AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
The Wolf Banes ...

First Aid Kit

The Lion’s Roar

Geschreven door

De Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg werden tijdens hun Amerikaanse tournee een paar jaar terug  opgevist door Jack White en namen de Buffy Sainte-Marie klassieker “Universal soldier” op . Ook trokken ze de aandacht met de betoverende Fleet Foxes cover “Tiger Mountain Peasant Song” . Reden genoeg om na het uit ons handen geglipt debuut “The big black & the blue” stil te staan bij hun tweede cd .
De zusjes houden het midden tussen rootsmusic, country, bluegrass , folk en psychedelica en brengen de sound van Emmylou Harris, Bright Eyes en Angus & Julia Stone dichter bij elkaar op hun sfeervolle, emotievolle songs die een brede(re) omlijsting durven hebben, en gedragen worden door heldere, indringende vocals. Trouwens Conor Oberst van Bright Eyes was van de partij. “In the hearts of men”, “I found a way” , “King of the world” en de titelsong  klinken heel sterk , eenvoudig en subtiel uitgekiend , met een melancholische ondertoon. Niet voor niks vinden we onder het americana nummer “Emmylou” een eerbetoon aan …  Enthousiast materiaal dat weet te beklijven en bitterzoet smaakt … graag meer van dit !

Ansatz Der Maschine

Heat

Geschreven door

Ansatz der Maschine, het indietronica project van geluidstechnicus /componist en altviolist Mathijs Bertel weet zichzelf steeds uit te vinden . Het elektronisch klankenarsenaal blaast warm én koud tegelijk, en bevat sfeervolle, filmische songs, zoals die graag door een Lali Puna, Hood en Mum worden uitgevoerd. Ambiente, mistige soundscapes en dromerige landschappen  worden aangevuld met Oosterse, Indiase  muzieksfeertjes, die een zekere dreiging hebben.
De fluisterende , zachte fluwelen zangpartijen van Renée Sys drukt haar stempel op sommige songs en worden aangevuld met gastbijdrages van o.m. Anton Walgrave (“February 11th”), Stefan Huber (“Never ending blues”) en David Bovée (Thin Of One) ( “Le vent polaire”).
Songs met een geheel eigen klankkleur, een wisselende dynamiek en die niet vies zijn van een bijkomend sfeertje Japan, Wovenhand, 16 Horsepower, Swans en Twin Peaks. Live als achtkoppig gezelschap op tour om de songs te ondersteunen ...

Ben Howard

Every kingdom

Geschreven door

Een frisse wind van jonge Britse sing/songwriters waait over het muzieklandschap. Ed Sheeran, James Vincent McMorrow, Michael Kiwanuka en … jawel Ben Howard .
We horen op het debuut sober ingehouden songs die opbouwen en krachtiger durven te gaan; het tokkelende gitaarspel  en mans nasale, vaste zangstem vormen de rode draad en bieden een gevoelig dromerige inhoud. De songs zijn elegant en vaardig opgebouwd en kunnen huppelende ritmes hebben, wat het geheel boeiend houdt; de eerste drie songs, “old pine”, “diamonds” en “the wolves” zijn een goede barometer om je doorheen dit fijne debuut te scharen .
Onze troubadour voert je mee op een fijne muzikale trip, die het uiterst basics houdt, af en toe een aanvulling krijgt en doet denken aan de aanpak van Damien Rice, Tom McRae, David Gray, Frank Turner en Bruce Cockburn .
De protégé van Xavier Rudd  overtuigt alvast en zal verder ook fans van Ray Lamontagne, Jack Johnson en Fink  weten te boeien .

Tigers of the Temple

Death, Light, Fire & Darkness

Geschreven door

Na Hellsongs hebben we voor de tweede keer in zeer korte tijd een band uit het Zweedse Gothenburg die aan bod komt.  Terwijl we het plaatje van Hellsongs al vrij snel aan de kant schoven, zal deze debuutep van Tigers Of The Temple wel nog regelmatig onze cd-lader halen.  Vier fijne, zeer  uiteenlopende tracks die zich ergens situeren tussen pop, grunge, folk en  indierock horen we op ‘Death, Light, Fire & Darkness’. 
De muziek wordt gekenmerkt door zachte melodieën en dito gitaren, melancholische en prachtige  vocalen en subtiel maar energiek drumwerk. Bijzonder is dat bij alle nummers  verschillende stemmingswisselingen aan bod komen (zowel donkere, atmosferische als opgewekte en zelfs euforische passages worden tot een schitterend geheel gesmeed).
Tigers Of The Temple lijkt daardoor een kruising tussen pakweg Starsailor en de Canadezen van Arcade Fire.  Zeer leuk plaatje alleszins!

I Am The Avalanche

Avalanche United

Geschreven door

Meer dan 6 jaar was het wachten op een vervolg van de debuutplaat van I Am The Avalanche.  In die periode was dit vijftal regelmatig op tournee doorheen de VS, Australie en Europa. Het punkrockende vijftal zat in die tijd ook qua songschrijven niet stil want te horen aan dit tweede,verbluffende album  heeft IATA lang  gesleuteld aan de verschillende nummers.  Met ‘Avalanche United’ maken ze duidelijk hoe een melodieuze punkrockplaat dient te klinken anno 2012.  De twaalf tracks zijn allemaal zo goed dat het onmogelijk is om er een aantal favorieten uit te pikken.  “Holy Fuck” met z’n schitterende koortjes,  de magistrale single “Brooklyn Dodgers”, het swingende “I’ll Be Back Around”, het emotionele “Dead Friends”... de klasse druipt ervan.  Deze plaat is snel, to the point en ‘in your face’, catchy, gepassioneerd, donker, heavy en zo kunnen we nog wel een handvol adjectieven formuleren...  De sterkte van deze New Yorkers zit in de combinatie van de scheurende gitaarakkoorden, de rauwe vocalen van frontman Vinnie Caruan waar de emotie en passie vanaf druipen en het slagwerk van Brett Romnes, de (nou ja) stille maar drijvende kracht achter de pompende muziek van IATA.  Dit is absoluut een van de beste punkplaten van de voorbije jaren.  Afspraak in de Etniestent op Groezrock op 28 april 2012!

Alkerdeel

Morinde

Geschreven door

Toen ik in 2007 per toeval op de Myspace van een luguber bandje botste en de enige te beluisteren track “Luizig” hoorde, wist ik direct dat er iets speciaals aan de hand was.
Alkerdeel is de naam (“Beirkère”, mevrouw !) en ze bleken dan nog van België te zijn ... ‘Ze leven in commune, ergens in een vervallen schuur in het Meetjesland’, zo wist een ijlende dorpsgek ons te vertellen.
Nu, februari 2012, 4 jaar later, een paar demo’s ‘Luizig’ , ‘de Bollaf’ en een gortige debuutplaat ‘De Speenzalvinge’ later, komt uiteindelijk het tweede fullalbum van Alkerdeel uit.
‘Morinde’ noemt het in modderbad geboren juweeltje... Meetjeslands dialect voor het pluimvee dat zich liever nog eens in de modder draait  terwijl de rest van muzieklievend Vlaanderen naar  MTV ligt te gapen !
Voor wie het vroegere werk van Alkerdeel kent en er nog niet van doof is geworden, is er goed nieuws : de koestal-productie waar men zo trots op is,  werd dan toch geruild voor een minder lo-fi, ietwat professionelere, jaren 70-minded studio. Het gevolg is om echt trots op te zijn, want de integriteit blijft mijn inziens volledig behouden, terwijl aan warmte, diepte, dynamiek en definieerbaarheid wordt gewonnen in de karakteristieke Alkerdeel-vibe van warme massieve, pletwalsende soundscapes
De 42 minuten adrenaline worden heerlijk ongelijk verdeeld in 4 tracks : “Winterteens” (13’28) is een black-metal opener. Dank zij een black ambient-intro van Mories van “Gnaw Their Tongues” wordt dit een gelukkige 13 minuten soundtrack van hoe koud een winter wel kan zijn in 2012, bepaald door een onheilspellende delay-gitaarrif van lang geleden die nostalgisch knipoogt naar Burning Witch.
Iedere trage strofe trekt ons wadend door het zuigende moeras tot we denken het vasteland bereikt te hebben. Hier wordt een tergend verhaal verteld waarin we ons graag laten meeslepen.
De zang klinkt (op alle nummers trouwens) zoals het hoort : een kruising van een verrezen Whitney Houston met dat van een slachtoffer van de Krokodildrug. Maar toegegeven het wordt erg moeilijk realiteit en waanzin uit elkaar te houden. U bent gewaarschuwd !
“Horsesaw” is de tweede track, kort (2’24) maar superkrachtig punky, snuifje Hellhammer enzo ... Absoluut verboden om dit nummer in de wagen te draaien ! Hier loopt waarschijnlijk iemand geïrriteerd van een ‘peirdezoage’ en moet stoom van de ketel laten om erger te voorkomen. Heel primitief agressief en uptempo , een perfect contrast met het vorige nummer.
“Hessepikn” (5’41) is de meer doomy kant van Alkerdeel, maar dan wel sexy-doomy ! Op internet is er ondertussen een a-typische videoclip van het nummer terug te vinden, waardoor je kunt twijfelen of Alkerdeel een metalband of een artproject is.
Afsluiter “Du Levande” (20’13) is dan misschien toch wel de kroon op het werk van Alkerdeel tot nu toe , en representeert de volledige reikwijdte van het hun zelftoegeëigend genre ‘BlackSludgeDoomDrone’. Een heel mooi uitgebalanceerde compositie waarin alle stukken elkaar aanvullen. Dit nummer heeft het allemaal, maar dan net andersom dan verwacht. Vlug beginnen om dan met nog meer impact traag te eindigen en naadloos uit te faden in dé gepaste outro van de man die Alkerdeel precies instinctief goed aanvoelt, Mories van “Gnaw Their Tongues”.

Dit is duidelijk muziek met een hoek af. 
Bas en gitaar lijden aan constante identiteitscrisis. De drum houdt gans het zootje aan elkaar genaaid en legt de accenten die net het verschil maken terwijl de zang het geluid maakt van een zwijn dat hout klieft. Ja, inderdaad, er zijn zodanig veel hoeken af dat het terug rond klinkt.
Als de Mayas gelijk hebben en de wereld komende december volledig van zijn as gerukt wordt, dan heeft Alkerdeel met ‘Morinde’ de passende soundtrack klaar !

Mark Lanegan

Blues Funeral

Geschreven door

Acht jaar zit er tussen ‘Bubblegum’ en ‘Blues Funeral’, maar dat wil niet zeggen dat Mark Lanegan al die tijd heeft stilgezeten. Hij blikte in die tijd maar liefst drie pareltjes in met Isobel Campbell, vormde samen met Greg Dulli de fantastische Gutter twins, dook in de studio met Soulsavers, UNKLE en Twilight Singers en ging ook nog eens op tournee als gastzanger met Queens Of The Stone Age. En, neem het van ons aan, overal waar Lanegan zijn angel in sloeg zorgde dat voor extra dimensie en diepgang, ga al die plaatjes er maar eens op na.
Toch was het hoogtijd dat hij nog eens zijn eigen ding deed, en met ‘Blues Funeral’ is ie weer in zijn pijnlijke zelf gedoken. Wie Lanegan een beetje gevolgd heeft, weet dat we hier geen opgewekte deuntjes moeten verwachten, hoewel het halve disco liedje “Ode to sad disco” wel de schijn tracht op te houden, maar Lanegan’s grafstem biedt voldoende tegenwerk om met beide voetjes op de grond te blijven.
De grillige en dreigende opener “The gravedigger’s song” zet alvast de lijnen uit met ijle gitaren, maar verder laat Lanegan zijn rokerige stem vrij veel begeleiden door een pak elektronica met een eighties tintje, wat de zaak er daarom niet bepaald luchtiger op maakt, getuige diepgravende songs als “St Louis Elegy” en “Phantasmagoria blues”.
Wanneer de omlijsting wat naakter klinkt, zoals in het akoestische en folky “Deep black vanishing trian” gaat hij zelfs nog wat dieper.
De rockers zijn in de minderheid deze keer, met zijn tweetjes zijn ze, een snedig “Riot in my house” (met buddy Josh Homme op gitaar) en een jachtig “Quiver syndrome”.
‘Blues Funeral’, die eigenlijk niks met blues als muziekgenre te maken heeft maar wel de blues ademt (als u begrijpt wat we bedoelen), is een indrukwekkende plaat geworden die weliswaar zijn tijd nodig heeft. Wij durven hem nu nog niet op de eenzame hoogte van ‘Bubblegum’ te plaatsen, maar u komt het ons best binnen enkele maanden nog eens vragen.
Mark Lanegan komt tot twee keer toe zijn ziel er uitspuwen in de Antwerpse Trix op 2 en 3 maart, helaas voor u zijn beide concerten al lang uitverkocht.

The Waterboys

An appointment with Mr Yeats

Geschreven door

Het kan verkeren. Het ene moment wordt uw groepje als een voorname en invloedrijke band beschouwd, jaren later ligt niemand nog wakker van wat je doet en maak je een nieuwe plaat die quasi aan iedereen voorbijgaat.
Mocht het u ook ontgaan zijn, Mike Scott heeft met zijn Waterboys nu al enkele maanden een nieuw plaatje uit die er best wezen mag, ook al zal het geen muren meer slopen. Nu is de muziek van the Waterboys ook nooit echt rebels geweest, het lag mijlenver van de punk en wortelde meer in een nostalgische en epische folkrockwereld.
Net als zijn grote voorbeelden Bob Dylan en Van Morrisson heeft Mike Scott iets met dichters en prozaschrijvers, het nieuwe album is een ode aan de Ierse dichter William Butler Yeats, de teksten zijn van diens hand maar de muziek is vintage Waterboys.
‘An appointment with Mr Yeats’ is dus welgekomen voor de fans maar zal verder weinig vers bloed aantrekken. The Waterboys passeren hier zowat een beetje in al hun gedaantes, van orkestraal en episch (“The hosting of the shee”) tot rootsy en folky (“Mad as the mist and slow”, “Before the world was made”), er zijn dromerige ballads en voorzichtige rockers.
Het is niet bepaald de beste Waterboys plaat, daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op en wordt ook al eens de grens der meligheid overschreden (op goedkope deuntjes als “Winter birds”, “Sweet dancer” en “Politics”), maar toch kunnen we spreken van een onderhoudend plaatje met voldoende boeiende momenten om enig bestaansrecht te verwerven, hoewel ‘This is the sea’ en ‘Fisherman’s blues’ nu toch echt wel heel ver lijken.

The Waterboys komen op zondag 18 maart de plaat voorstellen in de AB, en ze hebben beloofd om er een avondvullend tweeluik van te maken (geen support act) waarvan een helft gevuld met de nieuwe songs en een andere helft met instant Waterboys klassiekers. U heeft dus geen reden om daar niet te zijn.

Pagina 342 van 460