AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Concertreviews

Two Gallants

Two Gallants - Nog steeds even intens

Geschreven door

Scrappy Tapes mocht de feestelijkheden op gang schieten en dat zal ik geweten hebben. Twee bleke jonge snaken in houthakkershemd hadden me meteen te pakken met het morsige "Kokomo blues" dat bijeen gehouden werd door een heerlijke slide, schitterend nummer. Verbazingwekkend genoeg moesten de zompige bluesnummers die volgden absoluut niet onderdoen. Ik moest me toch even in de wang knijpen. Kwam dit duo wel uit Gent? Lagen de roots van zanger-gitarist Jochen Degryse wel in Beselare en niet in Clarksdale? Dit leek echt eerder een groepje dat 'Fat Possum' zo'n 15 jaar geleden met plezier getekend zou hebben, denk maar aan Twenty Miles. Na dat verbluffende openingssalvo bluessongs veranderden Scrappy Tapes het geweer van schouder en lieten de gitaar wat luider rammelen in een poging te klinken als de alomtegenwoordige Black Keys, wat net niet helemaal faliekant afliep. Had echt niet gemoeten temeer ik gans die heisa rond The Black Keys niet begrijp, net nu ze hun garageblues definitief hebben afgezworen ten voordele van futiele stadionrock. Nee, Scrappy Tapes hoeven zich nergens aan te spiegelen en gewoon hun ding doen wat op enkele uitschuivers na meer dan aardig lukte. Ik vind het trouwens een verheugende en enigszins ook geruststellende vaststelling dat er nog steeds jonge gasten (een tijdje geleden stond ook Tiny Legs Tim hier op de planken) zijn met de ware blues in de genen.

Na een korte maar hevige periode met heel veel optredens en een erfenis van drie LP's en één EP hielden Two Gallants uit San Francisco het in 2009 voor bekeken. Beiden hadden eigen projecten en Tyson Vogel ging zelfs even drummen bij Port O'Brien. Maar nadat ze vorig jaar al opnieuw samen gesignaleerd werden op Rock Herk en Dour lijkt de comeback nu een feit. Dat bracht hen voor een eenmalig Belgisch concert naar de 4AD dat hiervoor aardig vol liep.

Op het eerste zicht leek er niets veranderd en aan intensiteit heeft het duo nog niets ingeboet. Adam Stephens vloog er als vanouds stevig in: heftig aan de snaren plukkend, regelmatig op de knieën vallend en zingend met een soort verbetenheid die je maar zelden ziet. Ook de wild om zich heen meppende Tyson Vogel bleek nog steeds van cruciaal belang en was nog niets van zijn kracht verloren. Ook hun songs, die de oude American Folk een dimensie bezorgen, bleven stevig overeind. Hoogtepunten, "Seems like home to me" en "Steady rollin' ", mogen stilaan als classics worden beschouwd.
Maar er staat een nieuwe plaat in de steigers en dus kregen we ook een hele rits nieuwe songs. En in dat nieuwe werk worden er overduidelijk andere horizonten opgezocht. Daar heb ik zeker geen bezwaar tegen, integendeel, niets mooier dan een band die zoekend is. Alleen heb ik zo mijn twijfels bij die nieuwe songs, waarin Two Gallants duidelijk aansluiting zoekt met een veranderde tijdgeest. Het deed me meermaals denken aan Fleet Foxes: die samenzang! terwijl het muzikaal toch ook meer richting pop is opgeschoven. En die weelderige kinbegroeiing van Vogel lijkt mijn vermoeden alleen maar te bevestigen. Eén nummer lag dan weer in de lijn van - daar zijn ze weer - The Black Keys! Straks krijg ik er nog een allergie aan.
Ik gun het nieuwe werk voorlopig het voordeel van de twijfel want ook de oude Two Gallants-songs waren niet altijd hapklare brokken. Even de plaat afwachten dus maar die onzekerheid verhindert me wel dat ik nu al mijn superlatieven bovenhaal.

Desalniettemin : schitterend concert hoewel sommigen er toch een licht knagend gevoel aan overhielden. De verhoopte, niets ontziende triomf bleef immers enigszins uit …

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis - Rockabilly Party in da House!

Geschreven door

Het deed deugd, meer dan deugd om in deze winterkoude te kijken, voelen, luisteren, genieten, dansen van de  hitsige, swingende, dampende en zompige songs van de twee zussen Kitty, Daisy en hun broer Lewis (tussen de 18 en 22 jaar) uit Londen. Klassieke rootsmuziek, een Retro Radio Modern, rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons uitnodigen tot een heupwieg en een swing’n’boogie  danspasje met z’n twee.

Hier kon je niet stilstaan, heerlijk was het op zo’n barre winteravond … De ganse familie is hier meegereisd, want pa Graeme speelt gitaar , banjo en moeder Ingrid (Weiss) contrabas. En tot slot een Jamaicaanse trompettist Edward ‘Tan Tan’ Thornton kleurt en siert het gezelschap.
Ze zijn toe aan de tweede cd ‘Smoking in heaven ‘ , na het titelloze debuut van een pak opmerkzame covers . Na hun set op het R&B Fest in Peer en de daaropvolgende gig in de AB zijn ze uitgegroeid tot één van de hipste groepjes van het moment. De Handelsbeurs werd onmiddellijk omgetoverd tot een rokerige nachtkroeg … zonder rokers weliswaar…
Jeugdig enthousiasme, freakness, speelsheid, spontaniteit en kunde ! zijn de eerste woorden die opborrelden. Broer en zussen wisselden van instrument alsof het een fluitje van een cent was . Wat een energie, dynamiek, friste en gemotiveerde ingesteldheid! Ze gingen er letterlijk voor. Zus Kitty viel nog het meest op door met haar hele lijf ritmisch op de drumkit te meppen als de vrouwelijke Animal uit de Muppet show …Wat een “Wo-man” hoorde ik naast me. 
Natuurlijk kwam de recente plaat in de spotlight. De bluesy instrumental “Smoking in heaven”  was de ideale sfeermaker om het publiek op te warmen. Meteen kwamen er dan al een paar knallers als “I’m going back”  en “Will Iever” . Op “Tomorrow” zette de trompettist letterlijk eerst zijn keel open en blies er dan beheerst op los.
Het gezelschap tekende voor een ‘Rockabilly Party in da House!’, waarbij het poppy “Messing with my life , de publiekslieveling “Going up my country” en de classic “Hillbilly music “ niet ontbraken; we konden genieten van de  boogieswings “Baby don’t you know”  en “You’ll soon be here” , van de oubollige countryblues “I’m coming home”  en van een handvol instrumentals als “Paan man boogie”  en het lang uitgesponnen, groovende “What quid” in de bis. Iedereen liet hier zich eens  lekker gaan. En Lewis lijkt een jonge G. Love  als je hem bezig hoort op “Don’t make a fool out of me” .

De familie Durham hield het uitermate gezellig en zorgde voor voldoende variatie in hun spel, wat een boeiende, aangename, dansbare en ontspannende set opleverde … Een ideaal avondje uit om het weekend te besluiten … Af en toe speelden of sloegen ze er een maatje naast, maar wat wil je anders als je er totaal voor gaat … Van zulke traditionele band kijken een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer , Heavy trash en Boss Hog op …

Gemma Ray opende met haar band en baadde ook al in die fifties country, sixties ballads, rockabilly en hillbilly mijmerend aan de  gitaarlicks van  Poison Ivy (The Cramps). Gemma geeft  er een eigen emotievolle sing/songwriting aan , aangevuld met doorleefde‘70s Hammond toetsen, en haar indringende heldere stem . De afwisseling van het frisse, trippende en ingetogen materiaal vormde het kader in een Saloon Bar van een Q. Tarentino film . Een best leuk muzikaal recept!

Organisatie: Democrazy (ism Handelsbeurs) Gent

Beoordeling

I Break Horses

I Break Horses - Heerlijk ontwaken uit een lange winterslaap

Geschreven door

De groepsnaam mag dan wel gestolen zijn uit de Smog discografie, wie zich verwacht had aan een door Bill Callahan geïnspireerde melancholische set met klassiek instrumentarium  kwam lelijk bedrogen uit.  Liefhebbers van onderkoelde synths, opeengestapelde repetitieve gitaar effecten en etherische, honingzoete zangpartijen beleefden daarentegen een onvergetelijke avond. De shoegazer adepten zeg maar, die hun muzikale helden (Slowdive, Spiritualized,…) zowaar naar huis hoorden gespeeld worden.

Meer dan 3 jaar heeft I Break Horses, een nieuw Zweeds snoepje uit de Bella Union stal (van o.a. Beach House, Explosions In The Sky,…) rond de creatieve spil Maria Lindén en Fredrik Balck, aan hun debuutplaat ‘Hearts’ gesleuteld, met een onweerstaanbaar meeslepende live uitvoering tot gevolg.  Een set die klonk als één langgerekte, weelderige soundscape die je van bij het begin onder hypnose bracht en aan het eind een prettig gevoel gaf alsof je net uit een lange winterslaap ontwaakt was.      
“Pulse” klonk als een onheilspellende, deprimerende nacht met aan het eind slechts een flets streepje zonlicht aan de horizon, terwijl de reverb drum intro van “Empty Bottles” knipoogde naar “Just Like Honey” van The Jesus And Mary Chain, maar al vlug evolueerde naar een onvervalste “Cocteau Twins” classic. “Load Your Eyes”, nog zo een bedwelmende geluidservaring, mondde uit in een eruptie van gitaar effecten om ijsblokken mee te verzagen terwijl “Hearts” toepasselijk voort dobberde op een pulserende hartklop percussie.
Intussen bood het in nevelslierten gehulde, onderbelichte podium slechts af en toe een glimp van Maria Lindén, die, getooid in een rode, Middeleeuwse mantel, de ultieme mysterieuze, verlegen frontvrouw belichaamde. Afgenomen van enkele korte, beleefde dankwoordjes tussen de nummers door gaf ze niet meer van haar geheimen prijs.

Een zekere hitgevoeligheid werd geëtaleerd met de single “Winter Beats”, waarna het publiek tijdens afsluiter “I Kill Your Love, Baby” nog eens meegenomen werd naar een universum waar M83 en Seefeel graag vertoeven.  Te veel mensen rondom ons bleken zodanig verzwolgen in een gelukzalige trance om achteraf nog het applaus te bezorgen waarop I Break Horses recht had.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Azari & III

Azari & III – dolle veredelde DJ-set

Geschreven door

De Canadese live dance formatie Azari & III was einde vorig jaar al te bewonderen in het Depot in Leuven en kreeg lovende kritieken voor hun performance. Vanavond zijn ze te gast in de Orangerie van de Botanique. De laatste jaren deden ze heel wat discotheken kraken met hun catchy hitsingles “Hungry for the power” en “Reckless (with your love)”. Hun naamloze debuutalbum was meteen een schot in de roos en zorgde voor een wereldwijde doorbraak in 2011. Alle ‘hipster kids’ op post voor deze house-sensatie.

Karin Park, het Zweedse duo, bestaande uit broer en zus Park, mag het talrijk opgekomen publiek opwarmen met hun Scandinavisch geïnspireerde synth pop met een duister cold wave kantje. Hun sound is vergelijkbaar met The Knife en in de stem van de imposante en streng uitziende Karin komt bij wijlen een Björk-geluid boven drijven. Karin Park lijkt op het eerste zicht veelbelovend voor de toekomst. Of het een blijver is zal nog moeten blijken. Aan talent en podiumprésence alvast geen tekort.

Exact een mager uurtje stond het viertal van Azari & III op het podium. De intro van de twee knoppendraaiers Dinamo Azari en Alixander III luidde komst van de twee kleurrijke en uitzinnige vocalisten in. De knotsgekke energie waarmee Fritz en Cedric over het podium dartelen sloeg al meteen over op de heupen van het publiek. Het werd meteen duidelijk dat het publiek er evenveel zin in had als de twee zangers die uit een foute 80’s clip leken weggelopen te zijn. We hoorden opeenvolgend “Manhooker”, “Hungry for the power“ en “Indigo”, netjes gebeatmixt door middel van twee cd-spelers, versterkt door live percussie op drumpads. Bij momenten leek de show gewoon op een veredelde dj-set, aangevuld met weliswaar twee geweldige entertainers. 
Het feestje barstte pas helemaal los bij “Lost in time “en de geweldige dance floor filler “Manic”. Voor mij althans het hoogtepunt van deze avond. Om het publiek nog wat meer op te zwepen wierpen de twee overacterende stemmen zich in het publiek om wat dolgedraaide danspasjes uit hun benen te schudden tijdens “Tuff City” en “Reckles (with your love)”. De gekte werd nog meer ten top gedreven bij het laatste nummer “No way back” toen het publiek ‘en masse’ uitgenodigd werd om de benen los te gooien op het podium. Ongetwijfeld een feestje voor de liefhebbers! Wie een sterke performance met veel live elementen had verwacht, zal zeker op zijn honger blijven zitten zijn.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Clap Your Hands Say Yeah

Clap your hands say yeah - Comeback met klasse en een optreden met klasse!

Geschreven door

Het NYse kwintet Clap your hands say yeah van zanger Alec Ounsworth heeft  in 2011 elkaar teruggevonden en na vier jaar stilte hebben ze een sterke derde plaat uit ‘Hysterical’, die het ietwat lauw onthaalde ‘Some loud thunder’  deels moet doen vergeten. En inderdaad, ook live putte het kwintet vooral uit de eerste en uit de recente cd; buiten het singlemateriaal van de tweede cd (“Satan said dance” en de titelsong ) werd hier niks meer boven gehaald.

CYSHY is een veelbesproken band door hun wisselvallige gigs … vanavond zagen we een homogene band , die de songs op evenwichtige, standvastige wijze speelde , het contact met het publiek onderhield en de warme respons enorm waardeerde . En ze hadden iets studentikoos op z’n Weezers over zich …
CYHSY … Een volle Orangerie . Bij hun vorige optredens hadden ze nog een volle AB, nu was de Bota Orangerie voldoende om een soldout concert te realiseren, gezien de hype als ‘blog’ band wat is overgewaaid … Ze waren toen wel de indieband bij uitstek …
CYHSY overvielen op hun debuut in 2006 met een geheel van ‘70’s retrorock, psychedelica en americana, onder de onvaste, zwevende zeurderige zang van Ounsworth. Een intrigerende, spannende, meeslepende, broeierige en innemende sound; de repetitieve en opbouwende dromerige lagen refereren aan de V.U., The Feelies, Talking Heads, Galaxie 500 en Grandaddy en met huidige bands als Arcade Fire en Broken Social Scene hadden ze een pact binnen die indiestijl.
Juist, ze hebben nu wel niet de meest consistente platen uit,  maar een aantal songs zijn in m’n geheugen gegrift en zijn pareltje om van te snoepen, “Over & over again”, ”The skin of my yellow country teeth”, “Satan said dance”, en nu songs als “Maniac”, de titelsong, en vooral “Into your alien arms”. Ze kwamen vanavond niet allemaal aan bod, maar vooral die laatste moeten ze zeker bij hun gigs toevoegen , want die staat erg hoog geprijsd, met drie uitroeptekens!
Bizar genoeg waren voor CYHSY veel van onze Franstalige vrienden … Maar ok, we genoten van de sfeervolle, dromerige songs , de op elkaar opgestapelde gitaarlagen en synths en die zweverige, onvaste vocals , die ons luilekker meevoerden naar een fantasierijke, leuke wereld; “Let the cool goddess  rest & away” en “Same mistake openden de set  en iets verderop was er o.m. “In this home of ice” en “Misspent youth”. Aanstekelijk en inwerkend op de dansspieren; wat feller, directer, snedig en gretig klonken “Hysterical”, “Details of the war”, “Lost & found” en “Ketamine & ecstasy”, naast het singlemateriaal “Satan said dance”, “Maniac”, “Is this love” en “…yellow country teeth”. De swing’n groove hoorden we alvast in die singles, en ‘en verve’ besloten met ze “Upon this tidal wave of young blood”, een leuke, puike pittige dasns uitsmijter van hun debuut.

In hun bezwerende, dromerige indiepop brachten ze voldoende variaties aan, waardoor ze niet verveelden of verzopen in gezapigheid . In de bis onderstreepten ze dit in drie afwisselende nummers, het twinkelende “Some loud thunder”, het sfeervolle “Adam’s plane” en een krachtige “Heavy metal” . Comeback met klasse en een optreden met klasse .
CYHSY is back, mensen! Cheers.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Real Tuesday Weld

The Real Tuesday Weld –Met een knipoog naar de Wild Wild West of Tarentino!

Geschreven door

Het Britse The Real Tuesday Weld had aardig wat volk in de Rotonde kunnen optrommelen. Het muzikale project van Stephen Coates is al van 99 actief btw (!) en houdt van cabaret, film, suspense, horror en literatuur … Iets wat de man weet te verwerken in z’n songmateriaal die het midden houdt van folk, americana, country, blues, jazz en elektronica . Hij liet zich voor de laatste cd ‘The last werewolf’ inspireren door Glenn Duncan’s novelle; vroeger deed hij ook al eens een muzikale bewerking van mans ‘I Lucifer’.
De songs ademden de sfeer van het Wilde Westen in een gepast Q. Tarentino kader en de band toverde de Rotonde om tot een saloon bar . Projecties op het achterplan sierden het spannende, broeierige , zwierige en het sfeervolle, ingetogen materiaal als “Wolfman” , “Me & Mr Wolf”, “I don’t like it “ en “The things I live”, waarbij zangeres/violiste Geri McEwan ook een glansrol vervulde . Fijn concertje!
 
Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Maccabees

The Maccabees – loon naar werk!

Geschreven door

Het uit Brighton afkomstige The Maccabees krijgt lovende kritieken met de derde cd ‘Given to the world’. Loon naar werk voor het kwintet (live met zes!) , na al twee overtuigende platen, ‘Colour it in’ en ‘Wall of arms’; aanstekelijke, broeierige, snedige en sfeervolle dromerige  indiepoprock; die intrigeren door een puike melodieuze opbouw, wat net op die derde cd volledig tot zijn recht komt. De band van zanger Orlando Weeks is niet vies van wat wave , shoegaze en punkfunk te laten doorsijpelen. Het maakt en houdt het geheel uitermate boeiend.

Live geven ze de songs een zelfverzekerd rock’n’roll gehalte door de frisse, ophitsende gitaren, een galmende gitaarriedel en een soms diep grommende bas, samen met elektronische synthgrooves en een bezwerende, opzwepende percussie .
De weemoedige zang zweeft over de nummers heen, en we horen een link naar Win Butler van Arcade Fire en Finn Andrews van The Veils . De verlegenheid van Weeks ebt volledig weg, door z’n uitnodigende houding en z’n charme. Hij hield alvast toffe herinneringen over aan het vorige concert in de Rotonde en de beeldhouwwerken in de Botatuin noopten tot inspiratie …
De openingssongs “Child”, “Feel to follow” en “Wall of arms” brachten ons in de juiste mood en balanceerden tussen een dromerig gevoel en uitbundigheid door de ritmewisselingen. Het daaropvolgende meeslepende oudere “No kind words” durfde door die variatie te exploderen. Jawel, de toon was gezet voor de rest van de meeslepende, broeierige en sprankelende nummers, die popelektronica en wave mengden. Een referentie naar Clap your hands say yeah en naar een nineties band als The Wolfgang Press was hier op z’n plaats .  Op “Can you give it” namen de synths een prominente rol in en de dubbele percussie zorgde voor dynamiek.
Ze bouwden op naar een spannende finale; we hoorden eerst overtuigende versies van “William Powers”, “First love” en “X Ray” door de aanstekelijke grooves. Snedige gitaren en twinkelende, huppelende ritmes zorgden voor een verbluffende “Forever I’ve known”, “Love you better” en “Pelican” (de eerste single van die plaat) . The Maccabees blikten moeiteloos hun publiek in en genoten van de warmte en de respons.
Ook in de bis hielden ze er een strak en zwierig tempo op na , die een orgelpunt had met “Grew  up at midnight” van de nieuwe plaat, sfeervol, hakkend en exploderend , lekker uitgesponnen om ons dan verdwaasd achter te laten .

2012 wordt het jaar van de doorbraak van The Maccabees! Meer bekendheid, respons, airplay en een ticket op …Rock Werchter . Mooi zo!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Howler

Howler - Nieuwe revelatie ? Zeer zeker

Geschreven door

Het nog prille 2012 heeft ook al zijn Vaccines gebaard, deze keer komen ze uit de States, ze heten  Howler, ze zijn cool as fuck en ze brengen een zootje opwindende rock’n’roll.
Het waarlijk fantastische en bijzonder aanstekelijke debuutalbum ‘America give up’ had ons zeer nieuwsgierig naar de AB Club gedreven en we zijn maar al te content dat we erbij waren, onze verwachtingen werden daar ruimschoots ingelost.

Van een beginnend bandje met amper een 36 minuten durend album op hun conto moet je geen marathonset verwachten, wel een kort en sterk visitekaartje, en dat kregen we ! Howler serveerde hun ophitsende, frisse en korte songs met een nonchalante scheut jeugdige adrenaline en een stel bedrijvige gitaren. Het leek ons meteen duidelijk waarom dit groepje door de internationale pers aan het hart wordt gedrukt, het vonkte en knetterde zoals dat bij echte rock’n’roll groepjes steeds zou moeten, maar we zien het helaas te weinig de laatste tijd.
De jongens van Howler hebben het. Wat het juist betekent, weten we niet echt goed, zijn het de juiste vibe, de groove of de looks  ? Geen idee, maar ze hebben het. Frontman Jordan Gatesmith heeft een aangeboren rockerspotentie in zich , zijn stem ligt ergens tussen Bob Geldof (ten tijde van vroege Boomtown Rats), Joey Ramone en Julian Casablancas in. De kerel zat ook geregeld aan de whisky, als dat maar goed afloopt.
De overige bandleden speelden met een ogenschijnlijke  slordigheid,  strak en gedreven als jonge wolven. Natuurlijk deed alles denken aan  de snedigheid van The Strokes, maar dan wel The Strokes die we nu al lang moeten missen (waarmee we maar willen zeggen, The Strokes hebben na  ‘Is this it’ geen plaat meer gemaakt die even opwindend is als dit hier). Verder hebben Howler ook de ballen en de vinnigheid van the Libertines en The Vaccines, niet toevallig ook groepjes die hun songs steeds met een gewillige rommeligheid en een vurige intensiteit op de wereld afvuren.
Amper 45 minuutjes gaven de jonge knapen het beste van zichzelf, en wij konden zo ruiken dat hier iets moois zal uitgroeien. Het was maar al te zeer genieten van vinnige rockertjes als “Back of your neck” (met heerlijk whoo ooh ooh refreintje), “Wailing” , “This one’s different” en “Beach sluts”, allemaal instant klassiekers als je ’t ons vraagt.

… Wie zei daar ook weer dat dit de revelatie van het jaar was ? Groot gelijk!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 283 van 386