logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...
Concertreviews

Sun Kil Moon

Sun Kil Moon - Great Gigs In The Park 2026 – Mijmeren over ’t leven rond het kampvuur

Geschreven door

Sun Kil Moon - Great Gigs In The Park 2026 – Mijmeren over ’t leven rond het kampvuur

Er waren meer zitplaatsen voorzien met hoge tafeltjes en stoelen op deze intussen 9de avond Great Gigs In The Park; het had in grote mate te maken met de komst van verhalenverteller Sun Kil Moon. Een Amerikaanse folkrockband uit San Francisco, opgericht in 2002, een voortzetting van de opgeheven indie rock band Red House Painters.
Het is nu het project van zanger/gitarist Mark Kozelek die helemaal alleen op het podium stond op deze bloedhete avond.
Minder publiek dan anders, de intieme setting paste echter perfect als ’t gaat van mijmeren over ’t leven. Het publiek ging, naarmate de set vorderde, zo dicht mogelijk post vatten en hing aan zijn lippen. Het park werd er zelfs compleet stil van.

Maar eerst kregen we de jonge, talentvolle Blum (****). Op de website lezen we ‘Als Sound Track 2025-laureaat en resident in Het Depot komt Blum naar Great Gigs met songs die klein beginnen, maar opvallend dicht op de huid belanden.''
Op ontwapende wijze vertelt en zingt ze haar persoonlijk verhaal, zonder de controverse uit de weg te gaan. Een multi-gitaar instrumentaliste, die telkens een mooi klankentapijt creëert. De klankkleur wordt breder door keys en piano.
Vertwijfeling en humor kruisen elkaar, zachtmoedig, aanstekelijk, bij Blum, het is een gevecht tussen deze emoties. Een zelfconfrontatie. De response deed deugd.

Sun Kil Moon (****) - Mark Kozelek stond helemaal alleen op he podium, enkel met gitaar. Het gitaarspel , de vocals en zijn charisma zijn bepalend voor een sing/songwriter.
“Murals of Bruce Lee” en het prachtige “Carry my Ohio” zeten de avond alvast subliem in.
Sun Kil Moon heeft een ietwat 'grumpy reputatie', die doet denken aan een andere verhalenverteller Bob Dylan. Hij grapte met zijn publiek, en speelde zijn songs doorleefd Songs als “I watched the film the song remain the same” en het mooie “Can't live without my Mothers love” kwamen lekker binnen. Ontroerend, warmhartig en soms lekker strak uithalen.
Negentig minuten behield hij onze aandacht. In een badje van melancholie en weemoed gaat het van mijmeren over ’t leven rond het kampvuur. Folkrock op z’n best.
In de finale kregen we enkele uitschieters als “Somewhere”, een Leonard Bernstein cover en de Red House Painters song “Japanes to English”. “Mother and daughter” en “Alesund/Duk koo kim” waren binnen deze sing/songwritingstijl perfecte afsluiters.
Gezapig, eigenwijs, doordacht klonk het allemaal, integer, intiem als extravert

Setlist: Murals of Bruce Lee // Carry Me Ohio // I Watched the Film the Song Remains the Same// I Can't Live Without My Mother's Love // Richard Ramirez Died Today of Natural Causes // You Missed My Heart  (Mark Kozelek & Jimmy LaValle cover) // Somewhere  (Leonard Bernstein cover) // Japanese to English  (Red House Painters cover) // Dogs // Mother and Daughter // Alesund / Duk Koo Kim

Pics homepag @Sven Dullaert

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Beoordeling

Turbonegro

Turbonegro - Great Gigs In The Park 2026 – Een brok graniet

Geschreven door

Turbonegro - Great Gigs In The Park 2026 – Een brok graniet

Er zijn zo van die bands die alle stormen, uit een diep dal kruipen en volle zalen hebben. O.m. door het opbouwen van een trouwe fanbase. De Noorse rockers van Turbonegro is er een mooi voorbeeld van. De Turbojugend (‘Turbojeugd’), de internationale fanclub van Turbonegro, heeft verschillende afdelingen over heel de wereld, die de band al sinds het prille begin op de voet volgen.
Actief sinds 1989 brengt de band een soort 'Death Punk', een wilde combinatie tussen hardrock, punk en rock-'n-roll. Intussen zijn er al wat line-up veranderingen geweest, en is de oorspronkelijke zanger Hank Von Hell overleden. De band staat er, onder leiding van bonkige frontman Tony Sylvester , ook bekend als ‘The Duke of Nothing’, echter nog steeds stevig als een huis. En hun fans waren er ook op Great Gigs In The Park. Al het ware vanuit alle hoeken van de wereld leken ze afgezakt naar Sint-Niklaas om er een wervelend rockfeestje van te maken. Turbonegro is nog steeds springlevend, zoveel is zeker!

The Sha-La-Lees (****) waren de support-act . Toen het optreden van Turbonegro last instant vorig jaar werd afgelast , waren ze ook voorzien. Er was al aardig wat publiek. Ze hebben ook al een pak fans.
The Sha-La-Lees werden in 2014  opgericht door gitarist en zanger Cedric Maes, eerder actief bij El Guapo Stuntteam en The Sore Losers en ook dj bij Radio Willy. Pure rock-'n-roll met een folky inslag. Een aanstekelijke sound , een energieke zang en de mondharmonica zorgen voor een zekere swing en zwier. Fijne opener.

Turbonegro (*****) vlogen er meteen in. “Hurry Up & Die” en “Back to Dungaree High” waren al twee uppercuts. Party. Het duurde niet lang of de eerste mosh pits en crowdsurfers ontstonden. Het publiek ging volledig overslag op het daarop volgende “Part III : Rock n Roll Machine” en “All My friends are dead”. Songs die nog steeds weerbarstig en speels werden gebracht als in de beginjaren.
Een band die speelt vanuit het buikgevoel. Los van het feit dat de oorspronkelijke zanger Hank Von Hell feitelijk onvervangbaar was, staat ook brulboei The Duke of Nothing als een brok graniet op het podium, te molenwieken met zijn armen of te zwaaien met een vlag. Turbonegro heeft er duidelijk zin in. Op “City of Satan”, “Boys from Nowhere” en “Prince of the Rodeo” ging het tempo nog meer naar omhoog. Even vreesden we zelfs dat het prieeltje letterlijk in elkaar zou stuiken.
Wat een energiebommetjes. Het  gaspedaal bleef ingedrukt tot “Get it On”, die de set overweldigend besloot.  We kregen nog “Special Education” met een korte toespraak in de bis, gevolgd door het door honderden meegebrulde “Fuck the world” en “I got Erection”. Als “The Age of Pamparius” maakte het plaatje compleet.
We waren op voorhand een beetje sceptisch hoe Turbonegro in deze bezetting er zou vanaf brengen, maar wat een chaotische 'deathpunk'-energie kregen we hier door de aanstekelijke  mix van glam, hardrock en strak muzikaal vakmanschap.
Ze slagen er ook op Great Gigs In The Park in door ironische theater te combineren met een verpletterend liveoptreden. Een brok graniet zondermeer!

Setlist: Hurry Up & Die // Back to Dungaree High // Part III: Rock n Roll Machine // All My Friends Are Dead // Sell Your Body (To the Night) // Hot for Nietzsche // Selfdestructo Bust // City of Satan // Do You Do You Dig Destruction // Boys From Nowhere // Prince of the Rodeo // Get It On //
Encore: Special Education // Fuck the World (F.T.W.) // I Got Erection // The Age of Pamparius


Pics hoempag @Tim Vermoens

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Beoordeling

Stepmother

Stepmother - Met pieken en dalen

Geschreven door

Stepmother - Met pieken en dalen

Met dergelijke temperaturen naar The Pit's trekken was vroeger een hachelijke onderneming. Maar intussen bleek mijn favoriete punkhol over de luxe van een functionerende airco te beschikken zodat de hitte er, binnen de perken bleef. Het was er zelfs beter binnen dan buiten. Het is ooit anders geweest.

Toen drummer Kobi door kanker een teelbal verloor, doopten de twee andere groepsleden hem meteen liefkozend om tot Kobi One. De groepsnaam, Kobi One & The Full Sacks, lijkt me dan ook een logisch vervolg. Verder bestond het Gentse trio uit bassist 'Lucky' Lukas en zanger-gitarist Almo Gonzalez, die je zou kunnen kennen van Las Almorranas. Toen ze eraan begonnen, dook er achteraan het podium nog een vierde man op. Keurig in het pak en met zijn gezicht verscholen achter een bivakmuts bleef hij zich de hele set lang aan de meest fascinerende dansjes wagen. Heel lang duurde het niet voor hij helemaal vooraan stond en zich van jas en hemd ontdeed. Onvermoeibaar bleef hij alle aandacht naar zich toe zuigen waardoor je bijna vergat dat er achter hem ook nog een groep stond te spelen. Die brachten een compromisloze mix van garagerock en hardcore waarin weinig plaats was voor nuance. Dit klonk meestal lomp en dreunend als een losgeslagen goederentrein. Toch had de band best wel zijn momenten. Vooral de zang kon me bekoren, hoewel Almo Gonzalez zich tegen het einde wat te vaak verloor in hardcoremaniërismen. Ook zijn gitaarspel, dat een paar keer zelfs psychedelische trekjes vertoonde, maakte behoorlijk indruk. Of hij daar zelf tevreden mee was, blijft maar de vraag, want na de laatste noot sloeg hij zijn gitaar aan gruzelementen.
Vreemd slot van een al even vreemde set waarin een anonieme danser met de pluimen ging lopen.

Stepmother is een powertrio uit Melbourne rond Graham Clise die ook actief was en is in enkele andere bands: Annihilation Time, Rot TV, Lecherous Gaze en Witch. Die laatste band is een nevenproject van J Mascis waarin de gitaargeweldenaar van Dinosaur Jr. achter de drums kruipt. Een Amerikaanse band dus, net als Lecherous Gaze uit Oakland, Californië waarmee hij acht jaar geleden al eens in The Pit's speelde, zo meende Clise zich te herinneren. Of dat klopt weet ik niet, maar een duik in mijn archieven leerde me dat ik Lecherous Gaze, samen met Danava, al in 2011 in The Pit's aan het werk zag. Intussen ruilde hij de States voor Australië waar hij met Stepmother onlangs een tweede plaat, ‘Absurdus Manifestus’, uitbracht.
Graham Clise verscheen op het podium in een Blue Öyster Cult-T-shirt, wat niet meteen het beste deed vermoeden. De muziek van Stepmother wordt nogal eens omschreven als proto-punk maar dat zal de lading slechts gedeeltelijk dekken. Mijn definitie van proto-punk is harde, agressieve, rauwe en primitieve rock ontstaan uit de garagerock van de jaren zestig, waarin de eerste kiemen van de punk al hoorbaar waren. De bakermat bevond zich in Detroit met groepen als MC5, The Stooges en Death. De laatste keer dat ik de term proto-punk nog eens boven haalde was bij een optreden van The Schizophonics, maar die band lijkt toch weinig gemeen te hebben met Stepmother. Als invloeden verwijst Graham Clise graag naar groepen als The Damned, The Pink Fairies, Nervous Eaters of Blue Cheer. Vooral die laatste invloed leek me onmiskenbaar, al maak ik meteen de kanttekening dat Blue Cheer door velen wordt beschouwd als de eerste hardrockband.
Want Stepmother mag zich dan wel als een punkband profileren, de hardrock was nooit ver weg. Gelukkig bleef dat goed gedoseerd terwijl Clise voldoende lef had om af en toe flink buiten de lijntjes te kleuren.
Al vroeg in de set verraste hij met "El Gusano", een onversneden surfinstrumental en wat mij betreft het beste nummer van de avond. Stepmother was op zijn best wanneer het tempo werd opgedreven en het fuzzpedaal werd ingetrapt. Jammer genoeg vond Clise het nodig om de band op zijn t-shirt te eren met een paar tamme nummers, voorzien van wel erg gladde backing vocals. Gelukkig bleef het bij die twee uitschuivers en uiteindelijk bleek Stepmother een best genietbare band waarbij mijn sympathie vooral uitging naar de noest meppende drummer Lee Parker, en dat zeker niet alleen om zijn Dead Moon-T-shirt.
Het werd helemaal mooi met het afsluitende "Journey to the center of the mind", een bijzonder gesmaakte cover van The Amboy Dukes, de eerste band van een toen nog niet ontspoorde Ted Nugent.
Dit orgelpunt versterkte alleen maar het gevoel dat er meer in had gezeten, zeker omdat Stepmother het al na een krap halfuur voor bekeken hield.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

Dressed Like Boys

Dressed Like Boys – Blender - Entertainend, bevlogen, geëngageerd en muzikaal hoogstaand

Geschreven door

Dressed Like Boys – Blender - Entertainend, bevlogen, geëngageerd en muzikaal hoogstaand
Dressed Like Boys, Cisca Cisca

De locatie waar Blender zich bevindt is werkelijk mooi. Het is gelegen naast de Leie en de plaats zelf bestaat uit een tuintje en een overkapte buitenplaats. Het was ook niet grootschalig en dus overzichtelijk. Dus dat zat al goed.

Opener Cisca Cisca was afgezakt met enkel haar bassist die de bas inruilde voor een piano, omdat één van haar bandleden ziek was. Dit vingen ze beiden goed op en het maakte meteen ook duidelijk welke ferme zangstem ze heeft. Het was een ingetogen en intense passage dat een overgroot deel van het vroeg opgekomen publiek wist te smaken. Alleen een beetje jammer van de onrespectvolle luide babbelaars achteraan bij de toog.
Ze maakte ook nog reclame voor haar debuutplaat die in september verschijnt en waarvan ze nu reeds 9 exemplaren mee had in de merchandise stand.

Tenslotte was het de beurt aan Dressed Like Boys. Zanger Jelle Denturck begroette iedereen in het West-Vlaams. Voor hem was het bijna een thuismatch aangezien hij van het naburige Ingelmunster afkomstig is. Hij sprak ook een Britse fan toe die speciaal uit London was afgezakt voor dit concert.
Er werd geopend met “Nando” en daarna het prachtige “Healing”. “Agony Street” was een volgend ijkpuntje waarbij hij zingt over de gewelddadige en intense relatie van de Franse dichters Rimbaud en Verlaine. Zijn bindteksten tussen de songs waren duidend, zoals bij o.a. “Jaouad” en zinvol.
Een solomomentje van Jelle was er tijdens “And Then i Woke Up” waarna de registers opengetrokken werden voor “Lies” en “Pinnacles”. Die laatste werd naar het einde toe voorzien van een fantastische muzikale finale. Te vroeg was het concert gedaan.
Gelukkig kwamen ze terug voor twee songs. De eerste was “Margrietje”; een ode aan Johny Turbo en een heerlijk meezingmoment. Tenslotte werd er geëindigd met “Stonewall Riots Forever” waarbij Jelle de titel uitlegde ( inzake het Queer-gebeuren in de States in 1969).

We kregen een fantastische muzikale avond voorgeschoteld in deze gezellige setting.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Sunn O)))

Sunn O))) - Luid, Luider, Luidst

Geschreven door

Sunn O))) - Luid, Luider, Luidst

Sommige concerten dien je letterlijk te ondergaan, om echt mee te zijn in een verhaal. Bij het duo Sunn O))) (****1/2), is dit zelfs de voornaamste vereiste. De Amerikaanse drone- en doommetalpioniers Sunn O))) (opgericht door Stephen O'Malley en Greg Anderson) verlegt grenzen in hun aparte, unieke sound en in geluidsnormen overschrijdend gedrag.
Naast een arsenaal aan versterkers op het podium, zie je in een walm aan rook enkele  silhouetten in het donker met een gitaar. Het leek wel alsof we in de diepste krochten van de Trix waren beland … Nochtans straalt het gezelschap sympathie uit want ze 'spreken' hun publiek aan, ook al is het op een rauwe, dreigende toon.
We horen in het begin bij de intro stemmen uit de duisternis, voor het echt losbarst. Eens de gitaren omgord, ontstaat er een monotone, oorverdovende confrontatie met je innerlijke. De sobere lichten in het begin, en het groenachtige decor, naarmate de set vorderde, versterkte het gevoel van onbehagen alleen maar. Niet een soort onbehagen dat je wegjaagt maar eentje waar je gewoonweg van geniet, in zoverre het mogelijk is. Geluidsmuren worden opgebouwd en door die harde, luide repeterende krachtige laagjes, zagen we mensen vroegtijdig de zaal verlaten.
Vanaf de intro met “Venom Banter 1986” tot de eerste 'song' “XXANN”, en verder “Poin & Shoot” en het verpulverende “Butch Guns”, bleef de band aan eenverschroeiende tempo doorgaan.
Het was bloedheet buiten, binnen kregen een muzikale dreiging tot op het kookpunt. Wat een verpletterende klank en sound. We werden overmand door oorverdovende emoties. Met een laatste gitaarlick doorheen ons lijf en hart, sloot Sunn O))) overtuigend af met “Frost ©”.
Het optreden was dus eerder een ellenlang muzikaal verhaal in een bijna twee uur durende drone.
Monotoon gewijs deed Sunn O))) elke vorm van realiteit verdwijnen. De wereld om ons heen werd plots nog grauwer, waanzinniger, huiveringwekkender, met het angstzweet op de lippen.  Een bad van diepe duisternis, dat je gewillig onderging.
De sympathieke vriendelijkheid van het duo siert met o.a. een duimpje in de lucht en een afscheid, dat het publiek verbouwereerd in diepe trance, achterliet. Het contrast bij het verlaten van de zaal kon dan ook niet groter zijn.
Hoedanook , dit was een indrukwekkend concert!

Sunn O))) zorgde voor een mediatieve, sacrale totaalbeleving mokerslag. De donkere, duistere, dreigende repeterende ritmiek , de crescendo opbouw, de mokerslagen en de registers opentrekken tot een climax binnen de drone-doommetal is iets aparts, uniek van deze twee.
Sunn O))) staat voor ‘Luid, Luider, Luidst’. Uiterst spannend voor wie ervan houdt …

Het was de bedoeling om eerder nog Nataša Grujovi en Steve Moore mee te pikken zls support. Helaas gooiden trein/tram/bus perikelen roet in het eten, waardoor we laattijdig aankwamen in Trix

Setlist: Venom Banter 1986  //  XXANN  // Mocking Solemnity //Point & Shoot //  Butch's Guns // Glory Black  //Frost (C)

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

BEAT

BEAT overtuigt met indrukwekkende ode aan King Crimson

Geschreven door

BEAT overtuigt met indrukwekkende ode aan King Crimson

Toen de thermometer buiten een tropische 35 graden aantikte, stroomde ik samen met een bende gelijkgestemden het Koninklijk Circus in Brussel binnen voor een bijzonder muzikale mis. De zaal zat niet helemaal afgeladen vol, hier en daar waren nog enkele lege zitplaatsen te bespeuren. Toch hing er vanaf de eerste minuut een intense en passende sfeer die perfect aansloot bij wat de avond zou brengen.

Dit concert bevond zich immers diep binnen een absolute niche: een avond speciaal voor liefhebbers van de progressieve rock van King Crimson, volledig gewijd aan het materiaal uit de jaren tachtig en de iconische trilogie albums die de band toen uitbracht.
De muziek van King Crimson laat zich het best omschrijven als experimenteel, grensverleggend en complex, dankzij een unieke combinatie van progressieve rock, polyritmische structuren (Angine De Poitrine heeft hier duidelijk goed naar geluisterd) en pure muzikale wiskunde. Om zulke gelaagde composities live tot leven te wekken, heb je muzikanten van uitzonderlijk niveau nodig, en die waren bij BEAT ruimschoots aanwezig.

Adrian Belew en Tony Levin vormden destijds zelf de spil van de legendarische jaren tachtig bezetting van King Crimson. Belew werkte daarnaast met onder meer David Bowie en Frank Zappa, terwijl Levin jarenlang samenwerkte met Peter Gabriel. Gitaargod Steve Vai verdiende zijn sporen eveneens bij Frank Zappa en Danny Carey staat natuurlijk bekend als de ritmische krachtpatser achter Tool. Het resultaat was een supergroep die meer dan voldoende ervaring en talent in huis heeft om dit uitdagende repertoire geloofwaardig te brengen.
King Crimson zelf heb ik nooit live aan het werk gezien, maar de leden uit deze bezetting gelukkig wel in andere projecten. Adrian Belew en Tony Levin zag ik vorig jaar nog schitteren met Remain In Light, een prachtig project dat de muziek van Talking Heads in de schijnwerpers zette. Danny Carey mocht ik al meerdere keren met Tool aan het werk zien en voor Steve Vai moet ik zelfs teruggaan tot 1990, toen hij nog deel uitmaakte van Whitesnake.
De avond werd zorgvuldig opgebouwd. Het eerste deel bestond vooral uit iets obscuurder materiaal en opende onder meer met “Neurotica” en “Heartbeat”. Het groeide uit tot een indrukwekkende aanloop die culmineerde in een magistrale uitvoering van “Larks' Tongues in Aspic Part III”.
Na een korte pauze verschoof de aandacht naar de bekendere nummers uit het repertoire, al blijft het natuurlijk relatief om over hits te spreken bij een cultband als King Crimson. Het tweede luik schoot overtuigend uit de startblokken met klassiekers als “The Sheltering Sky”, “Sleepless” en “Frame by Frame”. Vervolgens werd de set krachtig afgesloten met “Elephant Talk”, “Three of a Perfect Pair” en “Indiscipline”.
Naarmate het einde van de avond dichterbij kwam, leek ook de zaal langzaam te ‘ontdooien’. Waar het aanvankelijk net iets te warm was om de aanwezigen echt in beweging te krijgen, sprongen tussen de nummers door mensen recht voor applaus of lieten ze zich meeslepen door de muziek. Eén enthousiaste bezoeker ging daarbij zo uitbundig tekeer dat het er haast uitzag alsof hij een epileptische aanval kreeg.
Het respect voor de architecten van deze muziek bleek overduidelijk toen de band de avond officieel opdroeg aan King Crimson brein Robert Fripp en de legendarische drummer Bill Bruford. Het was een mooi gebaar dat nog eens onderstreepte dat dit project veel meer was dan een eenvoudige nostalgische terugblik.
Toen de band onder luid gejuich terugkeerde voor de toegift, kreeg de snikhete zaal nog twee absolute hoogtepunten voorgeschoteld: het zware, hypnotiserende “Red” en een explosieve versie van “Thela Hun Ginjeet”. Daarmee werd een indrukwekkend eerbetoon definitief bekroond.

De combinatie van nostalgie, fabelachtige techniek en de broeierige sfeer in het Koninklijk Circus maakte van dit concert een memorabel spektakel. Voor liefhebbers van complex gitaar en drumwerk was dit zonder twijfel een droom die werkelijkheid werd.

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9879-beat-23-06-2026?Itemid=0

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Tropical Fuck Storm

Tropical Fuck Storm - Great Gigs In The Park 2026 - Geordende chaos

Geschreven door

Tropical Fuck Storm - Great Gigs In The Park 2026 - Geordende chaos
Tropical Fuck Storm + Pigs pigs pigs pigs pigs pigs pigs

Een bloedhete avond, met temperaturen die na 20 u nog tegen de dertig graden aanleunden. Twee bands staan nu net geprogrammeerd voor een avodje ‘geordende chaos’ die de temperatuur naar code rood doen stijgen …
Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs zagen we ooit de Botanique (Orangerie) plat spelen. En Tropical Fuck Storm heeft een ‘pletwals’ reputatie .
Beide bands voldeden aan de hoge verwachtingen, met een lichte voorkeur naar de eerste.

Pigs pigs pigs pigs pigs pigs pigs (*****) begon hun set razendsnel, zonder opkijken. Direct het publiek bij de lurven grijpen en niet meer loslaten, noemt men zoiets. De band uit Newcastle combineert stoner-metal met, in de stijl van Black Sabbath, doom en psychedelica rock.
Ze staan bekend om hun legendarische live-energie. Man in de kijker is hun charismatische, energieke frontman. Matthew Baty. De band klonk ongelofelijk met hun doomachtige stoner metal. In een onmiskenbare groove werd de volumeknop volledig ingedrukt.
Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs zorgden voor een wervelend feestje die de temperatuur tot een kookpunt bracht. De grappige bindteksten waren da nook meegenomen.
Op het einde van de set ging Matthew zelfs zijn publiek opzoeken. Wat een muzikale tsunami, van deze weirdos, Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs.

Tropical Fuck Storms (****) klinkt iets melodieuzer. Ook al is het eerder een understatement, want Tropical Fuck Storms drijft eveneens het tempo op tot ongekende hoogtes, door knetterende riffs en verpulverende drums. De vocals gingen door merg en been. Een ondoordringbare muur.
Songs als “Braindrops”, “Bloodsport” en “Goon show” kwamen erg goed binnen. Helaas was er bitter weinig interactie onderling, wat eerder een domper was. Maar de instrumentatie zat goed. Wat een uithalen!
Het einde van de set was verbluffend sterk met ‘Rubber Buulolies”, “Paradise” en “Moscoviaum”. De variatie die ze in het materiaal aanbrachten, was een pluspunt. In de bis volgde nog een cover: “Stayin'  Alive” van The Bee Gees. Een interessante eigenzinnige, eerder punky versie,
Tropical Fuck Storms was geordende chaos op z’n best.
Setlist: Braindrops // Irukandji Syndrome // Bloodsport // Goon Show // Ann (The Stooges cover) // You Let My Tyres Down // Stepping on a Rake // Who's My Eugene // Rubber Bullies // Paradise // Moscovium //
Encore: Stayin' Alive  (Bee Gees cover)

Itv Fr site 2025
https://www.musiczine.net/index.php/fr/item/99427-le-chaos-organise-tropical-fuck-storm 

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
Tropical Fuck Storm
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9878-tropical-fuck-storm-23-06-2026?Itemid=0

Pigs (x7)
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9877-pigs-pigs-pigs-pigs-pigs-pigs-pigs-23-06-2026?Itemid=0

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas (ikv GGITP)

Beoordeling

The Streets

The Streets in de AB - Een rapopera die uitmondt in een collectieve ontlading

Geschreven door

The Streets in de AB - Een rapopera die uitmondt in een collectieve ontlading

Tweeëntwintig jaar nadat ‘A Grand Don't Come For Free’ zijn status als moderne klassieker verwierf, brengt Mike Skinner het album terug naar het podium zoals het ooit bedoeld was: als één doorlopend verhaal.
In een uitverkochte Ancienne Belgique (twee avonden zelfs!) bewijst The Streets dat deze plaat veel meer is dan een nostalgisch tijdsdocument. Wat begint als een zorgvuldig opgebouwde muzikale vertelling, eindigt in een uitzinnig feest waarin de grens tussen artiest en publiek volledig verdwijnt.
De avond start met een opvallend decor. Midden op het podium staat een bushokje, een directe verwijzing naar de iconische albumhoes. Wanneer Skinner verschijnt, pint in de hand en gekleed alsof hij onderweg is naar een zomerse citytrip, lijkt hij moeiteloos opnieuw in de huid van zijn personage uit 2004 te kruipen. Vanaf opener “It Was Supposed to Be So Easy” wordt duidelijk dat dit geen traditionele greatest-hits-show wordt. ‘A Grand Don't Come For Free’ wordt integraal en chronologisch gespeeld, waardoor het concert aanvoelt als een live-uitvoering van een rapopera.

Tijdens het eerste deel houdt Skinner bewust afstand van het publiek. Hij blijft lang in zijn rol van verteller, vaak zittend in of rond het bushokje terwijl nummers als “Could Well Be In”, “Not Addicted” en “Wouldn't Have It Any Other Way” het verhaal verder ontvouwen. De focus ligt volledig op de songs en hun personages. Roo Savill speelt daarin een belangrijke rol. Haar vocalen geven de vrouwelijke tegenstem uit het verhaal extra reliëf, vooral tijdens het vurige “Get Out of My House”.
Ondertussen zorgt de uitstekende liveband ervoor dat de nummers voller en krachtiger klinken dan op plaat. “Blinded by the Lights” krijgt een dreigende intensiteit die perfect aansluit bij de paranoia van de tekst, terwijl “Fit but You Know It” de eerste echte explosie van enthousiasme in de zaal veroorzaakt. Het publiek, een mix van generatiegenoten die met het album opgroeiden en jongere fans die de plaat later ontdekten, zingt woord voor woord mee.
Naarmate de set vordert, groeit ook de betrokkenheid van de zaal. Tegen de tijd dat “Dry Your Eyes” weerklinkt, verandert de AB in een massaal koor. Het emotionele slotstuk “Empty Cans” vormt vervolgens een passende climax van het verhaal. De zoektocht naar het verdwenen geldbriefje komt ten einde, de personages vinden een vorm van verzoening en voor even lijkt het concert afgerond.
Maar dan moet het echte feest nog beginnen… Met “Turn the Page” schakelt The Streets moeiteloos naar een tweede bedrijf dat voelt als een compacte best-of-set. De theatrale terughoudendheid van het eerste deel maakt plaats voor een losgeslagen Skinner die de zaal dirigeert als een ervaren ceremoniemeester. “Let’s Push Things Forward”, “Don't Mug Yourself” en “Has It Come to This?” herinneren eraan hoe bepalend The Streets was voor een generatie Britse muziekfans.
Toch zijn het niet alleen de feestmomenten die indruk maken. Tijdens “Never Went to Church” valt de zaal plots stil. Skinner noemt het zelf zijn beste nummer, en het blijft een van de meest aangrijpende momenten uit zijn oeuvre. De persoonlijke ode aan zijn overleden vader contrasteert sterk met de uitgelaten sfeer van de rest van de set en toont opnieuw zijn uitzonderlijke talent om alledaagse emoties om te zetten in universele verhalen.
Vanaf “Weak Become Heroes” bereikt de temperatuur in de zaal letterlijk en figuurlijk een kookpunt. Skinner zoekt steeds nadrukkelijker de interactie op, begeeft zich tussen het publiek en laat duizenden handen tegelijk de lucht ingaan. Tegen de afsluitende sprint met onder meer “Too Much Brandy”, “Wrong Answers Only” en “Take Me as I Am” is elke vorm van afstand verdwenen. Wanneer hij uiteindelijk crowdsurfend door de AB beweegt, voelt het als de logische finale van een avond die voortdurend evolueerde.

Wat deze show zo sterk maakt, is de manier waarop ze twee gezichten van Mike Skinner samenbrengt. Enerzijds is er de scherpe observator die van verloren geld, relatieproblemen en pub-gesprekken meeslepende verhalen maakt. Anderzijds staat er een geboren entertainer die exact weet hoe hij een zaal moet bespelen. Die combinatie zorgt ervoor dat ‘A Grand Don't Come For Free’ niet aanvoelt als een museumstuk uit de jaren 2000, maar als een levend werk dat vandaag nog steeds relevant klinkt.
En net daarom is Mike Skinner een van de meest unieke stemmen uit de Britse muziekgeschiedenis.
Op 6 augustus nog eens te zien op de Lokerse Feesten

Pics homepag @Alex Vanhee (AB)

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 2 van 392