logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Downtown Boys

Cost Of Living

Geschreven door

Rechttoe rechtaan punkmuziek met een wilde saxofoon in de gelederen en met een kwade frontdame (Victoria Ruiz) die de wereld een geweten wil schoppen. Het kan haast niet anders dan dat we het een beetje gaan zoeken in de richting van X Ray Spex. Niks mis mee, trouwens, X Ray Spex was een unieke band die punk naar een straatje bracht waar die nog nooit geweest was.
Op het tweede album van Downtown Boys treffen we dezelfde rauwe energie en de kwaadheid van de betere punkgroepen van weleer. Victoria Ruiz zingt en snauwt afwisselend in het Engels en het Spaans. Ook al verstaan we er dikwijls geen snars vast, het is duidelijk dat dat mens kwaad is en een hoop frustraties uit haar keelgat moet kunnen schreeuwen. Ze wordt daarbij geruggesteund door een urgente bende die venijnige punkrock brengt, ongecompliceerd doch niet hersenloos.
U kan het in levende lijve meemaken, Downtown Boys komen hun gal er uitspuwen in de Zwerver, Leffinge op 09/10. Het zou daar wel eens een heet punkfeestje kunnen worden.

Alan Vega

It

Geschreven door

Pas een dik jaar nadat de legendarische Alan Vega de geest heeft gegeven werden zijn laatste indrukwekkende stuiptrekkingen op dit donkere album gezet. Naar het schijnt heeft Vega met hart en ziel in zijn laatste levensjaren aan deze plaat gewerkt, en dat op een moment dat hij al zwaar sukkelde met een aftakelende gezondheid.
Hoewel veel van deze tracks zijn ingepakt jaren voor zijn overlijden is Vega is hier duidelijk in strijd met zijn demonen en lijkt hij zich er terdege van bewust dat dit zijn laatste opnames zijn. Het album is zeer fatalistisch van aard en laat zich beluisteren als Vega’s muzikale testament, zijn laatste oerschreeuw, zijn hoogsteigen apocalyps, zijn doodsreutel. Net als ‘Black Star’ van Bowie en ‘You Want It Darker ‘ van Leonard Cohen is dit een duidelijke aankondiging van het onvermijdelijke einde, met dat verschil dat die andere twee iconen nog zelf de release van hun laatste testament hebben meegemaakt (bij Bowie was het met 2 luttele dagen wel zeer nipt).
De eerste track is veelzeggend. “DTM” of voluit “Death To Me” is de nagel op de kop, een wurgreep die de toon zet voor een aardedonker claustrofobisch album dat helemaal teruggrijpt naar de versmachtende en repetitieve synth-punk van Suicide. Weg zijn de rockabilly invloeden van Vega’s solo werk, gitaren zijn in geen honderd mijlen te bespeuren. Wat overblijft zijn ijskoude en verzengende industrial synths die weinig hoopgevende sounds veroorzaken. Vega zingt niet, hij briest, haalt zwaar uit en schreeuwt. Zijn declamerende uithalen komen uit de diepste kerkers van zijn ziel. De niets verhullende oerschreeuw die “Screamin Jesus” opentrekt is een noodkreet die alle smeerlapperij van deze aardkloot aanklaagt.
Op ‘It’ mogen we niet echt van songs spreken, maar van rauwe ijspegels, geluidspaletten uit de staalfabriek, elektrische mokerslagen met hartkloppingen. De sound is beklemmend, de sfeer is onheilspellend, de teneur is inktzwart, the end is near.
Het lijkt wel of Alan Vega de soundtrack heeft gemaakt voor ‘The Scream’ van Edvard Munch. Als laatste statement van een bijzonder carrière kan dit wel tellen.

FireForce

Annihilate The Evil

Geschreven door

De powermetalbands zijn niet dik gezaaid in Vlaanderen. Powermetalbands die zich specifiek op oorlogen richten als onderwerp voor hun teksten, zijn er nog veel minder. Er is er voorlopig maar één en dat is het Antwerpse FireForce. Ze doen dat overigens niet slecht. Ze tekenden bij een internationaal label en kunnen regelmatig optreden in het buitenland.  Hun nieuwe album ‘Annihilate The Evil’ is een nieuwe gewonnen veldslag in hun verovering van het buitenland.
In het buitenland zijn er wel meer bands die combat en powermetal combineren, zoals het nog veel populairdere Sabaton uit Zweden. Die mogen sinds enkele jaren als headliner festivals als Alcatraz en Graspop afsluiten. Zover is het nog niet voor FireForce, maar het nieuwe album heeft een paar nieuwe troeven die de voorganger, ‘Deathbringer’, niet had. Producer R.D. Liapakis (van Mystic Prophecy) gidste FireForce naar een iets meer gepolijst geluid, met minder agressie. Zo komen ze nog meer in de richting van pakweg Iced Earth: iets toegankelijker en met meer meezingbare stukken.
De gitaarsolo’s op ‘Annihilate The Evil’ zijn mooi gestructureerd en uitgewerkt en het tempo wordt strak gehouden door drummer Jonas Sanders. Die kan je kennen van de Amerikaanse band Pro-Pain en een bijna eindeloze reeks Belgische bands, met o.m. Drakkar en Komah. Hij drumt op dit album heel gevarieerd en strak, zoals we dat van hem gewoon zijn.
Tot het beste op dit album behoren o.m. het knappe “White Lily” en “Revenge in Flames” (misschien wel het allerbeste op dit album). Ook “Fake Hero” en “Destroyer Of Nations” scoren boven het gemiddelde. “The Boys From Down Under” en “Dog Soldiers” sluiten misschien nog het meest aan op het geluid van Deathbringer.
Wie de fysieke CD koopt, krijgt er een cover met een knipoog bij: “Gimme Shelter”, de song waarmee de Rolling Stones het protest tegen de Vietnam-oorlog steunden.

Flesh & Fell

Icarus

Geschreven door

Vier jaar na hun eerste volwaardig album is Flesh & Fell terug met een full album. Dit om onder andere ook hun 30-jarig bestaan te vieren. Natuurlijk zit er na hun korte beginperiode wel een serieuze hiatus in hun bestaan maar intussen zijn ze sedert 2011 vrij aanwezig in de scene.
Nu is er dus ‘Icarus’ ( Icarus de man met de veren die te dicht bij de zon vloog waardoor hij neerstortte…). Opener “Poker Joker” kregen we al vorig jaar te zien en te horen middels een videoclip. Een geschikte opener dat meteen ook toont wat je mag verwachten op dit album: wave en electropop die de prima vocals van Laurence Castelein begeleiden. Het moet gezegd worden dat de vocals van Laurence en de muziek van Pierre Goudesone goed matchen. “Salome” is een iets rustiger nummer maar meteen één van de beste uit het album. Een toptrack en terechte single. Er staan een resem dansbare en uptempo songs op zoals “Bling Bling”, “Dandy” of “Liar”. Enkele tragere nummers zoals “L’Ennui” en afsluiter “Laziness”. Mijn voorkeur gaat toch uit naar de wat meer up tempo tracks daar Laurence haar stem dan wat beter tot haar recht komt. In zijn geheel klinken de tracks als een voortzetting van de paar songs die ze in de jaren 80 maakten. Net alsof de tijd heeft blijven stilstaan. Oké, de productie doet het wat meer hedendaags klinken.
De vergelijkingen met Vive La Fête kunnen hier en daar ook getrokken worden. Dat is vooral een compliment.

‘Icarus’ neemt zeker en vast niet dezelfde koers als de Griekse figuur die in zijn overmoed te dicht langs de zon vloog en neerstortte. Tien songs waarvan er acht de moeite zijn en twee wat minder (“Liar” heeft een voorspelbaar en middelmatig refrein en Laurence worstelt met de vocals op “Laziness”). Maar bovenal Flesh & Fell leeft en toont hier hun kunnen met een prima album.
Op naar de podia! Enkel verkrijgbaar op vinyl in een gelimiteerde oplage. ‘T is dus voor de snelle beslissers.

Night

Raft of the World

Geschreven door

Het Zweedse Night (niet te verwarren met de gelijknamige band uit de jaren 70) presenteert ons negen nieuwe tracks op hun derde album. Tracks die meer gebaseerd zijn op oldschool rock en minder dan voorheen op NWOBHM. Hun sound is wel een beetje retro (bv de zang om maar iets te noemen). “Coins in a Fountain” is een buitenbeentje tussen de andere songs. Vooreerst zingt hij hier zonder de grain in zijn stem. De muzikale begeleiding is softer dan de rest en gaat zo een beetje de richting uit van Kansas, Eagles. Een beetje de stijl van Amerikaanse roots muziek. De andere songs zijn meer rock georiënteerd maar blijven wel vlot toegankelijk klinken.

Ze slagen erin om catchy deuntjes af te leveren. Vinnige en levendige songs met zang en gitaren die vrij retro klinken. De liefhebbers van de zwaardere hard rock zullen dit vermoedelijk te licht vinden. Diegene die zich daar niet aan storen zullen hier veel luisterplezier aan beleven. De teksten zijn eerder aan de sinistere kant en vormen een beetje een contrast met de muziek. Ook de productie is goed en zorgt voor helder luisterplezier.

 

Mesmur

S

Geschreven door

Zin in een trip langs de diepe krochten van de onderwereld of in de donkere kronkels van je onderbewustzijn? Dan ben je met dit album aan het goede adres. Mesmur heeft een opvolger voor hun opzienbarend debuut uit 2014. Daarvan schreef ik toen dat dit éen van de betere debuut albums van het genre was. Een album met veel afwisseling, sfeer en een goede productie. Een geslaagde poging om van de platgetreden paden in het genre af te wijken.
Van hun opvolger ‘S’ kunnen we hetzelfde zeggen en dat is goed nieuws. Het bevestigt tevens hun talent. We krijgen vier tracks waarvan er drie telkens ongeveer een kwartier lang zijn zonder te vervelen. En één kortere instrumental om af te sluiten. Er wordt op opener “Singularity” van start gegaan met trage en logge gitaren die je meenemen in een donkere poel van verderf en radeloosheid. Het mooie eraan is dat ze er telkens in slagen om in deze brij toch de nodige melodieuze elementen (via spaarzaam gebruik van piano, synths en melodieuze gitaarlijntjes) aan te brengen. De vocals zijn onheilspellend en de ritmesectie is superbe. Ook de productie is terug van hoog niveau. Een top track! “Exile” weet dit topmoment niet te overtreffen maar staat hier ook op hoog niveau te pronken. “Distension” weet mij echter terug van mijn sokken te blazen. De filmische intro met de terugkerende gitaarlijn is om kippenvel van te krijgen. Zo schoon en onaards. En dan moet de song nog beginnen. De track wordt traag en zorgvuldig opgebouwd en weet je bij je nekvel te grijpen en hun wereld binnen te slepen. “S = k ln Ω” sluit het album af op een ambient/ drone-achtige wijze. De synths in de eerste helft scheppen een sinistere doch ietwat lichtere wereld. De gitaren komen langzaam en voorzichtig opzetten om de track af te ronden. Mooi.

Mesmur heeft terug een grensverleggend album in het genre gemaakt. Moet ik je nog overtuigen dat dit nu reeds voor mij het funeral doom album van 2017 is?

Highrider

Roll For Initiative

Geschreven door

Het Gothenburgse Highrider zit op dit debuut met zijn ene voet in de jaren 70 en met zijn andere in de hedendaagse metal en hardcore. Dat levert acht ferme maar goed doordachte tracks op. Kenmerkend zijn de aanwezigheid van orgels en keys die klinken alsof ze rechtstreeks uit de jaren 70 komen. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, Rainbow die dit ook in hun muziek gebruikten. Daarnaast is de zang (schreeuwvocals noem ik ze) en o.a. de ritmesectie duidelijk een product van deze tijd. Dat alles levert een interessante mix op. De songs zijn snedig, boeiend en vinnig. De orgels en keys zorgen soms voor een onheilspellende sfeer in de songs. Luister maar eens naar opener bv “Nihilist Lament” en je zal begrijpen wat ik bedoel. Op “A Burual Scene” hebben ze dan wat elementen uit de doom aan hun muziek toegevoegd. “Batteries” doet de hardrock uit de jaren 70 herleven. “Vagina Al Dente” is een bedenkelijke titel voor een song dat veel uit het oeuvre van Black Sabbath heeft gehaald. Op “Emotional Werewolf” schakelen ze een paar versnellingen hoger wat ook een mooi resultaat oplevert.
Highrider levert hier een ferm debuut af en alhoewel ik niet zo van schreeuwvocals hou, vind ik het hier goed gedaan en geslaagd. Een prima combinatie met de muziek. Nice.

Mogwai

Every Country’s Sun

Geschreven door

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Pagina 203 van 460