkorrels doen opwaaien met hun concert op Dranouter-aan-zee. De vier vrolijke meiden in de roodwitte bloemetjes- en spikkeljurkjes dompelden, in een stemmenpracht, hun eigenwijze en gevoelige folkloristische Scandinavische muziek onder in een onstuimige mix van klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek en bluegrass.
Hun kattengejank is iets aparts … een sound van huppelende melodieën, cabaretier en jaren ’30 vaudeville door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, balalaikabas, klokkenspel, drums, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af. Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen.

Ze speelden meer dan anderhalf uur lang een set van verschillende sfeerscheppingen. De dames zijn multi-instrumentalisten, wisselden van instrument alsof het een peulenschil was en straalden een enorm enthousiasme uit.
Meteen zat de sfeer erin met aanstekelijke, trippende, dansbare, zwierige nummers, “Der kapitan”, “Le pop” en “Tea with cinnamin”, dé triggers die inwerken op de dansspieren. De vaardige nummers gaven een soort French Can Can gevoel. Probleemloos veranderden ze van instrument, of speelden ze twee instrumenten tegelijk (waaronder de gitaar, trompet en drums), boden elkaar vocale ruimte of nét vloeiden hun stemmen in elkaar over. “Mother Superior” deed ons zelfs hollen naar een plaatselijk circus van een zigeunerbende.
Katzenjammer toonde ook z’n andere kant …een gevoelsmatige sfeer hadden we met “Virginia Clemm”, “Lady Marlene” en “Wading in deeper”, die intiem en intens sfeervol klonken door de warme klanken, de spaarzame begeleiding, het klokkenspel en de vocale pracht.
Ze trokken richting Antwerpse kaai/ cabaret / vaudeville en hadden onderhuids iets van de Andrew Sisters in “Shephards song”, “Cherry pee” en “Play my darling, play”. “Hey ho on the devil’s back”, later in de set, bracht de broeierige intensiteit van het Katzenjammer Kabaret ten top en was nauw verwant aan Amanda Palmers Dresden Dolls. De frivole dames stonden dicht bij elkaar en gaven de songs een handige verrassende draai door het getokkel op mandoline, banjo, akoestische gitaar en die speciale bas. En tot slot overladen ze ons met hun blijdschap in de uptempo meezingliederen “Demon Kitty rag”, “To the sea”, een pastiche op Genesis “Land of confusion” vs ‘Zorba de Griek’en het nieuwe “Listening”.
Zo zie je maar hoe origineel, gevat en creatief ze te werk gingen op hun instrumenten en hoe ze hun publiek (verleidelijk) entertainden. Het donker bezwerende, gospelneigende “God’s great” breidde er nog een leuk staartje aan.

Zoals we wel konden verwachten, werden de dames op handen gedragen en hoorden we nog een snedige, gedreven bis van een tweetal cowcountry/folkpunknummers, “Gypsy flee” en “A bar in A’dam”, waarmee het kwartet vorig jaar de aandacht trok binnen onze regionen.
Katzenjammer was een schot in de roos, de aanstekelijke trigger om er nu eens een mooie lente van te maken …

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Het Britse Spandau Ballet van de Kemp broertjes, zanger Tony Hadley, multi-instrumentalist Steve Norman en drummer John Keeble hadden er woensdagavond duidelijk zin in en speelden een pittig gedreven, vitale en meeslepende set, ondanks de matige opkomst; een goed halfgevuld Vorst Nationaal zag Spandau Ballet aan het werk, aangevuld met een backing vocaliste en een keyboardspeler.
De groep stond voor het eerst in twintig jaar terug op de planken, in het kader van hun ‘Reformation Tour’. Het deed de leden kennelijk deugd, want na de split in de nineties hadden ze elkaar het leven zuur gemaakt. Maar OK de jaren hebben een zalvende, helende werking en met het nodige enthousiasme en spelplezier stond hun ‘new romantic synthdancepop’ van het eerste uur ‘Journeys to glory’ en ‘Diamond’ (“Cut a long story short”/ “The freeze”/ “Instinction”, “Lifeline” en “Chant n°1”) doodleuk naast de melige pop van de ‘True’, ‘Parade’ en ‘Through the barricades’.
Inderdaad, we moesten even de platen en de recensies van onder het stof halen … we grijpen terug naar de early ‘80’s synthbands als The Human League, OMD, A Flock Of Seagulls, ABC, Culture Club, Duran Duran, Heaven 17, Haircut 100, Simple Minds en Depeche Mode … smaakmakers van de ’80’s wavepop. En Spandau Ballet voegde er graag een scheut funk aan toe en hield van glitter & glamour in song en outfit. De koerswijziging gebeurde met de derde plaat, die de band deed overhellen richting stijlvolle, gedistingeerde, melige pop. Ze kwamen uiteindelijk op een lager pitje terecht die de droom van weleer met messengetrek deed uiteenspatten.
De tour werd met enkele maanden uitgesteld, want ze brachten vorig jaar nog een (onnoemenswaardige) nieuwe cd uit, die het vooral moest hebben van enkele reprises van gekende nummers.
 
Samen met de band beleefden we een leuke, plezierige avond, ondanks het erbarmelijke geluid; we konden niet op onze handen tellen hoeveel keer het geluid uitviel; een domper op de reünie en feestvreugde, maar niemand liet het aan z’n hart komen …
Elk van de leden, netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed, speelde de ziel uit z’n lijf en Hadley, al een paar kilo’s bijgekomen intussen, beschikte nog steeds over een gouden fluwelen stem, diep, indringend en hoog.
Achter een groot wit doek openden ze met oudjes “To cut a long story short” en “The freeze”, door de tand des tijds wat aangepast; de synths klonken minder door en de funkende soul kreeg meer ruimte, wat het geheel te goede kwam. “Highly strung” en “Only when you leave” waren de aanzet van hun melodieuze dromerige pop, clean en afgewerkt door een bredere omlijsting van gitaar, toetsen, blazer en drumpartijen. De nummers klonken krachtiger. Finesse, subtiliteit en schoonheid hoorden we dan in de sfeervolle “I’d fly for you” en “How many lies”. In de tweede helft van de set konden we deze elementen maar bevestigen met “Through the barricades” en een ingehouden, ingetogen “With the pride”, akoestisch gespeeld door Gary Kemp en gezongen door de uitstekende, heldere stem van Hadley. Een hoogtepunt!
Tussenin zaten wat zwakkere songs, maar door de afwisselende aanpak, de ruimte voor de instrumentatie en de dynamiek van de band behielden ze de aandacht, o.m. “Virgin” (een glansrol voor de backing vocaliste), “Round & round”, “Always in the back of my mind en het nieuwe “Once more”. De meer krachtige ondersteuning, de verrassende wendingen, de danspasjes en de show overtuigden.
Ook de projecties, een videomontage van de band en romantische sfeerbeelden, mochten er zijn. Om de party in zetten, porden ze het publiek aan tot handjeszwaaien; vanaf de herkenningsfactor kon het feest écht beginnen: een groovende , boeiende medley van “Instinction”- “Communication” – “Lifeline” - “Chant n°1 (I don’t need this pressure on)” en “Paint me down” zorgde ervoor dat de jukebox op volle toeren draaide. Iedereen veerde recht in z’n stoeltje, klapte in de handen, zette een danspas en zong de refreinen mee … met in de spotlights de bezwerende drumpartijen  en de intrigerende gitaarloops!
Natuurlijk kon de classic “True”, één van de opening-slows aller tijden op trouwfeesten, binnen de SB-hitmachine niet ontbreken. Tja, net als bij Faithless zijn er zo van die tunes, die een song groots maken. Het romantisch moment bij uitstek … sterretjes fonkelden op het scherm achter de band. Het nummer kon dan ook zachtjes en luidkeels worden meegezongen .

Een opwindende “Fight for ourselves” en een snedig opgebouwde “Gold” in de bis waren een schot in de roos en een bewijs dat Spandau Ballet twintig naar de split nog steeds ‘alive & kicking’ was!
“The muscle bound” ,één van m’n good old SB-favorites zat niet in de setlist , maar na zo’n nostalgisch avondje, die stijl en elegantie met een vleugje Britse humor samenbracht, is het hen vergeven.
“Thank you very much”, “merci”, “dankjewel” en “cheers” waren Hadley’s trefwoorden om de avond te besluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

donderdag 11 maart 2010 01:00

Le Pop

Een leuke bedoening lijkt het wel als je de plaat van de Noorse dames van Katzenjammer heb beluisterd … wat staat voor opgewekt kattengejank. De vier deernes brengen soorten folkmuziek (klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek, bluegrass) tot een onstuimige mix. Het geheel klinkt overwegend aanstekelijk, fris, zwierig onder hun stemmenpracht, maar we horen in een paar nummers de melancholie van af druipen: “Virginia Clemm” en “Wading in deeper” dompelen ons in een sfeer van weemoed, zijn een jaren ’30 vaudeville stijl of geven een cabaretier indruk.
Maar Katzenjammer brengt vooral huppelende songs door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, drums, balalaikabas, klokkenspel, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af.
Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen. Het is dansbaar genieten van hun materiaal: “A bar in A’dam” (dat overigens helemaal niet over A’dam gaat!), “Tea with cinnamon”, “Ain’t no thang” en de titelsong; en met “Hey ho on the devil’s bank”, “Play, my darling, play” en “To the sea” hebben ze aanstekelijke triggers om de lente in te halen …

donderdag 04 maart 2010 01:00

Hospice

Een hartbrekend verhaal horen we op de plaat van Peter Silberman, de spil van het uit Brooklyn, NY-se trio The Antlers. ‘Hospice’ is een conceptplaat van dromerig, ingetogen songs, een niet voor de hand liggend geluid, avontuurlijk, creatief, ingenieus is en verrassende wendingen ondergaat.
Er schuilt een onfortuinlijk verhaal achter de muziek: een verpleegkundige die verstrikt geraakt in een zelfvernietigende relatie van een terminaal ziek meisje dat sinds haar jeugd door nachtmerries wordt achtervolgt.
The Antlers was eerder nog een éénmansproject, maar na twee albums werden een drummer en een keyboardspeler toegevoegd. Het is een knappe plaat die meerdere luisterbeurten vergt om z’n schoonheid prijs te geven. ‘Hospice’ bevat sfeervolle, intrieste songs bepaald door soundscapes en repetitieve akkoordjes en soms worden blazers toegevoegd; ze worden gedragen door de hoog uithalende, emotievolle stem van Silberman. In de songs horen we gaandeweg een voller geluid en zijn een paar songs voorzien van noise-erupties, waaronder “Atrophy” en “Two”. Bloodmooi klinken “Kettering” en de “Epilogue”. “Bear” en “Wake” boeien door de variaties. Een bundeling van de muzikale sterkte is er ongetwijfeld op het compacte “Sylia” en het sferische “Shiva”.
Ontroerend plaatje die muzikaal durft uit te halen en daarmee is ‘Hospice’ een intens broeierig en spannend plaatje geworden. 

maandag 08 maart 2010 01:00

Girls: optreden met gemengde gevoelens

Het debuut van het jonge beloftevolle Girls (nee, geen Spice Girls meidengroep aub!) uit San Francisco kreeg lovende kritieken door de afwisselende aanpak in hun emotievolle, lichte, melancholische indiegitaarpop, waarin beheerste uitstapjes zijn naar de rock’n’roll, wave en shoegaze. Ze hebben iets mee van het Britse The Music. Check maar eens het wondermooie debuut van het uit Leeds afkomstige gezelschap, die verscheen in ’02!

Het kwintet had in de eerste songs af te rekenen met technical problems, wat de sfeervolle, dromerige openers “Heartbreaker”, de single “Laura” en “Ghost mouth” wat in de mist deden gaan. In het eerste half uur hoorden we een opvallend onwennige, tamme en nerveuze band. Ondanks de sobere & spaarzame begeleiding klonken “Headache” en “Solitude” door hun ingetogen karakter té zeemzoeterig. Te rustig werd het! Maar het onderstreepte de fijnzinnige subtiliteit en elegantie van de band en de gelouterde vocale sterkte van Christopher Owens, die deed denken aan een jonge Bob Geldof ten tijde van Boomtown Rats. Toen pas Owens de keel schraapte met een flinke geut whisky, stroomde de adrenaline door het lijf en wisselden ze de intieme finesse af met een dosis rock’n’roll, shoegaze en wave: “Darling”, een doorleefde americanarocker, de shoegazepop van “Morning light” en de bezwerende poprock van de doorbraaksingle “Lust for life” (Spiritualized als referentie mooi meegenomen trouwens!) stonden moeiteloos naast het breekbare “Oh boy” , “Substance” en “Hell hole rat race”, die een verrassende felle distortion outtro kreeg.
De leuke interacties van het publiek relaxeerden de band.We hoorden in de bis een ontspannende “Life in San Francisco” (?) - een lalala meezinger, en “Big Bad Mean Motchafucker”, krachtige waverock’n’roll, refererend aan Alan Vega’s “Jukebox baby”.

Trefwoorden voor de set: poppy en intiem, bedeesd, ingehouden en dramatisch. Maar een optreden met gemengde gevoelens … het gevarieerde materiaal was niet goed verdeeld in de set… er was geen directe lijn… Het veelbelovende hippe karakter van de band kwam onvoldoende in de spotlights

Organisatie: Botanique, Brussel 

’Mind Chaos’ is het debuut van de uit Portland, Oregon afkomstige Hockey onder de androgyne zanger Ben Grubbin, die over een eerder raspende stem beschikt en qua allures mee in het rijtje past van Jack Shears van Scissor Sisters. Hockey haalt invloeden van de punkfunk, ‘70’s retro en ‘80’s popwave. Ze hebben de rock-, wave- en psychedelicalooks en onderscheiden zich met een aantal opwindende, frisse popsongs door aanstekelijke gitaarpartijen, toetsen en drums.

Live zetten ze hun chaotische geesten in even chaotisch gespeelde songs om. Het was even zoeken naar de fijne, subtiele popmelodieën. Maar het jonge publiekje liet het niet aan hun hart komen en genoot van de aantrekkelijke, pittige, dynamische melodieuze songs als “Work” en “Learn to lose” die de set openden. Grubbin zweepte ze op door mee te drummen. Ze straalden alvast een ‘positive vibe’ uit, wat al gauw het rommelige toontje deed vergeten. Ze helden over naar de ‘80’s synthpop, disco en punkfunk op “Wanna be black”, het nieuwe “Rebels Mary Young” en “3AM Spanish”. Door een fikse geut beats & bleeps en discotunes kregen ze door de knoppenfreak van dienst wat meer elan. En dan was er de leuke countryfiller “Four holy photos”, een John Wayne of een Lucky Luke pastiche, die een aangename verfrissing betekende binnen het groovende concept van de band. En het was door de grappige interventies leuk meegenomen. Ze namen wat vaart terug met o.a. “Curse the city”, meeslepend, sfeervoller materiaal. Op plaat als live nu net niet het sterkste. Ze omzeilden net op tijd de verveling met “Song away”, één van de meest poppy nummers: vaardig, toegankelijk, ontspannend, zomers en een fluitend refreintje. Tot slot mengden ze allerlei invloeden samen op “Preacher” en “Everyone’s the same age”, inventieve energieke songs, die verrassende wendingen en een feller einde hadden. Hier putte het kwintet uit de punkfunk van LCD Soundsystem, The Rapture en The Klaxons, linkte het aan het huppelende Hot Hot Heat en het oude Franz Ferdinand en kruidde het met de ‘70’s retro van The Strokes.
Ze hielden een dansbaar tempo aan in de bis met de single “Too fake” en ze intrigeerden de funkende groove van Heaven 17 en Gang Of Four op “Put the game down”. Een overtuigende afsluiter, die de band op een breder, grootser platform bracht!

Hockey heeft nog niet de muzikale scherpte van geestesgenoten Friendly Fires en Passion Pit, maar kunnen met een volgende plaat vervaarlijk in de buurt komen . Op plaat als live nog wat bijschaven en we hebben met Hockey een voorname troef op tafel gegooid …

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 269 van 321