logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_09

Reena Riot

Nix

Geschreven door

Beloftevol starten kan wat risico’s inhouden. De verwachtingen liggen hoog gespannen en je moet met deze druk kunnen omgaan. Maar gelukkig drijft kwaliteit vroeg of laat toch meestal naar boven. Reena Riot haalde de finale van Humo’s Rock Rally in 2012. Het heeft dus wel wat aarde in de voeten gehad vooral er een full album geboren werd. Om dit album te maken trokken ze zich terug van de hippe en bewoonde wereld. Om niets aan het toeval over te laten nam de band de productie in eigen handen en kozen ze voor de compromisloze aanpak. De micro’s werden in een leegstand Antwerpens havenpand gezet. Het resultaat mag er dan ook zijn.
Naomi Sijmons die de hoofdvocals voor haar rekening neemt , toont ze aan dat ze veel aan kan met haar stem. De ene keer klinkt ze als een rock bitch a la Anouk (op “All Systems Down”) en een andere keer klinkt ze als een indiepop zangeresje. Denk ook aan artiestes zoals Beth Hart, Neeka, PJ Harvey… Gelijk welk jasje ze aantrekken , het klinkt warm, intens en soms stormachtig. Ze putten uit de rijke muziekgeschiedenis om er dan vervolgens hun eigen ding mee te doen. “Waiting” heeft blueskenmerken in de groove en de zang doet denken aan het zuiden van USA toen de negers op de coton plantages zongen. “Knife” is dan iets luchtiger en past eerder in de indiepop hoek.
Dat maakt van ‘Nix’ een variërend en puik album met een volwassen sound. Dat is niet verwonderlijk als je leest wie er allemaal deel uitmaakt van de band. Naomi Sijmons (Birds That Change Colours), Jan Myne (Mel Dune), Alan Gevaert ( Deus, Chantal Acda), Bernd Coene (Tiny Legs Tim) en Thomas Werbrouck (Krankland).
Reena Riot weet hier een prachtige sound neer te zetten die de veelzijdige vocals van Naomi Sijmons perfect weten te dragen. Als dat geen klapper wordt in 2019 dan weet ik het ook niet meer.

Flares

Allegorhythms

Geschreven door

Reeds elf jaar maakt dit vijftal uit Duitsland (Saarbrücken) experimentele post-rock muziek. Met dit album zijn ze aan release nummer vier toe. Ze deelden al met grote bands in het genre het podium zoals met The Ocean, Mono, Caspian…
Het is moeilijk om hen in een hokje te duwen. Ik hoor post-rock met gitaarwerk maar ook nogal wat synthwerk op de achtergrond. Meestal wel in een mooie blend met elkaar. Soms wat spacy zoals op de kortere nummers “Sonde 4” en “Sonde 5”. Ook wordt dit een beetje doorgetrokken op “Savannah” dat fijne percussie, veranderende ritmes en puik gitaarwerk bevat. “Phanta Rei” rockt wat steviger dan de voorgaande tracks maar heeft zeker ook zijn subtielere passages. Het afsluitende en negen minuten durende nummer “Ikarus” is ook een aanrader. Het begint met een heerlijk vervormde synthloop om na een grote minuut de song echt te openen. De stijl verandert dan helemaal maar de synthsounds blijven wel doorklinken in het geheel. Ook de percussie is hier weer om duimen en vingers af te likken. Niet ingewikkeld of extravagant hoor maar wel elke slag op de juiste plaats. Het geluid van de percussie is, net als de rest trouwens, haarfijn.
Inzake post-rock is deze release een van de boeiendste van dit jaar. Ze noemen veel grote bands als hun invloed maar ze hebben wel degelijk een eigen geluid en ze proberen ons te verrassen. Niet door ingrijpende stijlbreuken of ritmeveranderingen. Het zijn vooral hun songontwikkelingen die subtiel en haast natuurlijk de songs naar andere en hogere levels brengen.
Dit is muzikale kwaliteit van de bovenste plank.

Instrumentale postrock
Allegorhythms
Flares

 

Living Temples

Against The Day

Geschreven door

Kalle Fagerberg, ook bekend van Liste Noire en The Blank VRS, is de architect achter Living Temples. Hij is van Zweedse origine en leeft in het hippe Berlijn. De man schreef en nam alles zo goed als zelf op. Voor de productie en mixing trok hij Adne Meisfjord aan.
De plaat trok mij aan vanwege de sound en de vibe die er in zijn nummers hangen. Luister maar eens naar “Luke”. Een soort van dank liedje met een heerlijke synthsound erin, terwijl een weemoedige gitaar die sound spaarzaam breekt. “Against The Day” doet wat aan de muziek van Fad Gadget denken. Het daarop volgende “Hinterland” is sterker en origineler. Elektronisch aangestuurde en instrumentale post-punk. Ook het mooi klinkende uptempo liedje “There’s Nothing For You There” is een straffe song. “Like A Moth To A Flame” gaat richting vroegere The Cure. Het zevende nummer “Sword Falling” is meteen het laatste nummer van de plaat.  Ook deze song is de moeite waard.
Al bij al hadden er wat meer nummers mogen op deze release staan. Na 25 minuten is het al afgelopen en dat vind ik nu jammer. Net zoals enkele andere beloftevolle bands in het genre (ik denk dan aan Boothblacks, The Soft Moon…) heeft deze muziek iets meer dan de doorsnee band en zijn ze zeker meer dan een kloon van The Cure of Joy Division.
… Of hoe je met bekende bouwstenen toch een originele sound kunt maken. ‘Against The Day’ is daarom ook meer dan de moeite waard.

Post-punk/New Wave
Against The Day
Living Temples

 

Fleddy Melculy

Live @ Graspop Metal Meeting 2018

Geschreven door

Pretmetal zou zomaar een genre kunnen zijn die deze band heeft uitgevonden. Met de nodige relativering en zelfspot timmeren deze jongens aan hun weg. Dat betekent niet dat je hun muziek als minderwaardig moet beschouwen. Want eenmaal de grap er vanaf is valt of staat alles vanwege hun muziek. Dat mag er dus wel degelijk wezen en dat merk je ook aan hun populariteit alsook aan hun deal met Sony Music. Live staan ze ook voor entertainment en dat bracht hen al op o.a. Pukkelpop, Crammerock, Rock Zottegem… En dit jaar dus ook op Graspop Dessel waarvan hier dus een registratie.
Het concertje dat hier volgt is er eentje om vingers en duimen af te likken. De band speelt retestrak en er is voldoende interactie van het publiek te horen wat het live-effect nog versterkt. O.m. op “Geen Vlees Wel Vis”. De bindteksten zijn typisch voor Joris Camerlinck (die ook de frontman van De Fanfaar is): met een vette knipoog.
De setlist bestaat uit nummers van hun twee albums zoals daar zijn “Varken”, “Feestje in uw Huisje”, “Ik ben Kwaad” (de nieuwe single) en “Apu van de Nachtwinkel”.
Het album klinkt alsof je tussen het publiek staat, het geluid is goed en er wordt strak gespeeld. Alleen op het laatste nummer “Het T-Shirt van Metallica” wordt het nummer onderbroken om te zeggen dat de opnames van het laatste nummer het liet afweten en alles niet bijster goed klonk. Maar omdat eerlijk het langst duurt hebben ze geen file uit een ander optreden ertussen geplakt.
Ze hebben enkel geprobeerd om alles zo goed mogelijk te laten klinken. In elk geval vind ik dat het meevalt en dat gepraat ertussen neemt wel wat de sfeer weg. Dat had niet op die manier gehoeven. Voor de rest is er niets op deze plaat aan te merken.
Heb je nog een ideetje nodig voor het kerstpakje van ‘Nonkel Hardrock’ in je familie? Dan is dit het ideale geschenkje voor onder de boom.

Tina Dico

Fastland

Geschreven door

Ik hou van uitersten in muziek. Het mag al eens hard rocken en als tegengewicht durf ik ook introverte muziek of dreampop beluisteren. Tina Dico behoort eerder tot die laatste categorie. De Deense ( in eigen land bekend als Tina Dicow) maakt een soort van doorleefde folkpop. Haar naam is hier niet zo bekend en dat is jammer. Ze is in eigen land al bedolven geweest onder de prijzen. Momenteel woont ze in IJsland. Met ‘Fastland’ is ze aan haar elfde album en komt vier jaar na haar vorig album. De reden was dat er niets nieuws uit haar gitaar kwam. Dat was voor haar een schok. De dingen die goed klonken gaven haar innerlijk geen voldoening. Het moest dus anders. Ze legde haar gitaar aan de kant en begon met ritmes en toetsen te werken. Plotseling kwam het toch en waren de songs wel diep en intiem genoeg. Zo ontstond ‘Fastland’. De titel betekent trouwens in het Deens en het IJslands ‘vasteland’. Daarmee wil Tina aangeven dat muziek haar vasteland is maar het is tevens ook commentaar op de moderne wereld. Een wereld waarin we vroeger het vasteland waren en waarin nu a.h.w. vloeibaar en voortdurend in beweging zijn.
Ik kan je zeggen dat het album een pareltje is. Echte folkpop krijg je hier weinig geserveerd. Enkele songs bevatten wel wat folk elementen zoals opener “Not Even Close” dat bij mij met haar stem de juiste snaar weet te raken. En afsluiter “Something You Keep” behoort daar ook toe. Ze gebruikt ook moderne geluiden maar doet dat subtiel en goed vermengd in het geheel. Luister maar eens naar de intro op “Hands”. “Adams House” klinkt dan weer luchtig en opgewekt. “Devil’s Door” is ook een aanrader, net als “Parked Car”.
Er valt veel moois te ontdekken op ‘Fastland’. In eigen land behaalde ze verschillende keren goud en platina. Dat is niet verwonderlijk met zo’n albums en stem. Voor liefhebbers van Suzanne Vega, Lana Del Rey, Joni Mitchell…

Imperial Age

The Legacy Of Atlantis

Geschreven door

De nog relatief onbekende Russische metalband Imperial Age staat hoog aangeprezen bij Christopher Johnsson en Thomas Vikstrom van het veel bekendere Therion. Zij namen de band uit Moskou al een paar keer mee op tournee en zowat de helft van Therion speelt ook mee op het nieuwe album ‘The Legacy of Atlantis’.
Imperial Age werd in 2012 opgericht door Alexander Osipov en Jane Odintsova. De band kende reeds veel verschillende samenstellingen, maar Alexander en Jane zijn samen met zangeres Anna Moiseeva de vaste waarden. Producer van dienst was Sergei Lazar (bekend van Arkona). Het Moscow Conservatory Chamber Choir speelt een belangrijke rol op het nieuwe album. De gastmuzikanten op het album zijn o.m. Nalle Pahlsson, Christian Vidal en Thomas Vikstrom van Therion. Dat is niet te verwonderen. Op het moment dat Therion die van Imperial Age meevroegen op de tournee van dit jaar, bestond Imperial Age nog slechts uit Alexander, Jane en Anna. Maar er waren al ideeën voor een album en die hebben ze samen met het trio van Therion opgenomen (voor de shows werd inmiddels een nieuwe band bij elkaar gesprokkeld). En ‘The Legacy Of Atlantis’ komt uit bij Adulruna Records, het label van Christopher Johnsson.
‘The Legacy Of Atlantis’ is dus duidelijk schatplichtig aan de en symfonische operametal van Therion. Theatraler dan pakweg Within Temptation of Epica. De compositie en de focus op de vrouwelijke en mannelijke stemmen en koren zijn prima te vergelijken met de aanpak van Therion. De Russen voegen er natuurlijk nog wat extra bombast (wat wij hier eerder als kitsch zouden omschrijven) aan toe, net als die typisch Slavische weemoed en melancholie en donker drama. Dat aanhouden van die bombast maakt het op een volledig album wat eentonig, maar het is nog net verteerbaar. Een aantal tracks hebben flink wat power en tempo, maar deze band voelt zich vooral thuis in vals-trage powerballads en midtempo-tracks. Het hele album heeft één thema en verhaal, maar je kan ook gewoon ‘zonder handleiding’ luisteren.
Imperial Age was al verschillende keren te zien op Belgische podia, als support van Therion en Orphaned Land, en voor volgend jaar kondigen ze hun eerste tournee als headliner aan. België staat voorlopig nog niet op de agenda, maar ze komen wel naar het heel nabije Lille (net over de grens met Frankrijk) en na die show staan nog een aantal data open. Het kan nog.

Tephrosis

Reform

Review Wim - Vorig jaar bespraken we ‘Clouded Minds’ van deze one-man band uit Ieper. Ik was onder de indruk van hetgeen deze kerel in zijn eentje wist te produceren. We kregen vijf goed opgebouwde post-metal songs te horen met een symfonische inslag. Toen was het thema van de EP opgebouwd rond een jongen die zich een weg uit zijn depressie weet te banen. Het was dan ook eerder donker van aard. Ditmaal is het een reis door tijd en ruimte geworden waardoor het album wat minder donker is geworden.
Ook op ‘Reform’  wordt grotendeels hetzelfde concept toegepast als op de vorige release. Het verschil is dat het minder duister klinkt en daardoor valt bijvoorbeeld het sublieme gitaarspel van Kenji Olivier beter op. Hij doet mooie dingen op zijn gitaar, dingen die vooral metal gericht zijn. Maar het is vooral allemaal subtiel gespeeld. Ook de synths zijn terug aanwezig en brengen sfeer zoals op “Eclipse” waar ze de hoofdrol opeisen. Deze song is eerder kort maar goed uitgebalanceerd en de piano brengt de nodige lichtvoetigheid in de donkere synthsounds. De songs bezitten duidelijk wat prog-metal DNA in de opbouw. Ik denk dan aan “Nova” of “Aphelion”. Opener “Discoveries” is ook een sterke track met een sferische lange intro om daarna dan een blikje prog-metal open te trekken.
Dit is het langspeelplaat debuut van Tephrosis. Het bevat negen instrumentale tracks en zal je weten te boeien van begin tot einde. Het klinkt atmosferisch, verhalend, cinematografisch en soms stevig zonder melodie en gevoel te verliezen.
‘Reform’ bevestigt het goede dat we hoorden in ‘Clouded Minds’.

Review Erik - Tephrosis is het progressieve post-metal/post-rockproject rond virtuoos Kenji Olivier. In april van vorig jaar hoorden we voor het eerst van dit toch heel bijzondere project. De EP 'Clouded Minds' vertelt een verhaal over pijn en verdriet. Hoe daarmee om te gaan, hoe je terugkijkt op je verleden en hoe je uiteindelijk toch de zon ziet schijnen achter de donkere wolken. De EP vertelt als een boeiend verhaal. Met het full album 'Reform' tast Kenji de grens tussen pijn, woede, geladenheid en gemoedsrust verder af. We legden ons oor te luisteren naar deze indrukwekkende parel van een instrumentale schijf en zakten dieper weg in onze stoel, om daarvan echt ten volle te kunnen genieten.
De plaat start met een intensieve mokerslag: “Discoveries”. Een song waarin Kenji alle registers open trekt, maar evenzeer je rustpunten gunt. “Aphelion” boort verder op diezelfde ingeslagen weg. In tegenstelling tot wat doorgaans het geval is bij typische post-rock of post-metal wordt hier niet naar een climax naar het einde toegewerkt. Deze plaat zit boordevol climaxen en momenten die je tot rust brengen. Waardoor je van de ene naar de andere emotie wordt doorverwezen, telkens in golvende bewegingen. Voorbeelden genoeg op deze schijf.
Zoals een tocht over de zee kom je in stil water terecht, daarna meegesleurd door een opkomende storm en kom je in een aantal gevarenzones terecht. Eens die strijd met het woeste water overwonnen schijnt een zon achter de wolken die je tot rust brengt om eens op je eindbestemming een gemoedsrust over jou te voelen neerdalen waardoor je de pijn in het leven weer beter aankan. Want ja, deze muziek gaat niet alleen over een boottocht, maar ook over het leven van elke dag. Over pijn en smart. Vreugde en geladenheid. Telkens worden we intensief geraakt door de manier waarop Kenji al die emoties voortdurend aanspreekt. Dat is nog het meest bijzondere aan deze plaat: je wordt letterlijk meegezogen naar zijn wereld, maar ook geconfronteerd met je eigen nietigheid. Bij elke song opnieuw.
'Reform' is wellicht een typische post-rock- en post-metalschijf geworden, maar eentje die je als aanhoorder diep zal raken. Zowel in de positieve als negatieve zin. Dat merkten we al op de EP, waar eerder een verhaallijn inzat. Op dit full album zet hij die weg verder, binnen een meer uitgebreid aanbod, waardoor je enerzijds een traan wegpinkt en anderzijds met een brede glimlach de zon door het raam ziet schijnen en daarvan ten volle geniet. Zo eenvoudig, maar ook zo intens mooi gebracht dat je er prompt een ander mens van wordt. Dat is hoe post-metal moet klinken, dat is hoe Tephrosis ook op deze pracht van een parel jouw ziel diep weet te raken, op een heel uiteenlopende wijze.

Tracklist: Discoveries; Aphelion; Defraction; Reform; Eclipse; Nova; Collapsar; Aeonian; Departure

Reform
Tephrosis
Post-rock/post-metal

The Twilight Sad

It Won’t Be Like This All The Time

Geschreven door

Ik leerde de band en zijn muziek kennen begin 2015 met de release van hun vorig album (‘Nobody Wants to be Here…’). Een aangenaam album dat hier thuis nu nog regelmatig gedraaid wordt. Kort daarna zag ik hen in het Sportpaleis in het voorprogramma van The Cure. Daar konden ze mij iets minder overtuigen maar support zijn is niet altijd een dankbaar gegeven. Eigenlijk zou ik ze eens aan het werk moeten zien in een kleinere zaal. Het album komt uit op Mogwai’s label Rock Action Records.
Het vorig album was een voorzichtige stap voorwaarts en ook met dit album zetten ze een voorzichtige stap vooruit. Voor de opnames en het songschrijven haalde het duo Graham/Mc Farlane ook hun meetoerende muzikanten Doherty (bas) en Smith (keys) naar de studio om zo het niveau naar een hoger niveau te tillen. Het was tijd om ze officieel als bandleden te noemen volgens Graham. Qua stijl en sfeer is er tegenover het vorige album niet erg veel veranderd. Het is weer een vrij donker album geworden met de typische teksten en zang van James Graham.
Waar zitten de stapjes vooruit? Ik vind toch vooral in de mix en de productie. Het album klinkt iets gevarieerder en voller dan het voorgaande. De bas komt in enkele songs ook meer naar de voorgrond zoals in “Vtr” (hun volgende single) en “The Arbor”. Daardoor krijgen een aantal songs meer een darkwave/postpunk vibe. Er staan naast een aantal uptempo tracks, zoals de sterke opener “10 Good Reasons For Modern Drugs”, ook enkele mooie ingetogen songs. “Sunday Day 13” is zo’n nummer. Het drijft voornamelijk op de stem en de synths. Een mooi opgebouwd en melancholiek nummer. “I’m Not Here” is qua tekst, opbouw en teneur een typisch Twillight Sad nummer. Een heel degelijke song. Met “Auge Machine” lonken ze naar de grotere podia. Het is een song dat een beetje de grandeur van The Editors in zich heeft. Met “Keep It All To Myself” zitten ze dicht bij Joy Division aan. “Girl Chewing Gum” is een catchy song met een middelmatige en heel herkenbare riff. “Let’s Get Lost” klinkt dan wel geïnspireerder, ook cathcy en de keys hier zijn top. Een topliedje.
Het album sluit af met “Videograms”, hun single. Een heel fijne song dat best wat aandacht verdient op de radio.
Of het hen zal lukken om met dit album (het vijfde reeds) groot te worden blijft voor mij een vraagteken. Ze zouden het nochtans verdienen. Ik vond het trouwens al verrassend dat dit niet gebeurde met het vorige. Maar om eerlijk te zijn hoop ik ook een beetje dat ze blijven zoals ze nu zijn. Een cultband, zoals The Editors in hun beginperiode, die persoonlijke en weemoedige muziek maakt.
‘It Won’t Be Like This All The Time’ is een heel goed en gevarieerd album dat veel mensen zal aanspreken. Het is een kwestie van hen ermee in aanraking te brengen. Voor liefhebbers van The Editors, The National, The Cure…

Pagina 168 van 460