logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Deadletter-2026...

PQ

You’ll Never Find us Here

Geschreven door

Hoewel onze muzikale voorkeur uitgaat naar bands die stevig uit de hoek komen, zijn we toch als een blok gevallen voor het debuutalbum van het Belgische PQ. Het betreft hier een duo (Samir Bekaert en Maarten Vandewalle) dat na een eerste single “Louise on Earth” hun eerste volwaardige cd op de wereld loslaten.
Op ‘You’ll Never Find Us Here’ horen we dertien ingetogen ambientnummers die afwisselend bestaan uit akoestische gitaar, piano, cello, synths en filmische scoundscapes.
Het eerste gedeelte van de plaat start zeer sober met de nadruk op gitaar en piano. Een opvallend nummer is “Louise on Earth” waar we de ijzige stem horen van de amper veertienjarige Louise Raes, dit is trouwens de enige track waar er gezongen wordt.
Geleidelijk aan wordt het tempo van de plaat opgedreven en horen we meer synths en zachte beats. Hoogtepunten voor ons zijn de laatste drie nummers “In Praise” (waar een elektrische gitaar op het toneel verschijnt), “Hidden Track” en “Hold me”.
Hoewel de groep het beste voor het laatste spaart, is ‘You’ll Never Find Us Here’ over de hele lijn een prachtplaat die zich ongetwijfeld ideaal laat beluisteren tijdens donkere dagen.

Tame Impala

Innerspeaker

Geschreven door

Persoonlijk heb ik het nooit echt op pershypes gehad want het lijkt te vaak dat men de bloedarmoede wat wil camoufleren om zo de platenverkoop wat aan te zwengelen maar in het geval van deze Tame Impala maak ik graag een uitzondering.
Niet, dat deze 24 jarige Australiër iets nieuws brengt. Integendeel, als er één groep als voorbeeld moet gebruikt worden dan zijn het The Beatles maar voor eens zijn het de Fab Four die niet zoveel nageaapt zijn nl. die uit de psychedelica-jaren.
Alles klinkt lekker rauw en vuil op deze cd waarbij je meerdere malen zult zitten nadenken of je dit in je collectie zult onderbrengen naast ‘Raw power’ van Iggy & The Stooges of niet.
De muziek van dit project (dit draait allemaal rond ene Kevin Parker) dat vernoemd is naar het diertje werd in een verlaten strandhuis opgenomen en meer dan eens voel je een vleugje melancholie doorheen de vuile rock. Tijdens de recente zomerfestivals heeft Tame Impala ondertussen een stevige livereputatie opgebouwd waarbij zijn set wel eens durft uit te draaien in psychedelisch gefreak maar deze ‘Innerspeaker’ is onderhoudende dirty rock met een psychedelisch tintje. Zou best wel eens in vele eindejaarslijstjes kunnen voorkomen deze hier.

Arquettes

Wave on

Geschreven door

Ook dat clipje gezien waar de Gentse burgemeester Daniel Termont samen met Ivan De Vadder het rockpodium beklimt? Als promotiestunt kan het tellen en het maakt Arquettes misschien wel wat bekender bij het grote publiek maar wie het debuutalbum van Koen Wynant en zijn trawanten hoort, beseft maar al te goed dat deze groep niet lang meer tot de bende der onbekenden zal horen.
Kosten noch moeite werden gespaard want hier werd zowaar de hulp van producer Stéphane Briat (Air, Phoenix) ingeroepen en ook al is ‘Wave on’ een korte plaat geworden, het is er toch één die zijn sporen nalaat.
Single “Gutters” verbindt Ramones met Elastica en een nummer als “Sleep one thousand” lonkt met zijn diep basgeluid verschillende keren naar de coldwave van de 80’s.
Als je Arquettes dan toch met een andere groep zou moeten vergelijken (ook al doe je dat beter niet) dan is Sonic Youth een mooi referentiepunt waarbij de eigen identiteit zelden of nooit verloochend wordt. Arquettes zijn gewoon topklasse!

Peter Case

Wig!

Geschreven door

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Black Mountain

Wilderness Heart

Geschreven door

Een kanjer van een plaat als ‘In the future’ evenaren, laat staan overtreffen, is quasi een onmogelijke opdracht geworden voor Black Mountain. En, u raadt het al, met ‘Wilderness heart’ heeft de groep een meer dan behoorlijke opvolger afgeleverd die -hoe kan het ook anders- toch een tikkeltje ondermaats is aan zijn superieure voorganger. Feit is dat de heren (en dame) zichzelf wat hebben ingetoomd. De songs klokken allemaal netjes af binnen de vijf minuten. Dit zorgt ervoor dat we aan de ene kant nogal een hecht en compact album krijgen maar anderzijds missen we toch wel een beetje de lange psychedelische uitspinsels. Het is op deze ‘Wilderness heart’ bijvoorbeeld vergeefs zoeken naar een wervelwind van een song als “Bright lights”.
Maar goed, er is nog genoeg om van te smullen. “Old Fangs”, de song die het album voorafging en die ons naarstig deed watertanden naar meer is een heerlijke rocker met al het goede van de seventies in vier minuten gebald. Als de groep echt heavy wil klinken dan doen ze dat ook met overtuiging in “Wilderness heart” en “Rollercoaster” met de zware gitaren naar goede stoner-gewoonte nogal laaggestemd. In het bijtende, snelle en onstuimige “Let spirits ride” barst het boeltje zelfs volledig uit zijn voegen, een buffelstoot van een song die even gevaarlijk is als de witte haai die op de cover pronkt.
Elders worden er andere en soms meer folky horizonten verkend, “The hair song” en “Radiant hearts” zijn knipoogjes naar Led Zeppelin III (het fenomenale album waarop Page nogal wat akoestische dingetjes deed). Een mooi en overwegend akoestisch rustpunt is “Buried by the blues” met zwevende keyboards en fijne overgang van de stemmen van Amber Webber en Stephen Mc Bean. Webber’s stem broeit overigens het ganse album ergens tussen PJ Harvey, Patti Smith en Grace Slick en in combinatie met de vaak gruizige vocals van Mc Bean geeft dit vaak vonken.
Maar het is niet allemaal even fantastisch, want de plaat eindigt een beetje in mineur. De ballad “The space of your mind”, die maar op een half idee is gebouwd, valt een beetje licht uit en ook afsluiter “Sadie” komt, ondanks de dreiging die in de song schuilt, nooit echt uit zijn schulp.
Eindbalans : sterke plaat, maar geen ‘In the future’.

Endless Boogie

Full House Head

Geschreven door

‘Full house head’ is een logisch maar ook zinderend vervolg op het splijtende ‘Focus level’ van twee jaar geleden, meer van hetzelfde en even bruisend.
De stomende en kronkelende openingssong “Empty eye” laat er geen twijfel over bestaan, deze plaat staat weer bol van onstuimige rock’n’roll, gekraakte Beefheart vocals en de meest smerige gitaren ten zuiden van Keith Richards en ten noorden van Johnny Thunders.
De pot kolkt maar liefst 76 minuten lang door, en dat in amper acht songs die voldoende de tijd krijgen om onbezonnen uit hun voegen te barsten. U vermoedt al dat er hier weer een ferm potje gejamd wordt, en dat is vooral zo op afsluiter “A life worth living” (maar liefst over de 22 minuten, zelfs Neil Young zou er met zijn Crazy Horse niet zo lang over doen) en de trage gemene gluiperd “Slow  creep”. Verder lopen er opgehitste en stuiterende rockbeesten rond in “Tarmac city” en het fel stuiterende “Mighty fine pie”.
Kortom, vettige seventies rock is alom tegenwoordig en de mosterd komt naar goede gewoonte van bands en artiesten als Canned Heat, Rolling Stones (op hun vuilst), Pink Fairies, Velvet Underground, Groundhogs, John Lee Hooker, Jimi Hendrix en een zatte Jim Morrison. Stel u gewoon voor dat al deze ronkende namen aan het jammen slaan in een rokerig kot dat uitpuilt van whisky, bier en kilo’s geestesverruimde middelen. Wat daaruit zou voortvloeien moet een beetje klinken als deze ‘Full house head’, lekker smerig en dirty as hell.

The Real McKenzies

Shine Not Burn

Geschreven door

Het moet ongetwijfeld frustrerend zijn om steeds vergeleken te worden met Flogging Molly en The Dropkick Murphys... Nochtans zijn The Real Mc Kenzies al enkele jaren vroeger opgericht dan beide bands en telt de formatie naast oprichter en zanger Paul Mc Kenzie enkele gerenomeerde muzikanten  in de gelederen zoals Dave Gregg ( van de legendarische Canadese hardcore-band D.O.A), Karl Alvarez ( van The Descendents) en Sean Sellers (van Good Riddance).
‘Shine Not Burn’ is de tweede live-cd van deze Canadezenen en die werd opgenomen ‘Wild at Heart’, een of andere kroeg  in Kreuzberg, Berlijn. In tegenstelling tot de vorige albums komen er geen versterkers aan te pas want alle 21 songs zijn volledig akoestisch. Daar door hoor je hoe folk The Real McKenzies wel zijn en uit welk divers instrumentarium hun geluid bestaat.
Folkmuziek staat voor velen gelijk aan ongeremd zuipen en dat komt tot uiting in de setlist (“Drink The Way I Do”, “10 000 shots”, “Whiskey Scotch Whiskey”). Daarnaast vinden we een aantal traditionele Schotse covers terug zoals “My Bonnie” en “Scots Wha’ Ha’e”. In ieder geval zijn alle nummers best leuk en met een biertje of een whiskey in de hand lijkt het alsof je zelf live in de pub zit mee te luisteren naar deze Canadezen.
The Real Mc Kenzies bewijzen met dit album dat hun ijzersterke live-reputatie meer dan terecht is.

Good Riddance

Capricorn One

Geschreven door

Een van de fijnste melodieuze punkrockbands die de VS voortbracht, is ongetwijfeld Good Riddance. In 2007 speelden de heren hun laatste show, legden alles op tape vast en brachten  vervolgens het laatste album ‘Remain in Memory – The Final Show’ uit. Nu is er: ‘Capricorn One’, jammer genoeg geen nieuw maar wel een zogeheten ‘singles and rarities’ album.
Dat betekent 21 songs die eerder al uitgebracht werden op diverse EP’s (waaronder gezamenlijke releases met Ignite, Ensign, Reliance en Ill Repute) en op een aantal Fat Wreck Chords-compilaties. Daarnaast vinden we zes nooit eerder uitgebrachte nummers: vier dateren uit de beginperiode in de jaren negentig, twee songs (“My Republic” en “Great Experiment”) dateren uit 2006.
De 21 nummers zijn niet chronologisch opgebouwd en dat is best jammer. Het zou nl mooi illustreren hoe de band doorheen de jaren evolueerde. In de vorige eeuw kwam Good Riddance hard uit de hoek en klonken de vocalen van zanger Russ heel agressief en rauw; vanaf het album ‘The Phenomenon of Cravin’ (2000) klonk alles een stuk melodieuzer en evolueerde het geluid van GR in de richting van bands als Pennywise en Bad Religion.
Voor wie alle werk van Good Riddance al in z’n kast liggen heeft, is dit een overbodige release. Punkrockliefhebbers die niet in dat geval zijn, kunnen de aanschaf van dit plaatje zeker overwegen.

Pagina 382 van 460