logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Wolfmother

Wolfmother als echte wolven

Geschreven door
De AB te Brussel zal binnenkort voor onbepaalde tijd terug dicht gaan voor herstellingswerken, Wolfmother heeft namelijk het dak er af geblazen. De power, dynamiek en explosiviteit die deze band uitstraalt is ongeëvenaard. Wolfmother speelt het soort seventies hard-rock die tot voor enkele jaren totaal onhip was, maar nu terug hot is. Gierende gitaren en hoge stemmetjes, psychedelische orgelpartijen, het mag allemaal weer, en dat is maar goed ook.

Boegbeeld van deze band is zanger/gitarist Andrew Stockdale, een showman eerste klas die vooral weet hoe de rockclichés uit te vergroten, hierbij het publiek op te zwepen en toch geloofwaardig te blijven. Stockdale is een rockbeest die geboren is voor het podium en hier gretig gebruik van maakt. Het is misschien allemaal een beetje theatraal, maar er is tenminste geen pretentie of arrogantie mee gemoeid, wat je wel eens tegenkomt bij vele nieuwe Engelse bandjes. Zijn maats staan ook niet bepaald stil, en dan vooral bassist Chris Ross, die zijn basgitaar al eens omruilt voor de keyboards om er een flinke lap op te geven.
Wolfmother heeft welgeteld één album op hun repertoire, een kanjer als je ’t ons vraagt, en deze passeerde dan ook quasi volledig de revue. Vuurwerk vanaf de eerste minuut met een heftig “Dimension” tot de laatste met een gloeiend heet “Joker and the thief”. Alles wat daar tussen zat was even opzwepend, denderend en ophitsend. Welgeteld één nieuwe song hebben we gehoord, “Pleased to meet you”, een verpletterende kopstoot die het verlangen naar hun tweede plaat sterk aanzwengelt.
Wolfmother haalt het beste uit Black Sabbath en Led Zeppelin en voegt daar een flinke scheut White Stripes aan toe. Een formule die echt werkt, dit was meer dan duidelijk in een laaiend enthousiaste AB.
De pompende en energieke sound van deze Australiërs is meer dan welkom dezer dagen. Laat die gitaren maar gieren tegen een huizenhoge wall of sound, we kunnen er niet genoeg van krijgen.

Wolfmother is een rockband zoals er nog veel te weinig zijn, gasten die hun klassiekers kennen en een bruisende lap rock’n’roll produceren met een vette knipoog naar de seventies maar toch met hun beide poten in de hedendaagse rockmuziek staan. Zie ook The White Stripes. Duiken in de het rijke rockverleden en daar een wervelende nieuwe sound uit puren.

Wolfmother is hot, dat is een feit. Mijnheer Schueremans, waarom vraagt u deze band niet naar Rock Werchter?!

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Motörhead

Motörhead on speed

Geschreven door
Het Britse drietal Motörhead van Lemmy & C° liet ons anderhalf uur genieten van hun compromisloze, loeiharde en strakke rechttoe-rechtaan rock’n’roll. In een snelvaarttempo speelden ze een twintigtal moordende songs. De laatste cd’s ‘Inferno’ en ‘Kiss of death’ grijpen terug naar hun hoogdagen van onvervalste hardrock.

Het sterk op elkaar ingespeelde drietal stond op scherp: een bedreven gitaarspel, een drums van mokerslagen en het intrigerende basspel van Lemmy, gedragen door z’n rauw doorleefde stem. Motörhead zweepte z’n publiek op en testte onze trommelvliezen met hun harde, gebalde sound. ‘We are Motörhead and we play rock’n’roll’. Die boodschap was alvast duidelijk met songs als “Snaggletooth”, “Stay clean”  en “Killers”. Op kruissnelheid waren oudere songs als “Metropolis”, “Over the top” en “I got mine”, afgewisseld met recenter materiaal waaronder “Tragedy” en “Sword of glory”. “Rosalee” was een eerbetoon aan soulmate Phil Lynott (Thin Lizzy). Naar een finale ging het met “Sacrifice”, waarbij de drummer een solo ten beste gaf, het maatschappijkritische “Power” en straight forward gitaarrock’n’rollers “Killed by death” en “Iron fist”.
In de bis kregen we een onvervalste bluesrocker “Whorehouse blues”, Motörhead op akoestische gitaar en mondharmonica, om tenslotte te eindigen in ‘harder en faster’ klinkende “Ace of spades” en “Overkill”.

Dit was fxx rock’n’roll van een trio die nog maar weinig ouderdomstekenen vertoonde ook hebben ze al dubbel en dik geleefd. Na nota bene 30 jaar bezig zijn klonken ze nog steeds messcherp.

Support act was het Duitse  Skew Siskin, die het publiek opwarmde met hun potige ‘70’s  metal rock. Verdienstelijk maar kon niet bij de keel grijpen.

Organisatie: FLP, Lille

Beoordeling

Tom McRae

Intrigerende, bloedmooie set

Geschreven door

Met een bagage van vier cd’s, variërend van goed naar ronduit schitterend, trekt de singer/ songwriter Tom McRae deze dagen op tournee. In het sympathieke zaaltje te Tourcoing zat het al meteen goed, vanaf de eerste seconden had McRae het publiek in zijn greep. Het werd meteen muisstil in de zaal en we voelden het al onmiddellijk, de Tom was vertrokken voor wat een memorabel concert zou worden. 

Een vrij sobere bezetting van piano, cello en Tom’s akoestische gitaar (en heel af en toe eens elektrisch), meer hadden de man en zijn twee bandleden niet nodig om het publiek stevig bij het nekvel te grijpen. Maar het belangrijkste instrument is zijn formidabele stem die hier nog meer dan op zijn albums de intieme en mooie songs een extra impuls geeft. Qua stemtimbre is hij voor ons nog één van de enigen die in de buurt komt van de legendarische Jeff Buckley (nota bene net tien jaar geleden het loodje gelegd).
Tom McRae weet zelf maar al te goed dat zijn debuutplaat ontegensprekelijk zijn beste is en hij putte er dan ook rijkelijk uit. Prachtsongs als “You cut her hair”, “Bloodless”, “Second law” (helemaal in zijn eentje op toetsen, kippenvel), “A & B song” en vooral “The boy with the bubblegum” waren bloedmooi. Het wonderschone “End of the world news” had hij sober ingekleed. Zonder microfoon en met de hulp van een zachtjes meezingend publiek maakte hij er een bijzonder knap en intiem moment van. Prachtig !
Uiteraard speelde hij ook een vijftal songs uit zijn nieuwste ‘King of cards’, een album waarvan we nu al weten dat het bijlange niet zo zal blijven hangen als die uitmuntende debuutplaat uit 2000. Maar de nieuwe songs vielen echter niet uit de toon en kregen stuk voor stuk een betere behandeling dan wat ze in de studio gekregen hebben. Wat ons deed besluiten dat je Tom Mc Rae in de eerste plaats live moet zien, voelen en ondergaan om de pracht van zijn songs in vol ornaat te kunnen vatten.
Tom Mc Rae had twee uitstekende bandleden mee, maar de keren dat zij even achter de coulissen verdwenen om de Tom in zijn muzikale blootje alleen verder te laten doen, ging het haar op onze armen pas helemaal rechtstaan.
We hebben de man al meerdere malen aan het werk gezien, maar dit moet toch de meest intrigerende set zijn die we hem ooit zagen spelen. Voor herhaling vatbaar op Cactusfestival! 

Als opwarmer kregen we ene Steve Reynolds voorgeschoteld die helemaal in zijn eentje mooie dingen deed op zijn akoestische gitaar en ook een aardig potje kon zingen. Niet toevallig in het voorprogramma van Tom McRae, want dit was duidelijk hoorbaar één van zijn grote voorbeelden, naast Luka Bloom, want daar moet Steve Reynolds naar onze mening wel wat gitaarloopjes van afgekeken hebben. Toch wel een aangename kennismaking met deze singer-songwriter.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Band of Horses

Band Of Horses op z’n My Morning Jackets

Geschreven door

Welkom in het wereldje van de (alt.)country/americanapop. Twee interessante bands stonden geprogrammeerd in de Trix te Antwerpen en bezorgden ons door hun doorleefde, meeslepende, broeierige en aanstekelijke emotievolle sound een fijne avond.
The Hellsayers
leunden het nauwst  aan het sfeervolle Calexico en My Morning Jacket, mede door de aan Jim James refererende hemelse stem. Het vijftal heeft een tragere muzikale aanpak dan Band Of Horses. Ze namen evenveel ‘speelrecht’ voor handen. Een dromerige, pakkende sound die af en toe iets krachtiger klonk. We hoorden een paar pareltjes als “Island of Malta” en “The lonesome sea”. Op het eind vervoegde de toetsenist van Band Of Horses hen, wat de sound kleurrijker maakte.

Uit Seattle, USA,  is er de band rond Benjamin Bridwell, Band Of Horses. De band grijpt terug naar de sound van eind’80’s groepen als Green On Red, The Long Ryders en The Triffids, en onderscheidt zich van My Morning Jacket, Wilco en landgenoten Arcade Fire: emotievolle songs, die verslavend inwerken en een prachtige opbouw hebben. Vorig jaar verscheen hun debuut ‘Everything all the time’; de band werkt nu naarstig aan de tweede plaat. Het zijn mannen met baarden, houthakkershemden en een lichaam vol tatoeages. Het zijn lieve, spontane en relaxte gasten, die er een fijn en (te) kort feestje van maakten (een klein uur!). Het was een enthousiaste band, die duidelijk genoot van de respons.
Net zoals My Morning Jacket bij hun laatste doortocht (op Pukkelpop) koos voor een snedige, fel bedreven en subtiele aanpak, deed Band Of Horses het hen wonderbaarlijk na: fijne melodieën, een puik gitaarspel en een sterke zang. “The great salt lake” en “the weed party” kregen een extravert tintje.
Zanger Bridwell wisselde verschillende malen van gitaar, speelde steelpedal of  - zoals op “Monsters” - een 3 snarige bas, waarbij de band refereerde naar Morphine. Naar een hoogtepunt gingen ze met de single “Funeral”, die een schitterende opbouw had: van intiem, sfeervol tot krachtig en dynamisch.
Bridwell en z’n band schudden songs uit hun mouw alsof het kinderspel was; ze stelden voor de helft van de set nieuwe songs voor,  warme intense en fel bedreven americanapop die het publiek boeide.
De band speelde twee nieuwe songs in de bis, “Writers” en “Ronnie”, waarbij de toetsen op het voorplan kwamen en er zelfs een vleugje gospel was te horen.

Overtuigende sets van twee bands die een ticket doorbraak verdienen!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Built To Spill

De kunst van Neil Young and Crazy Horse

Geschreven door

Opvallend veel jong volk met (bakke)baarden kwam afgelopen vrijdagavond afgezakt naar de Trix Club voor de eerste showcase van Built To Spill op Belgische bodem sinds hun doortocht op Rock Herk in 1999. Liefhebbers van de betere independent indierock keken dus halsreikend uit naar de komst van deze semi-legendarische groep, wiens geluid sinds jaar en dag wordt getypeerd door de melancholische en breekbare stem van frontman en opperbaard Doug Martsch en de meerlagige lang uitgesponnen gitaarpartijen.

Net als Neil Young & Crazy Horse verstaat Built To Spill de kunst om dromen en emoties over verlies en verlangen te integreren in epische gitaarnummers. Niet toevallig dus dat Martsch & co live wel eens durven uitpakken met een 20 minuten durende versie van Young’s ‘Cortez the Killer’! Martsch verklaarde bij aanvang van het optreden dat zijn band geen playlist had samengesteld, waarop het publiek dolenthousiast reageerde met een regen van verzoeknummers. Ondanks herhaaldelijk aandringen werd ‘Cortez the Killer’ dan toch niet ingezet, maar een uitgebreide bloemlezing uit hun zes studioalbums maakte dit verzoek al snel overbodig. Uit het klassieke album ‘Perfect From Now On’ (1997) onthouden we vooral “Randy Described Eternity” en “Made-up Dreams”, stuk voor stuk memorabele gitaarbrokken die live afklokken op ruim 6 minuten. Op recentere albums opteert de groep eerder voor compacte gitaarsongs zoals “Center of the Universe”, “Carry the Zero” en “You Were Right”die allen op eenvoudig verzoek in de setlist opdoken. Tot die laatste categorie behoort ongetwijfeld ook de huidige single “Conventional Wisdom”, nu al één van de gitaarparels uit 2007 en live goed voor een versie van net geen 10 minuten waarbij drie gitaristen ‘duel eerden’ alsof Sebadoh en Dinosaur Jr. tegelijk naar huis moesten gespeeld worden.  Tussen de nummers door werd ruimschoots de tijd genomen om geluid (en licht) bij te stellen en het gitaarzweet even weg te vegen, maar echt storend kon je dit bezwaarlijk noemen. Na goed anderhalf uur werden Marthsch & co uiteraard teruggeschreeuwd voor meer ... en meer kregen we. Het laatste bisnummer, waarvan ondergetekende spijtig genoeg (nog) geen titel op de kop kon tikken, mondde uit in een jamsessie van een goed kwartiur waar de groep een laatste maal haar epische gitaarkunsten kon demonstreren om vervolgens het publiek verweesd achter te laten.
Laat het aub geen acht jaar meer duren vooraleer deze zeer sympathieke indierockers nog eens voet zetten op Vlaamse concertbodem!

Enkel afgaand op het laatste deel van de set van opwarmer The Arquettes bleek dat de meeste laatkomers ongelijk hadden. De melodieuze doch niet van scherpe randjes gespeende powerrock kwam bijzonder goed uit de verf op het podium van de Trix Club. Bovendien beschikt dit talent van eigen bodem met zijn vrouwelijke bassiste en de harmonische samenzang à la Posies en Beatles over twee sterke troeven voor de toekomst.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

Shellac

Adembenemende belevenis van de drie-éénheid Shellac

Geschreven door

Shellac, de band van de bekende producer Steve Albini, al zo’n 15 jaar bezig, en nota bene nog maar vier cd’s uitgebracht, is muzikaal een goed bewaard alternatief geheim. Ze zijn gegroeid uit de hardcore/noiserockscene van Big Black (Albini’s eerste groep), No Means No, Black Flag (Henry Rollins), Fugazi, Sonic Youth, Butthole Surfers, Helmet en latere bands The Jesus Lizard en  Barkmarket.

Shellac zette alvast deze muzikale stijl verder: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (een ‘prikkeldraadgitaarklank’), een grommende, dreunende, repeterende, diepe bas en gortdroge powerdrums. Shellac, al van in het begin onder de vaste bezetting Albini (zang/gitaar), Bob Weston (bas/zang) en Todd Trainer (drums), weren publiciteit en promo af. Ze besloten een korte Europese tournee in te lassen waarbij ze tweemaal halt hielden te Nederland, De Vooruit te Gent (www.vooruit.be) en Le Grand Mix te Tourcoing, nav de te verschijnen vierde cd ‘Excellent Italian Greyhound’. Fijn om zo’n unieke band in een straal van 250 km vier keren aan het werk te kunnen zien!

Het drietal, dicht bij elkaar opgesteld, beschikt over aluminium (oubollig) lijkende versterkers en een eenvoudig aan Dead Moon denkend drumstel. Het draait ‘em om ‘geluid’ bij Shellac; ze stralen power en oerkracht uit. Intrigerend! Ze boeiden een kleine twee uur lang, waarbij ze putten uit hun oeuvre van vier minutensongs, een paar instrumentale tussendoortjes en soms lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op die repetitieve bastune, Albini’s unieke gitaarspel (stevig en snedig, snaren doen afzien en er zelfs z’n tanden inzetten!),  z’n blik op oneindig en z’n rauwe onvaste zegzang, opgezweept door de harde, strakke drumslagen. Verbazingwekkend toch wat het trio aan het uitvoeren was. Albini’s hoofd- of vingerknikje naar de anderen deed een song van tempo  veranderen of zorgde voor een onverwachtse wending. Da’s Shellac live dus. Een greep uit het songmateriaal: “Pull the cup”, “The Black Ass” en “Minute” van ‘At Action Parc’, een prachtig uitgewerkt  “Didn’t we deserve a look at you…” en “Canada” uit ‘Terraform’,  de oudjes “Rambler song”, “Billiard player song” en de dubieuze “Doris” en “Wingwalker”, combineerden ze met een pak ‘1000 Hurt’ songs: “Prayer to God”, “Squirrel Song”, “Mama Gina” en “Shoe Song”. Nieuw waren alvast “Steady as he goes” en “The end of radio”. Afsluiter “Watch song” (opnieuw van ‘1000 Hurts’) mondde uit  op een cymbalenveldslag!
De teksten van Albini zijn soms à l’improviste, en kunnen sarcastisch en bizar zijn zoals de monoloog over kleine meisjes en bejaarde vrouwen (“Mama Gina”) en vogels en vliegtuigen. En dan is er Weston, grappenmaker van het drietal, die een tweetal maal een vragenronde hield: “Are there any intelligent questions that you wanna know ‘bout us?“. Intelligent questions met een vleugje zottigheid!

We hadden te maken met een donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s, die sterk op elkaar waren ingespeeld; de eigenwijze drie-éénheid Shellac was een adembenemende belevenis.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing


Beoordeling

Wovenhand

Donker en innemend…In de ban van David Eugene Edwards

Geschreven door

Het Nederlandse Alamo Race Track had de eer en het genoegen het voorprogamma te mogen spelen van wat later een heugelijke avond zou worden. Het stond in de sterren geschreven dat Wovenhand zijn trouwe schare fans niet in de steek zou laten. En zo geschiedde. Alle goeie pogingen van The Race Track ten spijt moet gezegd dat hun moedige pogingen het onderspit moesten delven voor wat later zou uitgroeien tot een werkelijk schitterend concert. The Track deed soms denken aan A Brand, mooie gitaarmelodieën, tweestemmige zanglijnen, falsetto gitarist, swampy nummers. Kortom, voor Nederlanders: puik werk, al is nog niet gezegd of hun startende tournee in Australië veel zoden aan de dijk zal brengen.

Wovenhand
heeft op zijn dooie gemak de Gentse HA ingepakt. Niet dat dit zo’n makkie is, maar door uit te pakken met een snoeiharde en strakke, anderhalf uur stomende set, werd je meegezogen in een onheil adembenemende vertoning. Als er al duivels in de HA aanwezig waren, dan zijn zij nu voorgoed uitgedreven. In half Gent bovendien ook! David Eugene Edwards is als het ware een religieus fenomeen; zoveel moet gezegd worden. Als sinds zijn vorige doortochten met 16 Horsepower en later met zijn huidige band, heeft hij een trouwe schare fans opgebouwd, die hem op handen dragen. Met een stem als een klaxon, nu eens vervormd, dan eens clean, maar steeds loepzuiver, sneed hij zijn set aan, bijgestaan door zijn muzikanten; een snoeiharde bas en dito leadgitaar, waarvan deze laatste ten gepaste tijde de pianopartijen en andere toebehoren die op cd te horen zijn, geruisloos verving door subtiel gitaarspel. Eugene nota bene, een Gretsch Tennessee Rose in handen hebbende, moest hier niet voor onderdoen, al laat hij het graag wat breed hangen met veel feedback en slidegitaar. Zo creëert hij zijn eigen uniek, bijna religieus geluid. Songs werden steevast ingezet met een tune-momentje (was ook nodig, er werd nogal aan die snaren getrokken!), vergezeld van een kleine redevoering, als was het de zondagsmis met bijhorende preek – maar dan een stuk boeiender!
Een snoeiharde intro “Roma” zette de toon voor wat komen zou. Nummers volgden elkaar op, in een zekere hiërarchie, als was het de logica zelve. “Whiter Shaker”, “Truly Golden” en het prachtige “Whistling girl” uit ‘Mosaic’; “Tin Finger” uit het alom bejubelde ‘Consider the Birds’, en het op verschillende opnames terugkerende “Your Russia”. Afsluiter en dubbele bis “Dirty Blug” uit ‘Puur’ maakte er een strak einde aan.

Het nakende Pinksterweekend bood met Wovenhand een concert met een strikje errond!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Orchestral Manœuvres in The Dark (OMD)

Fijn nostalgisch avondje met OMD

Geschreven door

Orchestral Manoeuvres in the Dark, Andy McCluskey en Paul Humphreys, waren samen met bands als The Human League, Soft Cell, The Simple Minds, Ultravox, Gary Numann en Pet Shop Boys één van de smaakmakers van de ‘80’s synthi/electropop.  Begin ‘80’s hits “Electricity”, “Enola Gay” en de plaat ‘Architecture & Morality’ uit ’81 zorgden ervoor dat de band in verschillende top honderden aller tijden kwam te staan.

Sinds ’84 nam het duo meer afstand van de ‘new-wave’ en kwam de klemtoon op kitsch en discotunes binnen hun electropop, wat originaliteit en avontuur deed afnemen.OMD werd resoluut een hitmachine.

OMD werd geprikkeld door de voorbije elektronicarevival. Een uitverkochte AB met veel dertig- en veertigers, die zich meteen in de jaren ‘80 waanden. Trouwens, OMD was de eerste band die ik ooit live zag (Brielpoort, Deinze; zucht, waar is de tijd?!), als pogoënde tiener.

 De set werd opgedeeld met de plaat ‘Architecture & Morality’ en ander hitwerk. In een kleine twee uur speelden ze een twintigtal songs; zowel McCluskey als Humphreys hadden vocaal nog niks aan helderheid en intensiteit ingeboet. Ze waren alvast sterk onder de indruk van de respons. Een emotioneel en een happy weerzien na twintig jaar! Fijne reünie.

Een gewaagde start met het instrumentale “Architecture & Morality”, gevolgd door “Sealand” en “New stone age”. De traag meeslepende, dromerige, donker dreigende nummers en hun soundscapes/bleeps deed me stilstaan bij  ‘90’s (ambient)elektronicabands als The Orb, Orbital, The Black Dog, …Ze haalden de mosterd bij een OMD. De projecties kleurden het geheel mooi in.

“Georgia” was het eerste uptempo nummer. “She’s leaving” en “Souvenir” (Humphreys on vocals!) zorgden voor een sfeervol lentegeluid. “Joan Of Arc” en “Maid Of Orleans” waren hoogtepunten, door de herkenbare tunes, de Joan Of Arc projecties, de kruisbeelden, het lichtdecor en de stroboscoopeffects. Trouwens, de 47 jarige McCluskey demonstreerde z’n aloude pogobewegingen, waarvan hij even moest recupereren. “The beginning and the end” sloot het eerste muzikale hoofdstuk af.

“En nu tijd voor popsongs” haalde hij aan; de OMD hitmachine was een feit, origineel op gang getrokken door “Messages” uit ’79. We konden genieten van  fijne, dromerige en zorgeloze popsongs als “Forever live & die”, “If you leave” en “Talking loud & clear”, met een bloementapijt op het achterplan.

“So in love” en “The locomotion” waren samen met “Tesla girls” de meezingers en discostampers. “Sailing on the seven seas”, één van de laatste singles die ze uitbrachten (’91), leidde een vernieuwende OMD in , maar was ook meteen het muzikale einde van de band. De klassieker “Enola Gay” besloot de set; aangrijpend waren de  woorden op het scherm “Now I become death, the destroyer of the world”.

In de bis werden we getrakteerd op een OMD schlager “Walking on the milky way”; de andere instant klassieker “Electricity” volgde en definitief beëindigden ze met het traag opbouwende “Romance”. Enkel “Genetic Engineering” en “Telegraph”, twee voorname creatieve songs, misten we.

 We beleefden net als de band een fijn nostalgisch avondje. ‘The good times’ van de synthipop zijn nog niet vervlogen.

 Organisatie: Live Nation

 

Beoordeling

Pagina 388 van 392