logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_16
Concertreviews

Le Loup

In the hands of Le Loup

Geschreven door

Het Amerikaanse Le Loup uit Washington DC draait rond zanger/multi-instrumentalist Sam Simkoff. Twee jaar terug liet hij een weird debuut op ons los, ‘The throne of the third heaven of nations’ millenium general assembly’, een versmelting van bezwerende elektronica, frisse gitaarpartijen, ritmische drums, trommelwerk, handclaps, bleeps, beats en microfooneffects. In de muzikale dwarrelgeest van Simkoff’s Le Loup horen we een immense binding tussen toegankelijkheid en chaos. Er zijn de B-melodietjes van Beatles/Byrds/Beach Boys, linken met Animal Collective en Yeasayer en door de hoge vocals en stemmenpracht refereren ze aan Arcade Fire en de huidige rits Fleet Foxes, Port O’Briens, Tunng, Grizzly Bear en Local Natives.
De muzikale uitspattingen van het debuut zijn op de tweede cd ‘Family’ gestroomlijnd en bedachtzaam, wat een open, speelse en opgewekte heerlijkheid biedt. Een goed op elkaar ingespeelde band is verantwoordelijk voor het coherente, aanstekelijke geluid, in combinatie met het doortastende stemgeluid en de degelijke samenzang.
We waren onder de indruk van het resultaat live, want we kregen een portie originele, frisse, dansbare psychedelische freakende indietronicafolk geserveerd, van plezierig opbouwende, bezwerende, hitsige songs als “Saddle mountain” , “Morning song”, “Beach town”, “Grow”, “I remember everything”, “A celebration” en de titelsong van de tweede cd ‘Family’, geïnjecteerd door de aanzwellende gitaarpartijen, dreunende basses en repeterende, opzwepende synths, beats en drums. En ook een paar oudjes werden niet vergeten, “We are Gods! We are wolves” en “Le loup (fear not)” boden de nodige variatie in de set.
Het kwintet stond in een halve cirkel opgesteld en in het midden hadden we het ‘duracell’konijn en tronicafreak Simkoff, die door z’n spastische lichaam - en zwoele heupbewegingen de songs elan gaf.
Noteer alvast dat de tweede cd ‘Family’ van Le Loup als een ontluikende, bezwerende, louterende indierockende trip klinkt! De knappe, overtuigende uitvoeringen zorgden terecht voor een warm onthaal; het enigszins verbaasde maar aandachtige publiek werd de prooi en zat gekneld in de klauwen van de wolven van Simkoff en de zijnen. Maar interpreteer het als een hart onder de riem …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

Hindi Zahra

Hindi Zahra: pure klasse van een jonge, talentrijke belofte

Geschreven door

Een tip voor de top is Hindi Zahra, afkomstig van het Berbervolk in Marokko. Ze heeft Toeareg-roots en een thuis in Parijs. Muzikaal brengt ze een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali.
Op haar manier verwerkt en vermengt ze de diverse stijlen en invloeden in een soort ‘handmade’ freefolk. Tja, niet voor niks noemt haar debuut ‘Handmade’, dat ze eigenhandig produceerde en verscheen op het Blue Note label. In een artikel lazen we dat de albumtitel refereert naar l'artisanat, de handarbeid die Marokkanen verrichtten voor zowat alles dat zij produceren; ze wees hierbij naar de schatkist aan juwelen rond haar arm. Ook muzikanten zijn handarbeiders, wat verklaart dat de titel van de plaat vollédig van haar hand is.

Ze brengt een internationaal, toegankelijk, rijk geluid, van akoestische gitaren en handclaps, warme zalvende toetsen en bezwerende percussie, onder haar zachte, warme stem; als voorbeelden zangeressen haalt ze als Amália Rodrigues, Oum Kalthoum, Dimi Mint Abba, Django Rheunhardt en Yma Sumac aan, maar we durven ook denken aan Billie Holiday meets Patti Smith, Natacha Atlas en de zusjes Casady van Cocorosie.
Een kleine twee uur hield ze het publiek in de ban van haar meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge met een exotisch tintje. “Try again”, “Fascination” waren schitterende openers en wereldse songs “Nanyi” en “Imik silik”, in het Berbers gezongen, kregen een mysterieus tintje; een bewijs dat de jonge, beloftevolle dame alvast heel wat in haar mars heeft. De songs prikkelden door de bezwerende opbouw en hadden een dromerig karakter. Een ‘50’s vaudeville stijl haalde ze aan op “At the same time”; we waanden ons in een rokerige kroeg en misten nog een Tom Waits aan haar zijde.
Eén en dezelfde song kon ze met haar band ingehouden als trippend spelen. De single “Beautiful tango” was er een mooi voorbeeld van. Intussen was ze samen met haar begeleiding goed op dreef gekomen en was de verwantschap met Tinariwen en het nomadenbestaan groot. We voelden de blakende zon en het woestijnzand opwaaien in lange versies van “Kiss & thrills”, “Oursoul” en “Set me free”. De bezwerende gitaarslides, de percussie en de ‘70’s psychedelica toetsen gaven een opzwepende groove. En aan “Set me free” breidde ze er een “Get ready” van Rare Earth aan. Na de intens gespeelde songs, kwamen we even op adem en volgde een ingetogen folky “Don’t forget”, die ze met één van haar gitaristen speelde. ”Waiting in vain” was een geslaagde Bob Marley cover, sober en elegant door de akoestische gitaren en een spaarzame percussie die het reggae karakter behielden. Het refrein werd zachtjes meegezongen door het publiek.
Ondanks griepale symptomen, trakteerde Zahra op een fijne avond en werd ze telkens sterk onthaald. Dat ze een talentvolle artieste is, omringd met een even talentvolle band, was te horen op “Impro orientale” en “Stand up”, ‘all-styles-fusion songs’, die geïmproviseerde, verrassende en onverwachtse wendingen ondergingen en een krachtig, dansbaar einde toebedeeld kregen. De overtuigende rockdiva besloot met een intieme “Old friends” en een stevig gespeelde “Music”.

Pure klasse van een grootse dame, die nog wist te vertellen dat we op de volgende plaat banjo partijen en Berberse vioolklanken zullen krijgen. Haar set gaf al vonken, dus we mogen er halsreikend naar uitkijken …
Spijtig genoeg moest ze de dag nadien haar optreden in de AB staken door griep… Maar, geen nood eind maart will she back. Tip: Doen!

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

Sweet Coffee

Sweet Coffee cd release ‘Face to Face’

Geschreven door

Het kleurrijke charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, is totnutoe niet doorgestoten naar een breder publiek. Ze verdienen het alvast met hun zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse. Ze zijn al toe aan hun vierde cd. Na ‘Memory lane’, ‘Perfect storm’ en ‘Naked city’ verscheen onlangs ‘Face to Face’. Op de nieuwe plaat moesten ze verder zonder de mooi ogende zangeres Bibi Diabokua, die de klemtoon op haar gezinsleven legde. De zomerse sound werkt aanstekelijk op de dansspieren, is de helende cocktail bij stress en spanningen en roept beelden op van kuuroorden en Miami stranden. Hun sound is iets aparts en zorgt samen met de andere Belgische artiesten en bands Arsenal, Delavega, Buscemi en Sven Van Hees voor het zonnetje in huis. Sweet Coffee nestelde zich de voorbije jaren tussen een Everything but the girl, Sade en Axelle Red on beats door de broeierig dansbare groove en zalvende beats van jazz/funk/soul, latin, trippop en lounge; op de laatste cd komen ze in de buurt van Groove Armada en door de ganse rits guestvocalisten refereren ze aan Basement Jaxx en – opnieuw –Arsenal. De nauwe samenwerking geven de songs een eigen timbre door het stemgeluid en identiteit. Hoedanook, hun leuke, ontspannende groovende pop klinkt goed, coherent en dansbaar. Ze verzorgden al de eindgeneriek van een tv serie ‘Flikken’ en hun muziek was al te horen in alle vliegtuigen van Brussels Airlines.

Live zagen we een heuse band, geruggensteund door guest- en backing vocalistes en een strijkerensemble. Ze stelden in de showcase enkel de songs voor van de huidige ‘Face to Face’, tav Sweet Coffee’s totaliteit een lichte domper, want ze hebben een rij puike songs in hun broekzak als “Don’t need you”, “Holdin’ on”, “Say hey yeah”, “New day” en titelsongs “Memory lane” en “Perfect storm”.
Het drukte de pret niet; ze speelden een afwisselende set die de verschillende sfeerscheppingen van de plaat moeiteloos benaderde en sommige songs zelfs een stevige, krachtige beat gaven. Op de instrumentale opener “Face to Face” stonden de leden met uitzondering van één van de zangeressen achter een groot wit doek. De lichtbundels kruisten de schimmen. Pas na het bezwerende “Where do we go” verdween het mistige decor langzaam en op de tonen van “Survive”, die wat Buscemi-latindance invloeden had, zagen we het Sweet Coffee collectief op het podium. “U turn” dreef het tempo op en ze brachten ons naar warmere oorden met het broeierige, dromerige “Beautiful people” en “See myself in you”. Een lounge oase creëerden ze met het sfeervolle, ingehouden “Out of the death”, die door de strijkers beelden van een kamelentocht aan de Egyptische piramides of van ‘Kuifje in de woestijn’ opriepen. Glimlachende gezichten verschenen op de relaxt voelende single “Daylight”, die opwindender klonk door de beats. Toen de MC’s de zingende dames vervoegden, werd de boel opgehitst en sloeg het vuur in de pan; we hoorden schitterende versies van “Alone”, “Drops of rain” en “I don’t think so”. Maxi Jazz en Faithless flitsten even voorbij. Ook Yannick Uyttenhove van Maximus droeg z’n steentje bij en ontpopte zich als een volwaardig vocalist van de multi- culturele band. En nu net dat het feestje van Sweet Coffee goed op gang was getrokken door deze wervelende songs, maakten ze er een abrupt einde aan. De reggae/ragga/dancehall van de klassesong “Tomorrow” in de bis breidde er nog een leuk vervolg aan, maar ipv enkele oudjes hoorden we spijtig genoeg reprises van “U-Turn” en “Daylight”, die ze van hardere beats en van US 3 jazzy loops voorzagen. De kers viel hier van de taart, want we hadden een inventievere ‘closing final’ verwacht …

Songwriter Yannick Uyttenhove van Maximus, is toe aan z’n tweede cd ‘Mesmerize’, die het titelloze debuut van 2008 opvolgt. Yannick brengt speelse, frisse pop die mijmeren aan het sfeervolle materiaal van Jon & Vangelis, Emerson, Lake & Palmer en Alan Parsons. Niet voor niks horen we in “You’re the voice” de link met “State of independance”, die Jon & Vangelis eerder al coverden van Donna Summer.
Yannick wist met z’n band te beroeren, ontpopte zich als een leuke performer en entertainde z’n publiek. Hij gaf de melodieus onschuldige dromerige en sfeervolle songs een ‘positive vibe’: “Woman in the military”, “Claudia”, “Love supercat Mindy”, “Good vibrations” en de huidige single “One of us” klonken best leuk met z’n drietjes.
Hij is een graag geziene artiest en mocht terecht al supports verzorgen van Novastar. Probleemloos kreeg hij de handen op elkaar toen hij een sobere versie van “Champagne in the living room” inzette op een 4snaren akoestische gitaar en een aan France Gall’s “Débranche” ontleend nummer. Puik werk. Sterke persoonlijkheid. Een nieuwe Robbie Williams?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: J-Music/LC Music en Ancienne Belgique

Beoordeling

Mugison

Warm IJslands feestje in de Botanique – Mugison

Geschreven door

Wie IJsland en muziek googelt of denkt, komt ongetwijfeld bij Björk en Sigur Rós uit, maar de meest westelijk gelegen natie van Europa exporteert nog (meer) aparte noten van onder de poolcirkel. Dat weet men ook bij de Botanique en de line-up van drie bands uit het land van Reykjavik lokte op 25 februari dan ook een volle Rotonde, met zelfs zo’n dertig IJslanders present. Voorwaar een zootje ongeregeld. Zowel op als voor het podium.

Mugison stond als headliner aangekondigd, maar fungeerde  uiteindelijk (en wegens onduidelijke redenen) als uitzonderlijk beleg tussen de sandwich van Helgi Hrafn Jonsson en Belfast FM. Geen hapklare brok, zo zou blijken.

Helgi Hrafn Jonsson opende dus en de eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat we de jonge singer-songwriter, die ook trombone speelt bij Sigur Rós, pas helemaal op het eind van zijn gig bezig zagen. Dat klonk bepaald vrolijk en grappig, al blijkt hij verder een zwak te hebben voor ontroerende popballades.

Maar het was Örn Elías Guðmundsson ofte Mugison die ons – net als de meesten wellicht - naar de Botanique gelokt had. Niet met een band deze keer, maar back to his roots: standing musician. And dito comedian, want zijn hilarische vertelsels tussen zijn nummers boeiden ons haast zo strak als zijn nummers. En dat statement doet zijn nummers beslist geen oneer aan.
Of de organisatoren de IJslandse bard in geruit kostuum met pet als top of the bill opgeofferd hadden omdat hij al een stuk boven zijn noordelijke wodka was, kan best, maar zijn (half?) roes werkte inspirerend, ja zelfs bezwerend. De versmelting van Dylan, Waits en Kravitz smeerde een negental nummers uit over het publiek dat zich er met graagte in wentelde.
De man van de elpees ‘Lonely Mountain’, ‘Little Trip’, ‘Mugimama Is This Monkey Music?’ en ‘Mugiboogie’ houdt van verrassingen: voor zichzelf en voor het publiek. En eigenlijk is hij er zelf één. Na een openende bluessong die meteen aan het schuurgedeelte van de stem van Lenny Kravitz deed denken, beloofde hij nog één melancholisch nummer te spelen en dan ‘fun stuff’ te brengen. Zijn gitaar en zijn zelf ineengestoken sampling machine hielpen hem de belofte nakomen.
De fantastische – in alle betekenissen van het woord – verhalen die de excentriekeling ertussen de zaal in lalde, omzwachtelden zijn concert met een ruigheid die in de diepste noten van zijn muziek ook knettert. Maar tegelijk injecteert hij zijn songs met een intense sensitiviteit die zijn gelijke amper kent. Het was zwaar genieten.
Met “Jesus is a good name to moan” liet hij het publiek mee kreunen, niet in het minste de IJslandse jonge schonen aan zijn rechterzijde, wat hem nog een extra diepe kerm ontlokte. Maar het vrouwelijk schoon kon – zo liet hij doorschemeren - niet op tegen zijn eigenste vrouwtje dat de chaoot in hem helpt recht houden in deze zwaar georkestreerde wereld en aan wie hij het daaropvolgende nummer opdroeg. Ook Elvis kreeg nog een song aangeboden en uiteindelijk speelde hij – mede op vraag vanuit het publiek – “Murr Murr”.
Als bisnummer bracht hij nog een brullend onding waarvan wellicht niemand ook wist of het wel een nummer is en waarvan hij zelf zei dat hij zelden de kans krijgt het te spelen. Aangezien zijn merchandising uitverkocht was, raadde hij nog iedereen aan om te downloaden wat hij ooit gemaakt had. En om de volgende keer vrienden mee te brengen zodat hij in een grotere zaal kon spelen en zo echt geld kon verdienen. En weg was hij, met twee flesjes bier en een leeg glas whisky dat hij in zijn hooliganisch enthousiasme had omgeschopt.
Op het eind van het jaar vraagt onze hoofdredacteur telkens een top-tien van beste concerten op te stellen. Het zou ons verwonderen dat deze gig uit de eerste drie gebonjourd wordt. Een performer pur sang, een muzikant die je niet kan duiden, maar die je diep raakt. Alleen is het verbazend dat niemand deze energetische weirdo op ontdekkingstocht in music land kent. Of is het net daardoor? Te weinig aanpassingsvermogen? Hoeft ook niet.

De overgang van de ruwe troubadour naar de discotheekbeats van FM Belfast kwam hard aan. Te hard voor ons. Synthesizers uit de jaren tachtig met dito beats en schreeuwende stemmen zijn niet ons ding, al was meteen duidelijk dat het jonge IJslandse publiek zijn herkenningsmomenten vierde met hoog opwaaiende armen en hoofden. Vijf jongens met fijn strikje en een even gekke jongedame – met amper 300.000 inwoners moeten er wel nare inteeltgevolgen zijn - pumpten de jam up. Thanks, but no thanks. Al vond Mugison het blijkbaar wel best te pruimen, want hij kwam nog even mee heulen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Vampire Weekend

Vampire Weekend brengt de eerste zonnestralen in de AB

Geschreven door

Vampire Weekend heeft ‘alles’ om een grootse band te worden. Ze bieden een zomerse ‘positive’ vibe van mooie, toegankelijke popliedjes, rijkelijk geschakeerd van swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco, die inwerken op de dansspieren. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid en refereren aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel. De deuntjes van hun aanstekelijke singles werden al door velen meegezongen en – gefloten. Het zijn vier charismatische knuffelkerels die elke jongvolwassene van het andere geslacht wel eens wil vastpakken. Laat de zon, de liefde prikkelen en je hart bonken. Het kan onze eigen Frederik Sioen muzikaal gezien een hint zijn, die eerder al op z’n ‘Calling Up … Soweto’ stoeide met afroritmes.

Enkele jaren terug waren ze nog support van een ander opwindend, bruisend bandje Los Campesinos, werden ze sterk onthaald met een prima titelloos debuut, waaronder de puike singles “A punk”, “M79”, “Walcott” en “Oxford Comma”, en tot slot slaagden ze in een leuke, ontspannende en frisse trip in de Pyramid Marquee van Werchter. Afgelopen zomer op Pukkelpop lieten ze al enkele nieuwe songs horen; hier was duidelijk dat 2010 de definitieve doorbraak zou betekenen naar een breder publiek.
Hun optreden in zaal was in geen mum van tijd uitverkocht. De onlangs verschenen tweede cd ‘Contra’ ligt in het verlengde van het debuut en getuigt opnieuw van een wereldse aanpak; een melodieus aanstekelijke, groovy sound, die een warme, broeierige sfeer uitstraalt, lentekriebels aanwakkert en doet hunkeren naar die langverwachte eerste zonnestralen. Ze werden dan ook door een vrij jong publiek ingehaald met confetti.
Tijdens de set schoten volgende termen me steeds door het hoofd: speels, dansbaar, fun en feest; ze hielden het leuk, fris en levendig! Wat ze allemaal uit hun instrumenten toverden, dwingt respect af; de tandem Ezra Koenig (zang/gitaar) – Rostam Batmanglu (toetsen/synths/gitaar) halen op een bijna onwaarschijnlijke, inventieve wijze allerlei invloedssferen als reggae, funk en dancehall aan, die hun afropopmelodieën grootser maken. Op het podium zagen we een metershoge grote CD hoes van de nieuwe plaat. De jongste nummers “White sky” en “Holiday” vatten meteen de juiste toon en groove aan. Koenig was een uiterst sympathiek singer/leidersman, die de fans aan z’n lippen kreeg. We hoorden geweldige versies van ‘de oudjes’ “Cape Cod Kwassa Kwassa” en “M79”, die aantoonden hoe speels en creatief ze wel konden zijn met tokkelende gitaarlijntjes, ritmes, vibes en stijlen. De smile van hun gezichten zetten ze moeiteloos over naar hun publiek, die dolenthousiast op deze songs klapte!
Na een sprankelend “California” (wat een fijne gitaarriedels!) en een krachtiger, eerder direct gespeelde “Cousins”, namen ze wat gas terug en speelden een ingetogen sfeervolle “Taxi cab”, waarop ze lichtjes experimenteerden met een bezwerende synthtoets, contrabas en drumticks en het kleurrijke dromerige “Diplomat’s sun”, dat mooi verstopt zat binnen het ‘skank’plezier, van feestelijke knallers “Run” (ingehaald met toeters en bellen), “A punk” en “One (blake’s got a new face); ze kregen alle handen op elkaar, en meezingbare refreinen en “heyheys” sierden de songs. Wat een hoogtepunt. De huidige single “Giving up the sun” kreeg een forsere beat mee, “Boston ladies Cambridge” (op geen plaat te vinden!) klonk opwindend en de oogjes van de dame op de CD hoes flikkerden in de stomende slotreeks “Campus” en “Oxford Comma”, die ze verwenden met diverse tempowisselingen, bepalende ‘70’s synths en een dansbare groove.
In de bis zweepten ze het tempo nog op met de afroritmes van “Horchata” “ en twee songs van hun debuut, die ze krachtig en dansbaar speelden, “Hansard roof”, dié song over architectuur, en “Walcott”.

In hun nog jonge bandgeschiedenis waren de charismatische Vampire Weekend de leveranciers van het zonnetje in huis en brachten ze op ongelofelijke wijze speelse, leuke, aanstekelijke dansbare ritmes en vibes, die grootse, boeiende, avontuurlijke klassesongs onderstreepten; ze beleefden enorm veel speelplezier en zorgden voor een heupwiegende en dansende AB. Een grootse band in wording. Checken dus op de grote podia tijdens de festivalzomer. Het is hen van harte gegund …!

De lichtvoetige pop van de dames van Fan Death viel soms wat licht uit, maar was mooi meegenomen voor de losse, ontspannende sfeer van de avond. “Veronica’s veil” en “Cannibal”, te vinden op de EP ‘A coin for the well’ zullen we alvast onthouden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

The Australian Pink Floyd Show

The Australian Pink Floyd Show - The Pink ‘Kangoeroe’ Floyd Show

Geschreven door

We keken er naar uit en we moeten er eerlijkheidshalve meteen aan toevoegen: we zagen Gilmour-Waters en co nooit live aan het werk, al hield de PULSE-dvd ons ’s nachts al wel eens lang wakker. Fans dus van Pink Floyd, ontegensprekelijk. En we wilden ‘ze’ nog eens zien en horen. In de vorm van The Australian Pink Floyd Show in Vorst, al hebben we het in se niet voor tribute bands. Maar hiervoor maakten we graag een uitzondering.

Net als de originele bandleden doen de Australiërs on stage niet veel meer dan hun muziek spelen. En dat doen ze verdomd goed. Niet moeilijk, want al meer dan twintig jaar imiteren ze de legendarische psychedelisch-symfonische Britse grootmeesters van de rock. Zelfs David Gilmour zag hen ooit goedkeurend aan het werk en nodigde hen zelfs uit op zijn vijftigste verjaardag. Voorwaar een compliment.
Ze zijn muzikaal dus goed, al zaten ze een beetje te strak gepakt in hun setting en trok de zang bij momenten wat verkeerd. Een geluk dat de driekoppige backing vocals toen de zaak overnamen en rechtrokken.
Het concert was aangekondigd als de ‘Greatest Hits’ en dat was niet helemaal het geval. Een aantal minder gekende nummers werden erin geduwd, ook al omdat de Aussies per se uit vier legendarische elpees (’Dark Side of the Moon’, ‘Wish You Were Here’, ‘The Wall’ en ‘Animals’) wilden selecteren. Lovenswaardig, maar dat deed de titel van de tour onrecht aan. Uiteindelijk misten we bijvoorbeeld “Mother” en “Money”, om er maar twee te noemen.
En ‘Money makes the world go round’. Het is big business geworden natuurlijk, die Australian Pink Floyd Show. Hun tourzak steekt vol met een ongelooflijke show, groot varken incluis. Het is ook niet elke ‘coverband’ gegeven om Vorst te vullen, maar werk wordt soms routine. The Aussies deden hun job in Brussel, we misten begeestering.
Ook de kiwi-knipoogjes van Down Under vielen niet bij iedereen in de smaak. Even in de kleine pauze voor ‘Wish you were here’ de deuntjes van ‘Neighbours’, ‘Suns and Daughters’ en Men at Work spelen, kon er nog mee door. De kangoeroe die in plaats van de originele ‘man on the flying bed’ constant doorheen het concert huppelde, kon op den duur op minder bijval rekenen, al was die in het eerste deel  op de visuals de discjockey van dienst en haalde telkens een nieuwe plaat uit de kast, wat steeds op applaus onthaald werd.
Want fans waren het wel in Vorst. De gemiddelde leeftijd schatten, daar wagen we ons niet aan, maar het was aangrijpend hoe grijzende en al helemaal grijs-en-kale mannen uit luide borst de bijwijlen filosofische songteksten meebrulden. Mooi.
De visual projecties, waarin geprobeerd werd dezelfde atmosfeer  van de Floyds te hercreëren, waren fijn en bijwijlen goed gekozen, al bleven het allemaal computeranimaties. Ook gaven ze daar hun eigen(tijdsere) interpretatie van “Brain Damage” door ‘recentere politici’ op te voeren. De afsluitende beelden van de originele bandleden - door de tijd heen - duwde de melancholie bij de fans nog even wat steviger door de strot.

We blijven achteraf bij ons idee over coverbands, maar waren blij het gezien en bovenal gehoord te hebben, vooral het tweede deel waar veel meer schwung in stak met als top of the evening het gevoel dat “Comfortably Numb”, hun hoogtepunt en meteen afsluiter, teweeg bracht. Dat was alvast overweldigend. “Run like hell” als bis was dan weer naar af. Het varken (en gelukkig geen kangoeroe) ten spijt.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Fear Factory

Fear Factory: een overtuigende comeback

Geschreven door

Een uitverkochte en overvolle Vaartkapoen was zondag getuige van een knap en knallend optreden van de herenigde industrial metalband Fear Factory. Het Californische viertal rond zanger/oprichter Burton C. Bell en de teruggekeerde gitarist Dino Cazeras (Divine Heresy, Asesino, Brujeria) kregen versterking van nieuwe rekruten bassist Byron Stroud (Strapping Young Lad, Zimmers Hole, Tenet) en drummonster Gene Hoglan (Strapping Young Lad, Dark Angel, Death, Testament, Dethklok). Muzikanten die hun strepen al lang verdiend hebben in de 'zware metalen-sector' en dus niet van de minsten.

Ze openden hun set met het titelnummer van hun nieuwe vertrouwd klinkend album ‘Mechanize’. De geluidsmix was hierbij nogal onevenwichtig. Dit euvel verdween naarmate het optreden vorderde. Ze vervolgden hun concert met drie songs van ‘Obsolete’ ('98): het overdonderende “Shock”, het gedreven en groovy “Edgecrusher” met gescratch en het vette “Smasher/devourer”. Het enthousiaste publiek genoot duidelijk van de verrichtingen van het gezelschap. Getuige daarvan waren de luid meegebrulde refreinen. De afwisselende melodieuze, soms cleane maar heerlijk brullende vocals van Burton C. Bell vertoonden enige vorm van slijtage. Toch had dit geen storend effect. De korte afgemeten staccatoriffs van axeman Dino Cazares klonken even strak als vijftien jaar geleden en zijn nog steeds een typisch en essentieel ingrediënt van de Fear Factory-sound. De sonische geluidsstorm werd voortgezet met het moordende “Industrial discipline”, het vervaarlijke “Acres of skin” en het energieke “Linchpin” (van ‘Digimortal’). Minpunt was dat de atmosferische, duistere keyboardgeluiden meeliepen via tape. Hun laatste, minder kwalitatieve albums ‘Archetype’ en ‘Transgression’ kwamen niet aan bod. Dit kon de pret niet drukken.
De granaatbom “Powershifter” en recente single “Fear campaign” lieten de aanwezigen geen ademruimte. Het oude, immer fantastische “Martyr” (van ‘Soul of a new machine’) en verwoestende “Christploitation” passeerden daarna de revue. Gene Hoglan demonstreerde hier zijn bovenmenselijke drumkwaliteiten. Een lust voor het oog en oor.
”Resurrection” zorgde voor het eerste welgekomen rustpunt. De subliem opgebouwde song met weergaloze zangpartijen was voor velen het hoogtepunt van de avond. Ook bij het rustige en gevoelige “Final exit” was het genieten geblazen.
Het beste werd voor het laatst gehouden. Met vijf songs van '’Demanufacture’ werd er afscheid genomen van het Belgische publiek. “Demanufacture”, “Self bias resistor”, “Zero signal”, ”Hunter-Killer” en live-favoriet en MTV-hit “Replica”.

Jammer genoeg was er geen ruimte meer voor bisnummers. Toch konden we spreken van een geslaagde en goede show van een band die nog lang niet afgeschreven is!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Beoordeling

Beach House

Beach House: onthaasten tussen behaarde paddestoelen

Geschreven door

Aan Beach House houden we live niet zo een goede herinneringen over. Toen ze enkele jaren geleden in de Botanique nog in het voorprogramma van Fleet Foxes speelden, overviel ons tijdens ieder nummer de onweerstaanbare drang om een verse pint te gaan bestellen. We herinneren ons nog goed dat het bewust ietwat vals afgestelde orgeltje aanvankelijk nog spookachtig klonk, maar na verloop van tijd steeds meer op de zenuwen ging werken. En dat de set zich tergend traag naar het einde toe sleepte. Nog een geluk dat Fleet Foxes ons achteraf met een memorabel optreden alsnog een zeer geslaagde concertavond bezorgde.

Nadien is het echter snel gegaan voor het hippe duo uit Baltimore. Het begin dit jaar uitgebracht album ‘Teen Dream’ wordt in de muziekpers overladen met superlatieven, en voor wie deze plaat nog steeds niet aangeschaft heeft: deze zijn volledig terecht! Een uitverkocht optreden in de Balzaal in de Vooruit was het logische gevolg, deze keer voorafgegaan door een eigen voorprogramma. En wat voor één! Lawrence Arabia, een jong vijftal uit Nieuw-Zeeland had het allemaal: strakke geruite hemdjes, trendy baardjes en vooral een aaneenschakeling van uitstekende nummers die live ook nog eens en met veel deskundigheid en enthousiasme gebracht werden. Vraag ons niet hoe het komt, maar de wereldwijde wederopstanding van de muzikale erfenis van de Beach Boys bleek die avond zelfs tot aan de andere kant van de planeet niet te stuiten,  al kreeg de harmonieuze samenzang tijdens nummers als “Apple Pie Bed” en  “I’Ve Smoked Too Much” aardig wat concurrentie te verduren van The Beatles. Tijdens nummers als “The Beautiful Young Crew” en “Auckland CBD Part Two” voegde Lawrence Arabiahier nog een flinke scheut psychedelische folk à la Devendra Banhart aan toe. Geen wonderdus dat achteraf een lange rij stond aan te schuiven om een exemplaar van hun nieuwe album “ChantDarling” op kop te tikken.

Nog voor Beach House één noot gespeeld had, stampte multi-instrumentalist Alex Scally, die in zijn strakke, met zilverknopen bezette jasje zelfs het Vooruit café niet ongemerkt zou binnen stappen, al zijn schoenen uit. Bleek om tijdens het dromerige openingsnummer “Walk In The Park” de orgel te bespelen met de voeten. Even voordien werden al vreemde decorstukken het podium opgesleept die zich nog het best laten omschrijven als met wol behaarde paddestoelen op struisvogelpoten, die tijdens het optreden ook nog eens af en toe gevaarlijk begonnen op te lichten. Een ‘normale’ groep zal Beach House dus wellicht nooit worden, al waren ze met hun nieuwe, meest toegankelijke plaat tot nu toe onder de arm wel ‘the right band on the right place’ die avond in de Vooruit, meer nog dan Florence&The Machines die tezelfdertijd in de concertzaal speelde. “Lover Of Mine” klonk live als het beste 80’s nummer ooit dat niet in de ‘80’s gemaakt werd en tijdens “Used To Be” klonk de mysterieuze zangeres Victoria Legrand zowaar opgewekt van achter haar keyboards. Waaruit je nu ook weer niet moet concluderen dat dit optreden de muzikale lente inzette. Het refrein “It’s happening again” of “Silver Soul” klonk bepaald niet alsof Victoria aan een echt vrolijke gebeurtenis terugdacht. Ook “Zebra” en “Gila” waren live vintage Beach House: trage, melancholische maar bedwelmend mooie nummers, waarin ergens de geest van Mazzy Star leek rond te waren.
Ronduit fantastisch zelfs was bisnummer “10 Mile Stereo”, een nummer dat qua muzikale opbouw  en refrein wereldgroepen als Coldplay naar de kroon stak en uitmondde in een zinderende postrock apotheose.

Perfect was de set zeker niet. Daarvoor gingen nummers als “Norway” en “Take Care” net iets te veel de mist in.Zelfs “Master Of None”, de single uit het titelloze debuut, leek zo veel jaar later nog weinig toe te voegen aan het geheel.
Maar dat Beach House dankzij ‘Teen Spirit’, waaruit behalve “Real Love” alle nummers live gebracht bracht werden, enkele reuzensprongen vooruit gezet heeft, stond die avond bij iedereen buiten kijf.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

Beoordeling

Pagina 332 van 386