logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab
Johan Meurisse

Johan Meurisse

woensdag 20 juli 2011 02:00

Pukkelpop 2011 – laatste weetjes

Pukkelpop 2011 – laatste weetjes
Kasabian, snoeiharde meiden en straffe hiphop vervolledigen de Pukkelpopaffiche!

“Het vuur aan de lont! De toekomst van de Britpop is verzekerd.”, concludeerde een Vlaamse krant na de show van Kasabian op Rock Werchter 2011 en bedankte hen met vier sterren. En alsof Humo echt onze telefoontjes kon afluisteren schreef hun redacteur geheel onopvallend: “Ze mogen nog terugkomen.” En dat doen ze! Op zaterdag 20 augustus staan ze samen met dEUS, The Offspring en Duck Sauce op de Pukkelpop Main Stage.

Bij onze Britse buren is Kasabian al een serieus begrip, getuige de Brit Award die ze vorig jaar in de wacht sleepten en hun headline shows op Isle Of Wight en Rockness. Ze worden wel eens de opvolgers van Oasis of The Stone Roses genoemd. Genoeg stuff dus om ook hier de hype te voeden. In elk geval kunnen we op de Pukkelpop zaterdag hun schitterende single ‘Fire’ al luidkeels meebrullen! “Woo-hoow”

Op zaterdag kan je ook de piepjonge stevig rockende meidengroep Cherri Bomb aan het werk zien. Het jeugdige damescollectief speelde eerder het voorprogramma van de Smashing Pumpkins en kreeg al een goedkeurende knik van hun grote held Dave Grohl. Courtney, eat your heart out!

Met Eminem, Tinie Tempah, Wiz Khalifa, D12, … staat er al een straf lijstje hiphop op de Pukkelpop-podia. Tel daar nu op vrijdag ook Slaughterhouse en The Knux bij.

Slaughterhouse is een hiphop supergroep met Crooked I, Joe Budden, Joell Ortiz and Royce da 5'9" in de rangen. Samen brachten ze al een ep en een album uit op Shady Records, het label van hun maatje Eminem.

Voor wie zijn raps graag heeft met een stevige gitaar moet bij The Knux zijn. Dit broederpaar zet al een tijdje de Amerikaanse festivals op stelten en trekt nu de Grote Plas over. “Bloc Party’s ‘Silent Alarm’ meets Outkast’s ‘Stankonia’’”, lazen we in een recensie over hun laatste album en we kunnen ze geen ongelijk geven.

Zaterdag Tickets

Er zijn nog tickets voor zaterdag te koop via www.pukkelpop.be  of via Proximus Go for Music op www.proximusgoformusic.be

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken zaterdag 16 juli 2011
De derde dag zal zeker in het geheugen gegrift staan, want rond 21h Dourtijd gaan na een druilerige, regenachtige dag de hemelsluizen open en wordt het terrein omgedoopt tot een modderpoel en vijver . Op die manier hebben we The Herbaliser aan onze neus zien voorbijgaan; in een koers noemt zoiets ‘temporiseren’ … Inderdaad, het is van toen Destiny’s Child’s Dour (2000) hier kwam aanmodderen geleden dat deze taferelen nog te zien waren … de dames bleven dan wel schoon, maar wij (nu) …
Niet getreurd, we zijn doorwinterde modderratten en hebben het volgende klaar …

In de verte zagen we het beloftevolle The Amplifetes uit Zweden die hun synths heerlijk  kruisten met aanstekelijke gitaarpop. Een vleugje Hot Chip en freefolk integratie. Toegegeven, al veel gehoord zulke bandjes, maar altijd wel leuk.
 
Les Ogres de Barback
trok al meteen onze aandacht op dag 3. Hun muziek heeft iets van Onze Nieuwe Snaar mee (door geen enkele Franstalige ami gekend btw!) en voelt de Zuiderse cultuur van Marseille, les Misérables en onze J Brel aan. Ze hebben altijd een indrukwekkende constructie staan op het podium en acrobatie sierde hun Franse zigeuner/chanson/hippop. Er valt altijd wel iets te beleven met die Fransen.

Architecture In Helsinki staat in het najaar in de Vk* . Na het aantrekkelijke debuut van deze Aussies, zakte hun zwierige, frisse en dromerige danspop wat in elkaar . Ze dobberden wat rond en brachten geen aanstekelijke popsongs meer, maar met het recente ‘Moment bends’ kan daar terug wat verandering in komen . Enkele oudjes werden zelfs moderner aangekleed, waren springerig, sprankelend, dansbaar en kregen een disckokitsch tune. De man- vrouw zang werkte. Top was hun Londonbeat’s “I’ve thinking of you.
Architecture In Helsinki verwerkt invloeden van een Los Campesinos, Metronomy en gooit er nu nog de Scissor Sisters bij. Door onze Franstalige vrienden wordt dit leuke bonte gezelschap ferm gesmaakt.

‘A tribute to Bob Marley’ laten we niet zomaar aan ons voorbij gaan. Een eerbetoon aan de grootmeester … Groundation wou er een feestje van maken. Ze doen dit voor hun publiek, de fans, hun ‘king of reggae’ en symbool van de rastafaribeweging en ook een beetje voor elkaar, want dan is iedereen samen om op tour te gaan; vooraan stegen de temperaturen in de barre omstandigheden. We hoorden enkele classics – “ Could you be loved” – ‘They made the sun shinin’”, vrienden!

Een ander feestje was aan de gang in La Petite Maison met Fool’s Gold . We waren al onder de indruk van eerdere gigs van dit onderschatte viertal. Een stomende set leverden ze af met hun muzikale smeltkroes aan stijlen , die het nauwst aan afroworldpop leunen. Muzikale veelkleurigheid, een opzwepende percussie, sambaballen, twinkelende gitaren, energieke gitaarriedels, blazers en … springende groepsleden die zelfs door de knieën gingen. Gevolg: een enthousiast publiek. “Suprise Hotel” en “Nadine” twee instant classic hits fungeerden als rode draad door hun set! Een concert to remember!

Altijd wel gedacht dat Saul Williams iets Duivels had, want na z’n set begon de regenleute … En toch klinkt de militante hiphopper/ poe-eet klinkt met de jaren muzikaal gematigder … meer band , meer muziek, prikkelende songs en minder ‘spoken words’/vurige raps.

Een aparte combinatie was 13 & God, The Notwist vs Themselves. De muzikale wereld samenkrijgen van indiepop, knisperende elektronica en snedige hiphop is geen evidentie . Soms vonden ze elkaar in die dromerige, slepende, groovende, dreunende indie-elektronica en hiphop, andere keren prikkelde de verscheidenheid en zoekende eenvormigheid onvoldoende. Wel leuk om ze eens bij elkaar te plaatsen, maar of de formule blijft aanslaan …

Saul Williams gaf na z’n set al eerder de aftrap , want toen we nog een glimp wouden oppikken van The Herbaliser moesten we het op een lopen zetten door de regenval. Maar ok we konden bekomen op Horace Andy die de ambetantigheden zalfde door dansbare reggae/ dancehall/dub grooves. Fijne set, maar een beetje teveel van hetzelfde …

Een stukje IamX leert ons dat ze erg populair zijn bij onze Franstalige vrienden. Heftig donderende en bezwerende Elektrorock met een galmend industrial pepersausje en een zanger die z’n publiek trachtte op te zwepen na deze fikse plensbui. We herkenden alvast “Nature of inviting”, “Cold red light” en “President. Een aangename kennismaking.

Een wrange nasmaak hield ik na de gig van Suede. Onmiskenbaar samen met Curve bepalend in de nineties door hun muziek-met-een-donker randje, die op hun beurt bands lanceerden als Elastica, Placebo en nu terug ‘hype’ en ‘hip’ worden door de heropleving van de huidige waverock van Editors, Interpol en White Lies.
Maar vanavond was de Suedemania zoek, een matige belangstelling; de band speelde nochtans op hun best, energiek  en emotievol, maar Anderson en de zijnen waren waarschijnlijk vergeten dat het publiek nog moest recupereren. Geen enkel ‘warm’ woordje kon er van af om de vonk te doen overslaan. Het leek dan maar op een routineuze klus afwerken.
We hielden van hun glamrockend concert, strak , direct, power en gevoelig, met o.m. “She”, “Animal nitrate”, “Trash”, “Can’t get enough”, “So young” en “Beautiful ones”; het kitscherige, ingetogen “Saturday night” die nog in het KC de elementen samenhorigheid, hart - breken & -verwarmen bood, kon bijgevolg vanavond hier niet prikkelen. Spijtig, want Suede kon ‘de new generation’ naar zich toe trekken.

Booka Shade warmde ons dan maar op met hun elektronic/techhouse en trance . Tja dit smaakte naar meer en brengt Underworld, Chemical Brothers dichter bij de huidige dance van o.m. Digitalism. Fijn dansbaar setje van de heren.

Dat deed The House Of Pain in zekere zin ook; net als eerder geprogrammeerde hiphopbands spreken zij verschillende generaties aan . Zanger en frontman Everlast, al serieus getekend door het leven, houdt van een Cypress Hill, Public Enemy en Fun Lovin’ Criminals. Met een live band , DJ Lethal terug in de gelederen en een extra MC speelden ze een goede, gevarieerde set tussen pop, rock, hiphop en country. Af en toe hoorden we tunes van eerder voorgenoemde MC  vrienden . 
Het waren niet allemaal “Jump arounds”, “Put your head on”, “Dany boys” en “Back from the dead”’s,  maar ook een handvol poprockend materiaal hoorden we als “Just another victim” en “Put on your shit kickets”. Tja, Everlast, FLC en Johnny Cash, die hebben wel iets gemeen. Toffe set. We misten wel het gekende HOP- logo …

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken vrijdag 15 juli 2011
Op dag 2 waren er interessante acts te noteren van Ice Cube, Mogwai en het herenigde Pulp. Een gevarieerd aanbod van goede bands & artists die dan door de beats & pieces en visuals van Vitalic kon worden besloten .

Een eerste halt hadden we met Two Gallants en het deed band & publiek deugd elkaar terug te kunnen zien . Een intens doorleefde melodieuze rauwe rock’n’roll sound, beheerst en even uit de bocht. Het duo is er terug bij, deed ons huiveren en liet enkele oudjes als “Steady rollin’” (kan niet gemist worden tijdens een livegig) en “Despite what you’ve been told” op ons los. The God Machine van Robin Proper-Sheppard hoorden we deels in de eerste songs.
Uiterste genietbare gitaarpartijen, een schuurpapieren stem, een snijdende mondharmonica en bezwerende, opzwepende drums. Heerlijk wat het duo presenteerde. Hier kunnen The Kills een puntje aan zuigen en onze Black Box vrienden zouden net als ons even content zijn, om het Two Gallants duo op zo’n gemotiveerde wijze te zien spelen.

We hoorden even de tunes van het Franse Jamaïca. Net op de tijd om “I think I like U 2” te horen, een fijn nummertje van een even fijne gitaarpopband.

We konden niet omheen onze Franstalige vrienden Yew – de leden hebben een goede band opgebouwd en hun aanstekelijke, opzwepende en frisse folkrock werkte. Het kwintet haalde nog een paar muzikanten en vocalisten en bouwde in de ietwat grote tent een fijn feestje, waar Festival Dranouter mag gecontacteerd worden om het beloftevolle Waalse bandje te programmeren tijdens de nachturen. The Whiskey Priests, The Pogues, Dubliners en Altan vlogen om de oren. Gezellige dansbare muziek van een erg amicale band!

Het Britse Qemists hebben hun live reputatie alle eer aangedaan. Een explosief, energiek optreden met dansbare grooves, zonder de new rave van dubstep te vergeten . Ze kunnen het heel vlotjes integreren in die mix van rock, hiphop, elektronica en drum’n bass . Gitaar, bas, drums, keyboards, laptop en het opwindende duo , zangeres Jenna G en MC Dan Arnold, zorgden voor een feestje in de dancehall … Knap done, hoor …

‘Hiphop is in the house’, dierbare vrienden . Gisteren nog een (overtuigende) set van Cypress Hill, dan vandaag al overdag met Ice Cube .En morgen is er dan de House Of Pain … En overmorgen Public Enemy, netjes verdeeld dus … Ondanks de vele eenvormige ‘old skool’ gelaagde hiphopbeats en diepe basstunes zorgde hij en z’n MC ervoor dat het publiek vooraan goed waren opgewarmd, de left,  right en backside hebben het geweten. Spectaculair is het allemaal niet meer, getuige ook de laatste cd ‘I am the West’, maar het is altijd wel leuk om deze hiphopstyle en beats terug te horen.

Andere koek was Kylesa. In de Vk* intrigeerden ze in het voorjaar en al even gemotiveerd en overtuigden klonken ze in de kleine La Petite Mason dans la Prairie. Inderdaad, ze hebben een fantastische mokerslag van een plaat ‘Spiral Shadow’ en het kwintet met twee drummers speelden een prachtige mix van metal, grunge, stoner en indie. Een frontman (zanger/gitarist Philip Cope) én een frontvrouw (zangeres/leadgitariste en vrouw met ballen Laura Pleasants) verdeelden de vocals netjes onder mekaar en zorgden voor een knappe variatie van schreeuwerige en puntige vocals. Songs met een sterke opbouw en vele tempowisselingen, krachtig, energiek en vettig rockend! Wat een power …Waaw!

Mogwai moet het eerder hebben van de angst met Satan en hen plaatsen op een hoofdpodium vóór het avond wordt, is wel raar. De spanningsboog en broeierige intensiteit die ze weten op te bouwen met hun postrock deed de aandacht eerder verslappen en zakte dus wat ineen bij het daglicht. Ze behielden weliswaar het gelaagde gitaargordijn, de repetitieve opbouw en de klankkleur; de recentere songs hebben dan ook een melodieuzere ondertoon, zwellen aan , maar exploderen niet echt meer .  Plus dat ook de elektronicaritmes een ingangspoort hebben gevonden .
Opgelet, Mogwai viel niet echt uit de boot hoor, maar overdag werkt het minder, enkel met die typische “Mogwai fear Satan” en “Glasglow mega snake” was het volledig uitgewerkt volgend de oude formule van verschroeiende gitaren, drums,  gitaarxplosies, feedbackgeraas, noise , delays en pedaaleffects …

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal worden ze omschreven, Neurosis met name. Geen hapklare muziek maar dit gezelschap, die al van ’85 bezig is, voegen er duistere soundscapes en samples aan toe . De bijhorende visuals tonen aan dat Neurosis geen daglicht verdraagt. Punt uit. Neurosis biedt een filmische, huiveringwekkende trip met hun slepende en krachtige melodieën en grauwe vocals. Neurosis  is een intense (pijnlijke) ervaring, en ze zijn net als Isis, Sunn O))) en Amenra uniek in hun stijl.

Pulp onder spil Jarvis Cocker, heeft de brug nog niet kunnen slaan met de jongere generatie. Dus het was rustig aan de mainstage. Dat belette niet dat de nostalgische Pulp sound er eentje was om van te snoepen .
Een praatvaardige Cocker zei dat het van ’94 was geleden dat ze hier nog waren en vroeg zich af wie er nu nog bij was. En hop “Do you remember the first?” … Luchtige, sfeervolle songs sieren het werk; Een collectie tijdloze ‘Britpop’ songs, tussen meligheid en cynisme (the words of friend Gust!), die respect afdwingen en met een mooie orkestratie en gepaste hoeveelheid beats ingevuld worden.
De dartelende ‘middle-class hero’ Cocker entertainde z’n publiek als een stand-up comedian, en betrok het publiek steevast bij de niet makkelijke songs. Maar met z’n uitgebreid collectief zorgde hij voor enkele prachtmomenten als “Disco 2000”, “Feeling called love”, “Underwear”, “This is hardcore” en “Common people”. Kitsch , glamour & glitter ontbraken niet met torenhoog hun naam en flikkerlichtjes.  We hielden van deze de man-van-alle- kunstjes. Fijne comeback – fijne set …

Een stukje Deerhoof namen we er nog graag bij om dag 2 te besluiten . Inderdaad de Amerikaanse band die het eerder houdt op een avontuurlijk geluid, met de nodige experimentjes en onder de Japanse kreetjes van Satomi Matsuzaki, zijn nog altijd even bizar, maar de toegankelijkheid sijpelt meer door . En dat maakte het ons even wat makkelijker om de nacht in te gaan, niet …

donderdag 07 juli 2011 02:00

Horses and High Heels

In de loop van vijf decennia is Marianne Faithfull uitgegroeid tot één van de grote dames van de popmuziek.
Al een  pak platen lang houdt ze van pareltjes uit het popverleden. Ze krijgen een oppoetsbeurt en ze hier van Nat King Cole tot de Gutter Twins. Ze vult aan met een handvol eigen composities. Op die manier tuimelt ze in het hitarchief, en houdt zich levendig (jong) door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze gaat in zee met een keur aan gast- en sessiemuzikanten en deed net als de vorige cd uit 2009 ‘Easy come, easy go’, beroep op  producer Hal Wilner, die ook al achter ‘broken english’ stond.
Het is een mooie, afwisselende cd geworden; de songs hebben een broeierige ondertoon en zijn tot in de puntjes uitgewerkt; er is de aandacht voor subtiliteit, het geheel straalt een vaudeville stijl uit en balanceert tussen indringend gevoel en een optimistische stemming. Haar gruizige, grauwe, rokerige stem geeft kracht, emotionaliteit en kwetsbaarheid.
Naast een pak ingetogen, sfeervolle, dromerige songs zijn we toch onder de indruk van de popsongs als “Why did we have to part”, “No reason”, “Gee baby” en “Eternity” . Een grenzeloos respect verdient ze en dat heeft ze voor heel wat artiesten en bands. Klasse dus!

donderdag 23 juni 2011 02:00

Blood Pressures

Drie jaar na de derde cd ‘Midnight Boom’ verschijnt van het rauwe garagerockabillyblues, vrouw – man duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince, de vierde ‘Blood Pressures’. Op de vorige cd klonken ze al toegankelijker en melodieuzer en naast de ritmebox sijpelden elektronicabeats door. Deze lijn wordt verder gezet en het zompige, smerige en rammelende geluid en de gejaagde ritmes zijn op het achterplan geraakt. Minder opwindend , doorleefd, verbeten en beklijvend dus maar nog steeds een broeierige sound. Vooral “Satellite” en “DNA” zijn heel erg sterk en zij vormen het uitgangsbord van de cd. We houden er van als ze songs spelen als “Heart is a beating drum”, “Nail in my coffin’” en “You don’t own the road”. De rest is minder krachtig en kernachtig.
Goede plaat, niks minder, maar ook niks meer …

Altijd wel leuk bands aan het werk te zien als een Vetiver die een neofolky/americana stijl hanteren. De band rond de charismatische zanger/gitarist Andy Cabic, een jonge Tom Waits lookalike met hoed op, biedt de ideale soundtrack voor een midzomeravond als deze. Hij heeft met z’n band al een handvol cd’s uit en plaatste de opvolger van ‘Tight knight’, ‘The Errant Charm’ in de spotlights, rustig voortkabbelende, dromerige songs die sfeerschepping voorop stellen; materiaal die country/blues laat doorsijpelen en af toe iets meer vaart krijgt en krachtiger durft te kinken. Je kunt niet omheen Devandra Banhart, South San Gabriel, Fleet Foxes, Grizzly Bear en Local Natives om Vetiver ergens te plaatsen.

Ook vanavond kregen we een goed uur easy listening pop met een rockend hart op het einde. De songs zitten goed in elkaar, maar beklijven of overdonderen niet echt meer. De lichtvoetige en broeierige pop van sfeervolle songs als “Hard to break”, “Rolling sea”, “You may be blue”, “Sister” en “Worse for wear”, worden bepaald door gitaargetokkel, elektrische gitaar, synths en spaarzame en slepende, schuifelende percussie. De lichthese, gevoelige zangpartijen geven elan. Halfweg de set durfde het ensemble naar een forsere aanpak te gaan, iets dieper en breder, o.m. door een uitgesponnen “Luna sea”, “It’s beyond me” en “Wonder why”. Songs die eerden mochten verdeeld zijn tussen het ingetogen materiaal.
Vetiver was hier voor de derde keer te gast en komt graag naar ons landje omdat het publiek het materiaal apprecieert en de band een warm hart toedraagt. In de bis  trokken ze feller van leer, een rockende band op “Can’t you tell” en “More of this” waarbij Jon Spencer en The Cramps eventjes kwamen lonken.

Vetiver bood een open, warme sound van innemend materiaal en broeierige rockers; het leverde een afwisselende set op en doet ons ‘hunkeren naar’ en ‘mijmeren van’ zomerse avonden aan het strand …

Ook de support was meer dan de moeite waard. De onbekende Marques Toliver kreeg meteen het publiek naar z’n hand in de Rotonde, gezien hij zich bij het publiek plaatste en met een minimale versterking hen moeiteloos inpalmde met z’n heldere, krachtige, indringende stem. De jonge afro ‘Daytone Beach’-er overtuigt met akkoorden autoharp en viool en scherpt de songs aan met te stampen met zijn leren ‘boots’ op de vloer, vingertics en z’n
vriendelijke indrukken en verhaaltjes.
Eenvoudig, doeltreffend en doordacht. ‘Markiés’, zoals we de naam moeten uitspreken, deed het met zijn stem, muziek zonder band en zonder tape. Een sing/songwriting en een neofolky stijl die doordrenkt was van soul en r&b …
(Nog te zien op deep in the woods festival, eerste weekend september - http://www.deepinthewoods.be )

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 09 juni 2011 02:00

Computers & Blues

Mike Skinner en de zijnen zijn toe aan hun laatste cd. Het werd steeds meer een moeilijke bevalling. We hoorden vroeger al twee fijne platen ‘Original Pirate Material’ en ‘A grand don’t come’, dan begon het al wat stug te worden met ‘The hardest way to make an easy living’. Op de vorige cd ‘Everything is borrowed’ sijpelde de ideeënarmoede door.
De recente ‘Computers & Blues’ ligt in dezelfde lijn, goed, maar ook niet meer dan dat. Enkele gastvocalisten ondersteunen Skinner, wat elan biedt op deze mengelmoes van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step, o.m. Robert Harvey (van The Music) Clare Maguire en Laura Vane ( van The Vipertones).
Het tempo ligt beduidend lager dan vroeger; de sounds en bleeps zijn warm, licht, toegankelijk, sfeervol en dromerig.  Songs als “Puzzled by people”, “Without thinking”, “Soldiers”, “We can never be friends”, “Omg”, “Trying to kill me” en het afsluitende “Lock the locks” zijn nog steeds de moeite , maar algemeen werkt die mellow hihop en de raps minder aanstekelijk en treffend.
Ondanks het feit dat The Streets me door de jaren steeds heeft geboeid, zullen we Skinner wel missen, maar het is duidelijk dat het muzikaal kaarsje rustigweg uitdoofde.

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys
Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 64 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Een paar jaar terug werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’.
Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze ‘grande’ dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Na ‘Stumble into grace’ en ‘All I intended to be’ heeft ze de opvolger klaar ‘Hard Bargain’, die welhaast een reünie is van een virtuoze groep oudgedienden, waarmee ze nu al jaren op tournee trekt. De zangeres pakt uit met haar akoestische gitaar en zorgt met de band voor een gestileerde geluid binnen de rootsrock. De sound raakt minder dan de periode van haar comeback.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditionelere aanpak bood intens pakkende momenten.
Ze slaagde erin de covers op de platen een eigen toets te geven, nauwelijks herkenbaar van het originele! En ze eert haar dierbare vrienden/artiesten o.m. Townes Van Zandt, Bob Dylan, Gram Parsons en Kate McGarrigle; live speelde ze met een breder instrumentarium “If I needed you” en “Pancho & lefty” (in de bis), verder een emotievolle “Every grain of sand” (Dylan) en ze voegde er nog een indringende en aangrijpende “The road” en “Darlin’ Kate” aan toe.
Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool en toetsen en de typische Nashville/Tennessee - slides ontbraken niet.
Ze was onder de indruk van het prachtige Concertgebouw en ook de Meifoor in Brugge bracht haar soms naar San Francisco.
Gevoeligheid in de luistersongs is en blijft het centrale gegeven in het songmateriaal of het nu innemend, breder of krachtiger klinkt. “Six white Cadillacs” opende de set en samen met “Get up, John”, “Luxury liner” en “Born to run” waren dit de meest snedige uptempo countryrockers. Verhaaltjes en indrukken vertelde ze met veel elan; de ‘on the road’ songs als “Big black dog”, “Home sweet home” sierden en intens pakkende momenten hadden we met “Orphan girl”, “Red dirt girl”, “Making believe”, “My name is Emmett Till”, ”The pearl” en “Going back to Harlam … Beklemmend materiaal en een beetje huiveren … Een Low Anthem profile schemerde soms door als ze met haar Red Dirt Boys netjes op een rij of dicht bij elkaar stond.

Eenvoudigweg een prachtprestatie en muzikale levenswijsheid dus, gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Organisatie: Brugge Pluw & Concertgebouw (ism Greenhouse Talent)

donderdag 02 juni 2011 02:00

Smart Flesh

‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak nam een voorname plaats in. Wat een charme-offensief.
De opvolger biedt ook veel klasse door de variatie en het warme kamergehalte, maar overtreft de voorganger niet.
Maar geen nood … De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
De plaat werd opgenomen in een pastasausfabriek en werd geproduced door Mike Mogis (Bright Eyes). Intieme americana, broeierige alt.country en neofolk, , melancho en (ietwat gejaagde) rootsrock , waaronder het dromerige “Ghost woman blues” die de aanzet geeft, verder “Apothecary love” en “Burn”, een rockende “Boeing 737”, een “Hey, all you hippies” met een Green On Red gehalte, ingehouden stemmenpracht op “Love & altar” en “Golden cattle”, een verdwaalde “Matter of time” en “I’ll take out your ashes” en tussenin een prachtig intermettzo van “Wire”.
Een mooie afwisseling horen we, kamermuziek met een pepersausje indien nodig, eenduidiger dan voorheen; ze intrigeren nog steeds door het bedwelmende karakter, de gemoedsrust en de uitbundigheid. Hier komen songwriters Dylan/Cohen, The Band, The Triffids, Green On Red en My Morning Jacket samen. Puik gedaan!

donderdag 02 juni 2011 02:00

Let England Shake

We zijn altijd benieuwd wat Polly Harvey weet te brengen van platen. Ze deed beroep op ‘usual suspects’ John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey, die bij talrijke samenwerkingen met haar te horen waren. Als we even terugblikken over het muzikale verleden ging ze hard, zacht, snel, traag, donker, licht en mooi te werk … Grillig, melodieus, subtiel, sfeervol, lieflijk materiaal dat ze zingt, schreeuwt, declameert of kirt.
De nieuwe plaat is een intens broeierige plaat geworden … “This time I’ve been just looking out”, lezen we ergens in de bio en ze heeft het over de heroïsche als de gewelddadige kant van haar ‘country she loves’.
De songs kunnen elementair, groovy als kronkelend zijn, soms zoekend naar toegankelijkheid, met een typische Britfolky ondertoon én gedragen door een etherische zang, die durft over te helen naar Björk kapsones.
Meeslepende, kwaliteitsvolle songs dus met een dampende titelsong, een bezwerende “The glorious land” met hoorngeschal, een intense “On battleship hill”, de opbouwende, eenduidige “In the dark places” en “Bitter branches”, en de sober ingehouden “All & everyone” en “England” die breder durven te klinken.
Kortom doel - treffende contrasten schuilen er in de plaat die Polly Harvey nog steeds op een voetstuk plaatsen, een begenadigde talent met een conceptplaat over haar land …

Pagina 272 van 338