Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab

Bob Mould

Sunshine Rock -single-

Geschreven door

De single “Sunshine Rock” van Bob Mould is de voorloper van het gelijknamige album dat begin volgend jaar uitgebracht wordt. Bob Mould kennen we nog van Hüsker Dü en Sugar en van zijn solowerk. Hij verhuisde in 2015 naar Berlijn en dit is het eerste album sinds de Amerikaan in Duitsland woont.
De nieuwe single sluit aan op dat van Sugar ten tijde van ‘Copper Blue’ en van zijn vorige solo-album ‘Patch The Sky’: veel energie en snelheid en luide gitaren met die typische Mould-sound en -akkoorden. De gitaar overstemt het meeste van de lyrics, maar je weet dat het ondanks de zonnige titel waarschijnlijk niet over bloemetjes en bijtjes zal gaan.
Hoewel … deze single klinkt een stuk minder donker dan de gemiddelde track op ‘Patch The Sky’. Er zitten deze keer wat strijkers in en dat zijn we nog altijd niet gewoon bij Mould’s muziek, maar hier storen ze niet. Ongewoon zomers voor een rabiate treurwilg als Bob Mould. Benieuwd of hij de zon kan laten schijnen over een volledig album.

Hell City

Flesh & Bones

Geschreven door

Heavymetalband Hell City haalt hard uit met het comeback-album ‘Flesh & Bones’. Over de term comeback kan je wat discussiëren, maar deze Limburgers hebben toch een tijdje stilgelegen na het onverwachte overlijden van hun (vorige) bassist. Dat gegeven had de basis kunnen zijn voor een flinke dosis melodrama, maar de band koos ervoor om Michael Konovaloff in de eerste plaats te eren met een sterk album. Een keuze die op zich al ons respect verdient.
Op ‘Flesh & Bones’ is het enthousiasme om muziek te maken bijna tastbaar. In vergelijking met de vorige albums van Hell City is dit een pak zwaarder en agressiever en daar is drummer Tommy Goffin verantwoordelijk voor, die met zijn grunts accenten legt op de cleane vocalen van zangeres Michelle Nivelle. Enkel op de relatief korte anti-Trumptirade “Bogus Potus” zijn de grunts de leadvocalen. Ook de andere bandleden presteren hier bovengemiddeld sterk.
Een aantal tracks steken er bovenuit: de singles “Your Darkest Hour” en “Supernatural”, het vinnige “Me My Enemy” en de epische titeltrack “Flesh & Bones”. Inzake songopbouw, lyrics en speeltechniek moet de vernieuwde bezetting van Hell City geen lessen meer krijgen en met een sterproducer als Dan Swanö kozen band en label voor topkwaliteit.
Met dit album kan Hell City opnieuw meespelen in de Europa League van de heavymetal.  

Greta Van Fleet

Anthem Of The Peaceful Army

Geschreven door

Het moet niet altijd uit de UK zijn dat een nieuwe hype komt overwaaien. Deze keer komt die uit de States, en daar zien ze het natuurlijk allemaal wat grootser en wordt het groepje in kwestie meteen tot mega-stadiongroep gebombardeerd. Onder het motto : “Als we er een goed gesmeerde marketing-strategie achter zetten, kunnen we alles verkopen”. Dit is immers de USA, zijnen Oranje Leeghoofdigheid is op die manier zelfs tot op het hoogste schavotje geraakt.
Greta Van Fleet is hier het uitverkoren rockgroepje dat met veel poeha wordt gelanceerd. Led Zeppelin is het grote voorbeeld, originaliteit is geen vereiste, liefst te mijden zelfs.
In het voorjaar hebben we Greta Van Fleet al eens aan het werk gezien in de bescheiden AB Club (niet meteen een stadion maar in Europa moet men toch ergens beginnen). Toen dachten we van “hmm, niet onaardig bandje, maar die jongens moeten dringend een eigen smoel krijgen en die aansteller van een zanger wat meer aan banden leggen”.
Tevergeefs, net die twee dingen hebben ze nagelaten op de nieuwe plaat. Toch hebben ze ondertussen de wereld aan hun voeten gekregen. Inmiddels heeft dit bandje miljoenen streams op Spotify en wordt het overal de hemel in geprezen, maar dan vooral door gewiekste marketeers en managers. Bij ons hebben ze nu ook al in een uitverkochte AB zaal gespeeld en is er een show in de Lotto Arena gepland. Het zou ons helemaal niet verwonderen mocht er bovendien algauw een aankondiging voor Rock Werchter komen. Yep, stadionrockband, dan toch.
Wij fronsen echter de wenkbrauwen. Hun vorige album ‘From The Fires’ kreeg van ons nog het voordeel van de twijfel dankzij toch op zijn minst een paar potente rocksongs. Maar op ‘Anthem Of The Peaceful Army’ (de titel alleen al is om mee te lachen) horen wij vooral een tribute band (je moet geen covers spelen om als tribute band te klinken) met een zanger die 100% van zijn tijd spendeert om Robert Plant te zijn. Met al dat copying en image-building vergeet dit gezelschap echter om goede songs te schrijven.
Het album staat stijf van de hard-rock clichés, verdrinkt in een geforceerde classic-rock sound en hunkert zo nadrukkelijk naar Led Zeppelin dat het op den duur strontvervelend wordt. Bands als Tenacious D, The Darkness of Airbourne komen ons voor de geest, maar die groepjes zien tenminste de humor van hun act in, wat trouwens bij elk van hen ook de bedoeling is. Greta Van Fleet lijkt zichzelf echter serieus te nemen. Humor is de jongens totaal vreemd, waardoor het allemaal een beetje beschamend wordt, er is immers een verschil tussen humoristisch en lachwekkend. Neem nu een kleffe ballad als “You’re The One”, een draak van een song waarbij je denkt “gasten, is dit nu om te lachen of menen jullie dit echt ?”. Wij vrezen voor het laatste.
Hoewel elk spoor van originaliteit of authenticiteit ontbreekt, hebben wij toch de moeite gedaan om hierin op zoek te gaan naar behoorlijke songs. Weinig gevonden. Enkel “When The Curtain Falls” en “Lover, Leaver” kunnen met een beetje goeie wil als degelijke rocksongs bestempeld worden. That’s it.
U hoeft ons niet te geloven, want Greta Van Fleet is nu al een succesverhaal en het zal hen aan hun nog jonge reet roesten dat een gans leger rockcritici dit groepje de grond in boort. De dollars lachen hen immers toe, en dat is wat telt.
Toch zouden wij de snotneuzen onder u volgende tip willen geven : laat dit onding links liggen en verdiep u in de eerste 7 platen van Led Zeppelin. Kwestie van uw tijd nuttig door te brengen.

Fat Bastard

Junk Yard Fest

Is er nog leven na Lemmy? Jazeker, alhoewel Lemmy de onbetwiste god was op zijn gebied zijn er nog bands die uit hetzelfde hout lijken gesneden te zijn. Het Antwerpse Fat Bastard hoort daar al sinds een elftal jaren ook voor een stukje bij. Met zo’n bandnaam moet dat wel. Daarom dat niet alleen de naam maar ook de muziek vettig en vuil klinkt. Muzikaal zijn ze een beetje een kruising tussen Peter Pan Speedrock en Motörhead. Gedurende 7 songs weten ze de adrenaline hoog te houden en te rocken als de beesten.
Als ze live ook zo gas geven moeten hun optredens wel vonken en vuur geven. Sorry voor de Clouseau verwijzing want hun muziek heeft er totaal niets mee vandoen. Je kan er een heel verhaal rond maken maar ditmaal zal ik in de geest van de band kort en bondig houden: het zit goed in elkaar, het klinkt geloofwaardig en ik wil deze band wel eens op een podium zien. Hopelijk jullie ook…
(review Wim)

Toen we deze zomer Fat Bastard zagen optreden op Frietrock schreven we daarover: ‘De imposante frontman grijpt je vanaf de eerste noot bij de strot, en gaat zijn publiek bovendien letterlijk opzoeken. Fat Bastard combineert pure opbouwen van een geluidsmuur waar geen doorkomen mogelijk is, met humor en kwinkslagen.  Fat Bastard brengt volgens zijn facebook pagina ‘Hard driven Rawk 'n Roll Power’. Dat laatste is inderdaad de rode draad in dit optreden van Fat Bastard. De adrenalinestoten die Fat Bastard voortdurend uitdeelt, daarop kun je gewoon niet stil staan. Kortom, pure onversneden rock'n Roll brengen vanuit het hart. En vooral jarenlange ervaring combineren met zodanig veel spontaniteit en spelplezier zodat het dak er voor de tweede keer op rij volledig afgaat. Dat schotelt deze sympathieke band, onder leiding van een heel charismatische frontman, ons voor bij het vallen van de duisternis.’ En eveneens ’Puurder dan dit kan Rock-'n-roll niet zijn’. Fat Bastard brengt nu een knappe plaat uit 'Junk Yard Fest' waarmee ze die stelling nog wat meer in de verf zetten. En feitelijk hebben we daar niets meer of minder aan toe te voegen. Maar we doen het toch even.
Vanaf “Dead Mean Charlene” worden alle registers open getrokken. We houden eigenlijk niet van vergelijkingen. Echter doet die aanpak ons aan één band denken: Motörhead. Strak, energiek, boordevol vuurkracht waardoor geluidsmuren worden afgebroken. Eens vertrokken op deze wilde tocht, is geen terugkeer meer mogelijk. Fat Bastard gaat als een losgeslagen bulldozer tekeer op “That Girl was Hot”, “Dead Man Walkin’”, “Where Me is Us”. En laat geen spaander geheel van je hersenpan. We hebben het daarbij niet enkel over de instrumentale aankleding. Want de muzikanten van dienst razen door de kamer als een bende losgeslagen olifanten door een porseleinwinkel.
Eveneens de bulderende vocale aankleding doet de aarde onder onze voeten op zijn grondvesten daveren als we de versterker op tien zetten. Gelukkig houden mijn buren wel van een potje stevige rock-'n-roll. Begane wegen worden verder bewandeld op de daarop volgende songs als “Hotrod summer”, “Road runner” en meezinger “Blood, Sweat and beer” - een refrein dat in je hoofd blijft hangen en dat je na enkele luisterbeurten gewoon mee neuriet. Of liever brult. Want ondanks het uitdelen van mokerslagen blijft de feestelijke stemming op deze plaat overeind staan. Laat dit duidelijk zijn.
Besluit: Net zoals Motörhead een band was die gewoon rock muziek bracht die voor eeuwig aan je ribben blijft kleven, brengt Fat Bastard een pure rock plaat uit, waar geen speld tussen te krijgen is. We herhalen het nog maar eens. Puurder dan dit, kan rock-'n-roll gewoon niet zijn!
(review Erik)
Tracklist: Dead Mean Charlene - That Girl Was Hot - Dead Man Walkin’ - Where Me Is Us - Hotrod Summer - Road Runner - Blood, Sweat And Beer

Ennui

End of the Circle

Geschreven door

Het uit Georgië afkomstig duo Ennui ontstond in 2012. David Unsaved en Serj Shengelia hebben ondertussen twee albums uitgebracht samen met de Roemeense kunstenaar Daniel Neagoe, die op het derde album eveneens te horen is maar de band ondertussen heeft verlaten. Begin september bracht Ennui zijn vierde album op de markt 'End Of The Circle'. Daarvoor werd het duo bijgestaan door drummer John Devos.
Dit album duurt 72 minuten en bevat maar drie nummers. Bovendien ligt alles rond dat typische Funeral Doom sfeertje, waardoor je toch echt volledig je moet laten meevoeren in die trip boordevol intensieve duistere walmen, om bij de zaak te blijven. We hebben deze plaat dus bewust beluisterd vooraleer de recensie te typen. Reden? Pas als je met de ogen gesloten alles rondom u letterlijk vergeet en die 72 minuten lang, bij voorkeur met de hoofdtelefoon op, de muziek op jou laat inwerken , heeft het pas écht effect.
De eerste song “End of the Circle” duurt wel circa 32 minuten. Daarvoor ga je dus best even languit in de zetel zitten. De muzikanten van dienst laten langzaam maar zeker een eerder monotone maar enorm intense sfeer ontstaan, die thuishoort op begrafenissen. We willen deze muziek dan ook graag zien verschijnen op onze eigen begrafenis binnen twintig of dertig jaar. Door een doom sfeertje te creëren voel je koude rillingen over je rug lopen, en gaan de poorten van de hel en hemel - afhankelijk van hoe je het aanvoelt - heel langzaam open. Deze instrumentale song zit boordevol subtiele wendingen die dreigend klinken, maar nooit oorverdovend. Echter door de enorme intensiviteit van elk van hen, voelt het wel aan alsof griezelige klauwen je verstikken.
Door slepend, traag op gang komende lagen te combineren met verschroeiende grunts komende uit de donkerste hoeken van het bos., drijf je al even langzaam maar zeker weg tot je, eens de trip ondergaan, compleet waanzinnig bent geworden. En net dit laatste is eigenlijk de grote sterkte van deze schijf. De ultieme duisternis over jou voelen neerdalen, waardoor je ademloos al je demonen strak in de ogen kijkt. Maar dus eveneens een onwaarschijnlijke rust op jou voelt neerdalen.
Na dat intense half uur komen daar nog eens twee keer twintig minuten verschroeiende, donkere intensiviteit bovenop in de vorm van “The Withering Part I: Of Hollow Us” en “The Withering Part II: Of Long Dead-Stars”. Waarna we de ultieme doodsteek toegediend krijgen, en na deze adembenemende mooie donkere trip totaal verweesd in de meest donkere hoek van de kamer achterblijven.
Besluit: Ennui verlegt binnen dat typische Funeral/Doom metal gebeuren een grens. Eens je die hebt overschreden is er geen terugkeer meer mogelijk. Het belangrijkste, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, is deze plaat letterlijk ondergaan. Dus gewoon zonder omkijken die verschroeiende, intensieve , verdovende , donkere songs op jou laten inwerken. Kijk daarbij dus vooral de dood strak in de ogen en onderga je lot, is het ultieme advies dat we kunnen geven. Nee, geen rozenblaadjes en maneschijn. Maar het uiteindelijke einde van de mensheid, dat is wat 'End of the Circle' ons brengt, maar eveneens, heel subtiel weliswaar een boodschap van een sprankeltje hoop.
Tracklist: End of the Cricle (32:29) - The Withering Part I: Of Hollow Us (20:07) - The Withering Part II: Of Long-Dead Stars (20:00)

Funeral Doom
End of the Circle
Ennui

 

Amörtisseur

Ik Hang Het uit

Geschreven door

Helaas, Motörhead is niet meer, maar de muziek van deze band staat voor eeuwig in het geheugen van ons en elk beetje rock tot metal liefhebber gegrift. Ondertussen zijn er wel wat cover bands opgestaan, met wisselend succes en doorgaans niet bijster origineel. In 2012 was er echter plots Amörtisseur. Een band die Motörhead nummers brengt in het plat Antwerps dialect. Uniek, nooit voorgedaan! En kijk, het werkt. Want dat schitterend album 'Lemmium' sloeg in als een bom. Eveneens bouwde de band ondertussen een ijzersterke live reputatie uit. Nu slaat Amörtisseur terug met een gloednieuwe schijf 'Ik Hang het uit'. "Een plaat boordevol songs over vrouwen, seks, vrouwen, drank, religie en Het Leven in al zijn miserie." staat te lezen in de biografie over deze plaat. Net zoals Motörhead dat pleegde te doen, gaat ook deze band tekeer als een wilde, alles om zich heen verwoestende orkaan. Puurder dan dit kan Rock muziek niet zijn!
De band kon op deze plaat bovendien rekenen op heel wat gastbijdrages. Dit van o.a. Goe Vur In Den Otto, Die van Ons, Nen Halve Neuro en Marcel Vanthilt. Geen klein bier als je het ons vraagt. En één voor één bijdrages die een meerwaarde vormen binnen het geheel. Niet dat Amörtisseur deze klus niet zelf kon klaren, want de band bestaat uit één voor één klasse muzikanten die Motörhead en Lemmy alle eer aandoet die deze legendarische band dubbel en dik verdiend. Naast de teksten in het Antwerps brengen weet Amörtisseur ook aangenaam te verrassen. Zo is er bijvoorbeeld een inbreng van violiste Nele Paelinck (School is Cool) bij “Ge leeft maar ene keer”. Lemmy zou hierover eveneens aangenaam verrast zijn, zeker weten.
Het feestelijke rock-'n-roll gehalte waarmee Motörhead groot is geworden, straalt vanuit elke song. Ook de inbreng van Slongs Dievanons blijkt een schot in de roos, waardoor de songs nieuw leven worden ingeblazen. Steeds, en dat kunnen we niet genoeg herhalen, met alle respect voor het origineel.
De feestelijke stemming stijgt tot een hoogtepunt op “Bummer” en wordt verder gezet met de lekker energieke afsluiter “Raak me niet aan”. Het meest bijzondere? Amörtisseur kiest hier geen doorsnee kleppers uit, maar 'iets minder bekende songs - althans bij de grote massa. En dat is nog maar eens een extra pluim op de hoed van deze klasse band.
Besluit De bedoeling van een band als Amörtisseur is voortdurend ode brengen aan hun grote helden, op een eigenzinnige, Antwerpse wijze. De heren slagen erin de songs in een eigentijds en vernieuwend kleedje te steken, althans wat de instrumentale inkleding betreft - met als absoluut hoogtepunt die knappe viool solo. Misschien mocht er ook tekstueel een beetje buiten de lijntjes worden gekleurd, maar dat is op zich muggenziften. Waar het om gaat is de muziek van Motörhead levendig houden, en dat te brengen met het nodige respect voor het origineel. En daarbij vooral het rock-'n-roll gehalte zo hoog mogelijk blijven leggen.
Wat Nederlandse talige bands betreft deed het me wat denken aan andere rock grootmeesters als Normaal, die, naar mijn mening, die muziek van Motörhead eveneens dicht hebben benaderd. We schreven het al, puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn!

Tracklist: Ik Hang Het Uit 04:35 - Ge Leeft Maar Ene Keer 03:26 - Klotekerk 05:25 - Kapitalist 04:30 - Bummer 03:04 - Raak Me Niet Aan 02:45

The Living End

Wunderbar

Geschreven door

Chris Cheney (Guitars/Vocals), Scott Owen (Bas) , Andy Strachan (Drums) vormen samen het Australische trio The Living End. De band timmert reeds 25 jaar aan de weg. En heeft dus al heel wat ervaring in het vak. De nieuwste schijf is uit, het 8ste album ondertussen. De Australische band ging ondertussen uitgebreid op tournee en hield ook halt op de Lokerse Feesten. We schreven daarover: ‘De drie bandleden vullen elkaar blindelings aan en stralen, net als op de nieuwe schijf trouwens, enorm veel spelplezier uit. Door die dosis levenservaring te vermengen met de nodige jeugdige spontaniteit - frontman Chris spreekt zijn publiek voortdurend aan - worden ook wij over de streep getrokken. Echter is het eerder die bijzonder aanstekelijke combinatie tussen gitaar, contrabas en verdovende drums dat ervoor zorgt dat we de ene adrenalinestoot na de andere te verwerken krijgen, waardoor je prompt begint te heupwiegen. Want hierop stil staan is onmogelijk."
Al direct bij de eerste aanstekelijke song “Don’t Lose” geeft de stelling nog wat meer kracht. Songs als “Not Like the other boys”, “Otherside”, “Death of the american dream” laten voortdurend een band horen die spelplezier uitstraalt, waarbij de bandleden bovendien allemaal dezelfde kant uitkijken. Na meer 25 jaar blijft the Living End trouwens nog steeds meesters in riffs naar voor brengen, die één voor één aan de ribben blijven kleven. Maar vooral heeft die jarenlange ervaring er niet voor gezorgd dat een routineklus wordt afgeleverd, gelukkig maar. Dit trok ons op Lokerse Feesten nog het meest over de streep, dat is ook de rode draad op deze plaat. Puurder dan dit kan rock-'n-roll niet zijn.
Van de pure 'punk' attitude van weleer schiet wellicht niet zoveel meer over, de band is geëvolueerd in zijn muziekstijl. En toch wordt links en rechts de maatschappij een spiegel voorgehouden, waardoor die punk ingesteldheid, eerder subtiel boven komt drijven. Bovendien schotelt The Living End een heel gevarieerde plaat voor. Zo gaat het van lekker up-tempo songs over tot heel breekbare liedjes, waarbij de stem van Cheney je prompt een krop in de keel bezorgt. Het valt ons trouwens op hoe glashelder Cheney zijn stem nog steeds klinkt, de jaren hebben dus geen invloed op zijn vocale capaciteiten. Bovendien blijken de muzikanten nog steeds tovenaars met klanken te zijn. Vooral de inbreng van een contrabas die zorgt voor een rockabilly gevoel, blijkt een meerwaarde, waardoor het totaalplaatje compleet klopt. Maar ook dat was ons reeds in Lokeren opgevallen.
Besluit:
The Living End klinkt op zijn bijzonder aanstekelijke 8ste album nog even fris en monter als op zijn debuut. Maar blijft eveneens verder bladzijden omdraaien, en durft nieuwe wegen inslaan. Weemoedig en broos, maar ook gedreven en ware wervelstormen doen ontstaan. Of subtiel een mokerslag uitdelen, waardoor je murw wordt geslagen. Het zit allemaal verweven in deze knappe schijf.
Kortom. 'Wunderbar' is een zoveelste bewijs dat jarenlange ervaring nooit hoeft te resulteren in een routineklus. Integendeel zelfs. Deze band klinkt na 25 jaar nog altijd als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Maar eveneens met de nodige ervaring, om ervoor te zorgen dat instrumentaal als vocaal grenzen worden verlegd.

Tracklist: 1. Don’t Lose It - 2. Not Like The Other Boys - 3. Otherside - 4. Death Of The American Dream - 5. Drop The Needle - 6. Love Won’t Wait - 7. Proton Pill - 8. Amsterdam - 9. Too Young To Die - 10. Wake Up The Vampires - 11. Rat In A Trap

MDC III

Dreamhatcher

Geschreven door

Wat er gebeurt als je artiesten en muzikanten, die ook binnen andere projecten, bewust buiten de lijntjes kleuren samen brengt? We stellen u voor. MDC III. Dit is het project rond saxofonist Mattias De Craene (Nordman..) die een samenwerking aangaat met Lennert Jacobs (The Germans) en Simon Segers (De beren gieren, Stadt, Hong Kong Dong.) Wie de geschiedenis van die bands wat kent, weet al waar hij zich mag aan verwachten. 'Dreamhatcher' kwam op de markt via W.E.R.F. Records en is jazz dat geen jazz is, maar toch weer wel. Experimenteel en tegendraads. Compleet chaotisch, maar vooral een waar kunstwerk dat sterk doet denken aan artiesten als Einstürzende Neubauten. Om maar een kunstzinnig voorbeeld te geven.
De heren gaan voortdurend aan het improviseren op deze plaat. Dat blijkt al uit spookachtige en wat vreemd klinkende opener “Bobby”. Gevolgd door tien minuten waanzin, veranderende ritmes en stijlbreuken tot het oneindige. “TinniT” geeft min of meer de toon aan van hoe die schijf in elkaar zit. De aanhoorder telkens opnieuw op het verkeerde been zetten. Tot die zelf waanzinnig is geworden. Het is daarbij niet zozeer één element, maar de kruisbestuiving tussen deze uitzonderlijk getalenteerde muzikanten dat ons het meest over de streep trekt. MDC III verlegt voortdurend een grens, waar geen grens is, en blijft over de ganse plaat op diezelfde interessante en verrassende elan doorgaan.
'Dreamhatcher' is een plaat voor fijnproevers, die houden van muziek en dit tot ware kunst verheven. De streepjes Jazz die we ontdekken, worden zodanig door elkaar geschud dat het lijkt alsof Mattias en de zijnen het Jazz genre opnieuw uitvinden. Luister maar naar het meesterlijke “Sandman”, waar bevreemdend aanvoelende klanken je doen baden in het angstzweet en ook een gevoel van rust en intimiteit bezorgen. Bewust speelt MDC III met emoties, door het brengen van geluiden die je hypnotiseren en naar verre oorden vervoeren. De band slaagt erin de aanhoorder in en onaards aanvoelende wereld te doen vertoeven, van begin tot einde.
Bovendien doen we na enkele luisterbeurten prompt nieuwe ontdekkingen, en dat is nog maar eens een extra pluspunt aan deze klasse plaat. Afsluiten doet MDC III met een wondermooi eerbetoon aan Wim De Craene, de te vroeg overleden kleinkunst grootmeester en Nonkel van Mattias, “Harry”. Een vrij luguber verhaal eigenlijk, dat dankzij de manier waarop MDC III het brengt , je koude rillingen tot de bot bezorgt. Nonkel Wim zal wellicht heel trots zijn geweest op wat zijn neef met deze song heeft gedaan, zeker weten. MDC III drijft de duivels uit, op een wijze zoals stammen in de jungle dat ook deden. En voegt daar zoveel experimentele soundscapes tot bevreemdend aanvoelende klanken aan toe dat je ademloos gekluisterd naar de plaat zal luisteren tot je, compleet één geworden met de wereld die deze band je aanbiedt, tot intensieve rust bent gekomen of dus eerder tot waanzin gedreven..

Besluit: 'Dreamhatcher' is een meesterwerk geworden waar Jazz muziek compleet wordt uigekleed overgoten met sausjes boordevol noise, intimiteit, verdovende sax tot keyboard klanken en drumpartijen die eerder een gemoedsrust op jou doen neerdalen dan de oren suizen. Nee, in slaap val je daar niet bij, integendeel. Dit is een vooral een waar kunstwerk en een zoveelste bewijs wat voor begenadigde muzikanten en artiesten we toch hebben in ons land. Iets waar we best trots zouden mogen op zijn. Dat laatste zet MDC III nog maar eens uitvoerig in de verf.

Tracklist: Bobby 01:05 - TinniT 10:46 - Miniature I 02:46 - Call 349   04:17 - Voices 01:51 - Sandman 05:54 - The Overthrow 08:08 - Onar 04:40 - Miniature II 02:20 - Harry 01:58

Jazz/Experimenteel/Rock
Dreamhatcher
MDC III

 

Pagina 169 van 460