logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Gary Numan
Concertreviews

Fink

Fink - Klein begin, Groots einde

Geschreven door

Fink, alias Fin Greenall , werd in een vroeger leven als gerenommeerd dj overal gerespecteerd. Hierdoor komen zijn albums nog steeds uit op het Ninja Tune label. Maar van zijn elektronische achtergrond blijft nu niet veel meer over. Fink heeft zich ontpopt tot een echte singer-songwriter die met veel gevoel zijn nummers brengt, best te vergelijken met José Gonzalez. Dat was in de Grand Mix dan ook niet anders. Fink gaat al mee van 2000 en dit valt ook op aan het publiek. Een jongvolwassen publiek die eens komt kijken wat het nieuwe werk van Fink te bieden heeft.

De avond werd geopend door Douglas Dare, nog zo’n Singer-Songwriter. Hoewel zijn debuutsingle “Glorious Feeling” eerder een zomernummer is blijft er op zijn debuut ‘Whelm’ niet veel van die zomer over. Het zijn vooral donkere nummers die het best te vergelijken zijn met James Blake. De zaal was al van het begin volledig met rook gevuld, dit zorgde voor een uitstekende meerwaarde bij het donkere concert. Bij “Unrest” werd er met een zware bas voor een zwarte intro gezorgd waarna Douglas met zijn hemelse stem de demonen probeerde te bestrijden. Uiteindelijk ontpopte dit zich in een hemels pianospel met een donkere achtergrond. Iedereen kwam tot rust, het volledige publiek was stil. Eindigen deed Douglas met “Swim”, waarmee hij iets meer experimenteerde. Een perfecte opener voor Fink.

Het was al van 2009 geleden dat Fink hier nog eens stond, maar hij was het duidelijk nog niet vergeten. Wanneer hij opkomt zou men denken dat er een Hiphopper klaarstaat. Maar op het moment dat hij begint te zingen wordt het meteen duidelijk dat dit een rasechte zanger is. Openen deed Fink met “Pilgrim” waarmee hij zelf al aanhaalde dat het ‘Small Beginnings but great Endings’ zullen zijn. Klein begon hij zeker want hierna volgden allerlei rustige nummers. De lichten op het podium creëerden een bepaalde sfeer die perfect bij het concert hoorden. Naarmate een nummer werd opgebouwd werden de lichten dan ook feller. Wanneer Fink zijn pet af deed en zijn kale kop volledig zichtbaar werd, was het meteen duidelijk hoe charmant hij is.

Het concert was intiem waarna hij beslist om nog intiemer te gaan. “Let’s go old-school” zegt hij, en old-school wordt het zeker. Zonder versterking beslist Fink om met zijn band enkele akoestische nummers te spelen, o.m. een “Wheels” . Hierdoor kreeg je het gevoel van in een rockabilly show te zitten. De instrumenten waren zo geïmproviseerd dat het leek alsof ze zelf in elkaar waren gestoken door de band. Om dit akoestisch stuk perfect af te sluiten kwam de volledige band terug en volgde de apotheose van het nummer.
Er werden veel nummers van het nieuwe album gespeeld omdat deze volgens Fink nog geoefend moeten worden. Dit gaf het concert zijn meerwaarde omdat deze nummers bombastischer zijn en ook grote explosies verzorgen. Het leunt ook het dichtst aan bij zijn verleden als dj omdat er soms elektronische geluiden insluipen.
Het einde wordt ingezet met een akoestische versie van Truth Begins, dit wordt gevolgd door de recentste hit van Fink “Looking To Closely”. Eindigen doet Fink met “Berlin Sunrise”.Fink komt nog eenmaal terug om met een knal te eindigen.

Fink is terug met een knaller van een plaat. Live past deze plaat perfect in het concept, het zorgt voor een bombastischer geluid wat het concert zeker ten goede komt.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

John Legend

John Legend op hoog niveau! Doet z’n naam alle eer aan

Geschreven door

John Legend hield halt in een zo goed als uitverkocht Vorst Nationaal in het kader van z’n ‘All of me Tour’ . De Amerikaanse R&B/Soul zanger John Stephens wordt met z’n elegante, indringende soulpop enorm gerespecteerd in ons landje; al zo’n tien jaar is hij bezig hoor  en hij scoorde al ettelijke hits als “Ordinary people”, “Used to love you” en “So high”. Hij werd ook al onder handen genomen van Kanye West en zijn bijdrage op Tarentino’s soundtrack ‘Django Unchained’ was sterk (“Who Did That To You”).  Hij beschikt over een prachtige soulstem en zijn hit “All of me” zit in het geheugen gegrift , dat was na vanavond overduidelijk …

De zesendertig jarige artiest zorgt voor een romantisch , sensueel samenspel en doet z’n naam alle eer aan . Een uitgebreid ensemble begeleidt hem en zorgt net voor die gelaagde sound. Hij werd omringd door 4 strijkers, twee gitaristen en een drummer, en zelf was hij bijna altijd op piano terug te vinden . Een  bijna twee uur muziekfeest volgde .
We waren onder de indruk van die combinatie , waarbij zijn vocals en zijn pianospel binnen het geheel de rode draad vormden in een perfect geluidsdecor! Een uitmuntend concert dus. De trage, slepende , gevoelige ballades wisselde hij af met opzwepende, swingende R&B nummers en dan kom je natuurlijk uit op een ”Use to love you”, “Ordinary people”, “Again”, “Save room” en  “You and me”. Ook de covers “Rock you” van M. Jackson en aan zijn grootmoeder opgedragen “Bridge over trouble water “ van Simon and Garfunkel werden ten zeerste geapprecieerd.
Meermaals veerde het publiek spontaan recht. Elementjes dampende funk , hiphop , reggae en hiphop zweefden omheen de nummers en zorgden voor die rijkelijke sound!
Het hoogtepunt spaarde John tot op het laatst. Solo werd hij letterlijk op handen gedragen op het innemend “All of me”, die door het publiek werd meegezongen . Een minutenlange staande ovatie was het gevolg .

‘Love in the future’ koesteren we maar best . We werden letterlijk gepakt door deze rasechte zanger/pianist met z’n fluwelen stem, die z’n genre op hoog niveau hield!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/john-legend-01-11-2014/
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

How To Dress Well

How To Dress Well - Emotionele rollercoaster

Geschreven door

Zijn soulvolle songs zijn doordrenkt van weemoed en twijfel, maar op het podium straalt hij één en al vastberadenheid en joie de vivre uit. In de studio leeft hij een solitair bestaan op zoek naar de meest vernuftige samples en soundscapes, maar live ontpopt hij zich tot begenadigd en overtuigend performer. Welkom in de schizofrene schemerzone van Tom Krewell, aka How To Dress Well!

De breekbare indie R&B pop op doorbraakalbum ‘Total Loss’ had op velen een verslavende uitwerking en dankzij het dit jaar verschenen ‘What Is This Heart?’ is de afkick periode nog niet onmiddellijk in zicht. Met meer akoestische en iets minder elektronische arrangementen, waardoor het concert een pak steviger en directer klonk dan wat we doorgaans van deze jonge Amerikaan gewoon zijn. En waarmee hij de lat opnieuw een pak hoger legt voor hippe generatiegenoten als The Weeknd en Frank Ocean.
How To Dress Well had die avond in de AB Club nog altijd heel wat innerlijke demonen uit te drijven. Op “Repeat Pleasure”, “Face Again” en “Words I Don’t Remember” wisselden tegenstrijdige emoties zoals verlies en verlangen, blijheid en verdriet elkaar sneller af dan een rollercoaster. Zonder ooit overdadig te worden. Ingetogen stiltes en rustpauzes blijven een essentieel onderdeel in de songs. Ze vormden bovendien een bijzonder geslaagd contrast met de diepe bastunes die net zoals bij “The XX” soms vanuit een ander universum lijken komen aangezwollen.
Met de eindeloos in de zaal weergalmende falset op “Suicide Dream Part 1” toonde Tom Krewell zich van zijn meest kwetsbare kant voor een murw publiek. En alsof dat nog niet volstond brak op “Set It Right” de apocalyps pas echt uit.

De veelvuldige en bijwijlen hilarische interacties met het publiek tussen de songs door brachten misschien iets te vaak de vaart uit het concert. Maar dat is niet meer dan detail kritiek. Het AB publiek koesterde How To Dress Well en de wederzijdse lofbetuigingen klonken niet minder oprecht.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Bill Frisell

Bill Frisell - Onderhoudend en bij momenten begeesterend

Geschreven door

Bill Frisell is een begenadigd en veelzijdig gitarist die voornamelijk in jazz middens wordt gesitueerd, hoewel hij al jaren met de regelmaat van de klok ettelijke albums maakt die vooral grensoverschrijdend zijn, een rijke variatie van jazz, blues, etnische muziek, ambient, avant-garde, rock, folk, pop,…

Ook in de Handelsbeurs had men op voorhand een beetje voorbarig het ‘jazz’ etiket bovengehaald ter aankondiging van Bill Frisell zijn komst naar Gent. Het volstond om de zaal te doen uitverkopen, maar met jazz had deze doortocht weinig te maken, hoogstens waren hier vanavond een paar jazzy kwinkslagen te merken die verweven waren met een gans arsenaal aan andere invloeden.
Frisell kwam hier met name zijn nieuwste album ‘Guitar In The Space Age’ voorstellen, een plaat waarop hij instrumentale interpretaties brengt van een stel gekende en minder gekende songs uit een rijk verleden. Op het album vloeien een hele hoop stijlen door mekaar, blues, jazz, surf, country en rock. In de handelsbeurs was het niet anders.
Wij hadden op voorhand ons huiswerk gemaakt en ‘Guitar In The Space Age’ aan enkele grondige luisterbeurten onderworpen. We troffen er uiteraard muzikale passie en klasse aan -het zou er nog aan mankeren- maar tegelijkertijd merkten we ook op dat alles toch een beetje te braaf en te vrijblijvend klonk, tegen de grens van de muzak aan zelfs. Muzikaal behang dus, weliswaar van onberispelijke kwaliteit en overgoten met liters technisch vernuft, maar toch : behang.
Bij de live uitvoeringen werd er gelukkig wat meer peper op de songs gestrooid, Link Wray’s klassieker “Rumble” kreeg een ronkende en stevige behandeling mee en The Kinks hun “Tired Of Waiting For You” kaapte hier de absolute hoofdrol weg. De lange song zette op subtiele wijze aan en brak dan volledig open in een stomend samenspel van een stel ervaren rotten die mekaar perfect aanvoelden, het leek even alsof Crazy Horse hier stond te spelen.
Bij Bill Frisell leek de virtuositeit uit de losse pols te komen, hij etaleerde zijn unieke gitaartalent zonder daarbij de vedette uit te hangen. Hij hoefde niet persé het laken volledig naar zich toe te trekken en gaf voldoende ademruimte aan het stel uitgesproken klasbakken waarmee hij zich liet omringen, met name een formidabele Greg Leisz op pedal steel en elektrische gitaar, Tony Scherr op bas en Kenny Wollesen op drums. Vooral bij de laatste twee was te merken dat ze met de jazz pollepel zijn opgevoed, het vloeide er uit alsof het niets was.
De ganse set door viel de virtuositeit van deze muzikanten op, het kwartet kon met sprekend gemak alle stijlen aan en speelde heel bedreven en bij momenten zeer begeesterend, en dat gaf een flinke meerwaarde aan de set. De live uitvoeringen van de songs stegen een flink stuk uit boven de soms te halfslachtige albumversies, de rock was feller, de ingetogen passages waren intiemer. Kortom, de soms te melige Shadows-sound van de plaat werd voldoende de kop ingedrukt en de bezieling was een stuk prominenter aanwezig. 
Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat deze band ons nog meer bij het nekvel had gegrepen mochten ze iets heviger buiten de lijntjes hebben gekleurd en iets frequenter het pad van de improvisatie hebben gekozen. Iets wat we bijvoorbeeld eerder in Gent bij Marc Ribot wel mochten vaststellen, ook zo een zogenaamde jazz gitarist, maar eentje die zijn demonen veel vaker en heviger de vrije loop geeft. Zowel Marc Ribot als Bill Frisell hebben trouwens al samengewerkt met de geflipte John Zorn, maar Ribot heeft de Zorn-gekte toch meer in zijn lijf zitten.

De term ‘clean’ kwam ons bij Bill Frisell net iets te vaak voor de geest om van een onvergetelijk concert te gewagen. Al bij al wel zeer onderhoudend en vakkundig.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Imelda May

Imelda May - Bruisende rockabilly, prachtige stem

Geschreven door

Imelda May - Deze Ierse burlesque dame met een gouden stem en een voorliefde voor rockabilly en de fifties, had onze aandacht al gewekt met haar voortreffelijke laatste album ‘Tribal’. In de UK wordt ze onder meer door Jools Holland op handen gedragen, bij ons is de talentvolle lady nog een vrij onbekende naam. Toch was de AB aardig volgelopen en werd het een meer dan geslaagd en dynamisch retro avondje.

Hoewel de rockabilly uitspattingen gerust nog een stuk smeriger mochten van ons, was dit een bruisend en levendig concert. Het unieke zangtalent van deze sympathieke Ierse dame kwam er vlotjes uit zonder overdreven opschepperij. Het meest begeesterende vocale kippenvelmoment was met voorsprong de naar de hemel gezongen jazz van “Gypsy in Me” waar Imelda May in de buurt kwam van de haast ongenaakbare Billie Holiday.
Verder werd er overwegend gerockt vanavond en zat er flink wat vaart in de set met een handvol stevige rockers en rockabilly spetters als “Wild Woman”, “Five Good Men”, “Psycho”, “Mayhem” en een absoluut denderend “Johnny’s Got A Boom Boom”, allemaal pittige songs die sterk knipoogden naar Stray Cats en Paladins.
Imelda May liet zich begeleiden door een knappe en uiterst viriele band. De wonderlijk klinkende schuiftrompet passages van Dave Priseman bevielen ons enorm in het atmosferische en jazzy “Wicked Way” en in de swingjazz van “Inside Out”. Mede hoofdrolspeler was gitarist Darrel Higham, tevens Imelda’s echtgenoot, die zich meermaals liet opvallen met een stel heerlijke solo’s en surfgitaartjes. Misschien hadden wij graag stiekem nog iets meer motorolie in zijn instrument gekieperd om de sound nog wat vettiger te doen klinken, maar toch was het voortdurend genieten van de vloeiende rock’n’roll die gans de avond door de lucht zweefde.
Imelda May betrok haar publiek mee in het rock’n’roll feestje en liet de zaal een aardig potje meezingen in het swingende “It’s good to be Alive”, de stemming zat er stevig in, Imelda May had de AB helemaal in haar binnenzak.
De deerne had ook een paar verrassende covers in petto, Willie Dixon’s “Spoonful” bracht als smeulende nachtelijke bluessleper het tempo op adembenemende wijze een paar stappen terug en op het eind kregen “Bang, Bang, My baby shot me down” (Sonny & Cher)” en “Dreamin’” (Blondie) een uitmuntende en bloedmooie akoestische versie mee. De fluwelen stem van Imelda May werd bij die twee pareltjes enkel begeleid door de sobere ukelele van haar teergeliefde echtgenoot.
De volledige band werd er nog een laatste keer bijgehaald voor de ultieme flitsende rockabilly klepper “Right Amount of Wrong” die de set op de meest zinderende wijze afsloot.

Een zeer vitale doch misschien ietwat te cleane performance (mierenneukers als wij hebben altijd wat detailkritiek in huis), maar met het rock’n’roll hart op de juiste plaats en een stem die het achtervolgende peloton op minuten achterstand zet.
Als ze haar song “Wild Woman” nog iets letterlijker zou nemen en tussendoor ook nog even een concertje meepikt van pakweg The Jim Jones Revue of Jon Spencer, dan kan het vuur nog heviger oplaaien en zou het hek pas helemaal van de dam zijn. Moet kunnen.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Roger McGuinn

Roger McGuinn – Een halve eeuw verhalen en muziek

Geschreven door

Met Roger McGuinn mocht de Stadsschouwburg in Brugge afgelopen zondag één van de absolute muziekiconen uit de jaren ’60 verwelkomen.

De intussen 72-jarige McGuinn is ruim vijf decennia actief als muzikant, speelde in het begin van zijn carrière folk in diverse Amerikaanse koffiehuizen en trad op in de begeleidingsgroep van o.m. Judy Collins en Bobby Darin. Onder invloed van de zogenaamde Britse invasie halfweg de jaren ‘60, met The Beatles als protagonisten, liet McGuinn meer en meer rock door de folk sijpelen en dat bracht hem niet enkel in contact met Gene Clark en David Crosby maar leidde tevens tot de oprichting van The Byrds. En het is in de eerste plaats via deze groep dat hun frontman McGuinn in het collectieve geheugen van menig muziekliefhebber blijft zitten. Want hoewel de massahysterie - met gillende meisjes incluis - aan hen voorbij ging, hebben The Byrds zich onsterfelijk gemaakt met hits als « Mr. Tambourine Man » en « Turn! Turn! Turn! ». Bovendien stonden ze aan de wieg van wat men ‘folk rock’ en ‘country rock’ (intussen uitgemond in alt-country) zou gaan noemen.      

McGuinn weigert al geruime tijd om The Byrds te reïncarneren en houdt de boot af van een mogelijke reünie. Hij trekt liever sinds enkele jaren solo de wereld rond met een programma dat de titel draagt ‘An Evening With …’. Dit klinkt knus en gemoedelijk en dat bleek in Brugge ook wel degelijk het geval te zijn. Een sobere belichting, McGuinn getooid in zwartgrijze kleren met hoedje op het hoofd en meestal zittend op een bankje tegen de achtergrond van enkele  kamerplanten. Meer had de nog fris ogende levende legende niet nodig om hartverwarmend te zijn. En wanneer hij zijn bekende stem koppelde aan zijn onafscheidelijke medereizigers, zijn akoestische, gepersonaliseerde 7-snarige Martin HD-7 en natuurlijk zijn elektrische 12-snarige Rickenbacker, lag niks in de weg om er mooi avondje muziekgeschiedenisles van te maken en de toeschouwers getuige te laten zijn van zijn muzikale talenten.  
Dit werd nog maar eens onderstreept toen McGuinn achter de coulissen op zijn Rickenbacker de beginakkoorden van « My Back Pages » inzette. Voor wie er nog zou aan twijfelen, met dit instrument trekt hij zich nog steeds als geen ander uit de slag. Bovendien ligt de keuze om zijn optredens steevast met dit nummer aan te vatten eigenlijk voor de hand. Zo vat de titel perfect  het opzet van de concertreeks samen: bladeren doorheen het levensboek van McGuinn en dit extra inkleuren via de verhalen achter de diverse songs.
Telkens kreeg het publiek interessante  weetjes te horen over het ontstaan van de nummers die tijdens de anderhalf uur durende set aan bod kwamen en dit verrijkte de luisterervaring. Want zeg nu zelf, men mag nog zoveel naslagwerken over The Byrds of Roger McGuinn raadplegen, de diverse anekdotes rechtstreeks vernemen van de man die het zelf heeft beleefd, daar kan geen enkel boek of internetsite tegen op. Vooral ook omdat McGuinn dit goedgehumeurd, met een kwinkslag en steeds erg relativerend brengt. Zo liet hij meermaals doorschemeren dat – hiermee voorbijgaand aan eigen kunnen – een groot deel van zijn persoonlijk succes en dat van The Byrds, te danken is aan andere artiesten. Heel wat van zijn grote invloeden passeerden dan ook de revue.
Niet in het minst Bob Dylan natuurlijk. Zo werd het openingsnummer van de set, « My Back Pages » geschreven door Dylan maar bijzondere aandacht was er ook voor « Ballad Of The Easy Rider ». Zo vertelde McGuinn dat producent Peter Fonda polste bij Dylan om de titeltrack van de film ‘Easy Rider’ (1969) te schrijven. Dylan ging op het verzoek niet in maar pende wel enkele verzen neer op een servetje en vroeg om dit aan McGuinn te geven. McGuinn nam deze wat hij zelf de ‘Heilige graal’ noemt, dankbaar in ontvangst. Dylan hoefde zelfs geen auteursrechten. De film met als thematiek een ode aan de vrijheid zou uitgroeien tot een cultklassieker en geldt tot op vandaag voor menige motorrijder nog steeds als referentie in het genre.
McGuinn bracht met « Knockin’ On Heaven’s Door » ook een andere cover van Dylan die speciaal voor een film, meer bepaald ‘Pat Garrett & Billy The Kid’ (1973), geschreven en opgenomen werd.
Verder mocht vanzelfsprekend ook « Mr. Tambourine Man » niet ontbreken. McGuinn legde haarfijn uit hoe The Byrds er toe kwamen om nu net dát nummer van Dylan te gebruiken als eerste single en hoe het zo kenmerkende jingle jangle-geluid wellicht verantwoordelijk was voor hun nummer 1 notering. Hij verklaarde ook hoe een folk rock groep als The Byrds met de medewerking van o.m. Miles Davis onderdak vond bij het voor hen atypische, conservatieve label Columbia Records.
Nóg een nummer van Dylan kwam ook helemaal in het begin van de set aan bod, namelijk « You Ain’t Goin’ Nowhere » uit ‘Sweetheart Of The Rodeo’ (1968), hét country rock album bij uitstek van The Byrds. Uit dezelfde plaat bracht McGuinn tevens een schitterende versie van « Pretty Boyd Floyd » van Woody Guthrie, waarop hij zijn vingervlugheid bij het gitaarspelen volop kon etaleren.  
Met « St. James Infirmary » (oorspronkelijk « Gambler’s Blues ») bracht McGuinn  vervolgens eerbetoon aan Huddie William Ledbetter, beter bekend als Lead Belly, die vele jaren voordien al de 12-snarige gitaar speelde en McGuinn via o.m. Pete Seeger inspireerde om zich dat instrument eigen te maken.
Ook bracht McGuinn zijn vriendschap met Tom Petty onder de aandacht. Zo speelde hij eerst « So You Want To Be A Rock ‘n’ Roll Star » (ooit gecoverd door Petty en zo dicht leunend bij diens stijl dat latere generaties dachten dat het van Petty zelf was) en daarna coverde hij zelf Petty’s « American Girl » dat dan weer zo refereerde naar het geluid van The Byrds dat McGuinn het zelf op zijn soloalbum ‘Thunderbyrd’ (1977) plaatste. Om het rijtje van drie te vervolmaken, bracht McGuinn hierna een bijzonder fraaie akoestische versie van « King Of The Hill ». Een nummer dat werd meegeschreven en –gezongen door Petty na het lezen van John Phillip’s (The Mamas & the Papas) autobiografie en afkomstig is uit ‘Back From Rio’ (1991), het meer dan uitstekende comeback album van McGuinn. 
Vanzelfsprekend mocht ook de link met The Beatles niet achterwege blijven. Hun impact ging zelfs zo ver dat het volledige instrumentarium van The Byrds een kopie was van dit van The Fab Four en ook hun muziekstijl werd zoals reeds aangegeven, snel opgepikt door McGuinn die dit introduceerde in zijn eigen repertorium. Als voorbeeld speelde McGuinn « You Showed Me », zowat het eerste nummer dat Gene Clark en McGuinn in 1964 samen schreven en dat vijf jaar later een top 10 hit zou worden voor The Turtles.
Ook andere genres bleven niet onbenut. Met « Randy Dandy Oh » kwam zelfs een bewerkt oud zeemanslied voorbij terwijl via « Beach Ball » zowaar zelfs wat surfmuziek te horen viel. McGuinn lichtte toe dat nauwelijks enkele maanden nadat hij deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Bobby Darin, deze af te rekenen kreeg met stemproblemen. Darin richtte in afwachting van beterschap een eigen platenmaatschappij, T.M. Music (gehuisvest in het Brill Building te New York), op en McGuinn mocht er op bestelling liedjes schrijven. Met hoop op wat succes luisterde hij daarbij vooral naar wat toen op de radio populair was en dat waren de deuntjes van o.m. The Beach Boys en Jan & Dean. Maar « Beach Ball » uitgevoerd door de City Surfers sloeg echter geen gensters maar een Australische uitvoering van het nummer daarentegen werd down under wel een hit (met de harmonieuze vocalen van de Bee Gees overigens op de achtergrond).
Hoogtepunten in de set waren verder o.m. « Russian Hill » (uit ‘Thunderbyrd’) en eigenlijk elk nummer dat met de Rickenbacker werd gespeeld zoals het psychedelische « Eigh Miles High » (met daarbij een prachtig uitgevoerd klassiek stukje « Asturias (Leyneda) ») en het voor de toegiften gereserveerde « Turn! Turn! Turn! » dat eind de jaren ’50 door Pete Seeger geschreven werd, zich daarbij baserend op het bijbelboek Prediker.
Afsluiter van de avond was het door zijn vrouw Camilla geschreven « May The Road Rise To Meet You ».

Wie McGuinn enkele weken terug aan het werk zag in de Roma (Borgerhout) of er ook bij was op pakweg Blues Peer (2009) of in de Gentse Handelsbeurs (2011), zal ook nu nauwelijks nieuwigheden ontdekt hebben of het zou wat recenter werk moeten zijn als « The Grapes Of Wrath », een nieuwe song die hij schreef met zijn vrouw Camilla en gebaseerd is op de gelijknamige film uit 1951 met Henry Fonda.
Maar voor alle anderen zal het ongetwijfeld een erg aangename kennismaking met McGuinn en diens oeuvre geweest zijn. Hoewel zijn stem soms wat minder toonvast geworden is (zoals bleek tijdens « Mr. Spaceman ») bleek deze na een halve eeuw nauwelijks of geen averij te hebben opgelopen. Dit in combinatie met enkele wereldnummers en het fantastische gitaartalent van McGuinn, kon er teruggeblikt worden op een onderhoudende passage van een grootheid in een al even fraai en nostalgisch decor.

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge

Beoordeling

My Brightest Diamond

My Brightest Diamond - Een roos met scherpe stekeltjes

Geschreven door

My Brighest Diamond leerden we voor het eerst kennen op de ‘Dark was the night’ - Aids benefiet compilatie uit de Red Hot reeks uit 2009. Die compil werd door de broertjes Dessner van The National geproduced, en Shara Worden, aka My Brightest Diamond, bracht er een mooie versie van de klassieker “ Feeling good” (It’s a new dawn, it’s a new day), die het meest gekend is in de versie van Nina Simone en die door Muse schabouwelijk mismeesterd werd.

Shara Worden zat een tijdje in de liveband van Sufjan Stevens, en haar eigen muziek komt in de buurt van die artiest. Net zoals Sohn en Son Lux, mengt ze klassieke muziek met pop en rock. Dwarsfluit, blazers en strijkinstrumenten kleuren haar songs. Voor rockfans klinkt dit soms te gekunsteld, maar voor avontuurlijke luisteraars valt er veel te ontdekken in het universum van My Brightest Diamond.
Shara Worden stelde haar nieuwe album ‘This is my hand’  voor in een uitverkochte Rotonde, één van haar favoriete concertzalen. Geen uitgebreide band, het budget liet het wellicht niet toe, enkel een bassist en een drummer om Shara’s keyboard of gitaar aan te vullen. Door die bezetting kregen we wel veel meer rock dan we verwacht hadden.
“Pressure”, de single van de nieuwe plaat, zette in met smerige electronica. “Bad guy” kon dan weer mooi naast het ruigste van PJ Harvey gaan staan, een rauwe lap rock in ons gezicht . Lekker. Worden heeft een groot stembereik, ze zingt zowel in een lage als hoge zangstem,  ze is soms theatraal, ook met de vele handgebaren, maar ze is nooit zo dramatisch als een Anna Calvi: de nummers zijn geraffineerd maar beheerst.
Voor “Be brave”, bond ze een armband met belletjes rond haar pols, en bouwde zo dit nummer in laagjes op, overschakelend van een lage stem op een hoge, een verleidelijke sirene die het publiek meelokte naar een andere wereld.  In “Lover killer” mocht het publiek meedoen: Shara toonde ons een handklap, en daarna namen wij het over. Variatie troef, het maatschappijkritische “High Low middle” riep een vaudeville-sfeer op, of zoals  de playlist het verwoordde ‘een 1920’ jazz feel’.  
Daarna ging het weer de stevige toer op, “Bronze head”, met Worden solo op gitaar, was een vuile, punky rocker met veel reverb, een gemene rif  met veel weerhaakjes. Intiem werd het dan weer in een verstilde ode aan haar zoontje, ”I have never loved”,  waarin Worden’s stemtimbre en de sfeer van dit nummer ons heel erg deden denken aan Beth Gibbon’s solouitstapje met Rustin’ Man. Als compliment kan dit tellen.
Tijd om te dansen was er ook, plaats iets minder in de overvolle Rotonde, dat lieten we wijselijk over aan de artieste, die al dansend een duimpiano of kalimba bespeelde en een Afrikaanse dans etaleerde waarvoor ze je dertig jaar geleden geleden nog naar Robbeneiland verbanden.
Bissen deed My Brightest Diamond met “Freak out”, dat zijn naam waar maakte met een soort rammelrock die we sinds Sloy’s “Pop” niet dikwijls meer horen passeren hebben en twee jazz standards: tijdens “Fever” (ja van Peggy Lee) dook Worden het publiek in, zwoel flirtend met jongens en meisjes, Jessica Rabbit was nooit ver weg en ook “Feeling good” in een bluesy gitaarversie was een geslaagde hommage aan Nina Simone. Eindelijk een versie die het affreus scharminkel van Muse doet vergeten.

My Brightest Diamond was veelzijdig en verrassend rockend in zijn kaalgestripte trio-versie.  Liefhebbers van Anna Calvi en PJ Harvey : de platen van deze dame zijn misschien iets te gekunsteld voor jullie, maar live heeft MBD genoeg weerhaakjes om ook jullie te overtuigen.

Setlist :
Pressure – Bad Guy – Before the words – Be brave – Lover Killer – High low middle – So easy – Bronze head – Resonance – I have never loved – Apparition – Apples – Inside a boy –
Bis: Freak out – French play back – Fever – Feeling good

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Chuck Prophet

Chuck Prophet – Rock ’n’Roll Heart

Geschreven door

Chuck Prophet is een Amerikaanse singer-songwriter en gitarist. Hij werd als artiest voor het eerst bekend met de rock group Green on Red, waarmee hij in de jaren 1980 platen opnam en optrad. Allez, dat zegt Wikipedia toch.

Neen, Prophet is een van de meest bezielde,  gedreven en enthousiaste rockers die hier op deze aardkloot rondloopt. Chuck passeerde donderdag al voor de derde keer in de al even bezielde , gedreven en afgeladen volle Trap in Kortrijk. Welnu, ik heb al honderden optredens gezien, en deze mag er gerust met kop en schouders boven uitsteken. Prophet en de zijnen knalden het feest open met een door berg en been snijdende versie van ome Lou’s “Rock ’n’Roll Heart”. Het kon niet meer stuk. Het speelplezier druipt er zowat af en zelfs een dove hoort dat  Prophet and The Mission Express al samenspeelden voor de continenten uit elkaar begonnen te drijven.
Met zijn excentrieke gitaarspel en zijn indrukwekkende songschrijverscapaciteiten heeft Prophet altijd een groot aantal bewonderaars,  zo ook in Kortrijk. “Wish me luck” uit de laatste ‘ Night Surfer’ kan daarvan getuigen. 
Na pakweg twee uur onversneden rock’n’roll kan het dolenthousiaste publiek met opgeladen batterijen weer verder. En onze profeet was blijkbaar ook in de wolken, want wat hem betreft wordt Den Trap de enige officiële Europese fanclub….

Weet je, ergens doet hij mij denken aan Tom Petty en ik zou hem graag een beetje van diens succes toewensen, al is het maar een microgrammetje. Ook op Chuck blijkt de leeftijd geen vat te hebben. Houden zo!

Line up:  Chuck op Gitaar, Kevin White op bas, Vicente Rodriguez op drums and Stephanie Finch op de toetsen

Org: Muziekcentrum Track , Kortrijk

Beoordeling

Pagina 220 van 395