logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
avatar_ab_08
Erik Vandamme

Erik Vandamme

Lokerse Feesten 2026 - DAG 8 - Emoties in alle kleuren van de regenboog
Lokerse Feesten 2026
Grote Kaai
Lokeren
2026-08-07
Erik Vandamme

In de laatste rechte lijn naar het afsluitende weekend, met onder andere Lenny Kravitz op zaterdag, was ook de achtste festivaldag van de Lokerse Feesten een schot in de roos. Met Anna Calvi, Suede en Editors op de affiche werd het een avond voor fijnproevers. Opborrelende emoties en dansen op wolkjes van weemoedigheid vormden de rode draad. Zonder daarbij te vervallen in al te veel tristesse.

Maar eerst kregen we een Waaslandse wervelstorm over ons heen: SONS (****), die we deze zomer alleen al drie keer aan het werk zagen. Maar van 'te veel SONS' bleek ook nu absoluut geen sprake. De band had er, naar goede gewoonte, enorm veel zin in. Al leek het publiek op de Lokerse Feesten aanvankelijk een wat moeilijker parcours in te luiden, het kwartet deed gewoon waar ze goed in zijn: het gaspedaal tot op de bodem indrukken en een enorme dosis speelsheid etaleren. Waardoor je simpelweg niet stil kunt blijven staan. De crowdsurfers, die we eerder dit jaar in grotere getale zagen op Werchter, doken ook hier op. Alleen moest de band er iets meer moeite voor doen om het publiek volledig mee te krijgen. En dat deden ze. Tegen het einde van de set begaf de beweeglijke frontman zich zelfs gewoon tussen het publiek, tot grote hilariteit van de fans. Ook een 'zit en recht spring'-moment zorgde voor de ultieme climax.
We volgen SONS al sinds het prille begin en zagen hen uitgroeien tot een ultieme rockformatie. Hun niet-aflatende energie op het podium vindt steevast zijn weg naar het publiek. Ook wanneer de omstandigheden wat moeizamer zijn, zoals hier op de Lokerse Feesten. Diepe buiging!
Setlist: Do My Thing // Tube Spit // I'm Tired // Surfin' // Family Dinner // Succeed // Naughty // Ricochet // Waiting on My Own // All Gold // Somehow

Over naar een eerste ontdekking in de StuBru Club met de jonge artiest Pyo (****). De jonge Brusselaar, eerder dit jaar nog finalist van De Nieuwe Lichting, stond voor een handvol mensen te spelen, maar liet dit niet aan zijn hart komen. Geflankeerd door sublieme muzikanten deed zijn stem ons naar adem happen. De aanstekelijke postpunk, met duidelijke referenties naar die wilde jaren '80, bleef dan ook zeker hangen. Pyo deed bovendien zijn best om het publiek te entertainen en speelde een set alsof hij voor een volle zaal stond. Een artiest om op te volgen.

Anna Calvi (***) volgen we al sinds haar sprankelende debuut in 2011, al hadden we haar intussen al live gezien in 2010. En we waren direct verkocht. Met haar kristalheldere stem en gitaarriffs die opzwepend mooi als zalvend kunnen klinken, ontroerde ze ons volledig.
We zijn grote fan, ook al was het al van 2015 geleden dat we haar nog eens live hadden gezien.
We schoven een beetje dichterbij en lieten ons gewillig hypnotiseren door haar prachtige sound en unieke vocals . Helaas was er een minimum aan interactie en stond iedereen op het podium nogal statig. Songs als “Rider to the Sea” en “Suzanne & I” kwamen wel heel goed binnen. Toch bleef het wellicht allemaal wat kabbelen, waardoor het publiek meer achteraan ging postvatten of naar de toog ging.
Wij hapten echter naar adem op “Hunter” en kregen tranen in de ogen bij “I'll Be Your Man”, om vervolgens met “Desire” het ultieme klapstuk van de set te krijgen.
We zijn na deze passage op de Lokerse Feesten nog steeds fan van Anna Calvi. Maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat haar optreden niet helemaal binnenkwam zoals het zou moeten. Jammer.
Setlist: Rider to the Sea // Suzanne & I // God's Lonely Man // Hunter // I'll Be Your Man // Desire // Don't Beat the Girl Out of My Boy // Strange Weather

Ontdekking twee in de StuBru Club: de Nederlandse band HIQPY (****), die voor een overvolle Club stond aan te treden. De band wordt beschouwd als een rockformatie met enorm veel toekomstperspectieven en zet dat hier op aanstekelijke, energieke wijze meteen in de verf.
In de biografie op de website van de Lokerse Feesten lezen we: 'Hiqpy is het soort gitaarband wiens popsongs zijn geladen met massa's vitaminen, maar aanvoelen als stroomstoten richting hartstreek.' Het dekt eigenlijk perfect de lading van hoe we dit optreden zelf aanvoelden. De stuwende lijnen, de verpletterende structuren en de sterke vocals intrigeerden. Wat een lekker oplawaai uit Holland.

Suede (******) en Editors bleken de absolute publiekstrekkers van de avond te zijn, want plots stond de Grote Kaai overvol. De sterkte van de Britpopiconen Suede  is hoe ze met emoties spelen. De grote kracht achter de band mag dan frontman Brett Anderson zijn, die geen moment leek stil te staan, maar de strak spelende band mag toch ook even in de schijnwerpers staan.
Het unieke van Suede kwam al bij “Disintegrate” binnendrijven. Pakkende vocalen die raken, maar de sound klinkt ook lekker dansbaar. Die aanpak werd verdergezet op het daaropvolgende “Trash”, dat uit volle borst werd meegebruld. Op dezelfde elan ging het verder met “Animal Nitrate” en “Personality Disorder”. Brett zweepte zijn publiek voortdurend op. Met zijn krachtige stem en sensuele bewegingen deed hij de harten sneller slaan, o.a. op “Filmstar” en “June Rain”, waarbij een knuffelsessie met de mensen vooraan volgde.
De klasse-entertainer zoog alle aandacht naar zich toe, zoveel is zeker. Suede presenteerde alle emoties in de kleuren van de regenboog. Dat maakt hen al sinds de jaren '90 zo bijzonder en werd ook op de Lokerse Feesten uit de doeken gedaan.
In een mooie finale, met o.m. het ingetogen “The Wild Ones”, waarbij je een speld kon horen vallen, zette de band een gedenkwaardige set neer. “Beautiful Ones”, met veel 'la la la'-meezingers, zorgde voor de ultieme kers op de taart.
Setlist: Disintegrate // Trash // Animal Nitrate // Personality Disorder // The 2 of Us // Everything Will Flow // Filmstar // June Rain // She Still Leads Me On // The Wild Ones // So Young // Metal Mickey // Beautiful Ones

België en Editors (****) zijn al jaar en dag een 'match made in heaven'. De liefde is wederzijds, want al vanaf de eerste noot omarmde het publiek Tom Smith innig. Als je een set inzet met een hit als “Munich”, is dat uiteraard altijd een goede binnenkomer. Alleen schuilt daarin ook een risico: dat je je kruit al vroeg hebt verschoten. Daar bleek echter totaal geen sprake van.
Gevatte uithalen en de lekkere, aanstekelijke manier zorgden ervoor dat Editors zijn greep op het publiek bleef behouden. Al dreigde het in het midden van de set even wat te verzanden en verslapte de aandacht hier en daar. Met een sublieme “No Harm”, “Heart Attack”, waarbij de dansspieren opnieuw werden aangesproken, en  verder “An end has a start”, “The rush” en “Smokers Outside the Hospital Doors” kwam er een duidelijke ommekeer. Vanaf dan kon er niets meer verkeerd gaan. “No Sound But the Wind” zorgde voor de ultieme climax en bij “Papillon” gingen alle handen in de lucht en werden de kelen schor geschreeuwd.
Kortom: Editors zette een sublieme set neer en bewees daarmee nog steeds stevig op de troon te zitten. Vooral de sterke start en de wervelende finale konden echter overtuigen. Het middenstuk kende iets minder vuur. Maar die indrukwekkende finale maakte dit ruimschoots goed.
Setlist: The Racing Rats // Munich // Call It In // Sugar // A Ton of Love // Rescue // Bones // Karma Climb // No Harm // Heart Attack // An End Has a Start // The Rush // Smokers Outside the Hospital Doors // The Weight
Encore: No Sound but the Wind // All the Kings // Papillon

Als feestelijk slot kregen we nog Stijn Van de Voorde & Otto-Jan Ham (****), die met al hun ervaring duidelijk niet van plan waren om zomaar een doorsnee dj-set af te leveren. Integendeel, hun eigenzinnige pad boeide. En ohja, zelfs een 'Hey Ho, Let's Go' van de Ramones passeerde de revue. Voor de nog overgebleven danslustigen werd het zo een heerlijk eigenwijs alternatief feestje.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10061-lokerse-feesten-2026?ltemid=0

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2026 - DAG 7 - Van hiphopfeestjes met een hoek af naar een 'Streets'-theater
Lokerse Feesten 2026
Grote Kaai
Lokeren
2026-08-06
Erik Vandamme

Het begrip 'hiphop' is bijzonder breed geworden. De Lokerse Feesten haalden voor hun zevende festivaldag dan ook een bont gezelschap naar de Grote Kaai: van poëtische rap en aanstekelijke hiphopfeestjes tot een 'Streets'-theaterspektakel dat de wenkbrauwen deed fronsen.
En opvallend genoeg waren het vooral twee acts in de Club die ons het meest wisten te verrassen.

We starten op de Mainstage met Yong Yello (****). De rappende bard wordt met heel wat superlatieven overladen. We wilden zelf ervaren of al dat bewieroken terecht was. Het is ergens tussenin, al moeten we toegeven dat deze jonge rapper wel degelijk een klassepoëet is die heel wat emoties weet op te wekken.
Yong Yello, alias Yello Staelens, brengt als soloartiest een opvallende mix van Nederlandstalige hiphop, chanson, soul en funk. Zijn teksten zijn pijnlijk eerlijk, maar worden verpakt in een  arrangement van sterke melodieën en nostalgie. Precies die combinatie komt live sterk tot zijn recht. Humor en bittere ernst liggen akelig dicht bij elkaar, terwijl hij het publiek voortdurend aanzet tot meezingen.
Het meest opmerkelijke is echter de prominente inbreng van de blaasinstrumenten. Zij zorgen voor een opzwepende, groovy sound die dicht tegen de jazz aanleunt en zijn markante stem nog meer kracht geeft. Een sublieme start.

We moesten keuzes maken door overlappingen . De Jeugd van Tegenwoordig moesten we dus helaas links laten liggen.
Blu Samu (****), een telg uit de Brusselse Stikstof-stal, staat helemaal alleen op het podium, maar heeft geen moment moeite om de ruimte te vullen. Haar huppelende act, sprankelende stem en brede glimlach werken aanstekelijk. Ze weet perfect het evenwicht te bewaren tussen toegankelijkheid en experiment, zonder ooit kitscherig of oppervlakkig te klinken.
Wanneer ze de dames uit het publiek op het podium roept voor een gezamenlijk dansje, ontstaat uiteindelijk een onversneden dansfeest waar iedereen alleen maar blij van wordt.

Ook Jazz Brak (*****) weet hoe je een hiphopfeestje moet bouwen, al is het van een ander en vooral rauwer kaliber. De Club staat afgeladen vol met springende fans die gretig meegaan in de opzwepende beats en vocalen van Jazz Brak en de DJ aan de boots.
Bloedmooie songs die zich vastkleven en een rauw randje hebben. De niet-aflatende stroom van rap- en hiphop rollen als een wave over het publiek. Niet zozeer luid, wel intens. En soms beenhard uithalen waar nodig, zachtmoedig en zalvend waar het kan.
Jazz Brak jaagt de hele Club in vuur en vlam. Hoe wilder het publiek reageert, hoe dieper het gaspedaal wordt ingedrukt. Een wervelend feestje.
Het is dan ook jammer dat we de Club iets vroeger moeten verlaten wegens de overlapping met The Streets. Hier had gerust nog een halfuurtje bij gemogen …

The Streets (****) waren nochtans een belangrijke reden waarom we naar Lokeren waren afgezakt. Mike Skinner en zijn gezelschap kleuren al jaren de rap en hiphop scene. Ook op de Grote Kaai krijgen we geen klassiek hiphopconcert, maar een soort 'Streets'-theater.
Het concert is in twee delen onderverdeeld, waarbij het eerste volledig draait rond 'A Grand Don't Come for Free', het conceptalbum uit 2004. De plaat vertelt het verhaal van een man die duizend pond kwijt is en tegelijk verwikkeld raakt in een turbulente relatie met Simone. Wat begint als een zoektocht naar verdwenen geld, ontspoort in een verhaal over verliefdheid, wantrouwen, jaloezie en uiteindelijk een stukgelopen relatie.
Het verhaal wordt niet alleen verteld, maar ook uitgebeeld. Verschillende performers bewegen over het podium, terwijl het decor met o.m. een bushokje het geheel nog meer het karakter van een theaterstuk geeft. Mike Skinner staat erbij minder als klassieke frontman op het podium dan als verteller die zijn personages tot leven brengt.
Wie gekomen is om meteen een Streets-feestje te bouwen, kijkt in het eerste deel wellicht even vreemd op. Echt veel vaart zit er niet in en het zorgde voor gefronste wenkbrauwen, hier en daar.
Maar precies daarin schuilt ook de eigenheid van The Streets. Dit is geen doorsnee rapshow, maar een muzikale vertelling waarin humor, drama, dagelijkse beslommeringen en messcherpe observaties door elkaar lopen. Niet altijd even toegankelijk, maar wel bijzonder. In het tweede deel wordt er meer een feestje gebouwd, al blijft het theatrale karakter overeind. Skinner zoekt bij “Turn the Page” letterlijk het publiek op en is tot ver naar achteren te vinden. Samen met zijn kompanen schakelt hij een versnelling hoger met “Who's Got the Bag”, “Let's Push Things Forward”, “Don't Mug Yourself” en “Never Went to Church”. Via o.a. “The Escapist”, “Has It Come to This?” en “Weak Become Heroes” groeit de sfeer verder uit tot een heus Streets-feest.
The Streets toonde in Lokeren verschillende gedaantes: eerst is Mike Skinner verhalenverteller, daarna meer feestbeest. Wie meegaat in dat verhaal, ontdekt iets fijns en bijzonders. Mooi.

In de Club intussen een ontketende IJsland (*****), een band die qua muziek en teksten uitspuwen in schril contrast staat met het liefelijke landje zelf. Rauw, verpulverend en zonder ook maar één keer op te kijken ongelofelijk uithalen lijkt de boodschap.
Al gauw ontstaan wilde moshpits en circle pits, alsof we plots op een metalconcert zijn aanbeland. Met songs als “Hete Tak”, “Don't Believe de Krant” en “Eigendom is Diefstal” duwt het Nederlandse duo elk heilig huisje omver. Het dendert als een nietsontziende sneltrein. Een rustpunt is er nauwelijks.
Daarna worden de registers opnieuw opengetrokken binnen een acid-rap-hardcorevibe. Een doorweekte, badende menigte blijft achter. Een Hollandse mokerslag. Wat een pletwals!

Zwangere Guy (****) was de hoofdact op de mainstage. De Brusselaar heeft intussen een lange weg afgelegd, als performer en mens. Zijn vitaliteit lijkt grenzeloos, maar tegelijk voelt zijn aanpak rustiger aan. Vader worden en geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven doen duidelijk iets met een mens. Zijn emotioneel beladen kantje komt nu bovendrijven, zonder dat hij erdoor in een bad van tristesse terechtkomt.
We gaan allemaal samen mee in de verhalen via zijn teksten en muziek. Geen ellenlange bindteksten, maar de muziek voor zich laten spreken. Dat er al eens een hoekje af mag zijn of een scheutje humor, zorgt voor de nodige kleur.
Net doordat Zwangere Guy de lijn bewandelt tussen het leven vieren en de weemoed in zijn teksten en voordracht, blijft hij boeien. Zwangere Guy bewijst in Lokeren dat hij de perfecte Brusselse troubadour kan zijn. Op een zelfrelativerende manier vertelt hij verhalen die niet alleen boeien, maar ook herkenbaar overkomen, onder te verzanden in oeverloos gepreek en evenmin zonder het typische feestelijke hiphopkantje uit het oog te verliezen.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10061-lokerse-feesten-2026?ltemid=0
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Fonnefeesten  2026 - DAG 5 – Wat een intensiteit van Ænima en een afscheid in majeur van Channel Zero
Fonnefeesten  2026
Festivalterrein
Lokeren
2026-08-04
Erik Vandamme

De Lokerse Feestweek was op dinsdag al aan haar vijfde dag toe, halfweg dus. Wij zakten af naar de Fonnefeesten voor lokaal talent Dalver, een Tool 'experience' met Ænima en een afscheid in majeur van Channel Zero. Die laatste verving Stahlzeit, de Rammstein-tributeband annuleerde zijn show door het geldende vuurwerkverbod door de droogte. Het publiek was massaal aanwezig en het werd het een avond voor de geschiedenisboeken.

Dalver (*****) is een Lokerse band die ons vorig jaar op het minifestival Ow Zekers! in De Casino, Sint-Niklaas al omverblies met een mix van post-metal en sfeervolle stoner. Waanzinnige drums en verschroeiende riffs van bas en gitaar vormden de basis van een vernietigende trip als een losgeslagen rollercoaster. Enkel de zalvende krachtige stem van gitarist/zanger Marijn Aper zorgde voor een zucht van verlichting in de duisternis.
Ook hier even overtuigend. Een intense, mystieke sound met beelden op het scherm en die intrigerende vocals zorgde voor kippenvelmomenten. Gewoonweg verbluffend. Een positieve vibe en energie in een donker decor.
De muzikanten zochten het contact met het publiek op en zorgden voor een aangename luchtigheid. Drummer Lennert De Mey was net papa geworden en stond er door niet op het podium, maar wel vooraan in het publiek, waar hij massaal werd geknuffeld.
Dalver staat nog wat in de startblokken in hun muzikale carrière. Een gewonnen thuismatch, de handen gingen moeiteloos op elkaar. Dalver haalde alles uit de kast . Mooi geslaagd optreden.

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima (*****) haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek.Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Hun instrumentatie was gewoonweg magistraal. Vuurwerk mocht er door het geldende verbod dan wel niet worden ontstoken, maar wat een muzikale vuurpijlen uit hun gitaar- en basriffs met oorverdovende drums. En tot slot de onaardse zangpartijen van confronterende diepe, duistere gedachtenkronkels. Het is de muziek van Tool aanvoelen dus. Ænima hoefde als Tool Experience dan ook helemaal niet onder te doen voor het origineel. De intense beelden op het scherm zorgden voor een visuele prikkeling en meerwaarde, die de totaalbeleving alleen maar versterkte.
De set bestond uit 'hits' als “Vicarious”, “Sober”, “Ænema” en “Schism”: nummers die niet alleen bij de doorgewinterde fans, maar ook bij de meer occasionele Tool-liefhebbers bekend in de oren klonken. Met deze aanpak kreeg Ænima het volledige plein muisstil én bracht hen onder een hypnotische headbang. Missie met glans geslaagd!

Bij een afscheidsfeestje horen er hapjes, liters bier en een dansfeestje tot in de vroege uurtjes bij. Channel Zero (*****) is al ruim twee jaar bezig aan een afscheidstournee onder de noemer ‘End of an Era Tour’. In mei stonden ze nog in de HA Concerts in Gent, "Channel Zero maakte vanavond een moedig statement waar veel bands een voorbeeld aan kunnen nemen. Voor fysieke aftakeling of artistieke meningsverschillen blijvende reputatieschade kunnen aanrichten, doet de groep binnenkort zelf het licht uit." , schreven we.
Het laatste woord kwam toen uit de strot van Franky De Smet-Van Damme: "Fucking hell, what a ride it was!" O
p de Fonnefeesten gaf Channel Zero er nog een stevige lap op. Franky, met zijn arm ingepakt, had er duidelijk zin in; de bandleden evenzeer. Vanaf de eerste knaller “Fool’s Parade” gingen alle registers open. Het duurde even voor het publiek echt wakker schoot, maar al gauw ontstonden de eerste moshpits en werd de ene crowdsurfer na de andere op handen gedragen. Diep respect voor de security vooraan, die geen seconde rust werd gegund. Ook Franky sprak zijn oprechte appreciatie voor hen uit.
Channel Zero is een band die keihard uithaalt, en wanneer het publiek volledig meegaat, legt de groep de lat nog een flink stuk hoger. We kregen verbluffend werk als “Succeed or Bleed”, “Heroin” en “No Light (At the End of Their Tunnel)”. Na deze uppercuts kwamen de pletwalsen “Suck My Energy”, “Tales of Worship” tot het helemaal meegebrulde “Help”. Schitterend. De apotheose volgde met de absolute Channel Zero-klassieker “Black Fuel”, hier in een nog wat langere versie.
Op de tonen van AC/DC's “It's a Long Way to the Top (If You Wanna Rock 'n' Roll)” werd deze magistrale set met een laatste knal afgesloten. De passage op de Fonnefeesten was de meest opmerkelijke totnutoe, na al die keren dat ik hen aan het werk zag. Eentje voor de geschiedenisboeken. Een afscheid in majeur!

Franky zette de avond nadien nog verder met een dj-set onder de naam DJ Turbeau. Wij genoten nog even na van die knallende metaldeuntjes, die nazinderden … Mooi!

Organisatie: Fonnefeesten, Lokeren

Kobe Gregoir (FinFactor Jazz Damme) - We willen geen pop-jazzfestival worden, maar vooral een duurzaam jazz festival blijven

We citeren: Midden in het schilderachtige decor van Damme ontpopt FinFactor Jazz Damme zich als een uniek baken voor de jazzliefhebber. Dit tweedaagse festival brengt niet alleen gevestigde namen en internationale grootheden samen, maar biedt ook een podium aan de nieuwe generatie muzikanten die de grenzen van het genre verkennen. In een sfeer die even intiem als meeslepend is, wordt het publiek meegezogen in een muzikale ontdekkingsreis vol onvoorspelbare wendingen en grensverleggende improvisaties.
FinFactor Jazz Damme is een initiatief van vzw22, een organisatie met een passie voor jazz en een missie om muziek van topniveau naar Damme te brengen.
Meer dan een festival, is het een ontmoeting tussen traditie en vernieuwing, tussen musici en publiek, tussen jazz en de tijdloze schoonheid van Damme zelf.”
Vorige zomer waren we één dag aanwezig, en waren we onder de indruk van de intieme sfeer die er heerste.
Ons verslag https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie
Naar aanleiding van de editie van 2026, de vijfde intussen , hadden we een fijne babbel met bezieler en mede organisator Kobe Gregoir.

Band Kobe Gregoir Group ft. Daniëlle Zawadi - Een confronterende inkijk in woord en klank

Even terug naar het begin. Hoe is FinFactor Jazz Damme ontstaan en wat was vijf jaar geleden de drijfveer om het festival op te starten?
Het begon eigenlijk met kleinschalige jazzconcerten die we in Brugge organiseerden onder de naam Izzy Jazz Club. Jazz kwam daar toen niet zo vaak aan bod, terwijl we merkten dat er wel degelijk een publiek voor was. Die concerten waren succesvol en brachten ons op het idee om een volwaardig jazzfestival op te starten. In Brugge heb je wel een winterfestival in het Concertgebouw, maar we wilden jazz ook een plek geven in de zomer en in openlucht. Zo is FinFactor Jazz Damme ontstaan. We wilden het beperkte aanbod aanvullen, en ik denk dat we daar ondertussen behoorlijk in geslaagd zijn.

Is het beperkte jazzaanbod iets wat je alleen in Brugge ziet, of is dat volgens jou een breder West-Vlaams verhaal?
Er gebeurt eigenlijk heel veel in West-Vlaanderen. Denk maar aan Cactus Festival in Brugge, Campo Solar in Damme of de vele buurtfeesten. Mensen komen dus zeker buiten voor cultuur en muziek. Alleen merk je dat jazz daar nog altijd een kleinere plaats inneemt.

België telt heel wat jazzfestivals. Jazz leeft, en ook bij de jeugd. Heb je er een verklaring voor van die ommekeer?
Dat heeft veel te maken met het onderwijs. Vroeger lag de focus in muziekscholen en academies bijna uitsluitend op klassieke muziek. Vandaag kunnen jongeren er ook jazz en pop studeren. Daardoor maken ze veel vroeger kennis met het genre en groeien ze er als vanzelf in mee. Ook is het genre enorm geëvolueerd en omvat het ondertussen een brede waaier aan stijlen en invloeden. Daardoor is er voor bijna iedereen wel een ingang: van hiphop, soul en R&B tot elektronische muziek, funk, folk of klassieke invloeden. Zodra iemand via zo'n subgenre een eerste klik met jazz voelt, wordt de stap naar andere vormen van jazz veel kleiner. Die eerste kennismaking wekt nieuwsgierigheid, waardoor luisteraars steeds verder op ontdekking gaan. Zo groeit jazz uit tot een muzikaal avontuur waarin je voortdurend nieuwe artiesten, stijlen en geluiden leert kennen.

Merk je dat ook aan jullie publiek? Is het publiek van FinFactor Jazz Damme de voorbije vijf jaar jonger geworden?
Onze focus ligt niet zozeer op het verjongen van ons publiek, maar op het samenbrengen van verschillende generaties. We merken wel dat steeds meer jongeren de weg naar het festival vinden, zonder dat ons trouwe publiek wegblijft. Zo ontstaat er een mooie mix. Met ons jongerentarief proberen we de drempel voor een eerste festivalbezoek te verlagen. Daarnaast geven we via de Dragon Jazz Contest jong talent een podium. Dat trekt niet alleen jonge bezoekers aan, maar inspireert ook andere jonge muzikanten om jazz te ontdekken.

Waar onderscheidt FinFactor Jazz Damme zich volgens jou van andere jazz festivals?
Ik denk dat FinFactor Jazz Damme zich onderscheidt door de combinatie van kwaliteit, intimiteit en talentontwikkeling. We zetten bewust sterk in op Belgische jazz, met een mooie mix van gevestigde namen en jong opkomend talent. Daardoor krijg je een programma waarin verschillende generaties muzikanten elkaar ontmoeten. In de intieme festivalsfeer zitten bezoekers bovendien heel dicht bij de artiesten, wat elk concert een bijzondere beleving maakt.

Wat betekent jazz in 2026 voor jou persoonlijk?
Voor mij is jazz vandaag een levende muziekvorm die voortdurend in beweging is. Jazz is altijd al een veelzijdig genre geweest, maar die diversiteit is vandaag zichtbaarder dan ooit. Jonge muzikanten brengen invloeden mee uit hiphop, elektronica, soul, wereldmuziek en klassieke muziek, waardoor jazz zich niet meer in één hokje laat plaatsen. Improvisatie blijft de rode draad, maar de manier waarop die tot uiting komt, evolueert voortdurend. Net die openheid spreekt ook een nieuw publiek aan. Veel jongeren ontdekken jazz via een bepaald subgenre of een artiest die verschillende stijlen combineert. Van daaruit groeien ze vaak verder en gaan ze ook de rijke geschiedenis van het genre verkennen. Voor mij is dat de kracht van jazz: ze blijft vernieuwen zonder haar identiteit te verliezen.

En is dat niet precies wat jullie festival ook probeert te doen: jonge mensen laten kennismaken met jazz?
Absoluut, al is dat niet ons enige doel. We willen vooral een festival zijn waar verschillende generaties en verschillende vormen van jazz samenkomen. Als iemand voor het eerst naar Jazz Damme komt omdat hij of zij een hedendaagse jazzact ontdekt en daarna ook blijft hangen voor een meer traditionele of avontuurlijke band, dan is dat voor ons een groot succes. We willen nieuwsgierigheid aanwakkeren en laten zien hoe rijk en veelzijdig jazz vandaag is.

Wat me opvalt, is dat Afro-jazz de laatste jaren steeds prominenter aanwezig is op festivals. Zie jij dat ook? Hoe verklaar je die evolutie?
België heeft een bijzonder rijke Afro-jazzscene, zeker ook in Brussel. In welke mate volgen jullie die scene bij het samenstellen van het programma?
We volgen die scene zeker, net zoals we de bredere Belgische jazzscene goed in de gaten houden. Brussel is daarin een heel interessante plek, waar muzikanten met heel verschillende achtergronden en invloeden elkaar tegenkomen. Dat zorgt voor veel nieuwe ideeën en samenwerkingen.
Bij het samenstellen van ons programma vertrekken we niet vanuit één bepaald subgenre, maar kijken we vooral naar artiesten met een eigen verhaal en een sterke muzikale identiteit. Afro-jazz hoort daar zeker bij, en er zijn vandaag heel wat sterke en boeiende projecten binnen dat spectrum. Of en wanneer die een plek krijgen op het festival hangt ook af van de beschikbaarheid en de agenda’s van de muzikanten. Maar als alles past, nemen we die projecten graag op in onze programmatie, omdat ze goed aansluiten bij de diversiteit die we met het festival willen tonen.

Benjamin Herman vertelde me onlangs dat hij een duidelijke heropleving ziet van spirituele jazz. Merk jij die evolutie ook, en spreekt die stroming jou aan? https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103103-benjamin-herman-ik-kan-alleen-adviseren-als-je-naar-japan-gaat-zorg-dat-je-niet-in-die-food-trap-terecht-komt
Die stroming is er zeker, en ik merk ook dat ze opnieuw meer aandacht krijgt. Waarom precies, vind ik moeilijk te verklaren. Wat me vooral opvalt, is dat er vandaag opnieuw veel muzikanten zijn die inspiratie halen uit die traditie en er een eigentijdse invulling aan geven. Dat maakt het een heel interessante ontwikkeling binnen de jazz.

Veel organisatoren geven aan dat festivals organiseren de voorbije jaren moeilijker is geworden, onder meer door stijgende kosten, exclusiviteitscontracten en de impact van corona. Herkennen jullie die evolutie?
Een festival organiseren is altijd een complexe puzzel geweest, en die is de voorbije jaren alleen maar uitdagender geworden. Mensen denken vaak eerst aan de artiesten, maar een groot deel van het budget gaat naar zaken zoals podium, techniek, tenten, sanitair, veiligheid en communicatie. Die kosten zijn de afgelopen jaren ook sterk gestegen. Tegelijk moeten we als organisatie heel bewust omgaan met onze middelen. We hebben het geluk dat ons festival gedragen wordt door een enthousiaste groep vrijwilligers, waardoor we onze middelen maximaal kunnen investeren in de beleving van het publiek en de artiesten. Daarnaast zijn ticketverkoop en de steun van onze sponsors essentieel. We krijgen geen structurele financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid, waardoor we voor de realisatie van het festival volledig afhankelijk zijn van onze bezoekers, partners en sponsors. Ze noemen ons soms al lachend dat we de wielerploeg onder de festivals zijn, omdat we zoveel sponsors op de affiche hebben staan. Maar net dankzij die brede groep partners kunnen we elk jaar opnieuw een kwalitatief festival neerzetten.

Op het programma staan enkele opvallende namen. Brussels Jazz Orchestra met Nathalie Loriers is er één van. Wat mogen bezoekers van die samenwerking verwachten?
Brussels Jazz Orchestra met Nathalie Loriers is voor ons een van de absolute hoogtepunten van deze editie. Met Envols staat de piano centraal binnen de bigband, wat een heel bijzondere invalshoek geeft. Nathalie Loriers behoort al jaren tot de absolute top van de Belgische jazz en samen met Brussels Jazz Orchestra levert dat een concert op met enorm veel muzikaliteit, dynamiek en verfijning. Die samenwerking past ook perfect binnen de visie van het festival. We willen de rijkdom van de Belgische jazz tonen, met een programma waarin gevestigde namen en jong talent elkaar versterken. Brussels Jazz Orchestra is daar een prachtig voorbeeld van.

Philip Catherine geldt als één van de absolute grootheden van de Belgische jazz.  Hoe belangrijk was het voor jullie om hem op het programma te krijgen? En ik had hem als afsluiter verwacht.
Sinds vorig jaar werken we samen met Jazz Contest, een wedstrijd voor jonge jazzmuzikanten. We willen hen een mooi podium geven. Vorig jaar was Jef Neve peter van de wedstrijd. We programmeerden hem bewust na de jonge laureaten, zodat het publiek vroeger kwam en die jonge muzikanten ook voor een vol festival konden spelen. Dat werkte uitstekend. Dit jaar neemt Philip Catherine die rol op zich. Hij was meteen enthousiast om jong talent letterlijk in zijn voetsporen te laten treden.

Het is mooi dat jullie dat doen, want veel organisaties spelen op veilig en durven dat risico niet meer te nemen. Jullie wel dus?
Er zit altijd een zeker risico in, maar we hebben de voorbije jaren stap voor stap een vertrouwensband opgebouwd met ons publiek. Mensen weten ondertussen waar FinFactor Jazz Damme voor staat en vertrouwen erop dat we een kwalitatief programma samenstellen, ook als ze niet elke naam op de affiche kennen. Dat vertrouwen is niet vanzelf gekomen. We luisteren ook heel bewust naar de feedback van ons publiek en proberen het festival elk jaar verder te verbeteren. Net daardoor durven we ook jonge of minder bekende artiesten een plek te geven. Vaak zijn dat achteraf net de concerten waar mensen het meest door verrast worden.

Lady Linn spreekt zowel jazzliefhebbers als een breder publiek aan. Hoe zijn jullie bij haar terechtgekomen en wat maakt haar volgens jullie zo'n goede match voor het festival?
Vocale jazz zit duidelijk in de lift en de nieuwste plaat van Lady Linn sluit daar mooi bij aan. Ze spreekt bovendien een breder publiek aan, zonder haar band met jazz te verliezen. Ze is een veelzijdige artieste, een fantastische zangeres en heeft een sterke band rond zich. Voor ons een zeer mooie afsluiter van het weekend.

Het valt me wel op dat jullie de jazz trouw blijven, waar andere jazz festivals er soms compleet van afwijken. Ook een bewuste keuze?
Dat is een heel bewuste keuze. Natuurlijk mogen we af en toe wat buiten de lijntjes kleuren. Kijk bijvoorbeeld naar North Sea Jazz, waar ook funk, soul en andere verwante genres een plaats krijgen. Dat past perfect bij een festival met meerdere podia en een heel brede programmatie.  Wij kiezen er bewust voor om een jazzfestival te blijven. Jazz is en blijft het vertrekpunt van alles wat we programmeren. Binnen dat genre is er vandaag al zoveel diversiteit dat we nog heel veel kunnen ontdekken, zonder onze identiteit te verliezen. We houden het festival bewust kleinschalig en luisteren goed naar ons publiek. Die duidelijke focus is volgens mij net één van onze sterktes.

Zijn er in de programmatie opvallend veel vrouwelijk artiesten, zeker de eerste dag. Is het een bewuste keuze?
Dat is eigenlijk heel spontaan zo gegroeid. We stellen het programma niet samen op basis van gender, maar puur op artistieke kwaliteit. Tegelijk zien we dat er vandaag steeds meer sterke vrouwelijke jazzmuzikanten zijn. Op onze affiche zie je dat terug met artiesten als Elly Brouckmans, Margaux Vranken, Nathalie Loriers, Christie Dashiell en Lady Linn. Dat is een mooie evolutie. Ook bij de Dragon Jazz Contest merken we dat steeds meer vrouwelijke muzikanten doorstromen.

Zijn er nog artiesten die je zou aanprijzen op de affiche ?

Eigenlijk allemaal. Persoonlijk? Ik ben als drummer een groot fan van Gregory Hutchinson die met ‘Joe Sanders Parallels aantreed op zondag, dus daar zie ik persoonlijk wel naar uit. Maar voor de rest is het gewoonweg die mooie combinatie tussen gevestigde waarden en jonge beloftevolle talenten die ik wil aanprijzen. En dat tweede podium, zal zeker velen verrassen.

Als je na vijf edities terugblikt, waar ben je het meest trots op? En zijn er zaken die je vandaag anders zou aanpakken?
Natuurlijk zijn er altijd dingen die beter kunnen. Maar uiteindelijk blijven vooral de mooie momenten hangen: de reacties van het publiek, de enthousiaste gesprekken achteraf en mensen die na een optreden in de rij staan om een artiest te ontmoeten. Dat zijn de momenten waarop je beseft waarom je het doet.

Waar willen jullie met Jazz Damme de komende jaren naartoe? Zijn er nog ambities of groeiplannen?
Onze ambitie is om uit te groeien tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Als mensen FinFactor Jazz Damme ooit in één adem noemen met festivals als Jazz Middelheim of Gent Jazz, zou dat fantastisch zijn. Grote uitbreidingsplannen hebben we niet. Met het tweede podium zetten we opnieuw een stap vooruit, maar we willen vooral trouw blijven aan het concept dat we de voorbije jaren hebben opgebouwd."

Is er nog iets dat je wenst mee te geven?
Denk dat alles wel gevraagd is. Dankjewel!
Meer informatie: https://jazzdamme.be/

Pics homepag @Stephen Sarre

Bedankt voor dit interview. Veel succes met het event.

Jacqui Hunt – Doorheen ons verdriet kunnen we nog altijd schoonheid vinden

Na achttien jaar radiostilte keert Jacqui Hunt terug met ‘Desiderium’, haar meest persoonlijke en kwetsbare album tot nu toe. De plaat ontstond in een periode van verlies, ziekte en herstel, maar is veel meer dan een muzikale verwerking van verdriet. Met een intrigerende mix van filmische elektronica, warme pianoklanken en dromerige melodieën zoekt Hunt naar licht, innerlijke rust en de kracht om opnieuw vooruit te kijken.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/103509-desiderium
In dit interview vertelt ze openhartig over het verlies van haar ouders, de helende kracht van muziek, de kwetsbaarheid die haar uiteindelijk sterker maakte en haar verlangen om ‘Desiderium’ ook live tot leven te brengen. Boven alles wil ze met dit album één boodschap meegeven: dat we zelfs in tijden van rouw nog schoonheid kunnen vinden, dat het leven voortduurt en dat er altijd iets blijft om te vieren.

Na achttien jaar stilte keer je terug met ‘Desiderium’, een album dat aanvoelt als een persoonlijke en emotionele wedergeboorte. Wat maakte dit het juiste moment om terug te keren en deze songs met de wereld te delen?
Na het overlijden van mijn vader, en bijna twee jaar later ook van mijn moeder, gevolgd door mijn eigen gezondheidsproblemen, voelde ik de motivatie om eindelijk werk te maken van dingen die ik al lange tijd wilde doen. Ik wilde opnieuw een deel van mezelf terugvinden dat naar de oppervlakte moest worden gebracht om mijn helingsproces te ondersteunen. De energie opnieuw in beweging brengen. Het leven omarmen.

De titel ‘Desiderium’ komt uit het Latijn en verwijst naar een diep verlangen naar iets dat verloren is gegaan of niet langer aanwezig is. Waarom vat dit woord de essentie van het album zo goed samen?
Het woord ‘Desiderium’ kwam pas bijna aan het einde van het maakproces van het album bij me op. Ik voelde er meteen een sterke connectie mee: het klonk prachtig en de betekenis sloot perfect aan. Het dook als een geschenk uit het niets op, want tot dan toe wist ik niet hoe het album zou heten. Het had alles te maken met mijn rouwproces. Tegelijk ging het ook over het verlangen naar innerlijke rust, spirituele groei en vreugde.

Het album voelt als een heel persoonlijke reis door emoties zoals verlies, herinnering, verlangen en hoop. Wist je al toen je aan deze songs begon te schrijven, dat je zo’n intieme plaat aan het creëren was, of werd dat pas duidelijk tijdens het proces?
Ja, het album begon zich als het ware vanzelf te vormen, vertrekkend vanuit mijn emotionele toestand op dat moment. Ik putte uit schetsen en zette enkele ideeën opzij die niet juist aanvoelden. Ik wilde een momentopname maken van die periode en de ruimte die toen ontstond, vastleggen. Dat was het geluid dat naar boven kwam, en ik voelde dat ik daar niet tegen moest vechten.

Hoe ontwikkelde het songwritingproces zich? Kwamen de songs vanzelf tot stand, of werkte je bewust toe naar een bepaalde sfeer of een specifiek verhaal?
Het was een combinatie van beide. Nadat de eerste vijf songs waren afgewerkt, begon ik te zien welke sfeer er zich aan het vormen was. Er loopt een rode draad door het album, als een abstract verhaal. Dat was belangrijk voor mij, omdat het me een plek gaf om naar terug te keren, als een soort observatieplatform.

Is er één song op ‘Desiderium’ die voor jou persoonlijk een bijzondere betekenis heeft? Wat maakt net dat nummer zo speciaal?
Eigenlijk hebben ze allemaal een diepe betekenis voor mij. Ik kan wel zeggen dat het voelde alsof ik ‘This Love’ samen met een geest schreef. De dag waarop ik het nummer schreef, had ik het emotioneel bijzonder moeilijk. Ik voelde me helemaal niet liefdevol, was boos over een aantal zaken en ergerde me bovendien aan mezelf omdat ik dat gevoel niet kon overwinnen. Ik ging aan de piano zitten, begon wat akkoorden aan te slaan en zong precies het tegenovergestelde van wat ik op dat moment voelde. Uiteindelijk hielp dat om mijn stemming te verzachten. Het herinnerde me ook aan de kracht van iets positiefs doen, zelfs wanneer je jezelf daar in het begin toe moet dwingen omdat je er geen zin in hebt. Energie kanaliseren totdat die er daadwerkelijk is. Mijn vader deed dat vaak aan de piano, en die herinneringen hielpen me om de situatie om te buigen.

Veel luisteraars zullen hun eigen ervaringen herkennen in de emoties die op dit album naar voren komen. Was het creëren van een band met mensen via gedeelde gevoelens iets wat je bewust wilde bereiken?
Ik had geen idee hoe het album ontvangen zou worden. Ik ben ontzettend blij dat ik een band met anderen kan creëren; dat betekent heel veel voor mij. Tegelijk is het niet iets waarvan ik weet hoe je het vooraf kunt uitstippelen.

Het album heeft een mysterieuze en bijna droomachtige sfeer. Sommige luisteraars zullen misschien aan artiesten zoals Kate Bush denken, al blijft je eigen identiteit als artieste heel duidelijk aanwezig. Zijn er artiesten of invloeden die het geluid en de sfeer van ‘Desiderium’ hebben gevormd?
Tijdens het maken van Desiderium luisterde ik eigenlijk niet veel naar andere muziek. Ik was volledig opgegaan in mijn eigen creaties en wilde me niet laten afleiden. In de auto luisterde ik wel naar de radio, die ik op een klassieke zender had afgestemd. Dat deed ik voordien meestal niet. Ik wist dat het album zowel akoestische als elektronische elementen zou bevatten. Dat was alles wat ik bij het begin wist. Ook wist ik dat de piano een belangrijke rol zou spelen, als eerbetoon aan mijn vader, die goed piano speelde, en aan het begin van mijn leven, toen mijn ouders nog samen waren.

Je muziek klinkt op dit album erg kwetsbaar en oprecht. Was het moeilijk om je op die manier open te stellen en zulke persoonlijke emoties met de wereld te delen?
Misschien was dat vroeger moeilijker, omdat ik om uiteenlopende redenen releases heb uitgesteld. Deze keer voelde het op dat vlak gemakkelijk. Na verlies, ziekte en pijn is kwetsbaarheid iets wat je moet aanvaarden en erkennen om verder te kunnen gaan en vanuit die positie te kunnen groeien. Een innerlijke waarheid onder ogen zien, vraagt moed, maar kan ook bijzonder verrijkend zijn. Uiteindelijk kan kwetsbaarheid je dus juist sterker maken.

Wanneer je iets zo persoonlijks uitbrengt, kunnen de reacties van luisteraars erg betekenisvol worden. Hoe hebben mensen tot nu toe op ‘Desiderium’ gereageerd?
Ik heb al enkele bijzonder hartverwarmende reacties ontvangen. Ik kan niet ontkennen dat het me enorm opbeurt wanneer dat gebeurt. Dat mensen de tijd nemen om contact met me op te nemen, raakt me diep en maakt me erg nederig. De vriendelijkheid van vreemden is een onverwacht geschenk, een waardevolle rijkdom die we allemaal op onze eigen manier kunnen waarderen.

Als je terugkijkt op je werk met Single Gun Theory, wat is volgens jou het grootste verschil tussen muziek creëren binnen dat project en het maken van dit soloalbum?
Om te beginnen was het volledige proces van het opnemen van de zang heel anders. Voor Single Gun Theory kreeg ik meestal vier dagen om alle zangpartijen in de studio op te nemen. Dat werd bepaald door het opnamebudget en de tijd die nodig was om het album te mixen en af te werken. De muziek van Single Gun Theory was al geschreven vóór de uiteindelijke opnames. Bij Desiderium liepen het schrijf- en opnameproces daarentegen gelijktijdig en door elkaar. Er was geen vast tijdschema, behalve het schema dat ik zelf bepaalde.

Het album voelt als iets dat ook op een podium tot leven zou kunnen komen. Zijn er plannen om deze songs live te spelen of ‘Desiderium’ via concerten naar het publiek te brengen?
Dat zou ik heel graag doen. Terwijl ik deze antwoorden aan jou schrijf, werkt Brian Conolly voor mij aan de technische kant van dat verhaal. We zullen dus zien wat daaruit voortkomt, maar het ziet er alvast veelbelovend uit. Ik sta te popelen om met repeteren te beginnen.

Na het maken van zo’n diep persoonlijk album: heb je al ideeën over waar je muzikale reis je hierna naartoe zal brengen?
Ja, die heb ik. Ik heb al een gevoel bij de zang en er begint iets in mij te groeien. Ik kan niet wachten.

Heb je, na al die jaren nog bepaalde ambities of dromen als artieste die je graag zou willen verwezenlijken?
Met dit album ben ik opnieuw bezig mijn dromen waar te maken. Ik wil geweldige concerten spelen, mijn beste song ooit schrijven, nog een album maken, een nummer produceren voor een andere artiest en een abstract, theatraal werk creëren. En dat is nog maar het begin.

Wat hoop je dat luisteraars meenemen nadat ze ‘Desiderium ‘hebben beluisterd?
Dat we zelfs doorheen ons verdriet nog schoonheid kunnen vinden. Dat het leven voortduurt en dat dat iets is wat we mogen vieren.

Hartelijk dank dat je de tijd wilde nemen voor dit interview, en proficiat met het maken van zo’n prachtig en emotioneel album
Met plezier, Erik. Bedankt voor je interesse in en steun voor mijn muziek, en voor je doordachte vragen.

Nocturnal empire – Onze drijfveer is dat we na dertig jaar nog steeds die diepe vriendschapsband hebben onder elkaar, en nog met evenveel plezier ons ding kunnen doen, waar we ook spelen
 
Nocturnal Empire is al sinds 1996 bezig, en  laat zich dertig jaar later moeilijk nog in één hokje onderbrengen. De band vertrekt vanuit extreme metal, maar verweeft die met melodieuze, atmosferische en progressieve invloeden. De wortels in black metal blijven hoorbaar, zonder dat ze nog het volledige muzikale plaatje bepalen.
Live vertaalt zich dat in een dynamische set waarin verschroeiende mokerslagen worden afgewisseld met meer gelaagde en sfeervolle passages. Na hun optreden op Hellbound Fest  in Hell (Diest) , op zondag 26 juli, hadden we een fijne babbel met de band. Over dertig jaar in de underground scene, de plannen en de ambities.

Nocturnal Empire bestaat ondertussen bijna dertig jaar. Als jullie terugkijken naar 1996, wat is vandaag nog hetzelfde gebleven en wat is compleet veranderd?
Een andere line up in de eerste plaats, maar ook de muziek is veranderd. in het begin was het meer black en death, en nu kun je onze muziek gewoonweg niet in een hokje duwen. Dat is zo een beetje de grootste verandering in die dertig jaar. We richten ons niet meer op een genre, en doen gewoonweg wat we graag doen.

Jullie hebben enkele bezettingswissels gekend. Heeft elke nieuwe muzikant ook iets aan het geluid van Nocturnal Empire toegevoegd?
De muziek en de nummers ontstaan organisch tijdens de repetities. Het zijn de drummer en de gitarist die uitproberen tot een nummer zich begint te vormen. De baslijnen zijn meestal een ondersteuning van het nummer omdat we maar met één gitaar spelen. Nick schrijft de teksten en zoekt tijdens het jammen naar verschillende zanglijnen;

Wat ook opvalt, ondanks die dertig jaar zijn jullie altijd wat blijven ‘hangen’ in die ‘underground’? is het bewust zo gegroeid, of hoe moet ik dat zien …
In het begin hadden we enkele succes, heel goede reviews in Aardschock  gevolgen? Niets. We hadden enkele mooie concerten, o.a. in Oostende, reactie daarop? Niets. Hoe komt dat? Geen idee. Het is ook nooit onze grote ambitie geweest om grote podia te doen.  We blijven de underground bewust heel trouw, dat is een vaststaand feit. Maar laat ons eerlijk zijn in België zijn er weinig groepen die de ‘top’ bereiken. Mantah heeft nu wel wat succes naar grotere podia toe, er zijn er nog wel. Maar één van de weinige die wel is doorgebroken is Evil Invaders. Voor ons hoeft dit niet. Nocturnal Empire is onze hobby, onze passie maar daarnaast gaan we werken, hebben een gezin of nog zaken ernaast. Het is nooit de ambitie geweest om de underground te ontgroeien, integendeel...we voelen ons hier goed en op onze plaats.

De ambitie om vanuit het buitenland – zoals Evil Invaders heeft gedaan – eventueel op een festival als Alcatraz of Graspop te geraken is er dus niet?
het is voor ons allemaal een hobby dat we combineren met werk en een druk gezinsleven. Om zomaar naar het buitenland te vertrekken om een tour te gaan doen? Dat zat en zit er nog steeds niet  er niet in. andere bands, zoals Evil Invaders, hebben daar heel wat offers voor gedaan. En dat is een keuze, maar bij ons gaat dat dus gewoonweg niet om ons valies te pakken en snel eens naar het buitenland te gaan enkele weken. We zijn blij met elk optreden dat we krijgen, zoals in Hell Diest nu.  Dat we al dertig jaar doen wat we graag doen is een luxe, ook al komen we meestal dezelfde mensen tegen, dat nemen we er graag bij.

België heeft een sterke underground metalscene, maar krijgt internationaal soms minder aandacht dan bijvoorbeeld Zweden of Duitsland. Hoe kijken jullie daar zelf naar?
Het is wat het is. Er zijn in het thrashgenre wel wat bands uit België die het goed doen. Ook in de black en death metalscene zijn er toch wat bands die mooie optredens doen zoals Acient Rites of Slaughter Messiah . Muziek en bands zijn soms wat onderhevig aan trends of op wat op dat moment aanslaat. Kijk naar het succes van AmenRa nu.  Eigenlijk zijn wij daar als band niet zo hard mee bezig. Wij zijn al tevreden als we eens ons ding kunnen doen in Nederland. Voor ons is echt het belangrijkste om waar we ook zijn er een plezierige tijd te beleven. .zowel op de repetitie, de voorbereiding voor een optreden, setlist samenstellen, het spelen, interactie met publiek, de babbels achteraf, de andere bands  De vijver is wel heel klein geworden voor bands zoals ons, er zijn ook minder plaatsen om op te treden. En voor bands als ons, die sowieso diep in die underground zitten is het nog moeilijker als bands met wat ‘naambekendheid’ . maar je hoort ons niet klagen, zoals we aangaven.

Het is nu dus eigenlijk nog moeilijker geworden als ik het goed begrijp?
Het is zeker anders dan 30 jaar geleden. Toen waren er niet zo heel erg veel bands en waren er ook meer jeugdhuizen of andere zaaltjes om te spelen. Moeilijker is dat daarom niet, wel anders...wel moet je als band met eigen muziek hard op zoek naar speelplaatsen. Men maakt nu vaker de veiliger keuzes...coverbands, tributebands, de grotere veilige namen en bands...minder speelplaatsen, minder cafeetjes.

Wat ook nu speelt, de hokjes zijn weggevallen, is het een vloek of een zegen voor jullie?
de muzieksmaak is – zeker bij de jeugd – veel breder geworden. Daardoor kan dat gebeuren dat we voor amper 50 man of minder spelen, omdat de mensen hun smaken nu eenmaal breder zijn en als er iets anders te doen valt op diezelfde dag, heb je pech. Is dat erg? Nee, want we spelen met even veel energie voor die 25 man als dat we voor 200 zouden staan. Wat ons sterk houdt is de vriendschap onder elkaar, en dat we het allemaal nog doodgraag doen. en meer is er niet nodig. Het is dus wel ergens een vloek, maar ook weer niet… Bovendien. De evolutie is ook wat ze is. De mensen zijn ruimdenkender qua muzieksmaak en dat is wel goed denk ik. Zelf vind ik het ook wel leuk om op een avond te kijken naar een gotic metal band en daarna naar een death metalband… en wij daartussen als het kan

Wat maakt een optreden voor jullie geslaagd? Een wild publiek, een perfecte set of eerder de sfeer?
Het is geen ‘of, of’ verhaal. Als je voelt dat de mensen mee zijn , dat er applaus en beweging is , dat zijn de meest geslaagde concerten. Dat moeten er zelfs geen twintig zijn, als je er twee mee in een mini mosh kunt krijgen, is dat doel al bereikt. Ook nu in Hell was iedereen enthousiast, ook het geluid zat goed – dat is toch ook wel belangrijk. het belangrijkst is gewoonweg, als je ziet dat de mensen zich amuseren is voor ons voldoende.

Het viel me op dat jullie na dertig jaar nog steeds als jonge hongerige wolven stonden te spelen, waar andere bands met zovele jaren op hun teller vaak grijpen naar routine. Ik veronderstel dat het aansluit bij alles waar jullie het over hadden? Vriendschap en zo? Of wat speelt er dan?
De drijfveer is gewoon blijven gaan, blijven draaien. En inderdaad onze vriendschap, de dag dat we op het podium staan en ieder alleen maar bezig is met zijn eigen partij spelen? Dan is het voorbij, de magie onder elkaar is er na dertig jaar nog steeds, Ook op repetities hebben we even veel plezier. dat is dus de voornaamste drijfveer. En dat is echt het belangrijkste. Wij amuseren ons nog altijd. Soms lukt het gemakkelijk om een nummer te schrijven, soms gaat het moeilijk. Maar nog iedere keer is het zo fantastisch ergens heen te rijden, niet weten of er veel volk of, in ons geval, of er volk zal zijn, maar wij gaan er altijd voor. Zelfs al spelen we maar voor een handvol mensen (wat echt al voorgekomen is hoor)

Wanneer stopt het dan voor jullie? Je bent nog jong, maar niet meer piepjong. Wanneer zeg je ‘nu trekken we de stekker eruit’?
Dat is voor ieder van ons persoonlijk. Als onze kinderen beginnen te zeggen ‘papa nu begint het toch wat gênant te worden’ en je ook merkt dat dit daadwerkelijk zo is.. dan wordt het tijd om ermee te stoppen. Maar zolang dat niet zo is, en we ons nog amuseren en plezier beleven aan wat we doen? zonder onszelf belachelijk te maken? Blijven we gewoon doorgaan.

Zijn er optredens die jullie nooit zullen vergeten? Misschien een of een ander concert dat een kantelpunt betekende?
We hebben zo veel mooie momenten gehad. Maar echt een fijne ervaring was de dag toen we s middags mochten openen op een festival...ons materiaal werd uitgeladen, een backstage met koffie en taartjes, prachtig geluid… We mochten nog blijven om te eten, de kok vroeg of we pasta of aardappelen wilden, maar we moesten s avonds nog ergens anders gaan spelen. Daar aangekomen bleek dat we in een oud cafeetje moesten spelen waar er de ganse avond 10 mensen naar ons hadden gekeken. Er was door niemand inkom betaald. Dat zijn toch heerlijke momenten die zo mooi aangeven wat Nocturnal Empire is...soms zit het echt mee, soms valt het eens tegen….een allegorie op het leven! Dat past bij ons;

Hoe ontstaan jullie nummers? Vertrekt alles vanuit een gitaarriff of brengt iedereen ideeën aan tijdens de repetities?
Een nummer ontstaat door de interactie tussen gitaar en drum, van daaruit vertrekkende – op basis van de teksten die de zanger aangeeft. Dat is de basis van alles. Ideeën brengt iedereen aan, we doen alles samen. Maar de basis is daar… maar we vullen elkaar perfect aan.

Stel dat iemand Nocturnal Empire nog nooit gehoord heeft. Welk nummer zouden jullie aanraden als perfecte kennismaking, en waarom net dat nummer?
FACELESS
dat is ook een nummer waardoor een connectie is ontstaan met sommige van ons, waardoor die bij de band zijn gekomen. Het is ook een nummer dat eigenlijk nog het best aangeeft waar Nocturnal Empire echt voor staat. Het was ook het nummer waarbij de zanger en de bassist kwamen solliciteren bij de band in 2019; We spelen geen bepaald genre. We passen niet in een hokje, waardoor we een breed scala aan metal liefhebbers kunnen aanspreken.

Wordt er nog iets meer gedaan rond jullie dertigjarig bestaan, een exclusief ‘dertig jaar Nocturnal concert’ of zo?
Nee niet echt.  er zijn geen specifiek optredens daarrond gepland nee. We zijn gewoon blijven doorgaan met optredens zoeken en plannen en spelen overal waar we gevraagd worden. We hebben dat altijd zo gedaan en gaan dat ook blijven doen.

Werken jullie momenteel aan nieuw materiaal? Kunnen de fans de komende maanden iets nieuws verwachten?
We zijn nu bezig in onze repetitieruimte met zelf wat opnames te maken. We houden jullie op de hoogte als we iets uitbrengen. Wel hebben we geen plannen om een plaat of cd uit te brengen. We hebben niet de indruk dat daar nog veel vraag naar is.

Zijn er elementen wat je nu weet, die je anders had aangepakt?
Er zijn altijd wel dingen waarover je denkt ‘dat hadden we anders kunnen doen’, binnen een andere tijdsgeest misschien?  We hebben wel enkele legendarische slechte optredens gehad, en kansen niet kunnen grijpen door onverwachte omstandigheden. We hebben daar echter geen trauma’s aan over gehouden.   We hebben ons altijd goed geamuseerd en, nog steeds. Dus nee…

Na al die jaren: waar zijn jullie als band het meest trots op?
Dat we nog steeds overeenkomen met elkaar. Dat we nog steeds die diepe vriendschapsband hebben onder elkaar. En nog met even veel plezier ons ding staan te doen, waar we ook spelen. Het is namelijk geen evidentie, om met werk en gezin een band zo  lang bij elkaar te houden. En daarin zijn we heel goed geslaagd, en dat lukt na dertig jaar nog steeds heel goed. Daar zijn we het meest trots op. Met beide voetjes op de grond!

Tot slot: als jullie één misverstand over Nocturnal Empire mochten rechtzetten, wat zou dat zijn?
Een mooie vraag, inderdaad, maar moeilijk om een antwoord op te formuleren. Als we mogen zouden we zeggen dat het een misverstand is dat we niet overal willen spelen...want dat willen we wel!!! Stuur een berichtje, mail, telefoontje naar de band of bandleden en vraag ons of we willen komen...in een huis, een tent, jeugdhuis, café, kraakpand….we komen en hopen je binnenkort te zien!

Pics homepag @Peter Vangelder (Musika)

Ik zal het doorgeven aan de organisaties … Bedankt voor de fijne babbel. Hopelijk tot binnenkort

Bedankt Erik voor dit fijne interview!

Lokerse Feesten 2026 - DAG 4 - Hoogtepunten uit onverwachte hoek
Lokerse Feesten 2026
Grote Kaai
Lokeren
2026-07-03
Erik Vandamme

De Lokerse Feesten mogen terugblikken op een bijzonder geslaagd openingsweekend. Met de komst van Diana Ross op de eerste festivaldag, een ontketende Pommelien Thijs op dag twee en een new-wave dag waarop we als Lokeraars alleen maar trots konden zijn, viel er al heel wat te beleven.
De eerste festivaldag was zo goed als uitverkocht, de twee daaropvolgende avonden waren zelfs volledig uitverkocht.
De vierde festivalavond stond in het teken van folkpunk, of hoe men dat energieke en moeilijk- in-een-hokje-te-plaatsen-genre ook wil noemen. Met Dropkick Murphys en Gogol Bordello stonden er twee klinkende namen op de affiche. Toch waren het achteraf bekeken niet noodzakelijk de twee headliners die het meest indruk maakten. Die eer ging eerder naar de 'vreemde eend in de bijt', Therapy?, en naar enkele acts die op de Club Stage voor de aangenaamste verrassingen van de avond zorgden.

De avond werd op gang getrokken door de Ierse folkband The Mary Wallopers (****), die gebruik maakt van traditionele instrumenten, waaronder een soort doedelzak en harmonica. Met hun lekker opzwepende en aanstekelijke klanken, aangevuld met een troubadourachtige vocale aanpak, zorgde de band op geheel eigen, puur Ierse wijze voor een vermakelijke start van de festivaldag.
Misschien niet meteen muziek die elke punkliefhebber zal aanspreken, maar wie houdt van authentieke Ierse folklore kon bij The Mary Wallopers zeker zijn gading vinden. Vooral wanneer alle traditionele instrumenten samenkwamen, wist het gezelschap ons helemaal te overtuigen.

Van een heel ander kaliber was Waste (*****) op de Club Stage. We ontdekten de band destijds op Humo's Rock Rally en ondertussen heeft het gezelschap een hele weg afgelegd. Een klein minpuntje? De songs lagen soms wat in dezelfde lijn. Toch stoorde dat nauwelijks, want Waste ontketende een nietsontziende wervelstorm en schoot vuurpijlen richting het publiek. Het publiek was wel geïnteresseerd, maar stond opvallend onbeweeglijk toe te kijken.
Nochtans heeft de band die wisselwerking tussen podium en publiek nodig om volledig loos te gaan, iets wat deze keer niet helemaal lukte. Vonden we Waste toen al energiek, dan kunnen we alleen maar vaststellen dat de band nu volwassen is geworden, zonder ook maar iets van die knallende energie te hebben ingeboet. Die energie is alleen maar toegenomen.

Stellen dat Therapy? (****) de vreemde eend in de bijt was op deze festivalavond, is wellicht wat kort door de bocht. De band is al een tijdje op tournee om het dertigjarig bestaan van ‘Troublegum’ (1994) te vieren. Met die plaat wisten ze ons in 2024 in de AB nog compleet omver te blazen, en op de Lokerse Feesten deden ze dat op hun eigen unieke manier nog eens dunnetjes over. ‘Troublegum’ zette Therapy? destijds stevig op de kaart, en deze avond werd nog maar eens duidelijk waarom. De plaat staat vol songs die in het geheugen gegrift staan van een generatie die de jaren negentig aan den lijve heeft meegemaakt.
De band had er duidelijk zin in en duwde vanaf “Stop It You're Killing Me” het gaspedaal volledig in. Ook de Joy Division-cover “Isolation” kwam al vroeg in de set. Therapy? zette die song volledig naar zijn hand, zonder de eigenheid van het origineel uit het oog te verliezen. Op dit knallende en knetterende elan ging de band onverminderd verder. Nauwelijks bekomen van de vuurpijl die “Trigger Inside” was, kregen we met “Brainsaw” en “Femtex” meteen twee nieuwe mokerslagen.
Frontman Andy Cairns zocht voortdurend de interactie met het publiek op. Hij porde het publiek telkens aan: her en der ontstonden stevige moshpits. Therapy? is een band die zich weinig aantrekt van regeltjes, en precies dat siert hen. Een iconisch album integraal spelen, daar hadden ze duidelijk geen behoefte aan. In plaats daarvan kregen we een verrassende versie van “Diane”, die in een veel hoger en sneller tempo werd gebracht. De rauwe kantjes van het nummer, oorspronkelijk van Hüsker Dü, bleven daarbij volledig behouden. De tekst werd bovendien uit volle borst meegebruld, alsof het opnieuw 1994 was.
Maar daarmee was het nog lang niet gedaan. Met onder meer “Die Laughing” en “Nowhere” volgden nog enkele stevige wervelwinden. Twee absolute klassiekers werden zo speels en energiek gebracht dat we volledig overstag gingen.
Therapy? was op de Lokerse Feesten helemaal zichzelf: eigenzinnig, compromisloos, uniek. Zo zien en horen we het graag.

Men had me aangeraden om Madra Salach (*****) zeker eens te gaan bekijken op de Studio Brussel Club Stage. En als die aanbeveling van een kenner komt, dan doen we dat gewoon. Binnen de Ierse traditie wist Madra Salach verrassend veel verschillende deuren open te zetten, en precies dat maakt de band zo bijzonder. Wat folklore, een flinke scheut punk en tonnen energie die alle hoeken van de zaal werd ingestuurd.
De band heeft voorlopig nog maar één album uit, maar lijkt nu al op weg om heel groot te worden. Live maakten ze vooral duidelijk waarom. Intensiteit in het kwadraat, energie in overvloed en vooral: lekker keet schoppen. Het was allemaal aanwezig.
Madra Salach voldeed niet alleen aan de hoge verwachtingen, maar groeide zelfs uit tot dé ontdekking van de hele festivaldag. Wat volgde, was kleurrijk met vele uppercuts.
Een band om in het oog te houden.

Met Gogol Bordello (****) bleven we in die energieke sfeer hangen, al was er - zoals het hoort –een hoekje af . De band staat bekend om zijn wervelende en uitbundige feestjes, waarbij stilstaan haast onmogelijk is. Daar is wel één belangrijke voorwaarde aan verbonden: Gogol Bordello heeft een enthousiast publiek nodig om zelf volledig uit zijn dak te kunnen gaan. Ondertussen werden we verrast door een stevige regenbui. Een groot deel van het publiek zocht dan ook beschutting onder de afdakjes bij de drankstanden of trok naar achteren. Wij wurmden ons daarentegen door de menigte en posteerden ons wat meer naar voren, om gewoon in de regen te dansen. Want op de opzwepende muziek van Gogol Bordello kun je moeilijk stil blijven staan. Vooraan ontstonden al snel verschillende moshpits, waarop de band nog een versnelling hoger schakelde en alle registers opentrok.
Gogol Bordello deed gewoon waar het bijzonder goed in is: een uitbundig feest bouwen en het publiek daarin volledig meesleuren. Niet meer, maar ook niet minder.
Daardoor groeide de band voor ons niet uit tot de meest toonaangevende of verrassende act van de festivaldag, maar de feestelijke sfeer, de regen en de aanstekelijke muziek zorgden er wel voor dat ook wij heerlijk meedansten en volledig uit de bol gingen. Heerlijk zoiets.

We hebben in het verleden al folkpunkfeestjes van Dropkick Murphys (***) meegemaakt waarbij het gerstenat rijkelijk vloeide en het dak er af vloog. Zelfs in openlucht wist de band onvergetelijke feestjes te bouwen waarin punk en folk op een bijzonder aanstekelijke manier samensmolten.
Persoonlijk zag ik hen laatst in 2018, toen Dropkick Murphys op diezelfde Lokerse Feesten stonden. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Het optreden begon nochtans sterk. Met “The Lonesome Boatman” en het sublieme “The Boys Are Back” werd meteen een stevige basis gelegd voor een uitbundig folkpunkfeest. Ook vooraan zat de sfeer goed. Het publiek ging gewillig mee, er ontstonden geregeld moshpits en de band kreeg duidelijk heel wat energie terug vanuit de eerste rijen.
Gaandeweg bleef de set voor ons echter wat te veel voortkabbelen. De politieke boodschappen tussen de nummers door kwamen geregeld terug en haalden naar ons gevoel te vaak de vaart uit het optreden. Niet de inhoud van die boodschappen, maar vooral de manier waarop ze de flow van de set onderbraken, zorgde ervoor dat de opgebouwde drive meermaals wegviel.
Gelukkig waren er sterke en mooie momenten. Zo volgde een bijzonder eerbetoon aan de overleden Sick Of It All-zanger met “One Last Goodbye”, gebracht als 'Tribute to Shane' en samen met The Scratch, die eerder die avond ook op de Club Stage hadden gestaan.
Ook de samenwerking met The Mary Wallopers werkte uitstekend. De samensmelting van de ruwe folkpunk van Dropkick Murphys met de authentieke Ierse folkklanken van hun landgenoten tijdens “Dirty Old Town” en “Bury the Bones” bleek een schot in de roos.
Naar het einde toe volgde met “You'll Never Walk Alone”, “Worker’s Song” en “I'm Shipping Up to Boston” alsnog een stevige reeks publieksfavorieten. Toen vervolgens ook muzikanten van andere bands mee het podium opkwamen, kreeg het optreden eindelijk opnieuw die extra feestelijke dimensie waar we eerder op de avond naar hadden gezocht. Het zorgde voor een passend slot en bewees nog maar eens hoe goed Dropkick Murphys hun publiek kunnen verenigen.

We zetten het feestje voort in de Studio Brussel Club met The Rumjacks (*****), die vanaf de eerste tune, zonder ook maar één keer achterom te kijken, het ultieme folkpunkfeest brachten. De gensters vlogen naar alle hoeken van de zaal en de band deed niet aan te veel 'zever verkopen' tussen de nummers door. Eens het gaspedaal werd ingedrukt, was er gewoonweg geen houden meer aan. The Rumjacks brachten het perfecte folkpunkfeest, met alles erop en eraan, en sloten deze festivaldag alsnog met een knal af.

Opvallend trouwens hoe net de drie bands die we op de Club Stage aan het werk zagen, ons uiteindelijk het meest konden bekoren. The Rumjacks zorgden voor de apotheose die we nodig hadden om strijdvaardig naar huis terug te keren. Klasse!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10061-lokerse-feesten-2026?ltemid=0

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Neem nu Sandra Kim (*****). Toen ze in 1986 - tot op heden als enige Belgische artiest - het Eurovisiesongfestival won met “J'aime la vie”, gingen heel wat deuren voor haar open. Maar die enorme doorbraak bleek ergens ook een keerzijde te hebben. Door de jaren heen kregen we vaak de indruk dat Sandra Kim door slimme marketing in een bepaalde richting werd geduwd, waardoor ze zich als artieste misschien niet altijd volledig kon ontplooien. Een indruk uiteraard, want helemaal zeker kunnen we daar niet van zijn.
Wat we wel zeker weten, is dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms lijkt te beseffen. Dat bewees ze onder meer onlangs nog in 'The Masked Singer', maar vooral ook tijdens haar optreden op de Fonnefeesten.
Persoonlijk beschouwen we haar als een van de weinige Belgische artiesten die over beide landsgrenzen heen een breed publiek wist te bereiken. Met een stem en uitstraling die schakelen tussen chanson, soul en pop, bezit ze een veelzijdigheid die veel meer aandacht verdient dan ze doorheen de jaren vaak heeft gekregen.

Op de Fonnefeesten nam Sandra Kim de plaats in van Isabelle A, die haar tour wegens een borstkankerdiagnose moest annuleren. Geen eenvoudige opdracht, maar Sandra Kim voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Vanaf de eerste noot wist ze haar publiek op een innemende manier te grijpen. Met eigen nummers en enkele knappe covers kreeg ze al snel de handen op elkaar.
De beminnelijke Sandra Kim ontpopte zich bovendien tot een rasechte entertainer die, zonder ook maar één moment diva-allures te tonen, haar publiek met veel warmte, liefde en speelsheid wist te bespelen. Ze sprak vol lof over haar bandleden en liet de aanwezigen lachen, meezingen en dansen. Meermaals zorgde haar krachtige en doorleefde stem voor kippenvel en zelfs een weggepinkte traan, terwijl op andere momenten de dansspieren werden aangesproken.
Ook haar respect voor collega-artiesten viel op. Sandra Kim sprak uitgebreid haar bewondering uit voor Isabelle A en wenste haar een spoedig herstel toe. Die warme steun en dat oprechte respect voor een collega leverden haar van onze kant alvast een extra pluim.
Bij de hoge temperaturen, waarbij een groot deel van het publiek een plekje in de schaduw opzocht, was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen mee te krijgen. Sandra Kim moest het gaspedaal stevig indrukken en had het aanvankelijk wat moeilijk om alle aanwezigen volledig mee te krijgen.
Maar dankzij haar spontane uitstraling en een gevarieerde performance, die zweefde tussen pop, soul en chanson, kreeg ze het plein uiteindelijk helemaal mee. Iedereen was mee met “J’aime la vie”, dat ze met zichtbaar veel liefde en gedrevenheid bracht. Maar net op dat moment werd ook duidelijk dat die wereldhit slechts één hoofdstuk vormt in een veel rijker en veelzijdiger verhaal.
Tijdens een wervelende finale, opnieuw voorzien van een mooie ode aan Isabelle A, liet Sandra Kim het plein dansen in de brandende zon.

Met een optreden dat het leven vierde, bewees Sandra Kim wat we eigenlijk al jaren wisten: ze is veel, veel meer dan de zangeres van “J'aime la vie”. Het is alleen jammer dat een groot deel van het publiek die veelzijdigheid nog altijd te weinig lijkt te zien.
Op de Fonnefeesten toonde Sandra Kim echter met verve dat ze veel meer is dan een 'one-hitwonder'. Wat volgde, was anderhalf uur puur genieten.

Pics homepag @Isabel Van Oosthuyse

Organisatie: Fonnefeesten, Lokeren

Gentse Feesten 2026 - Circle Unbroken + Painted Scars - de vlucht Vooruit!
Gentse Feesten 2026
Korenmarkt
Gent
2026-07-23
Erik Vandamme

De Gentse Feesten zijn intussen meer dan een week aan de gang. Voor ons werd het een dubbel weerzien: niet alleen met de Gentse Feesten zelf, maar ook met Circle Unbroken, een band die we al van in ’t begin op de voet volgen. Circle Unbroken werd in 2015 opgericht door toetsenist Franky, bekend van onder meer Iron Mask, Entering Polaris en Rik Priem's Prime. Met zangeres Marieke vond hij de ideale muzikale partner om zijn visie vorm te geven.
Een jaar later verscheen het debuutalbum ‘Vincere’ via het Nederlandse Painted Bass Records, waarna het een tijd stil werd rond de band. Tot voor kort, want met een indrukwekkend optreden in de Crossover bewees Circle Unbroken onlangs nog dat het nog lang niet is uitgespeeld.
Ook Painted Scars wist ons al eerder volledig te overtuigen. Sinds hun optreden op Devils Rock For An Angel 2024 dragen we de band een warm hart toe.
Voor beide groepen vormde de passage op de Korenmarkt tijdens de Gentse Feesten een uitgelezen kans om zich aan een veel breder publiek te presenteren. Die kans grepen ze met beide handen. De avond sloten we af met niemand minder dan Metallica... of toch bijna. De Belgische tributeband MAGNETICA zorgde voor een explosieve afsluiter die de Korenmarkt nog één keer volledig op zijn grondvesten deed daveren.

Painted Scars - Een band die als één geheel groeit
Sommige bands overtuigen al bij een eerste kennismaking. Andere zie je groeien, optreden na optreden. Painted Scars behoort duidelijk tot die tweede categorie. We zagen de band de voorbije jaren verschillende live aan het werk en telkens viel er vooruitgang te bespeuren.
Op de Gentse Feesten werd die evolutie meer dan ooit bevestigd. Uiteraard blijft frontvrouw Jassy 'Hyacien' Blue de meest opvallende verschijning op het podium. Met haar indrukwekkende vocals, aanstekelijke energie en natuurlijk charisma weet ze alle blikken naar zich toe te trekken.
We zagen nu een band die als collectief een enorme stap vooruit heeft gezet. Het samenspel oogt hechter dan ooit. De gitaren klinken voller en krachtiger, de ritmesectie legt een stevige fundering en de muzikanten stralen zichtbaar spelplezier uit. Iedereen lijkt dezelfde richting uit te kijken, waardoor Painted Scars vandaag aanvoelt als een geoliede machine.
Vanaf opener “Glow in the Dark” zat de vaart er meteen goed in. Eigen werk als “Live and Alive”, “Liquid Gold” en “Knock Knock” liet horen dat de band niet alleen technisch groeit, maar ook steeds meer zelfvertrouwen uitstraalt. Met “Freedom” ging het gaspedaal nog wat dieper in en kreeg het publiek nauwelijks de kans om op adem te komen.
Dat Painted Scars zich ook covers eigen kan maken, bewezen ze opnieuw met een fenomenale uitvoering van “Black Velvet”. De klassieker van Alannah Myles kreeg een eigen smoel en groeide uit tot een van de absolute hoogtepunten van de set. Het was zo'n moment waarop de Korenmarkt even helemaal stil leek te vallen om vervolgens in luid applaus uit te barsten.
De finale liet niets aan de verbeelding over. Met “Nobody’s Wife”, “Highway to Hell” en een knallende afsluiter “Higher” trok de band alle registers open. Het publiek ging gretig mee in het enthousiasme.
Na hun sterke passage op Devils Rock For An Angel in 2024 en een overtuigend optreden op Goera Rock eerder dit jaar, bevestigt Painted Scars op de Gentse Feesten dat de stijgende lijn zich onverminderd doorzet.
De band beschikt over een charismatische frontvrouw, sterke songs én - misschien nog belangrijker - een groep muzikanten die elkaar steeds beter vindt. Als ze deze evolutie kunnen vasthouden, lijkt een doorbraak naar een nog groter publiek slechts een kwestie van tijd.
Setlist:
Glow in the Dark  // Won't Give Up // LIFE And ALIVE // Hit me with your best shot // Are You gonna go my way // Liquid Gold // Knock Knock // Freedom // Familair Taste of Freedom// On top of you // Are you gonna be my girl / Vida Loca Medley // Black Velvet // Nobody's wife // Highway to Hell // Enough is Enough // Higher

Circle Unbroken - Alsof de tijd had stilgestaan
Na jaren van relatieve stilte was het optreden van Circle Unbroken op de Gentse Feesten veel meer dan zomaar een festivalshow. Voor ons voelde het vooral als een warm weerzien met een band die we al sinds haar beginjaren volgen. En het mooiste van alles? Het leek alsof de groep nooit was weggeweest.
Vanaf de eerste tunes stond Circle Unbroken als een huis. De muzikanten vinden elkaar nog steeds blindelings. Dat mag ook niet verbazen: stuk voor stuk zijn het ervaren muzikanten. Hun technische bagage - messcherpe gitaarpartijen, sfeervolle keys en een ritmesectie die blijft doordenderen - staat ten dienste van de songs. Frontvrouw Marieke is het stralende middelpunt van de set. Haar heldere stem klinkt indrukwekkend, maar het is vooral haar theatrale podiumprésence die blijft fascineren. Ze zingt niet alleen de nummers, ze beleeft ze, en neemt het publiek mee.
Met “In the Shadow of My Bones” werd de toon meteen gezet. De keuze om “Enjoy the Silence” van Depeche Mode te coveren was gewaagd, maar Circle Unbroken slaagde erin de klassieker volledig naar zijn hand te zetten. De essentie van het origineel bleef behouden, terwijl de band er tegelijk een heel eigen interpretatie aan gaf. Zo hoort een cover te klinken. Gaandeweg kreeg de groep steeds meer vat op het publiek. Nummers als “The Call” en “Bad Romance” bewezen hoe breed het muzikale palet van Circle Unbroken vandaag is. Opvallend daarbij is dat de band zich minder laat vastpinnen op pure metal dan vroeger. Zonder de kracht van het genre te verliezen, kiest Circle Unbroken vaker voor melodie, dynamiek en sfeer. Die evolutie voelt natuurlijk aan en opent nieuwe muzikale mogelijkheden.
Tegen het einde van de set verscheen ook Jassy van Painted Scars op het podium. Haar krachtige stem bleek een perfecte aanvulling op die van Marieke, een extra emotionele en energieke dimensie.
De finale met “Black Fire”, “Circle Unbroken” en een ronduit sublieme uitvoering van “Portrait” vormde het absolute hoogtepunt.
Een optreden dat nazinderde. Een terugkeer door de grote poort. Circle Unbroken bewees op de Gentse Feesten niet alleen dat het niets van zijn klasse heeft verloren, maar ook dat het muzikaal nieuwe horizonten durft op te zoeken. Met een nieuw album in aantocht belooft de toekomst.
Setlist: Intro + Odyssey // In the shadow of my Bones // Ejoy the Silence // Salomé / Warriors  Wife  Lament // Damantio // The Call // Bad Romance // The incantation // Titanium //Black Fire // Circle Unbroken // Portrait

MAGNETICA - Een tributeband die meer doet dan kopiëren
We geven het eerlijk toe: tribute- en coverbands zijn zelden aan ons besteed. Hoe goed de muzikanten ook zijn, meestal blijft dat gevoel knagen dat niets kan tippen aan het origineel. Als Metallica-fan van het eerste uur stonden we dan ook met een gezonde dosis twijfel voor het podium van MAGNETICA.
Die twijfel verdween echter al na de eerste nummers. “Fuel” en “The Four Horsemen” maakten meteen duidelijk dat MAGNETICA veel meer doet dan Metallica kopiëren. De band brengt de songs met dezelfde explosieve energie, maar voegt er tegelijk een eigen dynamiek aan toe. Ze vermijden op die manier de val waarin zoveel tributebands terechtkomen: technisch perfect spelen, maar zonder ziel.
Klassiekers als “Battery”, “Master of Puppets” en “One” kregen alle respect die ze verdienen, zonder dat het louter een exacte kopie werd. Net daarin schuilt de kracht van MAGNETICA. De band durft de nummers een eigen karakter mee te geven, zonder de essentie van Metallica uit het oog te verliezen.
Het enthousiasme op de Korenmarkt groeide. “Wherever I May Roam” en “Sad but true” werd luid meegezongen, terwijl “Enter Sandman” bewees dat MAGNETICA ook de meer atmosferische kant van Metallica overtuigend weet neer te zetten.
Een applaus van herkenning en waardering waarop de band deze klassiekers bracht. De finale met ”Creeping Death”, “Whiplash” en het uit volle borst meegebrulde “Seek & Destroy” zorgde voor een laatste adrenalinekick.
MAGNETICA bewees dat een tributeband meer kan zijn dan een kopie. Soms is passie, vakmanschap en spelplezier voldoende om zelfs de grootste twijfelaars te overtuigen.
Setlist: Soundtrack : Never - Long intro//Fuel // The four Horseman // Harvester of Sorrow // Battery // Maser of Puppets // One // The Memory Remains // Blackened // Wherever I May Roam // Sad But true // Enter Sandman // Creeping Death // Bells // Whiplash // Seek and Destroy

Organisatie: Gentse Feesten (Korenmarkt) 

Lokerse Feesten 2026 - DAG 3 - Veel meer dan een nostalgie trip voor zwartzakken
Lokerse Feesten 2026
Grote Kaai
Lokeren
2026-08-02
Erik Vandamme

Een thematische new-wave dag organiseren, blijkt een schot in de roos. De generatie die de jaren tachtig bewust meemaakte, bestaat vandaag uit veertigers, vijftigers en zestigers: mensen die doorgaans nog actief concerten bezoeken en graag nog eens terugkeren naar de muziek van hun jonge jaren.
Ook de Lokerse Feesten spelen al enkele jaren succesvol in op die kaart. In 2024 mocht Front 242 er zijn afscheid vieren en vorig jaar stonden de Pet Shop Boys op de Grote Kaai.
Dit jaar was er een volledige festivaldag voor de liefhebbers van new wave, postpunk en industrial.
Op papier zag de affiche er met Midge Ure, Gavin Friday, Gary Numan, The Human League en Soft Cell al bijzonder indrukwekkend uit. Maar wat volgde, bleek uiteindelijk veel meer dan een nostalgietrip voor zwartzakken.

We pikten nog iets mee van Vive La Fête (****). De ogenschijnlijke weerspannigheid tussen Danny Mommens en Els Pynoo blijft echter even oog- als oorstrelend. Terwijl Danny ogenschijnlijk achteloos op zijn gitaar speelt en het publiek nauwelijks aankijkt, trekt Els haar keelgat open en huppelt ze als een spring-in-t-veld uitgelaten over het podium. De kruisbestuiving tussen beide persoonlijkheden blijft, zelfs na al die jaren, zo uniek dat je haast zou vergeten dat er naast hen nog enkele andere topmuzikanten op het podium staan.
Vive La Fête deed in Lokeren vooral waar de band al jaren bijzonder goed in is: een wervelend dansfeestje op gang trekken, met een mysterieus, licht duister hoekje eraan. Ook in de blakende zon werkte de formule aanstekelijk op de dansspieren.
Setlist: Tokyo // Schwarzkopf // Machine Sublime // Touche Pas // Mots Bleus o Liberté // La Vérité // AC // Jaloux // Nuit Blanche // Maquillage // Noir Désir // Attaque

Midge Ure (*****) was een van de artiesten op de affiche naar wie we het meest uitkeken, niet in het minst omdat we altijd grote fans van Ultravox zijn geweest. Uiteraard is Midge Ure solo geen Ultravox, maar op het podium van de Lokerse Feesten wist hij wel diezelfde unieke sfeer op te roepen. We werden volledig meegesleurd. De set bestond bijna uitsluitend uit songs van Ultravox. Midge Ure zocht voortdurend contact met zijn publiek. “Passing Strangers”, “If I Was” en “I Remember (Death in the Afternoon)” deden ons langzaam terugglijden naar vroeger, terwijl we tegelijk met beide voeten in het nu bleven staan.
De inmiddels 72-jarige zanger bleek vocaal niet meer zo sterk als vroeger. Vooral tijdens “Vienna”, nochtans nog steeds met dezelfde geestdrift en magie gebracht, viel hetop. Ure vertolkte zijn songs erg emotioneel en vanuit het buikgevoel, wat erg mooi was.
De oprechte beleving gaf de nummers extra zeggingskracht. Op het verbluffende “Dancing With Tears in My Eyes” stonden we letterlijk met tranen in de ogen te dansen: een onvergetelijk kippenvelmoment. Eerder had “Fade to Grey” van Visage al voor een uitbundig dansfeestje gezorgd. Midge Ure wist algemeen ook een hele reeks intense, emotionele momenten op te roepen. Magie in volle zon!
Setlist: Passing Strangers (Ultravox) // If I Was // I Remember (Death in the Afternoon) (Ultravox) // Monster // Vienna (Ultravox) // All Stood Still (Ultravox) // The Voice (Ultravox) // Fade to Grey (Visage) // Love's Great Adventure // Dancing With Tears in My Eyes (Ultravox) // Hymn (Ultravox)

The Virgin Prunes hebben we nooit live gezien, maar de band behoort wel tot die artiesten die een belangrijke invloed had op onze muzikale smaak. Door hen zochten we vaker de donkere en rauwe kant op van de new wave. Geen Virgin Prunes op de Lokerse Feesten dus, wel Gavin Friday (***). Een bevreemdende uitstraling én zijn gezicht vol glitters, leek hij haast een zonsverduistering over de Grote Kaai te brengen. Een sterke groep muzikanten begeleidde hem. Hij wist de aandacht naar zich toe te trekken. Vooral de gitariste viel daarbij op: haar fluwelen stem wist ons te betoveren.
Gavin Friday zelf zit ergens tussen het muzikale pad van kitsch en duisternis, die de fantasie voortdurend prikkelt. Vooral tijdens het begin van de set had die aanpak een aangename invloed op ons gemoed. De hardere nummers, zoals “Lovesubzero”, wist ons het meest te bekoren. Gaandeweg begon de aandacht echter wat te verslappen. Maar we kregen een wervelende finale, met onder meer “Baby Turns Blue”  en “Caurcasion walk”, net van de Virgin Prunes, die voor vuurwerk zorgde.
Gavin Friday bracht een set die ongetwijfeld een deel van het publiek wist te bekoren, maar in z’n geheel klonk het wat wisselvallig.
Setlist: Theme for Thought (Virgin Prunes - eerste deel) // Lovesubzero // Ecce Homo // The Church of Love // Dolls // Baby Turns Blue (Virgin Prunes) // Caucasian Walk (Virgin Prunes) // King of Trash // Cabarotica // Angel

Na het overlijden van zijn kompaan Dave Ball in oktober 2025 dachten we Soft Cell nooit meer live te zullen zien. Tot Marc Almond besliste om toch onder de naam Soft Cell (****) op te treden. Met “Memorabilia” en “Danceteria” werd al snel duidelijk dat deze set vooral rond Marc Almond zou draaien. Meer nog: we misten de unieke inbreng van Dave Ball enorm, ondanks het feit dat de overige muzikanten zeker een puike inbreng hadden. Op “Monoculture” ging het plots mis en werd de song voortijdig afgebroken. Het aanstekelijke “Purple Zone” werd ingezet en bracht de vaart opnieuw in de set.
Al bij al werd het optreden op de Lokerse Feesten vooral een nostalgietrip voor de fans van het eerste uur. Wie vooraf geen grote fan was, bleef vermoedelijk wat op zijn honger zitten. Wij lieten ons echter graag meevoeren naar het verleden. Songs als “Torch”, “Bedsitter” en “Out Come the Freaks” ademen de sfeer van de jaren tachtig haast letterlijk uit en zorgden voor heel wat herkenning.
De set ging naar de finale van een “Tainted Love” uiteraard de verwachte apotheose.
We kregen hier niet een perfect optreden.  Door het overlijden van Dave Ball is Soft Cell als duo gehalveerd en lijkt ook een deel van de oorspronkelijke magie verdwenen. Maar de nostalgische reis naar het verleden deed, ondanks alles, veel deugd.
Setlist: Memorabilia / Danceteria // A Man Could Get Lost // Monoculture (afgebroken) // Purple Zone // In Heaven (When I Dance With You) // Torch // Nostalgia Machine // Bedsitter // Out Come the Freaks // Soul Inside // Heat // Say Hello, Wave Goodbye // Tainted Love / Where Did Our Love Go // Sex Dwarf

Het contrast met Luc Van Acker (*****) in de Club kon nauwelijks groter zijn. Waar we voordien nog door de nostalgie werden meegesleurd, belandden we hier plots in een haast apocalyptische totaalbelevin, door messcherpe beats, een demonische sound die doorheen de zaal kliefde en de grauwe brabbelende zegvocals van Luc Van Acker en zijn zangeres - naar verluidt zijn dochter (de appel valt duidelijk niet ver van de boom). We werden meegesleurd in een verstikkende, duistere sfeer. De temperatuur steeg tot het kookpunt hier. Wat een intense, hypnotiserende muzikale gewaarwording. We ondergingen de muziek en dansten op de vurige beats. Wat een oplawaai. Een helse trip zondermeer.

De lange gang naar de uitgang voelde na dat optreden bevreemdend mooi aan, alsof er ergens een lichtje begon te branden aan het einde van die donkere tunnel. Onderweg genoten we nog van een fijne babbel en een Desperados-biertje, om tot slot opnieuw de Main Stage op te zoeken. Daar bleek echter geen doorkomen meer aan: we moesten noodgedwongen achteraan postvatten.
En wat bleek? Gary Numan (*****) bleef met zijn rauwe klanken en verbrijzelende vocals deels in hetzelfde donkere vaarwater vertoeven als Luc Van Acker. Al kwam er bij Numan een meer lichtvoetige, elektronische aanpak om de hoek kijken. Volgens sommigen zat het geluid niet helemaal goed, maar qua sfeerbeleving wist Gary Numan ons moeiteloos te overtuigen. Duistere krachttoeren op “Metal” en “The Chosen” deden ons naar adem happen, terwijl “The Gift” opnieuw voor een intens kippenvelmoment zorgde.
Veel woorden maakte Gary Numan er niet aan vuil. Samen met zijn uitstekende band liet hij de pompende, meedogenloze sound voor zich spreken. Wat een mokerslagen op een “Down in the Park”, “Pure” en het verbluffende “Cars”, dat voor een eerste echte apotheose zorgde.
In snelvaart bleef Gary Numan onverminderd doorgaan, via “Love Hurt Bleed” naar de onvermijdelijke afsluiter “Are Friends Electric?”. Sterk hoedanook!
Setlist: Halo // Metal // The Chosen // I Am Dust // The Gift // Down in the Park (Tubeway Army) // Pure // Cars // My Name Is Ruin // Love Hurt Bleed // Are "Friends" Electric? (Tubeway Army)

Tijd voor iconen binnen de industrial in de Club. Cabaret Voltaire (****) mag worden beschouwd als een van de pioniers die tot op de dag van vandaag een duidelijke invloed uitoefenen op deze stijl. De Club was terecht bomvol. We spraken zelfs enkele fans die bewust een Clubticket hadden gekocht om Cabaret Voltaire live aan het werk te kunnen zien. Cabaret Voltaire tekenden voor een rave door opzwepende industrialsounds. Songs als “24/24”, “The Set Up” en “Seconds Too Late” werden door de dansende menigte enthousiast onthaald. “Nag Nag Nag” is er dan eentje die door een breder publiek werd gedragen. Een rauw industrialfeestje kregen we. Heerlijk.
Setlist: 24/24 // Why Kill Time (When You Can Kill Yourself) // The Set Up // Landslide // Seconds Too Late // Crackdown // Spies in the Wires // Just Fascination // Taxi Music // Yashar // Sex Money Freaks // Easy Life // Do Right // Nag Nag Nag // Sensoria

Om de dag af te sluiten, stonden we plots op een popconcert. Een contrast tav de vorige acts  met The Human League (****) op de Main Stage. Na al die donkere, grauwe sets klonk de aanstekelijke synthpop van de Britse band opvallend lichtvoetig, braaf. Het lag echter allerminst aan de prestatie van de groep zelf. Integendeel. De songs werden speels gebracht, wat zorgde voor meer dan zomaar een jukeboxoptreden. “Mirror Man” was al een eerste voltreffer. Met meezingers als “The Lebanon”, “Human” en uiteraard “Don't You Want Me” ontpopte The Human League zich tot een van de meest toegankelijke acts van de dag. En met zoveel liefde, warmte en speelsheid. Iedereen hield ervan.
Met “Being Boiled” in de bisronde en “Together in Electric Dreams” werden we letterlijk uitgewuifd. The Human League bracht kleur in de duistere sound van de  new-wave. Een nostalgische, aanstekelijke popformule die nog steeds werkt.
Setlist: The Sound of the Crowd // Mirror Man // The Things That Dreams Are Made Of // Heart Like a Wheel // Louise // Seconds // The Lebanon // One Man in My Heart // Human // Love Action (I Believe in Love) // Tell Me When // (Keep Feeling) Fascination // Don't You Want Me
Encore: Being Boiled // Together in Electric Dreams (Philip Oakey & Giorgio Moroder-cover)

Na een meer dan geslaagde dag vol new wave, postpunk en industrial verlieten we de Grote Kaai met de brede glimlach.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10061-lokerse-feesten-2026?ltemid=0

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

 

Pagina 1 van 206