logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
Afghan Whigs
Concertreviews

St Paul & The Broken Bones

St. Paul and The Broken Bones - Wooh, my soul!

Geschreven door

SPATB ontstond ergens in 2012 in Burmingham Alabama, hebben dezelfde smaak en roots als Alabama Shakes en openen straks de heilige grond in Werchter. Zanger Paul Janeway en bassist Jesse Philips zijn soulmates van het eerste uur en weten hun muzikanten heel verzorgd uit te pikken. Twee jaar laten brengen ze hun eerste ‘Half The City’ uit en sedert gaat het enkel maar voorwaarts, uitverkochte concerten, ook Botanique inbegrepen. Nu kwamen ze even generaal repeteren voor hun passage op ’s werelds beste festival.

Zanger en Meuris lookalike heeft meer soul in zijn linker teen dan alle Tina’s samen. Met de nodige zelfrelativatie en humor weet hij ‘Browns’ - gewijs zijn ziel op het podium uit te schreeuwen  en met de spreekwoordelijke vingerknip het publiek in brand te steken. Deze soulvolle rockband of rockvolle soulband is het gewoon om de lat heel hoog te leggen en voor deze passage doen ze verre van onder.
Een kort gesprek met de drummer leert mij dat ze bij god weet waar niet eens wisten waar ze terecht gekomen waren : een locatie aan de Gentse dokken, no nonsense die deed denken aan de betere alternatieve decors in pakweg Berlijn.
Ze beginnen redelijk klassiek met een funky soul groove van ons aller The Meters waarbij de zanger met het nodige-net-niet-erover-vertoon het podium op komt.  Denk aan de legandarische film The Commitlments. Nostalgie met perfectie, het kan. Ze gaan ervoor en de interactie met het publiek is met de perfecte humor gekruid. “Shake your ass”. Met All Gamble krijgen we coolness als was het dat Charlie Watts even de toetsen bediende. 
Eigen nummers als “Like a Mighty River”, “It’s Midnight”, “Call me” en “Grass is Greener” worden afgewisseld met kanjers van Sam Cooke en Otis Redding.

Pure professionaliteit, vakmanschap en performance van soul classics. Zelfs de man in een rolstoel bleef niet zitten. Dit belooft voor Werchter.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Neil Diamond

Neil Diamond – Neil Has Left The Building

Geschreven door


Toen Neil Diamond in 2008 ondanks een carrière van ruim vier decennia en miljoenen verkochte albums, pas voor het eerst concerteerde in ons land, bleek hij een van de zeldzame artiesten te zijn waarvoor mijn moeder (bijzonder snel overigens) in de wagen plaatsnam om samen met ondergetekende naar het Antwerpse Sportpaleis af te reizen. Het bleek uiteindelijk een meer dan geslaagd familiearrangement te worden.
We zijn 7 jaar verder en Diamond voegde intussen twee nieuwe studioalbums toe aan zijn omvangrijk oeuvre, mocht via toetreding tot de befaamde Rock and Roll Hall Of Fame een zoveelste prijs in ontvangst nemen en stapte voor de derde maal in het huwelijksbootje. Ook al is hij 74 geworden, deze Amerikaanse liedjesschrijver, muzikant en zanger blijft op vele vlakken dus erg actief en onder de aandacht. Dit bleek eens te meer ook afgelopen zondag bij zijn derde passage in een zo goed als uitverkocht Antwerpse Sportpaleis (ook in 2011 deed hij dezelfde zaal aan).


Reeds vanaf opener « I’m A Believer » trok Neil Diamond, die tegenwoordig mét baard door het leven gaat, samen met zijn begeleidingsgroep (bestaande uit dertien muzikanten) alle registers open en maakte duidelijk nog steeds garant te staan voor een wervelende show vol hits en klassiekers. En ‘show’ is inderdaad een goedgekozen woord want Diamond ook wel eens de ‘Joodse Elvis’ genoemd, is nooit vies geweest van enige bombast en leek dit zodanig te onderstrepen dat gevreesd kon worden dat dit concert zou uitdraaien op een avond met een hoog Las Vegas-gehalte. Het podium dat niet zou misstaan op een luxueus cruiseschip, baadde in felle neonverlichting en werd gekenmerkt door een geprojecteerde diamant (de link spreekt voor zich) die toen de set aanving, begon te glinsteren en te draaien tot deze zich opende en Neil Diamond aldus ten tonele verscheen. Wie houdt van randanimatie, kon dit ongetwijfeld smaken maar een artiest als Diamond behoeft dit niet echt.

Ook de nummers zelf leken aanvankelijk aan het euvel van protserigheid te lijden. « I’m A Believer », dat Diamond neerpende in 1966 en een gigantisch succes betekende voor The Monkees (ook met het door Diamond geschreven « A Little Bit Me, A Little Bit You » zouden ze overigens een hit scoren), klonk te gepolijst waarbij alle spankracht uit het oorspronkelijke rocknummer weggeslepen was. « Love On The Rocks » en « Hello Again » waren in hetzelfde bedje ziek. Hoewel Diamond bij de uitbouw van zijn discografie veelal niet op een strijkersarrangement meer of minder keek, klonken de gesamplede exemplaren hier bij momenten te afgelijnd.

Daarbij leek aanvankelijk ook de - weliswaar toonvaste, zuivere - stem van Diamond niet op volle kracht te zijn. De fans lieten het alleszins niet aan hun hart komen want trakteerden hun ‘held’ Diamond meteen vanaf de eerste noten op een staande ovatie.   
Met « Pretty Amazing Grace » kenterde gelukkig alles. Dit nummer uit het schitterende, door Rick Rubin geproduceerde album ‘Home Before Dark’ (2008) waarmee Diamond een nieuw publiek bereikte (het al even knappe ’12 Songs’ uit 2005 werd jammer genoeg links gelaten), werd via accordeon en percussie afgewerkt met een laagje Latin maar bovenal werd het live-gevoel sterk opgekrikt. Dit gebeurde al helemaal met een swingend « Kentucky Woman » (ooit nog gecoverd door Deep Purple) waarbij Diamond voor de eerste maal zelf zijn vertrouwde, zwarte gitaar ter hand nam en onderstreepte hoe goed hij nog bij stem is. Naarmate het optreden vorderde, zouden zijn baritonvocalen zelfs alleen maar verbeteren of werden ze door inbreng van de achtergrondzangeressen Julia en Maxine Waters, aangesterkt zoals tijdens het soulvolle « You Got Me ».
Met « Girl, You’ll Be A Woman Soon » en « Red Red Wine » kwamen nogmaals twee nummers aan bod die extra bekendheid genoten dankzij andere artiesten. De eerste kreeg wereldwijde bekendheid doordat de cover van Urge Overkill een sleutelmoment uitmaakte in Quentin Tarentino’s cultfilm Pulp Fiction (1994), terwijl de reggaeversie van « Red Red Wine » een groot succes betekende voor UB40 in de jaren ’80. Het publiek ging op vraag van Diamond (die zowaar zelfs begon te hiphoppen) flink aan het dansen. Ondertussen sloop er via « Play Me » dat door Hadley Hockensmith opgesmukt werd met een bluesy gitaarrifje, ook wat ironie in de set toen Diamond het nummer aankondigde als “Ik hou van dit nummer. Het is 40 jaar oud en het verbazingwekkende is dat ik me de woorden nog herinner”.

Na de klassieker « Beautiful Noise » uit de gelijknamige plaat uit 1976, kreeg het publiek  twee songs als uit het leven gegrepen: het prachtig gezongen « If You Know What I Mean » en het al even fraaie « Brooklyn Roads ». Bij laatstgenoemde mag het realiteitsgehalte zelfs letterlijk genomen worden. Diamond, opgegroeid in Brooklyn (New York) liet aan de hand van beeld- en filmmateriaal van zijn vader, uitzonderlijk voor die tijd, op het scherm fragmenten uit zijn jeugd zien en bracht een dermate verstilde versie van het nummer dat het muisstil werd in de zaal. Her en der werd zelfs een traan weggepinkt omdat elke aanwezige die zich liet onderdompelen, een stukje jeugd leek te herbeleven. Momenten die nooit meer terugkomen. Nostalgie ten top.


« Shiloo » vormde de inleiding tot drie nummers uit zijn recentste, romantische album ‘Melody Road’ (2014), geproduceerd door Don Was en Garret ‘Jacknife’ Lee: « Nothing But A Heartache », « Something Blue » en « The Art Of Love ». « Something Blue » leek nog het meest te passen binnen het gekende repertorium van Diamond maar schurkte bij momenten toch vervaarlijk dicht tegen de grenzen van het schlagergenre aan. Mooi gebracht in ieder geval, maar het was toch in de eerste plaats wachten op een nieuwe laag tijdloze hits.
Deze boden zich aan via « Song Sung Blue » dat uitmondde in een waar zangfeest alsof het een hymne betrof, en « Forever In Bluejeans » waarbij de blazerssectie het tempo de hoogte injaagde.
De hoogtepunten volgden elkaar op, zeker toen Diamond voor de tweede maal besloot zelf gitaar te spelen: « Cherry, Cherry » (waarna de volledige band voorgesteld werd en waarbij elk lid zoals ook oud-Presley drummer Ron Tutt, mocht genieten van een solomoment), « Crunchy Granola Suite » (met een symbiose van jazz, funk en rock en waarvan ook een wervelende versie terug te vinden is op het live dubbelalbum ‘Hot August Nights’ uit 1972 dat Diamond’s carrière opnieuw lanceerde) en het orkestrale « Holly Holy ». « I Am … I Said » nog innemender dan op plaat, kon als afsluiter van het eerste deel van de set, zelfs als een climax van de avond beschouwd worden.
Bij de toegiften staken het onvermijdelijke en massaal meegezongen « Cracklin’ Rosie » en « Sweet Caroline », inclusief reprise. Met het patriottische « America » (Vrijheidsbeeld en witkopzeearend inbegrepen), « Brother Love’s Travelling Salvation Show » (voorzien van heel wat gospel en soul) en het rustige « Heartlight » kwam na 2u15’ een einde aan een hitmachine die nauwelijks haar gelijke kent. Zeker als men het zich kan permitteren om  nummers als « Solitary Man » of « Skybird » op de reservebank te plaatsen zonder daarbij de setlist onrecht aan te doen.

Diamond etaleerde zijn kunnen en toonde aan dat hij van vele markten en genres thuis is. Aan charisma heeft hij nog niks ingeboet. Hij hoeft maar eventjes met zijn vingers te knipperen, te wuiven, te buigen of zijn hand op zijn hart te leggen en het publiek (vooral het vrouwelijke deel ervan) heeft hij meteen mee. Ook zijn typische stem is ondanks de hogere leeftijd, nagenoeg intact gebleven. Een niet geringe prestatie van een levende legende.

Het klinkt als een cliché door te stellen dat het publiek van Neil Diamond van alle leeftijden is maar er vielen toch vooral grijze(nde) (restanten van) haardossen te bespeuren. Het verlaten van de tribunes ging dan ook niet zelden gepaard met
verkrampte grimassen en weerbarstige rug of benen. Maar die werden al even snel ingeruild voor een voldane glimlach, fonkelende ogen en een tourprogramma onder de arm. Ook dat is de verdienste van deze geslepen  diamant.  

Setlist:
I'm A Believer - Love On The Rocks - Hello Again - Pretty Amazing Grace - Kentucky Woman - You Got To Me - Girl, You'll Be A Woman Soon - Play Me - Red Red Wine - Beautiful Noise - If You Know What I Mean - Brooklyn Roads – Shilo - Nothing But A Heartache - Something Blue - The Art Of Love - Song Sung Blue - Forever In Blue Jeans - Cherry, Cherry - Crunchy Granola Suite - Holly Holy - I Am ... I Said
---------------

Cracklin' Rosie - Sweet Caroline – America - Brother Love's Traveling Salvation Show – Heartlight

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/neil-diamond-21-06-2015/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Daniel Lanois

Daniel Lanois – doorwinterde freaks ontroeren …

Geschreven door

Niks anders dan respect kunnen we afdwingen op wat de Canadees Daniel Lanois met z’n twee kompanen vanavond bracht in het pittoreske Rivierenhof . Twee uur lang werden we gegrepen door die unieke versmelting en afwisseling van roots en elektronica experimenten .
 
Lanois heeft al met grote namen samengewerkt (o.m. U2 , Peter Gabriel , Neil Young, Emmylou Harris) en tilde hun muziek de hoogte in . In alle bescheidenheid staat de 60 jarige amicale sing/songwriter/producer, met muts rond de oren en in leren jekker, op het podium en doet ons hart bonken in het doorleefde materiaal . Hij heeft twee talentrijke muzikanten bij zich , een bassist die niet moet onderdoen qua muzikale ervaring en een jonge drummer , die zijn kunde letterlijk van zich afdrumt.
Lanois geeft z’n muzikanten de kans te schitteren . Een hecht gezelschap die hun roots nog meer kleur en elan gaf in de dicht-bij-elkaar opstelling en de microfoons broederlijk dicht bij elkaar . We hebben een virtuoos, harmonieus samenspel en - zang , die ruimte laat voor spannende, vurige improviserende solo’s en heerlijk genietbare, emotievolle jams.
De gitaar- en steelpedal klanken zijn en blijven Lanois’ aparte eigenschap. Op die manier is de link naar een Neil Young en zijn Crazy Horse en Dead Moon onuitwisbaar . Werk als “The maker”, “I love you” , “Fire” en het afsluitende “Still water” werden overtuigend uitgediept door de aanzwellende , subtiele, wisselende partijen  en de dromerige, zalvende zang.
Wat een intensiteit en emotionaliteit . “Under the stormy sky”, “Here is what is” en die doorbraaksingle “Jolie Louise” werden in een sobere outfit gespeeld,  wat de gevoeligheid aanscherpte . Hartverwarmend bij de avondkilte in het Rivierenhof .
Deels was dit concert een ode aan de Canadese slachtoffers die streden tijdens WO I;  een kleine twee maand terug gaf hij met zijn begeleiding al een eerbetoon in ons land.
Natuurlijk werd ruimte vrijgemaakt voor die elektronische experimentjes en sampling van de vorig jaar verschenen ‘Flesh & machine’, “Bringing the studio to the stage” grapte hij , een vierde man, geluidstechneut werd erbij gehaald; we hadden een kruising van krautrock, soundscapes , ambient , psychedelica , ska , dubs en beats. Die elektronica werd geweven aan postrock, diepe basses en drums. Zelfs de dansspieren werden op bepaald ogenblik aangesproken door wat jachtige drum’n’bass beats en percussie, dat door passende visuals werd ondersteund. Met een knipoog naar het Black Dub project …

Twee uur lang beroerde en ontroerde Lanois en C°; doorwinterde freaks die het Rivierenhof nog meer moois en schoons bracht. Een volle maan ontbrak hier nog …

Organisatie: OLT Rivierenhof (ism Arenbergschouwburg , Antwerpen)

Beoordeling

METZ

Metz – ‘straight in your face’ grungy punkrock!

Geschreven door

Voor het betere ram – en sloopwerk kunnen we zeker aankloppen bij het Canadese trio Metz , die net hun tweede album ‘II’ uithebben . Hun twee platen komen net aan een uurtje onvervalste ‘straight in your face’ grungy punkrock , die het nauwst leunt aan Big Black van Steve Albini , het oude Nirvana en vindt geestesgenoten in bands als Cloud nothings. Korte , felle songs onder een aanhoudende spanning, stormachtig, vol opgekropte woede,  die durft los te barsten .

Live is het trio snoeihard en vlijmscherp . In nog geen uur  trotseerden ze wel dertien nummers, energiek , gedreven , bruisend , opwindend door die repeterende , dreunende , bonkende gitaar – bassrifjes, niet vies van wat noisy pedaaleffects,  ophitsende drums op z’n Dave Grohl’s , en bepaald door die verwoestende, schorre schreeuwzang van Alex Edkins .
Een brok lawaai , een stevig geheel, soms dolgedraaid , waar we verweesd worden achtergelaten.
Alsof de eerste infanterie–eenheid de Rotonde kwam bombarderen … vallen ze aan met een sterke reeks van hun titelloze debuutplaat, “Negative space”, “Knife in the water” en “Get off”. Op die manier worden we in een ‘good mood’ gebracht. De respons was groot en de eerste rijen gingen in een golvende beweging loos op de sound . Af en toe werd het pedaal wat minder fors ingedrukt als op het opbouwende “Spit you”, dat dan later knalde.
Ze hielden het live op een enorm strak tempo , wat de nummers een sterke boost gaf. In de volgende lijn van de gig imponeerden ze met een “Wait in line” , “Headache” , “Kicking a can of worms” , “Nervous system”  of een “Acetate” .
Kortom , Metz tekent voor een heavy bulldozersound …

Het Britse Bad Breeding was al tour met Royal Blood. In de juiste stemming brachten ze ons met hun stevig bijtende, extraverte punkrock, een wall of sound , die heel wat woede uitstraalde met heel wat noise en ruis. We zagen een zanger die grotendeels voorovergebogen zijn songs uitspuwde met de blik op oneindig . Ze waren close to hun fans, tot in ‘t publiek toe. Dit was razende punk met een even sterke attitude …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/bad-breeding-17-06-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/metz-17-06-2015/
Organisatie: Botanique , Brussel

Beoordeling

Primus

Primus - Virtuoos totaalspektakel

Geschreven door

Na een lange winterslaap van 12 jaren kwam het geniaal geschifte Primus in 2011 terug van onder de bloemkolen gekropen met het bijzonder fijne ‘Green Naugahyde’, een typische Primus plaat die zowel de gekte als de genialiteit van de beginjaren evenaarde en het begin van een tweede leven inluidde. De band kwam toen tot drie keer (2 maal AB en 1 keer Trix) toe zijn geduldige fans verblijden en trakteren op een set heerlijke nostalgische momenten afgewisseld met flitsende nieuwe songs en een portie heerlijke Primus-nonsens. We waren erbij, en telkenmale was het fantastisch.

In 2014 was het halfgare trio alweer klaar voor een nieuw specialleke, namelijk een eigen adaptatie van de soundtrack van ‘Willy Wonka & The Chocolate Factory’, een bizarre film uit 1971 gebaseerd op een Roald Dahl verhaal met de fabelachtige Gene Wilder in de hoofdrol. Primus heeft de soundtrack volledig naar zijn eigen knotsgekke hand gezet en heeft die voor het nageslacht op plaat gebrand onder de naam ‘Primus & The Chocolate Factory with The Fungi Ensemble’. De band heeft er een heus totaalspektakel rond gebouwd en trekt er nu de weide wereld mee rond. Maar vooraleer in deze bijzondere wereld te stappen zorgden ze eerst zelf voor de opwarming, kwestie van niets aan het toeval over te laten.

Support acts zijn uit den boze bij Primus, de band speelde hun eigen voorprogramma via een ‘greatest hits’- set om duimen en vingers bij af te likken. Beweren dat het voorprogramma beter is klinkt een beetje onnozel als het voorprogramma ook de hoofdact is, maar beter dan dit zou het bijna niet meer kunnen worden. In dat eerste uur was het trio ronduit briljant met ultrascherpe uitvoeringen van onsterfelijke pareltjes als onder meer “Those Damned Blue Colar Tweekers”, “Wynona’s Big Brown Beaver”, “Last Salmon Man” en “Groundhog’s Day”. Dat Les Claypool de Lionel Messi is onder de bassisten wisten we natuurlijk al lang, maar dat het ganse trio getuigt van een buitengewone virtuositeit kunnen we nooit genoeg in de verf zetten. Nog maar eens werd duidelijk hoe dat typische geluid van Primus grotendeels mee bepaald werd door de wonderlijke en spitsvondige uithalen van Larry La Londe, een unieke gitarist van dat zelfde zeldzame en bovennatuurlijke kaliber als Vernon Reid en Tom Morello.
Onder een sobere lichtshow en gans de tijd voor een gordijn postvattend had Primus hier zomaar eventjes voor het meest superieure uurtje gezorgd dat we het afgelopen jaar op concertniveau hebben mogen meemaken. En dit was nog maar het voorspel.

Na een half uurtje pauze ging dan dat fameuze gordijn open en loodste Primus ons binnen in een uitmuntend decor, een kleurrijke kinderdroomwereld met gigantische paddenstoelen, giant lolly’s en een drumstel die zich presenteerde als een immense snoepwinkel. Had u uw koters meegebracht, ze beleefden de tijd van hun leven op dat podium. Gedurig kwamen twee cartooneske heerschappen met een reusachtige kop het podium opgedwarreld om Claypool zijn “Oompa’s” van een gepast dansje te voorzien. De kostelijke humor en spitsvondigheid van Primus waren duidelijk in dit decor en deze performance ingeburgerd. Mafketel Wayne Coyne en zijn al even geschifte Flaming Lips hadden volgens ons in deze bizarre omgeving ook hun pret niet op gekund.
Nochtans waren wij op voorhand niet echt verlekkerd op die nieuwe musical-plaat van Primus, maar in combinatie met dit schitterende decor en de twee getalenteerde muzikanten van The Fungi Ensemble viel alles perfect in zijn plooi.
Het volledige combo had er een fonkelend staaltje theater van gemaakt. De flow van de film liet zich perfect verenigen met de absurditeit en de originaliteit van deze unieke band. De twee getalenteerde en klassiek geschoolde muzikanten Sam Bass (cello) en Mike Dillon (percussie) tilden het gehele schouwspel naar een hoger niveau.
In “Golden Ticket” mochten zij een eerste keer loos gaan en vormde hun muzikaal vernuft een prachtige symbiose met de maffe Primus capriolen. Het duo maakte ook van “I Want It Now” een hoogtepunt, dit in een glimmende interactie met Larry La Londe, die nu al een tijdje naar de achtergrond was verdwenen maar hier de vocals voor één keer op zich mocht nemen en onderwijl ook nog eens zijn gitaar in een psychedelische flow liet schitteren. Even dachten wij aan een geïnspireerde Pink Floyd, meermaals dachten wij aan de briljante nonsens van The Mothers Of Invention.
De vertoning van The Chocolate Factory was dus een geslaagd totaalspektakel de naam Primus waardig, origineel, virtuoos, gedurfd, geschift en met een flinke scheut humor. ‘Primus and The Chocolate Factory’ is een album die je moet gehoord én vooral gezien hebben.

En dan was het tijd om nog maar eens een blik onvervalste klassiekers open te trekken. Primus zette samen met de twee heren van The Fungi Ensemble een fenomenale bisronde neer met een lange opborrelende versie van “Southbound Pachyderm”, het pareltje uit ‘Tales From the Punchbowl’. De heren lapten er nog een paar grootse momenten achter met een sprankelend “Fisticuffs” en als ultieme toetje het opwindende “Here Come The Bastards”.
Toen ging onherroepelijk het doek dicht, en dat was jammer, waarmee we meteen toekwamen aan dat ene zweempje van kritiek die we uit onze mouw konden schudden. Ondanks bijna twee en een half uur luisterrijke zotheid, hadden wij honger naar meer, de set was naar onze mening nog te kort en wederom vertikten de klootzakken het om “Too Many Puppies” te spelen. Het minutenlange oorverdovende gejoel om een extra bisronde sprak boekdelen, iedereen wou meer en wou vooral die verdomde puppies, maar Primus bleef koppig achter de coulissen. Duidelijk geen hondjes toegelaten in de AB.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/primus-15-06-2015/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Black Mountain

Black Mountain – Hun ‘Future is ‘Retro’

Geschreven door

Heel productief kan men ze niet noemen : het Canadese kwintet Black Mountain: Amper drie full CD's in 10 jaar, waarvan de laatste alweer een 5 jaartjes oud is. Zonder nieuw werk op de planken is de band momenteel dan maar op de hort in Europa ter promotie van de re-release van hun titelloze debuut uit 2005. Een expanded version weliswaar, incl. de 4 tracks van de vroege EP 'Druganout' + nog een 4-tal onuitgegeven bonus tracks.

Waar de band in 2005 op dat debuut nog zoekende was en laveerde tussen indie rock en een rauwere psychedelische jaren 60/70 rocksound, viel de balans op meesterwerk 'In the future' uit 2008 duidelijk uit in het voordeel van dat laatste. “Tyrants” en “Stormy high” -2 songs van die plaat- getuigden hier vanavond van Black Mountain's voorliefde voor die heavy psychedelische rock. “Wucan” is dan weer een anders pareltje van diezelfde plaat, ééntje dat we vanavond niet wilden missen en gelukkig ook niet moesten missen : Een lekker voortkabbelende song gedragen door een lekkere groove met daar bovenop een subtiele keyboardlijn en het geheel ten gepaste tijde voorzien van een goed geplaatst gitaarexplosietje. 
Verrassend genoeg moest de Botanique het stellen zonder ook maar iets uit de 3e plaat 'Wilderness heart' (2010), maar enkele stevige nieuwe songs waren hopelijk wel de voorbode van nieuw plaatwerk.
Verder werd vanavond vooral geput uit die heruitgebrachte debuutplaat : Opener “Modern Music” was zo een indie-rock exploot hieruit, maar daarna was het vet rocken geblazen met een bijtend “Don't run our hearts around” en idem dito “Set us free”. In die soms lang (maar nooit te lang) uitgesponnen slepende psych rock voelde frontman en gitarist Stephen McBean zich thuis tot en met en waande zich een 40-tal jaren 'back in time'.
Doorheen de hele show was het ook vooral de heldere prachtige stem van Amber Webber die een aangename tegenpool vormde voor het brute snarengeweld van McBean. En laat ons gerust stellen dat het vooral Webber's stem is die mee die typische eigen sound van Black Mountain bepaalt, en die deze band onderscheidt van andere bands in het genre!. “No hits” bleek één van de toppers vanavond : Op plaat een vrij a-typisch -zowaar dansbaar- nummer in hun repertoire, hier omgebouwd tot een bijna 20 minuten durend lekker psychedelisch gitaar keyboard jam monstertje. Indrukwekkend !!
Afsluiter was “No Satisfaction”, niet de Stones classic, maar hun eigen 60's 'pop' song, sterk schatplichtig aan The Velvet Underground. Niet meteen hun 'pièce d'oeuvre', er was nog sterker materiaal over om eruit te gaan met een knal. Maar laat ons niet gaan miereneuken over details, in onze muzikale hersenpan zit alweer een meer dan geslaagd concertje bij opgeslagen.
En dat de heren en dame maar snel met nieuw materiaal komen aandraven, ons geheugen is bijlange nog niet vol!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-mountain-12-06-2015/
Organisatie: Botanique , Brussel

 

Beoordeling

Senyawa

Senyawa + Hieroglyphic Being - Indonesische folkmetal en freejazz house in de Vooruit

Geschreven door

Senyawa + Hieroglyphic Being - Indonesische folkmetal en freejazz house in de Vooruit
Senyawa + Hieroglyphic Being
Vooruit (Balzaal)
Gent
2015-06-12
Nick Nyffels


We waren eigenlijk naar de Vooruit afgezakt voor Tyondai Braxton, de voormalige frontman van Battles, die er zijn ‘Album Hive1’ zou komen voorstellen, maar op het laatste moment besloot die om zijn kat te sturen. Wij stuurden onze kat niet, want er waren nog andere avantgarde bands om te checken.

Senyawa (zie foto homepag) bijvoorbeeld, een Indonesisch duo uit Yogyakarta. Voor iedereen in de Balzaal zal het wellicht de eerste keer geweest zijn om een Indonesische rockband aan het werk te zien. Senyawa is avant-garde tot het uiterste: ze bouwen hun instrumenten zelf: op een bamboe steel was een gitaarnek gemonteerd, en dit experimenteel instrument werd zowel als gitaar en als strijkinstrument gebruikt. Heel avontuurlijk dus, en dat bleek ook uit de zang. Zanger Rully Shabara zong in het Indonesisch, en gebruikte zijn stem evengoed als een instrument: hij varieerde tussen gekrijs, keelzang en grunts, maar ook zaten er rustige folkpassages tussen. Het geluid van dit duo klonk soms orientaals, dan was het weer schokkerig als een soort akoestische versie van System of a down, waarna er stukken waren die  heel duidelijk door metal geïnspireerd waren. De Indonesische variant van Rodrigo en Gabriela, maar dan gemixt met Diamanda Galas. Toegankelijk was het dus absoluut niet, maar het had wel iets. De bamboegitaar klonk in een nummer als een harp. Geef deze mannen gerust een plek op Graspop, ze zullen er niet misstaan.

De hoofdact vanavond was Hieroglyphic Being. Dat is het alter ego van Jamal Moss, een houseproducer uit Chicago, die hier vanavond samenspeelde met Marshall Allen, een krasse knar van 91 die nog bij Sun Ra Arkestra speelde.  Moss draaide aan de knoppen, terwijl Allen en een compaan zowel dwarsfluit, sax als iets wat op een melodica leek bespeelden. Heel duidelijk free-jazz dus, iets te druk voor mijn oren eigenlijk, het was bij momenten of er twee bands tegelijkertijd verschillende nummers aan het spelen waren. De dwarsfluit met beats composities klonken als St Germain door de gehaktmolen gedraaid werd. Het tweede deel van het concert vond ik beter, toen de kosmische groove het overnam van de stoorzender jazzhouse van het begin.

Geen Tyondai Braxton dus, maar we hadden in ieder geval twee avant-garde artiesten gezien die de uitersten van het melodisch spectrum opzochten.

Organisatie: Vooruit Gent

Beoordeling

OBN III s

OBN III’s - Texaanse razernij

Geschreven door

We hadden er een tijdje op moeten wachten maar het zat er nog eens pal op in de Pit’s. Het begon al goed met Wild Racoon, een one-man-band uit het naburige Lille met bijna evenveel materiaal op het podium als de voltallige OBN III’s na hem. De man citeert namen als Bob Log III en Marc Sultan als invloeden maar ik vond hem toch vooral thuishoren in de nieuwe lichting psychedelische garagerockgroepen. Daarbij kwam vooral John Wesley Coleman III in gedachten : diezelfde lo-fi aanpak met talloze tempowisselingen.

Van een geheel andere orde was de razernij van OBN III’s uit Austin, Texas. Zanger Orville Bateman Neeley III zorgde voor die vreemde groepsnaam. Volkomen terecht want alles draait rond hem terwijl hij na vier woelige jaren het enige originele groepslid is. Neeley was overigens al eens te gast in de Pit’s met zijn andere groep, Bad Sports. Maar zo bleek als die toen voor de dag kwamen, zo overweldigend waren de OBN III’s nu. De compleet geschifte Neeley pootte samen met bassist Michael Goodwin, gitarist Tom Triplett en drummer Marley Jones een sound neer die nog het best te omschrijven viel als The Stooges na een shot adrenaline. Furieus en hard met als absolute hoogtepunt het hilarische en van Little Richard gekende “Keep a knockin’ (but you can’t come in)” waarbij Neeley ostentatief naar zijn blote kont wees.

OBN III’s heeft dus niet voor niets een nieuwe plaat, ‘Live in San Francisco’, uit op ‘Castle Face’, het label van John Dwyer (Thee Oh Sees). Maar dat is blijkbaar geen garantie op kwaliteit want mijn exemplaar is meteen de kromste plaat uit mijn collectie. Het lijkt erop alsof mijn naald telkens de honderd meter horden moet lopen.

Organisatie: Pit’s , Kortrijk

Beoordeling

Pagina 206 van 395